ZITTING VAN MAANDAG 21 SEPTEMBER 2026

 

Aanwezig:

voorzitter

Ann Smeyers

voorzitter vast bureau

Wim Caeyers

raadsleden

Paul Vanhoof, Tomas Sergooris, Zehra Ünlü, Maria Belmans, Jan Vangheel, Hanne Paepen, Lander Geyzen, Anneleen Dom, Sofie Molenberghs, Maarten Van Camp, Chris Xhenseval, Cindy Dexters, Kris Paepen, Emiel Ruts, Ward Buyens, Jens Timmermans, Liesbet Lommelen, Marc Sannen, Sonja Smaers, Lisette Heuvelmans, Griet Van Hecken, Stef Vandycke, Mick Vanlimbergen

leden vast bureau

Greet Van Tiggelen, Lotte Vreys, Hilde Valgaeren, Lieve Heurckmans, Hans De Groof, Frederik Loy, Wendy Soeffers

algemeen directeur

Laurens Moubax

Verontschuldigd:

raadslid

Koen Van Gompel

 

 

Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

NOTULEN RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN - 22 JUNI 2026 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De raad voor maatschappelijk welzijn vergaderde in zitting van 22 juni 2026.

 

De notulen van deze raad werden in Meeting.mobile gekoppeld als bijlage aan dit agendapunt.

 

Juridische gronden

Artikel 34 § 1 van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn - goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn van 11 maart 2019 - bepaalt dat de notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn worden opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur.

 

Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de notulen ter beschikking worden gesteld.

 

Artikel 33 § 1 van het huishoudelijk reglement bepaalt dat de notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn alle besproken onderwerpen vermelden in chronologische volgorde, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de raad voor maatschappelijk welzijn geen beslissing heeft genomen.

 

Bijlagen

  1. Notulen en verslag raad voor maatschappelijk welzijn 22 juni 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het is verplicht dat de notulen van de vorige raad voor maatschappelijk welzijn worden goedgekeurd op de eerstvolgende zitting.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 juni 2026 worden goedgekeurd.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

DELEGATIES - VAN DE RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN AAN HET VAST BUREAU - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het decreet lokaal bestuur (DLB) biedt aan de verschillende organen en functiehouders binnen een lokaal bestuur de mogelijkheid om bepaalde bevoegdheden naar een ander niveau binnen de organisatie te delegeren.

Binnen lokaal bestuur Mol gelden op vandaag reeds verschillende delegaties op niveau van de raad voor maatschappelijk welzijn. 

De delegatiebeslissingen zijn telkens in afzonderlijke beslissingen en verspreid in de tijd genomen.  Er werd onderzocht of alle delegaties uit het verleden vanuit de raad voor maatschappelijk welzijn aan het vast bureau nog steeds beantwoorden aan de actuele organisatorische behoeften, de beleidsdoelstellingen en de principes van goed bestuur.

 

Juridische gronden

Artikelen 40, 41 en 77 van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlage

1) PowerPointpresentatie zoals toegelicht op de raadscommissie van 15 juni 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het is aangewezen om een onderscheid te maken tussen enerzijds de strategische beleidskeuzes, die bij de raad voor maatschappelijk welzijn blijven, en anderzijds de concrete organisatorische en personeelsrechtelijke uitwerking ervan.

Het vast bureau staat in voor de dagelijkse beleidsuitvoering en staat dichter bij de operationele werking van de organisatie. Het vast bureau kan daardoor sneller inspelen op wijzigingen in hogere regelgeving, arbeidsvoorwaarden en organisatorische behoeften.

Het is aangewezen om de administratieve efficiëntie en de slagkracht van het bestuur te verhogen door bepaalde beslissingen van dagelijks bestuur toe te vertrouwen aan het vast bureau.

Transparantie voor de raadsleden blijft gegarandeerd via het opvolgen van de notulen en verslagen van het vast bureau en via de jaarlijkse rapportage van het organisatiebeheersingssysteem.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het bestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Alle voorgaande delegatiebesluiten van de raad voor maatschappelijk welzijn aan het vast bureau, inclusief besluiten m.b.t. het bepalen van het begrip dagelijks bestuur worden opgeheven op datum van ingang van dit besluit.

 

Artikel 2

De raad voor maatschappelijk welzijn delegeert volgende bevoegdheden aan het vast bureau:

- het sluiten en ondertekenen van alle modellen van verwerkingsovereenkomsten in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

-  het aanstellen van een waarnemend algemeen directeur of waarnemend financieel directeur aan de functiehouder van het ambt zelf en bij diens onmogelijkheid aan het vast bureau

- het sluiten en ondertekenen van samenwerkingsovereenkomsten die binnen de beheers- en beleidscyclus vallen (t/m 31-12-2031)

- het sluiten en ondertekenen van alle huur- en verhuurovereenkomsten van maximaal 9 jaar

- alle handelingen in het kader van subsidieaanvragen waarbij:

        geen eigen financiële inspanning van het ocmw is vereist

        een financiële inspanning van het ocmw is vereist maar deze is opgenomen in een actie of registratiesleutel in het goedgekeurde meerjarenplan

- het goedkeuren en ondertekenen van de bijlagen bij arbeidsreglementen

- het aangaan van dadingen met personeelsleden n.a.v. de beëindiging van dienstverband

 

Artikel 3

De inhoud van het begrip overheidsopdrachten en opdrachten met financiële impact dagelijks bestuur wordt omschreven als volgt:

- de overheidsopdrachten voor uitgaven binnen het exploitatiebudget, ongeacht het bedrag

- de toetredingen tot aankoopcentrales voor uitgaven binnen het exploitatie- en investeringsbudget, ongeacht het bedrag

- de overheidsopdrachten die volgens het in-house toezicht worden gevoerd volgens artikel 30 van de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten ongeacht het bedrag

- de overheidsopdrachten voor uitgaven binnen het investeringsbudget tot en met 500.000,00 euro excl. BTW

- het aanbrengen van niet wezenlijke wijzigingen en verduidelijkingen aan de opdrachtdocumenten die de raad voor maatschappelijk welzijn goedkeurde

- de overheidsopdrachten waarbij geen of geen geschikte aanvraag tot deelneming of offerte werd ingediend ingevolge een openbare of niet-openbare procedure zoals bepaald in artikel 42, §1 c) van de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten

- de contractvoorwaarden van concessies met een looptijd van minder of gelijk aan één jaar

- het aangaan van leningen, inclusief het vaststellen van de leningsvoorwaarden waarvoor de kredieten zijn ingeschreven in het meerjarenplan

- het herschikken van de financiële lasten van de opgenomen leningen door die lasten te spreiden over een kortere of gelijke periode

- het nemen van besluiten voor het beleggen van kapitalen

- de overheidsopdrachten met een “spoedeisend karakter” of “urgente situatie” bedoeld in artikel 48 van het KB van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren en artikel 36, § 3 van de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten

 

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking vanaf 1 oktober 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

VISUM - VASTSTELLING VAN DE VOORWAARDEN VOOR EEN VOORAFGAANDELIJK VISUM - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In zitting van 17 december 2018 stelde de gemeenteraad de voorwaarden vast waaronder de financieel directeur zijn bevoegdheid inzake het voorafgaand visum uitoefent. De voorwaarden zijn ook van toepassing op verbintenissen die het OCMW aangaat, waardoor het aangewezen is dit ook in een besluit ter goedkeuring voor de raad van maatschappelijk welzijn te agenderen.

 

In 2018 werden de voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum voor zowel gemeente als OCMW gelijkgesteld en werd onder andere opgenomen dat de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan het bedrag, bepaald door de minister (€ 50.000), onderworpen zijn aan de visumverplichting.

 

Juridische gronden

Artikel 177, eerste lid, 1° van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de financieel directeur in volle onafhankelijkheid instaat voor onder andere de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden vermeld in artikel 266 en 267.

 

Artikel 220 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat ook de financieel directeur binnen de grenzen van het organisatiebeheersingssysteem bevoegdheden kan toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. Dit gebeurt schriftelijk en met een ondubbelzinnige omschrijving van de toegekende bevoegdheden en de daaraan verbonden opdrachten, middelen en rapporteringsverplichtingen.

 

Artikel 266 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat enkel de voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.

De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1°. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.

De gemeenteraad bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle, vermeld in voorgaande lid, uitoefent. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.

 

Artikel 99 van het besluit van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen van 30/03/2018 bepaalt dat de volgende categorieën van verrichtingen niet kunnen worden uitgesloten van de visumverplichting:

1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;

2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;

3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;

4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;

5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;

6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.


Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur aangenomen voor de toepassing van het eerste lid.

 

Inspraak en advies

De financieel directeur verleent een positief advies voor dit besluit.

 

MOTIVERING

Argumentatie

In principe zijn alle voorgenomen financiële verbintenissen van het OCMW onderworpen aan een voorafgaande visering door de financieel directeur. Het gaat daarbij niet alleen om overheidsopdrachten, maar ook om aanstellingen van personeel, aankopen van onroerende goederen, enz.

 

Het is wenselijk bepaalde categorieën van verrichtingen uit te sluiten van visumverplichting om de goede werking van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn niet in het gedrang te brengen. Het is immers organisatorisch niet haalbaar om alle uitgaven te viseren voordat de verbintenis ontstaat. We volgen hierin de Vlaamse regelgeving.

 

Verrekeningen worden strenger geviseerd dan opgelegd door de Vlaamse regelgeving, los van het bedrag, omwille van het bijzondere risico dat hiermee gepaard gaat.

 

Voor de goede administratieve organisatie is het wenselijk dat de raad voor maatschappelijk welzijn niet alleen de financiële grens aangeeft voor de verrichtingen die moeten geviseerd worden, maar tevens vaststelt binnen welke voorwaarden de financieel directeur de bevoegdheid uitoefent.

 

In zitting van 17 december 2018 werden de voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum voor zowel gemeente als OCMW gelijkgesteld en goedgekeurd door de gemeenteraad. In dat visumbesluit werd onder andere opgenomen dat de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan het bedrag, bepaald door de minister (€ 50.000), onderworpen zijn aan de visumverplichting.

 

In zitting van 22 juni 2026 keurde de raad voor maatschappelijk welzijn het algemeen kader organisatiebeheersing goed. In dit organisatiebeheersingssysteem werd een kader financiële organisatie: budgethouderschap en kredietbewaking opgenomen waarbij in de aankoopflow een onderscheid gemaakt wordt tussen overheidsopdrachten procedures voor meer en minder dan € 30.000 excl. btw.

 

Het onderscheid dat hierin wordt gemaakt heeft haar oorsprong in artikel 92 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, die vastlegt dat opdrachten met een geraamde waarde lager dan 30.000 euro (excl. btw) mogen worden gesloten via een aanvaarde factuur.

 

Het is in kader van organisatiebeheersing en om organisatorische redenen duidelijker om de drempel voor de visumverplichting op hetzelfde bedrag te leggen.

 

In het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2018 werden alle verrekeningen opgenomen als visumplichtig, maar het is meer zinvol om enkel de verrekeningen met een financiële impact voor ons lokaal bestuur op te nemen onder de visumverplichting. Bij gezamenlijke overheidsopdrachten is het mogelijk dat een verrekening enkel financiële gevolgen heeft voor een andere aanbestedende overheid.

 

De overige voorwaarden worden niet gewijzigd ten opzichte van het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2018.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het OCMW.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De volgende categorieën van verrichtingen zijn onderworpen aan de visumverplichting:

1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;

2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;

3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;

4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan € 30.000 excl. btw;

5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan € 25.000;

6° de investeringssubsidies;

7° de verrekeningen met financiële gevolgen voor ons lokaal bestuur;

 

De volgende categorieën van verrichtingen worden uitgesloten van de visumverplichting:

1° de verbintenissen waarvan het bedrag lager is dan € 30.000 excl. btw;

2° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van minder dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag lager is dan € 25.000.

3° contractuele aanstellingen van personeel voor een periode kleiner dan 1 jaar.

 

Artikel 2

Het dossier dat ter visering wordt voorgelegd, bevat een inventaris van alle stukken die deel uitmaken van het dossier. Het visum blijkt uit een gedateerde verklaring van de financieel directeur die opgenomen wordt in het register van de visums.

 

Artikel 3

Het visum wordt bij overheidsopdrachten principieel gegeven voordat het college van burgemeester en schepenen de opdracht gunt. Het visum wordt in ieder geval uiterlijk gegeven vóór de verbintenis ontstaat.

 

Artikel 4

Bij een negatief visum geeft de financieel directeur een uitdrukkelijke motivering.

 

Artikel 5

De financieel directeur beschikt voor de uitoefening van deze bevoegdheid over een termijn van maximum 20 kalenderdagen. In geval van hoogdringendheid beschikt de financieel directeur behoudens onmogelijkheid over een termijn van 48 uur om zijn visum te verlenen. Deze termijnen vangen aan op het moment waarop het laatste stuk van het betreffende dossier aan de financieel directeur wordt overgemaakt.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

OPVOLGINGSRAPPORTERING - 2026 - KENNISNAME

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De decreetgever versterkt de inhoudelijke rapportering naar de raad. Deze bevat een overzicht van de realisatie van de prioritaire doelstellingen, een update van de financiële risico's en de grondslagen en assumpties waarop de het meerjarenplan is gebouwd. De aanrekeningen die in de rapporten worden getoond, betreffen in regel de boekingen tot en met eind juni 2026, tenzij anders aangegeven. Deze realisaties worden telkens vergeleken met de laatst goedgekeurde planningscijfers.

 

Juridische gronden

Artikel 263 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat er minstens voor het einde van het derde kwartaal een opvolgingsrapportering over het eerste semester van het boekjaar wordt voorgelegd.

 

Bijlagen

1) Opvolgingsrapportering 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De opvolgingsrapportering geeft de raadsleden een stand van zaken van de uitvoering van de prioritaire acties en laat ze toe om de evolutie van de uitgaven en de ontvangsten van het lopende jaar op te volgen en die te vergelijken met het goedgekeurde budget.

 

De regelgeving legt één minimale rapportering per jaar op: minstens voor het einde van september moet de opvolgingsrapportering over het eerste semester van het lopende jaar worden voorgelegd.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de opvolgingsrapportering 2026, zoals gevoegd in bijlage.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

WOONBEGELEIDING CAW DE KEMPEN - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

OCMW Mol wordt de laatste jaren geconfronteerd met een toenemende instroom van cliënten met complexe woonproblematieken. Het aantal dreigende uithuiszettingen, dak- en thuisloosheid en situaties van woononzekerheid neemt toe. Daarnaast worden de hulpvragen complexer door een combinatie van psychosociale, financiële en administratieve problemen.

 

Om deze doelgroep beter te kunnen ondersteunen en woonverlies maximaal te voorkomen, werd in overleg met CAW De Kempen een samenwerkingsovereenkomst uitgewerkt. Deze overeenkomst heeft als doel de gespecialiseerde expertise van CAW De Kempen inzake woonbegeleiding structureel in te zetten als aanvulling op de begeleiding door de maatschappelijk werkers van OCMW Mol.

 

De samenwerking omvat onder meer reguliere woonbegeleiding, begeleiding bij herhuisvesting en nazorg na herhuisvesting. Daarnaast bevat de overeenkomst duidelijke afspraken over de doelgroep, aanmeldingsprocedure, taakverdeling, opvolging, evaluatie, financiering en rapportering.

 

De samenwerkingsovereenkomst wordt afgesloten voor de periode van 1 oktober 2026 tot en met 31 december 2031.

 

Juridische gronden

        De organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

        De samenwerkingsovereenkomst tussen OCMW Mol en CAW De Kempen inzake woonbegeleiding.

Inspraak en advies

De samenwerkingsovereenkomst werd in overleg uitgewerkt tussen OCMW Mol en CAW De Kempen. Beide partijen bereikten overeenstemming over de inhoud van de overeenkomst. In de voorgaande jaren zat de samenwerkingsovereenkomst vervat binnen de convenant van Baldemore en CAW De Kempen. Gezien de specifieke afspraken en afzonderlijk budget, werd in 2026 de beslissing genomen om dit niet opnieuw in de convenant op te nemen maar hiervoor een afzonderlijke samenwerkingsovereenkomst af te sluiten.

 

Bijlage

  1. Samenwerkingsovereenkomst_Mol_woonbegeleiding_versie1.0

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Door de toenemende en complexere woonproblematieken is gespecialiseerde woonbegeleiding noodzakelijk om uithuiszettingen en dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk te voorkomen. De samenwerking met CAW De Kempen versterkt de bestaande hulpverlening van OCMW Mol door bijkomende expertise en aanklampende woonbegeleiding aan te bieden, terwijl de maatschappelijk werker van het OCMW de regie over het hulpverleningstraject behoudt.

 

De overeenkomst bevat duidelijke afspraken over de inhoud van de begeleiding, de maximale begeleidingscapaciteit, de evaluatie en de financiële opvolging. Hierdoor ontstaat een transparant kader voor een duurzame samenwerking tussen beide organisaties.

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/1/5- Kwalitatieve maatschappelijke dienstverlening op maat

Registratiesleutel

094300 64990000 - Samenwerkingsovereenkomsten

Bedrag

€ 25.000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de gevoegde samenwerkingsovereenkomst tussen OCMW Mol en CAW De Kempen, ingaande vanaf 1 oktober 2026 tot en met 31 december 2031, goed:

 

1.Partijen

Deze overeenkomst wordt afgesloten tussen

OCMW Mol, Molenhoekstraat 2, 2400 Mol, ond.nr. 0212.199.673, vertegenwoordigd door Laurens Moubax, algemeen directeur en Ann Smeyers, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn.

 

en het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk De Kempen vzw, Hofkwartier 23, 2200 Herentals, ond. nr. BE74 0682 2287 4907  (hierna CAW De Kempen), vertegenwoordigd door Mieke Mermans, algemeen directeur.

 

2. Context en doel van de samenwerking

De bovengenoemde partijen verbinden zich ertoe om onderlinge afstemming te realiseren met betrekking tot hun aanbod inzake welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Daartoe komen zij minimaal eenmaal per jaar bijeen, met als doel overleg te voeren over het algemene welzijnsbeleid.

Lokale besturen worden de voorbije jaren geconfronteerd met een uitgesproken stijging van dakloosheid, uithuiszettingen en woonverlies ten gevolge van een combinatie van structurele woonnood, armoede, psychische en psychosociale problematieken, verslavingsproblematieken en een gebrek aan woonvaardigheden. Ook binnen de gemeente Mol stelt OCMW Mol vast dat de bestaande interne begeleidingscapaciteit onvoldoende is om deze toenemende en complexere woonproblematieken alleen op te vangen.

Met deze samenwerkingsovereenkomst wil OCMW Mol doelgericht beroep doen op de gespecialiseerde expertise van CAW De Kempen inzake woonbegeleiding. De samenwerking wordt opgevat als een inhoudelijke versterking van lopende OCMW-begeleidingen, en niet als een parallel of losstaand hulpverleningstraject.

De doelstellingen van deze samenwerking zijn:

        het voorkomen van (dreigende) dak- en thuisloosheid door vroegtijdige en intensieve woonbegeleiding;

        het stabiliseren van bestaande woonsituaties en het voorkomen van uithuiszetting;

        het ondersteunen van cliënten die na een periode van dak- of thuisloosheid opnieuw gehuisvest zijn;

        het versterken van woonvaardigheden en zelfredzaamheid van cliënten;

        het ondersteunen van maatschappelijk werkers van OCMW Mol via inhoudelijke expertise, aanklampende begeleiding en gezamenlijke opvolging.

 

Alle cliënten die binnen deze overeenkomst worden aangemeld, blijven primair begeleid door een maatschappelijk werker van OCMW Mol, die instaat voor de globale trajectregie, het GPMI en eventuele financiële of juridische maatregelen. De inzet van CAW De Kempen focust zich binnen deze opdracht en samenwerkingsovereenkomst expliciet en prioritair op het levensdomein huisvesting en woonvaardigheden.

 

3. Doelgroep

De samenwerking richt zich op inwoners van Mol die begeleid worden door OCMW Mol en die kampen met één of meerdere van onderstaande problematieken:

(dreigende) dakloosheid of woononzekerheid;

        ontwrichte huurder-verhuurderrelatie;

        verwaarlozing van de woning of overlastproblematiek;

        oplopende huurachterstal in combinatie met psychosociale problemen;

        nood aan ondersteuning in woonvaardigheden na dakloosheid.

Cliënten hoeven niet verplicht in budgetbeheer of schuldbemiddeling te zijn, mits bij de opstart voldoende motivatie aanwezig is.

 

4. Aanbod CAW De Kempen

CAW De Kempen engageert zich om binnen deze overeenkomst een duidelijk afgebakend en resultaatsgericht aanbod woonbegeleiding uit te bouwen voor inwoners van Mol die door OCMW Mol worden aangemeld.

 

Individuele woonbegeleiding

CAW De Kempen biedt drie types van individuele woonbegeleiding aan. Elk type sluit aan bij een specifieke woonsituatie en heeft een duidelijk omschreven doelstelling en aanpak.

 

  1. Reguliere woonbegeleiding

Deze begeleiding richt zich op cliënten die een bestaande woning hebben maar waarbij de woonsituatie onder druk staat. De focus ligt op behoud, stabilisatie en verbetering van het wonen. In situaties waarin een verzoekschrift tot uithuiszetting werd ingediend bij de vrederechter is snel en aanklampend ingrijpen noodzakelijk.

Veelvoorkomende redenen voor een dreigende uithuiszetting zijn achterstallige huur of overlastmeldingen. In de praktijk merken we dat cliënten de ernst van de situatie vaak pas erkennen wanneer de juridische procedure al ver gevorderd is. Daarom is vroegtijdige en intensieve opvolging essentieel.

Wanneer er reeds een lopend traject is binnen het OCMW (bijvoorbeeld leefloon, budgetbeheer, schuldhulpverlening), is het aangewezen dat er ook een hulpverlener aan huis komt. Voor cliënten zonder lopend OCMW-traject kan het OCMW onderzoeken of financiële ondersteuning of budgetbegeleiding aangewezen is.

 

Concreet omvat deze begeleiding:

        Aanklampende opvolging aan huis; wekelijks of tweewekelijks, afhankelijk van de urgentie en de fase van de procedure.

        Ondersteuning bij woonvaardigheden zoals orde, netheid, gebruik van de woning;

        Bemiddeling tussen huurder en verhuurder; inclusief het herstellen van communicatie en afspraken. Het OCMW kan hierbij het financiële luik opnemen (bv. afbetalingsplan).

        Preventie van ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring door tijdige signalering en opvolging van structurele problemen;

        Ondersteuning bij administratieve verplichtingen zoals huurcontracten, verzekeringen, energiecontracten, attesten en procedurestappen.

         

  1. Begeleiding met focus op herhuisvesting

Deze begeleiding richt zich op cliënten die hun huidige woning (dreigen te) verliezen of reeds geen stabiele huisvesting meer hebben. In sommige gevallen is de juridische procedure al te ver gevorderd of afgerond, waardoor herhuisvesting noodzakelijk wordt. Wanneer cliënten terechtkomen in een doorgangswoning van het OCMW, wordt de begeleiding opgenomen door een maatschappelijk werker van het OCMW. De samenwerking tussen CAW en OCMW blijft hierbij essentieel.

Concreet omvat deze begeleiding:

        Actieve ondersteuning in de zoektocht naar duurzame huisvesting, zowel op de private als sociale huurmarkt.

        Opstellen en opvolgen van een realistisch woonzoekprofiel afgestemd op budget, gezinssamenstelling, noden en mogelijkheden.

        Ondersteuning bij inschrijvingen en kandidaturen op sociale huisvestingsmaatschappijen en private verhuurders.

        Voorbereiding op duurzaam wonen: verwachtingen van verhuurders, financiële haalbaarheid, rechten en plichten, basis woonvaardigheden.

Het doel is cliënten zo snel mogelijk opnieuw woonstabiliteit te bieden en te voorkomen dat ze langdurig in precaire situaties terechtkomen.

 

  1. Nazorg woonbegeleiding

Deze begeleiding richt zich op cliënten die na een periode van dak- of thuisloosheid opnieuw gehuisvest zijn. De overgang naar zelfstandig wonen is vaak kwetsbaar, waardoor nazorg cruciaal is om terugval te voorkomen. Het vraagt ook vaak tijd voor de cliënt om te wennen aan de nieuwe woonsituatie en een hulpverleningsrelatie op te bouwen vanuit vertrouwen

 

De begeleiding richt zich onder meer op:

        Opvolging van het effectief gebruik van de woning en het naleven van afspraken met de verhuurder.

        Ondersteuning bij woonvaardigheden en huishoudelijke organisatie zoals poetsroutine, budgetplanning, afvalbeheer en energiegebruik.

        Vroegtijdige detectie van signalen van woonverlies zoals oplopende schulden, conflicten of verwaarlozing van de woning.

        Versterking van het sociaal en professioneel netwerk rond de cliënt, zodat er een duurzaam vangnet ontstaat.

Nazorg heeft als doel duurzame woonstabiliteit te garanderen en te voorkomen dat cliënten opnieuw in dak- of thuisloosheid terechtkomen.

 

Capaciteit

Binnen deze overeenkomst kan CAW De Kempen gelijktijdig :

        6 lopende begeleidingstrajecten doen. Dit kan bijgevolg gaan over begeleidingen inzake reguliere woonbegeleidingen, trajecten herhuisvesting of nazorg.

OCMW Mol kan wel steeds dossiers blijven aanmelden.

 

Er wordt een gedeeld document opgesteld waarin onderstaande gegevens vervat zijn. Dit document wordt wekelijks up to date gemaakt. Hierin worden ook de kennismakingsgesprekken en de evaluatiemomenten in opgenomen. Dit zorgt ervoor dat alles realtime raadpleegbaar is.

        lopende trajecten;

        beschikbare capaciteit;

        wachtlijst (indien van toepassing).

 

5. Aanmelding en intake

        Aanmeldingen gebeuren uitsluitend door OCMW Mol via een afgesproken online aanmeldingsformulier. Via dit rapport kunnen we als OCMW Mol ook zien in welke mate er nog begeleidingscapaciteit is.

        Het mandaat voor aanmelding van een dossier ligt bij het OCMW. Zij doen een screening van de aanmelding. Elk dossier dat op de aanmeldingslijst en eventueel na afstemming kan opgestart worden, moet opgestart worden. Indien de medewerker van het CAW Kempen na afzienbare tijd van mening is dat er geen verder traject kan gelopen worden, omwille van bepaalde redenen, kan na overleg met de OCMW medewerker dit traject beëindigd worden.

        CAW De Kempen bezorgt maandelijks een overzicht van:

        lopende begeleidingen;

        beschikbare capaciteit;

        eventuele wachtlijst.

Indien een plaats vrijkomt, wordt in overleg tussen CAW en OCMW bepaald welk dossier prioritair kan opstarten, rekening houdend met de actuele situatie van cliënten.

Een lopend traject kan enkel stopgezet worden na overleg tussen CAW en de betrokken maatschappelijk werker van het OCMW.

 

6. Begeleiding en opvolging

CAW De Kempen hanteert binnen deze samenwerking een aanklampende, intensieve en procesmatige begeleidingshouding, afgestemd op de draagkracht en mogelijkheden van de cliënt.

 

6.1 Minimale begeleidingsintensiteit

De begeleiding is niet geheel vrijblijvend. Vanuit het OCMW Mol worden er een aantal verwachtingen gesteld. Deze verwachting worden opgenomen in het actieplan en tevens geëvalueerd.

Binnen individuele trajecten gelden volgende minimale verwachtingen:

        gemiddeld één fysieke afspraak of huisbezoek per week;

        minstens één overlegmoment per maand met cliënt én maatschappelijk werker van OCMW Mol;

        actieve bereikbaarheid en opvolging bij niet-nakomen van afspraken.

 

6.2 Opstart en actieplan

        Binnen één maand na aanmelding vindt een kennismakingsgesprek plaats tussen cliënt, CAW en OCMW.

        Er wordt een begeleidings- of actieplan opgemaakt met concrete doelstellingen, acties en taakverdeling.

Voorbeelden van begeleiding zijn o.a. (lijst niet limitatief en wordt besproken ikv taakverdeling):

        Huishoudelijke vaardigheden;

        Samen actief zoeken naar duurzame huisvestingsmogelijkheden als het een tijdelijke woonsituatie betreft;

        Sociale administratie en financiële hulpverlening;

        Herstellen, versterken en verbreden van het netwerk (persoonlijk en professioneel);

        Relationele begeleiding;

        Rehabilitatie;

        Zoektocht naar dagbesteding / werk;

        Medische (verslaving) / juridische / opvoedingsondersteunende begeleiding;

        Psychosociale ondersteuning.

 

Dit plan wordt afgestemd met de maatschappelijk werker van OCMW Mol en door alle betrokkenen onderschreven.

 

6.3 Evaluatie en duur

Een eerste evaluatie vindt plaats uiterlijk drie maanden na opstart in kader van de reguliere woonbegeleiding en na 2 maanden nazorgbegeleiding. Tijdens dit gesprek zullen nieuwe afspraken gemaakt worden en de verdere opvolging van het traject. Indien uit de evaluatie blijkt dat een warme overdracht naar een andere partner of een andere dienst binnen CAW Kempen noodzakelijk is, zal de medewerker van CAW De Kempen deze taak op zich nemen.

        Reguliere woonbegeleiding duurt maximaal zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging van drie maanden mits gemotiveerd akkoord.

        Nazorgtrajecten duren maximaal drie maanden, verlengbaar met één maand.

 

6.4 Niet-naleven van afspraken

Bij herhaald niet-naleven van afspraken registreert CAW De Kempen de ondernomen contactpogingen.

Na drie onsuccesvolle contactpogingen wordt de maatschappelijk werker van OCMW Mol verwittigd.

Stopzetting van een traject gebeurt steeds na overleg tussen CAW en OCMW Mol.

Na een negatieve evaluatieperiode wordt er een sanctieperiode van 3 maanden uitgesproken. Er kan bijgevolg geen nieuw traject CAW- traject ingekocht door OCMW Mol opgestart worden binnen de drie maanden. Deze sanctieperiode kan individueel van afgeweken worden afhankelijk van de situatie. Dit dient individueel bekeken te worden.

 

7. Algemene bepalingen

 

7.1 Communicatie en briefwisseling

Er worden jaarlijks minstens vier overlegmomenten vastgelegd, die plaatsvinden op de locatie van het OCMW. Tijdens deze overlegmomenten is minimaal de aanwezigheid van de expert daklozen en één daklozenbegeleider van de sociale dienst OCMW Mol vereist en de Teamverantwoordelijke Wonen van CAW De Kempen. De coördinator Wonen van CAW De Kempen sluit aan bij de bespreking van de jaarevaluatie. Indien nodig kan, in onderling overleg tussen de partners, een bijkomend overlegmoment worden ingepland.

Tijdens deze overlegmomenten wordt gerapporteerd over de opgenomen taken, inclusief een tijdsindicatie per onderdeel alsook de bereikte doelgroep per onderdeel. Ze zijn tevens verantwoordelijk voor het tijdig signaleren van eventuele knelpunten. Verandering op gebied van personeelsniveau dienen verder afgestemd te worden met het afdelingshoofd sociale dienst of het diensthoofd sociale dienst.  

Er wordt transparant gecommuniceerd over de invulling van de beschikbare uren. Wanneer er ruimte of verschuivingen ontstaan binnen de opdracht, wordt dit tijdig aangekaart zodat in overleg kan bekeken worden welke aanvullende taken of accenten kunnen worden toegevoegd binnen de beschikbare inzet. Dit wordt als vast onderdeel besproken op het viermaandelijks overleg, maar CAW De Kempen zal hierover ook tussentijds communiceren indien al sneller blijkt dat er beschikbare personeelstijd is.

Voor gemeente Mol zal de expert daklozen als contactpersoon fungeren. Voor CAW de Kempen fungeert de Teamverantwoordelijke Wonen als contactpersoon.

 

7.2 Geheimhouding en beveiliging

Beide partijen verbinden zich ertoe om vertrouwelijke informatie die zij in het kader van deze samenwerking ontvangen, strikt vertrouwelijk te behandelen en niet aan derden bekend te maken zonder voorafgaande toestemming van de andere partij.

 

7.3 Gedeeld beroepsgeheim

Ondanks het beroepsgeheim verwachten we van onze hulpverleners een houding die gericht is op samenwerking in het belang van onze cliënten. Een te strikte toepassing van het beroepsgeheim staat samenwerking in de weg. In rechtspraak en rechtsleer aanvaardt men het principe van gedeeld beroepsgeheim. Om te kunnen spreken van gedeeld beroepsgeheim moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn.

        Er is (steeds) toestemming van de cliënt en de gegevensuitwisseling gebeurt in alle transparantie. De toestemming van de cliënt moet specifiek zijn (wat mag ik delen) en volgehouden zijn. Informatie wordt bij voorkeur gedeeld in het bijzijn van de cliënt. Indien de cliënt niet aanwezig kan zijn tijdens de informatiedeling, wordt de inhoud met de cliënt achteraf besproken.

        Iedereen waarmee men info deelt heeft eenzelfde beroepsgeheim en is inhoudelijk betrokken bij de hulpverlening van de cliënt.

        De gedeelde gegevens zijn noodzakelijk voor het hulpverleningstraject van de cliënt.

We verwijzen voor verdere info naar de brochure ‘Hoe gaat CAW De Kempen om met cliëntinformatie?’.

 

8. Personeel

Jaarlijks geeft de partner feedback over de CAW- begeleider in functie van medewerkersgesprekken georganiseerd door CAW De Kempen.

 

CAW De Kempen engageert zich ertoe om:

        in te staan voor de functionerings- en evaluatiegesprekken met de hulpverleners;

        in overleg met de contactpersoon van de partner de nodige maatregelen te nemen bij disfunctioneren van een hulpverlener;

        ervoor te zorgen dat de hulpverleners kunnen werken binnen het deontologisch kader van CAW De Kempen;

        de inhoudelijke leiding en verantwoordelijkheid op te nemen voor de uitgebouwde hulpverlening en het daartoe onder andere het tewerkgestelde personeel te coachen, te begeleiden en te evalueren.

        de medewerker te voorzien van middelen die nodig zijn om zijn/haar functie uit te oefenen (laptop, smartphone…), maar ook vorming en opbouw van expertise.

 

9. Financiële en inhoudelijke evaluatie

CAW De Kempen verbindt zich ertoe om de voor de uitvoering van de in deze samenwerkingsovereenkomst vermelde opdrachten een afzonderlijke boekhoudkundige rekening bij te houden die dienst zal doen als financieel verslag, nodig voor de uitbetaling. Deze rekening mag een afdruk zijn van de gebruikte boekhouding.

De maximale kostprijs per jaar is bedraagt 25.000 euro en wordt pro rata berekend aan de hand van het aantal lopende begeleidingen.

Werkingsmiddelen vallen expliciet buiten de scope van deze samenwerking.

Het financieel verslag moet jaarlijks voor controle en nazicht bezorgd worden aan het afdelingshoofd Sociale Dienst, samen met het inhoudelijk verslag zoals hierboven vermeld.

Gemeente Mol en OCMW Mol kunnen bijkomende verantwoordingsstukken opvragen en moeten kunnen nagaan of de financiering van de actie werd gerealiseerd zoals voorzien in de opdracht, en dit op actieniveau en in het kader van de gehele boekhouding van CAW De Kempen.

CAW De Kempen verbindt zich ertoe om begin maart een inhoudelijke evaluatie en een afrekening te bezorgen van het voorbije jaar. Gemeente Mol nodigt het CAW uit om deze evaluatie te bespreken.

Wat de financiële evaluatie betreft, verbindt CAW De Kempen zich ertoe om alle uitgaven te staven en stelt jaarlijks een een financieel resultaat samen op basis van:

        het aantal begeleidingen;

 

De betalingen gebeuren door storting op het rekeningnummer van CAW: BE 73 0682 2182 2960 op naam van CAW De Kempen, Hofkwartier 23, 2200 Herentals.

De inhoudelijke evaluatie houdt, minstens het volgende in:

        Het aantal begeleidingen op jaarbasis opgesplitst per soort begeleiding;

        Per cliënt willen we een zicht hebben op het aantal fysieke contacten en overlegmomenten.

        Per cliënt willen we een zicht hebben op de contacten per sms, mail of telefoon

        Per cliënt willen we een zicgt

        Per cliënten willen we een zicht hebben op de doorstroom na afronding van het traject. (partner, stabiele huisvesting, positieve en negatieve stopzetting + reden)

        Per cliënt willen we een zicht hebben op de ondernomen stappen vanuit het CAW.

        De gemiddelde duurtijd van een traject

        Het aantal deelnemers aan de groepsessies;

        Een overzicht van de partners waarnaar is doorverwezen.

        Een overzicht van de signalen of tendensen;

        Een overzicht van de cliënten / deelnemers op basis van:

        leeftijd;

        geslacht;

        domicilie;

        leefdomeinen.

 

10. Duurtijd

 

10.1. Duur van de overeenkomst

De overeenkomst geldt voor de duur van 01/10/2026 tot en met 31/12/2031. Na het verstrijken van deze termijn kan er een nieuwe overeenkomst worden opgesteld.

 

10.2. Beëindigen van de overeenkomst

Indien de samenwerking wordt opgezegd door de opdrachtgever betreft de opzegtermijn een termijn die moet worden in acht genomen om het personeel te ontslaan. We voorzien dan een opzegtermijn van 6 maanden.

Bij een beëindiging van het arbeidscontract van de medewerker bekijken de partijen samen de budgettaire mogelijkheden op dat ogenblik. Afhankelijk van de beschikbare middelen wordt een oplossing uitgewerkt die financieel haalbaar is.

Partijen kunnen op elk moment de samenwerkingsovereenkomst opzeggen, mits voorafgaandelijk overleg tussen partijen met het oog op bemiddeling.

Indien de afspraken opgenomen in de overeenkomst niet opgevolgd worden, kan de overeenkomst eenzijdig en met onmiddellijke ingang opgezegd worden.

 

11. Aansprakelijkheid

zich aansprakelijk voor aanspraken van derden op schadevergoeding op grond van directe of indirecte schade, administratieve boetes of andere aanspraken.

In geval van geschillen tussen partijen zijn de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, afdeling Turnhout, bevoegd.

 

12. Staatssteun en overheidsopdrachten

De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten voorziet in een aantal afwijkingen op de verplichting tot het volgen van de reguliere plaatsingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

Artikel 42, §1, 1°, d) van die wet bepaalt dat een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking – en in de praktijk dus een afwijking van de normale plaatsingsregels – kan worden toegepast wanneer:

 

d) de werken, leveringen of diensten alleen door een bepaalde ondernemer kunnen worden verricht, om een van de volgende redenen:

 

i) de opdracht heeft als doel het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of het leveren van een unieke artistieke prestatie;

ii) mededinging ontbreekt om technische redenen;

iii) uitsluitende rechten moeten worden beschermd, met inbegrip van de intellectuele eigendomsrechten.

 

CAW De Kempen valt binnen het toepassingsgebied van bovenstaand artikel.

 

De exclusiviteit vloeit voort uit het wettelijke karakter van de samenwerking van het lokaal bestuur met het CAW. De samenwerking met het CAW is gebaseerd op de verplichting van het lokaal bestuur om een duurzaam samenwerkingsverband met het CAW op te richten binnen het kader van het decreet betreffende het lokaal sociaal beleid van 9 februari 2018 (art. 9). Specifiek voor het arrondissement Turnhout, is enkel CAW De Kempen actief.

 

13. Ondertekening

Opgemaakt te Herentals op XXX/XX/2026 in 2 exemplaren, waarvan alle partijen erkennen 1 getekend exemplaar ontvangen te hebben.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.