ZITTING VAN MAANDAG 15 DECEMBER 2025

 

Aanwezig:

voorzitter

Ann Smeyers

burgemeester

Wim Caeyers

schepenen

Greet Van Tiggelen, Lotte Vreys, Hilde Valgaeren, Lieve Heurckmans, Hans De Groof, Frederik Loy, Wendy Soeffers

raadsleden

Paul Vanhoof, Koen Van Gompel, Tomas Sergooris, Zehra Ünlü, Maria Belmans, Jan Vangheel, Hanne Paepen, Lander Geyzen, Anneleen Dom, Sofie Molenberghs, Maarten Van Camp, Chris Xhenseval, Cindy Dexters, Kris Paepen, Emiel Ruts, Ward Buyens, Jens Timmermans, Liesbet Lommelen, Marc Sannen, Sonja Smaers, Lisette Heuvelmans, Griet Van Hecken, Stef Vandycke, Mick Vanlimbergen

algemeen directeur

Laurens Moubax

 

raadslid Cindy Dexters verlaat de vergadering vanaf punt 12.

raadslid Cindy Dexters vervoegt de vergadering vanaf punt 13.

schepen Wendy Soeffers verlaat de vergadering vanaf punt 40.

schepen Wendy Soeffers vervoegt de vergadering vanaf punt 42.

raadslid Liesbet Lommelen verlaat de vergadering vanaf punt 61.

raadslid Liesbet Lommelen vervoegt de vergadering vanaf punt 63.

raadslid Sofie Molenberghs verlaat de vergadering vanaf punt 76.

raadslid Sofie Molenberghs vervoegt de vergadering vanaf punt 81.

raadslid Marc Sannen verlaat de vergadering vanaf punt 97.

raadslid Marc Sannen vervoegt de vergadering vanaf punt 99.

 

Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

NOTULEN GEMEENTERAAD - 24 NOVEMBER 2025 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad vergaderde in zitting van 24 november 2025.

 

De notulen en het verslag van de toegevoegde agenda van deze gemeenteraad werden in Meeting.mobile gekoppeld als bijlage aan dit agendapunt.

 

Juridische gronden

Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de notulen van de vergadering van de gemeenteraad worden opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur overeenkomstig artikelen 277 en 278.

Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de notulen ter beschikking worden gesteld.

 

Artikel 33 § 1 van het huishoudelijk reglement - goedgekeurd op de gemeenteraad van 11 maart 2019 - bepaalt dat de notulen van de gemeenteraad alle besproken onderwerpen vermelden in chronologische volgorde, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen.

 

Artikel 34 § 1 van het huishoudelijk reglement bepaalt dat de notulen van de vergadering van de gemeenteraad onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur worden opgesteld overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur. 

 

Bijlagen

  1. Notulen en verslag gemeenteraad 24 november 2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het is verplicht dat de notulen van de vorige gemeenteraad worden goedgekeurd op de eerstvolgende gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De notulen van de gemeenteraad van 24 november 2025 worden goedgekeurd.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

REGIOWERKING - PERIODIEKE RAPPORTERING - KENNISNAME

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Door de inwerkingtreding van het Regiodecreet wordt elke Vlaamse gemeente ingedeeld in één referentieregio. Er zijn 15 referentieregio's: Mol bevindt zich in de regio Kempen.

 

Het Regiodecreet is van toepassing op intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid. De aandacht kan hierbij gaan naar het versterken van de regionale samenwerking en het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen.

 

In de praktijk schrijft de voorzitter van de gemeenteraad op grond van artikel 8 van het Regiodecreet de regiowerking minstens twee keer per jaar in op de agenda van de gemeenteraad opdat de raad zou kunnen waken over de afstemming van het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op de regiowerking.

 

Juridische gronden

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

Decreet over de regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur van 3 februari 2023.

 

Bijlagen

- verslag RvB Woonboog - 15-01-2025

- verslag RvB Woonboog - 5-02-2025

- verslag RvB Woonboog - 26-03-2025

- verslag RvB Woonboog - 2-04-2025

- verslag RvB Woonboog - 7-05-2025

- verslag RvB Woonboog - 4-06-2025

- verslag RvB Woonboog - 2-07-2025

- verslag RvB Woonboog - 3-09-2025

- verslag RvB Woonboog - 1-10-2025

- verslag RvB Woonboog - 5-11-2025

- verslag RvB Woonboog - 27-11-2025

- verslag Raad van Bestuur Stuifzand - 12-02-2025

- verslag Raad van Bestuur Stuifzand - 26-03-2025

- verslag IKA - 31-03-2025

- verslag IKA - 26-05-2025

- verslag IKA - 17-06-2025

- ontwerpnotulen AV IOK Afvalbeheer - 13-06-2025

- ontwerpnotulen AV IOK - 13-06-2025

- notulen RBC Noord Fluvius Kempen - 20-03-2025

- notulen RBC Zuid Fluvius Kempen - 20-03-2025

- notulen RBC Noord Fluvius Kempen - 22-04-2025

- notulen RBC Zuid Fluvius Kempen - 22-04-2025

- notulen RvB Fluvius Kempen - 8-05-2025

- notulen AV Fluvius Kempen - 17-06-2025

- verslag RvB Pidpa - 23-05-2025

- verslag AV Pidpa - 27-06-2025

- verslag AV Pidpa - 27-06-2025

- notulen RvB Fluvius Kempen - 17-06-2025

- verslag raad van bestuur IOK - 4-07-2025

- verslag raad van bestuur IOK afvalbeheer - 4-07-2025

- notulen RBC Zuid Fluvius Kempen - 17-06-2025

- notulen RBC Noord Fluvius Kempen - 17-06-2025

- verslag RvB IOK - 5-09-2025

- verslag RvB IOK - 19-09-2025

- verslag RvB IOK Afvalbeheer - 5-09-2025

- verslag RvB IOK Afvalbeheer - 19-09-2025

- verslag toewijzingsraad Woonboog - 8-10-2025

- besluitenlijst RvB Welzijnszorg Kempen - 8 oktober 2025

- verslag RvB Pidpa - 17 oktober 2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De voorzitter van de gemeenteraad schrijft op grond van artikel 8 van het Regiodecreet de regiowerking minstens twee keer per jaar in op de agenda van de gemeenteraad opdat de raad zou kunnen waken over de afstemming van het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op de regiowerking.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad neemt in het kader van de periodieke rapportering m.b.t. de regiowerking kennis van:

- verslag RvB Woonboog - 15-01-2025

- verslag RvB Woonboog - 5-02-2025

- verslag RvB Woonboog - 26-03-2025

- verslag RvB Woonboog - 2-04-2025

- verslag RvB Woonboog - 7-05-2025

- verslag RvB Woonboog - 4-06-2025

- verslag RvB Woonboog - 2-07-2025

- verslag RvB Woonboog - 3-09-2025

- verslag RvB Woonboog - 1-10-2025

- verslag RvB Woonboog - 5-11-2025

- verslag RvB Woonboog - 27-11-2025

- verslag Raad van Bestuur Stuifzand - 12-02-2025

- verslag Raad van Bestuur Stuifzand - 26-03-2025

- verslag IKA - 31-03-2025

- verslag IKA - 26-05-2025

- verslag IKA - 17-06-2025

- ontwerpnotulen AV IOK Afvalbeheer - 13-06-2025

- ontwerpnotulen AV IOK - 13-06-2025

- notulen RBC Noord Fluvius Kempen - 20-03-2025

- notulen RBC Zuid Fluvius Kempen - 20-03-2025

- notulen RBC Noord Fluvius Kempen - 22-04-2025

- notulen RBC Zuid Fluvius Kempen - 22-04-2025

- notulen RvB Fluvius Kempen - 8-05-2025

- notulen AV Fluvius Kempen - 17-06-2025

- verslag RvB Pidpa - 23-05-2025

- verslag AV Pidpa - 27-06-2025

- verslag AV Pidpa - 27-06-2025

- notulen RvB Fluvius Kempen - 17-06-2025

- verslag raad van bestuur IOK - 4-07-2025

- verslag raad van bestuur IOK afvalbeheer - 4-07-2025

- notulen RBC Zuid Fluvius Kempen - 17-06-2025

- notulen RBC Noord Fluvius Kempen - 17-06-2025

- verslag RvB IOK - 5-09-2025

- verslag RvB IOK - 19-09-2025

- verslag RvB IOK Afvalbeheer - 5-09-2025

- verslag RvB IOK Afvalbeheer - 19-09-2025

- verslag toewijzingsraad Woonboog - 8-10-2025

- besluitenlijst RvB Welzijnszorg Kempen - 8 oktober 2025

- verslag RvB Pidpa - 17 oktober 2025

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

JAARREKENING 2024 - BESLUIT VAN DE GOUVERNEUR TOT GOEDKEURING VAN DE JAARREKENING OVER HET FINANCIËLE BOEKJAAR 2024 VAN DE GEMEENTE EN HET OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN MOL - KENNISNAME

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad stelde in zitting van 26 mei 2025 de jaarrekening 2024 vast.

 

Juridische gronden

Artikel 332, §1, derde lid van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Bijlagen

  1. Besluit van de gouverneur tot goedkeuring van de jaarrekening 2024

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De jaarrekening 2024 werd gemeld aan Agentschap Binnenlands Bestuur.

 

Uit het onderzoek van de jaarrekening blijkt niet dat ze onjuist of onvolledig is of dat ze geen waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand. Er zijn wel bemerkingen van technische aard.

 

Deze jaarrekening werd goedgekeurd door de gouverneur op 19 november 2025.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad neemt kennis van het besluit van de gouverneur tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2024 van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Mol.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De gemeenteraad wordt geschorst om 20.02 uur en terug hervat om 01.11 uur.

 

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

MEERJARENPLAN 2026-2031 - VASTSTELLING EN GOEDKEURING

a) vaststelling deel van de gemeetne

Goedgekeurd

met 7 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Cindy Dexters (ProMol), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)b) goedkeuring deel raad voor maatschappelijk welzijn

Goedgekeurd

met 5 stemmen tegen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

en 7 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Cindy Dexters (ProMol), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het college van burgemeester en schepenen stelde een ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 op. 

 

Juridische gronden

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2023 over de beleids- beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen als wijziging op het kader.

De omzendbrief van de Vlaamse minister van Binnenland van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

 

Bijlagen

  1. Meerjarenplan 2026-2031
  2. Documentatie

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het komt de gemeenteraad toe om het meerjarenplan 2026-2031 voor het deel van de gemeente vast te stellen en het deel van het OCMW zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed te keuren.

Door deze goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.

 

Het meerjarenplan 2026-2031 bestaat uit volgende documenten:

        De strategische nota bevat de beleidsverklaring, een overzicht van de beleidsdoelstellingen en de prioritaire actieplannen en acties

        De financiële nota is de financiële vertaling van de beleidsdoelstellingen en beleidsopties uit de strategische nota met:

        Schema M1: Het financiële doelstellingenplan

        Schema M2: De staat van het financiële evenwicht

        Schema M3: Het overzicht van de kredieten

        De toelichting met:

        Schema T1: Ontvangsten en uitgaven per beleidsdomein

        Schema T2: Ontvangsten en uitgaven naar economische aard

        Schema T3: Overzicht van de financiële schulden

        Overzicht van de investeringen

        Overzicht van de personeelsinzet

        Overzicht van de verbonden entiteiten

        Overzicht van de financiële risico's

        Beschrijving van de gekozen grondslagen en assumpties

        Nominatieve subsidies

De documentatie bij het meerjarenplan

 

De kredieten voor 2026:

 

2026

Uitgaven

Ontvangsten

Kredieten Gemeente

 

 

Exploitatie

79.635.633

84.151.993

Investeringen

16.811.749

1.267.193

Financiering

4.353.228

19.412.044

Leningen en Leasings

3.719.794

19.307.697

Toegestane leningen en betalingsuitstel

200.000

104.348

Overige financieringstransacties

433.434

 

Kredieten OCMW

 

 

Exploitatie

28.590.514

26.925.078

Investeringen

1.356.850

721.233

Financiering

1.642.547

0

Leningen en Leasings

1.642.547

0

Toegestane leningen en betalingsuitstel

0

0

 

De autofinancieringsmarge voor gemeente en OCMW:

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Gemeente en OCMW

-1.595.458

-1.119.956

-97.069

175.152

275.911

774.605

 

Financiële weerslag

Het meerjarenplan heeft financiële gevolgen voor de gemeente.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad stelt zijn deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt het deel zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed.

 

Artikel 3

Door deze goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

KUNSTGRASVELDEN - SUBSIDIEREGLEMENT - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 7 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Cindy Dexters (ProMol), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 15 december 2025 het meerjarenplan 2026-2031 goed.

 

Juridische gronden

Art. 40§3 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen goedkeurt.

 

Inspraak en advies

De sportraad gaf een positief advies op 3 december 2025.

 

Bijlagen

1) Advies sportraad

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het meerjarenplan werden een aantal prioritaire acties goedgekeurd waarbij de gemeente wil inzetten op het versterken van verenigingen en ontmoeting.

Actie 1/2/5 Laagdrempelige infrastructuur voor ontmoeting: We ondersteunen en werken samen met partners die over infrastructuur beschikken om laagdrempelige ontmoeting mogelijk te maken.

Actie 2/3/3 Financiële steun voor verenigingen: We ondersteunen verenigingen financieel met renteloze leningen, nominatieve, werkings- en investeringssubsidies, en maken het aanvragen ervan eenvoudiger en toegankelijker.

 

Met de renteloze leningen en het infrastructuurfonds steunt de gemeente al in belangrijke mate cultuur-, jeugd- en sportverenigingen en gemeenschapshuizen. Deze steun wordt door de verenigingen niet altijd als toereikend ervaren om zeer zware investeringen te kunnen doen.

 

De steun aan verenigingen wordt in dit reglement versterkt door een bijkomende subsidie voor de aanleg van een eerste kunstgrasveld. Met deze subsidie maakt de gemeente een duurzame keuze die langdurige meerwaarde oplevert voor zowel de sportieve infrastructuur als de bredere gemeenschap.

 

Financiële weerslag

De infrastructuursubsidie is in het meerjarenplan opgenomen:

Actie

2/3/3

Registratiesleutel

66400000/074000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het volgende subsidiereglement voor de periode 2026-2031 goed:

 

SUBSIDIEREGLEMENT INFRASTRUCTUURSUBSIDIE KUNSTGRASVELDEN

 

Artikel 1: Algemeen

 

Binnen de grenzen van het goedgekeurde budget van de gemeente Mol verleent de gemeente infrastructuursubsidies aan sportclubs voor investeringen in kunstgrasvelden.

 

Artikel 2: Voor wie

 

De infrastructuursubsidie kan aangevraagd worden door verenigingen:

        aangesloten bij de sportraad van de gemeente Mol of de rechtspersoon die de onroerende belangen beheert van de vereniging die aangesloten is bij de sportraad en

        die een rechtspersoon vormen en

        die het maatschappelijk doel, zoals vastgesteld in haar statuten, minstens reeds vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag op actieve wijze uitvoeren in de gemeente Mol en

        die hoofdgebruiker zijn van de infrastructuur en zelf instaan voor het onderhoud en

        die geen school is en geen commerciële of politieke doeleinden heeft.

 

Bovendien neemt de sportclub actief deel aan lokale en bovenlokale overlegplatformen ter bevordering van de  samenwerking tussen clubs en het lokale bestuur. Bv. Initiatieven van de sportraad, Jeugdsportnet               Zuiderkempen, …

 

Artikel 3: Voorwaarden

 

De infrastructuursubsidie kan enkel worden verleend onder volgende cumulatieve voorwaarden:

 

3.1 Algemene voorwaarden voor alle categorieën:

 

        De subsidie kan enkel gebruikt worden voor de aanleg van een eerste kunstgrasveld (omheining,  dug-out en verlichting inbegrepen).

        De aanvrager moet hetzij eigenaar zijn van de infrastructuur en eigenaar blijven gedurende minimaal 10 jaar na het verstrekken van de subsidie, hetzij van een erfpacht of recht van opstal genieten voor de onroerende infrastructuur gedurende minimaal 10 jaar na het verstrekken van de subsidie. 

        Indien de werken vergunningsplichtig zijn, dient de aanvrager te beschikken over een nog niet vervallen omgevingsvergunning en dienen de werken conform deze vergunning te worden uitgevoerd.

        De geplande investering dient te voldoen aan alle eisen die door alle overheden opgelegd zijn rond bijv. milieu, duurzaamheid, onderhoudsvriendelijkheid, akoestiek, toegankelijkheid, brandveiligheid …

        De vereniging moet er zich toe verbinden de afgevaardigde(n) van de gemeente te allen tijde toegang te verlenen tot de infrastructuur waarop de subsidie betrekking heeft teneinde de voorwaarden te kunnen controleren.

        De aanvraag moet gebeuren voor de start van de werken. De werken moeten gestart worden binnen één jaar na de beslissing tot toekenning van de subsidie.

 

        De aanvrager moet in de communicatie over het project vermelden dat de investering gebeurde met steun van gemeente Mol en moet op de infrastructuur op een zichtbare plaats en op duurzame wijze het logo van de gemeente Mol, dat door de gemeente ter beschikking wordt gesteld, aanbrengen.

        Het gemeentebestuur kan tot 3 keer per jaar en dit tot 10 jaar na de toekenning van de subsidie gratis gebruik maken van het kunstgrasveld en de bijhorende accommodatie. In samenspraak met de club worden deze momenten voor de start van het seizoen vastgelegd.

 

Door het indienen van de aanvraag verklaart de aanvrager zich akkoord met alle bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 4: Bedrag

 

De infrastructuursubsidie voor een eerste kunstgrasveld bedraagt 80% van de kostprijs, met een maximum van 400.000 euro.

 

Volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidies:

        Btw indien de vereniging btw-plichtig is. Als de aanvrager alleen activiteiten uitoefent die vrijgesteld zijn door artikel 44 van het btw-wetboek, komt de btw op de investeringen ook in aanmerking voor subsidies

        De kosten voor allerlei vergunningen

        Werkuren vrijwilligers

 

Eventuele andere subsidies of sponsoring van de gemeente of andere overheden, instellingen, stichtingen of niet commerciële organisaties worden in mindering gebracht van de totale kostprijs.

 

Indien de aanvrager tevens een renteloze lening met infrastructuursubsidie aangaat voor de investering bij de gemeente Mol, kunnen de percentages van de infrastructuursubsidies van onderhavig reglement en de percentages infrastructuursubsidie van het reglement betreffende de renteloze leningen met infrastructuursubsidie niet gecumuleerd worden. Enkel het percentage van dit reglement is dan van toepassing. Het toegekende bedrag van de renteloze lening moet in dat geval in tien gehele schijven integraal terugbetaald worden.

 

Artikel 5: Procedure

 

5.1 Aanvraag:

De vereniging bezorgt het aanvraagdossier aan het college van burgemeester en schepenen.  De vereniging dient de aanvraag in vóór 1 oktober om een infrastructuursubsidie voor een eerste kunstgrasveld te bekomen voor het daaropvolgende budgetjaar.

 

5.2. Aanvraagdossier:

Het aanvraagdossier bevat:

        een volledig en correct ingevuld aanvraagformulier

        een omschrijving van het doel en de planning van de geplande investering

        een financieel verslag (balans en resultatenrekening) van de laatste drie boekjaren van de vereniging;

        een gedetailleerde kostenraming van de investering met offertes

        het financieringsplan, inclusief eventuele andere subsidies, van het volledige project en de afbetalingsmodaliteiten;

        de statuten van de vereniging voor zover deze niet digitaal raadpleegbaar zijn in het staatsblad.

        een bewijs dat de aanvrager hetzij eigenaar is van de onroerende infrastructuur en bijhorende grond, hetzij van een erfpacht of recht van opstal geniet op de onroerende infrastructuur, uitgezonderd wanneer de erfpacht of het recht van opstal werd verleend door de gemeente Mol of dat de subsidie wordt gebruikt om de eigendom te verwerven.

 

5.3 Een delegatie van de gemeentelijke administratie zal:

        de aanvragers uitnodigen voor een intakegesprek waarop alle voorwaarden en modaliteiten besproken worden;

        nakijken of het dossier volledig is. Indien het dossier niet volledig is, wordt de aanvrager hiervan op de hoogte gebracht en wordt een bijkomende termijn gegeven van maximum 2 maanden, waarbinnen de vereniging het dossier moet aanvullen;

        nakijken of de geplande investeringen in overeenstemming zijn met de regels van de ruimtelijke ordening en brandveiligheid;

        nakijken of aan alle voorwaarden voldaan is;

        schriftelijk advies uitbrengen bij de sportraad en bij het college van burgemeester en schepenen.

 

5.4. Toewijzingsregels:

Er kan maximaal één aanvraag per club worden toegekend in de beleidsperiode 2026-2031.

 

In eenzelfde budgetjaar mag het totaal bedrag van de toegestane infrastructuursubsidies kunstgrasvelden het door de gemeenteraad goedgekeurde budget voor infrastructuursubsidies kunstgrasvelden niet overschrijden tenzij er op het gemeentelijk budget nog voldoende middelen voorzien zijn. De sportraad, geeft een advies over het al dan niet geheel of gedeeltelijk toekennen van de infrastructuursubsidie aan de aanvrager. 

 

Infrastructuursubsidies worden in volgorde van prioriteit toegestaan. Bij meerdere aanvragen geldt als criterium het aantal jeugdspelers gedomicilieerd in Mol en het aantal beschikbare terreinen t.o.v. het aantal jeugdspelers.

 

De adviesraad kan adviseren om aan alle aanvragen met eenzelfde prioriteit een lager bedrag toe te kennen dan gevraagd of om bepaalde aanvragen te weigeren of te verschuiven naar het volgende jaar.

 

Aanvragen die later worden ingediend dan 1 oktober worden behandeld in chronologische volgorde van de aanvraag. Er kan enkel nog een infrastructuursubsidie worden toegestaan voor zover er nog budget beschikbaar is. Indien er geen budget meer beschikbaar is, wordt de aanvraag verschoven naar het volgende jaar waar de aanvraag zal behandeld worden samen met de andere aanvragen. Voor dringende projecten waarvan een uitstel van de subsidie het voortbestaan van de werking van de vereniging  ernstig in gevaar brengt, kan uitzonderlijk een afwijking worden toegestaan.  

 

Een aanvraag kan (gedeeltelijk) worden geweigerd voor de onderdelen van de aanvraag waarop het subsidiereglement niet van toepassing is.

 

5.5 Het college van burgemeester en schepenen:

        zal na advies van de delegatie van de gemeentelijke administratie en van de sportraad, overgaan tot beslissing omtrent de voorliggende aanvraagdossiers;

        kan slechts infrastructuursubsidies toestaan voor het maximaal bedrag aan kredieten, dat voor het budgetjaar waarop de aanvraag betrekking heeft voorzien is in de meerjarenplanning van de gemeente Mol.

 

Artikel 6: Financiële procedure voor de uitbetaling

 

Binnen de 50 dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie, wordt 50% van de toegekende subsidie uitbetaald. Indien een omgevingsvergunning nodig is, kan slechts tot uitbetaling worden overgegaan nadat deze vergunning werd afgeleverd.

Nadat de investering voltooid werd en na voorlegging van de facturen op naam van de aanvrager en betalingsbewijzen van alle kosten waarvoor de subsidie werd toegekend, wordt het saldo van de subsidie uitgekeerd. In voorkomend geval zal het college van burgemeester en schepenen binnen de 50 dagen de redenen van de weigering aan de aanvrager meedelen. De bewijzen van de volledige aanwending van de eerste schijf dienen voorgelegd te worden binnen een termijn van 3 jaar die ingaat de dag na de uitbetaling van de eerste schijf. 

 

Artikel 7: Inbreuken

 

Als de subsidie wordt aangewend in strijd met dit reglement, of er valse of onjuiste gegevens werden verstrekt door de aanvrager, kan de toegekende subsidie door de gemeente integraal worden teruggevorderd, verhoogd met de wettelijke intrestvoet en kan desgevallend het nog niet uitbetaalde deel worden ingehouden. Daarnaast kunnen nieuwe aanvragen voor infrastructuursubsidies door dezelfde aanvrager of voor hetzelfde doel worden geweigerd. 

 

Artikel 8: Interpretaties

 

Het college van burgemeester en schepenen beslist in geval van twijfel over de interpretaties van het reglement.

 

Artikel 9: Inwerkingtreding en overgangsbepaling

 

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

In afwijking van artikel 5.1. moeten aanvragen voor infrastructuursubsidies voor het budget van 2026 worden ingediend vóór 1 mei 2026. Latere aanvragen worden chronologisch behandeld.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

INFRASTRUCTUURFONDS CULTUUR, JEUGD EN SPORTSECTOR EN GEMEENSCHAPSHUIZEN - SUBSIDIEREGLEMENT - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 1 onthouding: Cindy Dexters (ProMol)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 15 december 2025 het meerjarenplan 2026-2031 goed.

In zelfde zitting werd het reglement renteloze lening met infrastructuursubsidie jeugd-, cultuur- en sportsector goedgekeurd.

 

Juridische gronden

Art. 40§3 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen goedkeurt.

 

Inspraak en advies

De koepel van de cultuurraad gaf een positief advies op 1 december 2025.

De sportraad gaf een positief advies op 3 december 2025.

De jeugdraad gaf een positief advies op 1 december 2025.

 

Bijlagen

1) Advies cultuurraad

2) Advies sportraad

3) Advies jeugdraad

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het meerjarenplan werden een aantal prioritaire acties goedgekeurd waarbij de gemeente wil inzetten op het versterken van verenigingen en dorpen:

Actie 1/2/5 Laagdrempelige infrastructuur voor ontmoeting: We ondersteunen en werken samen met partners die over infrastructuur beschikken om laagdrempelige ontmoeting mogelijk te maken.

Actie 2/3/3 Financiële steun voor verenigingen: We ondersteunen verenigingen financieel met renteloze leningen, nominatieve, werkings- en investeringssubsidies, en maken het aanvragen ervan eenvoudiger en toegankelijker.

 

De renteloze lening die de gemeente al een aantal jaren toekent aan de verenigingen in de jeugd-, cultuur- en sportsector is een belangrijk instrument om investeringen in de infrastructuur van de verenigingen te kunnen doen, maar wordt door de verenigingen niet altijd als toereikend ervaren om zeer zware investeringen te kunnen doen of om te kunnen voldoen aan de strengere regelgeving inzake brandveiligheid.

 

De gemeente heeft daarom in de vorige legislatuur een bijkomende subsidie voorzien voor verenigingen en gemeenschapshuizen met zware investeringen. Deze subsidie wordt in dit reglement versterkt.

 

Financiële weerslag

De infrastructuursubsidie is in het meerjarenplan opgenomen.

 

Sport, cultuur en jeugd:

Actie

2/3/3

Registratiesleutel

66400000/074000, 66400000/075200 en 66400000/075010

 

Dorpenbeleid:

Actie

1/2/5

Registratiesleutel

66400000/017100

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het volgende subsidiereglement voor de periode 2026-2031 goed:

 

SUBSIDIEREGLEMENT INFRASTRUCTUURFONDS CULTUUR-, JEUGD- EN SPORTSECTOR EN GEMEENSCHAPSHUIZEN

 

Artikel 1: Algemeen

 

Binnen de grenzen van het goedgekeurde budget van de gemeente Mol verleent de gemeente infrastructuursubsidies aan verenigingen voor investeringen aan infrastructuur voor cultuur-, jeugd- of sportwerking of gemeenschapshuizen.

 

Verenigingen kunnen beroep doen op 3 categorieën van infrastructuursubsidies:

  1. Infrastructuursubsidies voor grote infrastructuurprojecten voor jeugd-, cultuur- en sportwerking of gemeenschapshuizen.
  2. Infrastructuursubsidies voor investeringen in het brandveiliger maken van infrastructuur voor overnachtingen door jeugd-, cultuur- en sportverenigingen.
  3. Infrastructuursubsidies voor investeringen in het brandveiliger maken van de infrastructuur voor jeugd-, cultuur- en sportverenigingen  of gemeenschapshuizen waar niet overnacht wordt.

 

Artikel 2: Voor wie

 

De infrastructuursubsidie kan aangevraagd worden door verenigingen:

- aangesloten bij de culturele raad, jeugdraad of sportraad van de gemeente Mol of de rechtspersoon die de onroerende belangen beheert van een vereniging die aangesloten is bij één van deze adviesraden

- of de rechtspersoon die aan de voorwaarden van een gemeenschapshuis voldoet dewelke hieronder gespecificeerd zijn in onderhavig artikel.

- die een rechtspersoon vormen en

- die het maatschappelijk doel, zoals vastgesteld in haar statuten, minstens reeds vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag op actieve wijze uitvoeren in de gemeente Mol en

- die hoofdgebruiker zijn van de infrastructuur en zelf instaan voor het onderhoud en

- die geen school is en geen commerciële of politieke doeleinden heeft, noch bestemd is voor de erediensten.

 

De infrastructuursubsidie kan aangevraagd worden door gemeenschapshuizen die aan de volgende voorwaarden voldoen:

-het gemeenschapshuis – een rechtspersoon - is toegankelijk voor alle verenigingen zonder winstoogmerk actief binnen het Molse gehucht waar het gemeenschapshuis gevestigd is.

-het gemeenschapshuis beschikt minimaal over een polyvalente zaal, een keuken, sanitair en een vergaderzaal.

-minstens 4 verenigingen gebruiken de infrastructuur regelmatig en ondersteunen de aanvraag.

-het gemeenschapshuis voert op actieve wijze het maatschappelijk doel, zoals vastgesteld in haar statuten, minstens reeds vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag uit in de gemeente Mol.

-het gemeenschapshuis heeft geen handelsdoeleinden, religieuze of politieke doeleinden.

 

Artikel 3: Voorwaarden

 

De infrastructuursubsidie kan enkel worden verleend onder volgende cumulatieve voorwaarden:

 

3.1 Algemene voorwaarden voor alle categorieën:

 

 De infrastructuursubsidie moet gebruikt worden voor duurzame investeringen in infrastructuur op het grondgebied van de gemeente Mol die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van de activiteiten die behoren tot de normale werking van de vereniging of gemeenschapshuis.

 Minimaal gedurende 10 jaar moet de infrastructuur hoofdzakelijk gebruikt worden voor de rechtstreekse werking van het lokaal cultuur-, jeugd- of sportbeleid of gemeenschapshuis.

 De aanvrager moet hetzij eigenaar zijn van de infrastructuur en eigenaar blijven gedurende minimaal 10 jaar na het verstrekken van de subsidie, hetzij van een erfpacht of recht van opstal genieten voor de onroerende infrastructuur minimaal gedurende minimaal 10 jaar na het verstrekken van de subsidie. Indien het recht van erfpacht of recht van opstal werd verleend door de gemeente Mol, vervalt deze voorwaarde. 

 Indien de werken vergunningsplichtig zijn, dient de aanvrager te beschikken over een nog niet vervallen omgevingsvergunning en dienen de werken conform deze vergunning te worden uitgevoerd.

 De geplande investering dient te voldoen aan alle eisen die door alle overheden opgelegd zijn rond bijv. milieu, duurzaamheid, onderhoudsvriendelijkheid, akoestiek, toegankelijkheid, brandveiligheid …

 Indien mogelijk moet de investering ook een investering in duurzaamheid zijn: vb. leiden tot een meer rationeel energieverbruik of gebruik van ecologische, natuurvriendelijke materialen.

 De vereniging of gemeenschapshuis moet er zich toe verbinden de afgevaardigde(n) van de gemeente te allen tijde toegang te verlenen tot de infrastructuur waarop de subsidie betrekking heeft teneinde de voorwaarden te kunnen controleren.

 De aanvraag moet gebeuren voor de start van de werken. De werken moeten gestart worden binnen één jaar na de beslissing tot toekenning van de subsidie.

 De aanvrager moet in de communicatie over het project vermelden dat de investering gebeurde met steun van gemeente Mol en moet op de infrastructuur op een zichtbare plaats en op duurzame wijze het logo van de gemeente Mol, dat door de gemeente ter beschikking wordt gesteld, aanbrengen. Het gemeentebestuur kan tot 3 keer per jaar en dit tot 10 jaar na de toekenning van de subsidie gratis gebruik maken van de gesubsidieerde infrastructuur voor de werking van de eigen diensten. Dit gebruiksrecht kan enkel worden toegepast na overleg met de aanvrager en voor zover het de werking van de aanvrager niet hindert.

 Gemeenschapshuizen komen enkel in aanmerking voor de infrastructuursubsidies als:

        het gemeenschapshuis toegankelijk is voor alle verenigingen zonder winstoogmerk actief binnen het Molse gehucht waar het gemeenschapshuis gevestigd is.

        het gemeenschapshuis minimaal over een polyvalente zaal, een keuken, sanitair en een vergaderzaal beschikt.

        minstens 4 verenigingen de infrastructuur regelmatig gebruiken en de aanvraag ondersteunen.

 Door het indienen van de aanvraag verklaart de aanvrager zich akkoord met alle bepalingen van dit reglement.

 

3.2 Bijkomende voorwaarden:

3.2.1. Voor infrastructuursubsidies voor grote infrastructuurprojecten voor jeugd-, cultuur- en sportwerking en gemeenschapshuizen

- Het infrastructuurproject heeft een totale kostprijs van minimum 125.000 euro

 

3.2.2. Voor infrastructuursubsidies voor investeringen in het brandveiliger maken van reeds bestaande infrastructuur voor overnachtingen door jeugd-, cultuur- en sportverenigingen:

- De investering heeft een totale kostprijs van minimum 12.500 euro

- Het infrastructuurproject is een investering in het verhogen van de brandveiligheid van infrastructuur die gebruikt wordt voor overnachtingen

- De investering gebeurt in uitvoering van een advies van de brandweerzone Kempen

- De infrastructuur beschikt over een erkenning als verblijf Toerisme voor allen

- Indien het om een verbouwing gaat, is de aanvrager verplicht om tevens een subsidiedossier in te dienen bij Toerisme Vlaanderen

 

3.2.3. Voor infrastructuursubsidies voor investeringen in het brandveiliger maken van reeds bestaande infrastructuur van gemeenschapshuizen:

- De investering heeft een totale kostprijs van minimum 5.000 euro

- Het infrastructuurproject is een investering in het verhogen van de brandveiligheid van een gemeenschapshuis

- De investering gebeurt in uitvoering van een advies of controleverslag van de brandweerzone Kempen

- Bij een positief brandverslag kan het bedrag van deze subsidie ook aangewend worden in                               investeringen in duurzaamheid van het gebouw waar minstens 4 verenigingen gebruik van moeten                             maken.

 

3.2.4. Voor infrastructuursubsidies voor investeringen in het brandveiliger maken van reeds bestaande infrastructuur voor jeugd-, cultuur- en sportverenigingen die niet gebruikt worden voor overnachtingen:

- De investering heeft een totale kostprijs van minimum 5.000 euro

- Het infrastructuurproject is een investering in het verhogen van de brandveiligheid van infrastructuur van jeugd-, sport en cultuurverenigingen die niet gebruikt wordt voor overnachtingen

- De investering gebeurt in uitvoering van een advies van de brandweerzone Kempen

 

Artikel 4: Bedrag

 

De infrastructuursubsidie bedraagt:

- Voor infrastructuursubsidies voor grote infrastructuurprojecten voor jeugd-, cultuur- en sportwerking en gemeenschapshuizen:

        30% voor een infrastructuurproject van 1 vereniging

        40% voor een infrastructuurproject van gemeenschapshuizen of voor projecten waar minstens 2 verenigingen hun bestaand patrimonium vervangen door 1 nieuwbouw of grondige renovatie van 1 van beide locaties

        50% voor een infrastructuurproject van accommodatie van verenigingen die voor overnachting gebruikt worden.

 Het totaal bedrag van de investeringen waarop bovenstaande percentages als subsidie betaald worden, bedraagt maximaal 650.000 euro.

 

- Voor infrastructuursubsidies voor investeringen in het brandveiliger maken van infrastructuur voor                              overnachtingen door jeugd-, cultuur- en sportverenigingen: 75% van de kostprijs van de investering                                           met een maximum van 52.500 euro aan subsidie

 

-  Voor infrastructuursubsidies voor investeringen in het brandveiliger maken van infrastructuur van een gemeenschapshuis: 75% van de kostprijs van de investering met een maximum van 26.250 euro aan subsidie

 

- Voor infrastructuursubsidies voor investeringen in het brandveiliger maken van infrastructuur van jeugd-, cultuur- en sportverenigingen waarin niet overnacht wordt: 75% van de kostprijs van de investering met een maximum van 10.000 euro aan subsidie

 

Voor de berekening van de kostprijs kunnen enkel volgende kosten in aanmerking komen voor subsidies:

1) Infrastructuurwerken of renovatiewerken (bouwmaterialen, werkuren vaklui, ontwerpen en studies, installaties)

2) Aankoop van installaties die onroerend worden door bestemming

3) Aankoop van gronden noodzakelijk voor de werking van de aanvrager

 

Volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidies:

1) Btw indien de vereniging of gemeenschapshuis btw-plichtig is. Als de aanvrager alleen activiteiten uitoefent die vrijgesteld zijn door artikel 44 van het btw-wetboek, komt de btw op de investeringen ook in aanmerking voor subsidies

2) De kosten voor allerlei vergunningen

3) Werkuren vrijwilligers

4) Aankoop gereedschap

5) Aankoop van verbruiksgoederen

6) Kosten voor roerende goederen

7) Het gewone huurdersonderhoud vermeld in artikel 1754 van het BW

8) Loutere opsmuk- en verfraaiingswerken

 

Eventuele andere subsidies of sponsoring van de gemeente of andere overheden, instellingen, stichtingen of niet commerciële organisaties worden in mindering gebracht van de totale kostprijs.

 

Indien de aanvrager tevens een renteloze lening met infrastructuursubsidie aangaat voor de investering bij de gemeente Mol, kunnen de percentages van de infrastructuursubsidies van onderhavig reglement en de percentages infrastructuursubsidie van het reglement betreffende de renteloze leningen met infrastructuursubsidie niet gecumuleerd worden. Enkel het percentage van dit reglement is dan van toepassing. Het toegekende bedrag van de renteloze lening moet in dat geval in tien gehele schijven integraal terugbetaald worden.

 

Een aanvrager kan voor één infrastructuurproject op de verschillende categorieën van infrastructuursubsidies beroep doen indien cumulatief aan de voorwaarden voldaan is, maar kan eenzelfde kost maar in één categorie inbrengen.

 

Artikel 5: Procedure

 

5.1 Aanvraag:

- De vereniging of het gemeenschapshuis bezorgt het aanvraagdossier aan het college van burgemeester en schepenen. De vereniging of het gemeenschapshuis dient de aanvraag in vóór 1 oktober om een infrastructuursubsidie te bekomen voor het daaropvolgende budgetjaar.

 

5.2 Aanvraagdossier:

Het aanvraagdossier bevat:

- een volledig en correct ingevuld aanvraagformulier

- omschrijving van het doel en de planning van de geplande investering

- een financieel verslag (balans en resultatenrekening) van de laatste drie boekjaren van de vereniging;

- een gedetailleerde kostenraming van de investering met offertes

- het financieringsplan, inclusief eventuele andere subsidies, van het volledige project en de afbetalingsmodaliteiten

- de statuten van de vereniging voor zover deze niet digitaal raadpleegbaar zijn in het staatsblad.

- een beschrijving van de mate van duurzaamheid van de investering

- een recent brandweerverslag (maximum 2 jaar oud)

- een bewijs dat de aanvrager hetzij eigenaar is van de onroerende infrastructuur en bijhorende grond, hetzij van een erfpacht of recht van opstal geniet op de onroerende infrastructuur, uitgezonderd wanneer de erfpacht of het recht van opstal werd verleend door de gemeente Mol of dat de subsidie wordt gebruikt om de eigendom te verwerven

- in voorkomend geval het aanvraagdossier voor een subsidie bij Toerisme Vlaanderen

 

5.3 Een delegatie van de gemeentelijke administratie zal:

- de aanvragers uitnodigen voor een intakegesprek waarop alle voorwaarden en modaliteiten besproken worden;

- nakijken of het dossier volledig is. Indien het dossier niet volledig is, wordt de aanvrager hiervan op de hoogte gebracht en wordt een bijkomende termijn gegeven van maximum 2 maanden, waarbinnen de vereniging of gemeenschapshuis het dossier moet aanvullen;

- nakijken of de geplande investeringen in overeenstemming zijn met de regels van de ruimtelijke ordening en brandveiligheid;

- nakijken of aan alle voorwaarden voldaan is;

- in voorkomend geval schriftelijk advies uitbrengen bij de adviesraad waarin de betrokken vereniging zetelt en bij het college van burgemeester en schepenen.

 

5.4. Toewijzingsregels:

Er kan maximaal één aanvraag per categorie voor eenzelfde vereniging/gemeenschapshuis of voor dezelfde infrastructuur worden toegekend in de beleidsperiode 2026-2031.

 

In eenzelfde budgetjaar mag het totaal bedrag van de toegestane infrastructuursubsidies aan verenigingen of gemeenschapshuizen het door de gemeenteraad goedgekeurde budget voor infrastructuursubsidies niet overschrijden tenzij er op het gemeentelijk budget nog voldoende middelen voorzien zijn. De adviesraad waarvan de aanvrager lid is, geeft een advies aan het college van burgemeester en schepenen over het al dan niet geheel of gedeeltelijk toekennen van de infrastructuursubsidie aan de aanvrager. 

 

Infrastructuursubsidies worden in volgorde van prioriteit toegestaan voor:

1. werken die dringend noodzakelijk zijn en waarbij uitstel het voortbestaan van de werking van de vereniging of gemeenschapshuis ernstig in gevaar brengt

2. werken die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de vereisten van een door de brandweer opgesteld verslag inzake brandveiligheid van de lokalen

3. de bouw van nieuwe onroerende infrastructuur

4. aankoop van onroerende goederen door verenigingen of gemeenschapshuizen die nog geen eigenaar zijn van onroerende goederen

5. uitbreiding van bestaande onroerende goederen

 

De adviesraad kan adviseren om aan alle aanvragen met eenzelfde prioriteit een lager bedrag toe te kennen dan gevraagd of om bepaalde aanvragen te weigeren of te verschuiven naar het volgende jaar.

 

Aanvragen die later worden ingediend dan 1 oktober worden behandeld in chronologische volgorde van de aanvraag. Er kan enkel nog een infrastructuursubsidie worden toegestaan voor zover er nog budget beschikbaar is. Indien er geen budget meer beschikbaar is, wordt de aanvraag verschoven naar het volgende jaar waar de aanvraag zal behandeld worden samen met de andere aanvragen. Voor dringende projecten waarvan een uitstel van de subsidie het voortbestaan van de werking van de vereniging of gemeenschapshuis  ernstig in gevaar brengt, kan uitzonderlijk een afwijking worden toegestaan.  

 

Een aanvraag kan (gedeeltelijk) worden geweigerd voor de onderdelen van de aanvraag waarop het subsidiereglement niet van toepassing is.

 

5.5 Het college van burgemeester en schepenen:

- zal na advies van de delegatie van de gemeentelijke administratie en in voorkomend geval van de adviesraad waarbij de vereniging is aangesloten, overgaan tot beslissing omtrent de voorliggende aanvraagdossiers;

- kan slechts infrastructuursubsidies toestaan voor het maximaal bedrag aan kredieten, dat voor het budgetjaar waarop de aanvraag betrekking heeft voorzien is in de meerjarenplanning van de gemeente Mol.

 

Artikel 6: Financiële procedure voor de uitbetaling

 

Binnen de 50 dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie, wordt 50% van de toegekende subsidie uitbetaald. Indien een omgevingsvergunning nodig is, kan slechts tot uitbetaling worden overgegaan nadat deze vergunning werd afgeleverd.

Nadat de investering voltooid werd en na voorlegging van de facturen op naam van de aanvrager en betalingsbewijzen van alle kosten waarvoor de subsidie werd toegekend, wordt het saldo van de subsidie uitgekeerd. In voorkomend geval zal het college van burgemeester en schepenen binnen de 50 dagen de redenen van de weigering aan de aanvrager meedelen. De bewijzen van de volledige aanwending van de eerste schijf dienen voorgelegd te worden binnen een termijn van 3 jaar die ingaat de dag na de uitbetaling van de eerste schijf. 

 

Artikel 7: Inbreuken

 

Als de subsidie wordt aangewend in strijd met dit reglement, of er valse of onjuiste gegevens werden verstrekt door de aanvrager, kan de toegekende subsidie door de gemeente integraal worden teruggevorderd, verhoogd met de wettelijke intrestvoet en kan desgevallend het nog niet uitbetaalde deel worden ingehouden. Daarnaast kunnen nieuwe aanvragen voor infrastructuursubsidies door dezelfde aanvrager of voor hetzelfde doel worden geweigerd. 

 

Artikel 8: Interpretaties

 

Het college van burgemeester en schepenen beslist in geval van twijfel over de interpretaties van het reglement.

 

Artikel 9: Inwerkingtreding en overgangsbepaling

 

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

In afwijking van artikel 5.1. moeten aanvragen voor infrastructuursubsidies voor het budget van 2026 worden ingediend vóór 1 maart 2026. Latere aanvragen worden chronologisch behandeld.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

MONDIALE VERENIGINGEN, NOODHULP EN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST STEDENBANDEN - SUBSIDIEREGLEMENTEN - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 stemmen tegen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Onze gemeente heeft een lange traditie van internationale samenwerking en solidariteit.

 

In Mol zetten we in op gelijk(waardig)heid omdat we weten dat sommige van onze inwoners minder kansen gekregen hebben en/of krijgen. Aan die gemiste kansen wil solidariteit tegemoetkomen opdat iedereen zelf zijn leven in handen kan nemen. Bovendien is gelijk(waardig)heid, met gelijke kansen, een basisvoorwaarde voor stabiliteit, veiligheid en vrede op lokaal niveau. Het mondiaal beleid trekt dit door naar het globaal niveau. We willen via samenwerking en solidariteit tegemoetkomen aan zelfredzaamheid wereldwijd. En dat is belangrijk want globale thema’s vereisen een globale aanpak (denk aan klimaat, migratie, veiligheid, handel, gezondheid, ..). Door te werken aan duurzame menselijke ontwikkeling levert internationale solidariteit een bijdrage aan de realisatie van de fundamentele mensenrechten.

 

Door onze lange en goede geschiedenis op vlak van internationale solidariteit, wordt Mol door de Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) en andere besturen regelmatig gebruikt als voorbeeld. Een kort overzicht van onze historiek:

De wereldwinkel verhuisde in 1983 naar de huidige stek, het wereldhuis (gemeentelijk patrimonium) en is sindsdien de hoeksteen van het mondiaal beleid. In dezelfde jaren ’80 startte de derde wereldraad op als gemeentelijke adviesraad, nu mondiale raad, én werd de verzustering met Santo Tomás opgestart. In 1999 ontstond ons gemeentelijk noodhulpfonds, na de orkaan Mitch. Tussen 2002 en 2004 werd een reeks geschakelde uitwisselingen georganiseerd tussen Mol-Kara Kara-Santo Tomás onder de noemer ‘L’embrassement des quatre soeurs’. In de loop der jaren volgden vele uitwisselingen waaronder 9 inleefreizen voor Molse scholieren naar Nicaragua. In 2007 werd ook de samenwerking met Kara Kara omgevormd tot een officiële stedenband en in 2009 behaalden we onze eerste titel als Fairtradegemeente, nu Faire Gemeente. In 2023 opende de Baobar, een ontmoetingsplaats bij de wereldwinkel, waarmee opnieuw pionierswerk is verricht.

 

De hele mondiale beweging is stevig verankerd in ons maatschappelijk middenveld en kan rekenen op een tweehonderdtal actieve vrijwilligers.

 

Ons gemeentebestuur voorziet het wereldhuis, gelegen op het toepasselijk genaamde Santo Tomasplein, als uitvalsbasis van de verschillende verenigingen. De doelstellingen van het mondiaal beleid vallen onder drie grote pijlers: 1) mondiaal burgerschap versterken 2) mondiale samenwerking en uitwisseling 3) mondiale en duurzame beleidskeuzes. Vaak wordt hier beroep gedaan op partners om dit te concretiseren en in de praktijk te brengen. Om de verdeling van dit budget te faciliteren, gebruiken we subsidiereglementen en samenwerkingsovereenkomsten. 

 

Het betreft:

- reglement noodhulp (volledig herwerkt)

- aanvraagformulier noodhulp (volledig herwerkt)

- reglement subsidies mondiale verenigingen (beperkt herwerkt)

- aanvraag- en verantwoordingsformulier subsidies mondiale verenigingen (beperkt herwerkt)

- samenwerkingsovereenkomst Mol – Kara Kara noord & zuid (deels beperkt herwerkt, deels nieuw)

- samenwerkingsovereenkomst Mol – Santo Tomás noord & zuid (deels beperkt herwerkt, deels nieuw)

 

Juridische gronden

Artikelen 40, 41 en 56 van het decreet lokaal bestuur. Titel VII en X van het Kaderdecreet van 22 juni 2007 inzake ontwikkelingssamenwerking. De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

 

Inspraak en advies

De mondiale raad leverde een positief advies af in zitting van 25 november 2025.

 

Bijlagen

1.DEF_AANVRAAGFORMULIER_SUBSIDIES_MONDIALE_VERENIGINGEN_MOL_vanaf_01_01_2026

2.DEF_Samenwerkingsovereenkomst_Mol-vzw_Kara-Karacomité_Mol_2026-2031

3.DEF_Samenwerkingsovereenkomst_Mol-vzw_NicaMol_2026-2031

4.DEF_Subsidiereglement_projecten_mondiale_verenigingen_2026_-_2031

5.DEF_noodhulp_subsidiereglement_en_aanvraagformulier_internationale_noodhulp_Mol_vanaf_01012026

6.advies_mondiale_raad_gemeenteraad_ondertekend

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De bestaande subsidiereglementen en samenwerkingsovereenkomsten waren toe aan actualisatie.

 

De daarmee te verkrijgen gemeentelijke subsidies zijn vaak een hefboom naar grotere middelen bij andere subsidieverstrekkers. Via de vernieuwde subsidiereglementen (projecten mondiale verenigingen en noodhulp) en samenwerkingsovereenkomsten (met onze stedenbanden) wordt onderlinge samenwerking en een bijdrage aan ons engagement als Faire Gemeente aangemoedigd.

 

        Betreft subsidie noodhulp en projectsubsidie mondiale verenigingen:

De subsidiereglementen en aanvraagformulieren waren inhoudelijk en vormelijk niet goed op elkaar afgestemd en er was nog ruimte voor interpretatie. Het reglement voor projectsubsidies mondiale verenigingen werd in 2023-2024 reeds vernieuwd na een intensief proces van co-creatie (alsook hun huishoudelijk reglement en afsprakenkader) en werd op de gemeenteraad van 16 september 2024 goedgekeurd voor 1 jaar (2025). Hernieuwde goedkeuring is dus nodig.

 

        Betreft samenwerkingsovereenkomst stedenbanden:

Op heden zijn de projectsubsidies voor de zuidwerking in Santo Tomás en Kara Kara opgenomen in de lijst nominatieve subsidies. Beide comités leggen zeer uitgebreid verantwoording af, in bijzijn van bevoegd schepen en ambtenaar, tijdens hun jaarlijkse algemene vergadering. Echter is er momenteel geen verdere verantwoording naar het volledige bestuur.

 

Voor hun beide noordwerkingen in Mol bestaat er wel een actueel afsprakenkader waarbij enkele belangrijke sensibiliserende taken en verantwoordelijkheden worden vastgelegd (wat een aanzienlijke taaklastverbetering inhoudt voor de bevoegd ambtenaar) en waarover gerapporteerd wordt naar het volledige bestuur.

 

Deze twee werkwijzen willen we samenvoegen, verbeteren en vastleggen middels een samenwerkingsovereenkomst voor de legislatuur 2026-2031, gezien het twee officieel erkende stedenbanden betreft. Het hiervoor voorziene budget in het meerjarenplan is een combinatie van eigen middelen en middelen vanuit het vroegere Vlaams-Impulsfondsbudget. Vele jaren geleden werd een budget van 45.000 euro bekomen via het Vlaams Impulsfonds voor onze internationale samenwerking via de twee stedenbanden. Het Vlaams Impulsfonds is sinds 2017 opgenomen in het Gemeentefonds (met de aanvullende dotatie van 7 sectorale subsidies waaronder ontwikkelingssamenwerking) en wij blijven honoreren om dit budget te investeren in internationale solidariteit.

 

Financiële weerslag

Voor de periode 2026 - 2031 worden volgende budgetten voorzien in het meerjarenplan (actie 5.2.4, sleutel 016000-64930000):

        projectsubsidies mondiale verenigingen 24.000 euro in 2026, 2027, 2028 en 28.000 euro in 2029, 2030, 2031

        internationale noodhulp 6.500 euro per jaar

        samenwerkingsovereenkomst vzw Kara Karacomité 28.500 euro (zuid) per jaar + 5.000 euro (noord) per jaar

        samenwerkingsovereenkomst vzw Nicamol 28.500 euro (zuid) per jaar + 5.000 euro (noord) per jaar

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement projecten mondiale verenigingen 2026 – 2031 goed:

 

Subsidiereglement projecten mondiale verenigingen 2026 - 2031

 

Doel & opzet

De mondiale verenigingen in Mol maken internationale solidariteit en samenwerking vanuit lokaal vrijwillig engagement concreet. Deze subsidie wil lokaal verankerde vrijwilligersorganisaties die duurzame ontwikkelingsprojecten opzetten en/of ondersteunen in het Zuiden financieel ondersteunen.

Samenwerking (met andere mondiale verenigingen, wereldwinkel, scholen e.a.) wordt ten sterkste aangemoedigd evenals aandacht voor ons engagement Faire Gemeente.

 

Verenigingen die de subsidie kunnen aanvragen

Artikel 1: Enkel actieve leden (verenigingen) van de mondiale raad kunnen één aanvraag tot projectsubsidie per jaar indienen. Dit zijn de actieve leden die minstens twee keer aan een bijeenkomst hebben deelgenomen in het voorgaande kalenderjaar.

 

Artikel 2: Een projectaanvraag moet ingediend worden op het via de gemeentelijke website ter beschikking gestelde aanvraagformulier. Het ingevulde aanvraagformulier moet ingediend worden via mondiaal@gemeentemol.be voor de jaarlijkse deadline die in de Mondiale Raad gecommuniceerd wordt.

 

Artikel 3: De vereniging dient te beschikken over een Belgisch bankrekeningnummer waarop de subsidie gestort wordt.

 

Artikel 4: De vereniging moet in de Mondiale raad vertegenwoordigd worden door minstens één inwoner van Mol. Hetzij door te beschikken over minstens één inwoner van Mol in het bestuur van de vereniging; hetzij door een afgesproken vertegenwoordiging door een Molse inwoner bij bovenlokale verenigingen of NGO’s.

 

Artikel 5: De vereniging heeft in het voorgaande kalenderjaar minstens 1 publiek toegankelijke activiteit op Mols grondgebied georganiseerd. Deze activiteit werd op voorhand kenbaar gemaakt via de databank UiT in Mol en/of eigen publieke communicatiekanalen.

 

Artikel 6: De vereniging heeft duidelijke doelstellingen, die publiek raadpleegbaar zijn, en die bijdragen aan de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) zoals geformuleerd door de Verenigde Naties.

 

Artikel 7: De vereniging (of koepel die door de lokale afdeling vertegenwoordigd wordt) heeft een rechtstreeks partnerschap met een organisatie of instelling in een land van de meest recente OESO/DAC – lijst.

 

Wijze van toekenning van subsidies

Artikel 8: Als een projectaanvraag voldoet aan de ontvankelijkheidscriteria (zoals omschreven in artikels 1-7) wordt het inhoudelijk beoordeeld. Het aanvraagformulier bevat vragen om deze inhoudelijke beoordeling te maken. Deze inhoudelijke beoordeling wordt voorbereid door de aangestelde deskundige van de gemeente Mol en zijn/haar leidinggevende. De inhoudelijke beoordeling wordt besproken op de Mondiale raad die hierover een advies formuleert aan het gemeentebestuur. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van middelen.

 

Artikel 9: Bij een goedkeuring van het project worden de voorziene gemeentelijke kredieten gelijk verdeeld over de goedgekeurde projecten; met een maximumbedrag van € 3 000 per project per jaar. Vanaf aanvraagjaar 2027 (uitbetalingsjaar 2028) wordt dit maximumbedrag € 3.500 per project per jaar.

 

Artikel 10: Mondiale verenigingen kunnen van de gebruikte subsidie maximum 10 % gebruiken voor hun werking in Mol (vb. publieke communicatie of organiseren activiteit). Dat betekent dat 90 % van de verkregen subsidie verantwoordbaar moet zijn met bewijsstukken uit het goedgekeurde project in het globale Zuiden.

 

Artikel 11: De inhoudelijke bewijsvoering van het project wordt ofwel bijgevoegd bij de aanvraag van het volgende jaar, of gebeurt (indien er geen aanvraag wordt gedaan) op vraag van de gemeente. De bewijsvoering van de subsidie gebeurt schriftelijk via mondiaal@gemeentemol.be; met een mondelinge toelichting op een bijeenkomst van de Mondiale Raad.

 

Betwisting

Artikel 12: Het indienen van een aanvraag tot en/of verantwoording van een projectsubsidie mondiale verenigingen wordt beschouwd als een verklaring op eer omtrent de gegevens die hierin zijn opgenomen. De begunstigde is gehouden tot naleving van de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement internationale noodhulp goed:

 

Subsidiereglement internationale noodhulp

 

1. Doel & opzet

Gemeente Mol wil bij acute noodsituaties snel en efficiënt kunnen helpen. Financiële hulp aan erkende noodhulporganisaties is hiervoor een effectieve manier.

 

2. Basiscriteria

Dit reglement is enkel van toepassing op noodhulp

        in landen uit de OESO-DAC-lijst

        in acute situaties (binnen het jaar na start of heropflakkering noodsituatie)

        met een duidelijke link met gemeente Mol (hetzij via een gekende Molse organisatie die in de getroffen regio aanwezig is, hetzij door een publieke activiteit die in Mol wordt georganiseerd om fondsen te werven voor de noodsituatie of om hierrond te sensibiliseren).

 

3. Afspraken

3.1 Wat is noodhulp en hoe zien we dit in Mol?

Noodhulp is tijdelijke ondersteuning die op korte termijn wordt geboden aan gemeenschappen die getroffen zijn door acute crisissituaties, zoals bv. natuurrampen, oorlogen en epidemieën.

Het voornaamste doel is levens redden, menselijk lijden verlichten en te voorzien in de basis-behoeften van de getroffen bevolking (zoals voedsel, water, medische zorg, bescherming, sanitaire voorzieningen, …).

Daarnaast kan noodhulp ook worden ingezet om te voorkomen dat het structurele werk van een Molse (mondiale) vereniging teniet wordt gedaan door een acute noodsituatie.

Noodhulp wordt verleend in overeenstemming met de beginselen van humaniteit, onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid. Gemeente Mol vult dit in als ‘eenmalige financiële tegemoetkoming / subsidie’. Er is dus een verschil met structurele samenwerking in het globale Zuiden, waarbij op lange termijn wordt gewerkt. De gemeente Mol heeft hiervoor andere subsidiereglementen.

 

3.2 Jaarlijks budget noodhulp

Binnen het gemeentelijke meerjarenplan 2026 – 2031 is jaarlijks € 6 500 voorzien voor de toekenning van noodhulp binnen dit reglement. Een goedgekeurde aanvraag tot noodhulp leidt automatisch tot een uitbetaling van € 3 250. Op jaarbasis kunnen dus 2 aanvragen worden goedgekeurd én uitbetaald.

 

3.3 Wie kan noodhulp aanvragen en ontvangen bij de gemeente Mol, in het kader van dit reglement?

De vraag voor noodhulp kan komen van een individuele Molse inwoner, van een organisatie actief op Mols grondgebied, van de Molse Mondiale Raad of op initiatief van het bestuur zelf.

De ontvangst van noodhulp, in de vorm van een eenmalige financiële tegemoetkoming, is voorbehouden aan oproepen van Consortium 12-12 en door Mol erkende hulporganisaties zijnde:

        Actief aangesloten verenigingen bij de Molse Mondiale Raad, die beschikken over een Belgisch bankrekeningnummer aangetoond middels een volledig ingevuld volmacht formulier en structureel samenwerken met een partnerorganisatie in het Globale Zuiden; die bekendstaan om hun snelle respons en lokale verankering

        Lidorganisaties van het Consortium 12-12 (heden: Caritas International, Dokters van de Wereld, Handicap International België, Oxfam België en Plan International België; verleden: Artsen Zonder Grenzen, Unicef, Rode Kruis), die bekendstaan om hun expertise in noodhulp en humanitaire acties

 

4. Procedure aanvraag noodhulp

 

4.1Procedure voor de aanvraag

De aanvraag tot subsidie noodhulp gebeurt via het daarvoor voorziene formulier (bijlage). 

Het volledig ingevulde en ondertekende formulier dient per mail bezorgd te worden aan de bevoegd ambtenaar via mondiaal@gemeentemol.be. Je krijgt hiervan een ontvangstbevestiging.

 

4.2 Procedure van de afhandeling

Als de aanvraag noodhulp voldoet aan de basiscriteria (zoals omschreven in punt 2) wordt het afgetoetst aan het afsprakenkader (punt 3) en inhoudelijk beoordeeld. Het aanvraagformulier (bijlage) bevat vragen om deze inhoudelijke boordeling te maken. Deze inhoudelijke beoordeling wordt voorbereid door de aangestelde deskundige van de gemeente Mol en zijn/haar leidinggevende. De inhoudelijke beoordeling wordt voorgelegd aan de  Mondiale raad die een advies formuleert aan het gemeentebestuur, conform hun afsprakenkader. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van middelen. De gemeente Mol engageert zich om dit proces te doorlopen binnen drie maanden na aanvraag.

Bij goedkeuring van de noodhulp wordt standaard 3 250 euro toegekend voor een aanvraag (tot uitputting van de voorziene gemeentelijke kredieten).

 

4.3 Procedure voor verantwoording

In geval van actief aangesloten verenigingen bij de Molse Mondiale Raad; verslag uitbrengen op een bijeenkomst van de mondiale raad uiterlijk een jaar na aanwending van de verkregen subsidie. Dit kan middels een beknopt inhoudelijk verslag, foto’s, … Facturen / betaalbewijzen moeten niet bijgevoegd worden, maar moeten ter beschikking zijn ter inzage.

In geval van oproep Consortium 12-12 of lidorganisaties van het Consortium 12-12 zal de aangestelde deskundige van de gemeente Mol de storting opvolgen. Er is verder geen rechtstreekse verantwoording aan Mol verschuldigd gezien de informatie beschikbaar zal zijn op de websites van de betrokken organisaties.

 

4.4 Betwisting

Het indienen van een aanvraag en/of verantwoording noodhulp wordt beschouwd als een verklaring op eer omtrent de gegevens die hierin zijn opgenomen. De begunstigde is gehouden tot naleving van de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

 

Artikel 3

De gemeenteraad keurt volgende samenwerkingsovereenkomst Mol - vzw Kara-Karacomité 2026 – 2031 goed:

 

Samenwerkingsovereenkomst stedenband Mol – Kara Kara  2026 - 2031

 

  1. Opzet

De stedenband tussen Mol en Kara Kara (Niger) werd officieel goedgekeurd op de gemeenteraad van 21/05/2007.

Via deze tweedelige samenwerkingsovereenkomst

        hernieuwt de gemeente Mol de erkenning van de inhoudelijke expertise en organisatorische deskundigheid van vzw Kara Kara-comité Mol (verder ‘het stedenbandcomité’) in het concretiseren van internationale solidariteit in Mol.

        leggen de gemeente Mol en het stedenbandcomité hun samenwerking vast, met bijhorende budgetten

Het eerste deel omvat de noordwerking en de financiering voor de sensibiliserende initiatieven in onze eigen gemeente Mol.

Het tweede deel omvat de zuidwerking en de financiering voor de sociale projecten in onze partnergemeente Kara Kara.

 

  1. Partijen & duurtijd

Deze samenwerkingsovereenkomst wordt afgesloten tussen

enerzijds Gemeente Mol, vertegenwoordigd door Ann Smeyers (voorzitter gemeenteraad) en Laurens Moubax (algemeen directeur), Molenhoekstraat 2, 2400 Mol

anderzijds vzw Kara Kara-comité Mol, vertegenwoordigd door Louis Geysmans (voorzitter) en Geerd Van den Abbeele (penningmeester), Santo Tomasplein 1, 2400 Mol

voor de periode 01/01/2026 - 31/12/2031.

 

  1. Doel

DEEL 1 - noordwerking

De gemeente Mol delegeert met deze overeenkomst een belangrijke sensibiliseringsopdracht aan het stedenbandcomité en voorziet hiervoor jaarlijks een budget van € 5 000.

Het stedenbandcomité geeft op autonome wijze invulling aan de doelstelling van dit budget: sensibilisatie, informatie en leren rond internationale solidariteit voor de Molse bevolking.

Het aangevraagde budget kan gebruikt worden voor alle activiteiten, delegaties vanuit de stedenband, materiaal, beheer van sociale mediakanalen en/of publicaties die als rechtstreeks doel hebben de sensibilisatie, informatie en leren rond internationale solidariteit, en als doelgroep de Molse bevolking. Ook algemene onkosten verbonden aan de stedenbandwerking in Mol, zoals het ondersteunen en verzekeren van vrijwilligers, het organiseren van de ledenbijeenkomsten en/of representatiekosten komen in aanmerking.

Samenwerking met andere stedenbanden, met wereldwinkel en andere mondiale organisaties wordt ten sterkste aangemoedigd evenals aandacht voor ons engagement Faire Gemeente.

Eventuele inleefreizen kaderen ook in deze samenwerkingsovereenkomst maar moeten apart worden ingediend, gezien hiervoor een apart budget voorzien is.

 

DEEL 2 – zuidwerking

De gemeente Mol delegeert met deze overeenkomst een belangrijke beheersopdracht aan het stedenbandcomité en voorziet hiervoor jaarlijks een budget van € 28 500.

Het stedenbandcomité geeft op autonome wijze invulling aan de doelstelling van dit budget: het onderhouden van een structurele samenwerking met de partnerorganisatie, i.s.m. het lokaal bestuur, ter bevordering van initiatieven die in de partnergemeente zelf worden beheerd om de levensomstandigheden te verbeteren; evenals het uitwisselen van kennis en ervaringen.

Het aangevraagde budget kan ingezet worden voor projecten / programma’s (incl. overheadkost zoals huur, loonkost, materiaal, uitwisseling, …) op verschillende gebieden zoals:

        basisvoorzieningen (vb. watervoorziening, gezondheidszorg, wonen, educatie, …),

        samenlevingsopbouw (vb. versterken zelfredzaamheid van kwetsbare groepen, versterken sociale cohesie, …),

        familiale lokale economie (vb. ondersteunen startups, voedselsysteem, toerisme, …),

        milieu (herbebossing, afvalbeheer, …)

        lokaal bestuur (vb. verbeterde belastinginning, burgerparticipatie, …)

 

  1. Procedure

Op basis van de aanvraag, verantwoording en volmacht formulier (bijlagen) kan de uitbetaling van het lopend kalenderjaar worden toegekend en uitbetaald. Dit proces wordt in gang gezet op initiatief van het stedenbandcomité zelf, op voorwaarde dat de documentatie werd ingediend ten laatste 15 oktober van het lopende jaar.

De aanvraag en verantwoording van het noordluik mag, indien gewenst, apart worden ingediend van de aanvraag en verantwoording van het zuidluik.

 

Concreet:

● het stedenbandcomité dient volgende documentatie in via mondiaal@gemeentemol.be

        de verantwoording van het jaarbudget van voorgaand kalenderjaar; middels het formulier bijgevoegd bij deze overeenkomst of middels het verslag van de eigen Algemene Vergadering, als dit minstens dezelfde elementen bevat

 

        de aanvraag van het jaarbudget van het lopende kalenderjaar; middels het formulier bijgevoegd bij deze overeenkomst of middels het verslag van de eigen Algemene Vergadering, als dit minstens dezelfde elementen bevat

        actueel dubbel gehandtekend volmacht formulier

● bevoegd ambtenaar en schepen bekijken en evalueren de documentatie en leggen deze ter kennisname voor aan het college van burgemeester en schepenen, waarbij uitbetaling gevraagd zal worden

● het voorziene bedrag van € 5 000 (noordwerking) & € 28 500 (zuidwerking) wordt op de vzw-rekening van het stedenbandcomité gestort binnen de termijn van 2 maanden.

 

De gemeente Mol stelt naast budget ook kosteloos bepaalde delen van het Wereldhuis, gelegen te Santo Tomasplein 1 te Mol, ter beschikking aan het stedenbandcomité, voor het organiseren van activiteiten, beperkte opslag van materiaal en het huisvesten van de maatschappelijke zetel van de vzw. Daarnaast heeft de gemeente Mol een bevoegd ambtenaar in dienst wiens deeltaak bestaat uit het ondersteunen van het stedenbandcomité.

 

Artikel 4

De gemeenteraad keurt volgende samenwerkingsovereenkomst Mol - vzw Nicamol 2026 – 2031 goed:

 

Samenwerkingsovereenkomst stedenband Mol – Santo Tomás 2026 - 2031

 

  1. Opzet

De stedenband tussen Mol en Santo Tomás werd officieel goedgekeurd op de gemeenteraad van april 1985 en de oorkonde van de verzustering werd door beide gemeenten ondertekend op 13 augustus 1985.

Via deze tweedelige samenwerkingsovereenkomst

        hernieuwt de gemeente Mol de erkenning van de inhoudelijke expertise en organisatorische deskundigheid van vzw NicaMol (verder ‘het stedenbandcomité’) in het concretiseren van internationale solidariteit in Mol.

        leggen de gemeente Mol en het stedenbandcomité hun samenwerking vast, met bijhorende budgetten

Het eerste deel omvat de noordwerking en de financiering voor de sensibiliserende initiatieven in onze eigen gemeente Mol.

Het tweede deel omvat de zuidwerking en de financiering voor de sociale projecten in onze partnergemeente Santo Tomás.

 

  1. Partijen & duurtijd

Deze samenwerkingsovereenkomst wordt afgesloten tussen

enerzijds Gemeente Mol, vertegenwoordigd door Ann Smeyers (voorzitter gemeenteraad) en Laurens Moubax (algemeen directeur), Molenhoekstraat 2, 2400 Mol

anderzijds vzw NicaMol, vertegenwoordigd door Hans Dekoninck (voorzitter) en Jonas  Raeymaekers (penningmeester), Santo Tomasplein 1, 2400 Mol

voor de periode 01/01/2026 - 31/12/2031.

 

  1. Doel

DEEL 1 - noordwerking

De gemeente Mol delegeert met deze overeenkomst een belangrijke sensibiliseringsopdracht aan het stedenbandcomité en voorziet hiervoor jaarlijks een budget van € 5 000.

Het stedenbandcomité geeft op autonome wijze invulling aan de doelstelling van dit budget: sensibilisatie, informatie en leren rond internationale solidariteit voor de Molse bevolking.

Het aangevraagde budget kan gebruikt worden voor alle activiteiten, delegaties vanuit de stedenband, materiaal, beheer van sociale mediakanalen en/of publicaties die als rechtstreeks doel hebben de sensibilisatie, informatie en leren rond internationale solidariteit, en als doelgroep de Molse bevolking. Ook algemene onkosten verbonden aan de stedenbandwerking in Mol, zoals het ondersteunen en verzekeren van vrijwilligers, het organiseren van de ledenbijeenkomsten en/of representatiekosten komen in aanmerking.

Samenwerking met andere stedenbanden, met wereldwinkel en andere mondiale organisaties wordt ten sterkste aangemoedigd evenals aandacht voor ons engagement Faire Gemeente.

Eventuele inleefreizen kaderen ook in deze samenwerkingsovereenkomst maar moeten apart worden ingediend, gezien hiervoor een apart budget voorzien is.

 

DEEL 2 – zuidwerking

De gemeente Mol delegeert met deze overeenkomst een belangrijke beheersopdracht aan het stedenbandcomité en voorziet hiervoor jaarlijks een budget van € 28 500.

Het stedenbandcomité geeft op autonome wijze invulling aan de doelstelling van dit budget: het onderhouden van een structurele samenwerking met de partnerorganisatie, i.s.m. het lokaal bestuur, ter bevordering van initiatieven die in de partnergemeente zelf worden beheerd om de levensomstandigheden te verbeteren; evenals het uitwisselen van kennis en ervaringen.

Het aangevraagde budget kan ingezet worden voor projecten / programma’s (incl. overheadkost zoals huur, loonkost, materiaal, uitwisseling, …) op verschillende gebieden zoals:

        basisvoorzieningen (vb. watervoorziening, gezondheidszorg, wonen, educatie, …),

        samenlevingsopbouw (vb. versterken zelfredzaamheid van kwetsbare groepen, versterken sociale cohesie, …),

        familiale lokale economie (vb. ondersteunen startups, voedselsysteem, toerisme, …),

        milieu (herbebossing, afvalbeheer, …)

        lokaal bestuur (vb. verbeterde belastinginning, burgerparticipatie, …)

 

  1. Procedure

Op basis van de aanvraag, verantwoording en volmacht formulier (bijlagen) kan de uitbetaling van het lopend kalenderjaar worden toegekend en uitbetaald. Dit proces wordt in gang gezet op initiatief van het stedenbandcomité zelf, op voorwaarde dat de documentatie werd ingediend ten laatste 15 oktober van het lopende jaar.

De aanvraag en verantwoording van het noordluik mag, indien gewenst, apart worden ingediend van de aanvraag en verantwoording van het zuidluik.

 

Concreet:

● het stedenbandcomité dient volgende documentatie in via mondiaal@gemeentemol.be

        de verantwoording van het jaarbudget van voorgaand kalenderjaar; middels het formulier bijgevoegd bij deze overeenkomst of middels het verslag van de eigen Algemene Vergadering, als dit minstens dezelfde elementen bevat

        de aanvraag van het jaarbudget van het lopende kalenderjaar; middels het formulier bijgevoegd bij deze overeenkomst of middels het verslag van de eigen Algemene Vergadering, als dit minstens dezelfde elementen bevat

        actueel dubbel gehandtekend volmacht formulier

● bevoegd ambtenaar en schepen bekijken en evalueren de documentatie en leggen deze ter kennisname voor aan het college van burgemeester en schepenen, waarbij uitbetaling gevraagd zal worden

● het voorziene bedrag van € 5 000 (noordwerking) & € 28 500 (zuidwerking) wordt op de vzw-rekening van het stedenbandcomité gestort binnen de termijn van 2 maanden.

 

De gemeente Mol stelt naast budget ook kosteloos bepaalde delen van het Wereldhuis, gelegen te Santo Tomasplein 1 te Mol, ter beschikking aan het stedenbandcomité, voor het organiseren van activiteiten, beperkte opslag van materiaal en het huisvesten van de maatschappelijke zetel van de vzw. Daarnaast heeft de gemeente Mol een bevoegd ambtenaar in dienst wiens deeltaak bestaat uit het ondersteunen van het stedenbandcomité.

 

Artikel 5

Vorige reglementen van noodhulp, van projectsubsidies mondiale verenigingen en van ondersteuning stedenbandcomités (noord) worden opgeheven vanaf 1 januari 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

VERENIGINGEN PERSONEN MET EEN BEPERKING - SUBSIDIEREGLEMENT - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het gemeentebestuur ondersteunt reeds jaren verenigingen die zich inzetten voor personen met een beperking via een jaarlijkse toelage. Deze toelage wordt toegekend op basis van een reglement dat door de gemeenteraad wordt goedgekeurd.

Om het reglement transparanter en doelgerichter te maken werd het geactualiseerd. Daarbij zijn verouderde bepalingen geschrapt en voorwaarden verduidelijkt zodat het reglement correct aansluit bij de werking van verenigingen en de noden van personen met een beperking in onze gemeente.

Het onderdeel rond projectsubsidies blijft behouden, maar wordt apart herbekeken en verfijnd aangezien hier in de praktijk weinig of geen gebruik van werd gemaakt.

 

Juridische gronden

Art. 40 van het decreet lokaal bestuur.

 

Inspraak en advies

De Molse Adviesraad voor Personen met een Beperking adviseerde op 19 november 2025 dit reglement positief.

 

Bijlagen

  1. 2026-2031 basistoelage verenigingen
  2. advies subsidiereglement 2026-2031

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeentelijke ondersteuning is essentieel om de continuïteit en kwaliteit van de werking van verenigingen voor personen met een beperking te waarborgen. Deze verenigingen spelen een cruciale rol in het bevorderen van inclusie, sociale contacten en het aanbieden van aangepaste activiteiten en ondersteuning.

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/2/3

Registratiesleutel

61590000 090900

Bedrag

€ 7.500

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor de basistoelage voor verengingen voor personen met een beperking 2026 - 2031 goed:

 

 

Artikel 1 Doelgroep

Dit reglement is uitsluitend bedoeld voor verenigingen met een rechtspersoonlijkheid die in hun maatschappelijk doel hoofdzakelijk gericht zijn op activiteiten, ondersteuning of dienstverlening voor personen met een beperking.

 

Artikel 2 Voorwaarden

De voorwaarden om voor de basistoelage in aanmerking te komen:

  1. De vereniging heeft een aanbod in Mol en is aangesloten bij de Molse Adviesraad voor Personen met een Beperking.
  2. De vereniging moet op minstens de helft van de vergaderingen van de Molse Adviesraad voor Personen met een Beperking vertegenwoordigd zijn.
  3. De vereniging dient voor 1 maart van het kalenderjaar het aanvraagdossier in en dit bij de gemeente Mol.

 

Artikel 3 Bedrag

Als de vereniging voldoet aan de voorwaarden ontvangt zij een jaarlijkse basistoelage van 300 euro.

 

Artikel 4 Procedure

4.1 Aanvraag

De vereniging dient voor 1 maart van het kalenderjaar het aanvraagdossier in bij de gemeente Mol. Het aanvraagdossier bevat het ingevulde en getekende aanvraagformulier. Dit per mail verzonden naar personenmeteenbeperking@gemeentemol.be

 

4.2 Beoordeling

De gemeente Mol kan bijkomende informatie vragen om het ingediende aanvraagdossier te vervolledigen.

 

4.3 Beslissing

De aanvragen worden geadviseerd door de Molse Adviesraad voor Personen met een Beperking.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt de beslissing tot het toekennen van de toelages op basis van het advies van de behandelende dienst en de Molse Adviesraad voor Personen met een Beperking.

 

4.4 Uitbetaling

De uitbetaling van de toelages gebeurd door overschrijving binnen de 2 maanden na de beslissing.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

INZAMELEN ZWERFVUIL DOOR INDIVIDUEN - SUBSIDIEREGLEMENT - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

 

Zwerfvuil en sluikstort is voor een maatschappij onaanvaardbaar. De gemeente Mol streeft naar een duurzame mentaliteitswijziging en gedragsverandering.  De netheid van de omgeving is een belangrijk aandachtspunt. Met het project netheidsverantwoordelijken tracht de gemeente het zwerfvuil op de bermen tot een minimum te beperken.

De gemeente voorziet in dit kader al jaren een subsidie voor individuen die zwerfvuil inzamelen.

 

Juridische gronden

Artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentelijke reglementen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De netheid van de omgeving is een belangrijk aandachtspunt. Verpakkingsafval belandt al snel op de grond als er geen recipiënt aanwezig is, peuken worden achteloos weg gekatapulteerd en de wind gaat al snel aan de haal met klein materiaal (betaalbewijs, suiker- of koekjesverpakking ...).

Van zodra de omgeving er niet proper meer bijligt, oogt de plaats meteen slordig en lijkt het een toelating voor een volgende passant om ook geen gebruik te maken van een vuilnisbak. Een mooie omgeving doet de waardering voor de omgeving toenemen en remt het ontstaan van zwerfvuil af (en sluikstort). 

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/9/8

Registratiesleutel

64930000/030000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement 2026-2031 'inzamelen zwerfvuil door individuen' goed:

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 kunnen individuen, waardebonnen bekomen voor het inzamelen van zwerfvuil. Deze toelage wordt toegekend onder de voorwaarden van dit reglement.

Onder zwerfvuil wordt verstaan het afval dat men aantreft in wegbermen, langs wandel- en fietspaden en waterlopen.

 

Artikel 2

Het individu dat in aanmerking wil komen voor de toelage - zoals vermeld in dit reglement – moet voldoen aan volgende voorwaarden:

        het individu moet woonachting zijn in de gemeente Mol

        het individu gaat jaarlijks het engagement aan om het overeengekomen traject drie keer per kalenderjaar - in de afgesproken maanden zwerfvuil - vrij te maken

        minderjarigen mogen enkel deelnemen onder begeleiding van een volwassen persoon.

 

Artikel 3

Het gemeentebestuur bezorgt nieuwe netheidsverantwoordelijken:

        het traject waarlangs het zwerfvuil zal ingezameld worden

        de maanden wanneer het zwerfvuil geruimd moet worden

 

Artikel 4

Het verlenen van een subsidie door de gemeente houdt niet in dat de deelnemers van de zwerfvuilopruiming in opdracht of onder toezicht van het gemeentebestuur of zijn aangestelde handelen.

 

Artikel 5

Het gemeentebestuur zal voor de in dit reglement bedoelde activiteit een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor schade aan derden en lichamelijke ongevallen van de deelnemers afsluiten.

 

Artikel 6

De netheidsverantwoordelijke geeft via het e-formulier “Afvalophaling Netheidsverantwoordelijke” aan waar en hoeveel afvalzakken moeten opgehaald worden.

 

Artikel 7

Voor elke opruimbeurt krijgt de individu een waardebon ten bedrage van 20 euro met een maximum 60 euro per jaar.

 

Artikel 8

Indien door de toezichter wordt vastgesteld dat de mate waarin het zwerfvuil werd verwijderd in het aangegeven gebied slecht is, kan het college van burgemeester en schepenen beslissen tot het niet uitkeren van de toelage.

 

Artikel 9

De gemeente verstrekt de toelage op voorwaarde dat de voorziene kredieten opgenomen worden in het budget niet meer vatbaar zijn voor schorsing door de gouverneur van de provincie Antwerpen, zoals voorzien in artikel 332 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

INZAMELEN ZWERFVUIL DOOR VERENIGINGEN EN SCHOLEN - SUBSIDIEREGLEMENT - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Zwerfvuil en sluikstort is voor een maatschappij onaanvaardbaar. De gemeente Mol streeft naar een duurzame mentaliteitswijziging en gedragsverandering.  De netheid van de omgeving is een belangrijk aandachtspunt. Met het project netheidsverantwoordelijken tracht de gemeente het zwerfvuil op de bermen tot een minimum te beperken.

De gemeente voorziet in dit kader al jaren een subsidie voor verenigingen en scholen die zwerfvuil inzamelen.

 

Juridische gronden

Artikel 40§3 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentelijke reglementen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De netheid van de omgeving is een belangrijk aandachtspunt. Verpakkingsafval belandt al snel op de grond als er geen recipiënt aanwezig is, peuken worden achteloos weg gekatapulteerd en de wind gaat al snel aan de haal met klein materiaal (betaalbewijs, suiker- of koekjesverpakking ...).

Van zodra de omgeving er niet proper meer bijligt, oogt de plaats meteen slordig en lijkt het een toelating voor een volgende passant om ook geen gebruik te maken van een vuilnisbak. Een mooie omgeving doet de waardering voor de omgeving toenemen en remt het ontstaan van zwerfvuil af (en sluikstort). 

 

Financiële weerslag

Actie

5/9/8

Registratiesleutel

64930000/030000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement 2026-2031 'inzamelen zwerfvuil door verenigingen en scholen' goed:

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 kunnen verenigingen en scholen een toelage bekomen voor het inzamelen van zwerfvuil. De toelage wordt toegekend onder de voorwaarden van dit reglement.

Onder zwerfvuil wordt verstaan het afval dat men aantreft in wegbermen, langs wandel- en fietspaden en waterlopen.

 

Artikel 2

De verenigingen of scholen die in aanmerking komen voor de toelage – zoals vermeld in dit reglement – moeten voldoen aan volgende voorwaarden:

        gevestigd zijn in Mol

        de vereniging/school gaat jaarlijks het engagement aan om het overeengekomen traject drie keer per kalenderjaar - in de afgesproken maanden zwerfvuil - vrij te maken

        minderjarigen mogen enkel deelnemen onder begeleiding van een volwassen persoon.

 

Artikel 3

Het gemeentebestuur bezorgt nieuwe netheidsverantwoordelijken:

        het traject waarlangs het zwerfvuil zal ingezameld worden

        de maanden wanneer het zwerfvuil geruimd moet worden

 

Artikel 4

Het verlenen van een subsidie door de gemeente houdt niet in dat de deelnemers van de zwerfvuilopruiming in opdracht of onder toezicht van het gemeentebestuur of zijn aangestelde handelen.

 

Artikel 5

De vereniging of school zorgt ervoor dat bedoelde activiteit gedekt is door een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor de schade aan derden en lichamelijke ongevallen van de deelnemers. Het gemeentebestuur kan te allen tijde een bewijs van voormelde verzekering opvragen. 

 

Artikel 6

De netheidsverantwoordelijke geeft via het e-formulier “Afvalophaling Netheidsverantwoordelijke” aan waar en hoeveel afvalzakken moeten opgehaald worden.

 

Artikel 7

Het bedrag van de toelage is afhankelijk van de lengte van het traject. De vergoeding bedraagt 60 € per kilometer, met een maximum van 3 000 € per vereniging/school per jaar.

De vereniging of school die de opruimactie één of twee keer heeft uitgevoerd, komt in aanmerking voor 33% respectievelijk 67% van het subsidiebedrag.

 

Artikel 8

Indien door de toezichter werd vastgesteld dat de mate waarin het zwerfvuil werd verwijderd in het aangegeven gebied slecht is, kan het college van burgemeester en schepenen beslissen tot het niet uitkeren van de toelage.

 

Artikel 9

De gemeente verstrekt de toelage op voorwaarde dat de voorziene kredieten opgenomen worden in het budget niet meer vatbaar zijn voor schorsing door de gouverneur van de provincie Antwerpen, zoals voorzien in artikel 332 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

VEILIGE EVENEMENTEN - SUBSIDIEREGLEMENT - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeente Mol kent een bloeiend verenigingsleven. Toch ondervinden organisaties dat het financieel steeds moeilijker wordt om evenementen te organiseren. Het gemeentebestuur heeft de intentie om Molse organisatoren financieel te ondersteunen om een evenement veilig en hygiënisch te organiseren.

 

Juridische gronden

Volgens artikel 41, 23° van het decreet lokaal bestuur is de gemeenteraad bevoegd voor het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.

 

Bijlagen

        Advies sportraad

        Advies cultuurraad

        Advies jeugdraad

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het gemeentebestuur - in het bijzonder de burgemeester – is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid bij evenementen. De burgemeester wordt hierin bijgestaan door de verschillende veiligheidsdiensten. De organisator is primair verantwoordelijk voor de totstandkoming en uitvoering van het evenement waaronder de veiligheid. In de praktijk loopt de verantwoordelijkheid door elkaar heen. In de voorbereiding en tijdens de uitvoering van een evenement zijn afstemming en samenwerking tussen de verschillende partijen van groot belang.

Aan organisatoren worden – naargelang de aard en de grootte van het evenement – meerdere verplichtingen opgelegd om een evenement veilig te laten verlopen. Omwille van het gezamenlijk belang dat een evenement veilig verloopt, heeft het gemeentebestuur de intentie om Molse verenigingen die aangesloten zijn bij een Molse adviesraad financieel te ondersteunen om de veiligheidsverplichtingen te kunnen nakomen.

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/9/20: We zorgen voor veilige grote evenementen via multidisciplinair veiligheidsoverleg en gerichte maatregelen zoals het ’s nachts laten branden van de openbare verlichting in de buurt van het evenement.

Registratiesleutel

64930000/039000

Bedrag

€ 25.000,00

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het volgende subsidiereglement veilige evenementen voor erkende Molse verenigingen, goed:

 

Subsidiereglement veilige evenementen

 

Artikel 1: Doelstelling

Dit reglement heeft tot doel het ondersteunen van verenigingen aangesloten bij een erkende Molse adviesraad bij het organiseren van een veilig en hygiënisch evenement op het grondgebied van de gemeente Mol door financiële steun te bieden in de vorm van een subsidie.

 

Artikel 2: Definities

Vereniging: een rechtspersoon zonder winstoogmerk of feitelijke vereniging gevestigd in de gemeente Mol en aangesloten bij een erkende adviesraad

 

Evenement: Evenementen zijn periodieke of eenmalige gebeurtenissen op het gebied van kunst, cultuur, sport, feesten, kermis… De gebeurtenissen worden publiek aangekondigd, gaan op een welbepaald tijdstip door, zijn tijdelijk en iedereen is er welkom, al of niet tegen betaling. Het maakt niet uit of het op publiek of privaat terrein doorgaat, in een open of afgesloten ruimte.

 

Publiek toegankelijk: Een evenement dat door iedereen kan bijgewoond worden,  al dan niet met betaling van een toegangsprijs ongeacht of de organisator toegangskaarten heeft verspreid op voorwaarde dat de kaarten worden uitgedeeld of verkocht aan eenieder die erom verzoekt en ook ongeacht of de deelname gekoppeld wordt aan een inschrijving op voorwaarden dat de inschrijving voor iedereen openstaat 

 

Verzekering: Objectieve aansprakelijkheid en burgerlijke aansprakelijkheid voor de vrijwilligers en bezoekers.

 

Veiligheid: Uitgaven in kader van de veiligheid van uw evenement die in aanmerking komen voor de subsidie. 

 

 RN: risico niveau dat bepaald wordt volgens het politiereglement houdende maatregelen tot het

voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke lokalen en tijdens publiek

toegankelijke evenementen.

 

Werkingsjaar: loopt per jaar van 1 januari tot 31 december.

 

Artikel 3: Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de subsidie dient uw evenement te voldoen aan volgende voorwaarden:

        de organisator is een vereniging aangesloten bij een erkende adviesraad van de gemeente Mol en geregistreerd in de Evenementenkluis.

        het evenement vindt plaats op het grondgebied van de gemeente Mol of in de buurtgemeenten op max. 1 km van de gemeentegrens

        het evenement is publiek toegankelijk, privé evenementen worden uitgesloten

        de organisatoren van het evenement zijn op voldoende wijze verzekerd

        de geldende VLAREMA-wetgeving omtrent cateringmateriaal wordt gevolgd

        een redelijke toegangsprijs wordt gevraagd

  

Artikel 4: Criteria

Volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

        door de overheid erkende security

        extra verlichting in- en uitgang – parkings – kiss en ride

        veiligheidscontrole (politiereglement – controle elektriciteit/gas door erkende keuringsfirma)

        medische hulppost

        huren herbruikbaar cateringmateriaal

        huren sanitaire voorzieningen

        huren van herashekken en stagebarriers

        huren van geluidsmeter

        toegankelijk maken voor mindervaliden

 

 Artikel 5: Aanvraagprocedure

        Het evenement is tijdig aangevraagd in de Evenementenkluis, ten laatste 3 maanden voor de start van het evenement.

        Verenigingen kunnen maximaal 2 aanvragen per werkingsjaar indienen, deze evenementen moeten in verschillende weken plaatsvinden.

        Aanvragen worden op basis van volgorde van indienen behandeld. De datum van ontvangst van een volledige aanvraag (alle bijlagen toegevoegd) bepaalt de volgorde waarin deze wordt behandeld.

De aanvraag wordt ingediend via de Evenementenkluis en moet de volgende informatie bevatten:

        Naam en contactgegevens van de vereniging.

        Datum en locatie van de geplande activiteit.

        Een omschrijving van de veiligheidsmaatregelen die de organisator neemt en waarvoor hij subsidie aanvraagt.

        Ten laatste 4 maanden na het evenement worden volgende bijlagen toegevoegd aan de aanvraag:

        Fotoverslag van het evenement waarop de uitgevoerde maatregelen zichtbaar zijn

        Facturen van de genomen veiligheidsmaatregelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd

        Bewijs van betaling

De gemeente beoordeelt de aanvragen en kent de subsidie toe op basis van beschikbare middelen. De gemeente kan te allen tijde controle laten uitvoeren op de echtheid van de factuur en het effectief inzetten van door de overheid erkende security op het evenement.

 

Artikel 6: Bedrag van de subsidie

De uit te keren subsidie bedraagt 25% van de gemaakte kosten met een maximum van:

        Kleine evenementen (250 - 500 aanwezigen): max. 250 euro

        Middelgrote evenementen (tussen de 500 en 1500 aanwezigen): max. 500 euro

        Grote evenementen (+ 1500 aanwezigen): max. 1000 euro

Het plafond van het beschikbare budget voor subsidies per werkingsjaar bedraagt 25 000 euro Wanneer het totale plafond van het beschikbare budget voor subsidies voor het werkingsjaar is bereikt, worden er geen nieuwe aanvragen meer toegelaten. Het College van burgemeester en schepenen kan altijd beslissen om het budget te verhogen.

 

Artikel 7: Uitbetaling van de subsidie

De toegekende subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring van de aanvraag van de subsidie en na het voorleggen van de nodige bewijsstukken. De uitbetaling gebeurt op basis van de ingediende en goedgekeurde facturen volgens artikel 5.

De vereniging dient binnen 4 maanden na de activiteit een afrekening in te dienen, inclusief bewijsstukken van de werkelijke kosten. De uitbetaling kan pas gebeuren na het tijdig indienen van de nodige bewijsstukken. Indien de bewijsstukken niet ingediend worden binnen de vermelde termijn wordt de subsidie niet uitbetaald.

De gemeente beslist over de toekenning van de subsidie. De aanvrager ontvangt een terugkoppeling van de beslissing met vermelding van het subsidiebedrag.

De uitbetaling gebeurt steeds via overschrijving op de rekening van de begunstigde, zoals die werd ingegeven in de Evenementenkluis.

 

 

Artikel 8: Misbruik van de subsidie

In geval van misbruik van de subsidie, zoals oneigenlijk gebruik van de subsidie of onjuiste verklaringen in de aanvraag, heeft de gemeente Mol het recht om de vereniging gedurende 2 jaar uit te sluiten van het gebruik van de subsidie.

Bij misbruik en de vaststelling van een bedrieglijke aanvraag kan de onrechtmatig toegekende subsidie teruggevorderd worden en wordt de organisator uitgesloten van andere gemeentelijke toelagen en subsidie.

 

Artikel 9: Slotbepaling

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft van kracht tot 31 december 2031.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

MOBIEL PODIUM - SUBSIDIEREGLEMENT - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Verenigingen uit Mol hebben bij het organiseren van vrijetijdsactiviteiten en evenementen soms een podium nodig. Verschillende pistes zijn onderzocht (o.a. aankoop podia, subsidiereglement). De keuze is gevallen op een subsidiereglement.

 

Ter ondersteuning van deze verenigingen is op de gemeenteraad van 27 mei 2024 een subsidiereglement goedgekeurd. Dit creëert het nodige kader voor een financiële ondersteuning voor Molse verenigingen die een podium nodig hebben voor hun evenement. Dit subsidiereglement loopt af omwille van het einde van de beleidsperiode 2019-2025 op 31 december 2025. We wensen op basis van dit reglement de subsidie mobiel podium verder aan te bieden voor de beleidsperiode 2026-2031.

 

Juridische gronden

Artikel 40§3 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vastleggen van gemeentelijke reglementen.

 

Inspraak en advies

Aan de adviesraden is advies gevraagd. De mondiale raad heeft geen advies bezorgd.

 

Bijlagen:

1) Landingspagina subsidiereglement

2) Leidraad Podium

3) Advies Jeugdraad subsidiereglement mobiel podium

4) 2025.11.18 Advies cultuurraad subsidie mobiel podium - verslag CR 18_11_2025

5) Advies Sportraad subsidiereglement mobiel podium

6) 20251125 Advies Seniorenraad subsidiereglement mobiel podium

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Een duidelijk subsidiereglement ondersteunt verenigingen in de gemeente Mol bij het organiseren van vrijetijdsactiviteiten en evenementen door financiële steun te bieden in de vorm van een subsidie voor het huren van een mobiel podium. Een goed verenigingsleven dat veel activiteiten organiseert, draagt bij tot het welbevinden van de Molse burger en een betrokken, inclusieve samenleving. Hier zetten we dan ook graag op in.

 

Financiële weerslag

 

Bedrag

€ 15.000 euro in 2026, jaarlijks geïndexeerd

Actie

2/3/3

Sleutel

64930030/070100

 

De bedragen van deze subsidie worden vanaf 2027 jaarlijks aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd subsidiebedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad heft het huidige subsidiereglement podiumverhuur, goedgekeurd op de zitting van 27 mei 2024, op.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt het volgende subsidiereglement podiumverhuur erkende verenigingen, goed:

 

Subsidiereglement Podiumverhuur erkende verenigingen

 

Artikel 1: Doelstelling

Dit reglement heeft tot doel het ondersteunen van verenigingen in de gemeente Mol bij het organiseren van vrijetijdsactiviteiten en evenementen door financiële steun te bieden in de vorm van een subsidie voor het huren van een mobiel podium.

 

Artikel 2: Definities

        Vereniging: Een rechtspersoon zonder winstoogmerk of feitelijke vereniging gevestigd in de gemeente Mol en aangesloten bij een erkende adviesraad.

        Podium: Een mobiele podiumopstelling in openlucht voor het organiseren van vrijetijdsactiviteiten en evenementen, die niet kan georganiseerd worden met de inzet van de podiumelementen, beschikbaar vanuit de gemeentelijke uitleendienst.

        Werkingsjaar: loopt per jaar van 1 januari tot 31 december

 

Artikel 3: Subsidiebedrag en Jaarlijks Budget

        Verenigingen kunnen aanspraak maken op een subsidie van 70% van de totale huurkosten van het podium, met een maximum van 2 500 euro inclusief alle lasten.

        Het plafond van het beschikbare budget voor subsidies per werkingsjaar bedraagt 15 000 euro (budget 2026, geïndexeerd vanaf 2027).

        Wanneer het totale plafond van het beschikbare budget voor subsidies voor het werkingsjaar is bereikt, wordt bekeken of er nog nieuwe aanvragen kunnen worden toegelaten door het budget te verhogen met een aangepaste raming.

 

Artikel 4: Toepassingsgebied

Dit reglement is van toepassing op verenigingen die voldoen aan de volgende criteria:

        De vereniging is gevestigd in de gemeente Mol.

        De vereniging is aangesloten bij één van de volgende adviesraden (cultuurraad, jeugdraad, sportraad, mondiale raad, seniorenraad en adviesraad voor personen met een beperking) en het evenement moet geregistreerd zijn in de evenementenkluis.

        De plaats van het podium waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, bevindt zich in de gemeente Mol of in de buurgemeenten op maximum 1 km van de gemeentegrens.

 

Artikel 5: Aanvraagprocedure

        De aanvraag gebeurt ten laatste 2 maanden voor het geplande evenement. 

        Verenigingen kunnen maximaal 1 aanvraag per werkingsjaar indienen.

        Een vereniging kan slechts twee lopende aanvragen gelijktijdig hebben, verspreid over 2 werkingsjaren.

        Aanvragen worden op basis van volgorde van indiening behandeld. De datum van ontvangst van de aanvraag bepaalt de volgorde waarin deze wordt behandeld.

 

De aanvraag wordt ingediend via de evenementenkluis en moet de volgende informatie bevatten:

        Naam en contactgegevens van de vereniging.

        Datum en locatie van de geplande activiteit.

        Een begroting van de huurkosten van het podium, gestaafd met offertes

        Een omschrijving van de culturele activiteit of het evenement.

 

De gemeente Mol beoordeelt de aanvragen en kent de subsidie toe op basis van beschikbare middelen, de relevantie van de activiteit voor de gemeenschap en de toegankelijkheid voor een breed publiek.

 

Artikel 6: Reservering van het podium en verzekering

De vereniging is zelf verantwoordelijk voor het reserveren van het podium bij een leverancier naar keuze. De gemeente Mol biedt een leidraad en een lijst van leveranciers om de vereniging te helpen bij het vinden van het meest geschikte podium.

De vereniging dient zelf de nodige verzekeringen af te sluiten en afspraken te maken met de leveranciers in het kader van de huur van het podium, inclusief aansprakelijkheidsverzekeringen en andere benodigde overeenkomsten.

 

Artikel 7: Uitbetaling van de subsidie

De toegekende subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring van de aanvraag en na het voorleggen van bewijsstukken van de werkelijke huurkosten van het podium. De uitbetaling gebeurt op basis van de ingediende en goedgekeurde offerte.

De vereniging dient binnen 2 maanden na de activiteit een afrekening in te dienen, inclusief bewijsstukken van de werkelijke kosten. Hierbij worden minimum de volgende stukken voorzien;  het factuur, de naam (en ondernemingsnummer vereniging)/het rijksregisternummer, het IBAN nummer, de verklaring van de voorzitter dat het IBAN nummer van de vereniging is.

De gemeente Mol behoudt zich het recht voor om de subsidie te herzien indien blijkt dat de werkelijke kosten lager zijn dan oorspronkelijk aangevraagd.

 

Artikel 8: Misbruik van de subsidie

In geval van misbruik van de subsidie, zoals oneigenlijk gebruik van de subsidie of onjuiste verklaringen in de aanvraag, heeft de gemeente Mol het recht om de vereniging gedurende 2 jaar uit te sluiten van het gebruik van de subsidie.

De gemeente Mol heeft tevens het recht om reeds toegekende subsidiebedragen in geval van misbruik terug te vorderen.

 

Artikel 9: Slotbepaling

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft van kracht tot 31 december 2031.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

CULTURELE VERENIGINGEN - SUBSIDIEREGLEMENT - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het gemeentebestuur verleent reeds jaren een financiële ondersteuning aan cultuurverenigingen.  De cultuurverenigingen kunnen hiervoor jaarlijks, op basis van het subsidiereglement, aanspraak maken op subsidies.

In zitting van 23 februari 2015 keurde de gemeenteraad het subsidiereglement voor lokaal cultuurbeleid goed.

 

Voor de beleidsperiode van 1 januari 2026 tem 31 december 2031 wordt een geactualiseerd subsidiereglement voor de werkingssubsidies van socio-culturele verenigingen opgesteld dat het vorige subsidiereglement vervangt.

 

Juridische gronden

Art. 40 decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vastleggen van gemeentelijke reglementen.

Subsidiereglement voor lokaal cultuurbeleid, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 23/02/2015.

 

Inspraak en advies

De cultuurraad verleende op 18 november 2025 positief advies op het voorgestelde reglement mits rekening gehouden wordt met de geformuleerde opmerkingen.

 

Bijlagen

1) 2025.11.18 Advies cultuurraad - verslag CR 18_11_2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Beleidsdoelstelling 2 van het meerjarenplan 2026-2031 zet in op een 'Levendig, ondernemend en aantrekkelijk Mol'. Met deze beleidsdoelstelling wensen we te versterken wat Mol uniek maakt: dat houdt onder andere in dat we zorgen voor bruisende dorpen, verenigingen ondersteunen en zorgen voor een levendig centrum.

 

Om aan deze beleidsdoelstelling te werken, wensen we verenigingen te ondersteunen in hun werking via een jaarlijkse werkingssubsidie. Deze subsidies worden verleend ter ondersteuning van het lokaal cultuurbeleid.

 

Financiële weerslag

Actie

2/1/2

Registratiesleutel

64930010/070100

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het volgende subsidiereglement voor lokaal cultuurbeleid goed:

 

Binnen de grenzen van het goedgekeurd budget van de gemeente Mol verleent het gemeentebestuur subsidies ter ondersteuning van het lokaal cultuurbeleid.

 

Voorwaarden

 

Verenigingen

Enkel de niet-professionele en niet-commerciële verenigingen die zijn aangesloten bij het cultuurforum komen in aanmerking binnen dit subsidiereglement.

 

Enkel verenigingen met een autonoom bestuur dat minimum 2 bestuursvergaderingen houdt en bestaat uit minimum 3 bestuursleden waarvan maximum 2 familieleden tot in de 3e graad komen in aanmerking voor een toelage.

 

Verenigingen en instellingen die langs een andere weg door het gemeentebestuur betoelaagd worden, komen niet in aanmerking voor een toelage.

 

Activiteiten

Activiteiten van verenigingen die in welke hoedanigheid ook betaald of gesubsidieerd worden door het gemeentebestuur, komen niet in aanmerking voor dit subsidiereglement.

 

Een activiteit komt slechts één keer, als geheel, in aanmerking binnen dit subsidiereglement. Een activiteit met een meervoudig karakter kan slechts onder 1 rubriek worden opgenomen.

 

Activiteiten in gelijkwaardige samenwerking tussen verenigingen, kunnen wel door alle verenigingen ingediend worden.

 

Puur commerciële, discriminerende en politieke activiteiten, evenals activiteiten die indruisen tegen de openbare orde en de goede zeden komen niet in aanmerking voor betoelaging binnen dit reglement.

 

Procedure

 

De subsidies worden berekend op basis van de gegevens betreffende de werking gedurende het vorige kalenderjaar.

 

Verenigingen die aansluiten bij het cultuurforum kunnen betoelaagd worden vanaf de datum dat hun vraag tot toetreding, die tot de aanvaarding leidde, bij de administratie cultuur binnenkwam.

 

Aanvraag

Jaarlijks bezorgt de administratie cultuur voor 15 december een aanvraagformulier aan de bij het cultuurforum aangesloten verenigingen. Dit aanvraagformulier dient volledig ingevuld en ondertekend voor 15 januari terugbezorgd te worden door een afgifte tegen ontvangstbewijs of door een aangetekende zending.

Bij deze aanvraag moeten geen bewijsstukken toegevoegd worden. Deze kunnen wel opgevraagd worden tot in het volgende subsidiejaar.

 

Verwerking

De ingediende aanvraagformulieren worden gecontroleerd door de administratie cultuur.

 

Eventuele probleemdossiers en/of betwistingen worden besproken met de voorzitter van de cultuurraad. De cultuurraad geeft advies over de eindberekeningen.  Het College van Burgemeester en Schepenen legt de punten en de corresponderende bedragen definitief vast.

 

Het College van Burgemeester en Schepenen beslist, na advies van de cultuurraad, in alle gevallen die niet geregeld zijn in dit reglement of die een verduidelijking vereisen.

 

Sancties

Het gemeentebestuur kan te allen tijde controles uitvoeren. Indien blijkt dat onjuiste opgaven voor betoelaging werden verstrekt kan het gemeentebestuur, op advies van de cultuurraad, de betreffende vereniging sanctioneren.

 

Deze sancties zijn de volgende:

        Bij een eerste ingebrekestelling wordt het voorziene puntenaantal voor de vereniging voor dat subsidiejaar met 25% verminderd.

        Bij een tweede ingebrekestelling wordt het voorziene puntenaantal voor de vereniging voor dat subsidiejaar met 50% verminderd.

        Bij een derde ingebrekestelling ontvangt de vereniging geen subsidies voor dat subsidiejaar.

 

De ingebrekestellingen blijven meetellen over de opeenvolgende subsidiejaren heen.

 

In geval van ingebrekestelling wordt de voorzitter van de betreffende vereniging hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Hij heeft het recht binnen de veertien dagen het bezwaar van zijn vereniging te laten kennen tegen de overwogen sanctie, waarna het College van Burgemeester en Schepenen, na advies van de cultuurraad, beslist.

 

Deze beslissing wordt schriftelijk aan belanghebbende meegedeeld.

 

Rubrieken

 

1. Basiswerking

Van het beschikbare subsidiebedrag wordt 70% voorbehouden voor de basiswerking van verenigingen.

 

De aansluiting binnen het cultuurforum bepaalt de ‘basiswerking’ waaronder de vereniging in aanmerking komt voor subsidie: Amateurkunsten of Socio-cultureel (inclusief erfgoed).

 

1.1 Amateurkunsten

 A. Podiumkunsten

a. Kleine werking = 50 punten
-minimum 10 repetities
- minimum 1 publieke opvoering

b. Middelgrote werking = 150 punten
- minimum 20 repetities
- minimum 2 publieke opvoeringen (eigen organisatie)
- minimum 12 spelende leden

c. Grote werking = 300 punten
- minimum 40 repetities
- minimum 4 publieke opvoeringen (eigen organisatie)
- minimum 30 spelende leden

d. Duidelijk onderscheiden jeugd/instapafdeling = 50 punten
- afzonderlijke repetities
- afzonderlijke opvoering(en)
- minimum 8 leden < 25 jaar

e. Extra publieke opvoeringen (eigen organisatie) = 10 punten
/opvoering

 B. Beeldend & audiovisueel

  a. Kleine werking = 50 punten
- minimum 10 werksessies
- 1 publiek toonmoment

  b. Middelgrote werking = 100 punten
- minimum 20 werksessies
- 2 publieke toonmomenten (eigen organisatie en werk)
- 10 actieve leden

  c. Grote werking = 200 punten
- minimum 40 werksessies
- 3 publieke toonmomenten (eigen organisatie en werk)
- 20 actieve leden

  d. Duidelijk onderscheiden jeugdafdeling = 25 punten
- afzonderlijke werksessies
- afzonderlijke toonmoment(en)
- minimum 10 leden < 25 jaar

  e. Beeldend: extra publieke toonmomenten = 5 punten /
  (eigen organisatie en werk)  toonmoment

  f. Audiovisueel: producties in eigen beheer = 5 punten / afgewerkte productie

 

1.2 Socio-cultureel (incl. erfgoed)

  a. Kleine werking = 50 punten
- minimum 2 activiteiten

  b. Middelgrote werking = 100 punten
- minimum 7 activiteiten

  c. Grote werking = 200 punten
- minimum 14 activiteiten

 

2. Bijzondere werking

Van het beschikbare subsidiebedrag wordt 30% voorbehouden voor de bijzondere werking van verenigingen. Alle verenigingen aangesloten bij het cultuurforum komen in aanmerking voor alle onderdelen, uitgezonderd erfgoedverenigingen onder e.

 a. Bijwonen alle cultuurforums = 10 punten

 b. Vorming met bestuursgerelateerde inhoud gevolgd = 5 punten
door bestuursleden 

 c. Professionele begeleiding

  i. minimum 5 keer  = 5 punten
ii. minimum 25 keer = 25 punten
iii. minimum 50 keer = 50 punten

 d. Samenwerking verenigingen en/of met gemeentediensten/cultuurraad/lokale  kunstenaars

  i. minimum 3 keer = 10 punten     ii. minimum 10 keer = 50 punten

 e. Acties/activiteiten voor het bewaren of ontsluiten van erfgoed = 10 punten

     (door niet erfgoedverenigingen)

 

 f. Schenken van archief = 10 punten

 g. Bijzondere aandacht voor diversiteit en toegankelijkheid van activiteiten/vereniging voor                 maatschappelijk kwetsbare groepen              = 10 punten

 h. Bijzondere werking die elders in dit reglement niet aan bod komt = 5/10/20 punten

 i. Gebruiken van de UiTPAS voor leden en tijdens de activiteiten = 20 punten

 

Berekening van de subsidie:

1. Totale subsidies = T

2. Verdeling basiswerking (B = 0,7 x T) en bijzondere werking (Z = 0,3 x T)

3. totaal aantal punten basiswerking

       PB = totaal aantal punten basiswerking

       PZ= totaal aantal punten bijzondere werking

4. Waarde per punt = W

             

                 B

       WB = ----

                Pb

 

                 Z

       WZ = ----    

                PZ

 

5. Bedrag per vereniging

 

       - pB,i= punten basiswerking voor vereniging i

       - pZ,i= punten bijzondere werking voor vereniging

 

Dan:

 

                         Bedragi = pB,i x WB+ pZ,i WZ

 

Inwerkingtredingsbepaling

Dit reglement wordt van kracht vanaf 1 januari 2026 (voor subsidies werkingsjaar 2025, uitbetalingsjaar 2026).

 

Opheffingbepaling

Het subsidiereglement voor lokaal socio-cultureel en toerismebeleid van 23 februari 2015 wordt opgeheven op het moment dat dit reglement van kracht wordt.

 

Budgetbepaling

Het totale subsidiebudget voor werkingssubsidies cultuur bedraagt voor het jaar 2026 € 39.000.

 

De bedragen van deze subsidie worden vanaf 2027 jaarlijks aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd subsidiebedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd subsidiebedrag = R x I/i, waarbij:

 

R = subsidiebedrag vastgesteld in artikel x punt x

 

I = index van mei van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

 

i = index van de maand mei 2025

 

aangepast subsidiebedrag = afgerond geïndexeerd subsidiebedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op minder dan 50 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

- bedragen die eindigen op 50 eurocent of meer worden afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.  

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

GESCHENKEN BIJ HUWELIJKS-, SAMENWOON-, KLOOSTER- OF PRIESTERJUBILEA EN VOOR 100-JARIGEN - SUBSIDIEREGLEMENT - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het gemeentebestuur verleent reeds jaren een toelage bij huwelijks-, samenwoon-, klooster- of priesterjubilea en voor 100-jarigen.  Deze financiële toelage wordt verleend op basis van een reglement dat goedgekeurd werd door de gemeenteraad.

Het reglement dient hernieuwd te worden voor de volgende jaren van deze legislatuur.

 

Juridische gronden

Artikel 41, §3, 23° van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlage

1) gemeenteraadsbeslissing 19-12-2022

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het gemeentebestuur beschouwt het als haar opdracht om erkentelijk te zijn en, in specifieke omstandigheden, deze erkentelijkheid te onderstrepen met een toelage of een geschenk.  Daarom verleent het gemeentebestuur reeds jaren een toelage bij huwelijks-, samenwoon-, klooster- of priesterjubilea en voor 100 jarigen.

 

Financiële weerslag

Actie

5/17/2 (We geven onze inwoners geschenken op bijzondere momenten.)

Registratiesleutel

61540000/011900

Bedrag

23.300 euro, jaarlijks geïndexeerd

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het volgende reglement goed:

 

Subsidiereglement 2026-2031 geschenken bij huwelijks-, samenwoon-, klooster- of priesterjubilea en voor 100-jarigen

 

Artikel 1

Voor de werkingsjaren 2026-2031 worden volgende subsidies en geschenken toegekend:

 

* 50-jarig huwelijk of 50-jarig klooster- of priesterjubileum of 50-jarig samenlevingscontract:

cadeaucheques ter waarde van 50 euro en een ruiker bloemen.

 

* 60-jarig huwelijk of 60-jarig klooster- of priesterjubileum of 60-jarig samenlevingscontract:

 cadeaucheques ter waarde van 60 euro, een ruiker bloemen en een kunstwerk met verwijzing naar de gemeente.

 

* 65-jarig huwelijk of 65-jarig klooster- of priesterjubileum of 65-jarig samenlevingscontract:

 cadeaucheques ter waarde van 65 euro, een ruiker bloemen en een fotoreportage.

 

* 70-jarig huwelijk of 70-jarig klooster- of priesterjubileum of 70-jarig samenlevingscontract:

cadeaucheques ter waarde van 70 euro en ruiker bloemen.

 

* 75-jarig huwelijk en elke volgende huwelijksverjaardag of 75-jarig klooster- of priesterjubileum en elk volgend jaar of 75-jarig samenlevingscontract en elk volgend jaar:

cadeaucheques ter waarde van 75 euro en een ruiker bloemen.

 

* 100-jarigen:

cadeaucheques ter waarde van 50 euro, een ruiker bloemen en een fotoreportage.

 

* 101-, 102-, 103-, 104-, 105-jarigen en ouder:

Cadeaucheques ter waarde van 50 euro en een ruiker bloemen.

 

Artikel 2

De gemeente betaalt de subsidie uit op voorwaarde dat de voorziene kredieten opgenomen in het jaarbudget definitief zijn zoals voorzien in artikel 332 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 3

Dit reglement heft alle voorgaande reglementen op die betrekking hebben op subsidies en geschenken bij huwelijks-, samenwoon-, klooster- of priesterjubilea en voor 100-jarigen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

PROJECT TOEGANKELIJKE HANDELSZAKEN - SUBSIDIEREGLEMENT EN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST MET DITO VZW - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Toegankelijkheid van handelszaken is een belangrijk aandachtspunt binnen ons inclusief beleid. In het verleden werd er reeds een eerste poging ondernomen om de toegankelijkheid van handelszaken in kaart te brengen via metingen door een lokale werkgroep (aangesloten bij de Molse Adviesraad voor Personen met een beperking). De verzamelde gegevens werden ingevoerd in de app On Wheels. Door het grote aantal handelszaken bleek dit echter te arbeidsintensief voor de vrijwilligerswerking.

 

Vervolgens werd een 2e actie ondernomen (juni 2024) in samenwerking met de collega's van Ondernemen waarbij handelaars tijdens een infomoment werden geïnformeerd over het belang van toegankelijkheid, het gebruik van drempelhulpen en de voordelen van het delen van informatie over toegankelijkheid. Handelaars kregen de vraag zelf hun zaak op te meten en een fiche in te vullen. Slechts een aantal zaken (10) werden effectief aangeleverd, waardoor ook dit traject onvoldoende resultaat opleverde.

 

Het traject Toegankelijke Handelszaken in samenwerking met Dito vzw werd eerder besproken en goedgekeurd tijdens het beleidscomité van 9 september 2025. Op basis van deze goedkeuring wordt het project nu voorgelegd aan de gemeenteraad ter definitieve goedkeuring.

 

Juridische gronden

Art. 40 en 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

Inspraak en advies

De adviesraad voor mensen met een beperking leverde een positief advies af.

 

Bijlagen

  1. 2025.11.03 - Convenant Dito en Mol
  2. 2025.11.03 - Overeenkomst handelaar
  3. Subsidiereglement 2026 - 2031 - Toegankelijke handelszaken
  4. 2025 - Advies rond deelname aan en budgettering van project Toegankelijke Handelszaken_1

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

We willen verder inzetten op een inclusieve en toegankelijke omgeving, ook binnen het lokale handelsaanbod. Om dit op een haalbare en gedragen manier aan te pakken werken we samen met Dito vzw die het traject Toegankelijke Handelszaken aanbiedt.

 

Dit initiatief richt zich op het verbeteren van de toegankelijkheid van handels- en horecazaken. Daarbij worden drempelhulpen op maat voorzien en wordt toegankelijkheidsinformatie gedeeld via de app On Wheels.

Dito vzw combineert concrete verbeteracties met sensibilisering en betrekt de lokale handelaars actief bij het proces. De samenwerking omvat volgende elementen:

- Dito vzw neemt de opmetingen van de handelszaken ter plaatse op zich;

- Ze voeren de toegankelijkheidsinformatie rechtstreeks in in de app On Wheels;

- Ze adviseren over geschikte drempelhulpen, doen de bestelling ervan en komen deze plaatsen;

- Handelaars ontvangen een herkenningslogo wanneer er een mobiele drempelhulp aanwezig is;

- Ze geven gerichte tips om de algemene toegankelijkheid van de zaak te verbeteren;

- Ze ondersteunen de gemeente in communicatieacties om handelaars te betrekken en enthousiasmeren;

Met deze samenwerking willen we de toegankelijkheid van het handels- en horecaveld versterken en de bewustwording bij lokale ondernemers vergroten zodat iedereen vlotter kan deelnemen aan het sociale en economische leven in onze gemeente.

 

Financiële weerslag

De samenwerking is volledig kosteloos met uitzondering van de aankoop van de drempelhulpen. Deze investering resulteert in zichtbare verbeteringen op het terrein en een positieve impact op de toegankelijkheid voor inwoners en bezoekers met een beperking.

 

Actie

5/2/3

Registratiesleutel

23000000/091100 Aankoop drempelhulpen

Bedrag

€ 2.000/jaar, vanaf 2028: €1.000/jaar

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad gaat akkoord met het subsidiereglement Toegankelijke Handelszaken:

 

Afdeling 1: Algemeen

 

Artikel 1: Doel

Een toegankelijke gemeente is een gemeente waar iedereen gelijkwaardig en onafhankelijk toegang heeft tot de gebouwen, publieke ruimten, dienstverlening en communicatie. Iedereen kan er comfortabel, kwaliteitsvol en tot op hoge leeftijd wonen, leren, werken, dagelijkse activiteiten uitvoeren, zich verplaatsen en ontspannen.

 

De gemeente Mol wil een toegankelijke gemeente zijn en voorziet met dit reglement een financiële tussenkomst voor hellende en bellende vlakken bij ondernemers met een commerciële ruimte op het grondgebied van de gemeente Mol.

 

Artikel 2: Definities

Een permanent hellend vlak overbrugt een niveauverschil, één drempel of meerdere treden zodat deze voor personen met een beperkte mobiliteit geen hindernis meer vormen en dus bijdragen tot de toegankelijkheid van een gebouw.

Een wegneembaar hellend vlak is een oplossing indien een permanent hellend vlak de vrije doorgang op de openbare weg (voetpad) hindert of permanente aanpassingen onmogelijk zijn.

Een bellend vlak is een wegneembaar hellend vlak waarbij personen met een beperkte mobiliteit via een bel of via telefoonnummer kunnen vragen om gebruik te maken van het hellend vlak om een zaak te betreden.

 

Artikel 3: Doelgroep

De subsidie is bedoeld voor uitbaters van winkel- en horecapanden en ambachtelijke dienstverleners en vrije- , dienstverlenende - en intellectuele beroepen op het grondgebied van de gemeente Mol.

 

Ontvankelijkheidsvoorwaarden:

        uitbater/dienstverlener (natuurlijke persoon of rechtspersoon) met permanente activiteit en pand op het grondgebied van de gemeente Mol;

        activiteit valt onder:

        kleinhandel en/of horeca met fysieke verkoop van goederen aan eindgebruiker;

        dienstverlener met ambachtelijke activiteit (vb. kapper, fotograaf, ...) ;

vrij beroep (advocaat, arts,…), intellectueel beroep (boekhouder,…) of een vrij dienstverlenend beroep (paramedisch beroep,…).

Het pand is op regelmatige basis geopend en vrij toegankelijk voor klanten, met vooraf vastgelegde en bekendgemaakte openingsuren.

Worden uitgesloten:

        zaken wiens gegevens in Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO) niet correct zijn;

        zaken die niet voldoen aan de toepasselijke vergunningsplicht;

        tijdelijke uitbatingen (minder dan een jaar). In overleg kan er vanuit deze uitgesloten handelszaken wel beroep gedaan worden op de dienstverlening van Dito vzw (expertise en tips rond toegankelijkheid, groothandelskorting bij toegankelijkheidsoplossingen) zonder subsidie.

 

Artikel 4: Samenwerking met Dito vzw

Dito vzw krijgt van de gemeente Mol de opdracht om van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 de panden van handels – en horecazaken, vrije- , dienstverlenende - en intellectuele beroepen in Mol toegankelijker te maken voor personen met mobiliteitsbeperkingen.

 

De focus ligt op de fysieke drempels die die mensen ervaren om de panden te betreden.

 

Dito vzw bezoekt de panden en maakt een rapport op. Bovendien krijgen de ondernemers vrijblijvende tips om hun zaak ook binnenin zo toegankelijk mogelijk te maken.

 

Dito vzw verbindt er zich toe:

        expertise en tips aan te bieden rond het toegankelijker maken van handels-, horecazaken, vrije-, dienstverlenende - en panden voor intellectuele beroepen;

        te sensibiliseren rond toegankelijkheid bij de genoemde zaken en beroepen;

        een netwerk aan te bieden (met o.a. groothandelskortingen op toegankelijkheidsoplossingen);

        aanvragen ter verbetering van de toegankelijkheid van de panden te onderzoeken en te verwerken via de werkwijze omschreven in artikel 7;

        jaarlijks hellende en/of bellende vlakken te plaatsen;

        de gegevens te verstrekken die door de gemeente Mol worden opgevraagd in functie van dossieropmaak, opmaak van omgevingsanalyses, en dergelijke (met inachtneming van de privacywetgeving).

 

Afdeling 2: Subsidie

 

Artikel 5: Ontvankelijkheidsvoorwaarden

Om in aanmerking te komen voor een subsidie dient aan volgende voorwaarden cumulatief te worden voldaan:

        de aanvrager dient een natuurlijke persoon of een rechtspersoon te zijn;

        de aanvrager moet houder zijn van een zakelijk recht op of huurder van een commerciële ruimte waarin een effectieve uitbating plaatsvindt;

        het pand moet gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente Mol;

        het pand voldoet aan alle wettelijke verplichtingen voor de uitbating van de betreffende handels- of horecazaak;

        panden die gebouwd of verbouwd worden of werden en onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijk stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid vallen, komen niet in aanmerking.

 

Artikel 6: Subsidie

De gemeente Mol voorziet bij aanvang een budget van 8.000 euro voor de periode van zes jaar voorzien in de samenwerkingsovereenkomst, nl. van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, om de hellende en bellende vlakken te financieren.

 

De aanvragen kunnen uitsluitend worden goedgekeurd binnen de voorziene budgetten. De dossiers worden chronologisch behandeld binnen de grenzen van het beschikbaar budget. In de gemeentelijke begroting wordt jaarlijks een maximumbedrag voor deze subsidie vastgelegd. Dit krediet is bindend en kan niet worden overschreden.

 

Artikel 7: Procedure

1. Geïnteresseerden dienen een aanvraag in bij de gemeente Mol door een aanvraag ‘Toegankelijke Handelszaken Mol’ in te vullen op de website (www.gemeentemol.be) of door te sturen naar personenmeteenbeperking@gemeentemol.be.

 

2. De gemeente Mol stuurt de aanvraag door naar Dito vzw.

 

3. Dito vzw beoordeelt de ontvankelijkheid van de aanvragen op basis van artikel 5.

 

4. Dito vzw voorziet een plaatsbezoek bij de aanvrager om de noden te kunnen inschatten en de mogelijkheden binnen de subsidie te bespreken. Tijdens het plaatsbezoek wordt een dossier opgemaakt met de aanvrager. Dit dossier bestaat minimaal uit gegevens van de handelszaak, de contactpersoon, foto's en informatie over het te overbruggen niveauverschil en voorstel tot oplossing.

 

Bij aanvragen wordt rekening gehouden met volgende criteria:

        De straat waar het pand zich bevindt

        De staat van het pand

        De wil van de ondernemer om werk te maken van toegankelijkheid.

 

Bij betwistingen of in geval van twijfel, legt Dito vzw het dossier voor aan de stuurgroep. De stuurgroep wordt samengesteld uit 2 vertegenwoordigers van Dito vzw en 2 vertegenwoordigers van de gemeente Mol, aangevuld met 2 ervaringsdeskundigen.

De stuurgroep legt het advies voor aan het college van burgemeester en schepenen, dat uiteindelijk beslist.

 

5. De kostprijs van het hellend of bellend vlak wordt vergoed door de gemeente Mol via Dito vzw tot max. 400 euro incl. BTW. Indien de kostprijs hoger zou zijn, betaalt de aanvrager het supplement, maar enkel mits voorafgaand akkoord van de aanvrager. De gemeente stelt het mobiel hellend of bellend vlak via Dito vzw ter beschikking van de aanvrager, maar de gemeente blijft eigenaar.

 

Artikel 8: Communicatie

De gemeente Mol en Dito vzw stellen een lijst op van de panden die via deze subsidie toegankelijk worden gemaakt. Deze lijst wordt gecommuniceerd via diverse gemeentelijke en andere kanalen (bvb. de app On Wheels).

 

De ondernemer verbindt zich ertoe om er ook via de eigen kanalen over te communiceren.

 

Artikel 9: Verbintenissen van de aanvrager

Door in te tekenen op deze subsidie bevestigt de ondernemer dat hij/zij de hellende/bellende vlakken ook effectief zal gebruiken. Hij/zij plaatst de hellende vlakken tijdens de openingsuren, of in het geval van bellende vlakken, als de klant hem verwittigt dat hij/zij voor de zaak wacht.

 

De ondernemer gaat er door de aanvraag mee akkoord dat de gemeente Mol en Dito vzw zijn/haar zaak opneemt in een overzicht van panden met hellende of bellende vlakken en deze ook opneemt in haar communicatie.

 

Artikel 10: Teruggaveverplichting

Het materiaal dat geleverd werd via dit subsidiereglement kan teruggevorderd worden;

            indien deze toegekend en uitbetaald werd op basis van onjuiste gegevens of valse verklaringen afgelegd met het oog op het onrechtmatig genieten van de subsidie ;

            indien de wettelijke verplichtingen niet worden nageleefd;

            indien het hellend/bellend vlak niet conform de vereisten werd geïnstalleerd of niet goed beheerd of gebruikt wordt;

            bij het overlijden, de ontbinding of het faillissement van de oorspronkelijke aanvrager/handels- of horecazaak. In zo’n geval zal de uitbater/eigenaar van de handelszaak het initiatief nemen om Dito VZW en/of de gemeente Mol op de hoogte te stellen.

            bij de onteigening van de houders van zakelijke rechten op het handelspand;

            bij de beëindiging van het huurcontract op basis waarvan de subsidie werd toegekend;

            het volledig of gedeeltelijk tenietgaan van de commerciële ruimte van het handelspand

            Indien er gegronde klachten zijn betreffende het niet of slecht gebruik van het vlak.

 

Artikel 11: Beslissingen en betwistingen

Bij betwistingen of in geval van twijfel, legt Dito vzw het dossier voor aan de stuurgroep. De stuurgroep wordt samengesteld uit 2 vertegenwoordigers van Dito vzw en 2 vertegenwoordigers van de gemeente Mol, aangevuld met 2 ervaringsdeskundigen.

De stuurgroep legt het advies voor aan het college van burgemeester en schepenen, dat uiteindelijk beslist.

 

Tegen deze beslissing kan de aanvrager binnen de veertien dagen bezwaar indienen via de klachtenprocedure op de gemeentelijke website www.gemeentemol.be/meldpunt-klacht.

 

Artikel 12: Aansprakelijkheid

Noch de gemeente Mol noch Dito vzw kunnen aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen en schade veroorzaakt door het gebruik van de hellende en bellende vlakken.

 

Artikel 13: Duurtijd

De overeenkomst van de gemeente met Dito vzw loopt over zes jaar: van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. Enkel aanvragen binnen dit tijdsbestek komen in aanmerking voor een subsidie.

 

Artikel 2

De gemeenteraad gaat akkoord met de convenant tussen Dito en het gemeentebestuur:

 

Artikel 1: Partijen

Tussen gemeentebestuur Mol en Dito vzw wordt een convenant afgesloten.

        Gemeentebestuur Mol, gevestigd in Molenhoekstraat 2 in Mol, wordt vertegenwoordigd door Laurens Moubax, algemeen directeur en Wim Caeyers, burgemeester.

        Dito vzw, gevestigd in Sint-Jansstraat 32-38 in Brussel, wordt vertegenwoordigd door Jeremy Hendrick.

hierna samen genoemd als partners.

 

Artikel 2: Definities

Een permanent hellend vlak overbrugt een niveauverschil, één drempel of meerdere treden, zodat deze voor personen met een beperkte mobiliteit geen hindernis meer vormen en dus bijdragen tot de toegankelijkheid van een gebouw. Een hellend vlak is bij voorkeur structureel aanwezig bij elk niveauverschil hoger dan 2 cm.

Een wegneembaar hellend vlak is een oplossing indien een permanent hellend vlak de vrije doorgang op de openbare weg (voetpad) hindert of permanente aanpassingen onmogelijk zijn.

Een bellend vlak is een demonteerbaar hellend vlak waarbij personen met een beperkte mobiliteit via een bel kunnen vragen om gebruik te maken van het hellend vlak om een zaak te betreden.

 

Artikel 3: Opdracht

De opdracht van Dito vzw bestaat in het toegankelijker maken van handels- en horecazaken van gemeente Mol voor personen met een beperkte mobiliteit door de aankoop of installatie van een permanente of wegneembare hellend of bellend vlak met subsidies van de gemeente.

 

Artikel 4: Doelstelling

De partners willen met deze samenwerking bijdragen aan de toegankelijkheid van de gemeente Mol voor mensen met een verminderde mobiliteit.

Tijdens de projectmatige samenwerking geven beide partners de toegankelijkheid van lokale handelszaken een boost. Het project dient ook als kiem om na de projectperiode duurzaam te blijven inzetten op toegankelijkheid in de gemeente.

 

Artikel 5: Voorwerp van de overeenkomst

Dito vzw verbindt zicht ertoe

        expertise en tips aan te bieden rond het toegankelijker maken van handels- en horecazaken;

        te sensibiliseren rond de toegankelijkheid van handels- en horecazaken;

        promotie te voeren voor de subsidie voor een hellend vlak van de gemeente Mol via de eigen website, sociale media en nieuwsbrieven;

        bij de promotie steeds het logo van gemeente Mol te vermelden;

        een netwerk aan te bieden voor aankoop van materialen (met o.a. groothandelskortingen);

        aanvragen door handels- en horecazaken te onderzoeken en verwerken;

Gemeente Mol verbindt zich ertoe

        in 2026-2031 een bedrag van jaarlijks 2.000 euro en vanaf 2028 1.000 euro te reserveren voor Dito vzw voor de aankoop van hellende en bellende vlakken voor handels- en horecazaken;

        na de aankoop van hellende en bellende vlakken voor handels- en horecazaken in Mol het gefactureerde bedrag van jaarlijks 2.000 euro (2026-2028) en vanaf 2029 1.000 euro aan Dito over te maken;

        tijdens de uitvoering van deze overeenkomst in overleg met Dito te zoeken naar een duurzame bevordering van de toegankelijkheid van handels- en horecazaken;

        voor inhoudelijke ondersteuning te zorgen via een adviesraad die meedenkt over de concrete uitvoering van deze overeenkomst;

         

Artikel 6: Werkwijze

Artikel 6.1: Afspraken m.b.t. de te leveren diensten

De in aanmerking komende handelszaken kunnen een aanvraag tot analyse en plaatsing van een hellend vlak indienen. De aanvraag wordt bij de gemeente ingediend door het aanvraagformulier in te vullen via de website (www.gemeentemol.be) of door te sturen via mail naar personenmeteenbeperking@gemeentemol.be. Dito vzw zorgt per aanvraag voor de opmetingen, afspraken, administratie, aankoop oprijplaat en plaatsing bel en communicatieplaatje.

 De maximale tussenkomst van gemeente Mol van de toegankelijkheidsoplossing is begrensd tot 400 euro per handelszaak. Als de oplossing dit grensbedrag overschrijdt wordt aan de handelaar gevraagd akkoord te gaan om de opleg te betalen dit na ontvangst van een offerte. Het is de handelaar die op basis hiervan beslist al of niet in te gaan op de aangeboden oplossing. 

Bij elke verplaatsbare toegankelijkheidsoplossing hoort een communicatieplaatje om te signaleren dat er een mobiele aanpassing in de handelszaak beschikbaar is. Gemeente Mol stelt het mobiel hellend of bellend vlak ter beschikking van de aanvrager, maar blijft eigenaar. De hellende vlakken zijn eigendom van Mol en moeten bij een faillissement of verhuis terugbezorgd worden aan het gemeentebestuur zodat ze ergens anders kunnen ingezet worden.

De dossiers worden chronologisch, volgens de timing van instroom van de aanvragen, behandeld binnen de mogelijkheden van het voorziene budget. In de gemeentelijke begroting wordt jaarlijks een maximumbedrag voor deze subsidie vastgelegd. Dit krediet is bindend en kan niet worden overschreden.

Dito vzw kan in zijn overeenkomst met de klant volgende bepalingen opnemen:

        weigering van het opnemen van een dossier bij twijfel over de haalbaarheid;

        terugvordering van het hellend of bellend vlak bij meldingen van slecht beheer en incidenten;

        terugvordering van het hellend of bellend vlak bij de ontbinding of het faillissement van de oorspronkelijke handels- of horecazaak, bij de onteigening van de houders van zakelijke rechten op het handelspand en bij de beëindiging van het huurcontract op basis waarvan de toelage werd toegekend; het volledig of gedeeltelijk tenietgaan van de commerciële ruimte van het handelspand;

        weigering als de mogelijkheden van het jaarlijks budget uitgeput zijn;

        specificaties m.b.t. de plaatsing van het hellend vlak;

        specificaties rond de aansprakelijkheid bij eventuele ongevallen tijdens het (verkeerd) gebruik van het hellend of bellend vlak;

 

Artikel 6.2: Dossiers

Een aanvraag voor subsidie indienen, kan door een aanvraag ‘Toegankelijke handelszaken Mol’ in te vullen via de website (www.gemeentemol.be) of per mail te bezorgen aan personenmeteenbeperking@gemeentemol.be. Mol beoordeelt de voorwaarden en stuurt de aanvraag door naar Dito vzw. Dito houdt een financieel overzicht bij rond de uitgaven in dit project. De subsidie wordt aangewend voor de aankoop toegankelijkheidshulpmiddelen.

Voorwaarden:

        uitbater/dienstverlener (natuurlijke persoon of rechtspersoon) met permanente activiteit en voor commercieel pand op grondgebied Mol;

        activiteit valt onder kleinhandel en/of horeca met fysieke verkoop van goederen aan eindgebruiker of dienstverlening met ambachtelijke activiteit (vb. kapper, fotograaf, …);

        zaak is op regelmatige basis geopend en vrij toegankelijk voor klanten;

Worden uitgesloten:

        zaken wiens gegevens in KBO niet correct zijn

        zaken die niet voldoen aan de vergunningsplicht

        gok- en speelzalen

        tijdelijke uitbatingen (minder dan een jaar)

        vrije beroepen, intellectuele dienstverlenende beroepen en dienstverlenende activiteiten

        Zaken zonder winkelvloeroppervlakte

Tijdens een plaatsbezoek wordt samen met Dito vzw een dossier opgemaakt dat zij verder behandelen. Dit dossier bestaat minimaal uit gegevens van de handelszaak, de contactpersoon, foto’s en informatie over het te overbruggen niveauverschil en een offerte.

Voor het beoordelen van de ontvankelijkheid van de aanvragen, baseert Dito zich op de Vlaamse verordening toegankelijkheid (Regelgeving — Handboek Toegankelijkheid Publieke Gebouwen (toegankelijkgebouw.be).

Artikel 6.3 Terugvordering

De toekenning weigeren of terugvordering van de subsidie kan worden geëist in volgende gevallen (niet limitatief):

        indien deze toegekend en uitbetaald werd op basis van onjuiste gegevens of valse verklaringen afgelegd met het oog op het onrechtmatig genieten van de subsidie

        indien de wettelijke verplichtingen niet worden nageleefd

        indien het hellend/bellend vlak niet conform de vereisten werd geïnstalleerd of niet goed beheerd of gebruikt wordt

        bij het overlijden, de ontbinding of het faillissement van de oorspronkelijke aanvrager/ handels- of horecazaak. In zo’n geval zal de uitbater/eigenaar van de handelszaak het initiatief nemen om Dito en/of de gemeente op de hoogte te stellen.

        bij de onteigening van de houders van zakelijke rechten op het handelspand

        bij de beëindiging van het huurcontract op basis waarvan de subsidie werd toegekend

        het volledig of gedeeltelijk tenietgaan van de commerciële ruimte van het handelspand

        als de mogelijkheden van het jaarlijkse budget uitgeput werden

Artikel 6.4 Aansprakelijkheid

Dito vzw treedt op als facilitator bij de aankoop van een geschikt hellend/bellend vlak voor handelaars door de gemeente Mol. Dito vzw, noch de gemeente Mol kunnen aansprakelijk gesteld worden voor schade aan personen of goederen door verkeerd gebruik, gebeurlijk ongevallen of slecht onderhoud van het hellend/bellend vlak.” 

 

Artikel 7: Duur van de overeenkomst

Deze overeenkomst wordt afgesloten voor een de periode van 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2031.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

KINDEREN EN JONGEREN MET EEN ZORGBEHOEFTE - SUBSIDIEREGLEMENT 2026-2031 EN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST MET HET AGENTSCHAP UITBETALING GROEIPAKKET - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het gemeentebestuur ondersteunt inmiddels al meerdere jaren gezinnen met één of meerdere kinderen met een zorgbehoefte (beperking). De bestaande 'thuiszorgpremie voor kinderen en jongeren met een beperking' werd herwerkt met als doel de toegankelijkheid en het bereik ervan aanzienlijk te verhogen. Waar voorheen een manuele aanvraag vereist was schakelen we nu over naar een systeem van automatische rechtentoekenning in een samenwerking met het Agentschap Uitbetaling Groeipakket (VUTG).

 

De noodzaak van deze aanpassing bleek duidelijk uit de cijfers: hoewel 335 kinderen en jongeren in Mol recht hebben op de premie werden er jaarlijks gemiddeld slechts 80 aanvragen ingediend. Dankzij deze optimalisatie zorgen we ervoor dat alle rechthebbenden de premie automatisch ontvangen zonder extra administratieve drempels.

 

Een opgemaakt protocol bepaalt de elektronische mededeling van persoonsgegevens tussen VUTG en gemeente Mol. Dit protocol werd besproken met de DPO van gemeente Mol en ontving een positief advies. Dit protocol dient goedgekeurd te worden en geldt zolang er een samenwerkingsovereenkomst is. Het protocol wordt gepubliceerd op de website van gemeente Mol.

 

Het aangepaste subsidiereglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft van toepassing tot en met 31 december 2031. De budgettaire consequenties van dit reglement zijn meegenomen in het voorstel van het meerjarenplan 2026–2031.

 

Juridische gronden

Art. 40 van het decreet lokaal bestuur.

 

Inspraak en advies

Positief advies van onze DPO voor het protocol VUTG.

 

Bijlagen

1. Positief advies DPO premie

2. Samenwerkingsovereenkomst-VUTG-Mol

3. Protocol-VUTG-Mol

4. Subsidiereglement 2026-2031 - premie kinderen en jongeren met een zorgbehoefte

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Via een samenwerking tussen Agentschap Uitbetaling Groeipakket en gemeente Mol kan een automatische toekenning van de premie kinderen en jongeren met een zorgbehoefte gerealiseerd worden.

 

Op deze manier kunnen alle kinderen en jongeren die recht hebben op de premie ook effectief hun recht uitputten. Onze administratie wordt dankzij deze automatische rechtentoekenning deels ontlast in hun takenpakket.

 

Financiële weerslag

De overstap naar een automatische rechtentoekenning brengt een lichte stijging van het budget met zich mee aangezien alle rechthebbenden bereikt worden. Om deze uitbreiding binnen de haalbare grenzen te houden werden de uitbetalingsbedragen per kind aangepast. Deze aanpassing werd op 10 september 2025 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen.

 

Actie

We ondersteunen gezinnen met kinderen en jongeren met een zorgbehoefte door de automatische toekenning van een jaarlijkse premie.

Registratiesleutel

64910000 091100 

Bedrag

€ 18.500

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad gaat akkoord met het aangepast subsidiereglement voor de premie kinderen en jongeren met een zorgbehoefte:

 

Artikel1

Het gemeentebestuur van Mol kent jaarlijks een premie toe aan kinderen en jongeren met een zorgbehoefte.

 

Artikel2

Devoornoemdepremiewordtslechtsverstrektindienaanvolgendevoorwaardenwordtvoldaan:

 

  1. Medische voorwaarden:

Het kind of de jongere beschikt over een attest van het Agentschap Opgroeien waaruit blijkt dat het een ondersteuningsbehoefte heeft van minstens 4 punten in de eerste pijler of minstens 6 punten in de drie pijlers samen.

 

  1. Verblijfsvoorwaarde:

Het kind of de jongere moet op 1 januari  van het uitbetalingsjaar gedomicilieerd zijn in Mol. Indien de ontvanger van het Groeipakket niet op hetzelfde adres woont blijft deze voorwaarde ongewijzigd. 

 

  1. Leeftijdsvoorwaarde:

De premie wordt toegekend aan kinderen en jongeren jonger tot en met de maand waarin de jongere 21 jaar wordt.

 

Artikel3

Basisbedrag van de premie:

Het jaarlijks bedrag van de premie wordt bepaald aan de hand van het aantal punten op het attest zoals bedoeld in artikel 2A van dit reglement:

        Minder dan 6 punten, maar minimum 4 in de eerste pijler: 25 euro

        6 tot 8 punten: 25 euro

        9 tot 11 punten: 50 euro

        Minimum 12 punten met schorsingsvoorwaarden: 50 euro

        Minimum 12 punten: 100 euro 

 

  1. Schorsingsvoorwaarden:

Indien het kind of de jongere minstens 12 punten heeft op het attest zoals bedoeld in artikel 2A van dit reglement, wordt niet het volledige bedrag van 100 euro toegekend, maar 50 euro, wanneer het kind of de jongere zich in één van de situaties bevindt die leiden tot de schorsing van de ondersteuningstoeslag in het groeipakket zoals bedoeld in artikel 8 van het Besluit Ondersteuningstoeslag 2022.

 

  1. Verdubbeling:

De toelage wordt verdubbeld voor de gezinnen die recht hebben op een sociale toeslag categorie ‘laag’.

 

Artikel4

De premie wordt automatisch toegekend in de loop van het eerste kwartaal voor het voorgaande kalenderjaar op basis van gegevens die het Agentschap Uitbetaling Groeipakket aanreikt aan de gemeente Mol.

 

Artikel5

De gemeente betaalt de subsidie uit op voorwaarde dat de voorziene kredieten opgenomen in het jaarbudget niet meer vatbaar zijn voor schorsing door de gouverneur van de provincie Antwerpen zoals voorzien in artikel 332 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel6

Dit reglement heft alle voorgaande reglementen die betrekking hebben op de sociaal pedagogische toelagen of andere financiële ondersteuning door het gemeentebestuur in verband met kinderen of jongeren met een zorgbehoefte op.

Artikel7

Dit subsidiereglement gaat in op 1 januari 2026 voor een termijn van zes jaar en eindigt op 31 december 2031.

 

Artikel 2

De gemeenteraad gaat akkoord met de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Mol en het Agentschap Uitbetaling Groeipakket voor de toekenning van de premie voor kinderen en jongeren met een zorgbehoefte zoals bijgevoegd in dit besluit.

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST

Tussen de gemeente Mol 

en het Vlaams agentschap voor de Uitbetaling van de Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (VUTG)

 

De Samenwerkingsovereenkomst wordt opgemaakt door het VUTG op basis van de met de gemeente gemaakte afspraken en wordt nadien ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeente.  De samenwerkingsovereenkomst moet samen worden gelezen met het protocol van 15 december 2025 tussen partijen hieronder vermeld. 

Tussen

 

het Vlaams agentschap voor de Uitbetaling van de Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (VUTG), geregistreerd bij KBO onder nummer 0692.793.497, met kantoren gevestigd aan Simon Bolivarlaan 17/288, 1000 Brussel, en vertegenwoordigd door Leo Van Loo, gedelegeerd bestuurder,

Hierna ‘VUTG’

 

en

 

Gemeente Mol, geregistreerd bij KBO onder nummer 0207.503.388 met zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2,  vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025.

 

Hierna ‘gemeente Mol’ wordt de volgende samenwerking overeengekomen:

 

Artikel 1: Kader

Overeenkomstig artikel 4 en 5 van het decreet van 7 juli 2017 tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid, tot vaststelling van vergunningsnormen voor private uitbetalingsactoren en tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 betreffende de oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin heeft het VUTG de missie en opdracht  lokale besturen te ondersteunen door voor hen een automatische toekenning van voordelen in het kader van het lokale gezinsbeleid te organiseren. Het VUTG kan hiervoor zijn betaalmotor en zijn diensten via een samenwerkingsovereenkomst aan lokale overheden ter beschikking stellen.

Het betreft toelagen die gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn rechtstreeks, krachtens een reglement dat ze hebben goedgekeurd, toekennen om kosten voor de opvoeding van kinderen te ondersteunen, of voor andere doelstellingen in het kader van het lokale gezinsbeleid.

 

Artikel 2: Aanbod

De toelagen, die door het VUTG in het kader van het gezinsbeleid beheerd worden, zijn de bronnen waarop gemeenten en OCMW’s zich kunnen baseren om gerichte informatie te verspreiden en lokale toelagen te betalen in samenwerking met het VUTG, aan het gewenste doelpubliek.

Deze bronnen worden kenbaar gemaakt aan de gemeenten en OCMW’s via een dienstencatalogus, die als bijlage bij deze samenwerkingsovereenkomst wordt gevoegd. In de dienstencatalogus worden de basisprincipes uitgelegd m.b.t. de verschillende bronnen die het mogelijk maken om het aanbod van het VUTG correct te interpreteren en te situeren.

De ondersteuning die het VUTG kan bieden, bestaat uit het verzenden van brieven aan een bepaalde doelgroep om hen te wijzen op het bestaan van een bepaald ‘voordeel’ in het kader van het lokale gezinsbeleid. Daarnaast kan het VUTG de gemeenten en OCMW’s ook bijstaan bij het onderzoek naar het recht op en de uitbetaling van toelagen in het kader van het gezinsbeleid door betaalbestanden of bestanden met persoonsgegevens van bepaalde doelgroepen aan te leveren aan gemeenten en OCMW’s.

 

Artikel 3: Procedure

Er zijn 3 mogelijkheden van dienstverlening door het VUTG: het ter beschikking stellen van een gedetailleerd gegevensbestand of een betaalbestand met rekeningnummers (art.3.1.) of het verzenden van brieven aan een bepaalde doelgroep (art.3.2.) of een combinatie van deze dienstverleningen.

 

Artikel 3.1. Het ter beschikking stellen door het VUTG van een gedetailleerd gegevensbestand of een betaalbestand met rekeningnummers.

Het VUTG linkt de gewenste bronnen aan de inwoners uit een bepaalde gemeente die één of meerdere van deze toelagen binnen het Groeipakket ontvangen en maakt hier lijsten van.

 

De selectie van deze gegevens gebeurt volgens onderstaande criteria:

        kinderen die in de betrokken gemeente gedomicilieerd zijn.

        kinderen met een actief recht

        kinderen waarvoor aan een natuurlijk persoon wordt betaald, niet aan een rechtspersoon.

Er kan tevens een selectie gemaakt worden op leeftijd. Voor de schooltoeslag kan er ook een selectie worden gemaakt op type onderwijs.

 

Het resultaat van deze lijsten wordt als beveiligd betaalbestand of beveiligd gegevensbestand bezorgd aan de gemeente en/of het OCMW.

De termijn die het VUTG daarvoor nodig heeft, wordt in onderling overleg met de gemeente en/of het OCMW afgesproken en met een minimumtermijn van 4 weken, nadat alle nodige stukken aangeleverd zijn en de aanvraag dus volledig is.

 

Het VUTG maakt de selectie op basis van de gegevens die op dat ogenblik voorhanden zijn. Er zal geen rechtzetting gebeuren indien later, na het bekomen van nieuwe elementen in het dossier, zou blijken dat de toegekende toelage onverschuldigd was.

 

Vragen met betrekking tot gegevens uit het verleden, zullen individueel worden geëvalueerd.

 

In de situatie waarbij een betaalbestand of gegevensbestand ter beschikking wordt gesteld van de gemeente en/of het OCMW en er daarnaast ook brieven met betrekking tot de toekenning van de tussenkomst worden verstuurd door het VUTG, brengt de gemeente en/of het OCMW het VUTG op de hoogte van de toekenningsdatum van de tussenkomst, van zodra deze gekend is.

De brieven worden dan door het VUTG, binnen de week na de toekenningsdatum, verzonden aan de betrokken gezinnen. (zie ook artikel 3.2)

 

Artikel 3.2. Het laten versturen van brieven door het VUTG over het lokale aanbod aan de gewenste doelgroep.

Wanneer het VUTG brieven dient te verzenden aan een bepaalde doelgroep, bezorgt de gemeente en/of het OCMW aan het VUTG de tekst voor de informatie aan betrokkene en de contactgegevens van de gemeente en/of het OCMW waar de begunstigde terecht kan. De gemeente en/of het OCMW bezorgt de tekst voor de brief samen met de ondertekende samenwerkingsovereenkomst.

De termijn die het VUTG daarvoor nodig heeft, wordt in onderling overleg met de gemeente en/of het OCMW afgesproken en met een minimumtermijn van 4 weken, nadat alle nodige stukken aangeleverd zijn en de aanvraag dus volledig is.

 

Vervolgens informeert het VUTG die begunstigden over de mogelijkheden bij de gemeente en/of het OCMW. De gemeente en/of het OCMW bepaalt zelf de inhoud van de brief. Hierbij houdt ze rekening met bestaande templates van het VUTG.  Het VUTG treedt hierbij niet in de plaats van de gemeente en/of het OCMW en zij zullen niet antwoorden op inhoudelijke vragen van burgers m.b.t. het aanbod van de gemeenten en OCMW’s.

 

De informatie aan de betrokkene bevat:

        de informatie die de gemeente en/of het OCMW wil meedelen, en die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente en/of het OCMW valt. De gemeente en/of het OCMW levert zelf de tekst aan.

        de contactpunten van de gemeente en/of het OCMW waar de begunstigde terecht kan.

 

Artikel 4: concrete omschrijving van de vraag van het lokaal bestuur (gemeente en/of OCMW):

Het lokaal bestuur dient de vraag te omschrijven overeenkomstig de volgende criteria:

Het lokaal bestuur dient de vraag te omschrijven overeenkomstig de volgende criteria:

        gewenste doelgroep: de kinderen die gedomicilieerd zijn in Mol op 01 januari van het kalenderjaar waarin de premie wordt toegekend, ongeacht de domicilie van de begunstigden van het Groeipakket. De kinderen  van 0 jaar tot en met de maand waarin ze 21 jaar worden in het kalenderjaar voorafgaand aan het uitbetalingsjaar.
De kinderen hebben een ondersteuningsbehoefte van ten minste 4 punten in pijler 1 of minstens 6 punten in de 3 pijlers samen in minstens één maand van het kalenderjaar voorafgaand aan het uitbetalingsjaar.

        de bronnen op basis van de dienstencatalogus die de gemeente en/of het OCMW wil aanwenden om deze doelgroep te bereiken: de kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte én de sociale toeslag laagste inkomensgrens;

        postcode van de gewenste doelgroep: 2400 (Mol)

        periode: 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026

        waarvoor het VUTG al dan niet moet instaan:

        het ter beschikking stellen van een betaalbestand met rekeningnummers

        de verzending van een brief  aan het gezin waar het kind of de kinderen deel van uitmaakt of deel van uitmaken

        de gemeente en/of het OCMW levert het bewijs aan dat ‘het voordeel’ (toelage, korting, dienstverlening, ...)  wordt toegekend krachtens een reglement van de gemeente en/of het OCMW: de betaling van een premie voor kinderen en jongeren met een beperking.  De uitbetaling van deze premie kadert in de uitbouw van een lokaal gezinsbeleid in het kader van artikel 9 en 20 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid.

        Het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid (meer bepaald de artikels 3, 4, 6, 9 en 20)

        Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid (meer bepaald de artikels 3 en 4)

        De organieke wet op de OCMW’s van 8 juli 1976

 

Artikel 5: Kostprijs

Het VUTG zal een prijsschatting opmaken op basis van de vraag en de gewenste dienstverlening van de gemeente en/of het OCMW.

Het kostenmodel ziet er als volgt uit:

 

        Anonieme simulatie/omgevingsanalyse van de doelgroep met aantallen en geschat budget: gratis

 

        Gericht brieven (zonder gegevensdeling) laten versturen aan een specifieke doelgroep die VUTG voor het lokaal bestuur heeft gedetecteerd: € 250 + kostprijs brieven (omslagen + (drop)kost per zending)

 

        Gegevensdeling voor gemeenten met  een inwonersaantal kleiner dan het aantal inwoners van de laagst bevolkte centrumstad in Vlaanderen op de datum van ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst: € 500 + kostprijs brieven indien gewenst (omslagen + (drop)kost per zending)

 

        Gegevensdeling voor gemeenten met een inwonersaantal gelijk aan of groter dan het aantal inwoners van de laagst bevolkte centrumstad in Vlaanderen op de datum van ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst: € 1000 + kostprijs brieven indien gewenst (omslagen + (drop)kost per zending)

 

Bij de twee laatste opties (gegevensdeling) kunnen dus ook brieven verzonden worden, waarbij geen bijkomende € 250 wordt aangerekend maar enkel de kostprijs van de brieven en zending zelf.

 

Alle kosten die voortvloeien uit de diensten geleverd door VUTG aan de afnemende partij, zullen worden verrekend volgens de respectievelijke kostenposten zoals overeengekomen in deze samenwerkingsovereenkomst.

De afnemende partij is verantwoordelijk voor de betaling van alle kosten die direct verband houden met de geleverde diensten, inclusief maar niet beperkt tot postkosten, verzendkosten, en verwerkingskosten.

 

Artikel 6: Verzendtermijn

De termijn voor het versturen van de brieven, het aanleveren van het beveiligd betaalbestand of beveiligd gegevensbestand is afhankelijk van de grootte van de doelgroep en zal bepaald worden in onderling overleg met de gemeente en/of het OCMW en met een minimumtermijn van 4 weken, nadat alle noodzakelijke stukken getekend en bezorgd zijn.

 

Artikel 7: Verantwoordelijkheden inzake deze Verwerking van Persoonsgegevens

Iedere verwerking van Persoonsgegevens krachtens deze Overeenkomst zal gebeuren conform de Regelgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens.

 

Het VUTG en de gemeente en/of het OCMW bepalen samen het “waarom” en “hoe” deze Persoonsgegevens moeten worden verwerkt.

Overeenkomstig artikel 8 van het e-gov-decreet wordt voor elke samenwerking waarbij elektronisch persoonsgegevens worden uitgewisseld een protocol afgesloten tussen het VUTG en de gemeente en/of het OCMW.

 

Wanneer er enkel brieven worden verstuurd door het VUTG, worden er geen persoonsgegevens uitgewisseld en moet er bijgevolg geen protocol worden afgesloten met de gemeente en/of het OCMW.

 

Artikel 8: Naleving van de overeenkomst

Als de overeenkomst door de partijen onvoldoende wordt nageleefd, melden de vertegenwoordigers van de partijen dit aan de ondertekenaars van het document.

 

De ondertekenaars van dit document stellen alles in het werk om in onderling overleg de samenwerking terug op het niveau van de overeengekomen afspraken te brengen.

 

Als de ondertekenaars van dit document niet tot een akkoord komen, zullen zij hun standpunt motiveren in een formeel schrijven.

 

Als na dit schrijven nog steeds geen akkoord kan worden bereikt, kan in onderling overleg besloten worden om de overeenkomst niet verder te zetten.

 

Artikel 9: Duur en opzegging

De duurtijd van de overeenkomst loopt voor de periode bepaald in artikel 4 van deze overeenkomst. 

De overeenkomst kan in onderling overleg op elk moment worden stopgezet. Wanneer de samenwerking in onderling overleg wordt verlengd, zal een nieuwe samenwerkingsovereenkomst worden opgesteld.

 

Artikel 3

De gemeenteraad gaat akkoord met het protocol voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens van Agentschap Uitbetaling Groeipakket voor de toekenning van de premie voor kinderen en jongeren met een zorgbehoefte zoals bijgevoegd in dit besluit.

 

PROTOCOL VOOR DE ELEKTRONISCHE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS VAN Agentschap Uitbetaling Groeipakket (VUTG) NAAR GEMEENTE MOL

in het kader van de betaling van een premie voor kinderen en jongeren met een extra zorgbehoefte

 

Het protocol wordt opgemaakt door het VUTG op basis van de concreet gemaakte afspraken met de gemeente en/of het OCMW en wordt nadien ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeente en/of het OCMW. Het protocol moet samen gelezen worden met de Samenwerkingsovereenkomst(en) die wordt afgesloten tussen het VUTG en de gemeente en/of het OCMW.

 

Dit protocol wordt gesloten conform artikel 8, §1, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.

 

TUSSEN

 

Het Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van de Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (VUTG), met maatschappelijke zetel gelegen te Simon Bolivarlaan 17, 1000 Brussel en met ondernemingsnummer 0692.793.497, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door Leo Van Loo, gedelegeerd bestuurder;

 

hierna: “VUTG”;

 

en

 

Gemeente Mol, geregistreerd bij KBO onder nummer 0207.503.388 met zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2,  vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit/collegebesluit van 15 december 2025.

 

Hierna ‘gemeente Mol’

 

VUTG en gemeente Mol worden hieronder ook wel afzonderlijk aangeduid als een “partij” of gezamenlijk als de “partijen”;

 

 

NA TE HEBBEN UITEENGEZET

 

De partijen wensen overeenkomstig artikel 8, §1, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer een protocol te sluiten met betrekking tot de elektronische mededeling van persoonsgegevens. Dat protocol wordt bekendgemaakt op de website van beide partijen.

 

De functionaris voor gegevensbescherming van het VUTG heeft op 26 november 2025 advies met betrekking tot een ontwerp van dit protocol gegeven.

 

De functionaris voor gegevensbescherming van gemeente Mol heeft op 11 juni 2025 advies met betrekking tot een ontwerp van dit protocol gegeven.

  1. Algemene context

1.a.        GEGEVENSDELING ZORGTOESLAG

 

Overeenkomstig artikel 4 en 5 van het decreet van 7 juli 2017 tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid, tot vaststelling van vergunningsnormen voor private uitbetalingsactoren en tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 betreffende de oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin heeft het VUTG de missie en opdracht lokale besturen te ondersteunen door voor hen een automatische toekenning van voordelen in het kader van het lokale gezinsbeleid te organiseren. Het VUTG kan hiervoor zijn betaalmotor en zijn diensten via een samenwerkingsovereenkomst aan lokale overheden ter beschikking stellen.

 

De Gemeente Mol wenst gezinnen te ondersteunen in de opvoeding van een kind met een extra zorgbehoefte.  Door de toelage automatisch toe te kennen aan alle kinderen die bij het Groeipakket gekend zijn als kinderen met een ondersteuningsbehoefte van ten minste 4 punten in pijler 1 of 6 punten in de 3 pijlers samen, zorgen we ervoor dat iedereen die recht heeft op deze premie die zal ontvangen.

 

Het recht op de premie hangt af van onderstaande bepalingen:

  1. Het kind is gedomicilieerd in de gemeente Mol op 01 januari van het uitbetalingsjaar, ongeacht het domicilie van de begunstigden (meestal de ouder) van het Groeipakket.
  2. Het kind heeft volgens het 3-pijler systeem een ondersteuningsbehoefte van minstens 4 punten in pijler 1 of minstens 6 punten in de 3 pijlers samen in minstens één maand van het kalenderjaar voorafgaand aan het uitbetalingsjaar
  3. het kind geeft recht op de premie uiterlijk tot en met de maand waarin ze 21 jaar worden in het kalenderjaar voorafgaand aan het uitbetalingsjaar.

 

De premie bedraagt voor een kind:

 

        met minder dan 6 punten in de 3 pijlers samen, én minstens 4 punten in de eerste pijler: 25 EUR

        met 6 tot en met 8 punten in de 3 pijlers samen: 25 EUR

        met 9 tot en met 11 punten in de 3 pijlers samen: 50 EUR

        met minstens 12 punten in de 3 pijlers samen én recht op de ondersteuningstoeslag: 100 EUR

        met minstens 12 punten in de 3 pijlers samen én geen recht op de ondersteuningstoeslag omdat het zich in een situatie bevindt die leidt tot de schorsing van de ondersteuningstoeslag: 50 EUR

 

Voormelde bedragen worden verdubbeld voor het kind dat een sociale toeslag ontvangt op basis van de laagste inkomensgrens in dezelfde maand dat het volgens het 3-pijler systeem een ondersteuningsbehoefte heeft van minstens 4 punten in pijler 1 of minstens 6 punten in de 3 pijlers samen in het kalenderjaar voorafgaand aan het uitbetalingsjaar.

 

De toelage wordt betaald op het rekeningnummer dat gekend is bij het Groeipakket.

 

De gemeente Mol zal aan het Agentschap voor de Uitbetaling van het Groeipakket een lijst opvragen met gegevens van alle kinderen en begunstigden die aan de voorwaarden uit artikel 2 van het reglement voor de uitbetaling van de toelage voldoen.

 

Wanneer bij het Agentschap geen rekeningnummer voor de uitbetaling van het Groeipakket is gekend, staat de gemeente Mol zelf in voor de toekenning van de toelage.

 

1.b.        Verzamelde Gegevens

De volgende persoonsgegevens zijn noodzakelijk voor de uitbetaling van de premie voor kinderen en jongeren met een extra zorgbehoefte:

        Identificatiegegevens:

        INSZ, voornaam en naam van het kind

        Adres van het kind

        INSZ, voornaam en naam van de begunstigde

        Adres van de begunstigde

        Financiële gegevens:

        Rekeningnummer van de begunstigde

 

Het bedrag van de premie voor kinderen en jongeren met een extra zorgbehoefte omdat dit bedrag afhankelijk is van de in artikel 1.1. van dit protocol bepaalde voorwaarden. 

  1. Omschrijving van de gegevensstroom

2.a.        De mededeling van de persoonsgegevens aan gemeente MOL

Het VUTG deelt de hierboven vermelde persoonsgegevens van kinderen met een ondersteuningsbehoefte volgens het 3-pijlerssysteem mee aan gemeente Mol voor de automatisering van de uitbetaling van de premie voor kinderen en jongeren met een extra zorgbehoefte.

2.b.        Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid

Het VUTG Is een Vlaamse instantie als bedoeld in artikel 2, 10° e-govdecreet: Publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandig agentschap Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (opgericht bij het decreet van 7 juli 2017 tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid, tot vaststelling van vergunningsvormen voor private uitbetalingsactoren en tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 betreffende de oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin).

 

Voor meer info, zie de website van het VUTG: www.groeipakket.be/voor-professionelen/lokale-besturen.

2.c.         Gemeente MOL

Gemeente Mol is een gemeente waarvan de werking is beschreven in het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.  Voor meer informatie, zie de website van de gemeente Mol: www.gemeentemol.be.

 

WORDT OVEREENGEKOMEN WAT VOLGT:

 

Artikel 1: Onderwerp

In dit protocol worden de voorwaarden en modaliteiten van de elektronische mededeling van de persoonsgegevens zoals omschreven in artikel 3 door AUG aan gemeente Mol uiteengezet.

 

Artikel 2: Rechtvaardigingsgronden van zowel de mededeling als de inzameling van de persoonsgegevens

2.1 Het VUTG

De beoogde gegevensverwerking door het VUTG gebeurt op grond van de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan het VUTG is opgedragen zoals gestipuleerd in artikel 4 en 5 van het oprichtingsdecreet van 7 juli 2017, namelijk de correcte, continue en stipte uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. Bij de uitoefening van zijn missie, ondersteunt het agentschap, ook de uitbouw van het (lokale) gezinsbeleid.

 

Alle persoonsgegevens en gegevens van een betrokkene die mogelijk ook persoonsgegeven zijn, worden concreet voor de volgende doeleinden verwerkt:

 

        Berekening en uitbetaling van het Groeipakket

        Ondersteuning van het lokale gezinsbeleid

 

2.2 Gemeente Mol

Gemeenten en OCMW’s in Vlaanderen voeren een lokaal sociaal beleid. Hierbinnen kunnen zij ook de focus leggen op gezinsbeleid waarbij er een ondersteuning voorzien kan worden voor kinderen en/of gezinnen met kinderen. Die ondersteuning kan verschillende vormen aannemen, gaande van bijv. het aanbieden van een bepaalde dienstverlening, het uitkeren van een toelage, het verlenen van een korting, enz. Voor sommige acties is het noodzakelijk om te beschikken over bepaalde persoonsgegevens van deze kinderen / gezinnen met kinderen; persoonsgegevens waarover zij zelf niet beschikken.

De wettelijke/decretale basis voor de lokale besturen is:

 

        Het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid (meer bepaald de artikels 3, 4, 6, 9 en 20)

        Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid (meer bepaald de artikels 3 en 4)

Gemeente Mol zal de opgevraagde gegevens verwerken om de premie en jongeren met een extra zorgbehoefte automatisch uit te betalen aan de begunstigden. De uitbetaling van deze toelage kadert in de uitbouw van een lokaal gezinsbeleid in het kader van artikel 9 en 20 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid.

 

Het doeleinde van de verdere verwerking van deze persoonsgegevens door gemeente Mol is verenigbaar met de doeleinden waarvoor het VUTG de gegevens oorspronkelijk heeft verzameld, gezien beide doeleinden kaderen in het ruime gezinsbeleid.

 

Artikel 3: De gevraagde persoonsgegevens en de categorieën en omvang van de gevraagde persoonsgegevens conform het proportionaliteitsbeginsel

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verschillende persoonsgegevens die worden meegedeeld, alsook de verantwoording van de proportionaliteit en de bewaartermijn van de gegevens.

 

Het betreft geen persoonsgegevens als vermeld in artikel 9 en/of 10 van de algemene verordening gegevensbescherming. Indien dat wel het geval is, wordt dit gespecificeerd in onderstaande tabel.

 

De gegevens worden opgevraagd op basis van het INSZ-nummer.

 

Gegeven 1

Kind

 

 

INSZ van het kind

Verantwoording proportionaliteit

 

Dit gegeven is noodzakelijk om zeker te zijn dat het over de juiste persoon gaat.

Bewaartermijn

De bewaartermijn van de gegevens is gelijk aan de duur van de samenwerking zoals bepaald in artikel 4 van de bijhorende samenwerkingsovereenkomst(en)

Van zodra de persoonsgegevens verwerkt zijn door de gemeente Mol, worden deze verwijderd (Zie ook artikel 5).

 

Gegeven 2

Kind

Naam en voornaam van het kind

Verantwoording proportionaliteit

Dit gegeven is noodzakelijk om zeker te zijn dat het over het juiste kind gaat.

Bewaartermijn

De bewaartermijn van de gegevens is gelijk aan de duur van de samenwerking zoals bepaald in artikel 4 van de bijhorende samenwerkingsovereenkomst(en)

Van zodra de persoonsgegevens verwerkt zijn door de gemeente Mol, worden deze verwijderd (Zie ook artikel 5).

 

Gegeven 3

Kind

Adres van het kind

Verantwoording proportionaliteit

Dit gegeven is noodzakelijk om te weten of het kind wel degelijk in Mol gedomicilieerd is.

Bewaartermijn

De bewaartermijn van de gegevens is gelijk aan de duur van de samenwerking zoals bepaald in artikel 4 van de bijhorende samenwerkingsovereenkomst(en)

Van zodra de persoonsgegevens verwerkt zijn door de gemeente Mol, worden deze verwijderd (Zie ook artikel 5).

 

Gegeven 4

Begunstigde

INSZ van de begunstigde

Verantwoording proportionaliteit

Dit gegeven is noodzakelijk om zeker te zijn dat het over de juiste persoon gaat.

Bewaartermijn

De bewaartermijn van de gegevens is gelijk aan de duur van de samenwerking zoals bepaald in artikel 4 van de bijhorende samenwerkingsovereenkomst(en)

Van zodra de persoonsgegevens verwerkt zijn door de gemeente Mol, worden deze verwijderd (Zie ook artikel 5).

Gegeven 5

Begunstigde

Naam en voornaam van de begunstigde

Verantwoording proportionaliteit

Dit gegeven is noodzakelijk om zeker te zijn dat het over de juiste persoon gaat.

Bewaartermijn

De bewaartermijn van de gegevens is gelijk aan de duur van de samenwerking zoals bepaald in artikel 4 van de bijhorende samenwerkingsovereenkomst(en)

Van zodra de persoonsgegevens verwerkt zijn door de gemeente Mol, worden deze verwijderd (Zie ook artikel 5).

 

Gegeven 6

Begunstigde

Adres van de begunstigde

Verantwoording proportionaliteit

 

Dit gegeven is noodzakelijk om zeker te zijn dat de begunstigde op hetzelfde adres gedomicilieerd is als het kind.

Bewaartermijn

De bewaartermijn van de gegevens is gelijk aan de duur van de samenwerking zoals bepaald in artikel 4 van de bijhorende samenwerkingsovereenkomst(en)

Van zodra de persoonsgegevens verwerkt zijn door de gemeente Mol, worden deze verwijderd (Zie ook artikel 5).

 

Gegeven 7

Begunstigde

Rekeningnummer van de begunstigde

Verantwoording proportionaliteit

Dit gegeven is noodzakelijk voor de automatische toekenning van de toelagen.

 

Bewaartermijn

 

De bewaartermijn van de gegevens is gelijk aan de duur van de samenwerking zoals bepaald in artikel 4 van de bijhorende samenwerkingsovereenkomst(en)

Van zodra de persoonsgegevens verwerkt zijn door de gemeente Mol, worden deze verwijderd (Zie ook artikel 5).

 

 

Artikel 4: De categorieën van ontvangers en derden die mogelijks de gegevens eveneens verkrijgen

Gemeente Mol zal het betaalbestand, in het kader van de in artikel 2,2° vooropgestelde finaliteiten kunnen meedelen aan volgende categorie(ën) van ontvangers:

 

De volgende diensten van gemeente Mol  zullen toegang hebben tot de gevraagde persoonsgegevens:

 

        Huis van het kind

        Financiën

        Staf Mens & Leven

        Sociale dienst

 

Enkel personen die omwille van hun functieprofiel deze informatie nodig hebben voor de uitvoering van hun werk, krijgen toegang tot de informatie.

 

De gevraagde persoonsgegevens mogen niet worden doorgegeven aan derden, tenzij met uitdrukkelijke voorafgaandelijke toestemming van het VUTG en dat moet uiteraard in overeenstemming zijn met de relevante wet- en regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. Dat betekent onder meer dat de gemeente Mol waar vereist een protocol sluit voor de mededeling van de gevraagde gegevens.

 

Artikel 5. Periodiciteit van de mededeling

De gemeente Mol zal aan het Agentschap voor de Uitbetaling van het Groeipakket in het 1ste kwartaal van het uitbetalingsjaar van de premie een lijst opvragen met gegevens van alle kinderen en begunstigden die aan de voorwaarden uit artikel 2 van het reglement voor de uitbetaling van de toelage voldoen.

 

Na verwerking verwijdert gemeente Mol alle persoonsgegevens die ze in het kader van dit protocol heeft ontvangen van het VUTG.

 

Artikel 6: Beveiligingsmaatregelen

De volgende maatregelen worden getroffen ter beveiliging van de mededeling van de persoonsgegevens, vermeld in artikel 2:

 

Door gemeente

        gemeente Mol heeft een informatieveiligheidsbeleid;

        gemeente Mol heeft een  functionaris voor gegevensbescherming (FGB) of data protection officer (DPO);

        de bekomen en verwerkte gegevens zullen opgenomen worden in het verwerkingsregister van gemeente Mol;

        Uitsluitend de medewerkers van gemeente Mol die dit bestand nodig hebben voor de uitoefening van hun functie zullen toegang hebben tot dit bestand.

 

Door het VUTG

Het VUTG heeft de volgende specifieke maatregelen in het kader van de gegevensmededeling getroffen:

 

        De gegevens in het betaalbestand worden ter beschikking gesteld van Gemeente Mol via de app  SMFT op basis van een Secure File Transfer Protocol app.  Nadat Gemeente Mol  het toegangsrecht voor de app SMFT heeft verkregen in het Gebruikersbeheer kan zij inloggen bij SMFT via het Toegangsbeheer (ACM) en de betaalbestanden voor Gemeente Mol downloaden.  De Gemeente Mol kan uitsluitend bestanden downloaden in de uitwisseling waarvoor zij is uitgenodigd.

        Het VUTG heeft een informatieveiligheidsbeleid en een data protection officer (DPO).

        De medewerkers van het VUTG hebben een vertrouwelijkheidsverklaring ondertekend.

        Het VUTG werkt met multifactor authenticatie.

Gemeente Mol en VUTG moeten kunnen aantonen dat de in dit artikel opgesomde maatregelen werden getroffen.  Op eenvoudig verzoek van het VUTG moet gemeente Mol hiervan aan het VUTG het bewijs overmaken.

 

In het geval gemeente Mol voor de verwerking van persoonsgegevens die het voorwerp zijn van voorliggend protocol, beroep doet op een verwerker (of meerdere verwerkers), doet gemeente Mol uitsluitend beroep op verwerkers die afdoende garanties met betrekking tot het toepassen van passende technische en organisatorische maatregelen bieden opdat de verwerking aan de vereisten van de algemene verordening gegevensbescherming voldoet en de bescherming van de rechten van de betrokkene is gewaarborgd. Gemeente Mol sluit in voorkomend geval met alle verwerkers een verwerkersovereenkomst in overeenstemming met artikel 28 van de algemene verordening gegevensbescherming. Partijen bezorgen elkaar  een overzicht van de verwerkers die de gevraagde gegevens verwerken, en actualiseren dit overzicht zo nodig.

 

Artikel 7: Kwaliteit van de persoonsgegevens

De kwaliteit van de gegevens die gemeente Mol in het kader van dit protocol verwerkt moet verzekerd zijn. De partijen volgen de kwaliteit van de gegevens op, op basis van ‘best effort’. Voorts vermelden de privacyverklaringen van de partijen waar de betrokkene terecht kan voor de uitoefening van het recht van rectificatie zoals bedoeld in artikel 16 AVG, samen met onder meer het recht van inzage, het recht op gegevenswissing en het recht op beperking van de verwerking.

 

Zodra gemeente Mol één of meerdere foutieve, onnauwkeurige, onvolledige, ontbrekende, verouderde of overtollige gegevens in de persoonsgegevens, vermeld in artikel 3, vaststelt (al dan niet op basis van een mededeling van de betrokkene) meldt zij dat zo snel mogelijk aan AUG die na onderzoek van de voornoemde vaststellingen zo snel mogelijk de gepaste maatregelen treft en gemeente Mol daarvan vervolgens op de hoogte brengt.

 

Artikel 8: Sanctie bij niet-naleving

Onverminderd haar recht om een schadevergoeding te vorderen en in afwijking van artikel 5, 2°, kan het VUTG dit protocol middels eenvoudige kennisgeving en zonder voorafgaandelijke ingebrekestelling eenzijdig beëindigen indien gemeente Mol deze persoonsgegevens verwerkt in strijd met hetgeen bepaald is in dit protocol, met de algemene verordening gegevensbescherming of met andere relevante wet- of regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.

 

Artikel 9: Meldingsplichten

Partijen engageren zich in het licht van artikel 33 van de algemene verordening gegevensbescherming om elkaar [via de functionarissen voor gegevensbescherming] zonder onredelijke vertraging op de hoogte te stellen van elk gegevenslek dat zich voordoet betreffende de meegedeelde gegevens met impact op beide partijen en in voorkomend geval onmiddellijk gezamenlijk te overleggen teneinde alle maatregelen te nemen om de gevolgen van het gegevenslek te beperken en te herstellen. De partijen verschaffen elkaar alle informatie die ze nuttig of nodig achten om de beveiligingsmaatregelen te optimaliseren.

 

Contacten hiervoor zijn:

 

        VUTG: dpo@vutg.be

        Gemeente Mol : ??????

Gemeente Mol brengt het VUTG onmiddellijk op de hoogte van wijzigingen van regelgeving met impact op voorliggend protocol, zoals de finaliteit, proportionaliteit, frequentie, duurtijd enz. en in voorkomend geval van wijzigingen omtrent de verwerkers.

 

Artikel 10: Transparantie

Partijen informeren de betrokkenen, in het licht van het transparantiebeginsel van de algemene verordening, via publicatie op hun website(s).

 

Dit protocol zal door gemeente Mol worden gepubliceerd op  hun website(s).

 

Dit protocol zal door het VUTG worden gepubliceerd via https://gpedia.groeipakket.be/

 

Gemeente Mol brengt de betrokken burgers op de hoogte van deze gegevensdeling en voldoet zo aan de informatieplicht in het kader van de AVG.

 

Artikel 11: Toepasselijk recht en geschillenbeslechting

Dit protocol wordt beheerst door het Belgisch recht.

 

Alle geschillen die voortvloeien uit of verband houden met dit protocol worden beslecht door de Nederlandstalige rechtbanken te Brussel.

 

Artikel 12: Inwerkingtreding, duur en opzegging

Dit protocol treedt in werking op 01 januari 2026 en blijft van kracht voor onbepaalde duur.  

 

Partijen kunnen dit protocol op elk moment schriftelijk opzeggen mits inachtneming van een opzegtermijn van 3 (drie) maanden.  In afwijking hiervan kunnen partijen in onderling overleg afwijken van deze opzegtermijn.

 

Het protocol eindigt tevens van rechtswege wanneer er geen rechtsgrond meer bestaat voor de gevraagde doorgifte van persoonsgegevens.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

HUISHOUDELIJK AFVAL VOOR PERSONEN MET EEN VERMINDERDE FINANCIËLE DRAAGKRACHT (DIFTARPREMIE) - PREMIEREGLEMENT 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Feiten en context

Het gemeentebestuur voorziet sinds 2014 in een tussenkomst in de vaste kost van het afvalbeleid via het Diftar-systeem voor personen met een verminderde financiële draagkracht. Deze toelage wordt verleend op basis van een reglement dat wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.

 

Juridische gronden

Art 40 van het decreet lokaal bestuur

 

Inspraak en advies

De adviesraad voor personen met een beperking adviseerde dit reglement positief.

De seniorenraad adviseerde dit reglement positief.

 

Bijlagen

1. Advies adviesraad personen met een beperking

2. Advies seniorenraad

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het gemeentebestuur is zich ervan bewust dat elke extra kost voor personen met een verminderde financiële draagkracht een zware belasting is. Daarom verleent het gemeentebestuur hen reeds sinds 2014 een tussenkomst in de vaste kost van het afvalbeleid via het Diftar-systeem.

 

Financiële weerslag

Actie

5/3/4 Diftarpremie & thuiszorgpremie

Registratiesleutel

64910000/095900

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het volgende reglement goed:

 

Artikel 1

Het gemeentebestuur van Mol verleent per kalenderjaar een premie in de vaste kost van het afvalbeleid via het Diftar-systeem, aan personen met een verminderde financiële draagkracht onder de voorwaarden zoals in dit reglement bepaald. De premie wordt verrekend op de provisie van de referentiepersoon van het Diftar-aansluitpunt.

 

Artikel 2

Devoornoemdepremiewordtslechtsverstrektindien cumulatiefaanvolgendevoorwaardenwordtvoldaan in het jaar van aanvraag:

 

  1. Verblijfsvoorwaarde

De premie wordt slechts verstrekt indien de rechthebbende gedomicilieerd is op een aansluitpuntpunt van Diftar in Mol.

  1. Financiële voorwaarde

De rechthebbende ontvangt één van volgende uitkeringen:

        een inkomensvervangende en/of een integratietegemoetkoming vanuit de federale overheidsdienst sociale zekerheid, personen met een handicap;

        een tussenkomst in het kader van zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (ZBO) via de zorgkas van zijn ziekenfonds;

        een (equivalent) leefloon via het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn;

        een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) via de federale pensioendienst.

 

Artikel 3

De premie bedraagt maximum de vaste kost voor Diftar, exclusief de toeslag voor de groene Gft-container wordt toegevoegd aan de provisie van de referentiepersoon. Het bedrag van de premie volgt de indexaanpassingen.

 

Artikel 4

De aanvraag moet door de rechthebbende jaarlijks ingediend worden bij het gemeentebestuur (Welzijnsonthaal) vóór 31 december van het kalenderjaar waarvoor de tussenkomst bedoeld is.

Aanvragen die na 31 december ontvangen worden door de gemeente, kunnen niet meer behandeld worden voor het voorgaand kalenderjaar. 

Als de rechthebbende zelf niet in de mogelijkheid is om de aanvraag in te dienen dan moet hij via een volmachtformulier iemand anders het recht geven om de premie aan te vragen.

De premie wordt slechts 1-maal per aansluitpunt uitgekeerd, zelfs indien er meerdere rechthebbenden gedomicilieerd zijn op hetzelfde aansluitpunt.

 

Artikel 5

De gemeente betaalt de premie uit op voorwaarde dat de voorziene kredieten opgenomen zijn in het jaarbudget en niet meer vatbaar zijn voor schorsing door de gouverneur van de provincie Antwerpen zoals voorzien in artikel 332 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 6

Dit premiereglement heft alle voorgaande premiereglementen op die betrekking hebben op: Toelage in de verwerkingskost van het huishoudelijk afval voor personen met een verminderde financiële draagkracht.

 

Artikel 7

Dit premiereglement gaat in op 1 januari 2026 voor een termijn van zes jaar en eindigt ten laatste op 31 december 2031.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

PERSONEN DIE LIJDEN AAN CHRONISCHE INCONTINENTIE, VOOR PERSONEN DIE AFHANKELIJK ZIJN VAN THUISDIALYSE, SONDEVOEDING OF VOOR PERSONEN MET EEN STOMA - PREMIEREGLEMENT 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Feiten en context

Het gemeentebestuur beschouwt het als haar deeltaak om zorgbehoevende bewoners te ondersteunen. Daarom verleent het gemeentebestuur reeds jaren een financiële ondersteuning aan personen die kampen met extra hoge onkosten omwille van de verwerking van incontinentiematerialen of aan mensen met extra verwerkingskosten omwille van dialyse, stoma of sondevoeding.

 

Juridische gronden

Art 40 van het decreet lokaal bestuur

 

Inspraak en advies

De adviesraad voor personen met een beperking adviseerde positief op het voorstel.

De seniorenraad adviseerde positief op het voorstel.

 

Bijlagen

1. Advies adviesraad personen met een beperking.

2. Advies seniorenraad.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het gemeentebestuur verleent reeds jaren een financiële ondersteuning aan personen die kampen met extra hoge onkosten omwille van de verwerking van incontinentiematerialen of aan mensen met extra verwerkingskosten omwille van stoma, dialyse of sondevoeding.

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/3/4

Registratiesleutel

64910000/091900

Bedrag

€ 20 000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het volgende reglement goed:

 

Artikel 1

Het gemeentebestuur van Mol verleent per kalenderjaar een premie in de verhoogde afvalfactuur voor personen die lijden aan chronische incontinentie, voor personen die afhankelijk zijn van thuisdialyse of sondevoeding of voor personen met een stoma.

 

Artikel 2

De voornoemde premie wordt slechts verstrekt indien cumulatief aan volgende voorwaarden wordt voldaan in het jaar van aanvraag.

 

A. Verblijfsvoorwaarde

De premie wordt slechts verstrekt indien de rechthebbende in Mol gedomicilieerd is en niet permanent in een ziekenhuis, woonzorgcentrum of verzorgingsinstelling opgenomen is.

 

B. Medische voorwaarden

De betrokkene beschikt over een attest van het ziekenfonds waarop vermeld staat dat de rechthebbende lijdt aan chronische incontinentie. Hij krijgt hiervoor een forfait voor incontinentie bij afhankelijke personen of een forfait voor onbehandelbare urinaire incontinentie.

Ofwel

De betrokkene beschikt over een medisch attest van de behandelende geneesheer waarop vermeld staat dat de rechthebbende een dialysepatiënt is die thuis behandeld wordt of een patiënt is afhankelijk van sondevoeding een stomapatiënt is.

 

C. onkostenstaving:

Een medewerker van het gemeentebestuur zal na de aanvraag controleren;

1) of er in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag 100 kilo restafval werd afgehaald door de verwerkende afvalmaatschappij op het domicilieadres;

2) of je gezin in het voorgaand kalenderjaar aan 26 stortingen komt bij Diftar als je in een serviceflat of assistentiewoning verblijft.

 

Artikel 3

De premie bedraagt 75 euro per kalenderjaar.

 

Artikel 4

De aanvraag moet door de rechthebbende jaarlijks ingediend worden bij het gemeentebestuur (het Welzijnsonthaal) voor 31 december van het kalenderjaar waarvoor de tussenkomst bedoeld is.

Aanvragen die na 31 december ontvangen worden door de gemeente, kunnen niet meer behandeld worden voor het voorgaande kalenderjaar.

De aanvraag moet jaarlijks hernieuwd worden. Indien het bijgevoegd attest, zoals bepaald in artikel 2, vermeldt dat de aandoening een permanent karakter heeft, wordt er afgeweken van de jaarlijkse bewijslast.

Als de rechthebbende zelf niet in de mogelijkheid is om de aanvraag in te dienen dan moet hij via een volmachtformulier iemand anders het recht geven om de premie aan te vragen.

 

Artikel 5

De gemeente betaalt de premie uit op voorwaarde dat de voorziene kredieten opgenomen zijn in het jaarbudget en niet meer vatbaar zijn voor schorsing door de gouverneur van de provincie Antwerpen zoals voorzien in artikel 332 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 6

Dit premiereglement heft alle voorgaande premiereglementen op die betrekking hebben op: Ondersteuning van personen die lijden een chronische incontinentie, voor personen die afhankelijk zijn van thuisdialyse of sondevoeding, voor personen met een stoma.

 

Artikel 7

Dit premiereglement gaat in op 1 januari 2026 voor een termijn van zes jaar en eindigt ten laatste op 31 december 2031.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

THUISZORG VOOR ZWAAR ZORGBEHOEVENDEN - PREMIEREGLEMENT 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Feiten en context

Het gemeentebestuur verleent reeds jaren een financiële ondersteuning aan zwaar zorgbehoevende inwoners die in een thuissituatie verblijven. Deze financiële ondersteuning wordt verleend op basis van een reglement dat wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. Het gemeentebestuur beschouwt het als haar deeltaak om inwoners die zwaar zorgbehoevend zijn zo lang mogelijk in een vertrouwde omgeving te laten wonen.

 

Juridische gronden

Art 40 decreet lokaal bestuur

 

Inspraak en advies

De adviesraad voor personen met een beperking adviseerde dit reglement positief.

De seniorenraad adviseerde dit reglement positief.

 

Bijlagen

1. Advies adviesraad personen met een beperking.

2. Advies seniorenraad.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het gemeentebestuur beschouwt het als haar deeltaak om inwoners die zwaar zorgbehoevend zijn zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving te laten wonen. Het gemeentebestuur is zich ervan bewust dat deze keuze voor de ondersteuning enorm belastend is voor de naaste omgeving van, de zorgbehoevende.

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/3/4 Diftarpremie & thuiszorgpremie

Registratiesleutel

64910000/095900

Bedrag

€ 120 000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het volgende reglement goed:

 

Artikel 1

Het gemeentebestuur van Mol verleent per kalenderjaar een premie aan zwaar zorgbehoevende inwoners die in een thuissituatie verzorgd worden.

 

Artikel 2

De voornoemde premie wordt slechts verstrekt indien cumulatief aan volgende voorwaarden wordt voldaan in het jaar van aanvraag:

 

 A. Verblijfsvoorwaarde

De premie wordt slechts verstrekt indien de rechthebbende

- Zwaar zorgbehoevende is; 

- Én in Mol thuis gedomicilieerd en verblijvende is;

Er mogen maximaal twee rechthebbenden op hetzelfde adres verblijven en/of gedomicilieerd zijn.

Verzorgden die wonen of verblijven in religieuze of andere leefgemeenschappen, in rust- en verzorgingstehuizen en/of de daaraan gekoppelde zorgflats, komen niet in aanmerking.

 

 B. Medische voorwaarden

De rechthebbende moet voldoen aan de medische voorwaarden die hieronder vermeld worden;

- Een attest van de federale overheidsdienst sociale zekerheid, personen met een handicap waaruit blijkt dat de rechthebbende in het huidig kalenderjaar een verminderde zelfredzaamheid heeft van minstens 12 punten.

- een attest van de zorgkas waaruit blijkt dat de rechthebbende recht heeft op een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden op basis van thuisverzorging.

 

 C. Verhoogde tegemoetkoming

De rechthebbende heeft in het huidig kalenderjaar recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming.

 

 D. Leeftijdsvoorwaarde

De premie wordt toegekend aan de rechthebbende vanaf de leeftijd van 22 jaar.

 

Artikel 3

De premie bedraagt 60 euro per maand met een maximum van zeven maanden per jaar (420 euro per kalenderjaar).

Bij overlijden of verhuis naar een woonzorgcentrum, wordt een pro rata bedrag uitbetaald tot en met de maand van verhuis of overlijden van de rechthebbende.

De uitbetaling van de volledige premie vindt plaats vanaf augustus en gebeurt daarna maandelijks.

 

Artikel 4

De aanvraag moet door de rechthebbende jaarlijks ingediend worden bij het gemeentebestuur (Welzijnsonthaal) voor 31 december van het kalenderjaar waarvoor de tussenkomst bedoeld is. Aanvragen die na 31 december ontvangen worden door de gemeente, kunnen niet meer behandeld worden voor het voorgaande kalenderjaar.

Als de rechthebbende zelf niet in de mogelijkheid is om de aanvraag in te dienen dan moet hij via een volmachtformulier iemand anders het recht geven om de premie aan te vragen.

 

Artikel 5

De gemeente betaalt de premie uit op voorwaarde dat de voorziene kredieten opgenomen zijn in het jaarbudget en niet meer vatbaar zijn voor schorsing door de gouverneur van de provincie Antwerpen zoals voorzien in artikel 332 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 6

Dit premiereglement heft alle voorgaande premiereglementen op die betrekking hebben op thuisverzorging van hulpbehoevende ouderen.

 

Artikel 7

Dit premiereglement gaat in op 1 januari 2026 voor een termijn van zes jaar en eindigt ten laatste op 31 december 2031.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP DE AANREKENING VAN KOSTEN VAN AANMANINGEN EN INNING ALSMEDE VERWIJLINTRESTEN VOOR NIET FISCALE VORDERINGEN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 18 december 2023 een reglement goed voor de 'Retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2024-2025'.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende gemeentefiscaliteit.

Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

Wetboek van economisch recht met inbegrip van Boek XIX Schulden van de consument

De Grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 173

Decreet over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40,§3, 41, 14°, 78 en 177

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk dat de kosten voor het verzenden van aanmaningen, laatste berichten, aangetekende zendingen worden verhaald op diegenen die laattijdig de door hun verschuldigde sommen betalen. Het opmaken en versturen van aanmaningen aan diegenen die laattijdig de door hen verschuldigde sommen betalen zoals retributies, huurgelden, forfaitaire vergoedingen (voorgaande lijst is niet limitatief) alsook het stellen van diverse handelingen voor inning en invordering via deurwaarders, advocaten, curatoren, enz. wegen zowel op logistiek als op financieel vlak door op de gemeentelijke administratie. Bovendien eigenen de wanbetalers zich voordelen toe die niet aan de gewone gebruikers worden toegestaan. Het is dan ook billijk om bij laattijdige betaling aanmaningskosten, een forfaitaire vergoeding en verwijlintresten aan te rekenen aan wanbetalers.

 

Dit reglement is niet van toepassing voor vorderingen van fiscale oorsprong aangezien hiervoor een afzonderlijk reglement van toepassing is.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

70600070/003000

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad besluit het reglement 'Retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031' in te voeren. Het aangepaste reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, worden de kosten voor het verzenden van aanmaningen, laatste berichten en aangetekende zendingen alsook inningskosten van deurwaarders, advocaten en curatoren (deze lijst is niet limitatief) verhaald op diegenen die laattijdig de door hun verschuldigde sommen (niet-fiscale vorderingen) betalen. Tevens worden er ook in hunnen hoofde een forfaitaire vergoeding en verwijlintresten aangerekend.

 

Indien de debiteur de onbetwiste vordering niet betaalt binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, worden de hieronder bepaalde retributies aangerekend.

 

Artikel 2

De kosten worden vastgesteld als volgt:

 

1) Kosten voor tweede en derde aanmaning en aanmaning na niet-naleving van een afbetalingsplan

- Eerste aanmaning: kosteloos

- Tweede of volgende aanmaning: 20 euro per aanmaning

- Aanmaning bij niet nakomen afbetalingsplan: 20 euro per aanmaning

 

2) Kosten voor de grensoverschrijdende invordering

Voor de grensoverschrijdende invordering waarvoor de gemeente een beroep doet op een derde, komt het bedrag van de retributie overeen met de incasso- en administratiekosten die de derde hiervoor aan de gemeente doorrekent, vermeerderd met 50 euro. De retributie is verschuldigd van zodra het dossier aan de derde wordt overgemaakt.

 

3) Minnelijke schikking deurwaarder

Voor een dossier verzoek tot minnelijke schikking bij de deurwaarder: 20 euro per dossier forfaitaire vergoeding

 

Deze kost kan niet gevorderd worden ingeval van een grensoverschrijdende invordering (artikel 2.2)

 

4) Opmaak van een dwangbevel

Wanneer de debiteur niet overgaat tot de betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangbevel met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder. Voor het overmaken van een dossier aan de gerechtsdeurwaarder, wordt een retributie van 30 euro aangerekend.

 

5) Gedwongen uitvoering

Voor de hieronder vermelde stappen van gedwongen uitvoering en invordering worden de overeenstemmende kosten aangerekend. Deze kosten komen bovenop de eventuele gerechtskosten en gerechtsdeurwaarderskosten en reële kosten die op grond van de wettelijke regelingen worden doorgerekend aan de debiteur.

 

- Derdenbeslag: het beslag wordt aangetekend verzonden aan een derde, schuldenaar van de debiteur en tevens aangezegd aan de debiteur zelf: 50 euro

 

- Het nemen van een hypothecaire inschrijving: De kosten aangerekend door het kantoor rechtszekerheid (het vroegere hypotheekkantoor), vermeerderd met 50 euro per hypotheekinschrijving.

 

- Procedure tot het aanstellen van een curator over een onbeheerde nalatenschap wanneer er geen gekende erfgenamen zijn, maar wel een nalatenschap van waaruit een vordering kan voldaan worden: 1.500 euro van zodra het namens de gemeente opgemaakte verzoekschrift tot aanstelling van curator werd neergelegd, voor zover dat verzoekschrift uitmondt in de effectieve aanstelling van een curator.

 

- Uitvoerend beslag op onroerend goed:

- administratieve en juridische procedurevoorbereiding (per onroerend goed): 1.750 euro. Deze retributie is verschuldigd zodra de door de gemeente aangestelde deurwaarder aan de debiteur een akte houdende het ‘bevel voorafgaand aan het uitvoerend beslag op onroerend goed’ heeft betekend.

- administratieve en juridische procedurevoorbereiding aanstelling notaris: 1.250 euro. Deze retributie is verschuldigd zodra de gemeente de dagvaarding daartoe betekent.

 

- Procedure uit onverdeeldheid treden al dan niet in combinatie met uitvoerend onroerend beslag: ingeval er diverse mede-eigenaars samen met de debiteur zijn moet een procedure gevoerd worden om uit de onverdeeldheid te treden: 2.000 euro van zodra de gemeente de dagvaarding daartoe aan de mede-eigenaars betekent, voor zover als gevolg daarvan de effectieve verdeling wordt opgelegd in een vonnis dat kracht van gewijsde heeft.

 

- Procedure van indeplaatsstelling (per onroerend goed): 1.000 euro. Deze retributie is verschuldigd van zodra het namens de gemeente opgemaakte verzoekschrift om in de plaats te worden gesteld werd ingediend, voor zover de gemeente effectief in de plaats wordt gesteld van de beslagleggende schuldeiser die in gebreke bleef."

 

Artikel 3

De wettige nalatigheidsintrest wordt aangerekend vanaf de ingebrekestelling van de schuldenaar.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP DE AANREKENING VAN KOSTEN VAN AANMANINGEN EN INNING VOOR FISCALE VORDERINGEN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 23 december 2019 een reglement goed voor de retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning voor fiscale vorderingen: 2020-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning voor fiscale vorderingen: 2026-2031 - in te voeren.

 

Het opmaken en versturen van aanmaningen aan diegenen die laattijdig de door hen verschuldigde sommen van fiscale vorderingen betalen alsook het stellen van diverse handelingen voor inning en invordering via deurwaarders, advocaten, curatoren, enz. wegen zowel op logistiek als op financieel vlak door op de gemeentelijke administratie.

 

Juridische gronden

De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende gemeentefiscaliteit.

Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

Wetboek van economisch recht met inbegrip van Boek XIX Schulden van de consument

De Grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 173

Decreet over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40,§3, 41, 14°, 78 en 177

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk dat de kosten voor het verzenden van aanmaningen, laatste berichten, aangetekende zendingen worden verhaald op diegenen die laattijdig de door hun verschuldigde sommen van fiscale vorderingen betalen. Het opmaken en versturen van aanmaningen aan diegenen die laattijdig de door hun verschuldigde sommen van fiscale vorderingen betalen alsook het stellen van diverse handelingen voor inning en invordering via deurwaarders, advocaten, curatoren, enz. wegen zowel op logistiek als op financieel vlak door op de gemeentelijke administratie.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

70600070/002000 en 70600070/003000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning voor fiscale vorderingen: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, worden de kosten voor het verzenden van aanmaningen, laatste berichten en aangetekende zendingen alsook inningskosten van deurwaarders, advocaten en curatoren (deze lijst is niet limitatief) verhaald op diegenen die laattijdig de door hun verschuldigde sommen van fiscale vorderingen betalen. Tevens worden er ook in hunnen hoofde een forfaitaire vergoeding en verwijlintresten aangerekend.

 

Indien de debiteur de vordering niet betaalt binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, worden de hieronder bepaalde retributies aangerekend.

 

Artikel 2

De kosten worden vastgesteld als volgt:

 

1) Kosten voor tweede en derde aanmaning en aanmaning na niet-naleving van een afbetalingsplan

- Eerste aanmaning: kosteloos

- Tweede of volgende aanmaning: 20 euro per aanmaning

- Aanmaning bij niet nakomen afbetalingsplan: 20 euro per aanmaning

 

2) Kosten voor de grensoverschrijdende invordering

Voor de grensoverschrijdende invordering waarvoor de gemeente een beroep doet op een derde, komt het bedrag van de retributie overeen met de incasso- en administratiekosten die de derde hiervoor aan de gemeente doorrekent, vermeerderd met 50 euro. De retributie is verschuldigd van zodra het dossier aan de derde wordt overgemaakt.

 

3) Minnelijke schikking deurwaarder

Voor een dossier verzoek tot minnelijke schikking bij de deurwaarder: 20 euro forfaitaire vergoeding per dossier.

 

Deze kost kan niet gevorderd worden ingeval van een grensoverschrijdende invordering (artikel 2.2)

 

4) Opmaak van een dwangschrift

Wanneer de debiteur niet overgaat tot de betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangschrift met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder. Voor het overmaken van een dossier aan de gerechtsdeurwaarder, wordt een retributie van 30 euro aangerekend.

 

5) Gedwongen uitvoering

Voor de hieronder vermelde stappen van gedwongen uitvoering en invordering worden de overeenstemmende kosten aangerekend. Deze kosten komen bovenop de eventuele gerechtskosten en gerechtsdeurwaarderskosten en reële kosten die op grond van de wettelijke regelingen worden doorgerekend aan de debiteur.

 

- Derdenbeslag: het beslag wordt aangetekend verzonden aan een derde, schuldenaar van de debiteur en tevens aangezegd aan de debiteur zelf: 50 euro

 

- Het nemen van een hypothecaire inschrijving: De kosten aangerekend door het kantoor rechtszekerheid (het vroegere hypotheekkantoor), vermeerderd met 50 euro administratieve kosten per hypotheekinschrijving.

 

- Procedure tot het aanstellen van een curator over een onbeheerde nalatenschap wanneer er geen gekende erfgenamen zijn, maar wel een nalatenschap van waaruit een vordering kan voldaan worden: 1.500 euro van zodra het namens de gemeente opgemaakte verzoekschrift tot aanstelling van curator werd neergelegd, voor zover dat verzoekschrift uitmondt in de effectieve aanstelling van een curator.

 

- Uitvoerend beslag op onroerend goed:

- administratieve en juridische procedurevoorbereiding (per onroerend goed): 1.750 euro. Deze retributie is verschuldigd zodra de door de gemeente aangestelde deurwaarder aan de debiteur een akte houdende het ‘bevel voorafgaand aan het uitvoerend beslag op onroerend goed’ heeft betekend.

- administratieve en juridische procedurevoorbereiding aanstelling notaris: 1.250 euro. Deze retributie is verschuldigd zodra de gemeente de dagvaarding daartoe betekent.

 

- Procedure uit onverdeeldheid treden al dan niet in combinatie met uitvoerend onroerend beslag: ingeval er diverse mede-eigenaars samen met de debiteur zijn moet een procedure gevoerd worden om uit de onverdeeldheid te treden: 2.000 euro van zodra de gemeente de dagvaarding daartoe aan de mede-eigenaars betekent, voor zover als gevolg daarvan de effectieve verdeling wordt opgelegd in een vonnis dat kracht van gewijsde heeft.

 

- Procedure van indeplaatsstelling (per onroerend goed): 1.000 euro. Deze retributie is verschuldigd van zodra het namens de gemeente opgemaakte verzoekschrift om in de plaats te worden gesteld werd ingediend, voor zover de gemeente effectief in de plaats wordt gesteld van de beslagleggende schuldeiser die in gebreke bleef.

 

Artikel 3

De wettige nalatigheidsintrest wordt aangerekend vanaf de ingebrekestelling van de schuldenaar."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP DE AANVRAAG TOT OPENEN OF VERANDEREN VAN HINDERLIJKE INRICHTINGEN KLASSE 1: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 23 december 2019 een reglement goed voor de retributie op de aanvraag tot openen of veranderen van hinderlijke inrichtingen klasse 1: aanslagjaren 2020-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie op de aanvraag tot openen of veranderen van hinderlijke inrichtingen klasse 1: 2026-2031' in te voeren.

 

Ingevolge het in werking treden van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunningen moet de bekendmaking voor inrichtingen van eerste klasse gebeuren in minimum twee dag en/of weekbladen.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

In overeenstemming met artikel 17 §3 van het VLAREM.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026 -2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen voor de publicatiekosten ten gevolge een aanvraag tot openen of wijzigen van een hinderlijke inrichting klasse 1. Het betreft een loutere doorrekening van de publicatiekosten exclusief personeelskosten, en dit enkel aan de effectieve gebruikers van de dienst. Het bedrag van de retributie stemt overeen met het bedrag van de factuur of berekeningsnota toegezonden door de uitgeversmaatschappijen.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/9/9

Registratiesleutel

70004010/060000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie op de aanvraag tot openen of veranderen van hinderlijke inrichtingen klasse 1: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de aanvraag tot het openen of wijzigen van een hinderlijke inrichting klasse 1.

 

Artikel 2

Voor elke aanvraag tot openen of wijzigen van een hinderlijke inrichting klasse 1 dienen de publicatiekosten betaald te worden door de aanvrager van de vergunning.

Het bedrag van de retributie stemt overeen met het bedrag van de factuur of berekeningsnota van de uitgeversmaatschappijen.

 

Artikel 3

De retributie moet betaald worden binnen een termijn van 30 dagen nadat de publicatiekosten gekend zijn en dit aan de hand van de facturen opgesteld door de uitgeversmaatschappijen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE VOOR ADMINISTRATIEVE PRESTATIES: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 19 december 2022 een reglement goed voor de retributie administratieve prestaties: 2023-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie administratieve prestaties: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Artikel 20 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, stelt dat voor de afgifte van bestuursdocumenten een redelijke vergoeding gevraagd mag worden.

 

De gecoördineerde omzendbrief van 14 juli 2004, met referentie BA-2004/03, betreffende de coördinatie van onderrichtingen inzake gemeentefiscaliteit, stelt dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat een retributie op administratieve prestaties algemeen wordt toegepast, ongeacht de inhoud van het opzoekingswerk.

 

Het koninklijk besluit van 5 januari 2014, tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1992, betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister.

 

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026 -2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

Het is billijk om een vergoeding te vragen aan personen waarvoor welbepaalde administratieve prestaties geleverd worden. Onder administratieve prestaties verstaat men onder meer opzoekingswerk en het maken van kopieën. Tevens is het zo dat voor het aanmaken van reispassen, identiteitskaarten, rijbewijzen, enz, pasfoto's nodig zijn die aan welbepaalde wettelijke criteria voldoen. Het komt voor dat de aanvragers van voormelde stukken niet over de juiste pasfoto's beschikken op het ogenblik dat de documenten worden aangevraagd. Indien de aanvragers dit wensen kunnen de vereiste foto's worden genomen op de betrokken dienst. Deze dienstverlening brengt evenwel kosten met zich mee. Het is dan ook billijk om voor de geleverde dienst een vergoeding te vragen aan diegenen die er gebruik van maken.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen bij het verstrekken van administratieve prestaties als vergoeding voor de geleverde dienst. Het betreft een loutere doorrekening van de kosten voor de administratieve prestaties exclusief personeelskosten, en dit enkel aan de effectieve gebruikers van de dienst.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/5/1

Registratiesleutel

70000000/013001

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie administratieve prestaties: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op:

 

  1. Het afleveren van personenlijsten en dit conform het K.B. van 16-07-1992 (B.S. 15-08- 1992) betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister.
  2. Het afleveren van planafdrukken inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw en wegens mededeling zonder verplaatsing aan derde belanghebbenden, van afgegeven afdrukken van rooilijnplannen (artikel 1 van het K.B. van 18-02-1964).
  3. Het invullen van een aanvraag voor vastgoedinformatie (modelformulier uitgewerkt door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en de Koninklijke Federatie van Belgische Notarissen), alsook andere formulieren voor gelijkaardige aanvragen om inlichtingen.
  4. Het afleveren van een stedenbouwkundig uittreksel (uittreksel uit het plannen- en vergunningenregister.
  5. Het aangetekend verzenden van dossiers door de gemeentediensten voor derden.
  6. Het opstarten van een administratieve procedure voor de raadpleging van de bevolkingsregisters voor opzoekingen van genealogische, historische of wetenschappelijke aard.
  7. Het maken en afdrukken van foto’s voor paspoorten, identiteitskaarten, rijbewijzen, enz.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die om de administratieve prestaties verzoekt.

 

Artikel 3

Het bedrag van retributie wordt als volgt vastgesteld:

 

        Het afleveren van personenlijsten: 0,5 euro per blad en per geboortejaar voor lijsten van inwoners, ingeschreven in de bevolkingregisters of in het vreemdelingenregister, met een minimum van 14 euro per jaar en per werkaanvraag.

        De afgifte van afdrukken van plannen bedoeld bij artikel 1 van het K.B. van 18-02-1964, afdrukken van rooilijnplannen: indien het werk geleverd wordt door de beambten van de gemeente: een bedrag berekend volgens de prijs van de geleverde materialen en de gepresteerde werkuren, met een minimum van 17,50 euro per afdruk of van 17,50 euro per m².

        Het invullen van het standaardformulier voor de aanvraag van vastgoedinformatie ten behoeve van notarissen, alsook andere formulieren voor gelijkaardige aanvragen om inlichtingen: 86,50 euro per formulier.

        Het afleveren van een stedenbouwkundig uittreksel (uittreksel uit het plannen- en vergunningenregister): 48,50 euro per perceel.

        Het aangetekend verzenden van dossiers door de gemeentediensten voor derden: officieel tarief per aangetekende zending.

        Het opstarten van een administratieve procedure voor de raadpleging van de bevolkingsregisters voor opzoekingen van genealogische, historische of wetenschappelijke aard: 17,50 euro per aangevraagde procedure.

        Het maken en afdrukken van foto’s voor paspoorten, identiteitskaarten, rijbewijzen, enz.: 10 euro per fotoreeks.

 

Artikel 4

De particulieren en de privé-instellingen die wensen dat de gevraagde inlichtingen hun per post worden toegezonden, (behoudens wat betreft de fotokopieën van bestuursdocumenten), dienen het bedrag van de verzendingskosten vooraf aan de betrokken dienst over te maken.

 

Artikel 5

De retributie is niet verschuldigd voor het afleveren van personenlijsten en bescheiden aan de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen, alsmede de instellingen van openbaar nut.

 

Artikel 6

De bedragen van deze retributie worden vanaf kalenderjaar 2027, telkens op 1 januari van elk kalenderjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 50 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast retributiebedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig kalenderjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

Geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i, waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 3

 I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

Aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag,  waarbij:

 

        bedragen eindigend op 0 eurocent niet afgerond worden

        bedragen eindigend op 1 eurocent tot en met 24 eurocent worden afgerond naar de lagere euro

        bedragen eindigend op 25 eurocent tot en met 74 eurocent, worden afgerond op 50 eurocent

        bedragen eindigend op 75 eurocent tot en met 99 eurocent, worden afgerond naar de hogere euro"

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN AFVALZAKKEN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 09 november 2020 het reglement goed met betrekking tot de retributie voor het ter beschikking stellen van afvalzakken: 2021-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Retributie voor het ter beschikking stellen van afvalzakken: 2026-2031' in te voeren.

 

PMD-afval wordt gescheiden van huishoudelijk restafval opgehaald via afzonderlijke ophaalrondes.

PMD-afval moet aangeboden worden in de blauwe zakken die door de gemeente ter beschikking worden gesteld.

 

Om de GFT-container proper te houden mag er gebruik gemaakt worden van de papieren zakken van 8 liter mét het logo van IOK Afvalbeheer. De composteerbaarheid van deze zakken werd getest in de composteringsinstallaties van IOK Afvalbeheer.

In het kader van het scholenproject van Fost Plus biedt IOK Afvalbeheer speciale PMD-zakken aan, aangepast voor gebruik op de scholen.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

De bindende overeenkomst tussen Fost Plus - I.O.K. en de gemeenten waarbij het betalend maken van PMD-zakken contractueel werd vastgelegd.

 

Het decreet betreffende duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen van 23 december 2011 (Belgisch Staatsblad 28 februari 2012) (het Materialendecreet genoemd) regelt het duurzaam materialenbeheer in Vlaanderen.

 

In het Vlaams Reglement inzake duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen van 17 februari 2012 (Belgisch Staatsblad 23 mei 2012) (VLAREMA genoemd) wordt bepaald dat minstens een aantal huishoudelijke afvalstoffen gescheiden moeten worden aangeboden en verder afzonderlijk worden gehouden bij de ophaling of inzameling.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

De kosten voor recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën. De financiële toestand van de gemeente vereist dan ook dat een dergelijke retributie wordt gevraagd aan de gebruiker van de dienstverlening.

Het principe "de vervuiler betaalt" vormt de basis van het gemeentelijk afvalbeleid. Overeenkomstig dit principe dienen de verwerkingskosten van de huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen verhaald te worden op de aanbieders ervan. Bijkomend wordt door de prijsdifferentiatie prioriteit verleend aan afvalvoorkoming, slechts in tweede instantie aan hergebruik en tenslotte aan recyclage van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.

Het is van maatschappelijk belang om de scholen te ondersteunen in het sensibiliseren van de jeugd

om afval goed te sorteren zodat het kan gerecycleerd worden.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/9/7

Registratiesleutel

70031000/030000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Retributie voor het ter beschikking stellen van afvalzakken: 2026-2031', in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie geheven voor het ter beschikking stellen van afvalzakken.

 

Artikel 2

Voor het ter beschikking stellen van afvalzakken, voor gesorteerd afval, zijn de volgende retributies verschuldigd:

 

Papieren zakken voor inzameling gft:

pakket van 80 zakken van 8 liter

 

6,50 euro per pakket

PMD-zak: rol van 24 zakken van 60 liter

3,60 euro per rol

PMD-zak: rol van 10 zakken van 120 liter

1,50 euro per rol

 

Artikel 3

De zakken zijn verkrijgbaar op plaatsen en uren, zoals vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 4

De retributie is verschuldigd op het ogenblik van de afgifte van de zakken aan de persoon die de afvalzakken vraagt.

 

Artikel 5

De retributie dient betaald te worden met één van de betaalmiddelen, zoals vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP PARKEREN IN ZONES WAAR DE REGELING BETALEND PARKEREN GELDT: 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 onthoudingen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 28 april 2025 een reglement goed voor de retributie op parkeren in zones waar de regeling betalend parkeren geldt: 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie op parkeren in zones waar de regeling betalend parkeren geldt: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 9 juli 2010 houdende de invordering van parkeerheffingen door parkeerbedrijven.

 

Het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (Wegcode), en latere wijzigingen.

 

Het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens.

 

Het Ministerieel Besluit van 29 juli 1991 waarbij personen worden aangewezen die de speciale parkeerkaart voor gehandicapten kunnen bekomen alsook de ministeries die bevoegd zijn om deze kaart uit te reiken en waarbij het model ervan alsmede de modaliteiten van afgifte, intrekking en voor gebruik ervan worden bepaald, en latere wijzigingen. Conform het ministerieel besluit van 7 mei 1999 wordt aan mensen met een handicap een parkeerkaart afgeleverd die voldoet aan de aanbevelingen van de Europese gemeenschap.

 

Het Ministerieel Besluit van 18 december 1991, gewijzigd bij ministerieel besluit van 3 mei 2004, waarbij personen die de bewonerskaart of het bewonersvignet kunnen bekomen en de overheid die bevoegd is om deze kaart of het bewonersvignet uit te reiken worden aangewezen, en waarbij het model ervan alsmede nadere regels voor uitreiking en gebruik worden bepaald.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie op het langdurig parkeren met een bewonerskaart in zones waar een beperking van parkeertijd geldt 2026-2031.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

In het centrum van de gemeente Mol is slechts een beperkt aantal parkeerplaatsen beschikbaar.

De verkeersdrukte in het gemeentecentrum neemt gestadig toe waardoor allerlei diensten en het commerciële centrum minder toegankelijk worden voor het publiek.

 

Om meer parkeermogelijkheden te bieden werd bij politieverordening voor welbepaalde parkeerplaatsen een absolute beperking van de parkeerduur opgelegd. Om de controle op deze beperkte parkeerduur te optimaliseren is het aangewezen parkeerautomaten te gebruiken.

 

Om de parkeerrotatie te bevorderen is het wenselijk de parkeertarieven te koppelen aan de parkeerduur en daarbij parkeerders te sensibiliseren tot een correct en adequaat gebruik van de parkeerfaciliteiten, waarbij een zo kort mogelijke parkeerduur gestimuleerd wordt. In de gemeente Mol wordt voor het parkeren van voertuigen de keuze gelaten tussen meerdere tariefstelsels:

 

        Een stelsel waarbij geopteerd wordt voor een korte parkeerduur, met een minimum van 6 minuten en met een maximum van 2 of 4 uur afhankelijk van de parkeerzone, en waarbij voor het voertuig een ticket wordt genomen aan de parkeerautomaat of betaald wordt via een door de gemeente erkende betaal applicatie voor mobiel betalen (tarief 2).

        Een ander stelsel waarbij het voertuig gedurende 9 opeenvolgende betalende uren geparkeerd kan worden en waarbij de toezichthoudende parkeerwachter de nodige stappen neemt om het retributiebiljet af te leveren (tarief 1). Dit laatste tariefstelsel rechtvaardigt het aanrekenen van een hogere retributie aangezien de parkeerplaats gedurende een langere periode ingenomen kan worden, wat de parkeerrotatie het minst bevordert, en aangezien er gebruik gemaakt wordt van een betere dienstverlening met andere modaliteiten zoals uitgestelde betaling na schriftelijke uitnodiging tot betaling, waarvan de kostprijs voor de gemeente relatief hoger is. Om de parkeerplaatsen in de commerciële centrumstraten (zone 1) zoveel mogelijk te ontlasten en maximaal beschikbaar te houden voor kort parkeren is het evenwel wenselijk om langparkeerders te stimuleren gebruik te maken van de parkings buiten de centrumstraten (zone 2). Het is dan ook billijk om voor het gebruik van de parkeerplaatsen buiten de commerciële centrumstraten een verminderd tarief te hanteren. 

        Het laatste stelsel waarbij het voertuig gedurende een zeer beperkte parkeerduur van maximum 15 minuten wordt gestald. Hiervoor dient een geldige kwartierparkeerschijf zichtbaar achter de voorruit te worden aangebracht. Aangezien dit stelsel de parkeerrotatie het meest bevordert en de kostprijs van dit stelsel voor de gemeente minimaal is, is het wenselijk enkel een retributie vast te stellen voor de éénmalige aankoop van de kwartierparkeerschijf.

 

Het beschikbaar stellen van parkeerplaatsen en de controle op de parkeerduur wegen door op de gemeentefinanciën. Het is wenselijk dat daar een dergelijke retributie voor wordt gevestigd.

 

De wetgever biedt de gemeenten de mogelijkheid om voor gelijk welke doelgroep en overeenkomstig de modaliteiten die zij zelf bepalen in hun reglementen, parkeerkaarten uit te reiken. Gezien de toenemende nood aan zorgverlening en de specifieke aard van de dienstverlening is het passend een parkeerkaart voor professionele zorgverstrekkers te voorzien.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/9/12

Registratiesleutel

70058000/022000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie op parkeren in zones waar de regeling betalend parkeren geldt: 2026-2031, in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie gevestigd op het parkeren van motorvoertuigen tussen 9.00 uur en 18.00 uur op plaatsen op de openbare weg of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg, waar parkeren toegelaten is, maar waar een beperking van de parkeerduur geldt en waar het verplicht gebruik van parkeerautomaten van kracht is of een ander systeem van betalend parkeren waarvan de wijze en voorwaarden ter plaatse ter kennis worden gebracht aan de betrokkenen op de parkeertoestellen, overeenkomstig artikel 2.33 en 27.3 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

 

Artikel 2

Er worden twee parkeerzones gespecificeerd. De zones worden als volgt vastgesteld:

        zone 1: Graaf De Broquevillestraat, Laar, Lakenmakersstraat, gedeelte Corbiestraat tussen Baron van Eetveldeplein en Boerenkrijgstraat, Boerenkrijgstraat, Statiestraat, Markt nr. 2 tot en met Markt nr. 20, Boomgaardstraat en Molenstraat;

        zone 2: Rondplein; de gemeentelijke parking van het Administratief Centrum 't Getouw, gelegen aan de Molenhoekstraat, parking Sint-Pieter, parking De Markt en parking Smallestraat.

 

Artikel 3

De betalingsverplichting van de retributie voor het parkeren ontstaat op het ogenblik van het innemen van een parkeerplaats gelegen in één van de parkeerzones zoals beschreven in artikel 2 tijdens de parkeerperiode van 9.00 u tot 18.00 u. De betalende uren zijn de uren tussen 9.00 u en 18.00 u waarin de betalingsverplichting van de retributie voor het parkeren in de betalende zones bestaat, met uitzondering van zon- en feestdagen waarop de retributie niet verschuldigd is.

 

Voor het parkeren van een voertuig in de betalende zones kan gekozen worden voor hetzij langdurig parkeren (tarief 1), hetzij kort parkeren door het nemen van een ticket aan de parkeerautomaat (tarief 2), hetzij maximum 15 minuten parkeren door het aanbrengen van de kwartierparkeerschijf, met verschillend tarief en voorwaarden zoals hierna wordt bepaald en op de parkeertoestellen wordt vermeld.

 

Artikel 4

Indien een voertuig langer dan de in de betrokken zone geldende maximaal onafgebroken parkeerduur wordt geparkeerd dan is tarief 1 van toepassing. Onder tarief 1 mag het voertuig, vanaf de inname van de parkeerplaats, gedurende een periode van 9 opeenvolgende betalende uren geparkeerd worden op de onder artikel 1 bedoelde plaatsen in de gespecificeerde betalende parkeerzones tegen een retributie van

        zone 1: 30,00 euro

        zone 2: 20,00 euro

Deze gebruiksmodaliteit wordt op de parkeermeters aangeduid als ‘tarief 1’.

 

Het langdurig parkeren tegen tarief 1 laat geeft het recht een voertuig te parkeren voor een maximum parkeerduur van 9 opeenvolgende betalende uren, waarbij na het verstrijken van die toegestane maximum parkeerduur het voertuig materieel dient te worden verplaatst en de parkeerplaats dient te worden verlaten.

Tarief 1 is eveneens verschuldigd in de in artikel 9 voorziene gevallen.

 

Deze retributie, tarief 1, dient betaald te worden binnen 5 dagen na ontvangst van de uitnodiging tot betalen, overeenkomstig de richtlijnen vermeld op het retributiebiljet dat door de toezichthoudende parkeerwachter hetzij wordt overhandigd, hetzij op het geparkeerde motorvoertuig wordt aangebracht.

 

Bij gebrek aan vrijwillige betaling binnen de gestelde betaaltermijn van 5 dagen op het uitgeschreven retributiebiljet, wordt vervolgens ten vroegste na 10 dagen een eerste herinneringsbrief verstuurd. Daarna wordt bij het uitblijven van de betaling ten vroegste na 15 dagen nog een ultieme aanmaning verstuurd via gerechtsdeurwaarder.

 

Bij niet-betaling hierna, zal de invordering van de verschuldigde sommen gebeuren bij wijze van burgerlijke rechtsvordering.

 

Artikel 5

Wordt er geopteerd voor een korte parkeerduur dan wordt de retributie voor kort parkeren betaald aan de parkeerautomaat tegen aflevering van een parkeerticket voor de betaalde parkeerduur, of via een door de gemeente erkende betaalapplicatie voor mobiel betalen. Deze gebruikersmodaliteit wordt op de parkeerautomaat aangeduid als ‘tarief 2’.

 

Deze retributie (tarief 2) wordt als volgt vastgesteld:

        zone 1: 1,20 euro voor het eerste uur en 1,60 euro voor het tweede uur

Maximaal onafgebroken parkeerduur: 2 uur.

        zone 2: 0,80 euro per uur.

Maximaal onafgebroken parkeerduur: 4 uur.

 

De retributie volgens tarief 2 dient betaald te worden door het inbrengen van de nodige muntstukken in de parkeerautomaten overeenkomstig de instructies vermeld op de toestellen onder ‘tarief 2’ of door het gebruik van een door de gemeente erkende applicatie voor mobiel betalen.

 

Door de betaling van de retributie volgens tarief 2 mag een voertuig geparkeerd worden voor de op het parkeerticket toegekende parkeerduur, weliswaar met een maximaal onafgebroken parkeerduur van 2 uur in zone 1 en 4 uur in zone 2.

 

Voor de toepassing van tarief 2 ‘korte parkeerduur’ geldt de verplichting dat een voertuig materieel verplaatst moet worden. Uiterlijk bij het verstrijken van de binnen de gehele zone maximaal onafgebroken parkeerduur moet de in de betrokken betaalzone bezette parkeerplaats effectief verlaten worden. Dit sluit verder parkeren tegen tarief 2 en het bijvoeden van de parkeerautomaat of het bijbetalen via een door de gemeente erkende applicatie voor mobiel betalen na het verstrijken van de maximaal onafgebroken parkeerduur uit, zoals ter plaatse behoorlijk ter kennis gebracht volgens de instructies vermeld op de parkeerautomaten (omschreven als ‘verplaatsingsverplichting’).

 

Artikel 6

In afwijking van het voorgaande, is er voor het kwartier, dat aanvangt op het ogenblik dat de parkeerplaats ingenomen wordt, geen retributie volgens tarief 1 of tarief 2 verschuldigd op voorwaarde dat de kwartierparkeerschijf die voor de gemeente Mol geldt correct ingesteld wordt.

 

De kwartierparkeerschijf mag niet gebruikt worden in combinatie met tarief 1 en/of tarief 2. Uiterlijk bij het verstrijken van de toegekende parkeerduur vermeld op de correct ingestelde en geldige kwartierparkeerschijf dient het voertuig materieel verplaatst te worden en moet de in de betrokken betaalzone bezette parkeerplaats effectief verlaten worden (verplaatsingsverplichting).

 

De kwartierparkeerschijf kost 1,20 euro per stuk en kan op voorhand aangekocht worden aan de informatiebalie van de gemeente.

 

Artikel 7

In afwijking van artikel 5 worden professionele zorgverstrekkers aan huis, tijdens de uitoefening van hun beroep, voor de eerste 60 minuten dat de parkeerplaats wordt ingenomen vrijgesteld van de retributie op voorwaarde dat zij gebruik maken van een speciaal voor dit doel aangevraagde parkeerkaart. Het aanvragen van een parkeerkaart moet conform het reglement met betrekking tot de gemeentelijke parkeerkaart voor professionele medische zorgverstrekkers aan huis gebeuren.

 

Voor het overige blijven alle bepalingen van artikel 5 van toepassing op de zorgverstrekkers.

 

Artikel 8

Het parkeerticket afgeleverd door de parkeerautomaat (tarief 2), de retributiebon overhandigd voor langdurig parkeren (tarief 1), parkeerkaart voor zorgverstrekkers, bewonerskaart en/of de kwartierparkeerschijf moet duidelijk zichtbaar achter de voorruit van het voertuig geplaatst worden of, indien er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.

 

Artikel 9

Wanneer:

        hetzij, in een voertuig geen geldig parkeerticket afgeleverd door de parkeerautomaat (tarief 2), geen parkeerkaart voor bewonersparkeren, geen parkeerkaart  voor zorgverstrekkers en/of geen correct ingestelde en geldige kwartierparkeerschijf achter de voorruit, of indien er geen voorruit is, op het voorste gedeelte aangebracht is;

        hetzij voor het voertuig geen betaling werd ontvangen via een door de gemeente erkende applicatie voor mobiel betalen (tarief 2);

        hetzij, een voertuig niet meer beschikt over een geldig parkeerticket afgeleverd door de parkeerautomaat (tarief 2), de parkeertijd van de via de door de gemeente erkende applicatie voor mobiel betalen verstreken is (tarief 2);

        geen parkeerkaart voor zorgverstrekkers en/of correct ingestelde en geldige kwartierparkeerschijf aanwezig is omdat de gekozen, toegekende en betaalde parkeerduur inmiddels verstreken is;

        hetzij, door een uitbreiding van de aanvankelijk betaalde korte parkeerduur onder tarief 2 (bijvoeden van de automaat of bijschrijven via een door de gemeente erkende applicatie voor mobiel betalen), de maximaal onafgebroken parkeerduur voor ‘kort parkeren’ in de betrokken parkeerzone onder tarief 2 werd overschreden en derhalve niet voldaan werd aan de verplaatsingsverplichting;

        hetzij, een voertuig na het verstrijken van de toegekende parkeerduur, vermeld op de correct ingestelde en geldige kwartierparkeerschijf, niet materieel verplaatst werd en de in de betrokken betaalzone bezette parkeerplaats niet effectief verlaten werd en derhalve niet voldaan werd aan de verplaatsingsverplichting;

        hetzij, op het voertuig geen personeelsvignet van het gemeentebestuur werd aangebracht volgens de bepaling van de dienstnota;

        hetzij, in het voertuig geen parkeerkaart voor genodigden, afgeleverd door de algemeen directeur werd aangebracht;

wordt titularis van de kentekenplaat geacht gekozen te hebben voor tarief 1 en valt het voertuig op dat ogenblik en vanaf dan onder de voorwaarden van tarief 1. Het voertuig mag vanaf dan geparkeerd worden in de ganse parkeerzone voor een periode van 9 opeenvolgende betalende uren mits het zichtbaar aanbrengen van de retributiebon overhandigd voor langdurig parkeren achter de voorruit van het voertuig, of, indien er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.

 

Artikel 10

Deze reglementering is niet van toepassing op de bewoners die de door de gemeente uitgereikte officiële bewonerskaart, overeenkomst het ministerieel besluit van 18 december 1991, gewijzigd door het ministerieel besluit van 3 mei 2004, zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig.

 

De personen met een handicap die een geldige parkeerkaart hebben, uitgereikt overeenkomstig het Ministerieel Besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap, worden vrijgesteld van de betaling van de retributie, indien deze kaart duidelijk zichtbaar is aangebracht achter de voorruit van het voertuig, of indien er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.

 

Artikel 11

De retributie is verschuldigd door de titularis van de kentekenplaat van het voertuig.

 

Artikel 12

Noch de gebruiker, noch de titularis van de kentekenplaat zal bezwaar kunnen indienen wanneer hij, niettegenstaande het aanbrengen van de parkeerschijf of het heffen van een retributie, niet mag parkeren om reden vreemd aan de wil van het bestuur of ingeval van evacuatie van het voertuig bij politiebevel.

 

Artikel 13

Het betalen van de retributie geeft enkel recht op parkeren en geeft de gebruiker of de burgerlijk verantwoordelijke geen enkel recht op bewaking.

 

Artikel 14

Het Retributiereglement "Retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlinteresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031", goedgekeurd op de gemeenteraad van 15 december 2025 is niet van toepassing op dit reglement.

De inning gebeurt door het parkeerbedrijf.

 

Aanmaningen en invorderingen met betrekking tot onbetaald gebleven retributies gebeuren overeenkomstig de wijze en de tarieven zoals hierna bepaald.

 

De parkeerretributie die niet betaald wordt volgens de richtlijnen vermeld, staande op de retributieheffing volgt de minnelijke aanmaningsprocedure, met administratieve kosten ten laste van de wanbetaler:

 

- ten aanzien van binnenlandse en buitenlandse ondernemingen - de nummerplaathouder:

(a) eerste betaalherinnering: + 10 euro

(b) tweede betaalaanmaning: (10 euro (a)) + 10 euro

(c) minnelijke aanmaning door gerechtsdeurwaarder: vergoeding overeenkomstig de geldende wettelijke regels. (Wet 02 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties).

 

- ten aanzien van binnenlandse en buitenlandse consumenten - de nummerplaathouder, conform de geldende wetgeving inzake schulden van de consument (Boek XIX WER):

(a) eerste betaalherinnering: kosteloos + wettelijke wachtperiode

(b) ingebrekestelling door gerechtsdeurwaarder waarbij verhoging met:

*forfaitaire vergoeding voor de invorderingskosten volgens wettelijk bepaalde plafonds:

(i) 20 euro als het verschuldigde saldo lager dan of gelijk is aan 150 euro

(ii) 30 euro vermeerderd met 10% van het verschuldigde bedrag op de schijf tussen 150,01 euro en 500 euro als het verschuldigde saldo tussen 150,01 euro en 500 euro is

(iii) 65 euro vermeerderd met 5% van het verschuldigde bedrag op de schijf boven 500 euro met een maximum van 2 000 euro als het verschuldigde saldo hoger is dan 500 euro.

*verwijlintresten welke worden gerekend vanaf de ingebrekestelling op de nog te betalen som tegen de referentie-intrestvoet vermeerderd met acht procentpunten, bedoeld in artikel 5, lid 2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties.

 

De consument, onderneming kan, in voorkomend geval, maximaal een schadebeding vorderen overeenkomstig de forfaitaire bedragen hoger vermeld.

 

In geval van niet-betaling zal de retributie ingevorderd worden via gerechtelijke weg.

  

Artikel 15

De bedragen van deze retributie, vermeld in artikel 4, 5 en 6, worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 januari van elk kalenderjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast retributiebedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig kalenderjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

Geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i, waarbij:

 R = tarief vastgesteld in artikel 4, 5 en 6

 I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

Aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP HET LANGDURIG PARKEREN MET OFFICIËLE BEWONERSKAART IN ZONES WAAR EEN BEPERKING VAN PARKEERTIJD GELDT: 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 stemmen tegen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

en 6 onthoudingen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Cindy Dexters (ProMol), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 28 april 2025 een reglement goed voor de retributie op het langdurig parkeren met officiële bewonerskaart in zones waar een beperking van parkeertijd geldt: 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie op het langdurig parkeren met officiële bewonerskaart in zones waar een beperking van parkeertijd geldt: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens.

 

Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (Wegcode), en latere wijzigingen.

 

Het MB van 18 december 1991, gewijzigd bij MB van 3 mei 2004, waarbij personen die de bewonerskaart of het bewonersvignet kunnen bekomen en de overheid die bevoegd is om deze kaart of het bewonersvignet uit te reiken worden aangewezen, en waarbij het model ervan alsmede nadere regels voor uitreiking en gebruik worden bepaald.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het centrum van de gemeente Mol is slechts een beperkt aantal parkeerplaatsen beschikbaar.

 

De verkeersdrukte in het gemeentecentrum neemt gestadig toe waardoor allerlei diensten en het commerciële centrum minder toegankelijk worden voor het publiek. Daarom geldt in het centrum van de gemeente Mol een beperking van de parkeerduur voor motorvoertuigen, enerzijds via een systeem van betalend parkeren en anderzijds via een blauwe zone - reglementering. Aan de andere kant bestaat voor bewoners van het centrum de behoefte om langdurig parkeren tegen gunstigere voorwaarden mogelijk te maken aangezien zij niet altijd beschikken over de nodige private parkeerfaciliteiten.

 

Daarom wordt het gemeentelijk centrumgebied onderverdeeld in verschillende zones waarbij een inwoner van een bepaalde zone op basis van de officiële bewonerskaart gebruik mag maken van de parkeerplaatsen binnen de zone die in bijgevoegd besluit gespecificeerd worden. De aflevering van bewonerskaarten die langdurig parkeren mogelijk maken, gebeurt tegen betaling van een retributie.

 

Omdat er voortdurend veranderingen plaatsvinden in een gemeentecentrum waarop moet geanticipeerd en gereageerd worden, wordt aan de gemeenteraad gevraagd om het parkeerbeleid bij te sturen.

Er wordt hierbij vertrokken van een duidelijke visie: gratis en langdurig parkeren op de randparkings, kort en goedkoop betalend parkeren in het gemeentecentrum. In de overgangszones tussen het gratis en betalend parkeren wordt de blauwe schijf gebruikt, zodat er gratis twee tot vier uur kan geparkeerd worden. Bewoners in betalende en blauwe zones krijgen de mogelijkheid om 1 of 2 bewonerskaarten aan te kopen.

 

Het beschikbaar stellen van parkeerplaatsen en de controle op de naleving van de parkeervoorwaarden wegen door op de gemeentefinanciën. De financiële toestand van de gemeente vereist dan ook dat dergelijke retributie wordt gevestigd.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/9/12

Registratiesleutel

70058000/022000

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie op het langdurig parkeren met officiële bewonerskaart in zones waar een beperking van parkeertijd geldt: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie gevestigd op het afleveren van een bewonerskaart.

 

Voor het bewonersparkeren wordt het gemeentelijk centrumgebied onderverdeeld in verschillende zones waarbij een inwoner van een bepaalde zone op basis van de officiële bewonerskaart gebruik mag maken van de parkeerplaatsen binnen de zone die als volgt gespecificeerd is door het gemeentebestuur:

 

- Zone 1

        Bergstraat

        Boomgaardstraat

        Guido Gezellestraat

        Kloosterstraat

        Lakenmakersstraat

        Lichtstoetstraat

        Rozenberg (tussen Kloosterstraat en Bresserdijk)

        Santo Tomasplein

        Smallestraat

        Statieplein

        Statiestraat

Per wooneenheid in deze zone kan een bewonerskaart aangevraagd worden die toelaat om zonder bijkomende kosten langdurig te parkeren in volgende straten:

        Bergstraat

        Guido Gezellestraat

        Lichtstoetstraat

        Corbiestraat (tussen Hangarstraat en Lakenmakersstraat)

        Rozenberg

        Smallestraat (met uitzondering van "parking Smallestraat")

        Statieplein

        Parking ’t Getouw

        Parking Rondplein

 

- Zone 2

        Kersenlaan

        Vijverstraat

Per wooneenheid in deze zone kan een bewonerskaart aangevraagd worden die toelaat om zonder bijkomende kosten langdurig te parkeren in volgende straten:

        Vijverstraat

        Parking ’t Getouw

 

- Zone 3

        Achterpad

        Baron van Eetveldplein

        Boerenkrijgstraat

        Corbiestraat (tussen Lakenmakersstraat en Baron Van Eetveldeplein)

        Heldenstraat

        Edmond Van Hoofstraat

        Gasthuisstraat

        Laar

        Markt (achter en naast de kerk)

        Molenstraat

        Rondplein

        Graaf de Broquevillestraat

        Schansstraat

        St. Pietersstraat (tussen Adolf Reydamslaan en Rondplein)

        Voogdijstraat

Per wooneenheid in deze zone kan een bewonerskaart aangevraagd worden die toelaat om zonder bijkomende kosten langdurig te parkeren in volgende straten:

        Heldenstraat

        Edmond van Hoofstraat

        Gasthuisstraat

        Schansstraat (tussen Edmond Van Hoofstraat en Vennestraat)

        St. Pietersstraat (tussen Adolf Reydamslaan en Rondplein)

        Parking ’t Getouw

        Parking Rondplein

        Parking St. Pieter

 

- Zone 4

        Markt (tussen Molderdijk en Nieuwstraat)

        Rivierstraat

        Rode Kruislaan

Per wooneenheid in deze zone kan een bewonerskaart aangevraagd worden die toelaat om zonder bijkomende kosten langdurig te parkeren in volgende straten:

        Rivierstraat

        Parking Markt

        Rode Kruislaan (op parkeervlakken, niet op de rijbaan)

 

- Zone 5

        Asstraat

        Collegestraat

        Gasstraat

        Vennestraat

        Jakob Smitslaan

Per wooneenheid in deze zone kan een bewonerskaart aangevraagd worden die toelaat om zonder bijkomende kosten langdurig te parkeren in volgende straten:

        Asstraat

        Collegestraat

        Gasstraat

        Vennestraat

        Jakob Smitslaan

        Parking Markt

 

- Zone 6

        Adolf Reydamslaan

        Alfons Megensplein

        Doornboomstraat

        Gildestraat

        St. Paulusstraat

        St. Pietersstraat (tussen Hangarstraat en Adolf Reydamslaan)

        Corbiestraat (tussen Hangarstraat en Lakenmakersstraat)

        Hangarstraat

        Welzijnssite Ten Hove

Per wooneenheid in deze zone kan een bewonerskaart aangevraagd worden die toelaat om zonder bijkomende kosten langdurig te parkeren in volgende straten:

        Adolf Reydamslaan

        Doornboomstraat

        Gildestraat

        St. Paulusstraat

        St. Pietersstraat (noord)

        Corbiestraat (noord)

        Hangarstraat

        Alfons Megensplein

        Welzijnssite Ten Hove

        Parking Rondplein

 

Artikel 2

Er kunnen per wooneenheid maximaal twee bewonerskaarten afgeleverd worden. In overeenstemming met het Ministerieel Besluit van 18 december 1991, gewijzigd door het Ministerieel Besluit van 3 mei 2004, moet de aanvrager van een bewonerskaart het bewijs voorleggen dat hij zijn hoofdverblijfplaats heeft in één van de zes zones beschreven in artikel 1 en dat het voertuig op zijn naam is ingeschreven of dat hij er bestendig over beschikt.

 

Artikel 3

De retributie wordt vastgesteld als volgt:

Voor de eerste bewonerskaart:  90 euro per jaar.

Voor de tweede bewonerskaart:  180 euro per jaar.

Indien een duplicaat van de bewonerskaart dient afgeleverd te worden ingeval van verlies van de originele kaart, of indien de kaart vervangen moet worden ingeval van verandering van kentekenplaat, dient een bijkomend recht van 7,30 euro betaald te worden.

 

Artikel 4

De bedragen van deze retributie worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 januari van elk kalenderjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast retributiebedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig kalenderjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

Geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i , waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 3

 I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

Aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 5

De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het voertuig.

 

Artikel 6

De retributie moet betaald worden bij de afgifte van de kaart.

 

Artikel 7

Het statuut van de bewoner wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen van de door de gemeente uitgereikte officiële bewonerskaart overeenkomstig het Ministerieel Besluit van 18 december 1991, gewijzigd door het Ministerieel Besluit van 3 mei 2004, achter de voorruit van het voertuig of, indien er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.

 

Artikel 8

De gebruiker van een motorvoertuig die de bewonerskaart niet zichtbaar achter de voorruit van zijn voertuig plaatst of, indien er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van het tarief dat van toepassing is op de zone.

 

Artikel 9

Er worden enkel bewonerskaarten met een looptijd van één jaar afgeleverd. De looptijd vangt aan vanaf de datum van aflevering. De retributie is ondeelbaar en verschuldigd voor gans de periode, ongeacht of de titularis, om welke reden ook, gehouden is de uitgereikte bewonerskaart aan het gemeentebestuur terug te bezorgen.

 

Artikel 10

Noch de gebruiker, noch de titularis van de kentekenplaat zal bezwaar kunnen indienen wanneer hij, niettegenstaande het heffen van een retributie, niet mag parkeren om reden vreemd aan de wil van het bestuur of ingeval van evacuatie van het voertuig bij politiebevel.

 

Artikel 11

Het betalen van de retributie geeft enkel recht op parkeren en geeft de gebruiker of de burgerlijk verantwoordelijke geen enkel recht op bewaking."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE VOOR HET LEVEREN EN PLAATSEN VAN AFDEKPLATEN VAN COLUMBARIUMNISSEN EN BLOEMENHOUDERS: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 19 december 2022 het reglement goed met betrekking tot de retributie voor het leveren en plaatsen van afdekplaten van columbariumnissen en bloemenhouders:  2023-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie voor het leveren en plaatsen van afdekplaten van columbariumnissen en bloemenhouders: 2026-2031' in te voeren.

 

In zitting van 27 juni 2011 werd het politiereglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging goedgekeurd.

 

Voormeld reglement bepaalt dat na het plaatsen van een asurne in een nis, de nis wordt afgesloten door de aangestelde van de gemeente met een voorlopig ter beschikking gestelde afdekplaat. De nabestaanden dienen een definitieve afdekplaat af te halen bij het gemeentebestuur en hierop de nodige vermeldingen aan te brengen. Deze definitieve afdekplaat dient binnen een termijn van 3 maanden na het overlijden ter beschikking te worden gesteld van het gemeentebestuur, waarna het gemeentebestuur zorgt voor de vervanging van de voorlopige door de definitieve afdekplaat.

 

Bloemenhouders op de afdekplaten van columbariumnissen op de gemeentelijke begraafplaatsen worden op vraag van belanghebbenden geleverd en geplaatst door de bevoegde gemeentelijke dienst.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

In overeenstemming met het politiereglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, goedgekeurd in zitting van 27 juni 2011.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert dienst financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De levering en plaatsing van afdekplaatjes van columbariumnissen, alsmede van bloemenvaasjes voor columbariumnissen gebeurt door tussenkomst van de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen voor het leveren en plaatsen van afdekplaten van columbariumnissen en bloemenhouders op de afdekplaten van columbariumnissen.

 

 

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

 

Actie

5/9/6

Registratiesleutel

70021000/099000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie voor het leveren en plaatsen van afdekplaten van columbariumnissen en bloemenhouders: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor het leveren en plaatsen van afdekplaten van columbariumnissen en bloemenhouders: 2026-2031.

 

Artikel 2

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld op:

        120,50 euro per afdekplaat

        60,20 euro per bloemenhouder

 

Artikel 3

De bedragen van deze retributie worden vanaf kalenderjaar 2027, telkens op 1 januari van elk kalenderjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast retributiebedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig kalenderjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

Geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i , waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 2

 I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

Aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 4

De retributie is verschuldigd op het ogenblik waarop de gevraagde prestatie wordt verstrekt."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP CONFORMITEITSONDERZOEK: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 27 mei 2024 het reglement goed met betrekking tot conformiteitsonderzoek.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Retributie op conformiteitsonderzoek: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid art. 40, §3, zoals gewijzigd;

 

De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

 

De decreten over het Vlaamse Woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020, zoals gewijzigd, hierna Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder toekomstig artikel 3.3/1;

 

Het besluit van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd, hierna Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder toekomstig artikel 3.4, vierde lid;

 

Het decreet van 21 april 2023 tot wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen  (‘middellange termijndecreet’);

 

Het besluit van 8 december 2023 tot wijziging van diverse besluiten betreffende het Woonbeleid;

 

Het belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken - aanslagjaren 2026-2031 van de gemeente Mol van 15/12/2025.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het is aangewezen om voor de uitvoering van conformiteitsonderzoek een vergoeding vast te stellen, binnen het nieuwe decretale kader.

Door de gewijzigde regelgeving is het sinds 1 juni 2024 (enkel nog) mogelijk een vergoeding per conformiteitsonderzoek te vragen. Daarvoor werd er een vergoeding gevraagd voor de behandeling van de aanvraag van een conformiteitsattest. In de praktijk blijkt bv. echter dat er vaak meer dan één conformiteitsonderzoek wordt uitgevoerd alvorens de woning conform kan worden verklaard. Met de regeling sinds 2024 kan in dit geval een retributie per conformiteitsonderzoek worden gevraagd (i.p.v. één retributie per aanvraag voor een attest), waardoor de vergoeding meer in verhouding staat tot de gemaakte kosten.

 

Bovendien werd vanaf 1 juni 2024 het maximale bedrag dat kan worden gevraagd, verhoogd naar 200euro per conformiteitsonderzoek. Dit bedrag mag jaarlijks geïndexeerd worden en voor de eerste maal op 1 januari 2025. De vergoeding moet beperkt zijn tot de werkelijke kosten. Het betreffende conformiteitsonderzoek wordt steeds uitgevoerd door een woningonderzoeker in opdracht van de gemeente. Dergelijk onderzoek gaat steeds gepaard met een administratieve verwerking. Hierdoor blijkt de huidige vergoeding die gevraagd kan worden niet in overeenstemming te zijn met de werkelijke kosten. In de praktijk liggen de kosten van een conformiteitsonderzoek omstreeks of zelfs hoger dan 200 euro per conformiteitsonderzoek.

 

Er wordt een lagere vergoeding vastgesteld voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek voor een zelfstandige woning of kamer waarvoor binnen een termijn van 3 maanden voorafgaand  aan dit onderzoek al een eerder conformiteitsonderzoek heeft plaatsgevonden. Een hercontrole neemt nl. minder tijd in beslag en brengt bijgevolg minder kosten met zich mee. Door te werken met een termijn van 3 maanden wordt gestimuleerd om tijdig de nodige herstellingen uit te voeren.

 

De vergoeding wordt gevraagd per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag. Een kamer wordt als een bepaald type woning beschouwd (art. 1.3, §1, eerste lid, 25° Vlaamse Codex Wonen van 2021). In geval van kamers is dit dus een vergoeding per kamer.

De vergoeding kan enkel worden gevraagd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek op verzoek.

 

Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen (deze gevallen worden altijd als een verzoek beschouwd):

      In het kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

      In het kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

      In het kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

 

In een aantal gevallen zal er geen vergoeding (kunnen) worden gevraagd:

      Voor de uitvoering van het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een waarschuwingsprocedure (veelal op vraag van de huurder) of een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring (veelal op initiatief van de gemeente/burgemeester, de zogenaamde ambtshalve onderzoeken), cf. toekomstig artikel 3.3/1 Vlaamse Codex Wonen van 2021

      Voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek op vraag van de woonmaatschappij. Woonmaatschappijen zijn wettelijk verplicht om sociale huurwoningen aan te bieden en het woningbestand te herwaarderen, via het eigen patrimonium of via inhuring op de private huurmarkt om kwaliteitsvolle woningen en kamers te verhuren tegen een redelijke huurprijs (art. 4.40 Vlaamse Codex Wonen van 2021). Deze huurwoningen moeten aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten voldoen (art. 3.1 Vlaamse Codex Wonen van 2021). In tegenstelling tot private personen heeft de woonmaatschappij niet de keuze om deze woningen, die kwaliteitsvol dienen te zijn, niet aan te bieden en te verhuren. De overheidsprestatie in kwestie (nl. uitvoeren woningonderzoek i.f.v. vaststelling conformiteit) waarvoor de retributie verschuldigd wordt, is bijgevolg impliciet het gevolg van een overheidsverplichting zelf, waardoor het om die reden gepast voorkomt de woonmaatschappijen vrij te stellen van de retributie

 

Financiële weerslag

Actie

5/12/1

Registratiesleutel

70002000/060000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie op conformiteitsonderzoek: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt in de hieronder opgesomde gevallen een retributie gevestigd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen:

      In het kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

      In het kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

      In het kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Artikel 2

De retributie is niet verschuldigd in volgende gevallen:

      Voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek na een verzoek om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren met toepassing van artikel 3.13 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

      Voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek na een melding in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

      Voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek op vraag van de woonmaatschappij.

 

Artikel 3

De retributie wordt vastgesteld als volgt:

      200 euro voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek voor een zelfstandige woning;

      200 euro voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek voor een kamer

      100 euro voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek voor een zelfstandige woning of kamer waarvoor binnen een termijn van 3 maanden voorafgaand aan dit onderzoek al een eerder conformiteitsonderzoek heeft plaatsgevonden.

 

Artikel 4

De vermelde bedragen in artikel 3 van dit besluit worden jaarlijks geïndexeerd en voor de eerste keer op 1 januari 2027 conform de indexeringsformule voorzien in artikel 3.4 Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Artikel 5

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of onderverhuurder een woning verhuurt of te huur of ter beschikking stelt.

 

Artikel 6

De retributie wordt betaald door middel van storting op het rekeningnummer en binnen de termijn vermeld in het schrijven van het gemeentebestuur.

 

Artikel 7

De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP HET GEBRUIK VAN DE GEMEENTELIJKE ELEKTRICITEITSKASTEN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 19 december 2022 een reglement goed voor de retributie op het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten: 2023-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie op het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De gemeente heeft, verspreid over haar grondgebied, een aantal elektriciteitskasten geplaatst en is bereid deze ter beschikking te stellen aan bepaalde gebruikers. Deze terbeschikkingstelling van elektriciteitskasten ten behoeve van derden brengt voor de gemeente extra kosten met zich mee. Met dit reglement beoogt de gemeente dan ook de doorrekening van deze kosten, alsook de kosten van het elektriciteitsverbruik, naar de effectieve gebruikers zonder daarbij een meerwaarde of winst te willen realiseren.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen ten laste van de personen die gebruik maken van een door de gemeente ter beschikking gestelde elektriciteitskast.

Het betreft een loutere doorrekening van de kosten voor het gebruik van de elektriciteitskasten, en dit enkel aan de effectieve gebruikers. Het feit dat er voor sommige groepen van gebruikers bijkomende kosten van installatie en controle zijn, rechtvaardigt een aangepast tarief.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/11/1

Registratiesleutel

70062000/050000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie op het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten: 2026-2031' in te voeren. Het nieuwe reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie geheven ten laste van diegene die gebruik maakt van een door de gemeente ter beschikking gestelde elektriciteitskast.

 

Artikel 2

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

 

Voor marktkramers (in euro per aansluiting/stekker):

 

Gevraagde capaciteit

Tarief in euro

Eenheid

Stroomsterkte tot 1,5 KVA

5,40

Per halve dag

Stroomsterkte tussen 1,5 en 3,0 KVA

10,80

Per halve dag

Stroomsterkte tussen 3,0 en 6,0 KVA

21,70

Per halve dag

 

Deze tarieven zijn inclusief elektriciteitsverbruik, vaste kosten van de energieleverancier en de afschrijvingskost van de elektriciteitskast. Voor de installatie is geen tussenkomst van de gemeentediensten nodig.

 

Voor kermisexploitanten en organisatoren van andere evenementen (in euro per aansluiting):

 

Gevraagde capaciteit

1 dag

2 dagen

3 dagen

4 dagen

5 dagen

6 dagen

7 dagen

extra dag na week

<= 05

30,83

41,01

51,19

61,37

71,54

81,72

91,90

10,18

05 > en < = 08

47,29

66,18

82,47

98,76

115,04

131,33

147,61

16,29

08 > en < = 12

73,99

98,42

122,85

147,28

171,71

196,14

220,57

24,43

12 > en < = 16

98,67

131,92

163,84

196,42

229,00

261,59

294,17

32,58

16 > en < = 20

123,32

164,03

204,75

245,46

286,18

326,85

367,61

40,76

20 > en < = 25

147,98

184,58

221,19

257,78

294,06

331,01

375,99

44,98

25 > en < = 30

170,18

212,26

254,37

296,46

338,16

380,67

422,75

41,97

30 > en < = 35

187,20

233,50

279,81

326,11

371,99

418,74

465,03

46,29

35 > en < = 40

204,05

254,51

305,00

355,46

405,47

456,42

506,88

50,46

40 > en < = 45

220,38

274,88

329,40

383,90

437,92

492,95

547,45

54,50

45 > en < = 50

235,81

294,12

352,47

410,79

468,58

527,47

585,78

58,31

50 > en < = 55

249,97

311,79

373,63

435,44

496,71

559,12

620,94

61,82

55 > en < = 60

262,46

327,37

392,30

457,21

521,54

587,08

651,99

64,91

 

Deze tarieven zijn inclusief elektriciteitsverbruik, vaste kosten van de energieleverancier, afschrijvingskost van de elektriciteitskast en de installatiekost.

 

Artikel 3

Enkel de gebruiker die voor zijn installatie(s) een positief keuringsverslag met vermelding van het vermogen in KVA kan voorleggen, mag gebruik maken van een gemeentelijke elektriciteitskast.

 

Artikel 4

De retributie is verschuldigd door de gebruiker en dient voorafgaandelijk betaald te worden bij de financieel directeur of zijn afgevaardigde tegen afgifte van een ontvangstbewijs.

 

Artikel 5

De bedragen van deze retributie worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 januari van elk kalenderjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond tot op 1 eurocent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast retributiebedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig kalenderjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

Geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i , waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 2

 I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

Aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag

 

 waarbij: de bedragen worden afgerond tot op 1 eurocent."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP DE INSCHRIJVING EN REPRODUCTIERECHTEN VOOR HET GEMEENTELIJK DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS: 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 17 april 2023 het reglement 'Retributie op de inschrijving voor het gemeentelijk deeltijds kunstonderwijs: 2020-2025 goed.

De geldigheid van het huidige reglement eindigt op 31 december 2025.

 

De gemeenteraad keurde in zitting van 23  december 2019 het reglement 'Retributiereglement m.b.t. reproductierechten in het deeltijds kunstonderwijs, afdeling muziek en dans: 2020-2025 goed.

De geldigheid van het huidige reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Retributie op de inschrijving en reproductierechten voor het gemeentelijk deeltijds kunstonderwijs: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De gemeente Mol stelt infrastructuur en middelen ter beschikking voor de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs (AMW en ABK). Dit brengt voor de gemeente kosten met zich mee. Het is dan ook billijk om de kosten (gedeeltelijk) te verhalen op de gebruikers van de dienstverlening.

 

Er wordt daarom een vergoeding gevraagd voor het gebruik van de infrastructuur, verwarming, verlichting, onderhoud, enz. die verband houden met de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs.

 

Voor inschrijvers die geen inwoner zijn van de gemeentes Mol, Balen en Dessel (Baldemo) wordt een hogere bijdrage gevraagd omdat deze op geen andere manier bijdragen in de werkingskosten. Het is eveneens billijk om voor de vrijwilligers die kosteloos bijdragen tot de werking van het deeltijds kunstonderwijs geen retributie aan te rekenen. 

 

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen ten laste van deze leerlingen van het deeltijds kunstonderwijs die gebruik maken van reproducties van partituren, en waarvoor reproductierechten verschuldigd zijn. Het betreft een loutere doorrekening van de vergoeding voor de reproductierechten die per leerling per schooljaar door de inrichter van het deeltijds kunstonderwijs aan de licentiegever wordt betaald.

 

Gezien het feit dat de licentiegever een verschillend tarief hanteert voor financierbare leerlingen in de studierichting Muziek die het volledig inschrijvingsgeld dienen te betalen (overeenkomstig de artikelen 100 bis e.v. van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het Onderwijs II), en deze financierbare leerlingen in de studierichting Muziek die in aanmerking komen voor het verminderde inschrijvingsgeld (overeenkomstig de artikelen 100 bis e.v. van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het Onderwijs II), is een gedifferentieerd retributietarief voor de beide gebruikersgroepen gerechtvaardigd.

 

Het gebruik van kopieën van partituren in het deeltijds kunstonderwijs, afdeling muziek en dans is wettelijk vastgelegd. Om rechtsgeldig gebruik van kopieën binnen de activiteiten van de academie en haar filialen zowel door de gesubsidieerde als niet gesubsidieerde leerlingen en door de tewerkgestelde personeelsleden toe te laten, werd een gebruiksovereenkomst afgesloten met een erkende beheersvennootschap van muziekuitgevers (hierna licentiegever genoemd) met betrekking tot de inning van reproductierechten op partituren.

 

Deze retributie staat los van de eventuele huur van muziekinstrumenten waarvoor afzonderlijke reglement van kracht is, of van de aanrekening van eventuele kosten voor materialen in de ateliers van de academie voor beeldende kunsten.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/15/5

Registratiesleutel

70200000/082002 (inschrijvingsgelden AMW)

 

Actie

5/15/5

Registratiesleutel

70070000/082002 (toeslag retributie AMW)

 

Actie

5/15/5

Registratiesleutel

70070090/082002 (reproductierechten AMW)

 

Actie

5/15/5

Registratiesleutel

70200000/082001 (inschrijvingsgelden ABK)

  

Actie

5/15/5

Registratiesleutel

70070000/082001(toeslag retributie ABK)

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Retributie op de inschrijving en reproductierechten voor het gemeentelijk deeltijds kunstonderwijs: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt als bijdrage in de werkingskosten een retributie geheven op inschrijvingen in het deeltijds kunstonderwijs en een retributie geheven ten laste van deze leerlingen van het deeltijds kunstonderwijs afdeling muziek die gebruik maken van reproducties van partituren, en waarvoor de vergoeding voor de reproductierechten verschuldigd is.

 

Artikel 2

De retributie geheven op de inschrijving is verschuldigd door de inschrijver of de ouders van deze persoon indien deze laatste minderjarig is.

 

Artikel 3

De bedragen van de retributie m.b.t. reproductierechten in het deeltijds kunstonderwijs, afdeling muziek en dans worden als volgt vastgesteld:

1) Voor leerlingen in de studierichting Muziek die het volledig inschrijvingsgeld dienen te betalen overeenkomstig de artikelen 100 bis e.v. van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het Onderwijs II

        de effectieve kost aangerekend door de licentiegever per schooljaar.

 

2) Voor leerlingen in de studierichting Muziek die in aanmerking komen voor het verminderde inschrijvingsgeld overeenkomstig de artikelen 100 bis e.v. van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het Onderwijs II

        de effectieve kost aangerekend door de licentiegever per schooljaar.

 

De bedragen van de retributie op de inschrijving voor het gemeentelijk deeltijds kunstonderwijs

worden als volgt vastgesteld:

        De retributie bestaat uit een tarief dat voor sommige categorieën wordt verhoogd met een toeslag.

        Het tarief is het officieel inschrijvingstarief dat jaarlijks door de hogere overheid wordt vastgelegd per categorie.

        De toeslag is het gedeelte dat door de gemeente wordt bepaald.

 

a) Voor inschrijvers van binnen de Baldemo zone zijn de volgende bedragen van toepassing:

 

 

-18-jarigen

18-24 jarigen

+ 24 jarigen

Inschrijving

1e domein 1e optie

Tarief -18j

+ toeslag van 4,24  euro

 

Verminderd tarief +18j

Tarief +18j

+ toeslag van 21.21 euro

Inschrijving

2e domein

Verminderd tarief -18j

 

Verminderd tarief +18j

 

Tarief +18j

Verminderd tarief

(bij inschrijving domein)

 

Verminderd tarief -18j

 

Verminderd tarief +18j

 

Verminderd tarief +18j

 

Inschrijving extra optie (binnen zelfde domein AMWD)

Verminderd tarief  -18j

 

Verminderd tarief -18j

Verminderd tarief -18j x 2

Inschrijving extra optie (binnen zelfde domein ABK)

Verminderd tarief -18j

 

Verminderd tarief -18j

 

 

Verminderd tarief -18j

 

 

Vrije leerling ABK + AMW

 

Tarief -18j

+ toeslag van 4,24 euro

 

Verminderd tarief +18j

 

Tarief +18j

+ toeslag van 21.21 euro

 

Medespelers AMW =

vrijwilligers

 

Hier wordt geen retributie gevraagd.

 

Hier wordt geen retributie gevraagd.

 

Hier wordt geen retributie gevraagd.

 

Uitpas met kansentarief

Uitpas-tarief -18j

+ toeslag van 4,24 euro

Uitpas-tarief +18j

 

Uitpas-tarief +18j

+ toeslag van 21.21 euro

 

b) Voor inschrijvers van buiten de Baldemo zone zijn de volgende bedragen van toepassing:

  

 

-18-jarigen

18-24 jarigen

+ 24 jarigen

Inschrijving

1e domein 1e optie

Tarief -18j

+ toeslag van 4,24 euro

 

Verminderd tarief +18j

Tarief +18j

+ toeslag van 63,63 euro

Inschrijving

2e domein

Verminderd tarief -18j

 

Verminderd tarief +18j

 

Tarief +18j

Verminderd tarief

(bij inschrijving domein)

 

Verminderd tarief -18j

 

Verminderd tarief +18j

 

Verminderd tarief +18j

 

Inschrijving extra optie (binnen zelfde domein AMWD)

Verminderd tarief  -18j

 

Verminderd tarief -18j

Verminderd tarief -18j x 2

Inschrijving extra optie (binnen zelfde domein ABK)

Verminderd tarief -18j

 

Verminderd tarief -18j

 

 

Verminderd tarief -18j

 

 

Vrije leerling ABK + AMW

 

Tarief -18j

+ toeslag van 4,24 euro

 

Verminderd tarief +18j

 

Tarief +18j

+ toeslag van 63.60 euro

 

Medespelers AMW =

vrijwilligers

 

Hier wordt geen retributie gevraagd.

 

Hier wordt geen retributie gevraagd.

 

Hier wordt geen retributie gevraagd.

 

Uitpas met kansentarief

Uitpas-tarief -18j

+ toeslag van 4,24 euro

Uitpas-tarief +18j

Uitpas-tarief +18j

+ toeslag van 63.60 euro

 

Artikel 4

De retributie is verschuldigd op het ogenblik van de inschrijving in het deeltijds kunstonderwijs.

 

Artikel 5

De vergoeding is ondeelbaar en verschuldigd voor het ganse schooljaar.

 

Artikel 6

De bedragen van de toeslagen van deze retributie worden vanaf 2027 telkens op 1 januari van elk jaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd retributiebedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd toeslagbedrag = R x I/i, waarbij:

 

R = toeslag vastgesteld in artikel 3

I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast toeslagbedrag = afgerond geïndexeerd toeslagbedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent. "

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE VOOR GEMEENTELIJKE KINDEROPVANGPLAATSEN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 stemmen tegen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 23 december 2019 een reglement goed voor de retributie gemeentelijke kinderopvangplaatsen: aanslagjaren 2020-2025.

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

De gemeenteraad keurde op 20 december 2021 het reglement goed met betrekking tot retributie op de inbewaargeving van kinderen in het kort toezicht op school: 2022-2025.

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie gemeentelijke kinderopvangplaatsen: 2026-2031' in te voeren.

 

De gemeente organiseert een buitenschoolse kinderopvangdienst.

De gemeente organiseert naast de buitenschoolse kinderopvangdienst ook kort toezicht in de scholen.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2001 aangaande voorwaarden tot erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse kinderopvang, aangevuld door latere wijzigingsbesluiten.

 

Artikel 13, 2° en 3° van het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2001 aangaande voorwaarden tot erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse kinderopvang, bepaalt de minimum- en maximumtarieven die aan de ouders als bijdrage mogen worden aangerekend.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2025-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de inbewaringgeving van kinderen in de kinderopvangplaatsen.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/8/5

Registratiesleutel

70070000/094500

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie gemeentelijke kinderopvangplaatsen: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie geheven op de inbewaargeving van kinderen in de gemeentelijke kinderopvangplaatsen.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de ouder, of wettelijke vertegenwoordiger, van de kinderen die om de dienstverlening verzoekt of laat verzoeken.

 

Artikel 3

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

 

1. Voor opvang in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 augustus 2026

a) Voor- en naschoolse kinderopvang:

        1,10 euro per begonnen half uur en per in bewaring gegeven kind, wanneer de bewaking plaatsvindt hetzij tussen 7 uur en 8.30 uur, hetzij tussen 15.30 uur en 18.30 uur.

b) Kinderopvang tijdens schoolvrije dagen, vakantiedagen en de woensdagnamiddag:

        15,40 euro per kind voor een verblijf van een volledige dag van meer dan 6 uren

        9 euro per kind voor een verblijf van een halve dag, tussen 3 en 6 uren

        6 euro per kind voor een verblijf van minder dan 3 uren

c) Kort toezicht op school:

        1,20 euro per opvangbeurt en per kind, wanneer de bewaring plaatsvindt hetzij voorschools, hetzij naschools afhankelijk van de beschikbare opvanguren op de school.

 

2. Voor opvang in de periode van 1 september 2026 tot en met 31 december 2031

Aanwezigheidsprijs:

        Voor elk opvangmoment rekenen we een uniforme prijs per begonnen half uur aan: 0,35 euro (halfuurtarief)

Forfait per opvangmoment (per reservatie)

        Kort Toezicht: 1 euro

        Voorschoolse opvang: 2,50 euro

        Naschoolse opvang: 2,50 euro

        Woensdagnamiddagopvang: 5 euro

        Vakantieopvang / opvang tijdens snipperdagen: 9 euro

 

Een ouder betaalt dus steeds de combinatie van het forfait + het halfuurtarief

 

Artikel 4

De bedragen van deze retributie worden vanaf 2027, jaarlijks op 1 september aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd retributiebedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i   , waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 3 punt 2

I = index van mei van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand mei 2025

 

aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag , waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 5

Als de financiële situatie van de ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger van de kinderen daartoe aanleiding geeft kan een sociaal tarief gehanteerd worden. Dit sociaal tarief bedraagt 40% van de ouderbijdrage die overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 worden vastgesteld.

 

In zeer uitzonderlijke gevallen, wanneer de (kans)armoedesituatie van het gezin daartoe aanleiding geeft, kan het college van burgemeester en schepenen een gratis opvang toestaan.

 

Het college van burgemeester en schepenen beslist, na onderzoek van de bestaansmiddelen, over het al dan niet toekennen van de gratis opvang op basis van een individueel administratief dossier dat alle relevante aspecten voor een gemotiveerde beslissing bevat.

 

Het sociaal tarief wordt gekoppeld aan kinderen die in het groeipakket een sociale toeslag ontvangen op basis van de laagste inkomensgrens (in de maand voorafgaand aan de selectie), ongeacht hun woonplaats.

 

Het sociaal tarief wordt automatisch toegepast op basis van de gegevens die gemeente Mol krijgt van het agentschap uitbetaling groeipakket.

 

Voor de uitwisseling van deze gegevens moet de ouder toestemming geven. Deze toestemming kan te allen tijde terug ingetrokken worden. Bij intrekking kan er geen onderzoek gedaan worden naar sociaal tarief en verliest de ouder het sociaal tarief vanaf het begin van het volgend kwartaal.

 

Bij de opvang van meer gelijktijdig ingeschreven kinderen uit hetzelfde gezin in het initiatief op eenzelfde dag, wordt 25 % korting verleend op de totale ouderbijdrage.

Deze vermindering is cumuleerbaar met het sociaal tarief.

 

Artikel 6

De ouder, of wettelijke vertegenwoordiger die om de dienstverlening verzoekt, schrijft de kinderen online in via de inschrijvingssoftware. Op basis hiervan wordt een berekening gemaakt van het aantal halfuren dat de kinderen gebruik hebben gemaakt van de opvang en wordt de verschuldigde retributie bepaald.

 

De verschuldigde retributie zal maandelijks worden afgerekend.

 

Bij gebrek aan betaling wordt de dienstverlening voor wat het betrokken gezin betreft geschorst."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP HET GEBRUIK VAN LOKALEN VAN HET GEMEENTELIJK ONDERWIJS EN BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG: 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 7 september 2020 het reglement 'Retributie voor het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs: 2020-2025' goed.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Retributie op het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40§3 van het decreet het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk retributies te heffen op de gemeentelijke dienstverlening. Verenigingen aangesloten bij een Molse adviesraad verplichten zich tot het leveren van inspanningen in het kader van het socio-culturele beleid van de gemeente. Het is dan ook billijk hiervoor een aangepast tarief te vragen.

 

De gemeente stelt onder bepaalde voorwaarden lokalen van de gemeentescholen en buitenschoolse kinderopvang ter beschikking aan verenigingen aangesloten bij een Molse adviesraad, verenigingen niet aangesloten bij een Molse adviesraad en aan commerciële verenigingen met een educatief doel.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/15/4

Registratiesleutel

70060000/086900

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Retributie voor het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs en buitenschoolse kinderopvang: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs en buitenschoolse kinderopvang.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door diegenen die om de dienstverlening verzoeken.

 

Artikel 3

De bedragen voor de retributie worden als volgt vastgesteld:

 

Voor het gebruik van een lokaal* door:

- niet- commerciële vereniging of instelling aangesloten bij een Molse adviesraad: 7,30 euro per uur/per lokaal

- niet- commerciële vereniging of instelling niet aangesloten bij een Molse adviesraad: 10,20 euro per uur/per lokaal

- commerciële verenigingen met een educatief doel: 21,80 euro per uur/per lokaal

 

Voor het gebruik van de speelplaats en het sanitair wordt een vaste huurprijs aangerekend van 50 euro/dag.

 

* 1 klaslokaal wordt gezien als 1 lokaal

* refter met aangrenzende keuken worden samengenomen als 1 lokaal

* refter en huishoudelijke keuken bij GIBBO Galbergen worden gezien als afzonderlijke lokalen en worden dus apart aangerekend.

* 1 ruimte binnen buitenschoolse kinderopvang wordt gezien als 1 lokaal

 

Artikel 4

De bedragen vermeld in artikel 3 zullen worden verhoogd met: 

a) 99,50  euro per lokaal, indien de lokalen na gebruik niet werden gereinigd door de gebruiker

b) 248,70 euro per sleutel/badge, bij verlies van een sleutel/badge 

c) 6,20 euro per dag voor het laattijdig terug bezorgen van de sleutel/badge 

 

Artikel 5

De bedragen van deze retributie worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 januari van elk jaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd retributiebedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i, waarbij:

R = tarief vastgesteld in artikel 3 en 4

I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of 9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE VOOR DE OPVANG, VERZORGING EN BEWARING VAN LOSLOPENDE HONDEN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De Politiezone Balen, Dessel en Mol heeft sinds 1 januari 2009 een samenwerkingsovereenkomst met een gespecialiseerde organisatie voor de opvang, verzorging en bewaring van loslopende honden. Op het politiecollege van 7 september 2009 werd de verdere samenwerking met de gespecialiseerde organisatie besproken en werd er toegezegd dat elke gemeente vanaf 2010 de respectievelijke kosten voor zijn rekening zal nemen. Elke gemeente voorziet in een retributiereglement en kan de kosten terugvorderen indien de eigenaar gekend is.

 

De gemeenteraad keurde op 12 september 2022 het retributiereglement goed met betrekking tot de retributie voor de opvang, verzorging en bewaring van loslopende honden: 1 oktober 2022-2025 .

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie voor de opvang, verzorging en bewaring van loslopende honden: 2026-2031' in te voeren.  

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Artikel 9 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren bepaalt dat de gemeente de plicht heeft om zwervende, verloren of achtergelaten dieren op te vangen, te verzorgen en er een onderkomen voor te zoeken. Hetzelfde artikel van deze wet bepaalt verder dat de eigenaar van een zwervend, verloren of achtergelaten dier, vergoeding verschuldigd is voor de kosten van opname, verzorging en oppas, ongeacht of de eigenaar het dier al dan niet terugeist.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De opvang en verzorging van zwervende, verloren of achtergelaten honden brengt een kost mee. Een gespecialiseerde organisatie die deze diensten uitvoert factureert deze kosten aan de gemeente. Indien de eigenaars van de honden opgespoord kunnen worden, worden deze kosten doorgerekend.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/9/1

Registratiesleutel

70090000/047000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie voor de opvang, verzorging en bewaring van loslopende honden: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt er een retributie geheven voor de opvang, de verzorging en de bewaring van loslopende en/of verdwaalde honden.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de, op het ogenblik van de veiligstelling, rechtmatige eigenaar of houder van het betrokken dier.

 

Artikel 3

Loslopende honden zijn deze die zich hebben onttrokken aan de bewaking van de eigenaar of de houder ervan. Is de rechtmatige eigenaar of de houder gekend, dan is het zijn plicht het betrokken dier terug te nemen.

 

Artikel 4

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

  1. Voor het bewaren van het dier en het identificeren van de eigenaar: het door de gespecialiseerde organisatie aangerekend tarief per tussenkomst van voormelde organisatie;
  2. Voor de opvang: het tarief aangerekend door de gespecialiseerde organisatie.

 

Artikel 5

De retributie is onmiddellijk betaalbaar op eenvoudig bericht van de financieel directeur, door storting in de gemeentekas of door overschrijving op de rekening van het gemeentebestuur."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE VOOR HET VERHUREN VAN MUZIEKINSTRUMENTEN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 stemmen tegen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 26 juni 2023 een reglement goed voor de retributie voor het in bruikleen geven van muziekinstrumenten: 2023-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie voor het in bruikleen geven van muziekinstrumenten: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert dienst financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

Het gemeentebestuur doet permanent investeringen voor aankoop, vervanging en onderhoud van diverse muziekinstrumenten voor de Academie voor Muziek en Woord. Een deel van deze instrumenten kan onder bepaalde voorwaarden door de leerlingen van deze academie ontleend worden. Gelet op de kosten die het gemeentebestuur maakt voor het ter beschikking stellen van deze instrumenten is het wenselijk een retributie te vragen voor het huren ervan.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/15/5

Registratiesleutel

70073000/082002

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie voor het in bruikleen geven van muziekinstrumenten: 2026-2031' aan te passen. Het aangepaste reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 september 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt er een retributie geheven voor het verhuren van muziekinstrumenten aan de leerlingen van de Academie Muziek en Woord.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de huurder van een muziekinstrument.

 

Artikel 3

Volgende tarieven zijn van toepassing:

 

a) Instrumenten op groei

Voor de instrumenten op groei (kleine maat ½, ¾ strijkinstrumenten, gitaar, blaasinstrumenten) en blokfluit bedraagt de huur 54,10 euro/schooljaar.

 

b) Instrumenten gewone maat

Voor de bovenstaande instrumenten (gewone maat 4/4) bedraagt de huur 108,30 euro/schooljaar voor de eerste 2 schooljaren.

 

Vanaf het 3e jaar wordt de huur jaarlijks met 21,70 euro verhoogd.

 

Artikel 4

De bedragen van deze retributie worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 september van elk kalenderjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast retributiebedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig kalenderjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

Geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i, waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 3

I = index van mei van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand mei 2025

 

aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 5

De retributie is verschuldigd op het ogenblik dat de huur wordt aangegaan.

 

Zij is ondeelbaar en voor het ganse schooljaar verschuldigd, welke ook de datum van de aanvraag of de inlevering van het instrument is."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP WERKEN AAN NUTSVOORZIENINGEN OP HET GEMEENTELIJK OPENBAAR DOMEIN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 19 december 2022 een reglement goed voor de retributie werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein: aanslagjaren 2023-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein: 2026-2031 in te voeren.

 

De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op het grondgebied van de gemeente. Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus impact op het openbaar domein.

 

De gemeente keurde de Code voor Infrastructuur en Nutswerken langs gemeentewegen, die tot doel heeft een snelle vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden. Deze code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van gemeenten.

 

Er worden er ook geregeld dringende werken uitgevoerd op het vlak van het onderhoud en herstellingen die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening. Daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.

 

Het is van oudsher gebruikelijk dat innamen van openbaar domein vergoed worden. De gemeente zorgt namelijk voor de aanleg, het onderhoud en de terbeschikkingstelling van het openbaar domein en bijhorende infrastructuur. Bovendien vergen deze innamen van openbaar domein extra inspanningen van de gemeentediensten met betrekking tot veiligheid, ordehandhaving en technische ondersteuning.

 

Er is een actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...;

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

De Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen, die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, om de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

Het reglement werd opgemaakt op basis van een voorstel van onze netbeheerder Fluvius.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/9/17

Registratiesleutel

70057000/020000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk

openbaar domein: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.

 

Permanente nutsvoorzieningen zijn:

        alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten…) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;

        telecommunicatie;

        radiodistributie en kabeltelevisie;

        de transmissie van enigerlei data, ongeacht of een privé-gebruiker al dan niet op de installaties kan aangesloten worden.

        alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.

 

De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.

 

Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

 

Artikel 2

De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per lopende meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 EUR en voor sleufwerken in aardewegen 4,73 euro.

Op deze basisbedragen wordt, een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

 

Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

 

Elk deel van een lopende meter wordt als een volledige lopende meter in rekening gebracht.

 

Artikel 3

Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m² wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.

 

Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitpunt op het grondgebied van de gemeente.

 

Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

 

Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.

 

Artikel 4

De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP HET PARKEREN IN BLAUWE ZONE: 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 onthoudingen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 20 december 2021 een reglement goed voor de retributie op het parkeren in blauwe zone: 1 februari 2022-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie op het parkeren in blauwe zone: 2026-2031' in te voeren.

 

In het centrum van de gemeente Mol is slechts een beperkt aantal parkeerplaatsen beschikbaar. De verkeersdrukte in het centrum neemt gestadig toe waardoor allerlei diensten en het commerciële centrum minder toegankelijk worden voor het publiek.

 

Juridische gronden

Het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens.

 

Het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg (Wegcode), en latere wijzigingen.

 

Het Ministerieel Besluit van 29 juli 1991 waarbij personen worden aangewezen die de speciale parkeerkaart voor gehandicapten kunnen bekomen alsook de ministeries die bevoegd zijn om deze kaart uit te reiken en waarbij het model ervan alsmede de modaliteiten van afgifte, intrekking en voor gebruik ervan worden bepaald, en latere wijzigingen. Conform het ministerieel besluit van 7 mei 1999 wordt aan mensen met een handicap een parkeerkaart afgeleverd die voldoet aan de aanbevelingen van de Europese gemeenschap.

 

Het ministerieel besluit van 18 december 1991, gewijzigd bij ministerieel besluit van 3 mei 2004, waarbij personen die de bewonerskaart of het bewonersvignet kunnen bekomen en de overheid die bevoegd is om deze kaart of het bewonersvignet uit de reiken worden aangewezen, en waarbij het model ervan alsmede nadere regels voor uitreiking en gebruik worden bepaald.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert dienst financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

Het aantal parkeerplaatsen in het centrum van de gemeente Mol is beperkt. Op de plaatsen waar de blauwe zone reglementering van kracht is, kan voor een beperkte periode gratis geparkeerd worden indien aan bepaalde voorwaarden voldaan is. Om bestuurders te ontmoedigen om langer te parkeren in de blauwe zone dan de duur die de wet voorschrijft of bij afwijking hiervan de duur die door de verkeersborden te plaatse wordt aangeduid, is het wenselijk een retributie op het parkeren in de blauwe zone in te voeren. Daarnaast bevordert een retributie op het parkeren in de blauwe zone de parkeerrotatie waardoor meer parkeermogelijkheden geboden worden.

 

Bovendien wegen het beschikbaar stellen van parkeerplaatsen en de controle op de parkeertijden door op de gemeentefinanciën. De financiële toestand van de gemeente vereist dan ook dat dergelijke retributie wordt gevestigd.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/9/12

Registratiesleutel

70058000/022000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie op het parkeren in blauwe zone: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie gevestigd voor het parkeren van motorvoertuigen op plaatsen op de openbare weg of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg, waar parkeren toegelaten is, maar waar een beperking van parkeerduur geldt en waar een blauwe zone reglementering van toepassing is, zoals ter plaatse aangeduid door verkeersborden, overeenkomstig artikel 27.1 en 27.2 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

 

Artikel 2

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

a) Gratis voor de maximale duur die toegelaten is overeenkomstig artikel 27.1 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer;

b) Een retributie van 20 euro per dag voor elke periode die langer is dan deze die gratis is.

 

Artikel 3

De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

 

De gebruiker van een motorvoertuig die de parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit van zijn voertuig plaatst wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van de in artikel 2 b) bedoelde retributie.

 

Artikel 4

De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het voertuig.

 

Artikel 5

Deze reglementering is niet van toepassing op de bewoners die de door de gemeente uitgereikte officiële bewonerskaart, overeenkomst het ministerieel besluit van 18 december 1991, gewijzigd door het ministerieel besluit van 3 mei 2004, zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig.

 

De personen met een handicap die een geldige parkeerkaart hebben, uitgereikt overeenkomstig het Ministerieel Besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap, worden vrijgesteld van de betaling van de retributie indien deze kaart duidelijk zichtbaar is aangebracht achter de voorruit van het voertuig, of indien er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.

 

Artikel 6

De retributie dient betaald te worden binnen vijf dagen na ontvangst van de uitnodiging tot betalen, overeenkomstig de richtlijnen vermeld op het retributiebiljet dat door de toezichthoudende parkeerwachter hetzij wordt overhandigd, hetzij op het geparkeerde motorvoertuig wordt aangebracht.

 

Bij gebrek aan vrijwillige betaling binnen de gestelde betalingstermijn van 5 dagen op het uitgeschreven retributiebiljet, wordt vervolgens ten vroegste na 10 dagen een eerste herinneringsbrief verstuurd. Daarna wordt bij het uitblijven van de betaling ten vroegste na 15 dagen nog een ultieme aanmaning verstuurd via gerechtsdeurwaarder.

 

Bij niet-betaling hierna, zal de invordering van de verschuldigde sommen gebeuren bij wijze van burgerlijke rechtsvordering.

 

Artikel 7

Noch de gebruiker, noch de titularis van de kentekenplaat zal bezwaar kunnen indienen wanneer hij, niettegenstaande het aanbrengen van de parkeerschijf of het heffen van een retributie, niet mag parkeren om reden vreemd aan de wil van het bestuur of ingeval van evacuatie van het voertuig bij politiebevel.

 

Artikel 8

Het betalen van de retributie geeft enkel recht op parkeren en geeft de gebruiker of de burgerlijk verantwoordelijke geen enkel recht op bewaking.

 

Artikel 9

Het Retributiereglement "Retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlinteresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031", goedgekeurd op de gemeenteraad van 15 december 2025 is niet van toepassing op dit reglement.

De inning gebeurt door het parkeerbedrijf.

 

Aanmaningen en invorderingen met betrekking tot onbetaald gebleven retributies gebeuren overeenkomstig de wijze en de tarieven zoals hierna bepaald.

 

De parkeerretributie die niet betaald wordt volgens de richtlijnen vermeld, staande op de retributieheffing volgt de minnelijke aanmaningsprocedure, met administratieve kosten ten laste van de wanbetaler:

 

- ten aanzien van binnenlandse en buitenlandse ondernemingen - de nummerplaathouder:

(a) eerste betaalherinnering: + 10 euro

(b) tweede betaalaanmaning: (10 euro (a)) + 10 euro

(c) minnelijke aanmaning door gerechtsdeurwaarder: vergoeding overeenkomstig de geldende wettelijke regels. (Wet 02 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties).

 

- ten aanzien van binnenlandse en buitenlandse consumenten - de nummerplaathouder, conform de geldende wetgeving inzake schulden van de consument (Boek XIX WER):

(a) eerste betaalherinnering: kosteloos + wettelijke wachtperiode

(b) ingebrekestelling door gerechtsdeurwaarder waarbij verhoging met:

*forfaitaire vergoeding voor de invorderingskosten volgens wettelijk bepaalde plafonds:

(i) 20 euro als het verschuldigde saldo lager dan of gelijk is aan 150 euro

(ii) 30 euro vermeerderd met 10% van het verschuldigde bedrag op de schijf tussen 150,01 euro en 500 euro als het verschuldigde saldo tussen 150,01 euro en 500 euro is

(iii) 65 euro vermeerderd met 5% van het verschuldigde bedrag op de schijf boven 500 euro met een maximum van 2 000 euro als het verschuldigde saldo hoger is dan 500 euro.

*verwijlintresten welke worden gerekend vanaf de ingebrekestelling op de nog te betalen som tegen de referentie-intrestvoet vermeerderd met acht procentpunten, bedoeld in artikel 5, lid 2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties.

 

De consument, onderneming kan, in voorkomend geval, maximaal een schadebeding kunnen vorderen overeenkomstig de forfaitaire bedragen hoger vermeld.

 

In geval van niet-betaling zal de retributie ingevorderd worden via gerechtelijke weg.

 

Artikel 10

De bedragen van deze retributie, vermeld in artikel 2, worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 januari van elk kalenderjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast retributiebedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig kalenderjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

Geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i, waarbij:

 R = tarief vastgesteld in artikel 2

 I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

Aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE VOOR RECYCLAGEPARKEN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 onthoudingen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 9 november 2020 het retributiereglement recyclageparken: 2021-2025 goed.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributiereglement recyclageparken: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

- Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

- Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen.

- Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

- Het decreet betreffende duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen van 23 december 2011 (Belgisch Staatsblad 28 februari 2012) (het Materialendecreet genoemd) regelt het duurzaam materialenbeheer in Vlaanderen.

- Het Vlaams Reglement inzake duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen van 17 februari 2012 (Belgisch Staatsblad 23 mei 2012) (VLAREMA genoemd) stelt dat een aantal huishoudelijke afvalstoffen gescheiden moeten worden aangeboden en verder afzonderlijk moeten worden gehouden bij de inzameling. Tevens wordt een minimale en maximale tarifering voor bepaalde afvalfracties vastgelegd.

- In overeenstemming met het huishoudelijk reglement recyclageparken voorgelegd aan de gemeenteraad van 16 december 2013.

- Het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030, goedgekeurd op 26 mei 2023 door de Vlaamse regering, en latere wijzigingen.

- Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën.

Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De afvoer en verwerking van gescheiden afval dat aangeboden wordt op de gemeentelijke recyclageparken, alsmede het toezicht op deze parken, vergen jaarlijks grote uitgaven van de gemeente.

 

Wil zij deze kosten blijven dragen, dan is het niet meer dan billijk dat een gedeelte van de werkingskosten van deze dienst door middel van een retributie wordt verhaald op diegenen die ervan gebruik maken.

 

Het principe "de vervuiler betaalt" vormt de basis van het gemeentelijk afvalbeleid. Overeenkomstig dit principe dienen de verwerkingskosten van de huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen verhaald te worden op de aanbieders.

 

De verwerkingskosten voor de afvalstoffen die op de gemeentelijke recyclageparken worden aangevoerd, worden gedeeltelijk verhaald door middel van een gedifferentieerde retributie. Dit omdat de kosten voor recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen afhankelijk zijn van de hoeveelheid en de aard van de aangeboden afvalstoffen.

 

Gezien de vaste kosten per weegbeurt, wordt steeds een minimumretributie aangerekend.

 

Bijkomend wordt door de prijsdifferentiatie prioriteit verleend aan afvalvoorkoming, en wordt slechts in tweede instantie hergebruik en tenslotte recyclage van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen beoogd.

 

De tarieven zijn zo vastgelegd dat er minder wordt aangerekend dan dat de verwerkingskosten bedragen. Ze worden dan ook berekend exclusief de personeelskosten.

 

Bepaalde afvalfracties waarvan de verwerking voor de gemeente geen kosten met zich mee brengen kunnen onder bepaalde voorwaarden gratis op de recyclageparken worden aangeboden.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/9/7

Registratiesleutel

70033000/030000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributiereglement recyclageparken: 2026-2031', in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt ten voordele van de gemeente een retributie geheven op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen op het recyclagepark en verkoop van producten.

 

Op de afvalstoffen vermeld in dit reglement zijn de definities van het Materialendecreet, het VLAREMA, het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval en het huishoudelijk reglement van het recyclagepark van toepassing.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de dienstverlening en is afhankelijk van de hoeveelheid en de aard van de aangeboden afvalfracties. Het bedrag van de retributie wordt berekend volgens de formule: bedrag retributie = basistarief x hoeveelheid. De hoeveelheid wordt afhankelijk van de aard van de afvalfracties uitgedrukt in kilogram, in liter, per stuk, of per aanlevering.

 

De retributie is hoofdelijk verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen, vermeld in artikel 3 aanlevert op het recyclagepark.

 

Artikel 3

Volgende basistarieven zijn van toepassing voor gesorteerde afvalfracties:

 

Kilogramtarieven

 

grof vuil en huisvuil

0,25 euro per kilogram

steen- en betonpuin

0,02 euro per kilogram

hechtgebonden asbestcement (> 200 kg per gezin per jaar)

0,25 euro per kilogram

cellenbeton, kalk, gips

0,15 euro per kilogram

roofing

0,15 euro per kilogram

zand

0,02 euro per kilogram

harde kunststoffen

0,10 euro per kilogram

groenafval zijnde: snoeihout, tuinafval, bladeren en boomvruchten, grasmaaisel en boomstronken

0,10 euro per kilogram

asfalt

0,15 euro per kilogram

A-hout en B-hout

0,10 euro per kilogram

C-hout

0,15 euro per kilogram

vlak glas

0,10 euro per kilogram

Volumetarieven

 

piepschuim < 60 liter

0,00 euro per aanlevering

piepschuim 60 tot 200 liter

1,00 euro per aanlevering

piepschuim >200 liter

6,50 euro per aanlevering

Tarief per stuk

 

professionele afgedankte elektrische en elektronische apparaten (enkel afkomstig van het particuliere circuit)

25,00 euro per stuk

 

De kilogramtarieven worden jaarlijks geïndexeerd zoals bepaald in artikel 5

 

Er wordt steeds minstens 5 kg aangerekend per weegcyclus.

 

Ongesorteerde leveringen dienen betaald te worden tegen het tarief van de duurst aangeleverde afvalsoort.

 

De retributie is evenwel niet verschuldigd voor:

        250 kg snoeihout, tuinafval of bladeren per gezin per jaar

        200 kg hechtgebonden asbestcement per gezin per jaar

 

Artikel 4

Op het recyclagepark wordt de retributie vereffend door betaling volgens de procedure vastgesteld in het huishoudelijk reglement van het recyclagepark.

 

Artikel 5

De kilogramtarieven worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.

 

De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:

        met in de teller de consumptieprijsindex die van toepassing was in september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het tarief wordt gewijzigd, en

        met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in september 2020.

Het zo verkregen getal wordt naar beneden afgerond op 2 cijfers na de komma.

 

De kilogramtarieven worden enkel geïndexeerd indien een even tarief na afronding op 2 cijfers na de komma bereikt wordt."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE VOOR SCHOOLKOSTEN GIBBO GALBERGEN: 2026-2027 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Er wordt gevraagd om het reglement ''retributie voor schoolkosten GIBBO Galbergen: 2026-2027" in te voeren.

 

De schoolraad van GIBBO Galbergen gaf op 4 november 2025 een gunstig advies betreffende de voorgestelde bijdragenregeling.

 

Juridische gronden

Artikel 40 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

Artikel 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

Artikel 6 van de ministeriële omzendbrief SO/78 betreffende zorgvuldig bestuur in het secundair onderwijs van 27 november 2011, laatst gewijzigd 22 april 2014.

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De schoolraad van GIBBO Galbergen gaf op 4 november 2025 een gunstig advies betreffende de voorgestelde bijdragenregeling.

 

Bijlagen

1) advies van 4 november 2025 schoolraad GIBBO-Galbergen

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De werking van GIBBO Galbergen brengt per leerling een aantal specifieke kosten met zich mee. Deze kosten zijn in grote mate afhankelijk van de leerplandoelstelling per richting. Het is billijk om welbepaalde kosten aan te rekenen aan de gebruiker van de dienstverlening via een bijdrageregeling. Het gemeentebestuur streeft evenwel geen commerciële doeleinden na, het betreft een loutere doorrekening van de kostprijs van materialen en/of diensten. Sommige materialen, zoals T-shirts, werkkledij, veiligheidskledij en -schoenen kunnen meerdere jaren gebruikt worden. Deze dienen slechts aangekocht te worden bij het begin van een opleiding of indien niet meer passend of beschadigd.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/15/4

Registratiesleutel

70070000/081501

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie voor schoolkosten GIBBO Galbergen: 2026-2027' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 september 2026 en voor een termijn eindigend op 31 augustus 2027, wordt een retributie geheven voor de schoolkosten GIBBO Galbergen.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de dienstverlening.

 

Artikel 3

De retributie wordt opgedeeld:

        Vaste kosten -> Jaarlijks wederkerend

        Kosten per opleiding/afdeling

 

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

 

Observatiefase (1ste jaar)

 

Vaste kosten:

 

ICT

Verzekering iPad

1

18,33

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

PBM: Huur en onderhoud (broek/schoenen harde en zachte sector)

1

18,63

Turnshirt van de school

1

10,31

T-shirt (harde sector)

1

10,31

Trui (harde sector)

1

23,50

Schooluitstappen/activiteiten

Dag van de leerling

1

19

Uitstappen OBS

1

20

Zwemmen

10

1,62

Sportdag

1

15

Werkingsmiddelen beroepsgerichte vakken observatiejaar (BGV)

BGV Bouw

1

13

BGV Metaal

1

21

BGV Personenzorg

1

9

BGV Voeding

1

19

Totaal Observatiejaar

213,28

 

Opleidingsfase (2de en 3de jaar) & (DUAAL) kwalificatiefase (4de en 5de jaar) + integratiefase

 

Vaste kosten voor de algemene werking die jaarlijks terugkerend zijn voor iedere opleiding

 

ICT

 

1

18,33

Schooluitstappen/activiteiten

Dag van de leerling

1

19

Uitstappen opleidingsfase (Lier/Antwerpen/Mechelen)

1

30

Sportdag

1

15

Werkingsmiddelen algemeen

Kopies cursusmateriaal

1

19,50

Totaal vaste kosten algemene werking

101,83

 

Bovenop deze vaste kosten komt nog een bijkomende kost per afdeling. Daar we een school zijn die zich richt op de praktijk is de werkplaats tegelijkertijd een leeromgeving en een risicovolle omgeving. Het dragen van geschikte werkkledij en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s ) is hier niet vrijblijvend, maar een wettelijke verplichting.

 

Onderstaande oplijsting van bijkomende kosten bevatten verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkledij die de leerlingen dienen te dragen tijdens de praktijklessen, stages, of praktijk op verplaatsing.

 

Een deel van de kledij van de afdeling voeding wordt gehuurd, deze kledij wordt omwille van hygiëne dagelijks uitgewassen door de school en dient men niet aan te kopen.

 

Bovenop deze beschermingsmiddelen komen nog werkingsmiddelen, dit zijn eindproducten die de leerlingen zelf tijdens de les verbruiken zoals maaltijden of werkstukken die de leerlingen maken tijdens de les en meenemen naar huis. Deze werkingsmiddelen worden jaarlijks aangerekend op de schoolfactuur.

 

Bouw

 

Bijkomende kost opleidingsfase bouw (2de en 3de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Helm turn-lock

1

12,34

Trui Softball RSX met logo school

2

23,50

T-Shirt Heavy RSX met logo school

2

10,31

Broek Projob

1

41,66

Veiligheidsbril

1

2,73

Handschoenen Micro dot

1

3,94

Kniebescherming

1

8,34

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Verplichte huurkoop bij aanvang bouw*

Werkkoffer (Jaarlijkse bijdrage verspreid over 4 schooljaren)

1

30

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

0

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Bouw)

BGV Bouw

1

72

*Na 4 jaar is de werkkoffer de eigendom van de leerling

 

Bijkomende kost kwalificatiefase ruwbouwmedewerker (4de en 5de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Helm turn-lock

1

12,34

Trui Softball RSX met logo school

2

23,50

T-Shirt Heavy RSX met logo school

2

10,31

Broek Projob

1

41,66

Veiligheidsbril

1

2,73

Handschoenen Micro dot

1

3,94

Kniebescherming

1

8,34

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Verplichte huurkoop bij aanvang bouw

Werkkoffer (Jaarlijkse bijdrage verspreid over 4 schooljaren OF en KW)

1

30

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

0

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Bouw)

BGV Bouw

1

57

 

Bijkomende kost DUAAL kwalificatiefase ruwbouwmedewerker (4de en 5de jaar) + integratiefase

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Helm turn-lock

1

12,34

Trui Softball RSX met logo school

2

23,50

T-Shirt Heavy RSX met logo school

2

10,31

Broek Projob

1

41,66

Veiligheidsbril

1

2,73

Handschoenen Micro dot

1

3,94

Kniebescherming

1

8,34

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Verplichte huurkoop bij aanvang bouw

Werkkoffer (Jaarlijkse bijdrage verspreid over 4 schooljaren OF en KW)

1

30

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

0

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Bouw)

BGV Bouw

1

40

 

Metaal

 

Bijkomende kost opleidingsfase metaal (2de en 3de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Lashelm

1

60,50

Vlamvertragende beulskap

1

17,12

Vlamvertragende vest Havep

1

62,87

Vlamvertragende broek Havep

1

64,06

T-shirt heavy RSX

2

10,31

Trui Softball RSX

2

23,50

Veiligheidsbril

1

2,73

MIG/MAG handschoenen weldmaster

1

13,49

TIG handschoenen Tropic Nappa

1

6,67

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

 

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Metaal)

BGV Metaal

1

95

 

Bijkomende kost kwalificatiefase hoeknaadlassen (4de en 5de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Lashelm

1

60,50

Vlamvertragende beulskap

1

17,12

Vlamvertragende vest Havep

1

62,87

Vlamvertragende broek Havep

1

64,06

T-shirt heavy RSX

2

10,31

Trui Softball RSX

2

23,50

Veiligheidsbril

1

2,73

MIG/MAG handschoenen weldmaster

1

13,49

TIG handschoenen Tropic Nappa

1

6,67

Veiligheidsschoen Atlas Duo

1

108,96

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze, maar verplicht te gebruiken)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

 

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Metaal)

BGV Metaal

1

95

 

Bijkomende kost kwalificatiefase DUAAL Hoeknaadlassen (4de en 5de jaar) + integratiefase

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Lashelm

1

60,50

Vlamvertragende beulskap

1

17,12

Vlamvertragende vest Havep

1

62,87

Vlamvertragende broek Havep

1

64,06

T-shirt heavy RSX

2

10,31

Trui Softball RSX

2

23,50

Veiligheidsbril

1

2,73

MIG/MAG handschoenen weldmaster

1

13,49

TIG handschoenen Tropic Nappa

1

6,67

Veiligheidsschoen Atlas Duo

1

108,96

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze, maar verplicht te gebruiken)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

 

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Metaal)

BGV Metaal

1

40

 

Personenzorg/logistiek medewerker

 

Bijkomende kost opleidingsfase personenzorg (2e en 3de jaar)

 

Verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Logistiek medewerker/personenzorg)

BGV Personenzorg

1

80

 

Bijkomende kost kwalificatiefase logistiek medewerker in de zorg (4e en 5de jaar) + Integratiefase

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Polo De Berkel

2

59,11

Broek De Berkel

2

49,74

Antislipschoenen Prof Maud

1

42,69

 

Voeding

 

Bijkomende kost opleidingsfase voeding (2de en 3de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Huur + onderhoud koksvest (Jaarlijks)

1

7,63

Huur + onderhoud koksbroek (Jaarlijks)

1

15,66

Antislipschoenen Cofra wit

1

46,45

Pet Chaud - Devant

1

22,24

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Voeding)

BGV Voeding

1

140

 

Bijkomende kost kwalificatiefase voeding (4de en 5de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Huur + onderhoud koksvest (Jaarlijks)

1

7,63

Huur + onderhoud koksbroek (Jaarlijks)

1

15,66

Antislipschoenen Cofra wit

1

46,45

Pet Chaud - Devant

1

22,24

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Voeding)

BGV Voeding

1

230

 

Bijkomende kost DUAAL kwalificatiefase keukenmedewerker/fastfoodmedewerker (4de en 5de jaar) + Integratiefase

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Huur + onderhoud koksvest (Jaarlijks)

1

7,63

Huur + onderhoud koksbroek (Jaarlijks)

1

15,66

Antislipschoenen Cofra wit

1

46,45

Pet Chaud - Devant

1

22,24

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Voeding)

BGV Voeding

1

80

 

Groen- en tuinonderhoud

 

Bijkomende kost kwalificatiefase medewerker groen- en tuinbeheer (4de en 5de jaar – in afbouw)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Trui Softball RSX met logo school

2

23,50

T-Shirt Heavy RSX met logo school

2

10,31

Broek Projob

1

41,66

Veiligheidsbril

1

2,73

Handschoenen Micro dot

1

3,94

Kniebescherming

1

8,34

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

0

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Groen)

BGV Groen

1

20

 

Bijkomende kost DUAAL kwalificatiefase medewerker groen- en tuinbeheer (4de en 5de jaar – in afbouw) + integratiefase

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Trui Softball RSX met logo school

2

23,50

T-Shirt Heavy RSX met logo school

2

10,31

Broek Projob

1

41,66

Veiligheidsbril

1

2,73

Handschoenen Micro dot

1

3,94

Kniebescherming

1

8,34

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

0

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Groen)

BGV Groen

1

20

 

Bovenstaande kosten zijn niet jaarlijks wederkerend tenzij anders vermeld."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP STANDPLAATSEN MARKTEN EN PLAATSRECHTEN OP HET OPENBAAR DOMEIN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 19 december 2022 een reglement goed voor de retributie op standplaatsen markten en plaatsrechten op het openbaar domein: 2023-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie op standplaatsen markten en plaatsrechten op het openbaar domein: 2026-2031' in te voeren.

 

Het is van oudsher gebruikelijk dat innamen van het openbaar domein en standplaatsen op de openbare markten worden belast. De gemeente zorgt namelijk voor de aanleg, het onderhoud en de terbeschikkingstelling van het openbaar domein en bijhorende infrastructuur. Bovendien vergt de organisatie van de markten, kermissen en andere evenementen op het openbaar domein extra inspanningen van de gemeentediensten m.b.t. veiligheid, ordehandhaving en technische ondersteuning.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het kermisreglement goedgekeurd op 22 januari 2024.

 

Het reglement m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein goedgekeurd op 15 december 2025.

 

Het reglement toeristische evenementen goedgekeurd op 25 april 2016.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de plaatsrechten op het openbaar domein en de standplaatsen op de markten.

 

Toeristische evenementen met een bovenlokale uitstraling die door de gemeente Mol georganiseerd worden en waarvoor het bestuur bijkomende financiële en logistieke inspanningen doet (promotie, organisatie van animatie en muziek optredens, enz.) die tevens de commerciële aantrekkelijkheid van de locaties waar het evenement plaats vindt verhogen. Derhalve is het aangewezen om voor commerciële innamen naar aanleiding van deze toeristische evenementen met een bovenlokale uitstraling een hoger tarief te vragen dan dit gebruikelijk is bij markten en kermissen.

 

De kosten voor het organiseren van de “Grote Jaarmarkt” liggen eveneens hoger dan deze van de andere kermissen. Het is derhalve aangewezen een aangepaste retributie te vragen.

 

De organisatie, de administratieve prestaties en de kosten van personeel wegen minder zwaar door voor de gemeente voor abonnementhouders dan voor losse marktkramers en particuliere verkopers. Tevens geven de abonnementhouders de gemeente de zekerheid van diversiteit en de aantrekkelijkheid van de markt, waar de losse marktkramers en de particuliere verkopers hun profijt uit halen. Het is daarom billijk om een kleinere retributie te vragen voor de abonnementhouders dan voor losse marktkramers en particuliere verkopers.

 

‘Mon Mol Martre’ is een door de gemeente Mol georganiseerd meerdaags evenement met een bovengemeentelijke uitstraling en waarvoor het bestuur bijkomende financiële en logistieke inspanningen doet (promotie, organisatie van animatie en muziek optredens, enz.) die tevens de commerciële aantrekkelijkheid van de locaties waar het evenement plaats vindt verhogen. Derhalve is het aangewezen om voor innamen, door foodtrucks, foodcaravans of creatieve foodstands, naar aanleiding van ‘Mon Mol Martre’ een hoger tarief te vragen dan dit gebruikelijk is bij markten en kermissen.

Voor deelnemers als ‘kunstenaar’ is het verboden om voedingswaren en dranken te koop aan te bieden. Zij betalen enkel een waarborg zoals beschreven in het reglement toeristische evenementen.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/11/1

Registratiesleutel

70051000/050000

 

Actie

5/11/1

Registratiesleutel

70050000/050000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie op standplaatsen markten en plaatsrechten op het openbaar domein: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn  eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie geheven op het innemen van een standplaats op de openbare plaatsen en wegen voor de uitoefening van een handel of beroep, ongeacht de aard der koopwaar of de inrichting, alsook voor het innemen van een standplaats op:

        de zondagmarkt;

        de algemene wekelijkse dinsdagmarkt;

        de kermissen;

        toeristische evenementen met een bovenlokale uitstraling;

        de grote jaarmarkt;

        Mon Mol Martre.

 

Artikel 2

De retributie wordt vastgesteld op 1,50 euro per strekkende meter en per dag.

Het innemen van standplaatsen voor occasionele verkopen in de zin van artikel 7 van het KB van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten, alsook het innemen van standplaatsen voor organisaties van publiek recht is vrijgesteld van retributie.

 

Artikel 3

In afwijking van artikel 2 wordt voor volgende innames de retributie als volgt samengesteld:

  1. voor de opstelling van tenten voor evenementen op het openbaar domein:

        tot 150 m²: 30,10 euro per dag;

        tot 300 m²: 60,20 euro per dag;

        tot 450 m²: 90,40 euro per dag;

        boven de schijf van 450 m²: 0,20 euro per m² per dag.

 

  1. voor circustenten:

        30,10 euro per dag.

 

  1. voor innamen naar aanleiding van toeristische evenementen met een bovenlokale uitstraling:

        foodtrucks, food- en drankstanden betalen een vaste retributie van 301,30 euro per standplaats

 

  1. voor de kermissen (uitgezonderd de grote jaarmarkt):

        een retributie van 3 euro per strekkende meter. Iedere begonnen meter telt voor een volledige meter.

 

  1. voor de grote jaarmarkt:

        een vaste retributie van 15,10 euro verhoogd met 21,70 euro per strekkende meter. Iedere begonnen meter telt voor een volledige meter.

 

  1. voor Mon Mol Martre:

        foodtrucks, foodcaravans en creatieve foodstands betalen een vaste retributie van 301,30 euro per standplaats

        kunstenaars betalen een waarborg zoals vermeld in het reglement toeristische evenementen.

 

  1. voor de algemene wekelijkse dinsdagmarkt en zondagmarkt:

        een retributie van 1,50 euro per strekkende meter en per dag voor losse marktkramers en particuliere verkopers.

        een retributie van 1,30 euro per strekkende meter voor abonnementhouders die een vaste standplaats hebben. Zij kunnen enkel betalen via een kwartaalabonnement

 

Het innemen van standplaatsen voor occasionele verkopen in de zin van artikel 7 van het KB van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten, alsook het innemen van standplaatsen voor organisaties van publiek recht is vrijgesteld van retributie.

 

Artikel 4

Dit reglement is niet van toepassing voor uitstallingen van waren en voorwerpen, tafels, stoelen e.d. die aan een gemeentelijk belastingreglement onderworpen zijn.

 

Artikel 5

De opmeting van de ingenomen standplaats geschiedt door de zorgen van het gemeentebestuur.

 

Artikel 6

De uitbater is slechts gerechtigd de standplaats op het openbaar domein in te nemen na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7

Vóór het in gebruik nemen van zijn standplaats dient de uitbater aan het gemeentebestuur een schriftelijke verklaring te geven waarin hij de ingebruikname van zijn standplaats laat kennen, met vermelding van de juiste aanvangsdatum, het aantal benutte strekkende meter, respectievelijk m², en de periode van uitbating.

 

Artikel 8

Het innemen van een standplaats op de zondagmarkt en de algemene wekelijkse dinsdagmarkt wordt geregeld overeenkomstig het kermisreglement en het reglement m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein. Het innemen van een standplaats op de kermis wordt geregeld in het kermisreglement. Het innemen van een standplaats voor een circus wordt geregeld in het circusreglement. Het innemen van een standplaats op toeristische evenementen met een bovenlokale uitstraling en Mon Mol Martre wordt geregeld in het reglement toeristische evenementen.

 

Artikel 9

Vóór de opstelling van evenementen- en circustenten zal een bedrag gelijk aan de vermoedelijke retributie, voor het in gebruik nemen van de standplaats in bewaring gegeven worden bij de financieel directeur of de gemeentelijke aangestelde. Een ontvangstbewijs zal worden afgeleverd.

 

Artikel 10

De betaling van de retributie geeft aan de gebruiker voor de ganse duur van de markt en/of de kermis, of de ganse duur van de periode waarvoor het college van burgemeester en schepenen haar goedkeuring heeft verleend, de persoonlijke beschikking over de plaats waarover het recht gevorderd is. Het innemen van de standplaats gebeurt op eigen risico. Het college van burgemeester en schepenen heeft te allen tijde het recht in uitzonderlijke gevallen bij kermissen en dergelijke aan de vergunninghouders een andere standplaats toe te wijzen.

 

Artikel 11

De bedragen van deze retributie worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 januari van elk kalenderjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast retributiebedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig kalenderjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

Geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i, waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 2 en/of 3

 I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

Aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE VOOR HULPMIDDELEN THUISCOMPOSTEREN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 25 november 2024 een reglement goed voor de retributie hulpmiddelen thuiscomposteren: 2025.

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie hulpmiddelen thuiscomposteren: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet betreffende duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen van 23 december 2011 (Belgisch Staatsblad 28 februari 2012) (het Materialendecreet genoemd) heeft als doelstelling het vaststellen van maatregelen voor het tot stand brengen van materialenkringlopen met als hoogste prioriteit de preventie van afvalstoffen.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Ter voorkoming van afval stelt de gemeente hulpmiddelen ter beschikking. Om thuis te composteren, biedt de gemeente compost aan van hoge kwaliteit, gerecycleerd door IOK Afvalbeheer.

De financiële toestand van de gemeente vereist dat een retributie wordt gevraagd aan de gebruiker van de dienstverlening.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

 

Actie

5/9/7

Registratiesleutel

70031000/030000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Retributie hulpmiddelen thuiscomposteren: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie geheven voor het ter beschikking stellen van hulpmiddelen voor thuiscomposteren.

 

Artikel 2

Voor het ter beschikking stellen van hulpmiddelen voor thuiscomposteren zal de kostprijs die IOK Afvalbeheer aan gemeente aanrekent aangerekend worden voor:

        een compostbak (per gezin kunnen per jaar maximum 3 bakken worden aangekocht);

        een compostvat;

        een beluchtingsstok;

        een zak van 40 liter tuincompost;

        een zak van 40 liter topgazoncompost;

 

Artikel 3

De hulpmiddelen zijn verkrijgbaar op plaatsen en uren, zoals vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 4

De retributie is verschuldigd op het ogenblik van de afgifte van de hulpmiddelen aan de persoon, die de hulpmiddelen vraagt.

 

Artikel 5

De retributie dient betaald te worden met één van de betaalmiddelen, zoals vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.”

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE VOOR HET ONTLENEN EN GEBRUIK VAN MATERIALEN VAN DE GEMEENTELIJKE UITLEENDIENST: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 19 december 2022 een reglement goed voor de retributie voor het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst: 2023-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie voor het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

In overeenstemming met de bepalingen van het gemeentereglement voor het uitlenen van materialen van de gemeentelijke uitleendienst, dat werd goedgekeurd in zitting van 15 december 2025.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Dit retributiereglement is niet van toepassing voor het uitlenen van bibliotheekwerken en -materialen uit de bibliotheek en de vakbibliotheek van het gemeentearchief waarvoor een afzonderlijk retributiereglement van kracht is.

 

Dit reglement is niet van toepassing voor het uitlenen van de materialen van de uitleendienst jeugd waarvoor een afzonderlijk reglement van toepassing is.

 

Dit reglement is niet van toepassing voor het in bruikleen geven van muziekinstrumenten, waarvoor een afzonderlijk retributiereglement van kracht is.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert dienst financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De gemeente doet belangrijke investeringen voor de aankoop en het onderhoud van diverse materialen voor de gemeentelijke uitleendienst, die deze onder bepaalde voorwaarden ter beschikking stelt aan de organisatoren van evenementen op het Mols grondgebied.

 

De grote meerderheid van deze materialen wordt gratis ter beschikking gesteld. Het ter beschikking stellen van uitzonderlijk grote aantallen brengt evenwel bijkomende logistieke kosten met zich mee voor het bestuur. Deze kosten zullen deels verhaald worden op de gebruiker van de dienst.

 

Bepaalde materialen die ter beschikking worden gesteld bevatten verbruiksgoederen. Bij verbruiksgoederen brengt het aanvullen, hervullen of vervangen ervan kosten met zich mee voor het gemeentebestuur. Deze kosten zullen verhaald worden op de gebruiker van de dienst.

 

Om de vlotte werking van de dienst, en de dienstverlening aan andere gebruikers, niet in het gedrang te brengen dienen de ontleners de materialen tijdig, en op de reglementair bepaalde wijze, in te leveren bij de uitleendienst. Het laattijdig, of niet op reglementaire wijze inleveren van de ontleende materialen brengt bijkomende administratieve en logistieke kosten met zich mee voor het bestuur. Deze kosten zullen verhaald worden op de gebruiker die zich niet aan de ontleningsvoorwaarden houdt.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/9/14

Registratiesleutel

70061000/011914

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie voor het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn  eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor de dienstverlening van de gemeentelijke uitleendienst.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de dienstverlening.

 

Artikel 3

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

  1. Voor het uitlenen van feestmaterialen:

* Nadarhekken:

- Tot en met 400 lopende meter: gratis.

- Vanaf 401 lopende meter: 6,10 euro per 100 lopende meter.

* Andere materialen dan nadarhekken: gratis.

  1. Voor het laattijdig inleveren van de ontleende materialen: 60,20 euro per evenement.
  2. Voor het laattijdig annuleren van het ontlenen van materialen: 60,20 euro per evenement.
  3. Voor het inleveren van vervuilde materialen (bv. tafels of voortogen die niet werden schoongeveegd): 162,40 euro per evenement.
  4. Voor het niet reglementair inladen in materiaalcontainers (zoals ze ingeladen waren bij levering): 60,20 euro per evenement.
  5. Voor het niet klaarleggen van de ontleende materialen op de vooraf afgesproken plaats of wijze: 60,20 euro per evenement.
  6. Bij beschadiging, onherstelbare beschadiging of verlies van de ontleende materialen:

        Beschadiging: de effectieve kosten van de herstelling.

        Onherstelbare beschadiging of verlies: de actuele aanschafwaarde.

  1. Voor verbruiksgoederen: de effectieve kosten voor het aanvullen, hervullen, of vervangen van de verbruikte goederen.
  2. Bij verlies van een sleutel van een materiaalcontainer: 60,20 euro per evenement.

 

Artikel 4

De bedragen van deze retributie worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 januari van elk kalenderjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast retributiebedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig kalenderjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

Geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i , waarbij:

  R = tarief vastgesteld in artikel 3

 I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

Aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE VOOR DE VERKOOP EN HET VERDELEN VAN TOERISTISCHE PRODUCTEN, ALSMEDE VOOR DE VERKOOP VIA DE GEMEENTELIJKE WEBSHOP EN/OF ANDERE ONLINE EN/OF DIGITALE PLATFORMEN, EN VOOR HET VERLENEN VAN AANVERWANTE DIENSTEN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Sinds het ontstaan van de dienst toerisme verkoopt deze dienst toeristische producten in de vorm van wandelkaarten, fietskaarten, autoroutes, souvenirs, gemeentelijke cadeaubonnen, cadeaubonnen voor culinaire producten, brochures, stratenplans, ... Indien de klant dit wenst, worden producten in de vorm van drukwerk opgestuurd.

 

Steeds toenemende online verkoopsmogelijkheden maken het ook mogelijk om andere noodzakelijke producten aan te bieden via een gemeentelijke webshop of andere online en/of digitale platformen.

 

In zitting van 19 december 2022 keurde de gemeenteraad het “Retributiereglement op de verkoop en het verdelen van toeristische producten, alsmede op de verkoop via de gemeentelijke webshop en/of andere online en/of digitale platformen, en op het verlenen van aanverwante diensten, 2023-2025” goed.

 

Dit reglement is niet van toepassing voor producten of diensten die onder het toepassingsveld vallen van andere meer specifieke retributiereglementen.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Retributiereglement op de verkoop en het verdelen van  toeristische producten, alsmede op de verkoop via de gemeentelijke webshop en/of andere online en/of digitale platformen, en op het verlenen van aanverwante diensten: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor  het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Inspraak en advies

Advies afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het verkopen en het verzenden van toeristische informatie, en andere producten brengt kosten met zich mee zoals administratieve verwerking, verzendkosten, aanmaak- en aankoopkosten. Het is billijk om de kosten aan te rekenen aan de gebruiker van de dienstverlening.  Het gemeentebestuur streeft evenwel geen commerciële doeleinden na.

 

Steeds toenemende online verkoopmogelijkheden maken het ook mogelijk om andere noodzakelijke producten aan te bieden via een gemeentelijke webshop of andere online en/of digitale platformen.

 

Dit reglement is evenwel niet van toepassing voor producten of diensten die onder het toepassingsveld vallen van andere meer specifieke retributiereglementen.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden voor de toeristische producten ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/17/3

Registratiesleutel

70082000/052000

 

Voor de overige producten wordt de registratiesleutel geval per geval gekozen.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het “Retributiereglement op de verkoop en het verdelen van toeristische producten, alsmede op de verkoop via de gemeentelijke webshop en/of andere online en/of digitale platformen, en op het verlenen van aanverwante diensten, 2026-2031”, in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributiereglement ingevoerd voor de verkoop en het verdelen van  toeristische producten, alsmede op de verkoop via de gemeentelijke webshop en/of andere online en/of digitale platformen, en op het verlenen van aanverwante diensten.

 

Visit Mol en de gemeentelijke webshop, verlenen diensten aan klanten en verkopen en verdelen diverse toeristische – en andere producten.

 

Hiertoe behoren o.a.: wandelkaarten, fietskaarten, autoroutes, boeken, souvenirs, gemeentelijke cadeaubonnen, cadeaubonnen voor culinaire producten, brochures, stratenplans, …(deze lijst is niet limitatief).

 

Artikel 2

Door de verkoop van toeristische en andere producten andere wenst de gemeente Mol een service te leveren aan bezoekers, toeristen en bewoners.  De gemeente streeft geen commerciële doeleinden na.

 

De verkoopprijs van de producten, bedraagt de volledige directe kost (aankoopprijs of drukkosten), waar toepasselijk verhoogd met een toeslag van 30% voor indirecte kosten (administratieve verwerking, stockering, …).

 

Artikel 3

De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de dienstverlening.

 

Artikel 4

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

 

Categorie product of dienst

Omschrijving

Bedrag retributie

Toeristische producten

Wandel- en fietskaarten, autoroutes, gidsen,…

Aankoop- of aanmaakprijs verhoogd met 30%

Culinaire producten

Happen en Stappen, Smikkelroute, Vesparoute, …

Werkelijke kostprijs horeca zonder toeslag

Gemeentelijke cadeaubon

 

Waarde cadeaubon zonder toeslag

Toeristisch kennismakingspakket

Visit Mol, stratenplan, Uit in Mol en tijdelijke promotionele flyers

Gratis

Souvenirs

- Stenen molletjes

 

- Postkaarten, magneten, vingerhoedjes,…

- Werkelijke kostprijs zonder toeslag

 

- Effectieve aankoopprijs verhoogd met 30%

Andere dan voormelde producten

Mondmaskers, woonmeters, rookmelders, …

Werkelijke kostprijs zonder toeslag

 

Het bedrag van de retributie zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De afrondingen gebeuren conform de volgende principes waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent. 

 

Artikel 5

Wanneer betalende producten, documenten of materialen op verzoek van de aanvrager per post worden verzonden, wordt een retributie aangerekend als tussenkomst in de verzend- en administratiekosten. De tarieven zijn als volgt:

        2,50 euro per verzending binnen België

        5,00 euro per verzending naar het buitenland

Indien de aanvrager kiest voor afhaling aan de balie, worden er geen verzendkosten aangerekend.

 

Voor het verzenden van één gratis toeristisch kennismakingspakket worden evenwel geen verzendkosten aangerekend.

 

Artikel 6

Alle aan de balie gekochte producten worden contant of elektronisch ter plaatse betaald.

 

Bij een verkoop via de webshop of een ander online of digitaal platform dient de kostprijs onmiddellijk betaald te worden."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RETRIBUTIE OP HET VISSEN IN WATER VAN HET GEMEENTELIJK DOMEIN: 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 19 december 2022 het reglement goed met betrekking tot de retributie op het vissen in water van het gemeentelijk domein:  2023-2025.

 

Het publiek krijgt de mogelijkheid te vissen in de waters van het gemeentelijk domein ”De Maat” en de gemeentelijke Zandput te “Mol-Rauw”.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'retributie op het vissen in water van het gemeentelijk domein: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

In de gemeenteraad van 30 mei 1994 werd het gemeentelijk politiereglement voor bezoekers en vissers van waters van het gemeentelijk domein aangenomen.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake  de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De invoering van het retributiereglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

Om het visbestand op peil te houden is het nodig het visrecht in de waters van het gemeentelijk domein “De Maat” en de gemeentelijke Zandput te “Mol Rauw” te reglementeren en daarvoor een retributie te vragen.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

70083000/013002

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie op het vissen in water van het gemeentelijk domein: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributiereglement op het vissen in de waters van het Gemeentelijk domein “De Maat” en de gemeentelijke Zandput te “Mol-Rauw” vastgesteld.

 

Artikel 2

Volgende personen kunnen een gemeentelijke visvergunning verkrijgen:

        Iedere inwoner van Mol;

        Niet-inwoners van Mol aangesloten bij een in de gemeente Mol gevestigde en door het gemeentebestuur erkende vissersvereniging;

        Iedere persoon die een tweede verblijf heeft in Mol, waarvoor een jaarlijkse gemeentebelasting wordt betaald (de vergunning wordt slechts afgeleverd na voorlegging van het betalingsbewijs);

        Iedere persoon die tijdelijk verblijft op een recreatiedomein gelegen in de gemeente Mol. De vergunning wordt slechts afgeleverd na voorlegging van het bewijs van het verblijf op het recreatiedomein.

 

Artikel 3

Een dagpas voor groepen van maximum 20 personen kan verkregen worden door volgende verenigingen:

        Groepen en jeugdverenigingen die op het grondgebied van Mol verblijven;

        Groeperingen aangesloten bij de gemeentelijke cultuurraad.

 

Artikel 4

De in artikel 2 vermelde gemeentelijke visvergunningen kunnen verkregen worden voor de duur van 1 jaar, voor maximum twee hengels. De retributie voor deze jaarlijkse visvergunning bedraagt:

        5,40 euro per jaar voor één hengel

        16,20 euro per jaar voor twee hengels

De in artikel 3 vermelde dagpas voor groepen geldt voor maximum 20 hengels. De retributie voor deze dagpas voor groepen bedraagt:

        20 euro per dagpas voor groepen

 

Artikel 5

De bedragen van deze retributie in artikel 4 worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 januari van elk kalenderjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast retributiebedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig kalenderjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

Geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i, waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 4

I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

Aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

 

Artikel 7

De retributie is onmiddellijk eisbaar vanaf het ogenblik dat werkelijk van de openbare dienst gebruik wordt gemaakt."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

OPCENTIEMEN OP DE DOOR HET VLAAMS GEWEST GEHEVEN LEEGSTANDSHEFFING BEDRIJFSRUIMTEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 23 december 2019 het belastingreglement goed met betrekking tot de opcentiemen op de door het Vlaams gewest geheven leegstandsbelasting bedrijfsruimten - aanslagjaren 2020-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Opcentiemen op de door het Vlaams gewest geheven leegstandsheffing bedrijfsruimten: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals gewijzigd.

 

Het besluit van de Vlaamse regering van 1 juli 1997 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals gewijzigd.

 

De omzendbrief RO/99/03 van 10 juni 1999 betreffende de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en het uitvoeringsbesluit van 1 juli 1997, gewijzigd bij besluit van 18 december 1998.

 

In overeenstemming met het Wetboek van Inkomstenbelastingen, zoals gewijzigd, inzonderheid artikel 464 en 464/1.

 

In overeenstemming met de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, zoals gewijzigd, inzonderheid Titel 2, Hoofdstuk 6 en artikel 3.1.0.0.4.

 

In overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, zoals gewijzigd, inzonderheid Titel 2, Hoofdstuk 6

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert dienst financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Het bestuur wenst, mede vanuit economisch oogpunt, de leegstand en de verwaarlozing van bedrijfsruimten tegen te gaan ter bevordering van een rationele en duurzame aanwending van de beschikbare ruimte en ter verbetering van de leef- en omgevingskwaliteit. De gemeente wil langdurige leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten voorkomen en bestrijden.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73740000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Opcentiemen op de door het Vlaams gewest geheven leegstandsheffing bedrijfsruimten: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden jaarlijks 150 opcentiemen geheven op de leegstandsheffing bedrijfsruimten van het Vlaams gewest, ingesteld door Titel 2, Hoofdstuk 6 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.

 

Artikel 2

De gemeente doet een beroep op de medewerking van het agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van de opcentiemen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

OPCENTIEMEN OP DE DOOR HET VLAAMS GEWEST GEHEVEN HEFFING ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeente kan opcentiemen heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen.

 

De gemeenteraad keurde op 23 december 2019 een reglement goed voor de belasting Opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen: aanslagjaren 2020-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, zoals gewijzigd, inzonderheid Hoofdstuk VIII afdeling 2.

 

Het besluit van de Vlaamse regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van verkrotting van gebouwen en/of woningen, zoals gewijzigd.

 

Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, zoals gewijzigd.

 

Het Wetboek van inkomstenbelastingen, zoals gewijzigd, inzonderheid artikel 464 en 464/1.

 

In overeenstemming met de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, inzonderheid Titel 2, Hoofdstuk 5 en artikel 3.1.0.0.4.

 

Het besluit van de Vlaamse regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, zoals gewijzigd, inzonderheid Titel 2, Hoofdstuk 5.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert dienst financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

In het kader van haar huisvestingsbeleid wil het bestuur de verkrotting van woningen en gebouwen tegengaan ter bevordering van een rationele aanwending van de beschikbare (woon)ruimte en ter verbetering van de leef- en omgevingskwaliteit.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73040000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden jaarlijks 100 opcentiemen geheven op de heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen van het Vlaams gewest, ingesteld door Titel 2, Hoofdstuk 5 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.

 

Artikel 2

De gemeente doet een beroep op de medewerking van het agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

OPCENTIEMEN OP DE ONROERENDE VOORHEFFING: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 23 december 2019 een reglement goed voor Opcentiemen op de onroerende voorheffing: aanslagjaren 2020-2025.

 

De geldigheid van het huidige gemeentereglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'opcentiemen op de onroerende voorheffing: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73000000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Opcentiemen op de onroerende voorheffing: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden, ten behoeve van de gemeente Mol, 756 gemeenteopcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.

 

Artikel 2

Aan nieuw opgerichte nijverheids-, handels-, landbouw-, en recreatieondernemingen worden de gemeenteopcentiemen op de onroerende voorheffing terugbetaald, indien wordt voldaan aan volgende voorwaarden:

a) opgericht zijn na:

-1 januari 2023 voor het aanslagjaar 2026;

-1 januari 2024 voor het aanslagjaar 2027;

-1 januari 2025 voor het aanslagjaar 2028;

-1 januari 2026 voor het aanslagjaar 2029;

-1 januari 2027 voor het aanslagjaar 2030;

-1 januari 2028 voor het aanslagjaar 2031;

b) in de loop van het aanslagjaar een bezoldigingsbedrag aan in de E.U. gedomicilieerde werknemers vereffend hebben, overeenkomstig met minstens 25 x 260 werkdagen of hiermee gelijkgestelde dagen;

c) binnen twee maanden na verloop van het aanslagjaar een verzoek om ontlasting te doen bij het college van burgemeester en schepenen en het nodige stavingsmateriaal voorleggen, of binnen de termijn die gesteld is om geldig een bezwaarschrift in te dienen.

 

Het bedrag van de teruggave van de belasting zal evenwel worden verminderd met de eventuele invorderingsonkosten die aan het gemeentebestuur worden aangerekend.

 

Van de ontlasting kan niet genoten worden:

a) door nijverheids-, handels-, landbouw-, en recreatieondernemingen die zich binnen het grondgebied van de gemeente verplaatsen.

b) wanneer een nijverheids-, handels-, landbouw- en recreatieonderneming gesticht wordt door wijzigingen, samenvoeging of splitsing, juridisch of hoe dan ook, van bestaande bedrijven in de gemeente.

 

Artikel 3

Bij uitbreiding van een nijverheids-, handels-, landbouw- en recreatieonderneming die zich openbaart door vermeerdering van het kadastraal inkomen der bedrijfsgebouwen wordt eveneens teruggave van de belasting verleend, berekend op de vermeerdering van het kadastraal inkomen, onder de volgende voorwaarden:

a) in de loop van het aanslagjaar een bezoldigingsbedrag aan in de E.U. gedomicilieerde werknemers vereffend hebben overeenkomstig met een aantal werkdagen, dat minstens 5% hoger ligt dan dat van het aan de uitbreiding voorafgaand kalenderjaar, zo er tijdens dit voorafgaand kalenderjaar, bezoldigingen vereffend worden voor minstens 25 x 260 werkdagen of gelijkgestelde dagen.

b) binnen twee maanden na het verloop van het aanslagjaar een verzoek om ontlasting doen bij het college van burgemeester en schepenen en het nodige stavingsmateriaal voorleggen.

Van deze ontlasting kan niet genoten worden, wanneer de uitbreiding een gevolg is van inbreng of opslorping van in de gemeente bestaande nijverheids-, handels-, landbouw- en recreatieondernemingen.

 

Artikel 4

De ontheffingen, voorzien in artikel 2 en 3 worden hoogstens vijf maal toegestaan.

 

Artikel 5

De vestiging en de inning van de voormelde gemeenteopcentiemen gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

AANVULLENDE GEMEENTEBELASTING OP DE PERSONENBELASTING: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 23 december 2019 een reglement goed voor de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2020-2025.

 

De geldigheid van het huidige gemeentereglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Artikel 465 tot en met 470 bis van het Wetboek van Inkomstenbelastingen.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd. De belasting blijft ongewijzigd t.o.v. de voorgaande jaren.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73010000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 2

De belasting wordt vastgesteld op 7,7% van het volgens artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar (aanslagjaar min 1).

 

Artikel 3

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het Bestuur der Directe Belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 466 e.v. van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

 

Artikel 4

Deze verordening wordt naar de toezichthoudende overheid gezonden."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP AANPLAKBORDEN VOOR PUBLICITEITSDOELEINDEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 25 november 2024 het belastingreglement goed met betrekking tot de belasting op aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden: aanslagjaar 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Bovendien wenst de gemeente een wildgroei van borden voor publiciteitsdoeleinden te voorkomen door een belasting op dergelijke borden te heffen.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73422000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op de aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden.

 

Artikel 2

Onder aanplakborden wordt verstaan elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in open lucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering, of door elk ander middel, met inbegrip van muren of gedeelten van muren en omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er reclame op aan te brengen.

 

Artikel 3

Voor de berekening van de belasting wordt de nuttige oppervlakte van het bord in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting. Voor de muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt. Hierbij dient de bedekte totale oppervlakte beschouwd te worden als één bord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.

 

Artikel 4

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 32,50 euro per vierkante meter of gedeelte van vierkante meter per jaar voor borden aangebracht op de openbare weg en op privaat terrein.

 

Artikel 5

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd bedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast belastingbedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk belastingbedrag, dan blijft het belastingbedrag van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

Geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i,   waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 4

I = index van september van het aan het jaar voorafgaand aanslagjaar

i = index van de maand september 2025

 

Aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

 

Artikel 6

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over het recht om gebruik te maken van het aanplakbord en in bijkomende orde, als de gebruiker niet gekend is, door de eigenaar van de grond, muur of omheining waarop zich het bord bevindt of de reclame is aangebracht.

 

Artikel 7

De belasting is ondeelbaar en verschuldigd voor gans het jaar.

 

Artikel 8

De belasting is niet verschuldigd voor:

  1. borden, geplaatst door openbare besturen, openbare instellingen of instellingen van openbaar nut, voor zover geen winstgevend doel wordt nagestreefd;
  2. borden die alleen worden gebruikt voor notariële aankondigingen;
  3. borden die alleen worden gebruikt ter gelegenheid van wettelijk voorziene verkiezingen;
  4. borden geplaatst door politieke, culturele, sociale of godsdienstige organisaties, wanneer het gaat om aankondigingen van hun eigen activiteiten op politiek, cultureel, sociaal of godsdienstig vlak, op voorwaarde dat die borden niet langer dan één maand voor de aankondiging van de activiteit aangewend worden;
  5. alle publiciteit zoals uithangborden en lichtreclame van handelshuizen en hun bijhuizen en dienstverlenende beroepen, op de plaats van de uitbating;
  6. de reclameborden, alhoewel zichtbaar van de openbare weg geplaatst op sportterreinen en gericht naar de plaats van de sportbeoefening;
  7. borden geplaatst na 30 november van het aanslagjaar.

 

Artikel 9

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden uiterlijk 31 mei van het aanslagjaar aangifte te doen van de belastbare elementen. Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier uiterlijk op 31 mei van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen. Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

Nieuwe belastbare elementen die niet begrepen zijn in de aanvankelijke aangifte dienen aangegeven te worden uiterlijk 31 december van het aanslagjaar.

 

Artikel 10

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

Artikel 11

De overeenkomstig artikel 10 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

        10 % bij een eerste overtreding

        20 % bij een tweede overtreding

        50 % bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 12

De overtredingen vermeld in artikel 10 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 13

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP DE AFGIFTE VAN ADMINISTRATIEVE STUKKEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 25 november 2024 een reglement goed voor de belasting op de afgifte van administratieve stukken: aanslagjaar 2025.

 

De gemeenteraad keurde in zitting van 24 februari 2025 een aanpassing goed aan het reglement goed voor de belasting op de afgifte van administratieve stukken: aanslagjaar 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de afgifte van administratieve stukken: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

De wet van 4 december 2012 betreffende de Belgische nationaliteit, en de opeenvolgende wijzigingen.

De wet van 30 juni 1999 houdende het tarief van de consulaire rechten en kanselarijrechten, en de opeenvolgende wijzigingen.

De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten.

De wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen.

Het koninklijk besluit van 22 oktober 2013 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar.

Het koninklijk besluit van 1 september 2004 houdende de beslissing om de elektronische identiteitskaarten veralgemeend in te voeren, en de daarop volgende omzendbrieven.

Het ministerieel besluit van 28 oktober 2019 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de kids-ID’s, de vreemdelingenkaarten en andere verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemde onderdanen.

De omzendbrief van 1 oktober 2024, met betrekking tot het ministerieel besluit van 5 juli 2022, die de bedragen van de vergoedingen ten laste van de gemeente voor het verkrijgen van diverse e-ID's vastlegt.

De omzendbrief van de FOD Justitie van 11 juli 2018 betreffende de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, waarbij de bevoegdheid inzake verandering van voornamen wordt overgedragen aan ambtenaren van de burgerlijke stand en de voorwaarden en de procedure ervan wordt geregeld.

De omzendbrief van 9 september 2016 met referte III/32/3303/16 met betrekking tot artikel 3 van het ministerieel besluit van 15 maart 2013 dat bepaalt dat de bedragen van de vergoedingen ten laste van de gemeente voor het verkrijgen van diverse elektronische identiteitskaarten, biometrische kaarten en verblijfsdocumenten automatisch worden herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex.

De gecoördineerde omzendbrief gemeentefiscaliteit van 14 juli 2004 met referte BA-2004/03, bepaalt de wettelijke of decretaal vastgelegde maximatarieven voor de afgifte van administratieve stukken.

Artikel 143 tot en met 202 van het burgerlijk wetboek betreffende het huwelijk, en artikel 1475 tot en met 1479 van ditzelfde wetboek betreffende de wettelijke samenwoonst.

De nota van 26 november 2013 van de FOD Mobiliteit en Vervoer aangaande de retributie voor het afleveren van een internationaal rijbewijs.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

De vergoedingen ten laste van de gemeente voor het verkrijgen van diverse elektronische identiteitskaarten, biometrische kaarten en verblijfsdocumenten worden minstens jaarlijks herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, waardoor de belasting voor deze documenten jaarlijks wordt herbekeken.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/5/1

Registratiesleutel

73150000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op de afgifte van administratieve stukken: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt onder de volgende voorwaarden een belasting geheven op de afgifte van allerhande administratieve stukken.

 

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon aan wie deze stukken door de gemeente, op verzoek of ambtshalve, worden uitgereikt.

 

Artikel 2

Aanmaakkosten zijn de kosten aangerekend door de federale overheid en eventueel de kosten aangerekend door de koerier bij toepassing van één der dringende procedures.

 

De bedragen van de belasting worden als volgt bepaald:

 

  1. Afgifte van identiteitskaarten, vreemdelingenkaarten en attesten:
    1. Voor de afgifte van een attest van immatriculatie A voor niet EU burgers: 10,80 euro
    2. Voor de afgifte van een elektronische identiteitskaart voor Belgen:

        gewone procedure: de aanmaakkosten + 10,10 euro

        spoedprocedure: de aanmaakkosten + 50,10 euro

        spoedprocedure met gecentraliseerde levering: de aanmaakkosten + 50,10 euro

  1. Voor de afgifte van een elektronische vreemdelingenkaart (EU/EU+, F/F+, M, M+, N) voor niet-Belgische volwassenen:

        gewone procedure: de aanmaakkosten + 10,10 euro

        spoedprocedure: de aanmaakkosten + 50,10 euro

  1. Voor de afgifte van een elektronische vreemdelingenkaart (A, B, H, I, J, K, L) voor niet-Belgische volwassenen:

        gewone procedure: de aanmaakkosten + 10,10 euro

        spoedprocedure: de aanmaakkosten + 50,10 euro

  1. Voor de afgifte van het elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen onder de 12 jaar (kids-ID):

        gewone procedure: de aanmaakkosten + 2,70 euro

        spoedprocedure: de aanmaakkosten + 62,20 euro

        spoedprocedure met gecentraliseerde levering: de aanmaakkosten + 62,20 euro

  1. Voor de afgifte van een elektronische vreemdelingenkaart (EU/EU+, F/F+, M, M+, N) voor niet-Belgische kinderen onder 12 jaar:

        gewone procedure: de aanmaakkosten + 2,70 euro

        spoedprocedure: de aanmaakkosten + 62,20 euro

  1. Voor de afgifte van een elektronische vreemdelingenkaart (A, B, H, I, J, K, L) voor niet-Belgische kinderen onder 12 jaar:

        gewone procedure: de aanmaakkosten + 2,70 euro

        spoedprocedure: de aanmaakkosten + 62,20 euro

 

  1. Afgifte van reispaspoorten:

        aan personen ouder dan 18 jaar:

        gewone procedure: de aanmaakkosten + 25,10 euro

        dringende procedure: de aanmaakkosten + 57 euro

        zeer dringende procedure: de aanmaakkosten + 57 euro

        aan personen jonger dan 18 jaar:

        gewone procedure: de aanmaakkosten + 12,80 euro

        dringende procedure: de aanmaakkosten + 33,40 euro

        zeer dringende procedure: de aanmaakkosten + 47,70 euro

 

  1. Afgifte van reisdocumenten aan vluchtelingen, staatlozen en vreemdelingen:

        aan personen ouder dan achttien jaar:

        gewone procedure: de aanmaakkosten + 25,10 euro

        dringende procedure: de aanmaakkosten + 57 euro

        zeer dringende procedure: de aanmaakkosten + 57 euro

 

        aan personen jonger dan achttien jaar:

        gewone procedure: de aanmaakkosten + 12,80 euro

        dringende procedure: de aanmaakkosten + 33,40 euro

        zeer dringende procedure: de aanmaakkosten + 47,70 euro

 

  1. Voor het opstellen van een trouwdossier: 54,40 euro

 

  1. Afgifte van rijbewijzen en voorlopige rijbewijzen (bankkaartmodel): de aanmaakkosten + 9,70 euro

 

  1. Voor de afgifte van internationale rijbewijzen (geen bankkaartmodel): de aanmaakkosten + 9,70 euro

 

  1. Voor de afgifte van een verbintenis tot tenlasteneming (borgstelling): 10,80 euro

 

  1. Onderzoek van vreemde documenten door Buitenlandse Zaken: 54,40 euro

 

  1. Voor het afleveren van een arbeidskaart: 10,80 euro

 

  1. Voor het afleveren van bijlagen 15bis, 19, 19ter en 41bis van het KB van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen:

        eerste afgifte, per bijlage: 43,10 euro

        tweede afgifte, per bijlage: 86,70 euro

        derde afgifte, per bijlage: 129,90 euro

        vierde afgifte, per bijlage: 173,40 euro

        vijfde afgifte, per bijlage: 216,50 euro

 

  1. Voor de controle van de voorwaarden, de registratie en het afdrukken van een verklaring van wettelijke samenwoonst: 54,40 euro

 

  1. Voor de verandering van de voorna(a)m(en):

        Een gewone voornaamsverandering:

        54,40 euro voor een eerste voornaamswijziging

        541,30 euro voor een tweede en volgende voornaamswijziging

        Een voornaamsverandering voor transgenders: gratis voor wat de voornaamswijziging naar aanleiding van de geslachtsverandering betreft

        Een voornaamsverandering voor vreemdelingen die de Belgische nationaliteit aanvragen en niet over een voornaam beschikken: gratis

 

  1. Voor de aanvraag van de Belgische nationaliteit: 108,30 euro

 

Artikel 3

De belasting moet contant worden betaald tegen afgifte van een kwitantie. Bij gebreke van contante betaling wordt de belasting van ambtswege ingekohierd.

 

Artikel 4

Zijn van de belasting vrijgesteld:

  1. De stukken welke krachtens een Wet, een KB of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen afgegeven te worden;
  2. De stukken welke aan behoeftige personen worden afgegeven; de behoeftigheid wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk;
  3. De machtiging met betrekking tot de activiteiten welke als dusdanig reeds het voorwerp uitmaken van een belasting of retributie ten behoeve van de gemeente;
  4. De mededelingen door de politie aan de verzekeringsmaatschappijen van inlichtingen omtrent het gevolg dat gegeven werd inzake de verkeersongevallen op de openbare weg (Ministeriële circulaire van 14 oktober 1963, nr. 574 DC/D2);
  5. De gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen, alsook de instellingen van openbaar nut;

 

Artikel 5

De aanmaakkosten worden doorgerekend zoals ze worden aangerekend door de federale overheid en eventueel de koerier bij dringende procedures.

De daaraan toegevoegde bedragen van deze gemeentebelasting zoals opgenomen in artikel 2.1 t.e.m. 2.13 worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast belastingbedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

R = tarief vastgesteld in artikel 2

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of 9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

 

Artikel 6

De personen of instellingen aan wie niet onmiddellijk het gevraagde stuk kan worden afgeleverd, moeten het bedrag van de belasting in bewaring geven in handen van de financieel directeur. Het in bewaring gegeven bedrag zal van ambtswege als een verworven contantbelasting worden geboekt op het ogenblik van de afgifte van het belastbaar stuk. De financieel directeur levert hiervoor een kosteloos ontvangstbewijs af.

 

Artikel 7

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP DE BANK- EN FINANCIERINGSINSTELLINGEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 25 november 2024 het belastingreglement goed met betrekking tot de belasting van de bank- en financieringsinstellingen: aanslagjaar 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de bank- en financieringsinstellingen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De dienstverlenende sector is in de gemeente Mol aan weinig belastingen onderworpen. De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73411000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Belasting op de bank- en financieringsinstellingen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op de bank- en financieringsinstellingen.

 

Wordt voor de toepassing van deze belasting als dusdanig gezien, elke bank-, financierings-, kredietinstelling, factoringbedrijf, spaarbank of wisselkantoor en alle andere inrichtingen die zich met dergelijke bank- of financieringsactiviteiten inlaten, hun agentschappen, bijkantoren, de éénmanszaken en de automaten bestemd voor bankverrichtingen, die gevestigd of geïnstalleerd zijn op het grondgebied van de gemeente en voor het publiek toegankelijk zijn.

 

Met éénmanszaak wordt bedoeld de inrichting die spaar-, leen-, wissel- en/of hypotheekverrichtingen aanbiedt en door één persoon in hoofd- of nevenberoep wordt geëxploiteerd onder eigen naam en/of als waarnemer van een agentschap of bijkantoor van een bank- en financieringsinstelling.

 

Onder nevenberoep wordt in het raam van deze verordening verstaan het aanbieden van voornoemde diensten door een loon- of weddentrekkende onderworpen aan het stelsel van de Rijksmaatschappelijke Zekerheid; in het andere geval wordt dergelijke dienstverlening als de uitoefening van een hoofdberoep beschouwd.

 

Onder automaten bestemd voor bankverrichtingen wordt verstaan, de toestellen die volautomatisch werken en de cliënteel in de mogelijkheid stellen geldopnemingen en/of spaar- of betaalverrichtingen te doen.

 

Een inrichting wordt door deze belasting als publiek toegankelijk beschouwd wanneer het cliënteel er terecht kan voor bank- en/of financieringsverrichtingen, ongeacht of het grootste deel van bedoelde verrichtingen al dan niet ter plaatse wordt afgehandeld.

 

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de hiervoor bedoelde instellingen, agentschappen of bijkantoren, éénmanszaken en automaten bestemd voor bankverrichtingen worden uitgebaat.

 

Artikel 3

De belasting wordt vastgesteld als volgt:

a) Per instelling zoals bedoeld in artikel 1: 380,40 euro.

De belasting wordt vermeerderd met 65,2 euro voor ieder beschikbaar loket te rekenen vanaf het derde.

b) Voor de éénmanszaken in hoofdberoep bedraagt de belasting 119,60 euro.

c) Voor de éénmanszaken in nevenberoep bedraagt de belasting 65,20 euro.

 

Voor instellingen zonder specifiek afgescheiden loketten wordt onder ‘loket’ verstaan:

- een bedieningsruimte aan een balie van 1,5 strekkende meter;

- een bedieningslokaal geschikt om een klant te ontvangen indien dat niet aan een loket of balie gebeurt;

- een automaat bestemd voor bankverrichtingen.

 

Artikel 4

De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, welke ook de datum is waarop de dienstverlening aanvangt of eindigt.

 

Artikel 5

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 3

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

 

Artikel 6

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden uiterlijk 31 maart van het aanslagjaar aangifte te doen van de belastbare elementen. Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen. Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

Nieuwe belastbare elementen die niet begrepen zijn in de aanvankelijke aangifte dienen aangegeven te worden uiterlijk 31 december van het aanslagjaar.

 

Artikel 7

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

Artikel 8

De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

- 10 % bij een eerste overtreding;

- 20 % bij een tweede overtreding;

- 50 % bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 9

De overtredingen vermeld in artikel 7 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 10

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP DE VOOR HET PUBLIEK TOEGANKELIJKE RUIMTEN VAN COMMERCIËLE VESTIGINGEN IN HET KERNWINKELGEBIED: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 25 november 2024 het belastingreglement goed met betrekking tot de belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het kernwinkelgebied: aanslagjaar 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het kernwinkelgebied: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Overeenkomstig artikel 42 van het gemeentedecreet regelt de gemeenteraad alles wat van gemeentelijk belang is. Volgens artikel 43, §2, 15° is de gemeenteraad bevoegd voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

In overeenstemming met het gemeenteraadsbesluit 'afbakening kernwinkelgebied' van 19 december 2022.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

De gemeente onderneemt diverse initiatieven in verband met handelsondersteunende projecten in het kernwinkelgebied om de centrumfunctie en handelsfunctie te versterken. Het is billijk om (rechts)personen die voordeel halen uit deze initiatieven te laten bijdragen in de kosten ervan.

 

Vermits de vrije beroepen geen onmiddellijk voordeel halen uit specifieke acties ter versterking van het centrum en hun klantenbestand niet direct zullen zien toenemen omwille van de materiële en immateriële investeringen in het gebied, is het aangewezen de vrije beroepen vrij te stellen van deze belasting.

 

Vermits de bank- en financieringsinstellingen reeds vallen onder de toepassing van een afzonderlijk  belastingreglement op de bank- en financieringsinstellingen vallen deze niet onder de toepassing van het belastingreglement op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het kernwinkelgebied.

 

Aangezien  de omvang van de publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen grotendeels het commercieel profiel en de uitstraling van de zaak bepaalt is het billijk de oppervlakte als maatstaf te gebruiken. Het bestuur streeft evenwel een redelijke verhouding na tussen het oppervlaktecriterium en de tariefstelling van de belasting.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/11/3

Registratiesleutel

73400000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement ‘Belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het kernwinkelgebied: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het kernwinkelgebied.

 

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de commerciële vestiging uitbaat die:

        gelegen is binnen het kernwinkelgebied (zoals gedefinieerd in het gemeenteraadsbesluit afbakening kernwinkelgebied van 19 december 2022)

        met een vitrine of uitstalraam in het kernwinkelgebied, zelfs indien de toegang zich bevindt in een andere straat.

 

De belasting is eveneens verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de commerciële vestiging uitbaat die:

        gelegen is buiten het kernwinkelgebied, maar langs of aansluitend op invalswegen (Molderdijk, Turnhoutsebaan of Rozenberg),

        gelegen is op winkelparken (Kruisven en Rozenbergpark)

én een netto handelsoppervlakte heeft van meer dan 400 m².

 

Artikel 3

De belasting is niet verschuldigd:

 

        door de bank en financieringsinstellingen vermits deze vallen onder de toepassing van een afzonderlijk  belastingreglement op de bank- en financieringsinstellingen;             

        door de uitbaters van vrije beroepen;

        door overheidsdiensten;

        door sociale dienstverleners.

 

Artikel 4

Deze belasting wordt berekend per vierkante meter netto handelsoppervlakte van de vestiging. Een gedeelte van een vierkante meter wordt voor een vierkante meter aanzien. Onder netto handelsoppervlakte wordt verstaan de oppervlakte bestemd voor verkoop en toegankelijk voor het publiek, met inbegrip van de niet overdekte oppervlakte, de inkomruimten die gebruikt worden om waren uit te stallen of te verkopen, alsook terrassen op privédomein.

 

Vrijgestelde oppervlakten zijn:

        Vergunde innames op openbaar domein waarvoor reeds een andere inname belasting wordt voldaan

        Vergunde terrassen op het openbaar waarvoor reeds een andere inname belasting wordt voldaan

 

Het tarief van de belasting bedraagt:

 

  1. voor een netto handelsoppervlakte van: 0 m2 tot en met 75 m²: 340,00 euro
  2. voor een netto handelsoppervlakte van: 76 m2 tot en met 400 m²: 400,00 euro
  3. voor een netto handelsoppervlakte van: 401 m2 tot en met 600 m² : 510,00 euro
  4. voor een netto handelsoppervlakte van: meer dan 600 m2: 650,00 euro

 

Artikel 5

De belasting is ondeelbaar en voor gans het jaar verschuldigd.

 

Artikel 6

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar aangifte te doen van de belastbare elementen. Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen. Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

Nieuwe belastbare elementen die niet begrepen zijn in de aanvankelijke aangifte dienen aangegeven te worden uiterlijk 31 december van het aanslagjaar.

 

Indien de gegevens van de handelszaak, de handelsactiviteit, de handelsoppervlakte, de uitbating of de ligging ongewijzigd blijven ten opzichte van het voorgaande aanslagjaar, geldt de aangifte van het vorige jaar als basis voor de aanslag.

 

Artikel 7

Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.

 

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen van de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

Artikel 8

De overeenkomstig artikel 7 ambsthalve ingekohierde belasting wordt vehoogd met:

 

- 10 % bij een eerste overtreding

- 20 % bij een tweede overtreding

- 50 % bij een derde en volgende overtreding

 

Met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige herstelt.

 

Het bedrag van de verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 9

De overtredingen vermeld in artikel 8 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 10

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast belastingbedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 4

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of 9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

 

Artikel 11

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP DE INZAMELING EN VERWERKING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN EN VERGELIJKBARE BEDRIJFSAFVALSTOFFEN VIA HET DIFTAR-SYSTEEM: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 stemmen tegen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2003 houdende beheersoverdracht aan de intergemeentelijke vereniging IOK Afvalbeheer voor de activiteiten inzake afvalbeheer, zoals verwoord in artikel 4 van de statuten van IOK Afvalbeheer.

 

De beslissing van de gemeenteraad van 1 januari 2010 houdende participatie in het DIFTAR-project van de opdrachthoudende vereniging IOK Afvalbeheer.

 

De financiële toestand van de gemeente Mol.

 

De gemeenteraad keurde in zitting van 19 december 2022 een reglement goed voor de 'Contantbelasting op het inzamelen, verwijderen en verwerken van afval (DIFTAR): aanslagjaren 2023-2025'.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Contantbelasting op het inzamelen, verwijderen en verwerken van afval (DIFTAR): aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen.

 

Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

 

Het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (Materialendecreet), in het bijzonder artikel 26.

 

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (VLAREMA), in het bijzonder art. 5.1.1 e.v.

 

Het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030, goedgekeurd op 26 mei 2023 door de Vlaamse regering, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het DIFTAR-systeem impliceert dat huisvuil aangeboden moet worden in daartoe voorziene huisvuilcontainer met elektronische gegevensdrager, waarbij het aangeboden afval wordt gewogen en geregistreerd. Bij grote(re) appartementsgebouwen en gebouwencomplexen geniet echter de collectieve inzameling aan de hand van ondergrondse huisvuilcontainer(s) de voorkeur. Zo kan er vermeden worden dat grote aantallen containers op één plaats langs de openbare weg worden aangeboden. In dat geval zal er geen individuele huisvuilcontainer maar een toegangspas uitgereikt worden waarmee er toegang verleend wordt tot de ondergrondse container. Het aangeboden huisvuil wordt ofwel gewogen ofwel geregistreerd per volume aan de hand van de toegangspas voor 30 of 60 liter. Dit volume refereert naar de schuifgroottes die in de ondergrondse huisvuilcontainer is voorzien. Op basis van de programmatie van de toegangspas gaat de bijhorende schuif open.

 

Het thuiscomposteren van het gft heeft de voorkeur op de selectieve inzameling. Bijgevolg heeft elke inwoner van de gemeente de keuze tussen gratis thuiscomposteren en betalende huis-aan-huisinzameling van gft. In dit laatste geval dient het gft, analoog als bij huisvuil, aangeboden te worden in daartoe voorziene container met elektronische gegevensdrager, waarbij het aangeboden afval wordt gewogen en geregistreerd.

 

Bij grote(re) appartementsgebouwen en gebouwencomplexen geniet echter de collectieve inzameling aan de hand van (een) bovengrondse verzamelcontainer(s) voor gft de voorkeur. Zo kan er vermeden worden dat grote aantallen containers op één plaats langs de openbare weg worden aangeboden. In dat geval zal er geen individuele gft-container maar een toegangspas uitgereikt worden waarmee er toegang verleend wordt tot de bovengrondse verzamelcontainer voor gft. Het aangeboden gft wordt geregistreerd aan de hand van de toegangspas en op basis van volume. Op basis van de programmatie van de toegangspas gaat de schuif open.

 

Daarnaast wordt grof vuil/groot selectief afval/snoeihout/steenpuin tevens huis-aan-huis ingezameld, gewogen en geregistreerd binnen het DIFTAR-systeem.

 

Tot slot worden verschillende afvalstoffen huis-aan-huis, via wijkinzameling of selectief via het recyclagepark ingezameld.

 

De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden verhaald op de aanbieders. Dit gebeurt aan de hand van een vaste en een variabele contantbelasting. De variabele contantbelasting wordt gedifferentieerd in functie van de afvalstof en in functie van het aangeboden gewicht of volume. Hierdoor kan de gemeente deels het principe “de vervuiler betaalt” toepassen, waarbij prioriteit verleend wordt aan afvalvoorkoming, in tweede instantie hergebruik en tenslotte recyclage van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.

 

Een vaste contantbelasting is verschuldigd voor:

        de gescheiden huis-aan-huisinzameling van afvalstoffen en de verwerking daarvan;

        de wijkinzameling van afvalstoffen en de verwerking daarvan;

        de toegang tot het recyclagepark en de verwerking van niet-betalende afvalstoffen op het recyclagepark;

        de algemene reinheid van de gemeente Mol.

 

Voor de ophaling en verwerking van het aangeboden huisvuil, gft, grof vuil/groot selectief afval/steenpuin/snoeihout is een contantbelasting voor de ingezamelde hoeveelheden afval verschuldigd. De verrekening gebeurt per kilogram of per volume, met de mogelijkheid voor de aanrekening van een bijkomende aanrijkost voor de fracties andere dan huisvuil of gft. Bij de vaststelling van de kilogramtarieven wordt er rekening gehouden met de minimum- en maximumtarieven die vastgelegd zijn in het VLAREMA. Deze kunnen jaarlijks geïndexeerd worden.

Waar wegen niet mogelijk is bij de ondergrondse huisvuilcontainer, is het kilogramtarief niet van toepassing maar wel een volumetarief op basis van een 30- of 60-liter zak. Deze volumetarieven zijn gebaseerd op het kilogramtarief en worden omgerekend volgens de tabel in bijlage 5.1.4. van het VLAREMA. Deze manier van kostenaanrekening wordt gelijk geacht aan het weegsysteem. De omrekeningtabel stelt dat een huisvuilzak van 60 liter gelijk aan 7,5 kilogram huisvuil. Een huisvuilzak van 30 liter wordt bijgevolg gelijkgesteld aan 3,75 kilogram huisvuil.

Waar wegen niet mogelijk is bij de bovengrondse verzamelcontainer voor gft, is het kilogramtarief niet van toepassing maar wel een volumetarief. Het volumetarief is gebaseerd op het gemiddeld soortelijk gewicht voor gft vastgelegd op 400 kg/m³.

 

Tot slot zijn er specifieke contantbelastingen voorzien voor:

        de terbeschikkingstelling van gft-containers, grote rolcontainers van 1100 liter en evenementencontainers;

        het gebruik van een slot;

        de vervanging of herstelling van de (onderdelen van een) container of de vervanging van de toegangspas;

        de omruiling van een container.

 

Bij de vaststelling van de contantbelastingen in dit reglement is de financiële toestand van de gemeente in acht genomen. De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën. De gemeentelijke inkomsten en uitgaven dienen in evenwicht te zijn.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/9/7

Registratiesleutel

73322000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement “Contantbelasting op het inzamelen, verwijderen en verwerken van afval (DIFTAR):  aanslagjaren 2026-2031” in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

“Artikel 1 Belastbaar voorwerp en definities

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem.

 

Op de afvalstoffen vermeld in dit reglement zijn de definities van het Materialendecreet, het VLAREMA en het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval van toepassing.

 

Daarnaast wordt in dit reglement verstaan onder:

        aansluitpunt: een adres dat geregistreerd staat in het DIFTAR-systeem

        container: een mobiel inzamelrecipiënt dat gebruikt wordt voor de inzameling van afvalstoffen vermeld in dit reglement

        ondergrondse container met toegangscontrole: een inzamelrecipiënt dat vast onder de grond is geplaatst en dat gebruikt wordt voor de inzameling van afvalstoffen vermeld in dit reglement

        bovengrondse verzamelcontainer voor gft en restafval met toegangscontrole: een inzamelrecipiënt dat vast boven de grond staat en dat gebruikt wordt voor de inzameling van afvalstoffen vermeld in dit reglement

        toegangspas: een digitale kaart waarmee toegang wordt verleend tot een ondergrondse container of bovengrondse verzamelcontainer voor gft en restafval

 

Artikel 2 Belastingplichtigen

De contantbelastingen in artikelen 4 t.e.m. 8 zijn per aansluitpunt hoofdelijk verschuldigd door:

        de referentiepersoon, die op het aansluitpunt ingeschreven is/zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, verder omschreven als “gezin”, uitgezonderd studenten (personen met een inschrijvingsbewijs van de hogeschool/universiteit of die jonger zijn dan 18 jaar) die in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister ingeschreven zijn op het adres van een vergund studentenhuis. De andere leden van het gezin zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de belasting;

        iedere natuurlijke persoon die ingestapt is in het DIFTAR-systeem, zonder op het aansluitpunt ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, verder omschreven als “2de adres”;

        ieder natuurlijke of rechtspersoon die een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent, en die ingestapt is in het DIFTAR-systeem, verder omschreven als “bedrijf”;

        iedere natuurlijke of rechtspersoon die een gebouw beheert (eigenaar, vereniging van mede-eigenaars, syndicus, verzamelpunt …), en die ingestapt is in het DIFTAR-systeem;

        verenigingen, scholen, gemeenschapshuizen, rusthuizen, openbare en semi- openbare instellingen … die ingestapt zijn in het DIFTAR-systeem.

 

De contantbelastingen in artikel 9 zijn per evenement hoofdelijk verschuldigd door:

ieder natuurlijke of rechtspersoon die een evenement organiseert, waarvoor op diens vraag tijdelijk een container ter beschikking wordt gesteld, verder omschreven als “evenementenorganisator”.

 

Artikel 3 Toekenningsregels

Het huisvuil wordt aangeboden in een huisvuilcontainer, tenzij de belastingplichtige door middel van een toegangspas toegang heeft tot een ondergrondse/bovengrondse verzamelcontainer voor huisvuil. In dit laatste geval wordt er per aansluitpunt één toegangspas op basis van volume of op basis van gewicht ter beschikking gesteld.

Het gft wordt aangeboden in een gft-container, tenzij de belastingplichtige door middel van een toegangspas toegang heeft tot een bovengrondse verzamelcontainer voor gft. In dit laatste geval wordt per aansluitpunt één toegangspas op basis van volume ter beschikking gesteld.

 

Grof vuil, groot selectief afval en snoeihout worden los aangeboden.

Steenpuin wordt aangeboden in een bigbag, die door de gemeente ter beschikking wordt gesteld.

 

De containers en/of toegangspassen worden in opdracht van de gemeente via IOK Afvalbeheer ter beschikking gesteld en blijven eigendom van IOK Afvalbeheer. Ze bevatten een ingebouwde elektronische gegevensdrager waardoor de identiteit van de normale gebruiker is gekend. Ze behoren toe aan de fysieke locatie (gebouw, infrastructuur of domein) van het aansluitpunt.

 

Per aansluitpunt zijn de volgende toekenningsregels voor de containers van toepassing:

        standaardvolume:

Voor huisvuil is het standaardvolume een container van 120 of 240 liter.

Voor gft is het standaardvolume een container van 120 liter. Er is voor gft geen container van 240 liter beschikbaar.

        maximaal toekenbaar volume:

Voor huisvuil en gft is het maximaal toekenbare volume voor een gezin, 2de adres en een bedrijf 240 liter.

        container van 40 liter:

Voor de volgende aansluitpunten kan er afgeweken worden van het standaardvolume met de nodige containers van 40 liter:

        appartement, studentenkamer of studio

        aanéénsluitende bebouwing

        assistentie- of bejaardenwoning

        verder dan 150 meter afgelegen van de reguliere ophaalronde

        container van 1100 liter: voor de volgende aansluitpunten kan er afgeweken worden van het standaardvolume met een container van 1100 liter: voor huisvuil: jeugd-, cultuur-, sport- en andere verenigingen

        gemeenschapshuizen en rusthuizen

        scholen

        openbare en semi-openbare instellingen

        verhuring voor evenementen

Gemotiveerde afwijkingen op deze toekenningsregels worden beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 4 Vaste kost

Per aansluitpunt is een vaste contantbelasting van 3,65 euro per maand verschuldigd voor:

        de gescheiden huis-aan-huisinzameling van afvalstoffen en de verwerking daarvan;

        de wijkinzameling van afvalstoffen en de verwerking daarvan;

        de toegang tot het recyclagepark en de verwerking van niet-betalende afvalstoffen op het recyclagepark;

        de algemene reinheid van de gemeente Mol.

 

Gebruiksrecht containers:

Indien de belastingsplichtige kiest voor het gebruik van één of meerdere van onderstaande containers is een vaste contantbelasting verschuldigd, die per maand wordt verrekend:

 

Type container

Tarief per maand

40 liter container: gft

1,35 euro voor de eerste container en

0,00 euro per bijkomende container

120 liter container: gft

1,35 euro voor de eerste container en

1,35 euro per bijkomende container

1100 liter container: gft

6,57 euro voor de eerste container en

6,57 euro per bijkomende container

1100 liter container: huisvuil

6,57 euro voor de eerste container en

6,57 euro per bijkomende container

 

De tarieven van de vaste kosten en het gebruiksrecht van de containers worden jaarlijks geïndexeerd terugrekenend vanaf september 2020 zoals bepaald in artikel 10.

 

Artikel 5 Slotkosten

Voor het gebruik van een slot is een eenmalige contantbelasting van 40 euro per container verschuldigd.

 

Artikel 6 Variabele kosten

Voor de ingezamelde hoeveelheden afval is een contantbelasting verschuldigd, die na elke aanbieding wordt verrekend. Deze verrekening gebeurt op gewicht of per volume,.

De afronding van de kg’s gebeurt conform de toegekende nauwkeurigheidsklassen en afrondingsregels volgens het ijkcertificaat. 

 

 

Tarief

container: huisvuil

0,25 euro per kilogram

container: gft

0,10 euro per kilogram

ophaling (op afroep): grof vuil/groot selectief afval

0,25 euro per kilogram, en

25 euro aanrijkost per ophaalbeurt

ophaling (op afroep): snoeihout

0,10 euro per kilogram, en

25 euro aanrijkost per ophaalbeurt

ophaling (op afroep): steenpuin

0,02 euro per kilogram, en

25 euro aanrijkost per ophaalbeurt

Ondergrondse/bovengrondse container met toegangscontrole: huisvuil

0,90 euro per aanbieding van de toegangspas van 30 liter

1,80 euro per aanbieding van de toegangspas van 60 liter

Indien een ander volume voor de toegangspas van toepassing, wordt de omrekensleutel gebruikt op basis van soortelijk gewicht voor huisvuil van 125 kg/m³

Bovengrondse verzamelcontainer met toegangscontrole: gft

0,40 euro per aanbieding van de toegangspas van 10 liter

Indien een ander volume voor de toegangspas van toepassing is wordt de omrekensleutel gebruikt op basis van soortelijk gewicht voor gft van 400 kg/m³

 

De kilogram- en volumetarieven worden jaarlijks geïndexeerd terugrekenend vanaf september 2020 zoals bepaald in artikel 10.

 

Artikel 7 Vervangings- of herstellingskosten

Voor de vervanging of herstelling van de (onderdelen van een) container of de vervanging van de toegangspas is een contantbelasting verschuldigd:

 

 

40 l

120 l

240 l

1100 l

verzamelcontainer met toegangscontrole

container vervangen (euro/stuk)

31

23

35

245

 

chip vervangen (euro/stuk)

5

5

5

5

 

slot (euro/stuk)

40

40

40

40

 

omruiling (euro/interventie)

15

15

15

15

 

toegangspas (euro/stuk)

 

 

 

 

5

 

De vervangings- of herstellingskosten zijn niet verschuldigd wanneer de containergebruiker of de houder van een toegangspas het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging niet werd veroorzaakt door zijn nalatigheid.

 

Artikel 8 Omruilingskosten

De omruiling naar een ander containerformaat is éénmalig gratis bij wijziging van de gezinssituatie of bij aanmelding van nieuwe containergebruikers.

 

Voor een omruiling om andere redenen is een contantbelasting van 15,00 euro per container verschuldigd.

 

Artikel 9 Kosten bij evenementen

Containers voor huisvuil en gft kunnen aan evenementenorganisators ter beschikking worden gesteld voor het afval dat op het evenement ontstaat. De containers worden ter beschikking gesteld voor een vastgelegde periode.

 

De evenementencontainers moeten minstens 1 maand voor het evenement aangevraagd worden via de evenementenkluis.

 

Na het evenement moeten de containers op de aangegeven datum aangeboden worden aan de openbare weg. Indien de containers niet correct worden aangeboden zal per evenement een ledigingsbedrag van 250 euro worden aangerekend.

 

Indien afval in de aangeboden containers niet correct gesorteerd is zal per evenement een ledigingsbedrag van 250 euro worden aangerekend.

 

Huisvuil- en gft-containers kunnen tussen 1 juli en 31 augustus aan verhuurders van kampterreinen ter beschikking worden gesteld voor het afval dat op het kamp ontstaat. De containers worden ter beschikking gesteld voor een vastgelegde periode.

 

Voor de terbeschikkingstelling van containers op een evenement of kamp is geen contantbelasting verschuldigd.

 

Voor de ingezamelde hoeveelheden afval is een variabele kost verschuldigd volgens de tarieven vastgelegd in artikel 6.

 

Indien er vervangings- of herstellingskosten van toepassing zijn worden deze aangerekend volgens de tarieven vastgelegd in artikel 7.

 

Artikel 10 Indexering

De vaste kosten en het gebruiksrecht van de containers, vermeld in artikel 4, worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.

 

De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:

        met in de teller de consumptieprijsindex die van toepassing was in september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het tarief wordt gewijzigd, en

        met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in september 2020.

 

Het zo verkregen getal wordt afgerond op 2 cijfers na de komma.

 

De kilogramtarieven, vermeld in artikel 6, worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.

 

De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:

        met in de teller de consumptieprijsindex die van toepassing was in september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het tarief wordt gewijzigd, en

        met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in september 2020.

Het zo verkregen getal wordt naar beneden afgerond op 2 cijfers na de komma.

 

De kilogramtarieven worden enkel geïndexeerd indien een even tarief na afronding op 2 cijfers na de komma bereikt wordt. Tevens wordt er voor huisvuil rekening gehouden met de minimum- en maximumtarieven die vastgelegd zijn in het VLAREMA.

 

De volumetarieven, vermeld in artikel 6, worden niet zelfstandig geïndexeerd maar worden, in geval van tariefwijziging van de kilogramtarieven, eveneens aangepast volgens de omrekensleutel in VLAREMA bijlage 5.1.4.voor huisvuil. Voor gft op basis van het soortelijk gewicht van 400 kg/m³.

 

De aanrijkost voor een ophaling op afroep, vermeld in artikel 6, wordt niet geïndexeerd.

 

Artikel 11 Wijze van inning

De contantbelastingen in artikelen 4 t.e.m. 8 worden geïnd via een provisie die vooraf te betalen is.

De betalingsuitnodigingen voor de provisie worden door IOK Afvalbeheer verzonden, in opdracht van de financieel directeur van de gemeente.

 

Het bedrag van de eerste betalingsuitnodiging is afhankelijk van de toegekende containers en/of toegangspassen per aansluitpunt:

 

 

Bedrag van de eerste betalingsuitnodiging

aansluitpunt met één of meerdere containers van 40, 120 en/of 240 liter en/of een toegangspas voor de ondergrondse container

75 euro

aansluitpunt met één of meerdere containers van 1100 liter

250 euro

 

Zodra de provisie lager is dan een bepaald bedrag, het drempelbedrag, wordt een nieuwe betalingsuitnodiging verzonden. Het drempelbedrag is afhankelijk van de toegekende containers en/of toegangspassen per aansluitpunt:

 

 

Drempelbedrag

aansluitpunt met één of meerdere containers van 40, 120 en/of 240 liter en/of een toegangspas voor de ondergrondse container

10 euro

 

aansluitpunt met één of meerdere containers van 1100 liter

50 euro

 

Het bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging is afhankelijk van de afvalhistoriek van de belastingplichtige:

 

 

Bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging

afvalhistoriek

< 3 maanden

bedrag van de eerste betalingsuitnodiging + negatieve saldo van de provisie

 

afvalhistoriek

> 3 maanden

bedrag is gebaseerd op het geraamde gebruik van het DIFTAR-systeem voor 1 jaar

+ negatieve saldo van de provisie

 

In geval van afmelding naar aanleiding van een verhuis, overlijden, stopzetting, … wordt het resterende bedrag van de provisie teruggestort op het rekeningnummer van de belastingplichtige.

De afmelding moet uitdrukkelijk door de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger gebeuren.

Na afmelding worden de containers en/of de toegangspas voor verder gebruik geblokkeerd.

 

Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd op de provisie, wordt de openstaande schuld ingekohierd.

 

De contantbelastingen voor een evenement, vermeld in artikel 9, worden geïnd via een aparte betalingsuitnodiging en worden aldus niet verrekend via een provisie. Deze betalingsuitnodiging wordt verzonden door IOK Afvalbeheer, in opdracht van de financieel directeur. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de openstaande schuld ingekohierd.

 

Artikel 13 Bezwaren

De vestiging en invordering van de belastingen en ook de behandeling van geschillen gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

 

Artikel 14 Kennisgeving

Een afschrift van dit reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan IOK Afvalbeheer en OVAM.”

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP DRIJFKRACHT: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 onthoudingen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 15 september 2025 een reglement goed voor de belasting op drijfkracht: aanslagjaar 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op drijfkracht: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

 

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73402000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op drijfkracht: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, heft de gemeente een jaarlijkse belasting op het gebruik van motoren, ongeacht het type energiebron.

 

De belasting bedraagt 36 euro per kilowatt (kW) geïnstalleerd vermogen van motoren die worden gebruikt voor de uitbating van:

        Land- en tuinbouwbedrijven

        Handels-, nijverheids- en recreatieondernemingen

        Andere ondernemingen, instellingen of verenigingen – ongeacht hun naam of rechtsvorm

 

De belasting geldt ongeacht de aandrijfbron van de motoren.

 

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de uitbater van de inrichting waar de motor(en) worden gebruikt.

Ook motoren in bijgebouwen vallen onder deze belasting als:

        Ze minstens drie maanden ononderbroken op het grondgebied van de gemeente actief zijn

        Ze worden gebruikt voor de uitbating van de hoofdvestiging

 

Als een bijgebouw in een andere gemeente ligt, wordt de belasting naar verhouding verminderd.

Motoren die gebruikt worden voor de verbinding met bijgebouwen of wegen, worden belast in de gemeente waar de hoofdvestiging is gevestigd.

 

Artikel 3

De belasting wordt berekend op basis van het totaal geïnstalleerd vermogen van alle motoren binnen dezelfde vestiging. Ook motoren die niet gelijktijdig werken, worden meegeteld.

        Bij één motor: het vermogen uit de plaatsingsvergunning geldt

        Bij meerdere motoren: de vermogens worden opgeteld volgens de vergunningen

 

Artikel 4

Volgende motoren, toestellen en situaties zijn vrijgesteld van de belasting

  1.    Motoren die het hele aanslagjaar buiten gebruik zijn gesteld (mits voorafgaande schriftelijke aangifte)

 

  1. Motoren die minstens één maand buiten gebruik zijn: pro rata vermindering mogelijk na melding

Het stilleggen voor een duur gelijk aan of langer dan een maand geeft aanleiding tot belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden gedurende dewelke de motoren stilgelegd worden.

Geen belastingvermindering kan verleend worden, tenzij op ter post aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven berichten, waarbij de datum van het stilleggen en de datum van het weder in gang stellen van de motor bekendgemaakt wordt aan het gemeentebestuur.

Voor de berekening van de belastingvermindering gaat de stillegging eerst in na ontvangst van het eerste bericht.

 

  1.    Verplaatsbare motoren van bouwondernemingen: vrijstelling op basis van werfboekjes (voorwaarde: aanvraag en goedkeuring door het schepencollege)

Deze vrijstelling kan volgens de hierna bepaalde regelen bekomen worden.

Deze ondernemingen zullen voor iedere aan de belasting onderworpen machine, een boekje moeten bijhouden, waarin de dagen worden vermeld gedurende dewelke de machine in gebruik is, en de werf waar zij is opgesteld. Aan het einde van het jaar, zal de ondernemer zijn aangifte invullen aan de hand van de in elk boekje voorkomende gegevens, met dien verstande dat er over de gegrondheid van de in de boekjes ingeschreven gegevens steeds fiscaal toezicht kan worden uitgeoefend.

Deze procedure is echter voorbehouden voor de bouwondernemingen die een geregelde boekhouding voeren, die een schriftelijke aanvraag tot het schepencollege richten en de toelating van het college bekomen.

 

  1.    Motoren met activiteitsvermindering door afspraken met RVA, wordt gelijkgesteld aan inactiviteit.

Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld, de activiteit die beperkt is tot één dag werk op vier weken, in de bedrijven die met de RVA een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van het personeel te voorkomen.

 

  1.    Motoren met activiteitsvermindering door gebrek aan werk te wijten aan economische oorzaken, wordt gelijkgesteld aan inactiviteit.

Met de inactiviteit voor een duur van één maand wordt eveneens gelijkgesteld de inactiviteit gedurende een periode van vier weken gevolgd door een activiteitsperiode van één week, als gebrek aan werk te wijten is aan economische oorzaken

 

  1.    Motoren van voertuigen die onderworpen zijn aan de verkeersbelasting of hiervan zijn vrijgesteld

 

  1.    Motoren die enkel een elektrische generator aandrijven

 

  1.    Reserve-, wissel- of noodgeneratoren die slechts occasioneel worden ingezet bij stroomuitval, stroomonderbreking of als noodvoorziening.

De reservemotor, dit wil zeggen waarvan de werking niet onmisbaar is voor de goede gang van zaken en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, voor zover zijn inwerkingstelling niet voor gevolg heeft dat de productie verhoogd wordt.

De wisselmotor, dit wil zeggen deze die uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een andere, welke het tijdelijk moet vervangen.

De reserve- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om terzelfdertijd te werken als deze die normaal gebruikt worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren.

 

  1.    Motoren die in gasstations gebruikt worden om compressoren aan te drijven, welke instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen. (=Persluchtmotoren)

 

  1. Motoren uitsluitend gebruikt voor waterbemaling, verwarming of verluchting

 

Artikel 5

Volgende belastingplichtigen vrijgesteld van de belasting:

  1. Vrijstelling van de onderhavige belasting wordt verleend aan de belastingplichtigen die:
    1. zich op het grondgebied van de gemeente daadwerkelijk hebben gevestigd, na:

        1 januari 2021 voor het aanslagjaar 2026;

        1 januari 2022 voor het aanslagjaar 2027;

        1 januari 2023 voor het aanslagjaar 2028;

        1 januari 2024 voor het aanslagjaar 2029;

        1 januari 2025 voor het aanslagjaar 2030;

        1 januari 2026 voor het aanslagjaar 2031;

  1. in de loop van het belastingjaar een bezoldigingsbedrag aan in België gedomicilieerde werknemers vereffend hebben, overeenstemmend met minstens 200 werkdagen of hiermee gelijkgestelde dagen;
  2. het nodige stavingsmateriaal tot het bekomen van de vrijstelling voorleggen.
  1. De vrijstelling wordt vijfmaal toegestaan.
  2. Van deze vrijstelling kan niet genoten worden door nieuwe belastingplichtigen ontstaan door wijziging, samenvoeging of splitsing juridisch of hoe dan ook van één of meer bestaande bedrijven in de gemeente.
  3. Bij uitbreiding van bestaande belastbare bedrijvigheden, die zich openbaren door vermeerdering van het personeelseffectief en het drijfkrachtvermogen, wordt eveneens vrijstelling van belasting verleend voor de wegens uitbreiding vermeerderde motorkracht, onder volgende voorwaarden:
    1. in de loop van het belastingjaar een belastbaar personeelseffectief of een belastbaar aantal werkdagen of hiermede gelijkgestelde dagen hebben gehad dat ten minste 5% hoger ligt dan dat van vorig belastingjaar.
    2. het nodige stavingsmateriaal tot het bekomen van onderhavige vrijstelling voorleggen. Van de vrijstelling op bedoelde belasting kan niet genoten worden wanneer de uitbreiding enkel het gevolg is van inbreng, fusie of opslorping van in de gemeente bestaande bedrijven.

 

Artikel 6

Levert een onlangs geplaatste motor niet dadelijk het normaal rendement op omdat ermede aan te drijven installaties onvolledig zijn, dan wordt de niet gebruikte kracht aanzien als reservekracht, in zoverre zij 20 % van de in het vergunningsbesluit opgegeven kracht overtreft.

In dat geval is de aangegeven kracht slechts geldig voor drie maanden, en moet de aangifte om het kwartaal vernieuwd worden zolang deze uitzonderingstoestand duurt. Onder onlangs geplaatste motoren wordt verstaan deze waarvan de ingebruikstelling dateert van het voorgaande of van het voorlaatste jaar.

 

Artikel 7

Wanneer de motoren uit oorzaak van een ongeval niet meer in staat zijn om meer dan 80% van de geleverde kracht te verbruiken, wordt de belasting verrekend op de verbruikte kracht, op voorwaarde dat de gedeeltelijke activiteit minstens drie maanden duurt, en dat de beschikbare kracht niet voor andere doeleinden gebruikt wordt.

De gedeeltelijke buiten gebruikstelling moet binnen de acht dagen bericht worden aan het gemeentebestuur bij aangetekend schrijven of schriftelijk tegen ontvangstbewijs.

 

Artikel 8

Elke belastingplichtige is verplicht jaarlijks, vóór 31 september van het aanslagjaar, spontaan en schriftelijk aangifte te doen van:

        het totaal vermogen in kW van de verschillende motoren per vestigingseenheid en/of inrichting.

 

De telling van de belastbare elementen wordt gedaan door de beambten van het gemeentebestuur.

 

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden uiterlijk 31 september van het aanslagjaar aangifte te doen van de belastbare elementen van dat aanslagjaar. Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier uiterlijk op 31 september van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen. Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

De belastingplichtige is er toe gehouden eventuele veranderingen of verplaatsingen van motoren in de loop van het jaar aan het gemeentebestuur bekend te maken

Nieuwe belastbare elementen die niet begrepen zijn in de aanvankelijke aangifte dienen aangegeven te worden uiterlijk 31 december van het aanslagjaar.

 

Artikel 9

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

Artikel 10

De overeenkomstig artikel 9 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

        10 % bij een eerste overtreding, met een maximum van 1.500 euro

        20 % bij een tweede overtreding

        50 % bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 11

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaren 2027 telkens, op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

 R = tarief vastgesteld in artikel 1

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 12

De overtredingen vermeld in artikel 9 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 13

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.”

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP DE FOOR-, HANDELS- EN BEROEPSINRICHTINGEN OP PRIVAAT TERREIN LANGSHEEN DE OPENBARE WEG: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 19 december 2022 een reglement goed voor de belasting op de foor-, handels- en beroepsinrichtingen op privaat terrein langsheen de openbare weg: aanslagjaren 2023-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de foor-, handels- en beroepsinrichtingen op privaat terrein langsheen de openbare weg: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73603000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op de foor-, handels- en beroepsinrichtingen op privaat terrein langsheen de openbare weg, 2026-2031 in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op het opstellen van foor-, handels- en beroepsinrichtingen op privaat terrein langsheen de openbare weg.

 

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de exploitant.

In geval van vestiging op andermans terrein, is de eigenaar van het terrein hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 3

Elke exploitatie moet door de belastingplichtige spontaan worden aangegeven en is onderhevig aan het verkrijgen van voorafgaandelijke goedkeuring (vergunning) door het gemeentebestuur.

 

De aangifte dient alle gegevens te bevatten noodzakelijk voor het berekenen van de belasting en het bekomen van een goedkeuring van de exploitatie.

 

De aangifte dient te gebeuren voorafgaandelijk aan de aanvang van de exploitatie.

 

Het niet ontvangen van enig aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht.

 

Artikel 4

De belasting bedraagt 0,60 euro per uitbatingsdag, per strekkende meter of begonnen strekkende meter, met een minimum van 4,20 euro per uitbatingsdag.

 

Artikel 5

De belasting is ondeelbaar en verschuldigd voor gans de vergunde periode, ongeacht het feit dat een belastingplichtige later dan de vergunde periode begint met zijn exploitatie, of deze vroeger beëindigt.

Elke vergunde dag zal gelijkgesteld worden met een effectieve uitbatingsdag.

 

Artikel 6

Voor niet vergunde exploitaties zullen de tarieven vermeld in artikel 4 worden verdubbeld.

 

Artikel 7

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

 

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

Artikel 8

De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

        10 % bij een eerste overtreding

        20 % bij een tweede overtreding

        50 % bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

 

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 9

De overtredingen vermeld in artikel 7 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 10

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast belastingbedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

Geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i , waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 4

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

Aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

 

Artikel 11

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP HET WEGHALEN EN VERWIJDEREN VAN HINDERLIJKE BEPLANTINGEN LANGS DE OPENBARE WEG: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Onze gemeentediensten stellen regelmatig vast dat door overhangende takken en begroeiingen op de rand van de openbare weg de veiligheid van de weggebruikers en de vlotte dienstverlening aan onze burgers in het gedrang komt.  De eigenaar(s) van de betrokken percelen organiseren geen onderhoudsbeurt op eigen initiatief. Het door tussenkomst van de gemeentelijke diensten laten verwijderen van hinderlijke beplantingen brengt voor de gemeente kosten met zich mee.

 

De gemeenteraad keurde in zitting van 20 december 2021 een reglement goed voor de Belasting op het weghalen en verwijderen van hinderlijke beplantingen langs de openbare weg: aanslagjaren 2022-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Belasting op het weghalen en verwijderen van hinderlijke beplantingen langs de openbare weg: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170§4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

De gemeenten hebben volgens artikel 135 paragraaf 2, 1°, van de nieuwe gemeentewet de taak, ten behoeve van de inwoners, om te zorgen voor de veiligheid op de openbare wegen.

Het gemeentelijk reglement voor Gemeentelijk Administratieve Sancties, goedgekeurd door de gemeenteraad van 20 december 2021, bepaalt in artikel 2.6  dat de eigenaars van private eigendommen gelegen langs de openbare weg ervoor moeten zorgen dat bomen, hagen, beplantingen geen gevaar mogen vormen voor de weggebruikers van de openbare weg.

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning voor de fiscale vorderingen: 2020-2025.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert dienst financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

Wanneer de veiligheid van de weggebruiker en het gebruik van de openbare weg belemmerd wordt, is de gemeente genoodzaakt de nodige maatregelen te nemen om deze situatie te remediëren. Indien de betrokken eigenaar(s) – na verwittiging per brief en na het opleggen van een GAS-maatregel – niet op eigen initiatief een onderhoudsbeurt organiseert, zal de gemeente de overhangende beplantingen en/of oeverbegroeiingen aan de rand van de openbare weg verwijderen. Het door tussenkomst van de gemeentelijke diensten laten verwijderen van hinderlijke beplantingen brengt voor de gemeente kosten met zich mee.

Het is dan ook billijk om de kosten van tussenkomsten voor het verwijderen van hinderlijke beplantingen aan te rekenen aan diegenen die ze veroorzaken.

Afhankelijk van het soort tussenkomst, zal een belasting per lopende meter of per boom, of een combinatie ervan,  worden aangerekend. Gezien de verschillende kostprijs van de ingezette middelen is een gedifferentieerd tarief per soort ingreep gerechtvaardigd. Omdat zelfs kleinere tussenkomsten kosten met zich meebrengen enerzijds, en om de eigenaars zelf aan te zetten om het nodige onderhoud uit te voeren anderzijds, is het gerechtvaardigd om per tussenkomst een minimumbelasting op te leggen.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

 

Actie

5/16/1 

Registratiesleutel

73190000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Belasting op het weghalen en verwijderen van hinderlijke beplantingen langs de openbare weg: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt er een

belasting geheven op het weghalen en verwijderen van hinderlijke beplantingen langs

de openbare weg zoals bepaald in artikel 2.6 van het GAS-reglement.

 

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de eigenaar(s) van het perceel indien zij binnen de termijn bepaald in artikel 2.6 van het GAS-reglement niet zijn overgegaan tot de nodige snoeiwerken. In geval van mede-eigendom is elke mede-eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

 

Artikel 3

De belasting wordt in de navolgende categorieën ingedeeld en als volgt vastgesteld:

 snoeien van houtkanten: 54,10 euro per lopende meter, elke begonnen deel van een lopende meter wordt aangerekend als een volledige lopende meter;

 overhangende takken van bomen: 216,60 euro per boom;

De belasting bedraagt evenwel minimum 541,40 euro.

 

Artikel 4

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast belastingbedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

Geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 3

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

Aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 5

De belasting zal worden ingevorderd door middel van een belastingkohier, opgemaakt en

uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 6

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.”

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP DE INNAME VAN HET OPENBAAR DOMEIN TEN BEHOEVE VAN BOUW- EN VERBOUWINGSWERKEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 18 december 2023 een reglement goed voor de belasting op de inname van het openbaar domein ten behoeve van bouw- en verbouwingswerken: aanslagjaren 2024-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de inname van het openbaar domein ten behoeve van bouw- en verbouwingswerken: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Werfketen, stellingen, werfafsluitingen, losplaatsen voor bouwmaterialen, parkeerplaatsen voor werfwagens en de transportmiddelen van het werfpersoneel, materiaalcontainers, kranen en restanten van bouwmaterialen blijven vaak onnodig lang aanwezig op het openbaar domein.

 

Het openbaar domein wordt gebruikt als een goedkope, extra stapelplaats en parkeerplaats voor het werfpersoneel. Deze inname van het openbaar domein veroorzaakt verkeershinder en vermindert de verkeersveiligheid.

 

Het is daarenboven van oudsher gebruikelijk dat innamen van openbaar domein worden belast. De gemeente zorgt namelijk voor de aanleg, het onderhoud en de terbeschikkingstelling van het openbaar domein en bijhorende infrastructuur. Bovendien vergen deze innamen van openbaar domein extra inspanningen van de gemeentediensten m.b.t. veiligheid, ordehandhaving en technische ondersteuning.

 

De dienst mobiliteit verwerkt jaarlijks een groot aantal aanvragen tot signalisatievergunningen en innames openbaar domein allerhande. Bovendien zijn veel aanvragen laattijdig en/of onvolledig en worden er vaak nog wijzigingen of extra verzoeken gedaan, wat de werking van de dienst ernstig beïnvloedt. Het is billijk om de daaraan verbonden kosten door te rekenen aan diegenen die ze veroorzaken. Tevens is er sinds enkele jaren de verplichting om alle grondwerken en innames openbaar domein in te geven in het GIPOD (Generiek Informatie Platform Openbaar Domein) met als voornaamste doel alle informatie m.b.t. innames van openbaar domein bij wegenwerken, evenementen en innames ten behoeve van particulieren samen te brengen zodat er een betere afstemming tussen de verschillende partijen komt en er ook meer in synergie kan worden gewerkt. Conflicten tussen verschillende werken en/of evenementen worden op deze manier vermeden. Ingave in GIPOD vereist evenwel bijkomende handelingen voor de dienst mobiliteit. Het gemeentebestuur wenst het proces rond de vergunningen voor inname openbaar domein en signalisatievergunningen beter te structureren en optimaliseren. Bedoeling is om een aantal zaken zoveel mogelijk te standaardiseren en automatiseren door gebruik te maken van een digitaal platform. Het digitaal platform zal stappen binnen het proces zoveel als mogelijk standaardiseren wat zowel de doorlooptijd voor de aanvragers als de werklast voor de betrokken diensten zal verminderen.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73610000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op de inname van het openbaar domein ten behoeve van bouw- en verbouwingswerken: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op de inname van het openbaar domein en op het afleveren van de hiervoor nodige vergunning voor het plaatsen van volgende voorwerpen:

        werfafsluitingen

        werfketen

        materiaalcontainers

        stellingen

        losplaatsen voor bouwmaterialen

        kranen, bouwmaterialen, machines

        alle andere zaken en goederen ten behoeve van het bouwen of verbouwen.

 

Voor de berekening van de belasting wordt de effectief ingenomen oppervlakte van het openbaar domein beschouwd. Elk gedeelte van een vierkante meter wordt als een volle vierkante meter beschouwd.

 

Artikel 2

De aanvrager is gehouden bij het gemeentebestuur aangifte te doen, ten laatste één maand voor de inname, van de oppervlakte van het openbaar domein. Hij voegt bij zijn melding een schets van de geplande inname. De belastingplichtige is gehouden het gemeentebestuur onmiddellijk in te lichten van iedere wijziging van de ingediende aangifte.

 

Artikel 3

Het bedrag van de belasting is als volgt samengesteld:

1) 13,30 euro voor het behandelen en afleveren, per vergunning

2) 0,40 euro per vierkante meter of begonnen deel van een vierkante meter per dag

3) voor innames van parkeerplaatsen in zones waar de regeling betalend parkeren geldt, zal bovendien een supplement worden aangerekend van:

- 20 euro per parkeerplaats per kalenderdag voor parkeerplaatsen gelegen in de blauwe zone;

- 30 euro per parkeerplaats per kalenderdag voor parkeerplaatsen gelegen in zone 1: Graaf De Broquevillestraat, Laar, Lakenmakersstraat, gedeelte Corbiestraat tussen Baron van Eetveldeplein en Boerenkrijgstraat, Boerenkrijgstraat, Statiestraat, Markt nr. 2 tot en met Markt nr. 20, Boomgaardstraat, Molenstraat;

- 20 euro per parkeerplaats per kalenderdag voor parkeerplaatsen gelegen in zone 2: Rondplein; de gemeentelijke parking van het Administratief Centrum 't Getouw, gelegen aan de Molenhoekstraat, parking Sint-Pieter, parking De Markt en parking Smallestraat;

 

Elk gedeelte van een parkeerplaats dat wordt ingenomen wordt als een volledige parkeerplaats beschouwd.

 

Artikel 4

De belasting is verschuldigd door diegene die het openbaar domein inneemt. De eigenaar van het onroerend goed waarvoor de inname gebeurt, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschuld.

 

Artikel 5

Er wordt vrijstelling van belasting verleend voor de ingenomen oppervlakten in volgende gevallen:

  1. Bij het bouwen of bij werken door of voor rekening van een gewest, provincie, gemeente, openbare instellingen of erkende instellingen van openbaar nut;
  2. Bij het bouwen van gemeenschapsvoorzieningen waarvoor een gemeentelijke toelage verleend wordt;
  3. Bij mobiele bouwplaatsen voor de aanleg van openbare nutsleidingen

 

Artikel 6

Vooraleer de vergunning kan afgeleverd worden dient het bedrag van de belasting betaald te worden via het door het gemeentebestuur aangeduide betaalplatform.

 

Artikel 7

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast belastingbedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i  , waarbij: 

 R = tarief vastgesteld in artikel 3

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag , waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

 

Artikel 8

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden aangifte te doen bij het College van Burgemeester en Schepenen, via het door het gemeentebestuur opgelegde platform.

 

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

 

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

Artikel 9

De overeenkomstig artikel 8 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

        10 % bij een eerste overtreding;

        20 % bij een tweede overtreding;

        50 % bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

 

Artikel 10

De overtredingen vermeld in artikel 8 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 11

De vestiging en invordering van de belasting en ook de behandeling van de geschillen gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP DE INNAME VAN GEMEENTELIJKE PARKEERPLAATSEN VOOR TERRASSEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 onthoudingen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 19 december 2022 het reglement 'Contantbelasting op de inname van gemeentelijke parkeerplaatsen voor terrassen: aanslagjaren 2023-2025' goed.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Belasting op de inname van gemeentelijke parkeerplaatsen voor terrassen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

De politieverordening op het plaatsen van terrassen, koopwaren en voorwerpen op het openbaar domein van 23 maart 2020.

 

Artikel 2.4, § 2 van GAS-reglement van 20 december 2021, dat stelt: ‘Terrassen en andere ingebruiknemingen van het openbaar domein mogen enkel opgesteld worden in overeenstemming met de politieverordening van 23 maart 2020 op het plaatsen van terrassen, koopwaren en voorwerpen op het openbaar domein en latere wijzigingen. De terrassen die in strijd met dit artikel of met de voorwaarden van de vergunning zijn geplaatst of uitgestald, moeten op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd worden. Als op dat verzoek niet ingegaan wordt, kan ambtshalve worden overgegaan tot de verwijdering ervan, op kosten en risico van de overtreder’

 

In overeenstemming met het gebruiksreglement op de inname van het openbaar domein door terrassen buiten de reguliere terraslijn, goedgekeurd door de gemeenteraad van 20 december 2021.

 

Inspraak en advies

De aanpassing van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Exploitanten van horecazaken kunnen mits naleving van zeer strikte voorwaarden, uitzonderlijk toestemming verkrijgen voor de inname van een gemeentelijke parkeerplaats voor het plaatsen van een terras buiten de reguliere terraslijn. Sommige van deze innames gebeuren op de gemeentelijke parkeerplaatsen. Door deze innames verliest de gemeente de parkeerinkomsten voor de ingenomen parkeerplaatsen. Bovendien is het van oudsher gebruikelijk dat voor de inname van het openbaar domein voor privé doeleinden een vergoeding dient te worden betaald. Ook voor de innames van het openbaar domein voor uitstallen en terrassen buiten parkeerplaatsen wordt een vergoeding gevraagd en is er een afzonderlijk belastingreglement van toepassing. Het aanrekenen van een belasting op de inname van gemeentelijke parkeerplaatsen voor het plaatsen van een terras is dan ook billijk. Aangezien de tarieven van het parkeren afhankelijk zijn van de parkeerzone en het inkomstenverlies van de gemeente door de inname van een parkeerplaats als terras verschilt van zone tot zone, is het billijk in het huidig reglement ook een tariefonderscheid te maken op basis van de parkeerzones. In de tarieven wordt eveneens rekening gehouden met het feit dat er weekdagen zijn waarvoor geen parkeervergoeding wordt aangerekend.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73610000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel:

De gemeenteraad besluit het reglement ‘Belasting op de inname van gemeentelijke parkeerplaatsen voor terrassen: aanslagjaren 2026-2031‘ in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op de inname van gemeentelijke parkeerplaatsen voor het plaatsen van terrassen.

 

Artikel 2

Afhankelijk van de parkeerzone waar de parkeerplaats zich bevindt, zijn volgende tarieven van toepassing:

 

- 180,70 euro per parkeerplaats per maand voor parkeerplaatsen gelegen in de blauwe zone;

 

- 240,90 euro per parkeerplaats per maand voor parkeerplaatsen gelegen in zone 1

(Graaf De Broquevillestraat, Laar, Lakenmakersstraat, Santo Tomasplein, gedeelte Corbiestraat tussen Rondplein en Baron van Eetveldeplein, Boerenkrijgstraat, Statiestraat, Markt nr. 2 tot en met Markt nr. 20, Boomgaardstraat en verbindingsweg tussen Statiestraat en Corbiestraat, Molenstraat);

 

Een gedeeltelijk ingenomen parkeerplaats zal als een volledige parkeerplaats worden beschouwd.

 

De belasting is verschuldigd voor de volledige door het gemeentebestuur goedgekeurde periode van inname.

 

Noch het laattijdig opstellen van de inname, noch het vroegtijdig verwijderen ervan, zal aanleiding geven tot belastingvermindering of terugbetaling.

 

Innames die geplaatst worden zonder goedkeuring van het gemeentebestuur zullen gesanctioneerd worden conform de bepalingen van artikel 2.4, § 2 van het gemeentelijk GAS-reglement van 20 december 2021.

 

Artikel 3

De belasting is verschuldigd door diegene die de aanvraag voor het bekomen van goedkeuring voor het plaatsen van een terras op (een) gemeentelijke parkeerplaats(en) doet.

 

Artikel 4

Op het ogenblik dat de aanvraag voor het bekomen van goedkeuring voor het plaatsen van een terras op (een) gemeentelijke parkeerplaats(en) wordt gedaan, dient de belastingplichtige een bedrag gelijk aan de vermoedelijke belasting in bewaring te geven aan de financieel directeur. Het in bewaring gegeven bedrag zal van ambtswege als een verworven contantbelasting worden geboekt en t.o.v. de belastingplichtige met een kwitantie worden bevestigd op het ogenblik dat het gemeentebestuur de aanvraag goedkeurt. Bij afwijzing, of slechts gedeeltelijk goedkeuring, van de aanvraag, zal het (teveel) aangerekende bedrag worden terugbetaald.

 

Artikel 5

Bij gebrek aan contantbetaling wordt de belasting ingekohierd.

 

Artikel 6

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast belastingbedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 2

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 7

De vestiging en invordering van de belasting en ook de behandeling van de geschillen gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP LEEGSTAND VAN GEBOUWEN EN WONINGEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 19 december 2022 het belastingreglement 'belasting op de leegstand van gebouwen en woningen: aanslagjaren 2023-2025' goed.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het 'belastingreglement op de leegstand van gebouwen en woningen - aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

In onze gemeente blijven veel woningen en gebouwen voor langere tijd leegstaan niettegenstaande het feit dat er een duidelijke vraag is naar betaalbare kwaliteitsvolle woningen en handelspanden.

 

Het is echter wenselijk dat woningen en gebouwen in de gemeente optimaal benut worden.

De gemeente wenst daarom de langdurige leegstand van woningen en gebouwen te bestrijden.

 

De gemeente kan echter een leegstandsheffing innen op grond van de gemeentelijke fiscale autonomie.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

In overeenstemming met de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

In overeenstemming met het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

In overeenstemming met het gemeentelijk leegstandsreglement goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 december 2025.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente verantwoordt het heffen van een belasting op de leegstand van gebouwen en woningen.

 

De gemeente streeft ernaar leegstand van woningen en gebouwen te ontraden. Het voeren van een eigen beleid is dan ook aangewezen. Door diverse gemeentelijke belastingen enerzijds en premies en subsidies anderzijds kan de gemeente mee helpen sturen om deze woningen en gebouwen terug beschikbaar te maken.

 

De belasting op de leegstand van gebouwen en woningen is in eerste instantie beleidsondersteunend. Indien de houders van het zakelijk recht inspanningen leveren om de ongewenste toestand te beëindigen wordt voor nieuwe eigenaars, en eigenaars die renoveren onder bepaalde voorwaarden een vrijstelling voorzien. Daarnaast worden om billijkheidsredenen of om sociale redenen een aantal andere vrijstellingen voorzien.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

2/2/2

Registratiesleutel

73740000/002000 (leegstand gebouwen handelscentrum)

 

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73740000/002000 (leegstand woningen)

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het 'Belastingreglement leegstand van gebouwen en woningen aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

§ 1. Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

§ 2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

 

§ 3. Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de opnamedatum.

 

§ 4. Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 Eengezinswoning: elk bebouwd onroerend goed dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van één gezin of één alleenstaande, waarin zich geen andere woningen bevinden;

 

 Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven;

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

 

 Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

 

 Kamer:  een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;

 

 Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding , of uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

In afwijking hiervan wordt een nieuw gebouw als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;

 

  Leegstaande woning: een woning die gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding, of omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

In afwijking hiervan wordt een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien de woning binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;

 

 Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art 2.9 Vlaamse Codex wonen;

 

 Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

 

 Houder van het zakelijk recht: de persoon of personen met een recht van volle eigendom, het recht van opstal of van erfpacht, of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.

 

10°  Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen

 

11° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum.

 

Artikel 3

§1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de leegstandsheffing houder van het zakelijk recht is van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning.

 

§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht, vermeld in §1, op de verjaardag van de opnamedatum, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.

 

§3. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

 

§4. In het geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger, voorafgaand aan de overdracht, in kennis stellen dat de woning of het gebouw is opgenomen in het leegstandsregister.

 

Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

        naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

        datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

        nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

 

De overdrager van het zakelijk recht kan de instrumenterende ambtenaar vragen om dit in zijn plaats te doen.

 

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 4

De belasting bedraagt:

1) 2.350 euro voor een leegstaand gebouw

2) Voor leegstaande woningen:

a) 1.960 euro voor een ééngezinswoning

b) 157 euro voor een individuele kamer

c) 627 euro voor overige woongelegenheden

 

Indien het gebouw of de woning een 2de opeenvolgende termijn van 12 maanden in het leegstandsregister staat wordt de belasting vermenigvuldigd met 1,5.

 

Indien het gebouw of de woning een 3de opeenvolgende termijn van 12 maanden in het leegstandsregister staat wordt de belasting vermenigvuldigd met 2.

 

Indien het gebouw of de woning een 4de opeenvolgende termijn van 12 maanden in het leegstandsregister staat wordt de belasting vermenigvuldigd met 3,5.

 

Indien het gebouw of de woning een 5de of volgende opeenvolgende termijn van 12 maanden in het leegstandsregister staat wordt de belasting vermenigvuldigd met 5.

 

Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

Artikel 5

§ 1. Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:

 

  1. de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 1 jaar volgend op de opname;

 

  1. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 1 jaar volgend op de gerechtelijke beslissing;

 

  1. de belastingplichtige die maximaal 1 jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning.

 

§ 2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:

 

  1. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

 

  1. geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;

 

  1. krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiedossier is ingediend met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende de termijn van behandeling;

 

  1. krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument en waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven;

 

  1. deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiedossier is ingediend met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende de termijn van behandeling;

 

  1. deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap en waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven;

 

  1. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts gedurende een periode van maximaal 2 jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging verleend kan worden;

 

  1. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts gedurende een periode van maximaal 2 jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik verleend kan worden;

 

  1. gerenoveerd wordt op basis van werken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is of op basis van werken waarvoor geen omgevingsvergunning vereist is:

 

1) voor vergunningsplichtige handelingen: blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor stabiliteitswerken, renovatiewerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat jaarlijks vooruitgang dient te worden geboekt. Deze vrijstelling kan maximaal voor 3 opeenvolgende aanslagjaren volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen, toegekend worden. Voor de eerste aanslag wordt de vrijstelling op basis van de vergunning toegekend. Voor de tweede en derde aanslag wordt de vrijstelling toegekend indien de belastingplichtige aantoont dat er op de datum van de verjaardag van de opnamedatum vooruitgang is geboekt t.o.v. het voorgaande jaar (o.b.v. foto’s, aankoopfacturen, overige documenten…).

 

2) voor niet-vergunningsplichtige handelingen: blijkens een renovatiedossier dat de belastingplichtige zelf samenstelt met foto’s, aankoopfacturen en documenten waaruit voldoende blijkt dat het gebouw of de woning in staat van renovatie is, met dien verstande dat jaarlijks vooruitgang dient te worden geboekt. Deze vrijstelling kan maximaal voor 3 opeenvolgende aanslagjaren toegekend worden. Voor de eerste aanslag wordt de vrijstelling op basis van het renovatiedossier toegekend. Voor de tweede en derde aanslag wordt de vrijstelling toegekend indien de belastingplichtige aantoont dat op datum van de verjaardag van de opnamedatum vooruitgang is geboekt t.o.v. het voorgaande jaar (o.b.v. foto’s, aankoopfacturen, overige documenten…).

 

Voorafgaand aan de toekenning van bovenstaande vrijstellingen voor renovatie met of zonder omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen kan de gemeente een plaatsbezoek uitvoeren. Indien een plaatbezoek tot vaststelling van de vooruitgang van de werken wordt geweigerd of indien aan de administratie geen toegang wordt verleend tot het gebouw en/of de woning, dan kan de toekenning van de vrijstelling worden geweigerd.

 

Bovenstaande vrijstellingen voor renovatie met of zonder omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen kunnen gecombineerd worden, met dien verstande dat deze vrijstellingen, indien gecombineerd, ook maar maximaal voor 3 opeenvolgende aanslagjaren toegekend kunnen worden.

Bij overdracht van het zakelijk recht heeft de nieuwe belastingplichtige ook recht op een vrijstelling voor renovatie met of zonder omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen, met dien verstande dat deze vrijstellingen, indien gecombineerd, ook maar maximaal voor 3 opeenvolgende aanslagjaren toegekend kunnen worden.

 

  1. het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30., §2 Vlaamse Codex Wonen.

 

  1. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig boek 5, deel 7 Vlaamse Codex Wonen.

 

§ 3. Overige vrijstellingen:

De houder van het zakelijk recht bedoeld in art. 2, wordt vrijgesteld van belasting indien die houder:

        een erkende sociale huisvestingsmaatschappij is.

        een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap is.

        de gemeente, het OCMW of een intergemeentelijke vereniging is.

Deze vrijstelling geldt voor een periode van maximaal 3 jaar vanaf de datum van de administratieve akte.

 

§ 4. Het verkrijgen van een vrijstelling voor één of meerdere aanslagjaren, doet geen afbreuk aan het gegeven dat de berekening van de leegstandsheffing, in het bijzonder de tariefverhoging, zoals bepaald in artikel 4, doorloopt.

 

Artikel 6

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i  , waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 4

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag , waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 7

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8

De vestiging en invordering van de belasting en ook de behandeling van de geschillen gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP MASTEN EN PYLONEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 25 november 2024 het belastingreglement goed met betrekking tot de belasting op masten en pylonen: aanslagjaren 2022-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Belasting op masten en pylonen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

In overeenstemming met de onderrichtingen en aanbevelingen inzake de belasting op masten en pylonen in de omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit KB/ABB 2019/2. 

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Het gemeentebestuur van Mol neemt diverse initiatieven en doet investeringen om Mol aantrekkelijk te maken voor haar bewoners en bezoekers. De aanwezigheid van masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente wordt als landschapsverstorend beschouwd, en heeft als dusdanig een negatieve impact op de aantrekkelijkheid van de gemeente. Het invoeren van een belasting op masten en pylonen is dan ook gerechtvaardigd.

 

De omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit (KB/ABB 2019/2) stelt dat het aangewezen is om belastingvermindering of vrijstelling te verlenen voor constructies voor het produceren van groene stroom. Dit om de productie van groene stroom aan te moedigen. De productie van groene stroom is een objectief en redelijk criterium dat het landschapsverstorend element compenseert.  

 

Volgens voormelde omzendbrief is het eveneens aangewezen om constructies voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten van de belasting vrij te stellen. Het feit dat deze constructies gebruikt worden voor primaire overheidstaken is een objectief en redelijk  criterium om de belastingvrijstelling te verantwoorden.  

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73609000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Belasting op masten en pylonen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op allerhande masten en pylonen geplaatst in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg.

 

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

Mast: een vaststaande verticale structuur die geplaatst wordt op een dak of een andere bestaande constructie met een minimale hoogte van 20 meter gerekend vanaf het dak.

 

Pyloon: een individuele vaststaande verticale constructie of steuntoren die opgericht wordt op niveau van het maaiveld en die een minimale hoogte heeft van 20 meter boven het maaiveld.

 

Artikel 3

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of de pyloon op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 4

De belasting wordt vastgesteld op 3.250 euro per mast of pyloon.

 

Artikel 5

De belasting is ondeelbaar en voor gans het jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het aanslagjaar wordt weggenomen.

 

Artikel 6

De belasting is niet verschuldigd voor:

 

  1. Constructies voor het produceren van windenergie of andere vormen van groene stroom;
  2. Constructies voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten.
  3. Constructies voor louter recreatieve of niet-commerciële doeleinden

 

Artikel 7

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en  uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen

 

Artikel 8

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden uiterlijk 31 maart van het aanslagjaar aangifte te doen van de belastbare elementen, volgens de toestand op 1 januari van het aanslagjaar. Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen. Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

 

Artikel 9

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, de wijze van bepaling van deze elementen, het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

Artikel 10

De overeenkomstig artikel 9 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

- 10 % bij een eerste overtreding

- 20 % bij een tweede overtreding;

- 50 % bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

 

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 11

De overtredingen vermeldt in artikel 9 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 12

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van één euro. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast belastingbedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 4

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 0,01 tot en met 0,49 euro worden afgerond naar het lagere veelvoud van één euro;

- bedragen die eindigen op 0,50 tot en met 0,99 euro worden afgerond naar het hogere veelvoud van één euro.

 

Artikel 13

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP NACHTWINKELS: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 onthoudingen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 25 november 2024 het reglement goed met betrekking tot de belasting op nachtwinkels: aanslagjaar 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Belasting op nachtwinkels: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

De wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.

Het reglement op nachtwinkels goedgekeurd door de gemeenteraad van 22 april 2013.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Nachtwinkels in het bijzonder verstoren de openbare orde, tasten de netheid aan en belasten de ordehandhavers en de gemeentelijke openbare diensten extra. Het is gewettigd om deze zaken financieel te laten bijdragen ten gunste van het gemeentebestuur. Nachtwinkels schaden de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van het winkelapparaat en deze neerwaartse spiraal moet geremd worden door gerichte acties om een ommekeer teweeg te brengen op het vlak van verscheidenheid en kwaliteit van handelszaken.

Enerzijds zullen de ontvangsten die hieruit voortvloeien bijdragen in de kosten voor het bestrijden van de overlast en toelaten een doordacht lokaal economisch beleid te voeren in de handelskernen en anderzijds zal de invoering van een belasting op nachtwinkels dit soort van uitbating ontmoedigen.

 

De eigenaars van de panden moeten zich bewust zijn van het feit dat zij een grote medeverantwoordelijkheid dragen bij verhuur van hun onroerend goed voor activiteiten die de openbare orde verstoren, de netheid en het imago van het winkelapparaat schaden. Daarom worden zij solidair en ondeelbaar gehouden tot betaling van de belasting.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73408000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op nachtwinkels: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels gelegen op het grondgebied van Mol.

 

Artikel 2

Voor de toepassing van het reglement moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 18.00 uur en 7.00 uur open is, zoals bedoeld in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit die wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.

 

Artikel 3

De aanslagvoet van de openingsbelasting wordt vastgesteld op 10.567 euro en is verschuldigd bij elke

opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel. De openingsbelasting is een éénmalige belasting en verschuldigd bij elke opening van een nachtwinkel zoals gedefinieerd in artikel 2 van het huidig reglement. Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.

De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting wordt vastgesteld op 2.642 euro per nachtwinkel.

De openingsbelasting en jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar en verschuldigd voor het ganse jaar ongeacht de stopzetting van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar van de inkohiering.

De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het aanslagjaar van de inkohiering van de openingsbelasting.

Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan voor welke reden dan ook.

 

Artikel 4

De belasting is solidair en ondeelbaar verschuldigd door de eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan en de eigenaar van het pand waar de economische activiteit wordt gehouden.

 

Artikel 5

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

R = tarief vastgesteld in artikel 3

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

- bedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele eurobedrag. Bedragen van 0,50 euro of meer worden naar boven afgerond, bedragen van minder dan 0,50 euro worden naar beneden afgerond.

 

Artikel 6

Deze belasting zal worden ingevorderd door middel van een belastingkohier, opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7

In geval van tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de zaak omwille van een sanctie opgelegd door daartoe bevoegde overheden, kunnen de belastingplichtigen op geen enkele schadeloosstelling aanspraak maken.

 

Artikel 8

Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.

 

Artikel 9

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP  DE AANVOER VAN VLOEIBAAR RADIOACTIEF AFVAL, OP OPSLAGGEBOUWEN VAN RADIOACTIEF AFVAL, OP BUITENGEBRUIK GESTELDE GEBOUWEN IN AFWACHTING VAN HUN ONTMANTELING ALSOOK OP GEBOUWEN DIE HET VOORWERP UITMAKEN VAN EEN VERGUNNING TOT ONTMANTELING, OP TE SANEREN TERREINEN: AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 28 april 2025 een reglement goed inzake de belasting op de aanvoer van radioactief afval, op de opslag van te saneren radioactief afval, evenals op de gebouwen die het voorwerp uitmaken van een vergunning tot ontmanteling: aanslagjaar 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de aanvoer van vloeibaar radioactief afval, op opslaggebouwen van radioactief afval, op buitengebruik gestelde gebouwen in afwachting van hun ontmanteling alsook op gebouwen die het voorwerp uitmaken van een vergunning tot ontmanteling, op te saneren terreinen: aanslagjaar: 2026' in te voeren.

 

De aanvoer en opslag van radioactief afval op het gemeentelijk grondgebied heeft een negatieve invloed op de verdere ontplooiing van de gemeente en vraagt bovendien bijzondere waakzaamheid vanwege de gemeentelijke overheid voor vrijwaring van de openbare gezondheid en veiligheid.

 

Op het grondgebied van de gemeente zijn daarnaast ook nucleaire inrichtingen aanwezig waarvan de activiteiten geheel of gedeeltelijk werden stopgezet en waarvan de gebouwen ontmanteld dienen te worden of de gronden gesaneerd te worden.

 

Juridische gronden

Artikel 170§4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

De aanvoer en opslag van radioactief afval op het gemeentelijk grondgebied heeft een negatieve invloed op de verdere ontplooiing van de gemeente en vraagt bovendien bijzondere waakzaamheid vanwege de gemeentelijke overheid voor vrijwaring van de openbare gezondheid en veiligheid.

 

Op het grondgebied van de gemeente zijn daarnaast ook nucleaire inrichtingen aanwezig waarvan de activiteiten geheel of gedeeltelijk werden stopgezet en waarvan de gebouwen ontmanteld dienen te worden of de gronden gesaneerd te worden.

 

In het kader van een rechtmatige verdeling van de belastingdruk is het aangewezen de activiteiten met betrekking tot radioactieve  stoffen op het grondgebied van de gemeente te belasten.

 

Op deze wijze is er een gelijkwaardigheid met andere nijverheidsbelastingen die gelden op het grondgebied van gemeente.

 

De belasting is tevens een stimulans om de aanwezigheid van radioactieve stoffen op het grondgebied van de gemeente tot het economisch hoogst noodzakelijke aan te passen  en tot ontmanteling van de bestaande gebouwen en de sanering van terreinen over te gaan die mogelijk besmet zijn met radioactieve stoffen.

 

De gemeenteraad stelt daarom een reglement vast in verband met de belasting voor aanslagjaar 2025 op:

-    de aanvoer van vloeibaar radioactief afval;

-  de bedrijfsruimtes voor de opslag van vast laag- of middelactief langlevend radioactief afval;

-   de bedrijfsruimtes die in afwachting van hun ontmanteling buiten gebruik  zijn gesteld;

-  de bedrijfsruimtes die het voorwerp uitmaken van een vergunning tot ontmanteling;

-  de te saneren bodem, van bedrijfsterreinen, die radioactief besmet is

 

Voor de aanvoer van vloeibaar afval werd de belasting vastgesteld op basis van een eenheidsprijs per kubieke meter.

 

Vermits er een rechtstreeks verband bestaat tussen enerzijds het bouwvolume en de oppervlakte van de terreinen en anderzijds het niveau van de aanwezigheid van radioactieve stoffen werd voor bedrijfsruimtes en bedrijfsterreinen de belasting  vastgesteld op basis van een eenheidsprijs per kubieke dan wel vierkante meter.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73401000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op de aanvoer van vloeibaar radioactief afval, op opslaggebouwen van radioactief afval, op buitengebruik gestelde gebouwen in afwachting van hun ontmanteling alsook op gebouwen die het voorwerp uitmaken van een vergunning tot ontmanteling, op te saneren terreinen: aanslagjaar 2026' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Voor de toepassing van deze belasting wordt verstaan onder:

 

(a) Aanvoer vloeibaar radioactief afval: het aanbieden of achterlaten van vloeibaar radioactief afval ongeacht het doel, de vorm en het volume van dergelijke aanvoer;

(b) Bedrijfsruimtes voor de opslag van vast radioactief afval: de bedrijfsgebouwen of delen van bedrijfsgebouwen die specifiek bestemd zijn om vast laag- of middelactief langlevend radioactief afval op te slaan;

(c) De buiten gebruik gestelde bedrijfsruimte: de al dan niet leegstaande bedrijfsruimte waarin geen economische activiteit meer plaatsvindt in afwachting van de ontmanteling;

(d) De bedrijfsruimtes die het voorwerp uitmaken van een vergunning tot ontmanteling: bedrijfsgebouwen waarvoor de bevoegde overheid een vergunning tot ontmanteling heeft afgeleverd waarbij deze bedrijfsruimtes nog steeds tot een ingedeelde inrichting behoren in de zin van het KB van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen

(e) Te saneren bedrijfsterreinen: de bodem van de bedrijfsterreinen waarvan de belastingschuldige aangeeft dat er een mogelijke radioactieve bodembesmetting aanwezig is.

(f) Ontmanteling: het volledig radioactief ontsmetten van de bedrijfsruimte tot op het niveau dat die onroerende goederen en gebouwen voor andere economische activiteiten kunnen ingenomen worden, dan wel conventioneel kunnen gesloopt worden

 

Artikel 2: Grondslag

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt onder de voorwaarden zoals infra gesteld een jaarlijkse belasting gevestigd op de aanvoer van vloeibaar radioactief afval, de bedrijfsruimtes en terreinen zoals in artikel 1 (a tot en met e) omschreven en gelegen op het grondgebied van de gemeente.

 

Artikel 3: Belastingschuldige

De belasting zoals omschreven in artikel 2 is verschuldigd door respectievelijk:

 

- de natuurlijke of rechtspersoon die op het grondgebied van de gemeente vloeibaar radioactief afval laat aanvoeren zoals omschreven in art. 1 (a)

- de natuurlijke of rechtspersoon die op het grondgebied van de gemeente vast laag- of middelactief langlevend radioactief afval opslaat in de gebouwen zoals omschreven in art. 1 (b),

- de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of de verantwoordelijkheid heeft over de buiten gebruik gestelde bedrijfsruimtes zoals omschreven in art. 1 (c),

- de natuurlijke of rechtspersoon die titularis is van een daartoe bevoegde overheid afgeleverde vergunning tot ontmanteling van de bedrijfsruimtes zoals omschreven in art. 1 (d)

- de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of de verantwoordelijkheid heeft over de terreinen zoals omschreven in art. 1 (e)

 

Artikel 4: Tarief

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt:

 

1) Voor de aanvoer van vloeibaar radioactief afval zoals omschreven in art. 1(a): bedrag in euro/m³ vermenigvuldigd met het totaal volume aan aangevoerd vloeibaar radioactief afval (uitgedrukt in m3) op grond van de toestand tijdens het onmiddellijk aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar.

-zeer laag actieve effluenten via pijpleiding: 3,65 euro/m³

-laag actieve effluenten via pijpleiding: 303,85 euro/m³

 

2) Voor de bedrijfsruimtes zoals omschreven in art. 1(b): 18,23 euro/m³ vermenigvuldigd met het uitwendig gemeten volume van het bedrijfsgebouw of gedeelte ervan in m³ dat daadwerkelijk dienstig is of kan zijn voor de opslag van vast laag- of middelactief langlevend radioactief afval. De belasting wordt berekend op grond van de toestand aan het begin van het aanslagjaar;

 

3) Voor de buiten gebruik gestelde bedrijfsruimtes zoals omschreven in art. 1(c): 9,72 euro/m³ vermenigvuldigd met het totaal boven- en ondergronds uitwendig gemeten volume van de bedrijfsruimte in m³. De belasting wordt berekend op grond van de toestand aan het begin van het aanslagjaar;

 

4) Voor de bedrijfsruimtes die het voorwerp uitmaken van een vergunning tot ontmanteling zoals omschreven in art. 1(d): 9,72 euro/m³ vermenigvuldigd met het totale boven- en ondergrondse uitwendig gemeten volume in m³. De belasting wordt berekend op grond van de toestand aan het begin van het aanslagjaar;

 

5) Voor de te saneren bedrijfsterreinen zoals omschreven in art. 1(e): 2,43 euro/m² vermenigvuldigd met de totale oppervlakte van het bedrijfsterrein in m² waarvan de belastingschuldige aangeeft dat er mogelijk een radioactieve bodembesmetting aanwezig is. De belasting wordt berekend op grond van de toestand aan het begin van het aanslagjaar.

 

Artikel 5

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden uiterlijk 31 januari van het aanslagjaar aangifte te doen van de belastbare elementen. Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen. Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

Nieuwe belastbare elementen die niet begrepen zijn in de aanvankelijke aangifte dienen aangegeven te worden uiterlijk 31 december van het aanslagjaar.

 

Artikel 6

Bij gebreke te voldoen aan de bepalingen van artikel 5 van dit besluit is artikel 7 §2 van het decreet van 30 mei 2008 van toepassing.

 

Dienvolgens zal de ambtshalve ingekohierde belasting worden verhoogd met:

- 10% bij een eerste overtreding;

- 20% bij een tweede overtreding;

- 50% bij een derde en de daaropvolgende overtredingen;

 

De goede trouw van de belastingplichtige wordt hersteld door het tijdig indienen van een aangifte gedurende een periode van twee aanslagjaren zodat het percentage van de eerste overtreding opnieuw van toepassing wordt.

 

Artikel 7

De overtredingen vermeld in artikel 5 worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de geschillen ter zake zijn onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP HET BEHANDELEN EN DIGITALISEREN VAN OMGEVINGSVERGUNNINGSAANVRAGEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 1 onthouding: Cindy Dexters (ProMol)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Sinds 1 januari 2018 is in de gemeente Mol het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (hierna het omgevingsvergunningsdecreet genoemd) en haar uitvoeringsbesluit(en) in werking getreden. De omgevingsvergunning vervangt vanaf die datum de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning.

 

Vanaf 1 augustus 2018 werd de vroegere 'natuurvergunning' geïntegreerd in het omgevingsloket onder de naam 'omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen' alsook de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten, voorheen de socio-economische vergunning (wet van 13 augustus 2004, gewijzigd door de wet van 22 december2009).

 

Inhoudelijk kunnen omgevingsvergunningsaanvragen meerdere soorten aspecten bevatten: omgevingsvergunningsaanvragen voor stedenbouwkundige handelingen, verkavelingen van gronden, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten, kleinhandelsactiviteiten, vegetatiewijzigingen en tot slot ook omgevingsvergunningsaanvragen voor gemengde projecten (combinatie van bovenstaande aspecten).

 

De gemeentelijke dienst Ruimtelijke Ordening levert, samen met de dienst Milieu en dienst Ondernemen, administratieve prestaties in het kader van de behandeling van aanvragen tot het bekomen van o.a. omgevingsvergunningen, aktenames van meldingen en vergunningen aangaande overige aanvragen zoals o.a. stedenbouwkundige attesten en opnames in het vergunningenregister. Daarnaast verlenen de diensten Ruimtelijke Ordening en Milieu adviezen o.a. in het kader van klasse 1 inrichtingen, van provinciale projecten en van Vlaamse projecten.

 

Sinds de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning zijn een aantal type dossiers verplicht digitaal in te dienen door de aanvrager. Aanvragen die niet door artikel 14/1 van het omgevingsvergunningsdecreet worden omvat, kunnen nog analoog ingediend worden. Het betreft o.a. projecten die zijn vrijgesteld van de medewerking van een architect, de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse, het bijstellen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, als deze bijstelling enkel een wijziging van de stedenbouwkundige voorschriften inhoudt.

 

De gemeente Mol verwerkt jaarlijks een aantal analoog ingediende dossiers. De gemeente is zelf evenwel verplicht om de procedure voor aanvragen van omgevingsvergunning digitaal te voeren. Dit betekent dat de gemeente Mol de analoog ingediende aanvragen zelf moet digitaliseren en ingeven op het omgevingsloket. Gelet op de werklast dat dit met zich meebrengt voor de gemeentelijke diensten wordt er voor het digitaliseren van analoog ingediende aanvragen een tarief aangerekend.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ingezonderd de eraan gekoppelde uitvoeringsbesluiten.

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar uitvoeringsbesluiten.

 

Titel 5 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II)

 

Het K.B. van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen.

 

Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (het zogenaamde Natuurdecreet)

 

Uitvoeringsbesluit van de Vlaamse Regering 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (het zogenaamde Vegetatiebesluit)

 

Het Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid van 15 juli 2016. De procedure die moet gevolgd worden is bepaald in het Decreet betreffende de omgevingsvergunningen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

De administratieve last en complexiteit van het behandelen van meldingen en aanvragen in het kader van de omgevingsvergunning en de daarmee vergelijkbare procedure inzake springstoffen vergt een aanzienlijke inzet van de gemeentelijke middelen. Het is billijk om deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en vergunningsprocedures worden doorlopen.

 

Er wordt een opstartkost geheven per aanvraagdossier dat volledig en ontvankelijk is en bijgevolg behandeld moet worden. Bijkomend zal een kost worden aangerekend per openbaar onderzoek dat wordt georganiseerd, aangevuld met de kosten voor de verstuurde briefwisselingen.

 

Omdat de verschillende stedenbouwkundige realisaties een impact hebben op het openbaar domein en de omgeving door vb. bijkomende parkeerdruk, bijkomende slijtage, onderhoud en herstellingen van wegen en verharde bermen, enz., en bijgevolg voor de gemeente bijkomende kosten met zich meebrengen, is het wenselijk om hiervoor een bijdrage te vragen. Het is dan ook billijk dat elke stedenbouwkundige realisatie, ongeacht wie de vergunningverlenende overheid is, belast wordt.

 

Het reglement voorziet in supplementen welke worden aangerekend in geval een omgevingsvergunning wordt verleend. Deze supplementen staan in verhouding tot de impact van het project op zijn omgeving en de bijkomende taken die de gemeente t.g.v. deze realisatie zal moeten opnemen.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/12/1

Registratiesleutel

73160000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op het behandelen en digitaliseren van omgevingsvergunningsaanvragen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een gemeentebelasting geheven op de aanvragen tot omgevingsvergunning voor of de melding van o.a.  stedenbouwkundige handelingen en het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA), kleinhandelsactiviteiten en het wijzigen van vegetatie in toepassing van het omgevingsvergunningsdecreet, de aanvragen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, het afleveren van stedenbouwkundige attesten en adviseren  -en administratief afhandelen van bij hogere instanties ingestelde beroepsprocedures.

 

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die de aanvraag heeft ingediend, of zijn rechtsopvolgers. Werd de aanvraag door twee of meer belanghebbenden ingediend, dan zijn deze hoofdelijk gehouden tot de betaling van de verschuldigde belasting.

 

Artikel 3

De belasting wordt vastgesteld als volgt:

§ 1. STEDENBOUWKUNDIGE HANDELINGEN (SH) EN VERZOEK TOT BIJSTELLING STEDENBOUWKUNDIGE VOORWAARDEN

§ 1.1. Melding voor het uitvoeren van een stedenbouwkundige handeling: 70 euro

 

§ 1.2. Opstartkost van een omgevingsvergunningsaanvraag voor SH en van een verzoek tot bijstelling van stedenbouwkundige voorwaarden bij volledig- en ontvankelijkheidsverklaring

§ 1.2.1.  Aanvraag zonder verplichting medewerking van architect: 75 euro

Conform Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect

§ 1.2.2.  Aanvraag verplicht met medewerking van architect: 100 euro

 

§ 1.3. In geval er een openbaar onderzoek vereist is voor SH: 40 euro

Conform Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

De kost voor een openbaar onderzoek wordt aangerekend per georganiseerd openbaar onderzoek, uitgezonderd indien het openbaar onderzoek het gevolg is van de toepassing van een administratieve lus ten gevolge van een onregelmatigheid veroorzaakt door de gemeente.

De opstartkost voor het openbaar onderzoek wordt per openbaar onderzoek vermeerderd met de kosten voor de verstuurde aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek conform het officieel tarief per aangetekende zending.

In geval een publieke bekendmaking is vereist wordt de kost per openbaar onderzoek eveneens vermeerderd met de effectieve publicatiekost.

 

§ 1.4. In geval er een beperkt openbaar onderzoek vereist is voor SH zoals bepaald in artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning worden enkel de kosten voor de aangetekende zendingen in het kader van artikel 83 aangerekend conform het officieel tarief per aangetekende zending.

 

§ 1.5. Supplementen :

§ 1.5.1. Bovengronds bouwvolume zoals bepaald in § 1.5.4.1.

§ 1.5.1.1. 0,15 euro/m3 bovengronds bouwvolume voor:

        Verblijfsrecreatie

        Industrie, ambachten en bedrijvigheid (KMO)

        Land- en tuinbouw in de ruime zin

        Bedrijvigheid in gebieden voor de vestiging van kerninstallaties zoals nucleaire centrales, onderzoekscentra en inrichtingen die gebruik maken van radioactieve straling of daarmee verband houden.

§ 1.5.1.2. 5 euro/m3 bovengronds bouwvolume voor:

        Appartementen, studio’s, kamerwoningen

        Groepswoningbouw (d.i. 2 of meer wooneenheden) indien deze geen deel uitmaken van de uitvoering van een verkavelingsvergunning waarbij de loten per woning werden vergund.

        Handelspanden: dit zijn gebouwen waarvan de som van alle ruimtes – zowel publieke als niet-publieke – bestemd is voor handel/horeca/kantoor/dienstverlening en vrije beroepen waarvan de eerste 500m3 vrijgesteld wordt.

 

§ 1.5.2. Energieopwekkende installaties en/of infrastructuur:

        Zonnepanelen, met uitzondering van deze voorzien op bestaande daken: 0,5 euro/m2 grondoppervlakte zoals bepaald in § 1.5.4.2.

        Batterijparken op volle grond: 0,5 euro/m2 grondoppervlakte zoals bepaald in § 1.5.4.2.

        Windturbine: 500 euro per lopende meter, aan te rekenen per windturbine. De totale hoogte van de windturbine wordt hierbij in rekening gebracht zoals bepaald in § 1.5.4.3.

 

§ 1.5.3. Bijstelling van stedenbouwkundige voorwaarden: 70 euro per bij te stellen voorwaarde

 

§ 1.5.4. Definities:

§ 1.5.4.1. Bepaling van het bovengronds bouwvolume:

        Nieuwbouw: het volledig bovengronds bouwvolume wordt in rekening gebracht, inclusief hiertoe bijhorende ondersteunende ruimtes

        Uitbreiding of functiewijziging zonder vermeerdering aantal woonentiteiten: enkel het bovengronds bouwvolume van de uitbreiding of van het getroffen bovengronds bouwvolume m.b.t. de functiewijziging wordt in rekening gebracht, inclusief hiertoe bijhorende ondersteunende ruimtes

        In geval de omgevingsvergunningsaanvraag gepaard gaat met het vermeerderen van minstens 1 woonentiteit (uitgezonderd zorgwonen) wordt het getroffen bovengronds bouwvolume (bestaand + eventuele uitbreiding) in rekening gebracht, inclusief hiertoe bijhorende ondersteunende ruimtes.

        Ingeval een aanvraag meerdere functies betreft, wordt het eventuele supplement berekend voor elke functie apart.

§ 1.5.4.2. Bepaling van de grondoppervlakte van zonnepanelen en/of batterijparken:

De grondoppervlakte betreft de projectzone in zijn geheel t.e.m. de omheining.

§ 1.5.4.3. Bepaling van de totale hoogte van een windturbine:

De totale hoogte van een windturbine betreft de hoogte van de as vermeerderd met de helft van de diameter van de rotor.

 

§ 2. VERKAVELEN VAN GRONDEN MET OF ZONDER WEGENIS (VK) EN BIJSTELLING VAN EEN VERKAVELINGSVERGUNNING

§ 2.1. Opstartkost bij volledig- en ontvankelijkheidsverklaring:

§ 2.1.1. Verkavelingsaanvraag van gronden zonder nieuwe wegenis: 100 euro

§ 2.1.2. Verkavelingsaanvraag van gronden met nieuwe wegenis: 200 euro

 

§ 2.2. In geval er een openbaar onderzoek vereist is voor VK: 40 euro

Conform Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

De kost voor een openbaar onderzoek wordt aangerekend per georganiseerd openbaar onderzoek, uitgezonderd indien het openbaar onderzoek het gevolg is van de toepassing van een administratieve lus ten gevolge van een onregelmatigheid veroorzaakt door de gemeente.

De opstartkost voor het openbaar onderzoek wordt per openbaar onderzoek vermeerderd met de kosten voor de verstuurde aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek conform het officieel tarief per aangetekende zending.

 

§ 2.3. In geval er een beperkt openbaar onderzoek vereist is voor VK zoals bepaald in artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning worden enkel de kosten voor de aangetekende zendingen in het kader van artikel 83 aangerekend conform het officieel tarief per aangetekende zending.

 

§ 2.4. Supplementen:

§ 2.4.1. Terreinaandeel: 1,0 euro/m2

§ 2.4.2. Per nieuw bebouwbaar lot: 1000 euro

§ 2.4.3. Per te wijzigen bestaand lot: 70 euro

§ 2.4.4. Definities

§ 2.4.4.1. Terreinaandeel

Terreinaandeel betreft de oorspronkelijke totale te verkavelen terreinoppervlakte (zoals bepaald in § 2.4.4.2.) verminderd met de oppervlakte welke door de aanvrager gratis wordt afgestaan ter realisatie van een rooilijn of gewenst openbaar domein.

§ 2.4.4.2. Bepaling van de oorspronkelijke totale te verkavelen terreinoppervlakte:

Alle percelen welke deel uitmaken van de aanvraag, inclusief loten gesitueerd in woongebied in de ruime zin welke uit de verkavelingsvergunning worden uitgesloten. Evenwel loten die niet gelegen zijn in woongebied in de ruime zin én uitgesloten worden uit de verkaveling worden niet mee in rekening gebracht in de totale te verkavelen terreinoppervlakte. 

 

§ 3. INGEDEELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT (IIOA)

§ 3.1. Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een IIOA klasse 2

§ 3.1.1. Vereenvoudigde procedure: 70 euro

§ 3.1.2. Gewone procedure: 350 euro

De kosten voor de aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek worden bijkomend aangerekend conform het officieel tarief per aangetekende zending.

 

§ 3.2. Aanvraag tot bijstelling van milieuvoorwaarden: 350 euro

De kosten voor de aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek worden bijkomend aangerekend conform het officieel tarief per aangetekende zending.

 

§ 3.3. Melding van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 3: 70 euro

 

§ 3.4. Melding van de overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit: 175 euro

 

§ 3.5. Aanvraag in het kader van het KB van 23 september 1958 inzake springstoffen: 350 euro

 

§ 4. KLEINHANDELSACTIVITEITEN

§ 4.1. Opstartkost bij volledig- en ontvankelijkheidsverklaring: 350 euro

De kosten voor de aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek worden bijkomend aangerekend conform het officieel tarief per aangetekende zending.

 

§ 4.2. Supplementen:

§ 4.2.1. Bijstelling van een bestaande kleinhandelsvergunning: 70 euro per handelspand

De kosten voor de aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek worden bijkomend aangerekend conform het officieel tarief per aangetekende zending.

 

 

§ 5. VEGETATIEWIJZIGING

§ 5.1. Opstartkost bij volledig- en ontvankelijkheidsverklaring: 350 euro

De kosten voor de aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek worden bijkomend aangerekend conform het officieel tarief per aangetekende zending.

 

§ 6. OVERIGE

§ 6.1. De aanvraag voor het houden van een projectvergadering: 175 euro per vergadering

 

§ 6.2. Het houden van een informatievergadering (zie artikel 25 van het uitvoeringsbesluit bij het omgevingsvergunningsdecreet (OVD)): 175 euro per vergadering aangevuld met de effectieve kosten voor de gemeente zoals vb. huur zaal, enz.

 

§ 6.3. Adviesvraag i.f.v. omgevingsvergunningsaanvraag voor IIOA klasse 1, provinciale projecten en/of Vlaamse projecten waarvoor de deputatie en/of de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar volgens artikel 15 van het OVD in eerste administratieve aanleg vergunningverlenende overheid is.

§ 6.3.1. Vereenvoudigde procedure: 175 euro

§ 6.3.2. Gewone procedure: 350 euro

De kosten voor de aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek worden bijkomend aangerekend conform het officieel tarief per aangetekende zending.

 

§ 6.4. Adviesvraag i.f.v. procedure tot goedkeuring van een Project-MER door Team Omgevingseffecten – Milieueffectrapportage: 350 euro

De kosten voor de aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek worden bijkomend aangerekend conform het officieel tarief per aangetekende zending.

In geval een publieke bekendmaking is vereist, wordt de kost per openbaar onderzoek eveneens vermeerderd met de effectieve publicatiekost.

 

§ 6.5. Adviesvraag door de vergunningverlenende overheid in laatste aanleg i.f.v. een beroepsprocedure die werd ingesteld door de aanvrager of zijn rechtsopvolger (ongeacht wie de vergunningverlenende overheid in eerste aanleg is): 175 euro per adviesverlening

 

§ 6.6. Adviesvraag i.f.v. splitsing conform artikel 5.2.2. VCRO: 70 euro

 

§ 6.7.  Aanvraag verzoek tot opname als ‘vergund geacht’ in het vergunningenregister (vermoeden van vergunning conform artikel 4.2.14. VCRO): 250 euro per goed

 

§ 6.8. Verzoek tot verzaking van een verkaveling: 70 euro

 

§ 6.9. Aanvraag tot stedenbouwkundig attest: 70 euro

 

§ 6.10. Verzoek tot opstellen van een planologisch attest: 250 euro per goed.

 

§ 7. VERHOGINGEN

§ 7.1. Het digitaliseren van een analoog ingediend dossier: 175 euro per aanvraag

§ 7.2. Indien een omgevingsvergunningsaanvraag een gedeeltelijke en/of volledige regularisatie van stedenbouwkundige handelingen, van een IIOA, van kleinhandelsactiviteiten of van vegetatiewijzigingen omvat: 250 euro per aanvraag

§ 7.3. Indien de omgevingsvergunningsaanvraag betrekking heeft op zonevreemde constructies en/of gebouwen: 100 euro per aanvraag

 

Artikel 4

Zijn van de belasting vrijgesteld:

        de gerechtelijke overheden en de openbare besturen.

        de door Wonen in Vlaanderen erkende sociale woonmaatschappijen en Wonen in Vlaanderen

        de Molse kerkfabrieken, de politiezone Balen-Dessel-Mol en de hulpverleningszone Kempen én de aangevraagde handelingen kaderen in het algemeen belang van de gemeente.

        procedurestappen die worden overgedaan als gevolg van een administratieve lus ten gevolge van een onregelmatigheid veroorzaakt door de gemeente.

 

Artikel 5

Indien een aanvraag meerdere vergunningsplichten omvat betreft de totale belasting de som van de kosten aangaande de verschillende aangevraagde handelingen zoals bepaald in § 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 (stedenbouwkundige handelingen, het verkavelen van gronden of de bijstelling ervan, ingedeelde inrichting of activiteit, kleinhandelsactiviteiten, vegetatiewijzigingen, enz.).

Een gebundelde aanvraag wordt aan één gezamenlijk openbaar onderzoek onderworpen. De kosten worden aangerekend per georganiseerd (gezamenlijk) openbaar onderzoek.

 

De belasting is verschuldigd:

- voor de procedure voor vergunningsplichtige handelingen conform de bepalingen van het omgevingsvergunningsdecreet: 

Bij aflevering van het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek:

        Opstartkost zoals vermeld in § 1.2, § 2.1, § 3.1, § 3.2, § 4.1 en § 5.1

        Indien van toepassing: kosten voor de organisatie van het openbaar onderzoek en de kosten voor de aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek. De kosten worden aangerekend per georganiseerd (gezamenlijk) openbaar onderzoek.

        Verhogingen zoals voorzien in § 7

 

Tijdens procedure:

        In geval er tijdens de procedure een bijkomend openbaar onderzoek moet worden georganiseerd, zijn de kosten voor de organisatie ervan verschuldigd vanaf de datum van de start van het openbaar onderzoek, en dit per georganiseerd onderzoek. Indien het openbaar onderzoek het gevolg is van een administratieve lus ten gevolge van een onregelmatigheid veroorzaakt door de gemeente wordt deze belasting vrijgesteld.

        Bij intrekking van de omgevingsvergunningsaanvraag tijdens procedure: Voor omgevingsvergunningsaanvragen, waar bij goedkeuring een supplement verschuldigd zou zijn, is een forfaitaire belasting van 175 euro verschuldigd indien de omgevingsvergunningsaanvraag door de aanvrager wordt ingetrokken na 14 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van de volledig- en ontvankelijkheidsverklaring. De belasting is verschuldigd vanaf de datum van de intrekking.

 

Bij beslissing in eerste aanleg (ongeacht de vergunningverlenende overheid):

        In geval een omgevingsvergunning wordt verleend zijn de supplementen zoals vermeld in § 1.5, § 2.4, § 4.2 verschuldigd zodra de omgevingsvergunning is afgeleverd door de vergunningverlenende overheid in eerste aanleg. In het geval waar een door de vergunningverlenende overheid in eerste aanleg afgeleverde omgevingsvergunning wordt vernietigd door een beroepsinstantie zullen de betaalde supplementen worden terugbetaald vanaf het moment dat de gemeente in kennis werd gesteld van de beslissing van de beroepsinstantie. Indien de beroepsinstantie het in de omgevingsvergunning verleende bouwvolume vermindert zullen eventueel teveel betaalde supplementen worden terugbetaald vanaf het moment dat de gemeente in kennis werd gesteld van de beslissing van de beroepsinstantie.

        Indien de omgevingsvergunningsaanvraag geweigerd wordt, worden de eventuele supplementen herleid tot een forfait van 175 euro verschuldigd op het moment van de weigering. Deze forfait vervalt voor verzoeken tot bijstelling van stedenbouwkundige voorwaarden zoals bepaald in § 1.5.3., te wijzigen verkavelingslot(en) zoals bepaald in § 2.4.3 en bijstelling bestaande kleinhandelsvergunning zoals bepaald in § 4.2.1.

 

Bij beslissing in laatste aanleg (ongeacht de vergunningverlenende overheid):

        In geval een omgevingsvergunning in eerste aanleg wordt geweigerd en in laatste aanleg de omgevingsvergunning alsnog wordt verleend zijn de supplementen zoals vermeld in § 1.5, § 2.4, § 4.2 verschuldigd zodra de omgevingsvergunning is afgeleverd door de vergunningverlenende overheid in laatste aanleg.

 

Bij uitdrukkelijke melding tot afstand van de afgeleverde omgevingsvergunning door de aanvrager of zijn rechtsopvolger:

        In het geval waar een uitdrukkelijke melding tot afstand van de afgeleverde omgevingsvergunning wordt gedaan aan de gemeente zullen de betaalde supplementen worden terugbetaald vanaf het moment dat de gemeente hiervan heeft kennisgenomen. Het supplement wordt vervangen door een forfaitaire belasting van 175 euro. Deze belasting is verschuldigd vanaf de datum van de intrekking.

 

voor meldingsplichtige handelingen: vanaf de aktename van de meldingsplichtige handeling.

 

voor de procedure voor vergunningsplichtige handelingen conform het KB van 23 september 1958 inzake springstoffen: vanaf de indiening van de aanvraag bij de gemeente Mol. 

 

voor een projectvergadering of informatievergadering: vanaf de datum waarop de vergadering heeft plaatsgevonden.

 

voor adviesverleningen (ongeacht de vergunningverlenende overheid)  – zowel in eerste aanleg als laatste aanleg: vanaf de datum waarop het advies verleend is.

voor adviesverleningen i.f.v. splitsingen conform artikel 5.2.2. VCRO: vanaf de datum waarop het advies verleend is.

 

voor stedenbouwkundige en/of planologische attesten: vanaf de aflevering van het attest. 

 

voor aanvragen tot opname gebouw als "vergund geacht" in het vergunningenregister (vermoeden van vergunning, cf. artikel 4.2.14. VCRO): vanaf de aflevering van de beslissing ongeacht of deze gunstig dan wel ongunstig is. 

 

Voor verzoek tot verzaking van een verkaveling: vanaf de aktename van de verzaking.

 

Voor verzoek tot vastgoedinformatie: bij aflevering van deze informatie.

 

Artikel 6

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

  R = tarief vastgesteld in artikel 3

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 7

De belasting moet contant worden betaald tegen afgifte van een kwitantie. Bij gebreke van contante betaling wordt de belasting van ambtswege ingekohierd.

 

Artikel 8

De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van geschillen gebeurt zoals bepaald in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP HET ONTBREKEN, NIET AANLEGGEN, OF NIET BEHOUDEN VAN PARKEERPLAATSEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 19 december 2022 een reglement goed voor de belasting op het ontbreken, niet aanleggen, of niet behouden van parkeerplaatsen: aanslagjaren 2023-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op het ontbreken, niet aanleggen, of niet behouden van parkeerplaatsen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

In zitting van 27 juni 2011 werd de stedenbouwkundige verordening inzake parkeerplaatsen bij bouwwerken goedgekeurd. Voormelde verordening bepaalt het aantal parkeerplaatsen dat men bij bouwwerken verplicht dient aan te leggen. Tevens stelt de verordening dat bij het ontbreken, niet aanleggen, of niet behouden van parkeerplaatsen een belasting zal geheven worden per ontbrekende of niet behouden parkeerplaats.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

In overeenstemming met de stedenbouwkundige verordening inzake parkeerplaatsen bij bouwwerken goedgekeurd door de gemeenteraad van 27 juni 2011.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert dienst financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

De gemeente doet de nodige inspanningen om parkeerplaatsen te voorzien op het gemeentelijk openbaar domein.

Mede door de toenemende realisaties van meergezinswoningen, handelspanden, kantoren, sociale voorzieningen enz. en de verhoging van de parkeerdruk op het openbaar domein die hierdoor ontstaat is het eveneens noodzakelijk om bouwheren voldoende parkeerplaatsen te laten voorzien op eigen privaat terrein.

Het aantal parkeerplaatsen dient in verhouding te staan tot het aantal woongelegenheden. Voor andere functies dan wonen wordt het minimum aantal parkeerplaatsen bepaald in functie van de vloeroppervlakte.

 

In zitting van 27 juni 2011 werd de stedenbouwkundige verordening inzake parkeerplaatsen bij bouwwerken goedgekeurd. Voormelde verordening bepaalt het aantal parkeerplaatsen dat men bij bouwwerken verplicht dient aan te leggen. Tevens stelt dezelfde verordening dat bij het ontbreken, niet aanleggen, of niet behouden van parkeerplaatsen een belasting zal geheven worden per ontbrekende of niet behouden parkeerplaats.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73730000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad besluit het reglement "belasting op het ontbreken, niet aanleggen, of niet behouden van parkeerplaatsen: aanslagjaren 2026-2031", in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen bij het optrekken van nieuwe gebouwen en bij het uitvoeren van verbouwingswerken, evenals bij het wijzigen van de bestemming van de parkeerplaatsen.

 

Artikel 2

§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van de omgevingsvergunning:

a) die ingevolge deze omgevingsvergunning houdende de verplichting, op basis van gemeentelijke verordeningen, BPA’s of RUP’s, de nodige parkeerplaatsen aan te leggen, door een daartoe bevoegde overheid een afwijking bekomen heeft van de bepalingen van de genoemde voorschriften;

b) die één of meer in deze omgevingsvergunning begrepen parkeerplaatsen niet aanlegt binnen een termijn van 2 jaar te rekenen vanaf de datum van aflevering van vermelde vergunning.

De belasting is verhaalbaar op de rechtsopvolgers ten algemene en ten bijzondere titel van de houder van de omgevingsvergunning.

 

§ 2. De belasting is eveneens verschuldigd door de eigenaar indien de bestemming van de parkeerplaats(en) zodanig gewijzigd wordt dat niet meer voldaan wordt aan de omgevingsvergunning.


Artikel 3

De belasting bedraagt:

  - 25.000 euro per ontbrekende (cfr art. 2 § 1 a) parkeerplaats;

- 30.000 euro per niet aangelegde (cfr art. 2 § 1 b) parkeerplaats;

- 30.000 euro per niet behouden (cfr art. 2 § 2) parkeerplaats.

 

Artikel 4

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaren 2027 telkens, op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

  R = tarief vastgesteld in artikel 3

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 5

In de gevallen onder artikel 2 § 1 a, is de belasting verschuldigd bij de aanvang van de werken.

 

In de gevallen onder artikel 2 § 1 b, en artikel 2 § 2, is de belasting verschuldigd vanaf de betekening van het proces verbaal tot vaststelling van de niet aanlegging, respectievelijk wijziging, van de bij de omgevingsvergunning opgelegde parkeerplaats.

 

Artikel 6

De belastingplichtigen onder artikel 2 § 1 a zijn verplicht zelf aangifte te doen van de aanvang van de werken binnen de maand vanaf de datum van de aanvang van de werken. Het niet ontvangen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht.

 

Artikel 7

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

 

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een

correcte toepassing van deze reglementering.

 

Artikel 8

De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 5 %.

 

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 9

De overtredingen vermeld in artikel 7 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 10

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.”

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP ONTGRAVINGEN EN BEGRAVINGEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 onthoudingen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 19 december 2022 het reglement goed met betrekking tot de belasting op ontgravingen en begravingen: aanslagjaren 2023-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op ontgravingen en begravingen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën.

Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

Het begraven en het onderhoud van de begraafplaatsen brengt kosten met zich mee.

 

Art. 15 van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging werd gewijzigd in die zin dat elkeen tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking kan overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente die handelt over de gemeente waar men begraven wil worden of de gemeente waar de as begraven, bijgezet of uitgestrooid moet worden, evenals over de vermelding van het bestaan van een uitvaartcontract.

 

De gemeente heeft steeds een democratisch beleid gevoerd naar begraving van haar inwoners en personen die een bijzondere band met de gemeente Mol kunnen aantonen volgens de bepalingen van het politiereglement op de begraafplaatsen. Dit beleid bestaat erin dat er sinds meer dan 40 jaar geen nieuwe betalende concessies meer worden verleend, maar dat elke begraving van inwoners of personen die een band met de gemeente kunnen aantonen gratis is. De gemeente wenst dit beleid te continueren. Wie geen bijzondere band met de gemeente kan aantonen en toch gebruik wenst te maken van de diensten en infrastructuur van de gemeente m.b.t. begraafplaatsen, dient de kostprijs hiervoor te betalen.

 

Voor een asverstrooiing worden geen kosten aangerekend, omdat de kosten hiervoor miniem zijn en er geen bijkomende ruimte op de begraafplaats wordt ingenomen.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73314000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op ontgravingen en begravingen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op:

        het ontgraven van een gewoon graf, het ontgraven van een urne uit het urneveld of het ontgraven uit een columbariumnis;

        het begraven van een overleden persoon of van de as of het bijzetten van de as in het columbarium van de overledenen die op het ogenblik van hun overlijden niet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van de gemeente, ongeacht ze al dan niet een grafconcessie verkrijgen of verkregen hebben;

        het hernieuwen van een concessie

 

Deze belasting is ook verschuldigd bij begraving of asbezorging van een levenloos geboren kind van wie de ouder(s) niet ingeschreven is (zijn) in het bevolkingsregister van de gemeente.

 

Artikel 2

De belasting wordt vastgesteld op:

        843,40 euro per ontgraving van een gewoon graf;

        241,00 euro per ontgraving van een urne uit het urneveld of het ontgraven uit een columbariumnis;

        903,80 euro per gewone begraving;

        602,50 euro per begraving van de as;

        602,50 euro per bijzetting in het columbarium.

        602,50 euro voor het hernieuwen van een concessie

 

Artikel 3

De belasting is niet verschuldigd voor:

 

  1. de ontgravingen die op bevel van de rechterlijke overheid uitgevoerd worden;
  2. de ontgravingen naar aanleiding van een bestemmingsverandering van de gemeentelijke begraafplaats;
  3. de ontgraving van de voor het vaderland gevallen militairen en burgers;
  4. de begraving of bijzetting van personen die om reden van hun verzorging werden uitgeschreven uit het bevolkingsregister van de gemeente maar die gedurende tenminste 10 jaar in Mol waren ingeschreven.
  5. de begraving of bijzetting van personen die in de gemeente overleden zijn of er dood zijn aangetroffen.
  6. de begraving of bijzetting van personen die buiten het grondgebied van onze gemeente overleden zijn maar die in het bevolkings- of vreemdelingenregister van onze gemeente ingeschreven zijn.
  7. de begraving of bijzetting van personen van wie de namen in een concessieakte vermeld staan.
  8. de begraving of bijzetting van personen die 20 jaar in Mol hebben gewoond al dan niet ononderbroken.
  9. de begraving of bijzetting van personen die minstens de helft van hun levensjaren in Mol hebben gewoond.
  10. de begraving of bijzetting van personen die wonen binnen de grenzen van een Molse parochie, maar op het grondgebied van een aangrenzende gemeente.

 

Artikel 4

Vooraleer de ontgraving, de begraving of de hernieuwing van de concessie plaats heeft moeten de belastingplichtigen bij het gemeentebestuur een bedrag gelijk aan de vermoedelijke belasting in bewaring geven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, dat op elk verzoek van de met het toezicht belaste ambtenaren moet worden vertoond.

Het in bewaring gegeven bedrag zal van ambtswege als een contantbelasting worden geboekt en ten overstaan van de belastingplichtige met een kwitantie worden bevestigd indien geen tegenbericht van de belastingplichtige bij het gemeentebestuur toekomt uiterlijk de dag voor deze waarop het belastbaar feit zich zal voltrekken. Bij gebreke van contante betaling wordt de betaling van ambstwege ingekohierd.

 

Artikel 5

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaren 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i , waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 2

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

Aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

 

Artikel 6

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.”

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP DE HUIS-AAN-HUIS VERSPREIDING VAN ONGEADRESSEERDE RECLAMEBLADEN EN DAARMEE GELIJKGESTELDE PRODUCTEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 25 november 2024 een belasting op de huis-aan-huis verspreiding van ongeadresseerde reclamebladen en daarmee gelijkgestelde producten - aanslagjaar 2025 goed.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de huis-aan-huis verspreiding van ongeadresseerde reclamebladen en daarmee gelijkgestelde producten: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet)

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

De verwerking van papierafval dat de gemeente aangeboden krijgt, via de gescheiden huisvuilophaling enerzijds en recyclageparken anderzijds, geeft aanleiding tot verwerkingskosten. De ongeadresseerde reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten maken een belangrijk deel uit van het te verwerken papierafval en dragen bij tot deze verwerkingskosten. Het is billijk om de veroorzaker van de kosten mee te laten betalen via een belasting.

 

Het drukwerk of het gelijkgesteld product van openbare instellingen, notarissen, door de gemeente erkende verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele en sportverenigingen, bedoeld om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun socioculturele activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

 

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73424000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op de huis-aan-huis verspreiding van ongeadresseerde reclamebladen en daarmee gelijkgestelde producten: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt onder de volgende voorwaarden een belasting geheven op de huis-aan-huis verspreiding van ongeadresseerde reclamebladen en daarmee gelijkgestelde producten.

 

Onder reclamedrukwerk wordt verstaan elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen, en die er op gericht is een potentieel cliënteel er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.

 

Onder gelijkgestelde producten worden verstaan de stalen of reclamedragers van gelijk welke aard die aanzetten tot gebruik of verbruik van het aangeprezen product of de aangeboden dienst.

 

Onder huis-aan-huis verspreiding wordt verstaan het systematisch achterlaten van drukwerk zonder adressering in de brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft betoond.

 

Artikel 2

De belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 6.

 

Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 6 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.

 

De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van het gelijkgestelde product en de natuurlijke of de rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 3

De belasting wordt vastgesteld in functie van de oppervlakte per verspreid exemplaar van de

reclamebladen of gelijkgestelde producten, volgens onderstaande normen:

        0,018 euro per enkelbladig exemplaar met een oppervlakte van maximum een A4-formaat (21,1 cm x 29,7 cm);

        0,028 euro per meerbladig exemplaar, of per enkelbladig exemplaar met een oppervlakte groter dan een A4-formaat (21,1 cm x 29,7 cm).

 

Het al dan niet volledig bedrukt zijn van een blad geeft geen aanleiding tot vermindering van de belastingtarieven.

 

Bij fractionnaire verspreiding wordt de belasting aangerekend in verhouding tot het aantal verspreide exemplaren op voorwaarde dat de belastingplichtige dit aantal duidelijk in zijn aangifte vermeldt. Bij ontstentenis daarvan zal, bij gemis van tegenbewijs, de aanslag van ambtswege worden berekend op basis van het aantal door het bestuur van BPost geregistreerde brievenbussen op het grondgebied van de gemeente Mol op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Ongeacht het aantal verspreide exemplaren en ongeacht het gebruikte formaat, model of bedrukte oppervlakte, zal er steeds een minimumbelasting verschuldigd zijn van 32,50 euro per verspreiding.

 

Artikel 4

Degenen die gelijktijdig aan volgende voorwaarden voldoen, worden van de belasting vrijgesteld:

        de verspreiding is een reclameblad met een overkoepelende titel die niet rechtstreeks verwijst naar een commerciële handelszaak;

        minimum tweewekelijks verschijnen, met uitzondering van de vakantiemaanden juli en augustus waarin een lagere frequentie is toegelaten;

        minstens 20 verschillende adverteerders opnemen in de uitgave;

        minstens 1 informatieve niet-commerciële pagina bevatten over Mol, met bijvoorbeeld de telefoonnummers van de wachtdiensten, een agenda met activiteiten in onze gemeente en andere nuttige, lokale informatie. Deze pagina wordt door de uitgever samengesteld én voor elke uitgave geactualiseerd;

        de uitgever moet er zich toe verbinden in elke uitgave van het reclameblad, gratis minimaal 1 volledige pagina ‘Gemeentenieuws’ (nieuws, activiteiten, én foto’s) op te nemen. In onderling overleg zijn 2 of meerdere pagina’s mogelijk. De gemeentelijke communicatiedienst levert volgens de afgesproken deadlines het ruwe tekst- en beeldmateriaal aan , de uitgever staat in voor de verdere vormgeving;

        de uitgever moet deze vrijstelling jaarlijks op eigen initiatief aanvragen bij de gemeentelijke belastingdienst, en de nodige bewijsstukken aanleveren.

 

Drukwerken van openbare instellingen, notarissen, door de gemeente erkende verenigingen, EVA’s van het lokaal bestuur Mol, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele en sportverenigingen, bedoeld om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun socioculturele activiteiten, worden eveneens vrijgesteld van de belasting, voor zover minstens 60% van de totale publicatie een louter informatieve, niet-commerciële strekking heeft.

 

Artikel 5

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond op 0,001 euro. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast belastingbedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

Geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i , waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 3

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

 Aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

- bedragen waar het vierde decimaal cijfer (0,0001 euro) 0, 1, 2, 3 of 4 is worden afgerond naar beneden tot op 0,001 euro

- bedragen waar het vierde decimaal cijfer 5, 6, 7, 8 of 9 is worden afgerond naar boven tot op 0,001 euro

 

Artikel 6

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden aangifte te doen van elke verspreiding van de onder artikel 1 bedoelde reclame:

        voor verspreiding tijdens kwartaal één van dat aanslagjaar: uiterlijk 31 maart van het aanslagjaar.

        voor verspreiding tijdens kwartaal twee van dat aanslagjaar: uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar.

        voor verspreiding tijdens kwartaal drie van dat aanslagjaar: uiterlijk 30 september van het aanslagjaar.

        voor verspreiding tijdens kwartaal vier van dat aanslagjaar: uiterlijk 31 december van het aanslagjaar.

 

Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier

        voor verspreiding tijdens kwartaal één van dat aanslagjaar: uiterlijk 31 maart van het aanslagjaar

        voor verspreiding tijdens kwartaal twee van dat aanslagjaar: uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar

        voor verspreiding tijdens kwartaal drie van dat aanslagjaar: uiterlijk 30 september van het aanslagjaar

        voor verspreiding tijdens kwartaal vier van dat aanslagjaar: uiterlijk 31 december van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen.

 

Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

 

De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag. Van elke verspreiding van reclameblad of gelijkgesteld product dient bij de aangifte een specimen gevoegd te worden.

 

Artikel 7

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, de wijze van bepaling van deze elementen, het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

De aanslag van ambtswege wordt berekend op basis van het aantal door het bestuur van BPost geregistreerde brievenbussen op het grondgebied van de gemeente Mol op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 8

De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

        10 % bij een eerste overtreding

        20 % bij een tweede overtreding

        50 % bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende periodes/aangiftes de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 9

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP HET WEGHALEN EN VERWIJDEREN VAN AFVALSTOFFEN GESTORT OF ACHTERGELATEN OP NIET-REGLEMENTAIRE WIJZEN EN/OF PLAATSEN EN/OF TIJDSTIPPEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 19 december 2022 het reglement ‘belasting op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op niet-reglementaire wijzen en/of plaatsen en/of tijdstippen: aanslagjaren 2023-2025’ goed.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement  ‘belasting op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op niet-reglementaire wijzen en/of plaatsen en/of tijdstippen: aanslagjaren 2026-2031’ in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën.

Daarom adviseert dienst financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

De kosten voor recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën. Het principe "de vervuiler betaalt" vormt de basis van het gemeentelijk afvalbeleid. Overeenkomstig dit principe dienen de verwerkingskosten van de huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen verhaald te worden op de aanbieders ervan.

 

Op basis van gewicht en volume kunnen de volgens het reglement ‘gebruik afficheborden’ niet reglementair geplakte affiches beschouwd worden als ‘zeer klein afval’. Vanwege bijkomende kosten die verbonden zijn aan het verwijderen van niet reglementair geplakte affiches is voor deze categorie van afval evenwel een apart tarief van toepassing.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73328000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement '‘belasting op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op niet-reglementaire wijzen en/of plaatsen en/of tijdstippen: aanslagjaren 2026-2031’' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt er een belasting geheven op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op niet-reglementaire wijzen en/of plaatsen en/of tijdstippen. Niet reglementair aangeplakte affiches worden in de geest van dit reglement als een vorm van sluikstorten beschouwd.

 

Artikel 2

De belasting is hoofdelijk verschuldigd door en de persoon die de afvalstoffen heeft gestort en/of achtergelaten op niet-reglementaire wijzen en/of plaatsen en/of tijdstippen en de persoon die opdracht of toelating gaf tot voormeld storten en achterlaten.

 

Artikel 3

De belasting wordt in de navolgende categorieën ingedeeld en als volgt vastgesteld:

 

1. Zeer klein afval: 24,10 euro

Voor de toepassing van onderhavig reglement wordt onder zeer klein afval verstaan: afval met een volume en/of gewicht van minder dan 1 dm³ en/of 1 kg.

Voor de toepassing van onderhavig reglement wordt hondenpoep gelijkgesteld met zeer klein afval.

 

2. Klein afval: 84,40 euro

Voor de toepassing van onderhavig reglement wordt onder klein afval verstaan: afval met een volume

en/of gewicht van meer dan 1 dm³ tot en met 10 dm³ en/of meer dan 1 kg tot en met 10 kg.

 

3. Middelgroot afval: 210,80 euro

Voor de toepassing van onderhavig reglement wordt onder middelgroot afval verstaan: afval met een volume en/of gewicht van meer dan 10 dm³ tot en met 200 dm³ en/of meer dan 10 kg tot en met 20 kg.

 

4. Groot afval: 421,80 euro

Voor de toepassing van onderhavig reglement wordt onder groot afval verstaan: afval met een volume en/of gewicht van meer dan 200 dm³ tot en met 1 m³ en/of meer dan 20 kg tot en met 500 kg.

 

5. Grote hoeveelheden afval en gevaarlijk afval: 957,90 euro

Voor de toepassing van onderhavig reglement wordt onder grote hoeveelheden afval verstaan: afval met een volume en/of gewicht van meer dan 1 m³ en/of meer dan 500 kg. Voor de toepassing van onderhavig reglement wordt voor de definiëring van gevaarlijk afval verwezen naar het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen. De belasting voor het weghalen en verwijderen van gevaarlijk afval is onafhankelijk van het gewicht en/of volume.

 

6. Niet reglementair aangebrachte affiches: 36,20 euro per niet reglementair aangebrachte affiche:

Voor de toepassing van onderhavig reglement wordt onder niet reglementair aangebrachte affiches verstaan: Affiches die niet conform het ‘reglement gebruik afficheborden’ werden aangebrachte aan de gemeentelijke afficheborden.

 

Behoort het te verwijderen en/of weg te halen afval tot verschillende van de hierboven vermelde categorieën, dan is de duurste categorie van toepassing.

 

Artikel 4

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen, door het hanteren van de afrondingsregels, het aangepast belastingbedrag lager zou komen te liggen dan het oorspronkelijk tarief, dan blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

Geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 3

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

Aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

 

Artikel 5

De daartoe door het college van burgemeester en schepenen aangestelde en beëdigde gemeentebeambten zijn gemachtigd om vaststellingen te doen van feiten, die aanleiding geven tot het vestigen van de belasting.

 

Artikel 6

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.”

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP TOERISTISCHE LOGIES: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 7 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Cindy Dexters (ProMol), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 18 december 2023 het belastingreglement goed met betrekking tot de belasting op het exploiteren van een toeristische logies: aanslagjaren 2024-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Belasting op toeristische logies: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristisch logies hierna het Vlaams logiesdecreet genoemd, zoals gewijzigd door het decreet van 10 maart 2017, en eventuele latere wijzigingen.

 

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende een toeristisch logies, en eventuele latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

De gemeente levert inspanningen voor veiligheid, infrastructuur, verfraaiing, afvalbeheersing en toeristische ontwikkeling van de gemeente. De logiesverstrekkende sector haalt voordeel uit deze inspanningen.

 

Het gemeentebestuur van Mol neemt diverse initiatieven en doet investeringen om Mol op toeristisch vlak aantrekkelijk te maken. Deze komen ook ten goede van de aanbieders van de toeristisch logies. Het invoeren van een belasting op de exploitatie van toeristisch logies is dan ook billijk.

 

Er wordt een vrijstelling voorzien voor het specifieke aanbod gericht op jeugdverblijven, jeugdwerkinitiatieven en bivakplaatsen. Dit biedt garanties voor de kwaliteit en de toegankelijkheid van het aanbod naar de jeugd toe. Op die manier maakt veel jeugd kennis met de gemeente Mol en het gemeentebestuur wil door deze vrijstelling dit aanbod verder ondersteunen.

 

Het Vlaams logiesdecreet verdeelt het logiesaanbod afhankelijk van het geboden comfort in twee categorieën: 'kamergerelateerd' en 'terreingerelateerd' logies.

 

Voor kamergerelateerde logies wordt de belasting op forfaitaire wijze van beschikbaarheid van kamers opgelegd, ongeacht de effectieve verhuring en/of kamerprijs en ongeacht de effectieve betrekking van de kamers.

 

Voor terreingerelateerde logies is er een tariefdifferentiatie op basis van het type verblijf.

 

Het belastingreglement wordt goedgekeurd op een moment waarop de te belasten toeristische logies mogelijks al voor bepaalde periodes van 2026 verhuurd zijn. Exploitanten wensen mogelijks de verhoging van deze belasting door te rekenen aan hun klanten, maar dat is niet meer mogelijk voor het volledig jaar 2026. Om billijkheidsredenen wordt daarom besloten om de fiscale druk te milderen in 2026 door middel van een korting van 20% op de nieuwe tarieven.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73421000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Belasting op het toeristische logies: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

'Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2025 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op toeristische logies. De gemeente heft een belasting op het verstrekken van toeristische logies in daartoe uitgeruste gelegenheden zoals bedoeld in artikel 2, 2° van het Logiesdecreet. De toeristische logies die niet aangemeld zijn bij of niet erkend zijn door Toerisme Vlaanderen vallen eveneens onder het toepassingsgebied.

 

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement gelden de definities zoals voorzien in het Logiesdecreet en de uitvoeringsbesluiten.

 

Artikel 3

De belastingplichtige is de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een logiesverstrekkend bedrijf uitbaat.

Als de uitbater niet gekend is, wordt de eigenaar van het onroerend goed waarin het toeristische logies is gevestigd, geacht de uitbater te zijn.

In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt er ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.

 

De eigenaar en in geval van mede-eigendom de mede-eigenaars van het onroerend goed waarin de uitbating gevestigd is, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar een toeristisch logies uitbaat op het grondgebied van de gemeente.

 

Artikel 4

Voor de berekening van de belasting wordt de maximumcapaciteit aan slaapplaatsen/kamers van het toeristisch logies zoals bekend in het basisregister Vlaams Logiesaanbod van Toerisme Vlaanderen vermenigvuldigd met het desbetreffende tarief.

De accommodaties die niet aangemeld zijn in het basisregister en informeel logies aanbieden worden belast

op basis van de inlichtingen waarover de gemeente beschikt.

 

Kamergerelateerd logies:

        Categorie hotel:    175 euro per kamer, per jaar;

        Categorie B&B of gastenkamer:  175 euro per kamer, per jaar;

        Categorie vakantiewoning: 

        uitgerust voor 1 t.e.m. 6 personen: 600 euro per vakantiewoning, per jaar;

        uitgerust voor 7 t.e.m. 12 personen: 1.200 euro per vakantiewoning, per jaar;

        uitgerust voor meer dan 12 personen: 2.000 euro per vakantiewoning, per jaar;

        Categorie kamergerelateerd logies: 175 euro per kamer, per jaar;

 

Terreingerelateerd logies:

        Categorie camping:    

        camperplaats   50 euro per plaats, per jaar;

        toeristische kampeerplaats  150 euro per plaats, per jaar;

        seizoensplaats   50 euro per plaats, per jaar;

        plaats op de tentenweide 150 euro per plaats, per jaar;

        verblijfplaats   400 euro per plaats, per jaar;

         Categorie vakantiepark / terreingerelateerd logies:

        camperplaats   50 euro per plaats, per jaar;

        toeristische kampeerplaats 150 euro per plaats, per jaar;

        seizoensplaats   50 euro per plaats, per jaar;

        plaats op de tentenweide 150 euro per plaats, per jaar;

        verblijfplaats   800 euro per plaats, per jaar;

 

 

Voor het aanslagjaar 2026 wordt aan iedere belastingplichtige een eenmalige vermindering verleend gelijk aan 20% van de totale belasting die voor dat aanslagjaar verschuldigd is.

 

Artikel 5

De belasting is ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd.

 

Artikel 6

De belasting is niet verschuldigd voor:

        terreinen waarop gedurende maximaal 75 kalenderdagen per jaar wordt gekampeerd in het kader van een evenement of door georganiseerde groepen kampeerders die onder toezicht van een of meer begeleiders staan. De eigenaar of exploitant van het terrein brengt de burgemeester van de gemeente waar het terrein ligt, vooraf schriftelijk op de hoogte als het terrein als dusdanig wordt gebruikt;

        een bivakzone, als die aangegeven is in een toegankelijkheidsregeling conform en ter uitvoering van het Bosdecreet van 13 juni 1990 of het decreet van 21 oktober 1997 op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;

        een inrichting die wordt gebruikt voor de werking van een jeugdwerkinitiatief dat erkend, gesubsidieerd of georganiseerd is door de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschapscommissie of door lokale besturen, waarin wordt verbleven of waarnaast wordt gekampeerd gedurende maximaal zestig kalenderdagen per jaar door georganiseerde jeugdgroepen die onder toezicht van een of meer begeleiders staan. De eigenaar of exploitant van de inrichting brengt de burgemeester van de gemeente waar de inrichting ligt, vooraf schriftelijk op de hoogte als de inrichting als dusdanig wordt gebruikt.

 

Artikel 7

Bij opening van een inrichting is de exploitant verplicht 30 dagen vóór de opening hiervan bij het gemeentebestuur melding te doen.

 

De exploitant van het toeristische logies die zijn exploitatie stopzet of overdraagt aan een derde, is ertoe gehouden binnen 30 dagen volgend op de overdracht de datum van de stopzetting of de overdracht en de naam, adres en in geval het een natuurlijke persoon is, het rijksregisternummer, of in geval het een rechtspersoon is, het ondernemingsnummer, van de nieuwe exploitant aan het gemeentebestuur over te maken.

 

De belasting wordt voor een bij Toerisme Vlaanderen aangemeld toeristisch logies gevestigd op basis van alle gegevens die bij het gemeentebestuur gekend zijn, onder meer de gegevens van Toerisme Vlaanderen en de bij het gemeentebestuur gekende gegevens. Deze opsomming is niet limitatief.

 

Voor een niet bij Toerisme Vlaanderen aangemeld toeristisch logies is er evenwel een aangifteplicht en is de belastingplichtige verplicht spontaan aangifte te toen van de voor de aanslag noodzakelijke gegevens. De aangifte dient te gebeuren uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar.

 

Artikel 8

Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 7, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.

 

Artikel 9

De overeenkomstig artikel 8 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

        10 % bij een eerste overtreding

        20 % bij een tweede overtreding

        50 % bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 10

De overtredingen vermeld in artikel 8 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 11

De belasting zal worden ingevorderd door middel van een belastingkohier, opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 12

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.'

 

Artikel 13

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf het aanslagjaar 2027, telkens op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 4

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

de bedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele eurobedrag. Bedragen van 0,50 euro of meer worden naar boven afgerond, bedragen van minder dan 0,50 euro worden naar beneden afgerond."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP TWEEDE VERBLIJVEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 1 onthouding: Cindy Dexters (ProMol)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 18 december 2023 een reglement goed voor de belasting op tweede verblijven: aanslagjaren 2024-2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op tweede verblijven: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Het Decreet over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40, §3 en 41, 14°.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet.

 

Inspraak en advies

Afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Het bestaan en het gebruik van woon- of verblijfsentiteiten waar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister geeft aanleiding tot kosten die door de gemeente worden gedragen betreffende investeringen in onder andere openbaar domein, openbare dienstverlening, veiligheid  en administratie en afvalbeheersing. De gebruikers van tweede verblijven, zijnde de eigenaar, huurder of een andere gebruiker, halen voor die woon- of verblijfsentiteiten wel voordeel uit de gemeentelijke dienstverlening, doch dragen er niet fiscaal toe bij, zodat het redelijk verantwoord is dat ook voor tweede verblijven een billijke bijdrage wordt geleverd en dat op de tweede verblijven een belasting wordt geheven.

Tevens is het billijk om eigenaars de kans te geven om een pand in orde te brengen na het vertrek van een vorige bewoner/gebruiker, of na het recent verwerven van een eigendom. Een beperkte vrijstelling is dan ook wenselijk.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73770000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op tweede verblijven: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een gemeentebelasting gevestigd op tweede verblijven, gelegen op het grondgebied van de gemeente, ongeacht of ze al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven zijn.

 

Artikel 2

Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woon- of verblijfsgelegenheid, waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister op 1 januari van het aanslagjaar.

Een tweede verblijf kan zowel een residentiële woning voor occasioneel gebruik zijn, als een recreatief verblijf.

Worden beschouwd als tweede verblijf:

- landhuizen, bungalows, villa's, appartementen, studio's, weekendhuisjes, optrekjes, chalets en alle vaste woon- of verblijfsgelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans of stacaravans, en ongeacht of voormelde woon- of verblijfsgelegenheden ingeschreven zijn in de kadastrale legger;

- een verblijf dat tegelijkertijd kan worden gebruikt als woon- of verblijfsgelegenheid en voor de uitoefening van een beroepsactiviteit, maar niet tot hoofdverblijf dient.

 

Worden niet beschouwd als tweede verblijf:

- het verblijf uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit; Het louter vestigen van een maatschappelijke zetel wordt niet beschouwd als een gebruik voor een beroepsactiviteit;

- de tenten, woonaanhangwagens, motorhomes  en verplaatsbare caravans, tenzij zij ten minste 6 maanden opgesteld blijven om als woon- of verblijfsgelegenheid te worden aangewend;

 

Artikel 3

Onder wooncaravans moet worden verstaan de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te worden en waarvan het chassis en het type van wielen het voortslepen niet zouden verdragen. Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle soorten van caravans en woonaanhangwagens bedoeld die op de wettelijk voorgeschreven tijdstippen aan de technische controle onderworpen worden en waarvan een geldig schouwingsbewijs kan worden voorgelegd, waardoor ze op elk moment in het verkeer kunnen gebracht worden.

 

Artikel 4

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die hetzij als eigenaar, houder van het zakelijk recht, huurder of gebruiker het tweede verblijf betrekt of kan betrekken.

 

Bij verhuring dient de verhuurder het bewijs van verhuring te leveren aan de hand van een geregistreerd huurcontract. Bij ontstentenis van een geregistreerd huurcontract zal de verhuurder als gebruiker worden beschouwd en dus als belastingplichtige.

 

Bij verhuring voor korte termijn (d.w.z. maximum 12 aaneengesloten maanden), zal evenwel steeds de verhuurder of in voorkomend geval de onderverhuurder als gebruiker en dus als belastingplichtige worden aangeduid.

 

Bij eventuele onderverhuring wordt ofwel de onderverhuurder of de onderhuurder aangeduid als gebruiker en dus als belastingplichtige.

 

De eigenaar, of de houder van het zakelijk recht indien deze verschilt van de eigenaar, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschuld.

 

Artikel 5

Het bedrag van de belasting wordt forfaitair en ondeelbaar voor het volledige jaar vastgesteld op 1.209 euro per tweede verblijf.

 

Artikel 6

Zijn evenwel van de belasting vrijgesteld:

  1. De eigenaar van de woning of het verblijf waarvoor in het kalenderjaar ogenblikkelijk voorafgaand aan het aanslagjaar een inschrijving was in de bevolkingsregisters van minstens 10 maanden;
  2. De eigenaar van de woning of het verblijf, die pas in het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar, eigenaar is geworden van de betrokken woning of het verblijf. Om van deze vrijstelling te kunnen genieten, mag het evenwel niet gaan om een woning of verblijf die/dat op het ogenblik van de verwerving belastbaar was als plaats op een terreingerelateerd toeristisch logies.

 

Artikel 7

Deze belasting wordt ingevorderd door middel van een belastingkohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8

De vestiging en invordering van de belasting en ook de behandeling van de geschillen gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Artikel 9

Het bedrag van deze gemeentebelasting wordt vanaf aanslagjaar 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar het hogere veelvoud van een euro. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i  , waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 5

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag , waarbij:

- bedragen die eindigen op 0,01 tot en met 0,49 euro worden afgerond naar het lagere veelvoud van één euro;

- bedragen die eindigen op 0,50 tot en met 0,99 euro worden afgerond naar het hogere veelvoud van één euro."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP HET UITSTALLEN VAN KOOPWAREN, VOORWERPEN EN TERRASSEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 onthoudingen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in de zitting van 25 november 2024 een reglement goed voor de belasting op het uitstallen van koopwaren, voorwerpen en terrassen: aanslagjaren 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'Belasting op het uitstallen van koopwaren en voorwerpen, tafels en terrassen, aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

In de gemeenteraad van 23 maart 2020 werd de politieverordening inzake het privatief gebruik van openbaar domein voor het plaatsen van terrassen en andere ingebruiknemingen goedgekeurd.

 

De stedenbouwkundige verordening voor het plaatsen van terrassen werd goedgekeurd in zitting van 10 september 2010.

 

In de gemeenteraad van 15 november 1993 werd de klasseringstabel opgesteld van de straten en wegen die zich bevinden op het gemeentelijk grondgebied en dit in functie van de inname van de openbare weg.

 

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd. Het is van oudsher gebruikelijk dat innamen van het openbaar domein worden belast. De gemeente zorgt namelijk voor de aanleg, het onderhoud en de terbeschikkingstelling van het openbaar domein en bijhorende infrastructuur. Bovendien vergen uitstallingen van koopwaren, voorwerpen en terrassen extra inspanningen van de gemeentediensten m.b.t. veiligheid, ordehandhaving en technische ondersteuning. Ook beïnvloeden deze uitstallingen en terrassen het straatbeeld van de gemeente. Er is een beperkte uitzondering voor uitstallingen die bijdragen aan de vergroening van het straatbeeld. Hierbij zorgt de eigenaar op eigen kosten de installatie en het onderhoud van extra groen elementen in ons straatbeeld.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

 

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73608000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement "Belasting op het uitstallen van koopwaren, voorwerpen en terrassen: aanslagjaren 2026-2031" in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op het uitstallen van koopwaren, voorwerpen en terrassen op het openbaar domein.

 

Artikel 2

De belasting wordt vastgesteld als volgt:

 

1. Voor de uitstalling van koopwaren en andere voorwerpen:

a) Enkel opgesteld binnen een periode lopende van 1 maart tot en met 31 oktober van het belastingjaar: 6,10 euro per m² of begonnen m², met een minimum van 60,20 euro;

b) Opgesteld binnen een periode lopende van 1 januari tot en met 31 december van het belastingjaar: 9 euro per m² of begonnen m², met een minimum van 90,40 euro.

 

2. Voor de uitstalling van terrassen:

a) enkel opgesteld binnen een periode lopende van 1 maart tot en met 31 oktober van het belastingjaar:

° 14,50 euro per m² of begonnen m², met een minimum van 149,40 euro voor de straten van de eerste klasse;

° 10,50 euro per m² of begonnen m², met een minimum van 104,80 euro voor de straten van de tweede klasse.

b) Voor de uitstalling, opgesteld binnen een periode lopende van 1 januari tot en met 31 december van het belastingjaar:

° 22,30 euro per m² of begonnen m², met een minimum van 224,20 euro voor de straten van de eerste klasse.

° 14,50 euro per m² of begonnen m², met een minimum van 149,40 euro voor de straten van de tweede klasse.

 

De klasse waartoe een straat behoort, is vastgelegd in een door de gemeenteraad vastgestelde rangschikkende tabel van de gemeentestraten.

 

De belasting wordt vastgesteld per m² of begonnen m² ingenomen oppervlakte van het openbaar domein en per periode. Bij het bepalen van de oppervlakte worden de ruimten voor ramen en deuren, afsluitingen of windschermen mee aangerekend. Alle objecten/inrichtingen die op het openbaar domein worden gestald, worden beschouwd als inname van het openbaar domein en worden belast. De belasting geldt niet voor oppervlakten waarvoor reeds marktgeld of plaatsrecht betaald wordt.

 

Artikel 3

De belasting is in eerste orde verschuldigd door de eigenaar van de uitstalling. Indien deze eigenaar niet gekend is, dan is de belasting in tweede orde verschuldigd door de handelaar of uitbater van de betrokken inrichting waarvoor de uitstalling is opgesteld.

 

Artikel 4

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027, telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

 

R = tarief vastgesteld in artikel 2

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of 9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

 

Artikel 5

De belasting is ondeelbaar en voor gans de periode verschuldigd, ongeacht de datum van aanvraag of beëindiging van de opstelling van de uitstalling.

 

Artikel 6

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar aangifte te doen van de belastbare elementen. Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen. Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

Nieuwe belastbare elementen die niet begrepen zijn in de aanvankelijke aangifte dienen aangegeven te worden uiterlijk 31 december van het aanslagjaar.

 

Artikel 7

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

Artikel 8

De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

- 10 % bij een eerste overtreding;

- 20 % bij een tweede overtreding;

- 50 % bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

 

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 9

De overtredingen vermeld in artikel 7 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 10

Een vrijstelling voor kleinschalige vergroening van het openbaar domein wordt verleend voor:

  1. ingenomen oppervlakten van maximaal 1 m² die gebruikt worden uitsluitend voor vergroening (zoals beplanting, bloemenbakken, klimplanten of andere niet-commerciële groene elementen), op voorwaarde dat:
    1. de vergroening geen commerciële of promotionele boodschap bevat;
    2. de vergroening eenvoudig verwijderbaar is en geen vaste verankering heeft;
    3. vooraf een vergunning wordt aangevraagd en verleend door het gemeentebestuur;
    4. bij de aanvraag een beschrijving wordt toegevoegd van hoe de vergroening eruit zal zien, inclusief het type beplanting en de wijze waarop het onderhoud in de toekomst zal gebeuren (om te voorkomen dat de beplanting te hoog wordt of zichtlijnen belemmert);
    5. de vergroening voldoet aan de technische en veiligheidsvoorwaarden die voor het gebruik worden opgelegd;
    6. de aanvrager of eigenaar verantwoordelijk blijft voor het onderhoud en het in goede staat houden van de vergroening
  2. Onder verwaarlozing wordt verstaan: een toestand waarin de beplanting afgestorven, overwoekerd, gevaarlijk of hinderlijk is voor het openbaar domein of de doorgang.
  3. bij verwaarlozing of gebrek aan onderhoud het gemeentebestuur de vergunning kan intrekken, waarna de inname dient te worden verwijderd en het openbaar domein in zijn oorspronkelijke staat moet worden hersteld op kosten van de vergunninghouder;
  4. de gemeente de aanvraag steeds gemotiveerd kan weigeren in het kader van veiligheidsoverwegingen of omwille van redenen van openbaar belang.

 

Artikel 11

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP VERGUNNINGSPLICHTIGE INRICHTINGEN, KLASSE 1: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 25 november 2024 een reglement goed voor de belasting op vergunningsplichtige inrichtingen, klasse 1: aanslagjaar 2025.

 

De geldigheid van het huidig reglement eindigt op 31 december 2025.

 

Er wordt gevraagd om het reglement 'belasting op vergunningsplichtige inrichtingen, klasse 1: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73401000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op vergunningsplichtige inrichtingen, klasse 1: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op land- en tuinbouwbedrijven, handels-, nijverheids- en recreatieondernemingen, evenals andere ondernemingen, instellingen en verenigingen die een als hinderlijk beschouwde inrichting van de eerste (1e) klasse exploiteren overeenkomstig de modaliteiten van het Vlaamse Reglement betreffende de Milieuvergunning (VLAREM).

 

De belasting is verschuldigd door de exploitant van de vergunningsplichtige onderneming of instelling. Ze wordt gevestigd per afzonderlijke inplanting die op het grondgebied van de gemeente gelegen is.

 

Indien een land- en tuinbouwbedrijf, handels-, nijverheids- en recreatieonderneming, evenals een andere onderneming, instelling en vereniging wordt geopend derwijze dat daarop gelijktijdig meer dan één indelingsrubriek van het Vlarem van toepassing is, dan is enkel de belasting voor de hoogste klasse van hinderlijkheid verschuldigd.

 

Artikel 2

Het bedrag van de jaarlijkse belasting wordt als volgt samengesteld:

 

  1. Land- en tuinbouwbedrijven:

3,08 euro per are bedrijfsvloeroppervlakte met een minimum van 90,41 euro. Elk gedeelte van een are wordt als één eenheid beschouwd. Worden echter van deze regeling uitgesloten: de industriële vetmesterijen en fokkerijen onafhankelijk van een landbouwbedrijf.

 

  1. Handels-, nijverheids- en recreatieondernemingen, evenals andere ondernemingen, instellingen en verenigingen:

        0,13 euro per vierkante meter bedrijfsvloeroppervlakte van de onderneming met een minimumbelasting van:

        74,71 euro voor de inrichtingen die een bedrijfsvloeroppervlakte beslaan van max. 1.000 m²;

        298,84 euro voor de inrichtingen die een bedrijfsvloeroppervlakte beslaan van meer dan 1.000 m² tot 3.000 m²;

        672,39 euro voor de inrichtingen die een bedrijfsvloeroppervlakte beslaan van meer dan 3.000 m² tot 6.000 m²;

        1.343,54 euro voor de inrichtingen die een bedrijfsvloeroppervlakte beslaan van meer dan 6.000 m² tot 12.000 m²;

        2.389,38 euro voor de inrichtingen die een bedrijfsvloeroppervlakte beslaan van meer dan 12.000 m² tot 20.000 m².

        Voor de inrichtingen waarvan de bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 20.000 m² zal de belasting berekend worden op basis van 0,13 euro per m² voor de eerste 20.000 m² en à rato van 0,06 euro per m² voor de schijf van de bedrijfsvloeroppervlakte boven de 20.000 m².

 

Als bedrijfsvloeroppervlakte komt de oppervlakte in aanmerking van de verschillende niveaus van het gebouw of de gebouwen, dienstig voor de uitbating van het aan vergunning onderworpen bedrijf, alsmede van het aanliggend terrein met inbegrip van alle aanhorigheden die met de exploitatie ervan een functionele band hebben, met uitsluiting van de weilanden en openluchtteelten, de woeste gronden of braakliggende industriegronden, de beboste terreinen en de niet-opgelegde groene zones (voor de opgelegde groene zones: zie vergunningsbesluit), de sportterreinen, de plantsoenen en de woning van de bedrijfsbeheerder of toezichter.

 

Artikel 3

De belasting wordt gevestigd op grond van de toestand tijdens het onmiddellijk voorafgaand jaar.

 

De bedrijven of ondernemingen die buiten werking geweest zijn gedurende het jaar dat het belastingjaar voorafgaat, kunnen aanspraak maken op een proportionele vermindering van de belasting. Voor iedere volle maand inactiviteit zal een vermindering van 1/12 van het jaartarief toegestaan worden, op voorwaarde dat de data van de buitengebruikstelling en de wederingangstelling van het bedrijf bij aangetekend schrijven bericht werden aan het betrokken gemeentebestuur.

In afwijking van het eerste lid van onderhavig artikel zal, bij begin van een bedrijfsuitbating in de loop van het jaar, de belasting worden berekend volgens de duur van de exploitatie, naar rato van 1/12 van het jaartarief per maand. Elke begonnen maand zal als een volle maand worden aangerekend.

Deze bedrijven zullen aangeslagen worden op basis van de toestand die bestaat bij de inwerkingstelling. Indien echter op het einde van het jaar blijkt dat in het verlopen jaar de bedrijfsvloeroppervlakte van de inrichting verhoogd werd ten opzichte van de aanvankelijke terreinbezetting, zal voor deze oppervlaktevermeerdering een aanvullende belastingaanslag gevestigd worden, berekend overeenkomstig de schaal voorzien in artikel 2, naar rato van 1/12 van het jaartarief per maand. Elke begonnen maand zal als een volle maand aangerekend worden.

 

Artikel 4

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond op één eurocent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen het aangepast belastingbedrag, na afronding op één eurocent, lager zou uitkomen dan het oorspronkelijk tarief, blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i,  waarbij:

R = tarief vastgesteld in artikel 2

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = het op één eurocent afgeronde geïndexeerde belastingbedrag.

 

Artikel 5

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen. De aangifteformulieren die hiertoe door het college van burgemeester en schepenen op verzoek ter beschikking worden gesteld, vermelden de periode binnen welke de aangifte dient te geschieden. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de exploitant niet van zijn aangifteplicht. Indien de inwerkingstelling van de inrichting aanvangt na 31 januari van het belastingjaar, of indien de bedrijfsvloeroppervlakte van de inrichting verhoogd werd ten opzichte van de aanvankelijke terreinbezetting, moet aangifte of aanvullende aangifte gedaan worden binnen de maand na de ingebruikneming of uitbreiding.

 

In geval van definitieve stopzetting van de bedrijfsactiviteiten moet hiervan binnen de maand aangifte worden gedaan bij vermelde dienst.

 

Artikel 6

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

Artikel 7

De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

        10% bij een eerste overtreding, met een maximum van 1.500 euro

        20% bij een tweede overtreding

        50% bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 7

De overtredingen vermeld in artikel 6 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

GEMEENTELIJK REGISTER VERWAARLOZING GEBOUWEN EN WONINGEN - AANPASSING - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op grond van art. 2.15 Vlaamse Codex Wonen houdt de gemeente een register van verwaarloosde gebouwen en woningen bij. De gemeente heeft op grond van boek 2, deel 2 van  het besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen de verplichting om een register van verwaarloosde gebouwen en woningen bij te houden, aangezien zij aangesloten is bij een intergemeentelijk samenwerkingsverband ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid (Kempens Woonplatform). Het register van verwaarlozing is een nuttig monitoringsinstrument ten einde de verwaarlozing van gebouwen en woningen in kaart te brengen.

Het huidige reglement inzake het register verwaarlozing van gebouwen en woningen werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 14 december 2020. 

 

Juridische gronden

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd.

        Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.

        Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd

 

Bijlagen

  1. Reglement inzake register van verwaarloosde gebouwen en woningen goedgekeurd op de gemeenteraad van 14 december 2020
  2. Technisch verslag reglement register verwaarloosde gebouwen en woningen
  3. Principiële goedkeuring van de aanpassing van het reglement inzake register van verwaarloosde gebouwen en woningen op het college van burgemeester en schepenen van 12 november 2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het huidig reglement dient naar aanleiding van een interne evaluatie van de woningkwaliteitsreglementen binnen Kempens Woonplatform geactualiseerd te worden.

De wijzigingen betreffen tekstuele wijzigingen voornamelijk in functie van een betere leesbaarheid door de burger. Er zijn een aantal inhoudelijke wijzigingen zoals daar zijn:

Bij de juridische gronden werden enkele verwijzingen naar decreten aangepast. Het gaat hierbij om decreten die niet langer van toepassing zijn, die gewijzigd werden of die inmiddels zijn opgenomen in andere, gecoördineerde wetgeving.

Er werden bovendien enkele aanpassingen gedaan naar aanleiding van wijzigingen in het decreet betreffende de Vlaamse Codex Wonen. Zo werd bijvoorbeeld de term ‘de intergemeentelijke administratieve eenheid’ vervangen door ‘het intergemeentelijk samenwerkingsverband’.

Daarnaast werd de mogelijkheid tot elektronische indiening, bijvoorbeeld voor het indienen van een beroepschrift, toegevoegd. Hierbij wordt uitdrukkelijk vermeld dat deze mogelijkheid enkel kan worden gebruikt indien de  gemeente dit voorziet. Dit is relevant omdat de gemeente, evenals IOK, in de loop van deze legislatuur mogelijks technisch in staat zal zijn om deze optie aan burgers aan te bieden.

De bepaling over een strengere puntentelling bij de schrapping van een pand werd verwijderd.   

Ook het technisch verslag werd bijgewerkt. Onder punt 15, dat betrekking heeft op de goten, zijn twee nieuwe indicaties toegevoegd: ‘afbladderende verf’ en ‘verweerde omkasting (rot, corrosie, …)’, omdat deze gebreken in de praktijk regelmatig worden vastgesteld, maar tot op heden geen specifieke categorie hadden. Verder werd onder punt 31, ‘afbladderende verf’, een bijkomend vakje toegevoegd, zodat hiervoor eveneens negen punten kunnen worden toegekend.

Tot slot wordt benadrukt dat het technisch verslag een essentieel onderdeel vormt van het reglement, aangezien het de basis vormt voor de terreinvaststellingen. Het verslag dient daarom achteraan het reglement of in bijlage ervan te worden opgenomen en door de gemeenteraad te worden goedgekeurd.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt volgend reglement inzake inventarisatie van verwaarloosde gebouwen en woningen goed. Dit reglement houdt in:

 

Artikel 1: Definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

1° Administratie: de personeelsleden van het intergemeentelijk samenwerkingsverband die door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband belast worden met de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het register van verwaarloosde gebouwen en woningen en met de opsporing van verwaarloosde panden;

 

2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven;

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

c) elektronisch aangetekende zending, voor zover de administratie deze mogelijkheid aanbiedt.

 

3° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten; 

 

4° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.

 

5° Onafgewerkt gebouw of woning: een gebouw of woning waarvan de werken werden aangevat, maar dat niet binnen 3 jaar na de aanvang van de werken winddicht is;

 

6° Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

 

Artikel 2: Wijze van inventarisatie

 

§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde gebouwen en woningen.

 

§2. Een gebouw, ongeacht het een hoofd- en/of een bijgebouw betreft, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.

Een onafgewerkt gebouw of woning wordt beschouwd als verwaarloosd.

De administratie beoordeelt de verwaarlozing van een gebouw of een woning op basis van de indicaties in het technisch verslag, dat als bijlage bij dit reglement gevoegd is.

Bij de beoordeling geldt een indicatie van categorie I voor drie punten, van categorie II voor negen punten en van categorie III voor achttien punten.

Het gegeven dat het gebouw of de woning onafgewerkt is, leidt tot een score van 18 punten (categorie III).

Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in het technisch verslag een eindscore opleveren van minimaal 18 punten.

 

§3. Een verwaarloosd gebouw of een verwaarloosde woning wordt opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, aan de hand van een administratieve akte waarbij een fotodossier en het technisch verslag, met vermelding van de elementen die de verwaarlozing staven, gevoegd worden.

De administratieve akte bevat als besluit de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing.

De administratie stelt de houders van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de beslissing tot opname van verwaarloosde gebouwen en woningen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Deze kennisgeving omvat de administratieve akte met fotodossier en het technisch verslag.

 

Artikel 3: Verhouding tot andere inventarissen

 

Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.

 

De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als verwaarloosde gebouwen of woningen in de zin van dit reglement beschouwd.

 

Een gebouw dat of een woning die door de gemeente geïnventariseerd is als leegstaand, kan eveneens opgenomen worden in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.

 

Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt of onbewoonbaar, kunnen eveneens worden opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.

 

Artikel 4: Beroep tegen het besluit tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen

 

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de administratieve akte, of ingaand op de datum van kennisgeving van de administratieve akte, kan een houder van het zakelijk recht bij het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband beroep aantekenen tegen de administratieve akte met de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.

 

Het beroepschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

 de identiteit en het adres van de indiener;

 de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

 

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht, met dien verstande dat de vaststelling van de verwaarlozing betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed. De overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegde inventaris opgenomen.

 

§2. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift.

 

Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:

 het beroepschrift is te laat ingediend of niet ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, §1, 1e tot en met 3e lid;

 het beroepschrift gaat niet uit van een houder van het zakelijk recht;

 het beroepschrift is niet ondertekend.

Als het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.

 

§3. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.20 Vlaamse Codex Wonen. Het beroep kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.

 

§4. Als het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning niet opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

Indien de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, wordt het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen opgenomen vanaf de datum van de vaststelling van de verwaarlozing in de administratieve akte.

 

Artikel 5: Schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen

 

§1. Een gebouw of een woning wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, vermeld in artikel 2, §2, werden hersteld of verwijderd. Hiertoe dient de houder van het zakelijk recht te bewijzen dat het gebouw of de woning geen indicaties van verwaarlozing meervertoont die op basis van het technisch verslag, vermeld in artikel 2, 18 punten of meer zouden opleveren.

De zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, vermeld in het eerste lid, zijn in geval van sloop pas verwijderd als alle puin geruimd is.

 

Een onafgewerkt gebouw of woning wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen als de houder van het zakelijk recht bewijst dat het gebouw of de woning winddicht is gemaakt.

De administratie vermeldt als datum van schrapping de datum van (elektronische) aangetekende verzending of afgifte tegen ontvangstbewijs van het gegronde verzoek tot schrapping. De administratie kan hier gemotiveerd van afwijken.

 

§2. Voor de schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.

 

Als het schrappingsverzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.20 Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

De administratie neemt een beslissing over het verzoek tot schrapping binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

§3. De administratie kan het gebouw of de woning ambtshalve uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen schrappen, indien zij vaststelt dat aan de voorwaarden voor de schrapping, vermeld in artikel 5, §1 voldaan is.

 

Artikel 6: Beroep tegen het besluit tot weigering van een schrapping

 

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de weigering van het verzoek tot schrapping, of ingaand op de datum van kennisgeving van de weigering van het verzoek tot schrapping, kan een houder van het zakelijk recht bij het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband beroep aantekenen tegen deze weigering. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.

 

§2. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.20 Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.

 

§3. Als het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen met als datum van schrapping de datum van (elektronisch) aangetekende verzending of afgifte tegen ontvangstbewijs van het initiële verzoek tot schrapping. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband kan hier gemotiveerd van afwijken.

 

Indien de beslissing tot weigering van het verzoek tot schrapping niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht ongegrond is, blijft het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen opgenomen.

 

Artikel 2

De gemeenteraadsbeslissing van 14 december 2020 houdende goedkeuring van het gemeentereglement inzake het register verwaarlozing van gebouwen en woningen wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door onderhavig reglement. De panden die op heden reeds zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen, blijven opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen op de datum van de administratieve akte.

 

Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2026 en wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 285 t.e.m. 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN: AANSLAGJAREN 2026-2031 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Er wordt gevraagd om het reglement 'Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

In overeenstemming met de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

In overeenstemming met het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

In overeenstemming met het gemeentelijk verwaarlozingsreglement goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 december 2025.

 

Inspraak en advies

De invoering van het belastingreglement heeft een gunstig effect op de gemeentefinanciën. Daarom adviseert afdeling financiën: gunstig.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Met het decreet van 23 december 2016 over diverse fiscale bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen wordt het beleid voor verwaarloosde woningen en gebouwen overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau. Hiermee worden de decretale bepalingen van de gewestelijke verkrottingsheffing op verwaarloosde woningen en gebouwen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit opgeheven.

 

De gemeente kan een heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen innen op basis van de fiscale autonomie. Het komt naar aanleiding van het wijzigingsdecreet gepast voor een gemeentebelasting op verwaarloosde gebouwen en woningen in te stellen. Het verwaarlozingsbeleid wordt op die wijze gecontinueerd op het gemeentelijk niveau.

 

De gemeente wenst verwaarlozing van woningen en gebouwen te voorkomen en bestrijden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

 

De gemeente wil eigenaars aanmoedigen woningen en gebouwen afdoend te onderhouden door een heffing op de verwaarlozing van woningen en gebouwen in te stellen. Het is billijk hiervoor een specifieke belasting te heffen. Deze belasting verlicht de financiële behoefte van de gemeente. De vrijstellingen in het reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73750000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen: aanslagjaren 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op verwaarloosde woningen en gebouwen, die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

 

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

- Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

- een aangetekend schrijven;

- een afgifte tegen ontvangstbewijs;

 

- Woning: elk bebouwd onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

 

- Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

 

- Gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen: het register als vermeld in artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen;

 

- Onafgewerkt gebouw of woning: een gebouw of woning waarvan de werken werden aangevat, maar dat niet binnen 3 jaar na de aanvang van de werken winddicht is;

 

- Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.

 

- Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgenomen.

 

- Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum

 

Artikel 3

De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Zolang het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning niet uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de opnamedatum.

 

Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

Artikel 4

Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen de houder van het zakelijk recht is van het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning.

 

Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht op de verjaardag van de opnamedatum, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.

 

Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

 

In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het volle eigendomsrecht, van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht, in kennis van de opname van het goed in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

 

Tevens dient de instrumenterend ambtenaar per beveiligde zending een kopie van de notariële akte te bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

        naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

        datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

        nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

 

De overdrager van het zakelijk recht kan de instrumenterende ambtenaar vragen om dit in zijn plaats te doen.

 

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 5

De belasting bedraagt:

- 1.500 euro voor een verwaarloosd gebouw;

- 1.500 euro voor een verwaarloosde woning.

 

De belasting wordt vermenigvuldigd met 1,5 (belastingbedrag vorig jaar x 1,5) per bijkomende nieuwe termijn van 12 maanden dat het gebouw of de woning op het register van verwaarloosde woningen en gebouwen staat, met een maximum van viermaal het basisbedrag.

 

Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

Artikel 6

§ 1. Van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen zijn vrijgesteld:

 

  1. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 1 jaar volgend op de gerechtelijke beslissing;

 

  1. de belastingplichtige die maximaal 1 jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning.

 

§ 2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:

  1. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

 

  1. geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;

 

  1. krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiedossier is ingediend met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende de termijn van behandeling;

 

  1. krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument en waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven;

 

  1. deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiedossier is ingediend met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende de termijn van behandeling;

 

  1. deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap en waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven;

 

  1. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts gedurende een periode van maximaal 2 jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging verleend kan worden;

 

  1. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts gedurende een periode van maximaal 2 jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik verleend kan worden;

 

  1. gerenoveerd wordt op basis van werken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is of op basis van werken waarvoor geen omgevingsvergunning vereist is:

 

1) voor vergunningsplichtige handelingen: blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor stabiliteitswerken, renovatiewerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat jaarlijks vooruitgang dient te worden geboekt. Deze vrijstelling kan maximaal voor 3 opeenvolgende aanslagjaren volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen, toegekend worden. Voor de eerste aanslag wordt de vrijstelling op basis van de vergunning toegekend. Voor de tweede en derde aanslag wordt de vrijstelling toegekend indien de belastingplichtige aantoont dat er op de datum van de verjaardag van de opnamedatum vooruitgang is geboekt t.o.v. het voorgaande jaar (o.b.v. foto’s, aankoopfacturen, overige documenten…).

 

2) voor niet-vergunningsplichtige handelingen: blijkens een renovatiedossier dat de belastingplichtige zelf samenstelt met foto’s, aankoopfacturen en documenten waaruit voldoende blijkt dat het gebouw of de woning in staat van renovatie is, met dien verstande dat jaarlijks vooruitgang dient te worden geboekt. Deze vrijstelling kan maximaal voor 3 opeenvolgende aanslagjaren toegekend worden. Voor de eerste aanslag wordt de vrijstelling op basis van het renovatiedossier toegekend. Voor de tweede en derde aanslag wordt de vrijstelling toegekend indien de belastingplichtige aantoont dat op datum van de verjaardag van de opnamedatum vooruitgang is geboekt t.o.v. het voorgaande jaar (o.b.v. foto’s, aankoopfacturen, overige documenten…).

 

Voorafgaand aan de toekenning van bovenstaande vrijstellingen voor renovatie met of zonder omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen kan de gemeente een plaatsbezoek uitvoeren. Indien een plaatbezoek tot vaststelling van de vooruitgang van de werken wordt geweigerd of indien aan de administratie geen toegang wordt verleend tot het gebouw en/of de woning, dan kan de toekenning van de vrijstelling worden geweigerd.

 

Bovenstaande vrijstellingen voor renovatie met of zonder omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen kunnen gecombineerd worden, met dien verstande dat deze vrijstellingen, indien gecombineerd, ook maar maximaal voor 3 opeenvolgende aanslagjaren toegekend kunnen worden.

 

Bij overdracht van het zakelijk recht heeft de nieuwe belastingplichtige ook recht op een vrijstelling voor renovatie met of zonder omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen, met dien verstande dat deze vrijstellingen, indien gecombineerd, ook maar maximaal voor 3 opeenvolgende aanslagjaren toegekend kunnen worden.

 

  1. het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30., §2 Vlaamse Codex Wonen.

 

  1. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig boek 5, deel 7 Vlaamse Codex Wonen.

 

§ 3. Overige vrijstellingen:

De houder van het zakelijk recht bedoeld in art. 2, wordt vrijgesteld van belasting indien die houder:

        een erkende sociale huisvestingsmaatschappij is.

        een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap is.

        de gemeente, het OCMW of een intergemeentelijke vereniging is.

 

Deze vrijstelling geldt voor een periode van maximaal 3 jaar vanaf de datum van de administratieve akte.

 

§ 4. Het verkrijgen van een vrijstelling voor één of meerdere aanslagjaren, doet geen afbreuk aan het gegeven dat de berekening van de verwaarlozingsheffing, in het bijzonder de tariefverhoging, zoals bepaald in artikel 4, doorloopt.

 

Artikel 7

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i  , waarbij:

 

 R = tarief vastgesteld in artikel 5

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag , waarbij:

 

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 8

De belasting wordt ingevorderd door middel van een belastingkohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 9

De vestiging en invordering van de belasting en ook de behandeling van de geschillen gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

POLITIE - BEGROTING EN DOTATIE 2026 - KENNISNAME EN GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 stemmen tegen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De begroting van de politiezone Balen-Dessel-Mol voor het dienstjaar 2026 werd ter goedkeuring voorgelegd aan de politieraad van 1 december 2025 en omvat voor de gemeente Mol:

        een werkingstoelage van € 6.904.851,00

        een investeringstoelage van € 598.600,00

 

In de financiële nota van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente is op actie 3/3/1 deze werkings- en investeringstoelage voorzien.

 

Juridische gronden

Artikel 40 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst,

gestructureerd op twee niveaus, stelt dat elke gemeenteraad van de zone de dotatie stemt die aan

het lokaal politiekorps moet worden toegekend.

 

Bijlage

  1. Politie begroting 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeenteraadsbeslissing met betrekking tot de dotatie is een verplicht stuk in het

begrotingsdossier van de politiezone.

 

Financiële weerslag

Exploitatietoelage:

Actie

3/3/1

Registratiesleutel

64940000/040000

Bedrag

€ 6.904.851,00

 

Investeringstoelage:

Actie

3/3/1

Registratiesleutel

66400000/040000

Bedrag

€ 598.600,00

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad neemt kennis van de begroting 2026 van de politiezone Balen-Dessel-Mol.

 

Artikel 2

De dotatie van de gemeente Mol aan de politiezone Balen-Dessel-Mol voor het dienstjaar 2026, bestaande uit een werkingstoelage van € 6.904.851,00 en een investeringstoelage van € 598.600,00 wordt goedgekeurd.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

PIDPA WATERSANERING - FINANCIEEL PLAN 2026 EN INVESTERINGSPLAN 2026-2031 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 18 juni 2007 keurde de Algemene Vergadering van Pidpa de statutenwijziging goed van het project HidroSan inzake het pakket op maat van de gemeente wat betreft de watersanering.

 

Bij beslissing van 21 september 2009 van de gemeenteraad trad de gemeente toe tot Pidpa HidroSan.

 

Aan Pidpa kunnen volgende opdrachten en opties worden toegewezen:

1) Reinigen van de straatkolken

2) Exploitatie en onderhoud van de pompstations

3) Beheer van het grachtenstelsel

4) Databeheer en -ontwikkeling

5) Aanleg van nieuwe huisaansluitingen

6) Exploitatie en onderhoud van de gemeentelijke zuiveringsinstallaties

7) IBA's: aankoop, plaatsing, exploitatie, onderhoud en controle

 

Pidpa aanvaardt dat de effectieve operationele opstart van de gekozen opties van het project HidroSan voor de gemeente Mol wordt vastgelegd met ingang van 1 januari 2026 voor:

1) Reinigen van straatkolken

2) Exploitatie en onderhoud van de pompstations

3) Beheer van het grachtenstelsel

4) Databeheer en -ontwikkeling

5) Aanleg van nieuwe huisaansluitingen

6) Exploitatie en onderhoud van de gemeentelijke zuiveringsinstallaties

7) IBA's: aankoop, plaatsing, exploitatie, onderhoud en controle

 

Jaarlijks wordt het ontwerp financieel plan en investeringsplan goedgekeurd

 

Juridische gronden

Het decreet van 24 december 2004 legt een overeenstemming op tussen enerzijds de saneringsuitgaven en anderzijds de aan te rekenen saneringsbijdrage en -vergoeding.

 

Bijlagen

  1. Gemeenteraadsbeslissing van 21 september 2009
  2. Financieel Plan 2026
  3. Plan van Aanpak september 2009
  4. Overeenkomst met Pidpa van 21 september 2009
  5. Investeringsplan 2026 - 2031

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het stappenplan, Plan van Aanpak van september 2009 - 3e deel, wordt afgesproken een financieel plan op te maken door Pidpa voor het dienstjaar 2026 inzake de omvang van de voorziene uitgaven (investeringen en onderhoud) en uitgaven voor de watersanering.

 

Een ontwerp van financieel plan 2026 en investeringsplan 2026-2031 werd opgemaakt.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Voor de rioleringsaansluitingen wordt 0,00 euro aangerekend in 2026.

 

Artikel 2

Het financieel plan 2026 en het investeringsplan 2026-2031 worden goedgekeurd.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.

 

Artikel 4

Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan Pidpa, Desguinlei 246 in 2018 Antwerpen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

KERKFABRIEKEN - GOEDKEURING MEERJARENPLANNEN 2026-2031 EN AKTENAME VAN DE BUDGETTEN 2026

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Vanaf 1 januari 2007 zijn de bepalingen betreffende het financieel beheer van erkende instellingen van de eredienst (kerkfabrieken) in werking getreden. Daarnaast zijn diverse wetten van kracht die de manier van boekhouden voor deze instellingen grondig herzien.

 

De wetgeving voorziet dat de eredienstbesturen een meerjarenplan 2026-2031 moeten opstellen. Het formele toezicht is verschoven van het provinciaal niveau naar de gemeenten, waardoor de gemeente geen adviserende rol meer heeft zoals voorheen, maar wel een goedkeuringsbevoegdheid.

 

Juridische gronden

Artikel 43 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten stelt dat de meerjarenplannen onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.

 

Bijlage:

1) De meerjarenplannen van onderstaande kerkfabrieken:

 

Kerkfabriek

Naam

Centrum

St.-Pieter en Pauwel

Ezaart

St.-Willibrordus

Millegem

St.-Odrada

Sluis

St.-Bernardus

Wezel

St.-Jozef

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De meerjarenplannen werden opgesteld na intense samenwerking tussen de kerkfabrieken, het centrale kerkbestuur en de gemeente. Ze bevatten de noodzakelijke ontvangsten en uitgaven nodig om de kerkfabrieken te laten functioneren.

 

Financiële weerslag

De financiële bijdragen van de gemeente die voorzien zijn in de meerjarenplannen van de boven geciteerde kerkfabrieken zijn als volgt samen te vatten (detail als bijlage bij dit besluit):

 

Hierbij een overzicht van de financiële bijdragen van de gemeente die voorzien zijn in deze documenten:

 

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Investeringstoelage

€76.200

€20.000

€10.000

-

-

-

Exploitatietoelage

€205.457,58

€252.514,50

€245.807,25

€251.779,75

€257.743,75

€264.188,75

 

De nodige budgetten werden voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:

Actie

5/16/3

Budgetsleutel

64940000/0790* en 66400000/0790*

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de meerjarenplannen 2026-2031 van volgende kerkfabrieken goed en neemt kennis van de budgetten 2026:

 

Kerkfabriek

Naam

Centrum

St.-Pieter en Pauwel

Ezaart

St.-Willibrordus

Millegem

St.-Odrada

Sluis

St.-Bernardus

Wezel

St.-Jozef

 

De eraan verbonden financiële bijdragen worden in de budgetten van de gemeente opgenomen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

STUIFZAND - BELEIDSPLANNEN 2027-2032 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Stuifzand is een intergemeentelijk projectvereniging van zeven Kempense gemeenten: Balen, Dessel, Geel, Laakdal, Meerhout, Mol en Retie.

Stuifzand ondersteunt de gemeenten in hun ambities en noden op vlak van cultuur, bibliotheken, onroerend en cultureel erfgoed. Stuifzand doet dit door projecten op te zetten, instrumenten en modellen te ontwikkelen, expertise in huis te halen en door heel nauw samen te werken met gemeentelijke diensten, het bredere culturele veld en andere sectoren.

 

Stuifzand bestaat uit drie deelwerkingen: cultureel erfgoed, onroerend erfgoed (IOED) en bibliotheek/cultuur.

 

Juridische gronden

        Deel 3, titel 3 decreet lokaal bestuur over intergemeentelijke samenwerking in het bijzonder

        Besluit gemeenteraad van 15 september 2025

        Decreet bovenlokale cultuur van 8 maart 2024

        Cultureel erfgoeddecreet van 23 december 2021

        Onroerend erfgoedbesluit van 6 september 2022

 

Bijlagen

1. bijlage1_251029_Stuifzand_Cultuurnota_2027-2032

2. bijlage2_251029_Stuifzand_Erfgoedcel_Missie_visie_doelstellingen_2027-2032

3. bijlage3_251029_Stuifzand_IOED_Beleidsplan_2027-2032

4. bijlage4_251029_Stuifzand_Erfgoedcel_Meerjarenbegroting_2027-2032

5a. bijlage5a_251029_Stuifzand_Cultuur_meerjarenbegroting_2027-2032

5b. bijlage5b_251029_Stuifzand_Cultuur_meerjarenbegroting_2027-2032

5c. bijlage5c_251029_Stuifzand_Cultuur_meerjarenbegroting_2027-2032

6. bijlage6_251029_Stuifzand_IOED_Meerjarenbegroting_2027-2032

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Om een kwaliteitsvolle regionale werking te continueren op vlak van cultureel erfgoed, onroerend erfgoed en bibliotheek- en culturele werking (cultuurnota) en te kunnen blijven rekenen op de gedeelde expertise wordt er per deelwerking een bijdrage gevraagd aan de gemeenten à rato van het inwonersaantal.

Voor de onroerend erfgoedwerking wordt voortaan een bijdrage van 1€ per inwoner gevraagd. Dit om nog steeds een financiering vanuit Vlaanderen te kunnen blijven garanderen. De bijdragen voor de andere deelwerkingen blijven in dezelfde orde van grootte. 

 

Financiële weerslag

Actie

We participeren in de intergemeentelijke projectvereniging Stuifzand voor de IOED

Registratiesleutel

nog niet gekend

Bedrag

€ 1 per inwoner (38 659 euro voor 2026)

 

Actie

We participeren in de intergemeentelijke projectvereniging Stuifzand voor de cultureel erfgoedwerking

Registratiesleutel

nog niet gekend

Bedrag

€ 0,42 per inwoner (16 237 euro voor 2026)

 

Actie

We participeren in de intergemeentelijke projectvereniging Stuifzand voor de regionale bibliotheek- en cultuurwerking

 

We participeren in de intergemeentelijke projectvereniging Stuifzand UiTPAS

Registratiesleutel

nog niet gekend

Bedrag

€ 0,72 per inwoner (27 835 euro voor 2026)

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de beleidsplannen (2027-2032) voor de drie deelwerkingen van Stuifzand goed.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt de gevraagde toelages goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

WELZIJNSZORG KEMPEN - TOEKOMST VISIE EN STRATEGISCHE UITBOUW - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De algemene vergadering van Welzijnszorg Kempen verklaarde zich in haar zitting van 24 september 2025 akkoord met de stapsgewijze implementatie van het proces en de acties  zoals beschreven in de nota “toekomstvisie en strategische uitbouw van Welzijnszorg Kempen naar een duurzaam regionaal sociaal beleid.” (zie bijlage)

 

Dientengevolge worden de volgende punten hierbij ter goedkeuring voorgelegd aan de deelgenoten van Welzijnszorg Kempen:

 

1. De blijvende zelfstandigheid van Welzijnszorg Kempen, weliswaar in een versterkte en versterkende synergie met IOK,

2. Het ontwerp van nieuwe statuten,

3. Een weloverwogen en doordachte samenwerking met de participerende vzw’s,

4. De voorgestelde verhoging van de algemene, geïndexeerde werkingsbijdrage van 1,0899 euro/inw naar 2,08 euro per inwoner vanaf 1 januari 2026 (deze werkingsbijdrage zal jaarlijks worden geïndexeerd: algemene index van de consumptieprijzen basisindex januari 2026) 

 

Conform artikel 482 en artikel 476 van het decreet lokaal bestuur werd de huidige statutenwijziging voorgelegd aan de Vlaamse Regering voor advies. Dit advies en de aangepaste ontwerpstatuten zijn terug te vinden in de bijlagen.

 

In december 2025 staan deze punten opnieuw geagendeerd op de algemene vergadering van Welzijnszorg Kempen.

 

Juridische gronden

1. Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in het bijzonder de artikels 475 tot 495;

2. Bestaande statuten van Welzijnszorg Kempen laatst goedgekeurd op 10 februari 2021 door de algemene vergadering van Welzijnszorg Kempen;

 

Bijlagen

1) Bijlage 1_Toekomstvisie en strategische uitbouw van Welzijnszorg Kempen 2025 09 24

2) Bijlage 2 Nieuwe Statuten WZK

3) Bijlage 3 Geannoteerde statuten WZK

4) Bijlage 4 OND Brief Welzijnszorg Kempen

5) Bijlage 5 OND_NBA_Welzijnszorg Kempen_2025_VL2025_1985

6) Bijlage 6 Brief OCMW

 

Financiële weerslag

Actie

5/16/4 We beheren administratieve, facilitaire middelen

Lidgelden verenigingen gemeentelijk belang

Bedrag

€ 100 000 totaalbedrag + index

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad geeft goedkeuring aan de blijvende zelfstandigheid van Welzijnszorg Kempen, weliswaar in een versterkte en versterkende synergie met IOK.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt de statutenwijziging van Welzijnszorg Kempen principieel goed.

 

Artikel 3

De gemeenteraad verleent goedkeuring aan een weloverwogen en doordachte samenwerking met de participerende vzw’s.

 

Artikel 4

De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de voorgestelde verhoging van de algemene, geïndexeerde werkingsbijdrage van 1,0899 euro/inw naar 2,08 euro per inwoner vanaf 1 januari 2026 (deze werkingsbijdrage zal jaarlijks worden geïndexeerd: algemene index van de consumptieprijzen basisindex januari 2026) 

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

LOKAAL PARTNERSCHAP BALDEMORE LIJN18 - BEGROTING EN FINANCIELE AFSPRAKEN 2025-2026 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het dossier LijN18 betreft het lokaal partnerschap tussen de gemeenten Balen, Dessel, Mol en Retie en andere partners. Dit partnerschap loopt van 2024-2029.

In dit partnerschap wordt ingezet op geïntegreerde aanklampende hulpverlening aan kwetsbare burgers waarvoor het regulier aanbod niet of nog niet toereikend is.

 

In de procesmeeting met Europa Werk en Sociale Economie werd in 2024 geconstateerd dat we met het team niet voldoende op de noden van de cliënten konden inspelen. Het huidige team was te homogeen in expertise. Europa WSE vroeg een veranderingsproces naar samenstelling van het team om tegemoet te komen aan de noden van de cliënten.

 

In 2025 werden belangrijke stappen gezet in het veranderingsproces dat door Europa WSE werd gevraagd. Voor het partnerschap werd een integrale trajectgezel met 0.8 VTE aangeworven die trajecten met cliënten zal begeleiden voor de hele regio Baldemore.

Vanuit de noden van onze cliënten kunnen we vanaf heden beroep doen op een expert wonen en een expert verslaving die zowel expertise aan de casustafel toebrengen als een oriënterende begeleiding naar de cliënten toe.

Heel dit proces vroeg om een multidisciplinaire aanpak en een sterkere lokale verankering. Er werd dus gezorgd dat er vanaf oktober 2025 een multidisciplinair team aan de casus tafel zit, en om de lokale verankering van het partnerschap te versterken zullen de teamvergaderingen plaatsvinden op locatie bij de OCMW's van de vier gemeenten, waarbij maatschappelijk werkers betrokken worden in casusoverleg. Dit moet de samenwerking met de lokale sociale diensten bevorderen en de zichtbaarheid en lokale verankering van kennis van het partnerschap vergroten.

 

De opmaak van de bijlages 'begroting en financiële afspraken voor 2025 en 2026 liepen vertraging op door de vele wijzigingen die het partnerschap moest ondergaan.

 

Juridische gronden

art 40 en 41 decreet lokaal bestuur

art 77 en 78 decreet lokaal bestuur

 

Inspraak en advies

De opmaak van de bijlages 'begroting en financiële afspraken voor 2025 en 2026 liepen vertraging op door de vele wijzigingen die het partnerschap moest ondergaan.

 

Bijlagen

 1. bijlage 5 begroting en financiële afspraken projectjaar 2 (2025)

 2. bijlage 5 begroting en financiële afspraken projectjaar 3 (2026)

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Vanuit de lokale besturen zijn we een essentiële partner in het dossier lokale partnerschappen. Met dit partnerschap beogen we een doelgroep te bereiken en te ondersteunen die in het reguliere circuit (nog) niet (meer) terecht kan omwille van de complexe multi problematieken. We trachten met dit partnerschap binnen regio Baldemore een zo toereikend mogelijk aanbod aan deze cliënten te kunnen geven.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de 'begroting en financiële afspraken ' voor projectjaar 2 (2025) en projectjaar 3 (2026) goed, zoals weergegeven in de bijlagen bij dit besluit.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

CONVENANT TUSSEN ILV BALDEMORE EN CAW DE KEMPEN - ADDENDUM - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 17 november 2023 werd er een convenant afgesloten tussen ILV Baldemore en CAW De Kempen: ‘convenant Baldemore -  een samenwerkingsakkoord tussen de lokale besturen Balen, Dessel, Mol, Retie en CAW De Kempen’ met ingang vanaf 1 januari 2024 en normalerwijze eindigend op 31 december 2025.

 

Momenteel zijn de onderhandelingen voor een nieuwe convenant tussen de gemeentes en OCMW's van regio Baldemore enerzijds en CAW De Kempen anderzijds nog steeds lopende. Hierdoor kan er geen nieuwe convenant afgesloten worden vanaf 1 januari 2026 waardoor er een hiaat zal ontstaan in het aanbod dat door CAW De Kempen georganiseerd wordt op het grondgebied van regio Baldemore.

 

Het beheerscomité van ILV Baldemore stelt daarom voor om een addendum toe te voegen aan het huidige convenant dat de looptijd van de bestaande overeenkomst, met uitzondering van de JAC (Jongeren Advies Centrum) werking (paragraaf 3.1 Jongerenaanbod CAW), welke eindigt 31 december 2025 te verlengen tot er een nieuwe convenant is afgesloten en in werking is getreden. De nieuwe convenant dient echter te worden goedgekeurd uiterlijk op 31 maart 2026 waarna de huidige convenant automatisch en van rechtswege als beëindigd wordt beschouwd.

 

Er werd reeds beslist door het beheerscomité van ILV Baldemore dat er geen extra financiering zal zijn voor de JAC - werking vanaf 1 januari 2026. Dit valt bijgevolg niet meer onder de te bespreken doelstellingen van het convenant, waardoor deze opdracht niet mee vervat zal zitten in de tijdelijke verlenging van de huidige convenant.

 

Juridische gronden

Artikel 41, 5° decreet lokaal bestuur.

 

Inspraak en advies

Deze beslissing werd genomen op het beheerscomité van ILV Baldemore op datum van 17 november 2025.

 

Bijlagen

  1. Huidige convenant tussen ILV Baldemore en CAW De Kempen
  2. Addendum bij het convenant tussen ILV Baldemore en CAW De Kempen
  3. Verslag beheerscomité ILV Baldemore van 17 november 2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Met voorgelegd addendum wordt het huidige aanbod van CAW De Kempen zoals omschreven in de lopende overeenkomst  gegarandeerd in de periode die nodig is om een nieuwe overeenkomst te onderhandelen.

 

Financiële weerslag

De nodige financiële middelen werden voorzien binnen het meerjarenplan.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt volgend addendum dat zal worden toegevoegd aan de oorspronkelijke overeenkomst tussen CAW De Kempen en ILV Baldemore van 17 november 2023 goed:

 

     Addendum convenant

Tussen

Gemeente Balen, vertegenwoordigd door Sofie Leysen (voorzitter) en Michel Van Sprengel (algemeen directeur) handelend in de beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025,

Openbaar Centrum Maatschappelijk Welzijn (hierna OCMW) Balen, vertegenwoordigd door Sofie Leysen (voorzitter) en Michel Van Sprengel (algemeen directeur), handelend in de beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 15 december 2025,

Gemeente Dessel, vertegenwoordigd door Tim Heymans (voorzitter) en Luk Nuyts (algemeen directeur) handelend in de beslissing van de gemeenteraad van 18 december 2025

OCMW Dessel, vertegenwoordigd door Tim Heymans (voorzitter) en Luk Nuyts (algemeen directeur), handelend in de beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 18 december 2025,

Gemeente Mol, vertegenwoordigd door Ann Smeyers (voorzitter) en Laurens Moubax (algemeen directeur) handelend in de beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025,

OCMW Mol, vertegenwoordigd door Ann Smeyers (voorzitter) en Laurens Moubax (algemeen directeur), handelend in de beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 15 december 2025,

Gemeente Retie, vertegenwoordigd door Luc Janssens (voorzitter) en Roel Slegers (algemeen directeur) handelend in de beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025

OCMW Retie, vertegenwoordigd door Luc Janssens (voorzitter) en Roel Slegers (algemeen directeur), handelend in de beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 15 december 2025,

Hierna genoemd ‘ILV Baldemore’

En

Het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk De Kempen vzw met maatschappelijke zetel gevestigd te Herentals, Hofkwartier 23 vertegenwoordigd door Mieke Mermans (algemeen directeur),

hierna genoemd ‘CAW De Kempen’, anderzijds

Hierna samen ‘de partijen’ genoemd.


Wordt voorafgaandelijk uiteengezet wat volgt;

Deze overeenkomst betreft een addendum of bijvoegsel bij de overeenkomst d.d. 17/11/2023 tussen ILV Baldemore en CAW De Kempen betreffende het ‘convenant Baldemore -  een samenwerkingsakkoord tussen de lokale besturen Balen, Dessel, Mol, Retie en CAW De Kempen’ met ingang vanaf 1 januari 2024 en normalerwijze eindigend op 31 december 2025.

Wordt overeengekomen wat volgt;

Artikel 1

De partijen komen overeen de bestaande overeenkomst, met uitzondering van de JAC werking (paragraaf 3.1 Jongerenaanbod CAW), welke eindigt 31 december 2025 te verlengen tot er een nieuwe convenant is afgesloten en in werking is getreden. De nieuwe convenant dient echter te worden goedgekeurd uiterlijk op 31 maart 2026 waarna de huidige convenant automatisch en van rechtswege als beëindigd wordt beschouwd.

Artikel 2

Partijen erkennen dat onderhavig addendum zal worden toegevoegd aan de oorspronkelijke overeenkomst om er één geheel mee uit te maken. Partijen aanvaarden dat zij gebonden zijn door de oorspronkelijke contractvoorwaarden alsmede door de bepalingen van dit addendum. De artikelen van de overeenkomst d.d. 17/11/2023 zijn integraal van toepassing, tenzij er uitdrukkelijk van wordt afgeweken in dit addendum. In geval van tegenstrijdigheid tussen de oorspronkelijke contractvoorwaarden en dit addendum, primeert het addendum.

 

Opgemaakt te Mol, op 19 december 2025, in 9 exemplaren waarvan elke partij erkent een ondertekend exemplaar te hebben ontvangen.

Voor ILV Baldemore:

 

Gemeente Balen en OCMW Balen

 

 

 

 

 

Mevrouw Sofie Leysen    De heer Michel Van Sprengel

Voorzitter gemeenteraad,    Algemeen directeur

Voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn

 

 


Gemeente Dessel en OCMW Dessel

 

 

 

 

 

 

De heer Tim Heymans       De heer Luk Nuyts

Voorzitter gemeenteraad,     Algemeen directeur

Voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn

 

Gemeente Mol en OCMW Mol

 

 

 

 

 

Mevrouw Ann Smeyers     De heer Laurens Moubax 

Voorzitter gemeenteraad,    Algemeen directeur

Voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn

 

 

Gemeente Retie en OCMW Retie

 

 

 

 

 

 

De heer Luc Janssens      De heer Roel Slegers

Voorzitter gemeenteraad,    Algemeen directeur

Voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn

 


Voor CAW De Kempen:

 

 

 

 

 

 

Mevrouw Mieke Mermans

Algemeen directeur

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

EVA VZW CULTUUR MOL - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In zitting van 16 december 2013 besliste de gemeenteraad om de Programma-vzw Cultuurcentrum Mol om te vormen tot een extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm. Met het ministerieel besluit van 20 maart 2014 keurde de Vlaamse minister van binnenlands bestuur de voornoemde beslissing goed, waarbij de EVA-vzw Cultuurcentrum Mol (thans EVA vzw Cultuur Mol) werd opgericht.

 

De gemeente moet met haar externe verzelfstandigde agentschappen onder privaatrechtelijke vorm een samenwerkingsovereenkomst afsluiten waarin de verhoudingen tussen de gemeente en de vereniging geregeld worden. De samenwerkingsovereenkomst werd goedgekeurd binnen de vereniging en door de gemeenteraad. Conform artikel 2 van deze samenwerkingsovereenkomst eindigt deze op 31 december 2025. De voorliggende nieuwe samenwerkingsovereenkomst is geldig voor de beleidsperiode 2026-2031.   

 

In zitting van 23 juni 2025 nam de gemeenteraad kennis van de evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst 2020-2025.

 

Juridische gronden

Artikel 41, 5° van het decreet lokaal bestuur van 22-12-2017.

Artikel 247 van het decreet lokaal bestuur van 22-12-2017.

 

Inspraak en advies

De raad van bestuur van de EVA-vzw Cultuurcentrum Mol heeft op 2 december 2025 een positief advies gegeven over de samenwerkingsovereenkomst.

 

Bijlagen

1) advies raad van bestuur van 2 december 2025

2) samenwerkingsovereenkomst 2020-2025

3) gemeenteraadsbesluit 23 juni 2025 evaluatie samenwerkingsovereenkomst

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Deze samenwerkingsovereenkomst regelt de verhoudingen tussen de gemeente en de vereniging, de afstemming van de afspraken tussen de gemeente en de vereniging, de nadere omschrijving en afbakening van de opdrachten en verantwoordelijkheden van de vereniging ten opzichte van de gemeente en de engagementen van de gemeente ten opzichte van de vereniging.

 

Financiële weerslag

De gemeente voorziet binnen de meerjarenplanning 2026-2031 de nodige financiële steun voor de vereniging:

Actie

5/7/8

Registratiesleutel

64990000/070100

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen het gemeentebestuur en de EVA vzw Cultuur Mol goed voor de bestuursperiode 2026-2031 goed:

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE GEMEENTE MOL EN EVA-VZW CULTUUR MOL

 

 

TUSSEN:

 

DegemeenteMol, met bestuurszetel te Molenhoekstraat2,2400Mol, ingeschreven in de KBO met ondernemingsnummer 0207.503.388, vertegenwoordigddoordegemeenteraad,voorwie optreden L. Moubax,algemeendirecteuren A. Smeyers,voorzittergemeenteraad,

Handelendin uitvoering van de beslissing van de gemeenteraad dd. 15 december 2025.

Overeenkomstig artikel 330 e.v. van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 is voormeld besluit van de gemeenteraad uitvoerbaar doch onderworpen aan het algemeen administratief toezicht.

 

Hierna genoemd de “gemeente”.

 

EN

 

EVA-vzw Cultuur Mol, Molenhoekstraat 2, 2400  Mol, ingeschreven in de KBO met ondernemingsnummer 0456.113.497, vertegenwoordigd door G. van Tiggelen, voorzitter van het bestuursorgaan en N. Ceunen, directeur/secretaris,handelendin uitvoering vaneen beslissing van het bestuursorgaan dd. 2 december 2025 hierna genoemd de “vereniging”;

 

isovereengekomenhetgeenvolgt:

 

INHOUDSOPGAVE

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE GEMEENTE MOL EN EVA-VZW CULTUUR MOL.........1

1. VOORWERP VAN DE OVEREENKOMST..............................................4

2. DUUR EN EINDE VAN DE OVEREENKOMST...........................................4

3. OPDRACHT VAN DE VERENIGING.................................................5

3.1. De inhoud van de opdracht..................................................5

3.2. De uitvoering van de opdracht...............................................5

4. FINANCIËN.................................................................6

4.1. Reserves van de vereniging.................................................6

4.2. Verbintenissen van de gemeente..............................................6

4.3. Verbintenissen van de vereniging.............................................6

4.4. Rechten van de vereniging..................................................7

4.5. Rechten van de gemeente..................................................7

5. INFRASTRUCTUUR EN MATERIALEN...............................................8

5.1. Onroerende goederen.....................................................8

5.2. Roerende goederen.......................................................9

6. JAKOB SMITSMUSEUM........................................................10

6.1. Verbintenissen vereniging..................................................10

6.2. Verbintenissen gemeente..................................................10

7. DIENST ERFGOED............................................................10

7.1. Verbintenissen vereniging..................................................10

7.2. Verbintenissen gemeente..................................................11

8. PERSONEEL................................................................11

9. COMMUNICATIE EN PROMOTIE..................................................11

9.1. Website, huisstijl en logo..................................................12

9.2. Verbintenissen van de gemeente.............................................12

9.3. Verbintenissen van de vereniging............................................12

10. OVERIGE ONDERSTEUNING EN SAMENWERKING.....................................12

11. VERZEKERINGEN............................................................12

11.1. Verbintenissen van de gemeente.............................................12

11.2. Verbintenissen vereniging..................................................13

12. OVERHEIDSOPDRACHTEN......................................................14

13. RAPPORTERING, CONTROLE EN EVALUATIE........................................14

13.1. Legislatuur gebonden evaluatie..............................................14

13.2. Tussentijdse evaluatie op verzoek............................................14

13.3. Rapportering in gemeenteraadscommissie......................................14

13.4. Rapportering over afwijkingen ten opzichte van de samenwerkingsovereenkomst en het budget14

13.5. Organisatiebeheersing....................................................14

13.6. Verslaggeving van vergaderingen van het bestuursorgaan en de algemene vergadering.....15

13.7. Recht op controle door de gemeente..........................................15

13.8. Overleg over de werking van de vereniging.....................................15

13.9. Externe controle op de financiële toestand van de vereniging door een bedrijfsrevisor......15

13. PRESENTIEGELDEN..........................................................16

14. ONTBINDING VAN DE VERENIGING...............................................16

15. SANCTIES.................................................................16

 

VOORWERP VAN DE OVEREENKOMST

 

Art 1. Dezesamenwerkingsovereenkomstregeltdeverhoudingentussendegemeenteendevereniging,de afstemming van het beleid tussen de gemeente en de vereniging, de nadere omschrijving en afbakening van de opdrachten en verantwoordelijkheden van de vereniging ten opzichte van de gemeente, en de engagementen van de gemeente ten opzichte van de vereniging.

 

Art. 2. DezesamenwerkingsovereenkomstkadertbinnendebepalingenvanDecreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB), meer in het bijzonder artikel 247.

 

DUUR EN EINDE VAN DE OVEREENKOMST

 

Art. 3. Dezegewijzigde samenwerkingsovereenkomstgaatinop 1 januari 2026eneindigtop31december2031.Alsbij het verstrijken van de samenwerkingsovereenkomst geen nieuwe overeenkomst in werking getreden is, wordt de bestaande samenwerkingsovereenkomst van rechtswege verlengd tot een nieuwe samenwerkingsovereenkomst wordt vastgelegd.

 

Art. 4. Degemeentekaneeneindestellenaandezesamenwerkingsovereenkomst,mitsbetekeningvaneen aangetekendschrijven. Hierbijmoeteenopzegtermijn vanminstenséén jaargerespecteerdworden, zodatcontractueleverplichtingenkunnenwordennagekomen.Bovendienisdegemeentegerechtigd deze samenwerkingsovereenkomst eenzijdig en onmiddellijk te beëindigen, telkens wanneer het algemeen belang dit vereist. Dit zal inzonderheid het geval zijn indien zij grote tekortkomingen of zware overtredingen vaststelt tegen de bepalingen van deze samenwerkingsovereenkomst of indien hoogdringende omstandigheden van algemeen belang dit vereisen. De vastgestelde tekortkomingen zullen per aangetekend schrijven aan de vereniging gemeld worden.

 

Beidepartijenkunnente allen tijdeinonderlingoverlegde samenwerkingsovereenkomstbeëindigen.

 

OPDRACHT VAN DE VERENIGING

 

De inhoud van de opdracht

 

Art. 5.

§ 1. De vereniging wordt door de gemeente belast met de verwezenlijking van welbepaalde beleidsuitvoerende en beleidsvoorbereidendetakenvangemeentelijkbelang,metnamehetorganiserenvan activiteitenmet het oog op cultuurparticipatie, gemeenschapsvorming, cultuureducatie en cultuurspreiding. Ze richt haar aanbod en activiteiten op de gemeente Mol en de bredere regio.

 

§ 2.  Deverenigingisnietbevoegdvoorbeleidsbepaling,welkebevoegdheiduitsluitendbijdegemeente rust.Onderbeleidsbepalingwordtverstaan:hetnemenvanbeslissingenmetbelangrijkefinanciële, politieke of organisatorische impact of impact op de beeldvorming van de gemeente of met een impactopdedienstverleningaandeburger,zoalsbijvoorbeelddeorganisatievaneengrootschalig evenement, tariefbepaling verhuur zalen, openingsuren,…

 

Art. 6.

§ 1. Omdeopdrachtuittevoeren,isdeverenigingondermeerbelastmetvolgendetaken:

                    Deopmaakenuitvoeringvandeprogrammeringvan Cultuurcentrum Mol endemaatregelen die hiervoor nodig zijn;

                    De inhoudelijke operationele werking van de gemeentelijke bibliotheek;

                    De inhoudelijke operationele werking van het Jakob Smitsmuseum;

                    De inhoudelijke en operationele werking van de Dienst erfgoed en de publiek raadpleegbare inhoud van het gemeentelijk archief met erfgoed- en culturele waarde;

                    Deorganisatievancultureleactiviteitenenevenementeninderuimstmogelijkezin;

                    Departicipatieaansamenwerkingsverbandenmetderden met betrekking tot activiteiten met oog op cultuurparticipatie, gemeenschapsvorming, cultuureducatie en cultuurspreiding;

                    Hetbijdragentotdeuitvoeringvanhetintegralestrategischemeerjarenplanvandegemeente Mol wat de doelstellingen rond cultuurparticipatie, gemeenschapsvorming, cultuureducatie en cultuurspreiding betreft;

                    Hetfinancieelbeheervandeactiviteiten van de vereniging dietemakenhebbenmet bovengenoemde opdrachten.

Deverenigingmageveneensalleactiviteitenondernemendiedeze opdrachtkunnenbevorderen.Zijkanin die zin ook, doch slechts op bijkomstige wijze, handelsdaden stellen, enkel voor zover de opbrengst hiervan besteed wordt aan het doel waarvoor zij werd opgericht.

De vereniging kan met betrekking tot deze opdracht beslissen tot het oprichten van, het deelnemen aan of het zich laten vertegenwoordigen in andere rechtspersonen, voor zover dat in overeenstemming is met haar opdracht en doelenvoorzoverdegemeenteraadhiermeevoorafgaandelijkheeftingestemd.

 

Deverenigingishiertoegemachtigddoordegemeenteovereenkomstigartikel245vanhet Decreet Lokaal Bestuur en onder de voorwaarden van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

§ 2. Voordebeleidsperiode2026-2031 werddevereniging inhetbijzonderbelastmetderealisatievanbeleidsdoelstellingen, actieplannen en acties die opgenomen zijn in het strategisch meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente die betrekking hebben op het lokaal en regionaal cultuurbeleid.

 

De uitvoering van de opdracht

 

Art. 7. De vereniging voert de in de statuten en in deze samenwerkingsovereenkomst omschreven opdrachten autonoom en op een kwaliteitsvolle manier uit, en is vrij, binnen het kader van de gemeentelijke beleidsplannen, wat betreft de manier waarop ze haar opdracht vervult. Het is de vereniging niet toegelaten haaropdrachtengeheelof gedeeltelijkovertedragen aanenigederde die zouhandelenineigennaamen/ofvooreigenrekening,behoudensmetschriftelijketoestemmingvan de gemeente.

 

Art. 8. Dezetaakvervullingdientinovereenstemmingtezijnmetdebeginselenvanbehoorlijkbestuuren verder met alle toepasselijke regelgeving (het Decreet Lokaal Bestuur, wetgeving overheidsopdrachten, Bovenlokaalcultuurdecreet, Cultureelerfgoeddecreet…) en met het door de gemeente gevoerde beleid.

 

Art 9. De vereniging mag alle verrichtingen doen, binnen de grenzen van haar statuten en deze samenwerkingsovereenkomst,welkerechtstreeksofonrechtstreeksbetrekkinghebbenophaardoel, of van aard zijn de verwezenlijking ervan te realiseren.

 

Art 10. Alle middelen waarover de vereniging beschikt (jaarlijkse financiële toelage van de gemeente, middelen toegekend door andere overheden en privé-personen, eigen inkomsten, enige andere middelen),wordenuitsluitendaangewendvoorhetbereikenvanhaardoelstellingenenhetvervullen van haar opdracht.

 

FINANCIËN

 

Reserves van de vereniging

 

Art. 11.

§ 1. De financiële middelen (zichtrekeningen, spaarrekeningen, beleggingen e.d.) waarover de vereniging beschikte op 1 januari 2026 blijven eigendom van de vereniging. De vereniging zal deze middelen uitsluitend aanwenden voor de verwezenlijking van haar doel.

 

§ 2. Op het einde van de looptijd van deze samenwerkingsovereenkomst bedraagt het eigen vermogen, exclusief het beginkapitaal/fondsen, installaties, machines, en uitrusting (exclusief vast actief) maximum € 100.000

 

 

Verbintenissen van de gemeente

 

Art. 12.

§ 1. Degemeenteengageertzichertoedenodige financiëlemiddelentevoorzienopdatdevereniginghaar opdracht en doelstellingen, zoals vastgelegd in de statuten en in deze samenwerkingsovereenkomst, optimaal kan realiseren. Het bedrag van de werkingstoelage die de gemeente dient te voorzien, wordt onderhandeld tussen de gemeente en de vereniging en wordt gebaseerd op het ontwerp van budget zoals bepaald in artikel 14. Het bedrag dat werd ingeschreven in de meerjarenplanning van de gemeente is de richtlijn voor de opmaak van het budget van de vereniging. Voor tijdelijke en bijzondere projecten kan de vereniging een eenmalige toelage vragen voor een bepaald jaar.

 

§ 2. De gemeenteraad bepaalt de jaarlijkse werkingstoelage, in de mate van het mogelijke rekening houdendemethetvoorstelvandealgemenevergaderingvandevereniging,envoorzietdenodige middelen in het jaarlijkse budget en in het meerjarenplan.

 

§ 3. De werkingstoelage wordt maandelijks overgemaakt aan de vereniging via een storting op de zichtrekening van de vereniging die telkens 1/12e van de in het meerjarenplan goedgekeurde werkingstoelage bedraagt.

 

Verbintenissen van de vereniging

 

Art 13. Deverenigingvoerteenboekhoudinginovereenstemmingmetdegeldendewettelijkevoorschriften. De kosten die hieraan verbonden zijn (vb. (extern) boekhoudkantoor, boekhoudprogramma,…) vallen ten laste van de vereniging.

 

Art 14. De vereniging maakt jaarlijks een ontwerp van budget op voor het volgende boekjaar en bezorgt dat ter informatie aan het managementteam van de gemeente. Het ontwerp van budget omvat een inhoudelijk programma betreffende de besteding van de dotatie. De vereniging streeft ernaar haar (exploitatie)budget in evenwicht af te sluiten. De vereniging legt uiterlijk 2 maanden voor de start van dat boekjaar het ontwerp van budget voor aan de algemene vergadering. Het ontwerp van budget wordt besproken met het managementteam van de gemeente zoals bepaald in artikel 76, § 2.

 

Art. 15. De vereniging maakt jaarlijks een jaarrekening op. De jaarrekening wordt ter goedkeuring aan de algemenevergaderingvandeverenigingvoorgelegd,diegehoudenwordtbinnenzesmaandennade afsluitingsdatum van het boekjaar. De jaarrekening wordt besproken met het managementteam van de gemeente zoals bepaald in artikel 76, § 1.

 

Art. 16. In het begin van elke nieuwe legislatuur en uiterlijk voor 1 juli van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen maakt de vereniging een ontwerp van financieel meerjarenplan op betreffende roerende investeringen vanaf 30.000 euro, exclusief btw voor de volgende beleidsperiode.

 

Art 17.

§ 1. Behoudens andersluidend schriftelijk akkoord tussen partijen, draagt de vereniging alle kosten en uitgaven die een uitvloeisel zijn van haar opdracht zoals bijvoorbeeld:

                    Programmatie en activiteiten wat de programmeringsopdracht betreft: uitkoopsommen, reiskosten artiesten, verblijfskostenartiesten,cateringartiesten,auteursrechten,partageregelingen,bedrijfsvoorheffing, productiekosten, publiciteit, kosten met betrekking tot overeenkomsten betreffende de uitbating van horeca-aangelegenheden...

                    behoud en beheer collecties: aankoop gepaste bewaarmaterialen, restauraties laten uitvoeren

                    aankoop collecties: aankoop materialen bibliotheek,…

                    Beheer infrastructuur bij uitbating

 

§ 2. Indienuitderekeningblijktdatdeverenigingeentekortheeftophaarwerking,wordtdittekort aangezuiverd door de vereniging.

 

§3. De vereniging geeft geen nominatieve subsidies.

 

Rechten van de vereniging

 

Art. 18. Dedagelijksefinanciëleverrichtingenwordendoordeverenigingwaargenomen.

Deverenigingkanalleroerende goederen en onroerende goederen door bestemming verwervendienodig of dienstig zijnvoordeverwezenlijkingvanhaardoel,mits inachtneming van de ter zake geldende overheidsopdrachtenreglementering.

 

Art. 19. Deverenigingkan,voorzoverditpastbinnendeuitvoeringvanhaartaken,eigeninkomsten verwerven.

Hierondervaltondermeer:

                    Innenvantoegangsgelden

                    Innenvanhuurgelden

                    Innen van gelden voor het maken van kopieën en prints door bibliotheekbezoekers

                    Sponsoring

                    Lidgelden/inschrijvingsgelden

                    Subsidies

                    Terugvorderingvanallerleionkosten

                    Verkopen drank/snacks in het bijzonder in het kader van de uitbating van Cultuurcafé ’t Getouw

                   

 

 Rechten van de gemeente

 

Art. 20. Uitsluitend het college van burgemeester en schepenen is bevoegd tot wijziging van de tarieven met betrekking tot de verhuur van zalen, rekening houdend met de wettelijke bepalingen en na advies van de vereniging. De vereniging kan een voorstel doen aan het college van burgemeester en schepenen tot wijziging vandetarieven.Hetcollege van burgemeester en schepenenkanenkelopuitdrukkelijkgemotiveerdewijzeafwijkenvanhet voorstel van de vereniging.

 

INFRASTRUCTUUR EN MATERIALEN

 

Onroerende goederen 

 

1.1.i.         Verbintenissen van de gemeente

 

Art 21. § 1. Degemeentegeeftaande verenigingdevolgendeinfrastructuuringebruik,zonderdatersprakekan zijn van eigendomsoverdracht, verpachting of verhuring tussen partijen:

  1. Zaal’tGetouw,exporuimte,gangenvoorexpoenfoyer,verbondenaanZaal’tGetouw, gelegen in de Molenhoekstraat 2, 2400 Mol;
  2. Vergaderlokalen, exclusief de vergaderzalen die enkel gebruikt mogen worden voor hoofdzakelijk intern gebruik,gelegenindeMolenhoekstraat2,2400Mol;
  3. SchouwburgRex,gelegenindeSmallestraat2,2400 Mol;
  4. Jakob Smitsmuseum, inclusief tuin rond het museum en aanpalende garage met depot, gelegen te Sluis 155a, 2400 Mol;
  5. Bibliotheek en leeszaal erfgoed, gelegenindeMolenhoekstraat2,2400Mol op gelijkvloers, eerste verdieping en tweede verdieping.
  6. Cultuurcafé ’t Getouw, gelegen in de Molenhoekstraat 6, 2400 Mol

 

De in gebruik gegeven infrastructuur omvat zowel de bovenvermelde gebouwen/ruimtes, als de daarin aanwezige goederen die onroerend zijn door incorporatie of door bestemming. 

 

§ 2. HetbetreftinfrastructuurdiedoordegemeenteMoltoegewezenwordt aan de vereniging in het kader van de bovenvermelde opdracht en doelstellingen van de vereniging.

 

Art. 22. Degemeentestaat op eigen kosteninvoorheteigenaarsonderhoudvande door de gemeente in gebruik gegeveninfrastructuur. Dit omvat onder meer:

                    Onderhoudelektrischeinstallatiesenkeuringen;

                    Onderhoudinstallatiestheatertechniekenkeuringen;

                    Onderhoudverwarmingssystemen;

                    Onderhoud brandmeldingscentrale, brandhaspels, meet -en regelapparatuur, alarminstallaties

                    Energiekosten;

                    Onderhoudskosten,schoonmaakmateriaal,dienstverleninginzakeschoonmaak;

                    Algemene ICT-kosten;

                    Tuinonderhoud JSM

                   

 

Art. 23. Degemeenteverklaarttervolledigeontlastingvandeverenigingdeaansprakelijkheidopzichte nemen,voortvloeienduitart. 6.16vanhetBurgerlijkWetboek,metbetrekkingtotdeingebruik gegeven infrastructuur.

 

1.1.ii.        Verbintenissen van de vereniging

 

Art. 24. Deverenigingdientallegoederenvandegemeenteenvanhaarzelfzorgvuldigtebeherenopdewijze van een voorzichtig en redelijk persoon.

 

Art. 25. § 1. Deverenigingmagdein gebruik gegeven infrastructuuruitsluitendvoorbehoudenvooractiviteitendiebetrekkinghebben op de opdracht en de doelstellingen van de vereniging in de meest ruime zin van het woord, tenzij deze infrastructuur gebruikt dient te worden ter vrijwaring van het algemeen belang.

 

§ 2. De vereniging mag geen wijzigingen aanbrengen aan de in gebruik gegeven infrastructuur zonder instemmingvandegemeente.Demettoestemmingaangebrachtewijzigingenblijveneigendomvan de gemeente zonder recht op vergoeding.

 

1.1.iii.      Rechten van de gemeente

 

Art. 26. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de eventuele wijzigingen inzake openingsurenendienstverleningaandeburger van de infrastructuur die in gebruik werd gegeven aan de vereniging.Deverenigingdoethiertoeeenvoorstel.Hetcollege van burgemeester en schepenen kan enkel op uitdrukkelijk gemotiveerde wijze afwijken van het voorstel van de vereniging.

 

Art. 27. Degemeente, exclusief het gemeentelijk onderwijs,kankosteloosgebruikmakenvanvoornoemdeinfrastructuurvolgensdealgemene voorwaarden van de vereniging en mits naleving van volgende principes:

                    Hetgebruikwordtinonderlingoverlegmetdeverenigingvastgelegd;

                    Hetgebruikmagdegewonewerkingvandeverenigingnietinhetgedrangbrengen;

                    Hetgebruikmaggeenafbreukdoenaanreedsbestaandereservaties;

                    Kosteninherentaandegeorganiseerdeactiviteitvallentenlastevangemeente.

 

Art. 28. Hetgemeentepersoneelbeschikt,opvertoonvaneengeldigeUiTpas,overvolgendevoordelen:

                    Podiumvoorstellingen:selectie gratis, nietcumuleerbaarmetanderekortingen of abonnementen

 

1.1.iv.      Rechten vereniging

 

Art. 29. Deverenigingkandedoordegemeenteingebruikgegeveninfrastructuurterbeschikkingstellenaan derden voor zover dit past binnen de opdracht en de doelstellingen van de vereniging. Tussen de vereniging en de derde wordt een gebruiksovereenkomst opgesteld volgens de algemene voorwaarden (‘huurreglement’) die worden vastgesteld door de gemeenteraad op voorstel van de vereniging.

 

Roerende goederen

 

5.2.1. Verbintenissen gemeente

 

Art. 30. Volgende roerende goederen worden door de gemeente, met ingang op 1 januari 2026, in eigendom overgedragen aan de vereniging:

                    De collectie boeken en andere materialen bibliotheek, zijnde alle boeken die op datum van ondertekening van deze samenwerkingsovereenkomst vermeld zijn in het bibliotheeksysteem Wise van Cultuurconnect;

 

5.2.2. Verbintenissen vereniging

 

Art. 31.

§ 1. Deverenigingdientallegoederenvandegemeenteenvanhaarzelfzorgvuldigtebeherenopdewijze van een voorzichtig en redelijk persoon.

 

§ 2. Een actuele lijst met roerende goederen in eigendom van de vereniging is voortdurend raadpleegbaar.

 

Art. 32. Indien er nieuwe roerende goederen (+ roerende goederen die onroerend worden door bestemming uitgezonderd) moeten aangekocht worden voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de vereniging,wordendezeaangekochtdoordeverenigingenblijvenzijeigendomvandevereniging.De vereniging voorziet hiertoe zelf de nodige middelen in haar ontwerp van budget en/of doet hiervoor beroep op de gemeente bij wijze van een voorstel tot dotatieverhoging.

 

JAKOB SMITSMUSEUM

 

Verbintenissen vereniging

 

Art 33.

§ 1. De vereniging staat in voor de inhoudelijke en operationele werking van het Jakob Smitsmuseum in overeenstemming met de beleidsbeslissingen van de gemeente.

 

§ 2.  De vereniging kan hiervoor samenwerken met de vzw Vrienden van het Jakob Smitsmuseum (ondernemingsnummer 0419.387.814)  voor [°]. Een samenwerkingsovereenkomst regelt in voorkomend geval de modaliteiten van samenwerking.

 

Art 34. De inkomsten uit de toegang tot het museum, komen op de rekening van de vzw Vrienden van het Jakob Smitsmuseum. De vereniging kan de toegangsprijs (basisprijs) enkel aanpassen na voorafgaande goedkeuring van de gemeente.

 

Art 35. Indien de vereniging zelf kunstwerken verwerft via aankoop met oog op opname in de museale collectie van het Jakob Smitsmuseum zal de vereniging de betreffende kunstwerken kosteloos in eigendom overgedragen aan de gemeente. Indien de vereniging kunstwerken wenst te verwerven via schenking, gebeurt dit via aanvaarding door de gemeenteraad conform artikelen 40 en 41 DLB.

 

Art. 36. Mits inachtneming van de beleidsbeslissingen van de gemeente, is de vereniging bevoegd om zelf bruikleenovereenkomsten te sluiten met derden voor de ontlening van bijkomende kunstwerken op voorwaarde, met dien verstande evenwel dat steeds de voorafgaande goedkeuring van de gemeente vereist is voor het afsluiten van bruikleenovereenkomsten die (i) bijzondere voorwaarden bevatten die naar mening van een redelijk en voorzichtig persoon in de sector niet gebruikelijk zijn en/of (ii) grote aanpassingen zouden vereisen in/aan de in gebruik gegeven infrastructuur.

 

Verbintenissen gemeente

 

Art. 37.

§ 1. De kunstwerken die deel uitmaken van de museale collectie van het Jakob Smitsmuseum en die eigendom zijn van de gemeente of door derden in bruikleen gegeven aan de gemeente, worden door de gemeente in gebruik gegeven aan de vereniging (desgevallend binnen de grenzen zoals bepaald in de bruikleenovereenkomst met derden). De vaste collectie van het Jakob Smitsmuseum die in eigendom of in langdurige bruikleen is van de gemeente mag door de vereniging gebruikt worden voor de uitbating van het Jakob Smitsmuseum. De actuele status van de collectie is op elk moment raadpleegbaar via de database Museumplus.

 

§ 2. Eventuele bijkomende kunstwerken die verworven worden met oog op opname in de museale collectie van het Jakob Smitsmuseum (bijvoorbeeld ingevolge een schenking of legaat) worden steeds verworven door de gemeente en worden vervolgens door de gemeente in gebruik gegeven aan de vereniging onder dezelfde voorwaarden zoals voorzien in deze samenwerkingsovereenkomst.

 

DIENST ERFGOED

 

Verbintenissen vereniging

 

Art. 38. De vereniging staat in voor de inhoudelijke en operationele werking van de Dienst erfgoed en de publiek raadpleegbare inhoud van het gemeentelijk archief voor zover dit betrekking heeft op documenten en voorwerpen met erfgoed- en culturele waarde, en dit in overeenstemming met de beleidsbeslissingen van de gemeente.

 

De vereniging kan hiervoor samenwerken met de vzw Molse Kamer voor Heemkunde, Geschiedenis en Familiekunde (ondernemingsnummer 0415.800.594).

 

Art 39. Indien de vereniging zelf documenten of voorwerpen met erfgoedwaarde verwerft met oog op opname in het gemeentelijk archief (bijvoorbeeld ingevolge een schenking of legaat aan de vereniging) zal de vereniging de betreffende documenten/voorwerpen kosteloos in eigendom overdragen aan de gemeente.

 

Art 40. Mits inachtneming van de beleidsbeslissingen van de gemeente, is de vereniging bevoegd om zelf bruikleenovereenkomsten te sluiten met derden voor de ontlening van bijkomende documenten of voorwerpen met erfgoedwaarde, met dien verstande evenwel dat steeds de voorafgaande goedkeuring van de gemeente vereist is voor het afsluiten van bruikleenovereenkomsten die (i) bijzondere voorwaarden bevatten die naar mening van een redelijk en voorzichtig persoon in de sector niet gebruikelijk zijn en/of (ii) grote aanpassingen zouden vereisen in/aan de in gebruik gegeven infrastructuur.

 

Verbintenissen gemeente

 

Art. 41.

§ 1. De publiek raadpleegbare documenten en voorwerpen met erfgoedwaarde die deel uitmaken van het gemeentelijk archief en die eigendom zijn van de gemeente of door derden in bruikleen gegeven aan de gemeente, worden door de gemeente in gebruik gegeven aan de vereniging (desgevallend binnen de grenzen zoals bepaald in de bruikleenovereenkomst met derden). Alle erfgoedcollecties en archieven in eigendom van het gemeentelijk archief en die raadpleegbaar zijn voor het publiek mag de vereniging gebruiken voor de uitbating van de dienst erfgoed. De actuele status van de collecties en archieven is op elk moment raadpleegbaar via de inventarissen op de gemeentelijke server.

 

§ 2. Eventuele bijkomende documenten en voorwerpen met erfgoedwaarde die verworven worden met oog op opname het gemeentelijk archief (bijvoorbeeld ingevolge een schenking of legaat) worden steeds verworven door de gemeente en worden vervolgens door de gemeente in gebruik gegeven aan de vereniging onder de zelfde voorwaarden zoals voorzien in deze samenwerkingsovereenkomst.

 

 

PERSONEEL

 

Art. 42.

§ 1. Partijen komen overeen dat de gemeente geen personeelsleden zal overdragen aan de vereniging.

 

§ 2. De gemeente blijft de juridische werkgever van de personeelsleden. De rechtspositieregeling en het arbeidsreglement van de gemeente blijven integraal van toepassing. Dit houdt onder meer in dat de arbeidsvoorwaarden, arbeidstijd en het loon worden toegepast zoals opgenomen in de rechtspositieregeling van de gemeente. Er is geen overdracht van werkgeversgezag naar Cultuur Mol.

 

Art. 43. Personeelsleden van de gemeente zullen wel taken zoals opgenomen in artikel 6 van deze Overeenkomst verrichten ten behoeve van de vereniging. De uitvoering van deze taken gebeurt onder volledig werkgeversgezag van de gemeente. Als de vereniging hiervoor een vergoeding betaalt aan de gemeente dan is deze vergoeding vrijgesteld van btw op grond van randnummer II, 23 van de circulaire 2017/C/91 van 22.12.2017 betreffende praktische toepassingsgevallen inzake de belastingplicht van publiekrechtelijke lichamen (nr. E.T. 130.932).

 

Art. 44. Deverenigingkangeeneigenpersoneelvooronbepaaldeduuraanwerven.

 

Art. 45. Het managementteam van de gemeente bewaakt de eenheid van de organisatie en de eenheid van werking. Hieronder valt ook het bewaken van het vervangingsbeleid van de gemeente bij tijdelijke afwezigheden van medewerkers.

 

COMMUNICATIE EN PROMOTIE

 

Website, huisstijl en logo

 

Art. 46. Omwillevandenoodaaneeneigenprofielbinnende groepvancultuurcentra en de museale wereldbeschikkendevereniging voor Cultuurcentrum Mol en het Jakob Smitsmuseum over een eigen website, programmabrochure, affiches, … en daarmee over een eigen herkenbare huisstijl en logo.

 

Verbintenissen van de gemeente

 

Art 47. Degemeentelijkecommunicatiekanalen(vb.website,elektronischeinformatieborden,informatieblad, …)staanviadecommunicatiecelopenvoordevereniging.Binnendeze kanalenwordtdevereniging behandeld op dezelfde manier als een gemeentelijke dienst en geniet de vereniging van dezelfde mogelijkheden.

 

Art 48. Dekostenvanhetgebruikvandegemeentelijkecommunicatiekanalen vallentenlastevandegemeente.

 

Art 49. Wat betreft de kosten van de specifieke websites van Cultuurcentrum Mol en Jakob Smitsmuseum, zal de gemeente instaan voor de algemene kosten (bouw website en algehele vernieuwingen website) en zal de vereniging enkel instaan voor de kosten voor kleine aanpassingen in functie van de werking van de vereniging.

 

Verbintenissen van de vereniging

 

Art 50. Specifiekekostenbuitendegemeentelijke communicatiekanalendieloutertenbehoevevandevereniging worden gemaakt (vb. drukkosten brochures, affiches, afficherondes, advertenties,(betalende) promo via sociale media, portkosten…) vallen ten laste van de vereniging.

 

OVERIGE ONDERSTEUNING EN SAMENWERKING

 

Art 51. Deverenigingkankosteloosgebruikmakenvanvolgendeondersteunendedienstverleningdoorde gemeente, volgens de regels die ook voor gemeentediensten gelden:

 

                    ICT:softwareen–hardware,installatie-enonderhoudskosten, …

                    Telefonie: infrastructuur, telefoonkosten, …

                    Kopies, regulier drukwerk,courante briefwisseling,kopiemachines.

 Courantebriefwisseling (normaal formaat)wordtgefrankeerddoordegemeente.Grotemailings                             vallentenlaste van de vereniging. Drukwerk van brochures en promotionele activiteiten van de                                           vereniging vallen ten laste van de vereniging.

                    Advies:begeleidingbijgrotere overheidsopdrachten,adviespatrimoniumbeheer,juridisch advies, communicatieadvies, advies bij aanvraag vergunningen...

 

Art 52. Deverenigingdraagtzelfdekostenvoorhetlidmaatschapvandiverseverenigingen.

 

VERZEKERINGEN

 

Verbintenissen van de gemeente

 

1.1.v.        Brandverzekeringenallerisico-verzekering

 

Art 53. Degemeentestaatinvoordebrandverzekeringvandegebouwen,dieeigendomzijnvande gemeente of door haar gehuurd worden.

 

Art 54. Tenopzichtevandeverenigingalsgebruikerofhuurdervaneengemeentegebouwentenopzichte van derden-gebruikers geldt de clausule van afstand van verhaal.

 

1.1.vi.      Objectieveaansprakelijkheidbrandenontploffing

 

Art 55. Degemeentesluitdeverplichteverzekeringobjectieveaansprakelijkheidbrandenontploffingaf.

 

1.1.vii.    Arbeidsongevallenpersoneel

 

Art. 56. Degemeentesluitdearbeidsongevallenverzekeringafvoorhetpersoneeldatzijtewerkstelt.

 

1.1.viii.   Museale collectie en archief

 

Art 57. De gemeente sluit een verzekering af voor alle kunstwerken, voorwerpen en documenten die in gebruik gegeven worden aan de vereniging in het kader van haar opdracht betreffende het Jakob Smitsmuseum en de Dienst erfgoed.

 

Verbintenissen vereniging

 

11.2.1. Brandverzekeringenallerisico-verzekering

 

Art. 58. De brandverzekering of alle risico-verzekering voor roerende goederen wordt afgesloten door de verenigingindelijnvanderichtlijnrondverzekerdewaardenvanvergelijkbareroerendegoederen door de gemeente.

 

11.2.2. Burgerlijkeaansprakelijkheidenrechtsbijstand

 

Art. 59. Deverenigingdienthaarburgerlijkeaansprakelijkheidzodanigteverzekerendatzijgenietvan voldoendedekking voorelkschadegevaldatzichkanvoordoeninhet kadervan haarwerking. Tevens dient de rechtsbijstand te worden verzekerd.

DeBA-verzekeringvoordevrijwilligersdientinprincipevervattezijnindealgemeneBA-verzekering van de vereniging. Zo niet, moet daartoe een afzonderlijke verzekering worden afgesloten.

 

1.1.iii.      Lichamelijkeongevallen(losse)medewerkers,vrijwilligers

 

Art. 60. Deverenigingdientdelichamelijkeongevallenvanlossemedewerkersenvrijwilligersteverzekeren.

 

1.1.iv.      Bestuurdersaansprakelijkheid

 

Art. 61. Deverenigingdientdeaansprakelijkheidvanhaarbestuurdersteverzekeren.

 

1.1.v.        Andereverzekeringen

 

Art. 62. Deverenigingkan,indienzijdatwenselijkacht,nogbijkomendeverzekeringenafsluiten.

 

OVERHEIDSOPDRACHTEN

 

Art. 63. Deverenigingisalsexternverzelfstandigdagentschapvandegemeenteonderworpenaande geldende overheidsopdrachtenreglementering zoals onder andere bepaald in de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en het KB Uitvoering van 14 januari 2013, zoals gewijzigd bij KB van 22 juni 2017.

 

Art. 64. Deverenigingisbelastmetdeuitvoeringvanwelbepaaldetakenvangemeentelijkbelangenvormtin die zin een verlengstuk van de gemeente (‘in house’-relatie). De overheidsopdrachtenreglementering speelt derhalve niet wanneer de gemeente een beroep doet op de vereniging in het kader van de uitvoering van gemeentelijke beleidstaken.

 

Art. 65. Voor leveringen, werken of diensten die een bedrag vertegenwoordigen van meer dan 30 000 euro (excl.BTW) zaldeverenigingsteedseenoverheidsopdrachtenprocedurevoerendiebegeleidwordtdoor de afdeling financiën van de gemeente.

 

RAPPORTERING, CONTROLE EN EVALUATIE

 

Legislatuur gebonden evaluatie

 

Art. 66. In het begin van elke nieuwe legislatuur en uiterlijk voor 1 juli van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen maakt de vereniging een evaluatieverslag op. Hierin worden enerzijds de samenwerkingsovereenkomst,enanderzijdsdeverzelfstandiginggeëvalueerd,tervoorlegging aan de gemeenteraad. Desgevallend zullen in onderling overleg tussen de gemeenteraad en de vereniging aanpassingen aan de samenwerkingsovereenkomst worden doorgevoerd, of zal de samenwerkingsovereenkomst een einde nemen.

 

Tussentijdse evaluatie op verzoek

 

Art 67. Opverzoekvaneenvandepartijenkansteedseentussentijdseevaluatiegebeurenmetmogelijke bijsturing. Jaarlijks wordt er een evaluatie gepland door het bestuursorgaan, samen met de gemeente.

 

Rapportering in gemeenteraadscommissie

 

Art. 68. Opverzoekvandegemeenterapporteertdeverenigingoverhaaractiviteiten,evaluatieverslag, budget en/of rekening aan een gemeenteraadscommissie.

 

Rapportering over afwijkingen ten opzichte van de samenwerkingsovereenkomst en het budget

 

Art. 69. Deverenigingverbindtzich ertoeomopelk momentbuitendeopgelegde rapporteringsdatumen rapporteringsverplichtingdegemeenteteinformerenoverdreigendeafwijkingentenopzichtevan deze samenwerkingsovereenkomst en het budget.

 

Organisatiebeheersing

 

Art. 70. Desystemenvoororganisatiebeheersingzoalsdezebestaanbinnendegemeentewordenintegraal binnen de vereniging toegepast.

 

Art 71. De vereniging werkt op geïntegreerde wijze mee aan de rapportage van het meerjarenplan op dezelfde tijdstippen als de andere diensten van het lokaal bestuur.

 

Art. 72. De vereniging maakt een ontwerp van financieel meerjarenplan betreffende roerende investeringen vanaf 30.000 euro op zoals bepaald in artikel 16. De vereniging legt het ontwerp van financieel meerjarenplan betreffende roerende investeringen vanaf 30.000 euro ter info voor aan het managementteam binnen een periode van 1 maand na de opmaak ervan.

 

Verslaggeving van vergaderingen van het bestuursorgaan en de algemene vergadering

 

Art. 73. Deverenigingbezorgteengoedgekeurdverslagvanallevergaderingenvan hetbestuursorgaanende algemene vergadering aan het managementteam van de gemeente. Dit verslag wordt publiek gemaakt via de gemeentelijke website cfr. de door het gemeentebestuur gebruikte werkwijze. De vereniging maakt gebruikt van de digitale vergaderruimte van het gemeentebestuur voor notulering. Alle verslagen worden bewaard op de zetel van de vereniging en zijn ter inzage beschikbaar.

 

Recht op controle door de gemeente

 

Art. 74. De gemeente zal steeds het recht hebben controle uit te oefenen op de werking van de vereniging, ondermeeropalleinkomstenenuitgavenenalleboekhoudkundigebescheidenterzake.Decontrole hierop gebeurt door het managementteam van de gemeente ofdoor externen, daartoe aangeduid door de gemeente. De documenten en verantwoordingsstukken zijn ter inzage van de gemeenteraadsleden.

 

De vereniging zal op elk ogenblik toegang verlenen tot de verschillende gebouwen en installaties aan het managementteam van de gemeente zodanig dat de gemeente zich rekenschap kan geven van de manier waarop de uitbating en het beheerverlopenenvandetoestandvandelokalen,deaccommodatie,hetmaterieelenhetmeubilair.

 

Overleg over de werking van de vereniging

 

Art. 75.

§ 1. Per kwartaal vindt een overleg plaats tussen de gemeente en deverenigingwaarinbeidenelkaaropde hoogte houden van relevante gebeurtenissen binnen hun organisatie of ontwikkelingen die een invloed kunnen hebben op de werking van de vereniging.

 

§ 2. Het overleg, zoals bepaald in § 1, vindt plaats tussen het managementteam van de gemeente en de directeur van de vereniging.

 

§ 3. Tijdens het overleg, zoals bepaald in § 1, geeft de directeur van de vereniging een inhoudelijke stand van zaken over de belangrijkste beslissingen die in het bestuursorgaan van de vereniging genomen werden in het kwartaal voorafgaand aan het overleg, over de lopende projecten en over activiteiten die georganiseerd werden door de vereniging in het kwartaal voorafgaand aan het overleg. Nadien wordt dit ter kennisname op het college van burgemeester en schepenen geagendeerd.

 

 

Art. 76. Elk jaar bespreekt en informeert de vereniging haar ontwerp van jaarrekening voor het vorige jaar alsook haar ontwerp van budget met het managementteam van de gemeente. De timing wordt in onderling overleg afgesproken.

 

 

Externe controle op de financiële toestand van de vereniging door een bedrijfsrevisor

 

Art. 77. De vereniging (algemene vergadering)benoemt eenrekeningcommissaris(bedrijfsrevisor) die haar financiële toestand, haar rekening en balans en de regelmatigheid van haar financiële operaties controleert, er een verslag van opmaakt en ter goedkeuring voorlegt aan de algemene vergadering vandevereniging.DerekeningcommissarisdienttewordenbenoemduitdeledenvanhetInstituut der bedrijfsrevisoren. De vereniging draagt de kosten verbonden aan deze controle.

 

PRESENTIEGELDEN

 

Art. 78. Nochaandeledenvandealgemenevergadering,nochaandebestuurderswordteenpresentiegeld toegekend. Evenmin worden onkostenvergoedingen toegekend.

 

ONTBINDING VAN DE VERENIGING

 

Art. 79. § 1. Bijontbindingvandeverenigingzullendeactiva,naaanzuiveringvandepassiva,worden overgedragen aan de gemeente.

 

§ 2. Bijontbindingvandeverenigingkomenalleinfrastructuurengoedereninvolleeigendomtoeaande gemeente.

 

SANCTIES

 

Art. 80. Wanneer één van de partijen zijn verplichtingen uit deze overeenkomst niet naleeft, wordt een overleggeorganiseerdtussenbeidepartijen,waaringetrachtwordttoteenoplossingtekomen.

Bijherhaaldelijkeniet-nalevingvandebepalingenvandeze samenwerkingsovereenkomstdoorde vereniging,kande gemeente,naschriftelijkewaarschuwing,zelfdenodigemaatregelennemenomdeuitvoeringvande samenwerkingsovereenkomstteverzekeren.Degemeenteheeftindatgevaldemogelijkheidomdewerkingstoelage van de vereniging te verminderen en/of geen of minder middelen (materialen, personeel,…) ter beschikking te stellen van de vereniging en/of de samenwerkingsovereenkomst te beëindigen overeenkomstig artikel 4.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

EVA VZW JEUGD EN SPORT MOL - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In zitting van 16 december 2013 besliste de gemeenteraad om de vzw Molse Sportinstellingen om te vormen tot een extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm. Met het ministerieel besluit van 20 maart 2014 keurde de Vlaamse minister van binnenlands bestuur de voornoemde beslissing goed, waarbij de EVA vzw Molse Sportinstellingen (thans EVA vzw Jeugd en Sport Mol) werd opgericht.

 

De gemeente moet met haar externe verzelfstandigde agentschappen onder privaatrechtelijke vorm een samenwerkingsovereenkomst afsluiten waarin de verhoudingen tussen de gemeente en de vereniging geregeld worden. De samenwerkingsovereenkomst werd goedgekeurd binnen de vereniging en door de gemeenteraad. Deze samenwerkingsovereenkomst eindigt op 31 december 2025. De voorliggende nieuwe samenwerkingsovereenkomst is geldig voor de beleidsperiode 2026-2031.   

 

Juridische gronden

Artikel 41, 5° van het decreet lokaal bestuur

Artikel 247 van het decreet lokaal bestuur

 

Inspraak en advies

De raad van bestuur van de EVA vzw Jeugd en Sport Mol heeft op 27 november 2025 een positief advies met opmerkingen gegeven over de samenwerkingsovereenkomst.

 

Bijlagen

  1. advies raad van bestuur van 27 november 2025
  2. samenwerkingsovereenkomst 2020-2025
  3. gemeenteraadsbesluit 23 juni 2025 evaluatie samenwerkingsovereenkomst

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De samenwerkingsovereenkomst kadert binnen de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.

Deze samenwerkingsovereenkomst regelt de verhoudingen tussen de gemeente en de vereniging, de afstemming van de afspraken tussen de gemeente en de vereniging, de nadere omschrijving en afbakening van de opdrachten en verantwoordelijkheden van de vereniging ten opzichte van de gemeente en de engagementen van de gemeente ten opzichte van de vereniging.

 

Financiële weerslag

De gemeente voorziet binnen de meerjarenplanning 2026-2031 de nodige financiële steun voor de vereniging:

Actie

5/4/11

Registratiesleutel

64990000/074000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen het gemeentebestuur en de EVA vzw Jeugd en Sport voor de bestuursperiode 2026-2031 goed:

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE GEMEENTE MOL EN EVA-VZW JEUGD EN SPORT MOL

TUSSEN:

De gemeente Mol, Molenhoekstraat 2, 2400 Mol, vertegenwoordigd door de gemeenteraad, voor wie optreden L. Moubax, algemeen directeur en A. Smeyers, voorzitter gemeenteraad, handelend in uitvoering van de beslissing van de gemeenteraad de dato 15 december 2025,

 

hierna genoemd de gemeente

 

EN

 

De EVA-vzw Jeugd en Sport Mol, Molenhoekstraat 2, 2400 Mol, vertegenwoordigd door B. Van Dijck, directeur en H. De Groof, voorzitter bestuursorgaan, handelend conform artikels 31 van de statuten en krachtens een beslissing van de algemene vergadering de dato 25 november 2025,

 

hierna genoemd de vereniging

 

is overeengekomen hetgeen volgt:


INHOUDSOPGAVE

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE GEMEENTE MOL EN EVA-VZW JEUGD EN SPORT MOL...1

1. Voorwerp van de overeenkomst..............................................4

2. Duur en einde van de overeenkomst...........................................4

3. Opdracht van de vereniging.................................................5

3.1. De inhoud van de opdracht..............................................5

3.2. De uitvoering van de opdracht...........................................5

4. Financiën...............................................................6

4.1. Reserves van de vereniging.............................................6

4.2. Verbintenissen van de gemeente..........................................6

4.3. Verbintenissen van de vereniging.........................................7

4.4. Rechten van de vereniging..............................................7

4.5. Rechten van de gemeente..............................................8

5. Infrastructuur en materialen.................................................8

5.1. Onroerende goederen.................................................8

5.2. Roerende goederen..................................................11

6. Personeel.............................................................11

7. Communicatie en promotie.................................................12

7.1. Website, huisstijl en logo..............................................12

7.3. Verbintenissen van de vereniging........................................12

8. Overige ondersteuning en samenwerking.......................................12

9. Verzekeringen..........................................................13

9.1. Verbintenissen van de gemeente.........................................13

9.2. Verbintenissen van de vereniging........................................13

10. Overheidsopdrachten.....................................................14

11. Rapportering, controle en evaluatie...........................................14

11.1. Legislatuur gebonden evaluatie........................................14

11.2. Tussentijdse evaluatie op verzoek......................................14

11.3. Rapportering in gemeenteraadscommissie................................15

11.4. Rapportering over afwijkingen.........................................15

11.5. Organisatiebeheersing..............................................15

11.6. Verslaggeving van vergaderingen van de raad van bestuur en de algemene vergadering.15

11.7. Recht op controle door de gemeente....................................15

11.8. Directeur van de EVA vzw Jeugd en Sport als scharnierfunctie.................15

11.9. Overleg over de werking van de vereniging...............................16

11.10. Externe controle op de financiële toestand van de vereniging door een bedrijfsrevisor16

12. Presentiegelden.........................................................16

13. Ontbinding van de vereniging...............................................16

14. Sancties...............................................................17


Voorwerp van de overeenkomst

 

Art. 1. Deze samenwerkingsovereenkomst regelt de verhoudingen tussen de gemeente en de vereniging, de afstemming van het beleid tussen de gemeente en de vereniging, de nadere omschrijving en afbakening van de opdrachten en verantwoordelijkheden van de vereniging ten opzichte van de gemeente, en de engagementen van de gemeente ten opzichte van de vereniging.

 

Art. 2. Deze samenwerkingsovereenkomst kadert binnen de bepalingen van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer in het bijzonder het artikel 247, en binnen de bepalingen van het decreet houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sport en jeugdbeleid.

 

Duur en einde van de overeenkomst

 

Art. 3. Deze overeenkomst gaat in op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031. Als bij het verstrijken van de samenwerkingsovereenkomst geen nieuwe overeenkomst in werking getreden is, wordt de bestaande overeenkomst van rechtswege verlengd tot een nieuws samenwerkingsovereenkomst wordt vastgelegd.

 

Art. 4. De gemeente kan een einde stellen aan deze samenwerkingsovereenkomst, mits betekening van een aangetekend schrijven. Hierbij moet een opzegtermijn van minstens één jaar gerespecteerd worden, zodat contractuele verplichtingen kunnen worden nagekomen. Bovendien is de gemeente gerechtigd deze samenwerkingsovereenkomst eenzijdig en onmiddellijk te beëindigen, telkens wanneer het algemeen belang dit vereist. Dit zal inzonderheid het geval zijn indien zij grote tekortkomingen of zware overtredingen vaststelt tegen de bepalingen van deze samenwerkingsovereenkomst of indien hoogdringende omstandigheden van algemeen belang dit vereisen. De vastgestelde tekortkomingen zullen per aangetekend schrijven aan de vereniging gemeld worden.

Beide partijen kunnen te allen tijde in onderling overleg de overeenkomst beëindigen.


Opdracht van de vereniging

 

De inhoud van de opdracht

Art. 5. § 1. De vereniging is belast met het verwezenlijken van welbepaalde beleidsuitvoerende en beleidsvoorbereidende taken van gemeentelijk belang, met name het organiseren van activiteiten met oog op het stimuleren van sportbeoefening, beweging, gezondheid en het bevorderen van samenwerking tussen sport- en jeugdverenigingen. Ze richt haar aanbod op de gemeente Mol en de bredere regio.

§ 2.  De vereniging is niet bevoegd voor beleidsbepaling, welke bevoegdheid uitsluitend bij de gemeente rust. Onder beleidsbepaling wordt verstaan: het nemen van beslissingen met belangrijke financiële, politieke of organisatorische impact of impact op de beeldvorming van de gemeente of met een impact op de dienstverlening aan de burger, zoals bijvoorbeeld de organisatie van een grootschalig evenement, tariefbepaling verhuur zalen, openingsuren,…

 

Art. 6. § 1. Om de opdracht uit te voeren, is de vereniging onder meer belast met volgende taken:

        Het stimuleren van de sportbeoefening voor alle Molse bevolkingsgroepen door het organiseren en coördineren van sportactiviteiten;

        Het nastreven en het tot stand brengen van alles wat beweging, gezondheid, sport en spel en welzijn kan bevorderen en verspreiden door gelegenheden te scheppen om de beoefening ervan mogelijk te maken;

        De samenwerking te bevorderen tussen sport en jeugdverenigingen;

        Het ondersteunen van het gemeentebestuur inzake de exploitatie sport en jeugdinfrastructuur en – organisaties;

        Het bijdragen tot de voorbereiding en de concretisering van het integrale strategische meerjarenplan van de gemeente Mol wat de doelstellingen rond sport en jeugd betreft;

        Het financieel beheer van de activiteiten die te maken hebben met bovengenoemde opdrachten;

        Het uitbaten en het onderhouden van de infrastructuur die haar daarvoor worden aangewezen en ter beschikking gesteld.

 

De vereniging mag eveneens alle activiteiten ondernemen die dit doel kunnen bevorderen. Zij kan in die zin ook, doch slechts op bijkomstige wijze, handelsdaden stellen, enkel voor zover de opbrengst hiervan besteed wordt aan het doel waarvoor zij werd opgericht.

De vereniging kan beslissen tot het oprichten van, het deelnemen in of het zich laten vertegenwoordigen in andere rechtspersonen, voor zover dat in overeenstemming is met haar maatschappelijk doel en voor zover de gemeenteraad hiermee voorafgaandelijk heeft ingestemd.

De vereniging is hiertoe gemachtigd door de gemeente overeenkomstig artikel 245 van het Decreet Lokaal Bestuur .

 

§ 2. Voor de beleidsperiode 2026-2031 wordt de vereniging in het bijzonder belast met de realisatie van beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties die opgenomen zijn in het strategisch meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente Mol.

 

De uitvoering van de opdracht

Art. 7. De vereniging voert de in de statuten en in deze samenwerkingsovereenkomst omschreven opdrachten autonoom en op een kwaliteitsvolle manier uit, en is vrij, binnen het kader van de gemeentelijke beleidsplannen, in de manier waarop ze haar opdracht vervult. Het is de vereniging niet toegelaten haar opdrachten geheel of gedeeltelijk over te dragen aan enige derde die zou handelen in eigen naam en/of voor eigen rekening, behoudens met schriftelijke toestemming van de gemeente.

 

Art. 8. Deze taakvervulling dient in overeenstemming te zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur en verder met alle toepasselijke regelgeving (het Decreet lokaal bestuur, het decreet Lokaal Sportbeleid wetgeving overheidsopdrachten, …) en met het door de gemeente gevoerde beleid inzake jeugd en sport.

Art. 9. De vereniging mag alle verrichtingen doen, binnen de grenzen van haar statuten en deze samenwerkingsovereenkomst, welke rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op haar doel, of van aard zijn de verwezenlijking ervan te begunstigen.

 

Art. 10. Alle middelen waarover de vereniging beschikt [jaarlijkse financiële toelage van de gemeente; middelen toegekend door andere overheden en privépersonen; eigen inkomsten; enige andere middelen], worden uitsluitend aangewend voor het bereiken van haar doelstellingen en het vervullen van haar opdracht.

 

 

Financiën

 

Reserves van de vereniging

Art. 11. § 1. De financiële middelen (zichtrekeningen, spaarrekeningen, beleggingen e.d.) waarover de vereniging beschikte op 1 januari 2026 blijven eigendom van de vereniging. De vereniging zal deze middelen uitsluitend aanwenden voor de verwezenlijking van haar doel.

§ 2. Op het einde van de looptijd van deze samenwerkingsovereenkomst bedraagt het eigen vermogen, exclusief het beginkapitaal/fondsen, installaties, machines, en uitrusting (exclusief vast actief), maximum

€ 100.000.

 

 

Verbintenissen van de gemeente

Art. 12. § 1. De gemeente engageert zich ertoe de nodige financiële middelen te voorzien opdat de vereniging haar opdracht en doelstellingen, zoals vastgelegd in de statuten en deze samenwerkingsovereenkomst, optimaal kan realiseren. Het bedrag van de werkingstoelage die de gemeente dient te voorzien wordt onderhandeld tussen de gemeente en de vereniging en wordt gebaseerd op het ontwerp van budget zoals bepaald in artikel 15. Het bedrag dat werd ingeschreven in de meerjarenplanning van de gemeente is de richtlijn voor de opmaak van het budget van de vereniging. Voor tijdelijke en bijzondere projecten kan de vereniging een eenmalige toelage vragen voor een bepaald jaar.

 

§ 2. De gemeenteraad bepaalt de jaarlijkse werkingstoelage, in de mate van het mogelijke rekening houdende met het voorstel van de algemene vergadering van de vereniging, en voorziet de nodige middelen in het meerjarenplan.

 

§ 3. De werkingstoelage wordt maandelijks overgemaakt aan de vereniging via een storting op de zichtrekening van de vereniging die telkens 1/12 van de op het budget goedgekeurde werkingstoelage bedraagt.

 

Verbintenissen van de vereniging

 

Art. 13. De vereniging voert een boekhouding in overeenstemming met de geldende wettelijke voorschriften. De kosten die hieraan verbonden zijn (vb. boekhoudkantoor, boekhoudprogramma) vallen ten laste van de vereniging.

 

Art. 14. § 1. De vereniging maakt jaarlijks een ontwerp van budget op voor het volgende boekjaar met daarin de werkingstoelage en bezorgt dat ter informatie aan het managementteam van de gemeente. Het ontwerp van budget omvat een inhoudelijk programma betreffende de besteding van de dotatie en de afbouw van de reserves. De vereniging legt het ontwerp van budget voor aan de algemene vergadering uiterlijk twee maanden voor de start van dat boekjaar. Het besluit van de algemene vergadering over het ontwerp van budget wordt onverwijld overgemaakt aan het managementteam van de gemeente. Het ontwerp van budget wordt besproken met het managementteam van de gemeente zoals bepaald in artikel 71 § 2.

 

§ 2. Bij (verwachte) tekorten maakt de vereniging een aangepast voorstel van budget voor het volgende jaar, of budgetwijziging van het lopende jaar over aan de gemeente. Hieraan wordt een gemotiveerde nota toegevoegd.

 

Art. 15. De vereniging maakt jaarlijks een jaarrekening op. De jaarrekening wordt ter goedkeuring aan de algemene vergadering van de vereniging voorgelegd die gehouden wordt binnen zes maanden na afsluitingsdatum van het boekjaar. De jaarrekening wordt besproken met het managementteam van de gemeente zoals bepaald in artikel 71 § 1.

 

Art. 16. In de eerste 6 maanden van de nieuwe legislatuur maakt de vereniging een ontwerp van financieel meerjarenplan op betreffende roerende investeringen vanaf 30.000 euro, exclusief btw voor de volgende beleidsperiode.

 

Art. 17. § 1. De vereniging draagt alle kosten en uitgaven die een uitvloeisel zijn van haar opdracht zoals kosten voor de organisatie van activiteiten, aankoop materiaal, vergoedingen begeleiders, verplaatsingsonkosten, verzekeringen, catering, huur infrastructuur, …

 

Art. 18. § 1. De vereniging zal alle mogelijke inspanningen leveren om maximale subsidiëring van hogere overheden en sponsoring te verkrijgen voor de vereniging of de gemeente.

 

§2. De vereniging geeft geen nominatieve subsidies.

 

Rechten van de vereniging

 

Art. 19. De dagelijkse financiële verrichtingen worden door de vereniging waargenomen. De vereniging kan alle roerende goederen en onroerende goederen door bestemming verwerven die nodig zijn voor de verwezenlijking van haar doel, mits inachtneming van de ter zake geldende overheidsopdrachtenreglementering. De vereniging kan geen onroerende goederen verwerven.

 

Art. 20. De vereniging kan, voor zover dit past binnen de uitvoering van haar taken, eigen inkomsten verwerven.

Hieronder valt onder meer:

- Innen van toegangsgelden

- Innen van huurgelden van de infrastructuur

- Innen inkomsten gerante cafetaria sporthal Den Uyt

- Sponsoring

- Lidgelden

- Inschrijvingsgelden van sportactiviteiten en jeugdactiviteiten

- Subsidies

- Terugvordering van allerlei onkosten

- Terugvordering van vergoedingen,(verzekeringen, personeelskosten, …)

- …

 

Rechten van de gemeente 

 

Art. 21. Uitsluitend het college van burgemeester en schepenen is bevoegd tot wijziging van de tarieven met betrekking tot de verhuur van de zalen, rekening houdend met de wettelijke bepalingen en na advies van de vereniging. De vereniging kan een voorstel doen aan het college van burgemeester en schepenen tot wijziging van de tarieven. Het college van burgemeester en schepenen kan enkel op uitdrukkelijk gemotiveerde wijze afwijken van het voorstel van de vereniging.

 

 

 

Infrastructuur en materialen

 

Onroerende goederen

 

1.1.i.         Verbintenissen gemeente

Art. 22. De gemeente geeft aan de vereniging de volgende infrastructuur in gebruik, zonder dat er sprake kan zijn van eigendomsoverdracht, verpachting of verhuring tussen partijen:

- Sporthal Den Uyt, Rode Kruislaan 20, 2400 Mol

- Café verbonden aan de sporthal Den Uyt

- Looppiste + fitnesstoestellen + beachvolleybalvelden, Rode Kruislaan 20, 2400 Mol

- Petanqueterrein, Rode Kruislaan 20, 2400 Mol

- Sportbox, Rode Kruislaan 20, 2400 Mol

- Atletiekpiste, Rode Kruislaan 20, 2400 Mol

- calisthenics parcours, Rode Kruislaan 20, 2400 Mol

- kunstgrasveld Den Uyt, Rode Kruislaan 20, 2400 Mol

- Polyvalente zaal site de Zwaan

- jeugdverblijfcentra De Maat en Galbergen die eigendom zijn van de gemeente

- jeugdhuis Tydeeh

- sport -en speelterreinen in Mol aangelegd door het bestuur

- skateterrein

- Speelpleinen en Grasveld Galbergen

 

Infrastructuur die door de gemeente Mol toegewezen wordt om de werking van de vereniging mogelijk te maken.

        Sportinfrastructuur van Campus Rozenberg, Rozenberg 2, 2400 Mol

        Sportinfrastructuur van Campus college St Jan Berchmans, Jakob Smitslaan 36, 2400 Mol

        Sportinfrastructuur van Campus Sint-Paulus, Kruisven 25, 2400 Mol

        Sportinfrastructuur van Gemeentelijke basisschool Rauw, Gemeenteheistraat 1, 2400 Mol

        Sportinfrastructuur van Vrije basisschool De Toren, Achterbos 27, 2400 Mol

        Sportinfrastructuur van Vrije basisschool Millekemol, St.-Odradastraat 40, 2400 Mol

        Sportinfrastructuur Campus Het Spoor, Chrysantenlaan 10, 2400 Mol

        Sportinfrastructuur Campus St Lutgardis, Gasstraat 9, 2400 Mol

 

Het grasveld op de site Galbergen, Don Boscostraat, 2400 Mol

 

Art. 23. De gemeente staat in voor het eigenaarsonderhoud van de eigen infrastructuur. Dit omvat onder meer:

- Onderhoud elektrische installaties en keuringen

- Onderhoud verwarmingssystemen

- Onderhoud van de brandmeldingscentrale, de brandhaspels, de ontsmetting van douche, de meet- en regelapparatuur, de alarminstallaties.

- Energiekosten

- Schoonmaak

- Groenonderhoud

 

Ook bij renovatie en uitbreiding van de gebouwen zal de gemeente instaan voor het onderhoud hiervan.

Art. 24. Roerende goederen die onroerend worden door bestemming, worden aangekocht door de eigenaar van het gebouw.

Art. 25. De gemeente verklaart ter volledige ontlasting van de vereniging de aansprakelijkheid op zich te nemen, voortvloeiend uit art. 1386 van het Burgerlijk Wetboek, met betrekking tot de in gebruik gegeven infrastructuur.

 

1.1.ii.        Verbintenissen van de vereniging

Art. 26. Deverenigingdientallegoederenvandegemeenteenvanhaarzelfzorgvuldigtebeherenopdewijze van een voorzichtig en redelijk persoon.

 

Art. 27. § 1. De vereniging mag de in gebruik gegeven infrastructuur uitsluitend voorbehouden voor activiteiten die betrekking hebben op de opdracht en de doelstellingen van de vereniging in de meest ruime zin van het woord, tenzij deze infrastructuur gebruikt dient te worden ter vrijwaring van het algemeen belang.

§ 2. De vereniging mag geen wijzigingen aanbrengen aan de in gebruik gegeven infrastructuur zonder instemming van de gemeente. De met toestemming aangebrachte wijzigingen blijven eigendom van de gemeente zonder recht op vergoeding.

 

 

1.1.iii.      Rechten van de gemeente

 

Art. 28. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de eventuele wijzigingen inzake openingsuren en dienstverlening aan de burger. De vereniging doet hiertoe een voorstel. Het college van burgemeester en schepenen kan enkel op uitdrukkelijk gemotiveerde wijze afwijken van het voorstel van de vereniging.

 

Art. 29. De gemeente kan kosteloos gebruik maken van infrastructuur volgens de algemene voorwaarden van de vereniging en mits naleving van volgende principes:

- Het gebruik wordt in onderling overleg met de vereniging vastgelegd

- Het gebruik mag de gewone werking van de vereniging niet in het gedrang brengen

- Het gebruik mag geen afbreuk doen aan reeds bestaande reservaties

- Kosten inherent aan de georganiseerde activiteit vallen ten laste van gemeente

 

Art. 30. Het gemeentepersoneel beschikt, op vertoon van een geldige UiTpas, over volgende voordelen:

- Gratis gebruik van de sporthal Den Uyt voor individueel gebruik

 

 

1.1.iv.      Rechten van de vereniging

 

Art. 31. De vereniging kan de door de gemeente in gebruik gegeven infrastructuur ter beschikking stellen aan derden voor zover dit past binnen de opdracht en de doelstellingen van de vereniging. Tussen de vereniging en de derde wordt voor langdurige verhuur steeds een gebruiksovereenkomst opgesteld volgens de algemene voorwaarden die worden vastgesteld door de gemeenteraad op voorstel van de vereniging. Occasionele infrastructuurverhuur gebeurt via registratie in het reservatiesysteem.

 

Art. 32. De uitbating van de cafetaria van Sporthal den Uyt zal uitgevoerd worden door de concessienemer. De concessieovereenkomst wordt afgesloten tussen de uitbater als concessienemer en de vereniging als concessiegever.

 

Roerende goederen

 

1.1.i.         Verbintenissen van de vereniging

Art. 33. § 1. Deverenigingdientallegoederenvandegemeenteenvanhaarzelfzorgvuldigtebeherenopdewijze van een voorzichtig en redelijk persoon.

§ 2. Een lijst met roerende goederen in eigendom van de vereniging is steeds raadpleegbaar.

 

Art. 34. Indien er nieuwe roerende goederen (roerende goederen die onroerend worden door bestemming uitgezonderd) moeten aangekocht worden voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de vereniging, worden deze aangekocht door de vereniging en blijven zij eigendom van de vereniging. De vereniging voorziet hiertoe de nodige budgetten in haar ontwerp van begroting.

 

Personeel

 

Art 35. § 1. Partijen komen overeen dat de gemeente geen personeelsleden zal overdragen aan de vereniging.

§ 2. De gemeente is, behoudens de personeelsleden van de vereniging, de juridische werkgever en de aanstellende overheid van de personeelsleden. De rechtspositieregeling en het arbeidsreglement van de gemeente is integraal van toepassing. Dit houdt onder meer in dat de arbeidsvoorwaarden, arbeidstijd en het loon worden toegepast zoals opgenomen staat in de rechtspositieregeling. De vereniging werft geen medewerkers aan, behoudens:

- aanwerving van jobstudenten volgens dezelfde aanwervingsprocedure als deze die wordt gehanteerd door de gemeente

-vrijwilligers met onkostenvergoeding

-verenigingswerker ( tijdelijke contracten )

- flexijobbers

- arbeiders of bedienden ( tijdelijke contracten )

 

Art. 36. Personeelsleden van de gemeente zullen wel taken zoals opgenomen in artikel 6 van deze Overeenkomst verrichten ten behoeve van de vereniging. De uitvoering van deze taken gebeurt onder volledig werkgeversgezag van de gemeente. Als de vereniging hiervoor een vergoeding betaalt aan de gemeente dan is deze vergoeding vrijgesteld van btw op grond van randnummer II, 23 van de circulaire 2017/C/91 van 22.12.2017 betreffende praktische toepassingsgevallen inzake de belastingplicht van publiekrechtelijke lichamen (nr. E.T. 130.932).

 

Art. 37. De vereniging kan geen eigen personeel voor onbepaalde duur aanwerven.

 

Art. 38.  Het managementteam van de gemeente bewaakt de eenheid van de organisatie en de eenheid van werking. Hieronder valt ook het bewaken van het vervangingsbeleid van de gemeente bij tijdelijke afwezigheden van medewerkers.

 

Communicatie en promotie

 

 

Website, huisstijl en logo

 

Art. 39. Omwille van de nood aan een eigen profiel beschikt de vereniging voor haar website, programmabrochure, affiches, … over een eigen herkenbare huisstijl en logo.

 

1.a.            Verbintenissen van de gemeente

Art. 40. De gemeentelijke communicatiekanalen (vb. website, elektronische informatieborden, informatieblad, …) staan via de communicatiecel open voor de vereniging. Binnen deze kanalen wordt de vereniging behandeld op dezelfde manier als een gemeentelijke dienst en geniet de vereniging van dezelfde mogelijkheden.

 

Art. 41. De kosten van het gebruik van de algemene communicatiekanalen vallen ten laste van de gemeente.

 

Verbintenissen van de vereniging

Art. 42. De vereniging ontwikkelt geen initiatieven om zich als afzonderlijke organisatie of structuur te profileren buiten de gemeentelijke context. Uit de communicatie van de vereniging moet blijken dat zij deel uitmaakt van het gemeentebestuur.

 

Art. 43. Specifieke kosten buiten de gemeentelijke communicatiekanalen die louter ten behoeve van de vereniging worden gemaakt (vb. drukkosten brochures, affiches, advertenties, …) vallen ten laste van de vereniging.

 

Overige ondersteuning en samenwerking

 

Art. 44. De vereniging kan kosteloos gebruik maken van volgende ondersteunende dienstverlening door de gemeente, volgens de regels die ook voor gemeentediensten gelden:

- ICT: software en -hardware, installatie- en onderhoudskosten, …

- Telefonie: infrastructuur, telefoonkosten, …

- Kopies, drukwerk, post: kopiemachines, regulier drukwerk en frankeerkosten.

Courante briefwisseling wordt gefrankeerd door de gemeente. Grote mailings vallen ten laste van de vereniging. Drukwerk van brochures, promotionele activiteiten van de vereniging vallen ten laste van de vereniging.

- Advies: begeleiding bij grotere aanbestedingsdossiers, advies patrimoniumbeheer, juridisch advies, communicatieadvies, advies bij aanvraag vergunningen.

Art. 45. De vereniging draagt zelf de kosten voor lidmaatschap van diverse verenigingen.

 

Verzekeringen

 

Verbintenissen van de gemeente

 

1.a.i.          Brandverzekering

Art. 46. De gemeente staat in voor de brandverzekering van de gebouwen, die eigendom zijn van de gemeente of door haar gehuurd worden.

 

Art. 47. Ten opzichte van de vereniging als gebruiker of huurder van een gemeentegebouw en ten opzichte van derden-gebruikers geldt de clausule van afstand van verhaal.

 

1.a.ii.        Objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing

Art. 48. De gemeente sluit de verplichte verzekering objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing af.

 

1.a.iii.      Arbeidsongevallen personeel

Art. 49. De werkgever sluit de arbeidsongevallenverzekering af voor het personeel dat hij tewerkstelt.

 

Verbintenissen van de vereniging

 

1.a.iv.      Brandverzekering roerende goederen

Art. 50. Eventuele brandverzekering voor roerende goederen kan worden afgesloten door de vereniging.

 

1.a.v.        Burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand

Art. 51. De vereniging dient haar burgerlijke aansprakelijkheid zodanig te verzekeren dat zij geniet van voldoende dekking voor elk schadegeval dat zich kan voordoen in het kader van haar werking. Tevens dient de rechtsbijstand te worden verzekerd.

De BA-verzekering voor de vrijwilligers dient in principe vervat te zijn in de algemene BA-verzekering van de vereniging. Zo niet, moet daartoe een afzonderlijke verzekering worden afgesloten.

 

1.a.vi.      Lichamelijke ongevallen (losse) medewerkers, vrijwilligers

Art. 52. De vereniging dient de lichamelijke ongevallen van losse medewerkers en vrijwilligers te verzekeren.

 

1.a.vii.     Bestuurdersaansprakelijkheid

Art. 53. De vereniging dient de aansprakelijkheid van haar bestuurders te verzekeren.

 

1.a.viii.   Arbeidsongevallen personeel

Art. 54. De werkgever sluit de arbeidsongevallenverzekering af voor het personeel dat hij tewerkstelt.

 

1.a.ix.      Andere verzekeringen

Art. 55. De vereniging kan, indien zij dat wenselijk acht, nog bijkomende verzekeringen afsluiten.

 

Overheidsopdrachten

 

Art. 56. De vereniging is als extern verzelfstandigde entiteit van de gemeente onderworpen aan de geldende overheidsopdrachtenreglementering zoals onder andere bepaald in de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en het KB Uitvoering van 14 januari 2013, zoals gewijzigd bij KB van 22 juni 2017.

Art. 57. De vereniging is belast met de uitvoering van welbepaalde taken van gemeentelijk belang, en vormt in die zin een verlengstuk van de gemeente (‘in house’-relatie). De overheidsopdrachtenreglementering speelt derhalve niet wanneer de gemeente een beroep doet op de vereniging in het kader van de uitvoering van gemeentelijke beleidstaken.

Art. 58. Voor leveringen, werken of diensten die een bedrag vertegenwoordigen van meer dan 30 000 euro excl. btw zal de vereniging steeds een overheidsopdrachtenprocedure voeren die begeleid wordt door de afdeling financiën van de gemeente.

 

Rapportering, controle en evaluatie

 

Legislatuur gebonden evaluatie

Art. 59. In het begin van elke nieuwe legislatuur en uiterlijk voor 1 juli van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen, maakt de vereniging een evaluatieverslag op. Hierin worden enerzijds de samenwerkingsovereenkomst, en anderzijds de verzelfstandiging grondig geëvalueerd, ter voorlegging aan de gemeenteraad. Desgevallend zullen in onderling overleg tussen de gemeenteraad en de vereniging aanpassingen aan de samenwerkingsovereenkomst worden doorgevoerd, of zal de samenwerkingsovereenkomst een einde nemen.

 

Tussentijdse evaluatie op verzoek

Art. 60. Op verzoek van een van de partijen kan steeds een tussentijdse evaluatie gebeuren met mogelijke bijsturing. Jaarlijks wordt er een evaluatie voorzien door het bestuursorgaan en de gemeente.

 

Rapportering in gemeenteraadscommissie

Art. 61. Op verzoek van de gemeente rapporteert de vereniging over haar activiteiten, jaarplan, evaluatieverslag, budget en/of rekening in een gemeenteraadscommissie.

 

Rapportering over afwijkingen

Art. 62. De vereniging verbindt zich ertoe om op elk moment buiten de opgelegde rapporteringsdatum en rapporteringsverplichting de gemeente te informeren over dreigende afwijkingen ten opzichte van deze samenwerkingsovereenkomst en het budget.

 

Organisatiebeheersing

Art. 63. De systemen voor organisatiebeheersing zoals deze bestaan binnen de gemeente, worden integraal binnen de vereniging gehanteerd.

Art 64. De vereniging werkt op geïntegreerde wijze mee aan de rapportage van het meerjarenplan op dezelfde tijdstippen als de andere diensten van het lokaal bestuur.

 

Art. 65. De vereniging maakt een ontwerp van financieel meerjarenplan betreffende roerende investeringen vanaf 30.000 euro, exclusief btw op zoals bepaald in artikel 17. De vereniging legt het ontwerp van financieel meerjarenplan betreffende roerende investeringen vanaf 30.000 euro, exclusief btw ter info voor aan het managementteam binnen een periode van 1 maand na de opmaak ervan.

 

Verslaggeving van vergaderingen van het bestuursorgaan en de algemene vergadering.

Art. 66. De vereniging bezorgt een goedgekeurd verslag van alle vergaderingen van de raad van bestuur en de algemene vergadering aan het managementteam van de gemeente. Dit verslag wordt publiek gemaakt via de gemeentelijke website cfr de door het gemeentebestuur gebruikte werkwijze. De vereniging maakt gebruikt van de digitale vergaderruimte van het gemeentebestuur voor notulering.  Alle verslagen worden bewaard op de zetel van de vereniging en zijn ter inzage beschikbaar.

 

Recht op controle door de gemeente

Art. 67. De gemeente zal steeds het recht hebben controle uit te oefenen op de werking van de vereniging, onder meer op alle inkomsten en uitgaven en alle boekhoudkundige bescheiden ter zake. De controle hierop gebeurt door het managementteam van de gemeente of door externen, daartoe aangeduid door de gemeente.

De documenten en verantwoordingsstukken zijn ter inzage van de gemeenteraadsleden.

De vereniging zal op elk ogenblik toegang verlenen tot de verschillende gebouwen en installaties aan het managementteam van de gemeente zodanig dat de gemeente zich rekenschap kan geven van de manier waarop de uitbating en beheer verlopen en van de toestand van de lokalen, de accommodaties, het materieel, het meubilair en de eventuele collecties.

 

 

Overleg over de werking van de vereniging

 

Art. 68. § 1. Per kwartaal vindt een overleg plaats tussen de gemeente en deverenigingwaarinbeidenelkaaropde hoogte houden van relevante gebeurtenissen binnen hun organisatie of ontwikkelingen die een invloed kunnen hebben op de werking van de vereniging.

 

§ 2. Het overleg, zoals bepaald in § 1, vindt plaats tussen het managementteam van de gemeente en de directeur van de vereniging.

 

§ 3. Tijdens het overleg, zoals bepaald in § 1, geeft de directeur van de vereniging een inhoudelijke stand van zaken over de belangrijkste beslissingen die in het bestuursorgaan van de vereniging genomen werden in het kwartaal voorafgaand aan het overleg, over de lopende projecten en over activiteiten die georganiseerd werden door de vereniging in het kwartaal voorafgaand aan het overleg. Nadien wordt dit ter kennisname op het college van burgemeester en schepenen geagendeerd.

 

Art. 69. Elk jaar bespreekt en informeert de vereniging haar ontwerp van jaarrekening voor het vorige jaar alsook haar ontwerp van budget met het managementteam van de gemeente. De timing wordt in onderling overleg afgesproken.

 

 Externe controle op de financiële toestand van de vereniging door een bedrijfsrevisor

Art. 70. De vereniging (algemene vergadering) benoemt een rekeningcommissaris (bedrijfsrevisor) die jaarlijks haar financiële toestand, haar rekening en balans en de regelmatigheid van haar financiële operaties controleert, er een verslag van opmaakt en ter goedkeuring voorlegt aan de algemene vergadering van de vereniging. De rekeningcommissaris dient te worden benoemd uit de leden van het Instituut der bedrijfsrevisoren. De vereniging draagt de kosten verbonden aan deze controle.

 

Presentiegelden

 

Art. 71. Noch aan de leden van de algemene vergadering, noch aan de bestuurders wordt een presentiegeld toegekend. Evenmin worden onkostenvergoedingen toegekend.

 

Ontbinding van de vereniging

 

Art. 72. § 1. Bij ontbinding van de vereniging zullen de activa, na aanzuivering van de passiva, worden overgedragen aan de gemeente Mol.

§ 2. Bij ontbinding van de vereniging komen alle infrastructuur en goederen in volle eigendom toe aan de gemeente.

 

Sancties

 

Art. 73. Wanneer één van de partijen zijn verplichtingen uit deze overeenkomst niet naleeft, wordt een overleg georganiseerd tussen beide partijen, waarin getracht wordt tot een oplossing te komen.

Bij herhaaldelijke niet-naleving van de bepalingen van deze overeenkomst door de vzw, kan de gemeente, na schriftelijke waarschuwing, zelf de nodige maatregelen nemen om de uitvoering van de overeenkomst te verzekeren. De gemeente heeft in dat geval de mogelijkheid om de werkingstoelage van de vereniging te verminderen en/of geen of minder middelen (materialen, personeel, …) ter beschikking te stellen van de vzw.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

EVA VZW KINDERDAGVERBLIJF MOLLEKE - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 stemmen tegen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / feiten en context

In zitting van 16 december 2013 besliste de gemeenteraad om de vzw Kinderdagverblijf Molleke om te vormen tot een extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm. Met het ministerieel besluit van 20 maart 2014 keurde de Vlaamse minister van binnenlands bestuur de voornoemde beslissing goed, waarbij de EVA vzw Kinderdagverblijf Molleke werd opgericht.

 

De gemeente moet met haar externe verzelfstandigde agentschappen onder privaatrechtelijke vorm een samenwerkingsovereenkomst afsluiten waarin de verhoudingen tussen de gemeente en de vereniging geregeld worden. De samenwerkingsovereenkomst werd goedgekeurd binnen de vereniging en door de gemeenteraad.  Deze samenwerkingsovereenkomst eindigt op 31 december 2025. De voorliggende nieuwe samenwerkingsovereenkomst is geldig voor de beleidsperiode 2026-2031. 

 

Juridische gronden

Artikel 247 van het decreet lokaal bestuur.

 

Inspraak en advies

De algemene vergadering heeft op 27 oktober een positief advies gegeven over de samenwerkingsovereenkomst.

 

Bijlagen

  1. advies algemene vergadering van 4 december 2025
  2. samenwerkingsovereenkomst 2020-2025
  3. gemeenteraadsbesluit 23 juni 2025 evaluatie samenwerkingsovereenkomst

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De samenwerkingsovereenkomst kadert binnen de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.

Deze samenwerkingsovereenkomst regelt de verhoudingen tussen de gemeente en de vereniging, de afstemming van de afspraken tussen de gemeente en de vereniging, de nadere omschrijving en afbakening van de opdrachten en verantwoordelijkheden van de vereniging ten opzichte van de gemeente en de engagementen van de gemeente ten opzichte van de vereniging.

 

Financiële weerslag

De gemeente voorziet binnen de meerjarenplanning 2026-2031 de nodige financiële steun voor de vereniging:

Actie

5/8/1

Registratiesleutel

64990000/094502

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen het gemeentebestuur en de EVA vzw Kinderdagverblijf Molleke goed voor de bestuursperiode 2026-2031:

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE GEMEENTE MOL EN EVA VZW KINDERDAGVERBLIJF MOLLEKE

 

TUSSEN:

 

De gemeente Mol, Molenhoekstraat 2, 2400 Mol, vertegenwoordigd door de gemeenteraad, voor wie optreden L. Moubax, algemeen directeur en A. Smeyers, voorzitter gemeenteraad, handelend in uitvoering van een beslissing van de gemeenteraad de dato 15 december 2025,

 

hierna genoemd de gemeente

 

EN

 

De EVA-vzw Kinderdagverblijf Molleke, Rivierstraat 11, 2400 Mol, vertegenwoordigd door F.Delchambre, directeur en A. Dom, voorzitter raad van bestuur, handelend conform artikel 31 van de statuten en krachtens een beslissing van de algemene vergadering de dato "..."   , hierna genoemd de vereniging

 

is overeengekomen hetgeen volgt:


INHOUDSOPGAVE

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE GEMEENTE MOL EN EVA VZW KINDERDAGVERBLIJF MOLLEKE              1

1 VOORWERP VAN DE OVEREENKOMST..............................................2

2 DUUR EN EINDE VAN DE OVEREENKOMST...........................................2

3 OPDRACHT VAN DE VERENIGING.................................................2

4 OPDRACHT VAN GEMEENTE MOL.................................................4

5 FINANCIËN.................................................................4

5.1 Reserves van de vereniging.................................................4

5.2 Verbintenissen van de gemeente..............................................4

5.3 Verbintenissen van de vereniging.............................................5

5.4 Rechten van de vereniging..................................................5

5.5 Rechten van de gemeente..................................................6

6 INFRASTRUCTUUR EN MATERIALEN...............................................6

6.1 Onroerende goederen.....................................................6

6.2 Roerende goederen.......................................................7

7 PERSONEEL.................................................................8

8 COMMUNICATIE EN PROMOTIE...................................................8

9 ICT.......................................................................9

10 OVERIGE ONDERSTEUNING EN SAMENWERKING......................................9

11 VERZEKERINGEN.............................................................9

11.1 Verbintenissen van de vereniging.............................................9

12 OVERHEIDSOPDRACHTEN......................................................10

13 RAPPORTERING, CONTROLE EN EVALUATIE........................................10

13.1 Legislatuurgebonden evaluatie..............................................10

13.2 Tussentijdse evaluatie op verzoek............................................10

13.3 Periodieke rapportering in het kader van beleidsmonitoring..........................10

13.4 Rapportering over afwijkingen  ten opzichte van de samenwerkingsovereenkomst en het budget11

13.5 Verslaggeving van vergaderingen van de raad van bestuur en de algemene vergadering....11

13.6 Recht op controle door de gemeente..........................................11

13.7 Afdelingshoofd Kinderopvang en Huis van kind als scharnierfunctie....................11

13.8 Organisatiebeheersing....................................................11

13.9 Externe controle op de financiële toestand......................................11

14 PRESENTIEGELDEN..........................................................11

15 ONTBINDING VAN DE VERENIGING...............................................12

16 SANCTIES.................................................................12


  1. VOORWERP VAN DE OVEREENKOMST

 

Art. 1. Deze samenwerkingsovereenkomst regelt de verhoudingen tussen de gemeente en de vereniging, de afstemming van het beleid tussen de gemeente en de vereniging, de nadere omschrijving en afbakening van de opdrachten en verantwoordelijkheden van de vereniging ten opzichte van de gemeente, en de engagementen van de gemeente ten opzichte van de vereniging.

 

Art. 2. Deze samenwerkingsovereenkomst kadert binnen de bepalingen van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (hierna: DLB), meer in het bijzonder het artikel 247.

 

  1. DUUR EN EINDE VAN DE OVEREENKOMST

 

Art. 3. Deze overeenkomst gaat in op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031. Als bij het verstrijken van de samenwerkingsovereenkomst geen nieuwe overeenkomst in werking getreden is, wordt de bestaande overeenkomst van rechtswege verlengd tot een nieuwe samenwerkingsovereenkomst wordt vastgelegd.

 

Art. 4. De gemeente kan een einde stellen aan deze samenwerkingsovereenkomst, mits betekening van een aangetekend schrijven. Hierbij moet een opzegtermijn van minstens één jaar gerespecteerd worden, zodat contractuele verplichtingen kunnen worden nagekomen. Bovendien is de gemeente gerechtigd deze samenwerkingsovereenkomst eenzijdig en onmiddellijk te beëindigen, telkens wanneer het algemeen belang dit vereist. Dit zal inzonderheid het geval zijn indien zij grote tekortkomingen of zware overtredingen vaststelt tegen de bepalingen van deze samenwerkingsovereenkomst of indien hoogdringende omstandigheden van algemeen belang dit vereisen. De vastgestelde tekortkomingen zullen per aangetekend schrijven gemeld worden aan de vereniging. 

Beide partijen kunnen te allen tijde in onderling overleg de overeenkomst beëindigen.

 

  1. OPDRACHT VAN DE VERENIGING

 

3.1. De inhoud van de opdracht

Art. 5.

§ 1. De vereniging wordt door de gemeente belast met de verwezenlijking van welbepaalde beleidsuitvoerende en beleidsvoorbereidende taken van gemeentelijk belang, met name het organiseren, oprichten, coördineren en beheren van elke geschikte vorm van groepsopvang van baby’s en peuters en, tijdens de zomermaanden, kleuters.

§ 2. De vereniging is niet bevoegd voor de beleidsbepaling, welke bevoegdheid uitsluitend bij de gemeente rust. Onder beleidsbepaling wordt verstaan het nemen van beslissingen met belangrijke financiële, politieke of organisatorische impact of impact op de beeldvorming van de gemeente of met een impact op de dienstverlening aan de burger, zoals bijvoorbeeld de bepaling van de openingsuren.

 

Art. 6.

§ 1. Om de opdracht uit te voeren, is de vereniging onder meer belast met volgende taken:

        De organisatie, oprichting, coördinatie en het beheer van elke geschikte vorm van groepsopvang van baby’s en peuters en, tijdens de zomermaanden, kleuters

        De vereniging neemt het engagement om een beleidsondersteunende rol op te nemen in bestaande overlegstructuren die relevant zijn voor de werking van de vereniging. De vereniging deelt haar kwaliteit, ervaring en expertise in deze overlegstructuren zoals het lokaal overleg kinderopvang, werkgroep inclusieve kinderopvang, stuurgroep huis van het kind, perinataal netwerk…. De vereniging speelt in de mate van het mogelijk in op de beleidsaanbevelingen die volgen uit het lokaal loket kinderopvang.

 

§ 2. De vereniging mag eveneens alle activiteiten ondernemen die deze opdracht kunnen bevorderen. Zij kan in die zin ook, doch slechts op bijkomstige wijze, handelsdaden stellen, enkel voor zover de opbrengst hiervan besteed wordt aan het doel waarvoor zij werd opgericht. 

§ 3. De vereniging kan met betrekking tot deze opdracht beslissen tot het oprichten van, het deelnemen aan of het zich laten vertegenwoordigen in andere rechtspersonen, voor zover dat in overeenstemming is met haar opdracht en doel en voor zover de gemeenteraad hiermee voorafgaandelijk heeft ingestemd.

§ 4. Deverenigingishiertoegemachtigddoordegemeenteovereenkomstigartikel245vanhet Decreet Lokaal Bestuur en onder de voorwaarden van het Decreet Lokaal Bestuur.

§ 5. Voordebeleidsperiode2026-2031 werddevereniging inhetbijzonderbelastmetderealisatievanbeleidsdoelstellingen, actieplannen en acties die opgenomen zijn in het strategisch meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente die betrekking hebben op het lokaal beleid met betrekking tot het organiseren, oprichten, coördineren en beheren van elke geschikte vorm van groepsopvang van baby’s en peuters en, tijdens de zomermaanden, kleuters.

 

3.2. De uitvoering van de opdracht

Art. 7. De vereniging voert de in de statuten en in deze samenwerkingsovereenkomst omschreven opdrachten autonoom en op een kwaliteitsvolle manier uit, en is vrij, binnen het kader van het gemeentelijk meerjarenplan, in de manier waarop ze haar opdracht vervult. Het is de vereniging niet toegelaten haar opdrachten geheel of gedeeltelijk over te dragen aan enige derde die zou handelen in eigen naam en/of voor eigen rekening, behoudens met schriftelijke toestemming van de gemeente.

 

Art. 8. Deze taakvervulling dient in overeenstemming te zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur en verder met alle toepasselijke regelgeving (decreet lokaal bestuur, het decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters, wetgeving overheidsopdrachten, …) en met het door de gemeente gevoerde beleid inzake kinderopvang. 

 

Art. 9. De vereniging mag alle verrichtingen doen, binnen de grenzen van haar statuten en deze samenwerkingsovereenkomst, welke rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op haar opdracht, of van aard zijn de verwezenlijking ervan te begunstigen.

 

Art. 10. Alle middelen waarover de vereniging beschikt [middelen door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld; middelen toegekend door andere overheden en privépersonen; eigen inkomsten; enige andere middelen], worden uitsluitend aangewend voor het bereiken van haar doelstellingen en het vervullen van haar opdracht.

 

  1. OPDRACHT VAN GEMEENTE MOL

 

Art. 11. Als organiserend bestuur is het lokaal bestuur Mol bevoegd voor de opvolging van het referentiekader voor opvangkwaliteit. Dit referentiekader is een ondersteunend instrument dat toelichting geeft bij het Vergunningenbesluit en het ministerieel besluit tot uitvoering ervan. De organisator draagt de eindverantwoordelijkheid over het geheel van de werking.

 

  1. FINANCIËN

 

5.a.       Reserves van de vereniging

Art. 12. De financiële middelen (zichtrekeningen, spaarrekeningen, beleggingen e.d.) waarover de vereniging beschikte op 1 januari 2026 blijven eigendom van de vereniging. De vereniging zal deze middelen uitsluitend aanwenden voor de verwezenlijking van haar doel.

Indien uit de rekening blijkt dat de vereniging voor het vorige boekjaar een overschot heeft op haar werking, wordt dit opgenomen in de reserves van de vereniging.

Indien uit de rekening blijkt dat de vereniging voor het vorige boekjaar een overschot heeft op haar dotatie vanuit de gemeente, wordt dit overschot uiterlijk op 30 juni van het huidige boekjaar teruggestort aan de gemeente. 

 

5.b.       Verbintenissen van de gemeente

Art 13.

§ 1. De gemeente engageert zich ertoe de nodige financiële middelen te voorzien opdat de vereniging haar opdracht en doelstellingen, zoals vastgelegd in de statuten en deze samenwerkingsovereenkomst, optimaal kan realiseren. Het bedrag van de werkingstoelage die de gemeente dient te voorzien wordt onderhandeld tussen de gemeente en de vereniging, en wordt gebaseerd op het ontwerp van budget zoals bepaald in artikel 16. Het bedrag dat werd ingeschreven in de meerjarenplanning van de gemeente is de richtlijn voor de opmaak van het budget van de vereniging. Voor tijdelijke en bijzondere projecten kan de vereniging een eenmalige toelage vragen voor een bepaald jaar.

§ 2. De gemeenteraad bepaalt, per legislatuur, de jaarlijkse werkingstoelage, in de mate van het mogelijke rekening houdende met het voorstel van de algemene vergadering van de vereniging, en voorziet de nodige middelen in het jaarlijkse budget van het meerjarenplan.

§ 3. De werkingstoelage wordt maandelijks overgemaakt aan de vereniging via een storting op de zichtrekening van de vereniging die telkens 1/12de van de op het budget goedgekeurde werkingstoelage bedraagt.

 

5.c.       Verbintenissen van de vereniging

Art. 14. De vereniging betaalt jaarlijks voor 6 mei een erfpachtvergoeding aan gemeente Mol. De overeengekomen jaarlijkse erfpachtvergoeding bedraagt honderd en vier euro zesendertig cent (€ 104,36).

 

Art. 15. De vereniging voert een boekhouding in overeenstemming met de geldende wettelijke voorschriften. De kosten die hieraan verbonden zijn (bijv. boekhoudkantoor) vallen ten laste van de vereniging.

 

Art. 16. § 1. De vereniging maakt jaarlijks een ontwerp van budget op voor het volgende boekjaar en bezorgt dat aan het managementteam van de gemeente. Het ontwerp van budget omvat een inhoudelijk programma betreffende de besteding van de dotatie. De vereniging streeft ernaar haar (exploitatie)budget in evenwicht af te sluiten. De vereniging legt, na goedkeuring van de gemeenteraad, uiterlijk twee maanden voor de start van dat boekjaar het ontwerp van budget voor aan de algemene vergadering. Het besluit van de algemene vergadering over het ontwerp van budget wordt onverwijld overgemaakt aan het managementteam van de gemeente.

§ 2. Bij (verwachte) tekorten maakt de vereniging een aangepast voorstel van budget voor het volgende jaar, of budgetwijziging van het lopende jaar over aan het managementteam van de gemeente. Hieraan wordt een gemotiveerde nota toegevoegd.

 

Art. 17. De vereniging maakt jaarlijks een jaarrekening en jaarverslag van het voorbijgaande jaar op en bezorgt dat aan het managementteam van de gemeente. De rekening wordt ter goedkeuring, na de goedkeuring van de gemeenteraad, aan de algemene vergadering van de vereniging voorgelegd die gehouden wordt binnen zes maanden na afsluitingsdatum van het boekjaar. 

 

Art. 18. De vereniging maakt jaarlijks haar begroting en verlofplanning voor het volgende jaar op en bezorgt deze aan het managementteam van de gemeente.  De begroting en verlofplanning wordt, na de goedkeuring van de gemeenteraad, ter goedkeuring aan de algemene vergadering van de vereniging voorgelegd die gehouden wordt minimum 1 maand voor de startdatum van het volgende boekjaar.

 

Art. 19. In het begin van elke nieuwe legislatuur en uiterlijk voor 1 juli van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen maakt de vereniging een ontwerp van financieel meerjarenplan op voor de volgende beleidsperiode.

 

Art. 20. De vereniging draagt alle kosten en uitgaven die een uitvloeisel zijn van haar opdracht zoals bijvoorbeeld kosten voor onderzoek en ontwikkeling, voeding, warme maaltijden, (para)medisch verzorgingsmateriaal, vaatwerk, educatief materiaal, speelgoed, wasproducten, textiel, beddengoed, linnengoed, UNISONO , relatiegeschenken,.... 

 

Art. 21. De vereniging zal alle mogelijke inspanningen leveren om maximale subsidiëring van hogere overheden en sponsoring te verkrijgen voor de vereniging of de gemeente.  

 

5.d.       Rechten van de vereniging

Art. 22. De dagelijkse financiële verrichtingen worden door de vereniging waargenomen.

De vereniging kan alle roerende goederen verwerven die nodig zijn voor de verwezenlijking van haar opdracht, mits inachtneming van de ter zake geldende overheidsopdrachtenreglementering. De vereniging kan enkel onroerende goederen verwerven na voorafgaand akkoord van de gemeente.

De vereniging kan, na uitdrukkelijke goedkeuring door de gemeente, leningen aangaan om de uitvoering van haar opdracht te financieren. 

 

Art. 23. De vereniging kan, voor zover dit past binnen de uitvoering van haar taken, eigen inkomsten verwerven. 

Hieronder valt onder meer:

        Sponsoring

        Subsidies

        Ouderbijdragen

        Terugvordering van allerlei onkosten

       

 

5.e.       Rechten van de gemeente

Art. 24. § 1. De tariefzetting is gebonden aan wettelijke geldende bepalingen. Wijzigingen aan deze bepalingen worden meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen. 

§ 2. Indien er binnen de wettelijke geldende bepalingen wijzigingen aan de tariefzetting kunnen optreden, is uitsluitend het college van burgemeester en schepenen bevoegd tot wijziging van deze tarieven, na advies van de vereniging. De vereniging kan een voorstel doen aan het college van burgemeester en schepenen tot wijziging van de tarieven. Het college van burgemeester en schepenen kan enkel op uitdrukkelijk gemotiveerde wijze afwijken van het voorstel van de vereniging. 

 

  1. INFRASTRUCTUUR EN MATERIALEN

 

6.a.       Onroerende goederen

6.1.1. Erfpacht

Art. 25. Op 6 mei 2003 werd een erfpacht voor een periode van 27 jaar afgesloten tussen de vereniging en de gemeente waarin de gemeente een stuk grond gelegen te Rivierstraat, 2400 Mol, kadastraal gekend, vierde afdeling, sectie F nummer 1254b. Deze werd met 25 jaar verlengd in 2025 en loopt tot 6 mei 2055. In uitvoering hiervan werd door de vereniging een kinderdagverblijf opgericht op het perceel gelegen te Mol, Rivierstraat 11.

 

6.1.2. Verbintenissen van de gemeente

Art 26. § 1. De vereniging staat zelf in voor het eigenaarsonderhoud van de infrastructuur. 

De vereniging kan een beroep doen op de gemeentelijke uitvoeringsdiensten voor onderhoud, technische ondersteuning en herstellingswerken bij onder meer:

        Onderhoud van de elektrische installaties

        Jaarlijks onderhoud verwarmingssystemen

        Onderhoud van de HVAC en sanitaire installaties

        Vervangen zand in zandbak (om 2 jaar), tegels proper maken

        Buitenonderhoud

        Gras onderhouden onkruid wieden’

        opkuis met bezemwagen tijdens groot verlof

De vereniging koopt hiervoor desgevallend de benodigde materialen aan en voorziet hiertoe de nodige budgetten.

Het afdelingshoofd van dienst openbaar domein en het afdelingshoofd gebouwen beoordeelt de aanvragen en is verantwoordelijk voor de planning en de communicatie.

§ 2. De vereniging koopt hiervoor desgevallend de benodigde materialen aan en voorziet hiertoe de nodige budgetten.

§ 3. Het afdelingshoofd van de gemeentelijke uitvoeringsdiensten beoordeelt de aanvragen en is verantwoordelijk voor de planning en de communicatie.

 

Art. 27. EVA vzw kinderdagverbliijf Molleke onderzoekt samen met de gemeente de eventuele mogelijkheden om patrimonium beschikbaar te stellen van de gemeente Mol in geval van overmachtssituaties of verbouwingswerken, waardoor het patrimonium, Rivierstraat 11, 2400 Mol tijdelijk niet beschikbaar is.

 

Art. 28. De gemeente verklaart ter volledige ontlasting van de vereniging de aansprakelijkheid op zich te nemen, voortvloeiend uit art. 1386 van het Burgerlijk Wetboek, met betrekking tot de in gebruik gegeven infrastructuur.

 

6.1.3. Verbintenissen van de vereniging

Art. 29. De vereniging dient alle goederen van de gemeente en van haarzelf zorgvuldig te beheren op de wijze van een voorzichtig en redelijk persoon.

 

Art. 30. De vereniging staat zelf in voor het eigenaarsonderhoud van de infrastructuur. Dit omvat onder meer

        herstellingen en vernieuwingen die voortvloeien uit de normale veroudering, slijtage of overmacht;

        structurele werken aan de infrastructuur en de essentiële installaties (o.a. dak, draagmuren, vloeren, trappen, ramen en deuren, water- en energievoorziening, verwarmingsinstallatie, enz.).

 

6.1.4. Rechten van de gemeente

Art. 31. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de eventuele wijzigingen inzake openingsuren en dienstverlening aan de burger. De vereniging doet hiertoe een voorstel. De gemeente kan enkel op uitdrukkelijk gemotiveerde wijze afwijken van het voorstel van de vereniging.

 

6.1.5. Rechten van de vereniging

Art. 32. De vereniging is eigenaar van het gebouw.

 

Art. 33. De vereniging mag de infrastructuur uitsluitend voorbehouden voor activiteiten die betrekking hebben op de opdracht en de doelstellingen van de vereniging in de meest ruime zin van het woord.

 

6.b.       Roerende goederen

 

Art. 34. De vereniging dient alle goederen van de gemeente en van haarzelf zorgvuldig te beheren op de wijze van een voorzichtig en redelijk persoon.

 

Art. 35. De vereniging is eigenaar van alle roerende goederen die zich bevinden in de gebouwen van de vereniging.

 

Art. 36. § 1. Indien er nieuwe roerende goederen moeten aangekocht worden voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de vereniging, worden deze aangekocht door de vereniging en blijven zij eigendom van de vereniging.  De vereniging voorziet hiertoe de nodige middelen in haar ontwerp van budget en in haar ontwerp van begroting. Een actuele lijst met roerende goederen in eigendom van de vereniging is voortdurend raadpleegbaar. 

§ 2. Roerende goederen die onroerend worden door bestemming, worden aangekocht door de vereniging.

 

  1. PERSONEEL

 

Art. 37. De vereniging staat in voor de arbeidsorganisatie en werft personeel aan in functie van de verwezenlijking van haar opdrachten en doelstellingen. De vereniging benoemt en ontslaat het personeel, bepaalt het personeelskader, statuut en bezoldiging. De functieomschrijving van het personeel wordt door de vereniging vastgelegd. De vereniging staat in voor de loon- en personeelsadministratie van het eigen personeel. Hierbij houdt de vereniging rekening met het eigen arbeidsreglement, regelgeving omtrent arbeidsongevallenverzekering en richtlijnen in kader van interne preventie op het werk. De gemeentelijke personeelsdienst engageert zich om advies te verlenen aan de vereniging op vlak van personeelsorganisatie, dit als inspanningsverbintenis, niet als resultaatsverbintenis. 

 

  1. COMMUNICATIE EN PROMOTIE

 

8.1. Website, huisstijl en logo

Art. 38. Het is de vereniging niet toegestaan eigen logo’s of een eigen huisstijl te ontwikkelen, behoudens bij voorafgaandelijke expliciete toestemming van het managementteam van de gemeente.

 

8.2. Verbintenissen van de gemeente

Art. 39. De gemeentelijke communicatiekanalen (bijv. website, elektronische informatieborden, informatieblad, …) staan via de communicatiedienst open voor de vereniging. Binnen deze kanalen wordt de vereniging behandeld op dezelfde manier als een gemeentelijke dienst en geniet de vereniging van dezelfde mogelijkheden

Art. 40. De kosten van het gebruik van de algemene communicatiekanalen vallen ten laste van de gemeente.

 

8.3. Verbintenissen van de vereniging

Art. 41. De vereniging schrijft zich volledig in in het communicatiebeleid van het gemeentebestuur, zoals dit wordt voorbereid, uitgewerkt en uitgevoerd door de gemeentelijke communicatiedienst. De vereniging ontwikkelt geen initiatieven om zich als afzonderlijke organisatie of structuur te profileren buiten de gemeentelijke context.

 

Art. 42. Crisiscommunicatie (bij rampen of incidenten waar er nood is aan dringende communicatie) gebeurt steeds in samenspraak met de gemeentelijke communicatiedienst.

 

Art. 43. Specifieke kosten buiten de gemeentelijke communicatiekanalen die louter ten behoeve van de vereniging worden gemaakt (bijv. drukkosten brochures, affiches, advertenties, …) vallen ten laste van de vereniging.

  1. OVERIGE ONDERSTEUNING EN SAMENWERKING

 

Art. 44. De vereniging kan kosteloos gebruik maken van volgende ondersteunende dienstverlening door de gemeente, volgens de regels die ook voor gemeentediensten gelden:

        ICT: software en –hardware, installatie- en onderhoudskosten, …

        Kantoorbenodigdheden: papier, enveloppen, archiefdozen, schrijfmateriaal, schriften …

        Schoonmaakmateriaal, onderhoudsproducten en papierwaren

        Kopies, drukwerk, regulier drukwerk en frankeerkosten. Courante briefwisseling wordt gefrankeerd door de gemeente. Grote mailings vallen ten laste van de vereniging.  Drukwerk van brochures, promotionele activiteiten van de vereniging vallen ten laste van de vereniging.

        Samenaankoop: bijv. telefonie, printer,…

        Advies: begeleiding bij overheidsopdrachten vanaf € 30.000 exclusief btw, advies patrimoniumbeheer, juridisch advies, communicatie, advies bij aanvraag vergunningen, ICT advies…

Art. 45. De vereniging draagt zelf de kosten voor haar afvalverwerking.  De vereniging draagt zelf de kosten voor lidmaatschap van diverse verenigingen.

Art. 46. De vereniging draagt zorg voor de preventie en veiligheid op de werkvloer. Voor de uitvoering hiervan kan zij een beroep doen op het advies van de door het gemeentebestuur aangestelde preventieadviseur.

 

  1. VERZEKERINGEN 

 

10.a.   Verbintenissen van de vereniging

10.b.  10.1.1. Brandverzekering

Art. 47. De vereniging staat in voor de brandverzekering van de gebouwen.

Eventuele brandverzekering voor roerende goederen kan worden afgesloten door de vereniging.

 

10.c.   10.1.2. Burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand

Art. 48. § 1. De vereniging dient haar burgerlijke aansprakelijkheid zodanig te verzekeren dat zij geniet van voldoende dekking voor elk schadegeval dat zich kan voordoen in het kader van haar werking.  Tevens dient de rechtsbijstand te worden verzekerd.

§ 2. De BA-verzekering voor de vrijwilligers dient in principe vervat te zijn in de algemene BA-verzekering van de vereniging. Zo niet, moet daartoe een afzonderlijke verzekering worden afgesloten.

 

10.d.  10.1.3. Objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing

Art. 49. De vereniging sluit de verplichte verzekering objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing af.

 

10.e.   10.1.4. Arbeidsongevallen personeel

Art. 50. De werkgever sluit de arbeidsongevallenverzekering af voor het personeel dat hij tewerkstelt.

 

10.f.    10.1.5. Lichamelijke ongevallen (losse) medewerkers, vrijwilligers

Art. 51. De vereniging dient de lichamelijke ongevallen van losse medewerkers en vrijwilligers te verzekeren.

 

10.g.  10.1.6. Bestuurdersaansprakelijkheid

Art. 52. De vereniging dient de aansprakelijkheid van haar bestuurders te verzekeren.

 

10.h.  10.1.6. Andere verzekeringen

Art. 53. De vereniging kan, indien zij dat wenselijk acht, nog bijkomende verzekeringen afsluiten.

 

  1. OVERHEIDSOPDRACHTEN

 

Art. 54. De vereniging is als extern verzelfstandigd agentschap van de gemeente onderworpen aan de overheidsopdrachtenreglementering zoals onder andere bepaald in de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en het KB Uitvoering van 14 januari 2013, zoals gewijzigd bij KB van 22 juni 2017.

 

Art. 55. De vereniging is belast met de uitvoering van welbepaalde taken van gemeentelijk belang, en vormt in die zin een verlengstuk van de gemeente (‘in house’-relatie). De overheidsopdrachtenreglementering speelt derhalve niet wanneer de gemeente een beroep doet op de vereniging in het kader van de uitvoering van gemeentelijke beleidstaken.

 

Art. 56. Voor leveringen, werken of diensten die een bedrag vertegenwoordigen van meer dan 30 000 euro excl. BTW zal de vereniging steeds een overheidsopdrachtenprocedure voeren die begeleid wordt door de afdeling Financiën van de gemeente. 

 

  1. RAPPORTERING, CONTROLE EN EVALUATIE

 

12.a.   Legislatuurgebonden evaluatie

Art. 57. In het begin van elke nieuwe legislatuur en uiterlijk voor 1 juli van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen, maakt de vereniging een evaluatieverslag op. Hierin worden enerzijds de samenwerkingsovereenkomst, en anderzijds de verzelfstandiging grondig geëvalueerd, ter voorlegging aan de gemeenteraad. Desgevallend zullen in onderling overleg tussen de gemeenteraad en de vereniging aanpassingen aan de samenwerkingsovereenkomst worden doorgevoerd, of zal de samenwerkingsovereenkomst een einde nemen.

 

12.b.  Tussentijdse evaluatie op verzoek

Art. 58. Op verzoek van een van de partijen kan steeds een tussentijdse evaluatie gebeuren met mogelijke bijsturing.

 

 

12.c.   Rapportering in gemeenteraadscommissie

 

Art 59. Op verzoek van de gemeente rapporteert de vereniging over haar activiteiten, evaluatieverslag, budget en/of rekening aan een gemeenteraadscommissie.

 

12.d.  Rapportering over afwijkingen ten opzichte van de samenwerkingsovereenkomst en het budget

Art. 60. De vereniging verbindt zich ertoe om op elk moment buiten de opgelegde rapporteringsdatum en rapporteringsverplichting de gemeente te informeren over dreigende afwijkingen ten opzichte van deze samenwerkingsovereenkomst en het budget.

 

12.e.   Organisatiebeheersing

Art. 61. De systemen voor organisatiebeheersing zoals deze bestaan binnen de gemeente worden integraal binnen de vereniging gehanteerd.

 

Art 62. De vereniging werkt op geïntegreerde wijze mee aan de rapportage van het meerjarenplan op dezelfde tijdstippen als de andere diensten van het lokaal bestuur.

 

Art. 63. De vereniging maakt een ontwerp van financieel meerjarenplan op zoals bepaald in artikel 19. De vereniging legt het ontwerp van financieel meerjarenplan aan het managementteam binnen een periode van 1 maand na de opmaak ervan.

 

12.f.    Verslaggeving van vergaderingen van de raad van bestuur en de algemene vergadering

Art. 64. De vereniging bezorgt onverwijld een goedgekeurd verslag van alle vergaderingen van de raad van bestuur en de algemene vergadering aan aan het managementteam van de gemeente. Deze verslagen worden ter kennisgeving op het college van burgemeester en schepenen geagendeerd.

 

 

12.g.  Recht op controle door de gemeente

Art. 65.

§ 1. De gemeente zal steeds het recht hebben toezicht uit te oefenen op de werking van de vereniging, onder meer op alle inkomsten en uitgaven en alle boekhoudkundige bescheiden ter zake. De controle hierop gebeurt door het managementteam van de gemeente of door externen, daartoe aangeduid door het college van burgemeester en schepenen. De documenten en verantwoordingsstukken zijn ter inzage van de gemeenteraadsleden.

§ 2. De vereniging zal op elk ogenblik toegang verlenen aan de door het college van burgemeester en schepenen aangestelde personen tot de verschillende gebouwen en installaties zodanig dat de gemeente zich rekenschap kan geven van de manier waarop de uitbating en het beheer verlopen en van de toestand van de lokalen, de accommodaties, het materieel, het meubilair en de eventuele collecties.

 

12.h.  Afdelingshoofd Kinderopvang en Huis van kind als scharnierfunctie

Art. 66. Het personeelslid van de gemeente dat hiërarchisch het hoofd is van de afdeling waaronder de uitvoering van de beleidsdoelstellingen van de vereniging valt en bij gebreke hieraan de sectormanager of diens afgevaardigde, zal de rol op zich nemen van contactpersoon tussen de gemeente en de vereniging.  Alle communicatie tussen de vereniging en de gemeente verloopt in eerste instantie via hem/haar. Op regelmatige basis vindt een overleg plaats tussen voormelde gemeentelijke contactpersoon en de directeur van de vereniging, desgevallend samen met de voorzitter van de vereniging en de betrokken schepen, waarin ze elkaar op de hoogte houden van relevante gebeurtenissen binnen hun organisatie of ontwikkelingen die een invloed kunnen hebben op de werking van de vereniging, dit in de vorm deelname aan dagelijks bestuur.

 

12.i.      Overleg over de werking van de vereniging

Art. 67.

§ 1. Per kwartaal vindt een overleg plaats tussen de gemeente en de vereniging waarin beiden elkaar op de hoogte houden van relevante gebeurtenissen binnen hun organisatie of ontwikkelingen die een invloed kunnen hebben op de werking van de vereniging.

§ 2. Het overleg, zoals bepaald in § 1, vindt plaats tussen het managementteam van de gemeente en het afdelingshoofd Kinderopvang en Huis van het kind.

§ 3. Tijdens het overleg, zoals bepaald in § 1, geeft het afdelingshoofd een inhoudelijke stand van zaken over de belangrijkste beslissingen die in het bestuursorgaan van de vereniging genomen werden in het kwartaal voorafgaand aan het overleg, over de lopende projecten en over activiteiten die georganiseerd werden door de vereniging in het kwartaal voorafgaand aan het overleg.

 

Art. 68.

§ 1. Elk jaar, in de maand april, bespreekt de vereniging haar ontwerp van jaarrekening voor het vorige jaar met het managementteam van de gemeente.

§ 2. Elk jaar, in de maand september, bespreekt de vereniging haar ontwerp van budget met het managementteam.   

 

12.j.    Externe controle op de financiële toestand

Art. 69. De vereniging (algemene vergadering) benoemt een commissaris die jaarlijks haar financiële toestand, haar rekening en balans en de regelmatigheid van haar financiële operaties controleert, er een verslag van opmaakt en ter goedkeuring voorlegt aan de algemene vergadering van de vereniging. De commissaris dient te worden benoemd uit de leden van het Instituut der bedrijfsrevisoren. De vereniging draagt de kosten verbonden aan deze controle.

 

  1. PRESENTIEGELDEN

 

Art. 70. Noch aan de leden van de algemene vergadering, noch aan de bestuurders wordt een presentiegeld toegekend.  Evenmin worden onkostenvergoedingen toegekend. 

 

  1. ONTBINDING VAN DE VERENIGING

 

Art. 71. § 1. Bij ontbinding van de vereniging zullen de activa, na aanzuivering van de passiva, worden overgedragen aan de gemeente Mol.

§ 2. Bij ontbinding van de vereniging komen alle infrastructuur en goederen die door de gemeente ter beschikking werden gesteld, evenals deze die door de vereniging werden verworven, in volle eigendom toe aan de gemeente. 

 

  1. SANCTIES

 

Art. 72. Wanneer één van de partijen zijn verplichtingen uit deze overeenkomst niet naleeft, wordt een overleg georganiseerd tussen beide partijen, waarin getracht wordt tot een oplossing te komen.

Bij herhaaldelijke niet-naleving van de bepalingen van deze overeenkomst door de vereniging, kan de gemeente, na schriftelijke waarschuwing, zelf de nodige maatregelen nemen om de uitvoering van de overeenkomst te verzekeren.  De gemeente heeft in dat geval de mogelijkheid de dotatie van de vereniging te verminderen en/of om geen of minder middelen (materialen, personeel, …) ter beschikking te stellen van de vereniging en/of de samenwerkingsovereenkomst te beëindigen overeenkomstig artikel 4.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RENTELOZE LENINGEN - REGLEMENT RENTELOZE LENING MET INFRASTRUCTUURSUBSIDIE JEUGD-, CULTUUR- EN SPORTSECTOR EN GEMEENSCHAPSHUIZEN - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 1 onthouding: Cindy Dexters (ProMol)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 23 december 2019 het reglement renteloze lening cultuur-, jeugd- en sportsector met infrastructuursubsidie goed.  Na 6 jaar werking werd het reglement geëvalueerd. Een aangepast ontwerp van reglement werd opgemaakt voor de jeugd-, cultuur- en sportsector en gemeenschapshuizen waarin naast een renteloze lening ook 20% van het bedrag van de lening als een infrastructuursubsidie wordt ten laste genomen door de gemeente. Daarnaast werd het maximale bedrag van de lening opgetrokken naar 125.000 euro.

 

Juridische gronden

Art. 40§3 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.

 

Inspraak en advies

De cultuurraad gaf een positief advies op 1 december 2025.

De sportraad gaf een positief advies op 3 december 2025.

De jeugdraad gaf een positief advies op 1 december 2025.

 

Bijlagen

1) Advies jeugdraad

2) Advies sportraad

3) Advies cultuurraad

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De huidige renteloze leningen zijn een belangrijk hulpmiddel, maar niet altijd voldoende voor de verenigingen zonder winstoogmerk om hun infrastructuurprojecten te financieren.

 

Een aangepast ontwerp van reglement werd opgemaakt voor de jeugd-, cultuur- en sportsector en gemeenschapshuizen waarin naast een renteloze lening ook 20% van het bedrag van de lening als een infrastructuursubsidie wordt ten laste genomen door de gemeente. Daarnaast werd het maximale bedrag van de lening opgetrokken naar 125.000 euro.

 

Financiële weerslag

De nodige budgetten werden opgenomen in het ontwerp meerjarenplan 2026-2031:

Actie

2/3/3

Registratiesleutel

29030009/07500 en 29030009/074000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt volgend reglement goed:

 

 

REGLEMENT RENTELOZE LENING MET INFRASTRUCTUURSUBSIDIE CULTUUR-, JEUGD- EN SPORTSECTOR EN GEMEENSCHAPSHUIZEN

 

Artikel 1: Algemeen

 

Binnen de grenzen van het goedgekeurde budget van de gemeente Mol verleent de gemeenteraad renteloze leningen met infrastructuursubsidies ter ondersteuning van het bouwen van en/of verbouwingswerken aan onroerende infrastructuur of aankopen van onroerende goederen.

 

Artikel 2: Voor wie

 

De renteloze lening met infrastructuursubsidie kan enkel aangegaan worden door culturele verenigingen, jeugdverenigingen of sportverenigingen:

- aangesloten bij de culturele raad, jeugdraad of sportraad van de gemeente Mol of de rechtspersoon die de onroerende belangen beheert van een vereniging die aangesloten is bij één van deze adviesraden en

- die een rechtspersoon vormen en

- die het maatschappelijk doel, zoals vastgesteld in haar statuten, minstens reeds vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag op actieve wijze uitvoeren in de gemeente Mol en

- behoudens diegene met handelsdoeleinden, religieuze of politieke doeleinden.

 

Dit reglement is eveneens van toepassing op gemeenschapshuizen die voldoen aan de volgende voorwaarden:

-het gemeenschapshuis – een rechtspersoon - is toegankelijk voor alle verenigingen zonder winstoogmerk actief binnen het Molse gehucht waar het gemeenschapshuis gevestigd is.

-het gemeenschapshuis beschikt minimaal over een polyvalente zaal, een keuken, sanitair en een vergaderzaal.

-minstens 4 verenigingen gebruiken de infrastructuur regelmatig en ondersteunen de aanvraag

-het gemeenschapshuis voert op actieve wijze het maatschappelijk doel, zoals vastgesteld in haar statuten, minstens reeds vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag uit in de gemeente Mol

-het gemeenschapshuis heeft geen handelsdoeleinden, religieuze of politieke doeleinden.

 

Artikel 3: Voorwaarden

 

3.1 Algemeen:

 De vereniging of gemeenschapshuis moet aantonen dat zij behoefte heeft aan een renteloze lening met infrastructuursubsidie en de aankoop of de werken niet met eigen middelen kan financieren. 

 De lening met infrastructuursubsidie moet gebruikt worden voor de financiering van bouw- of verbouwingswerken of voor de aankoop van onroerende goederen die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van de activiteiten die behoren tot de normale werking van de vereniging.

 Minimaal gedurende de dubbele looptijd van de terugbetalingstermijn van de renteloze lening, moet de grond of de infrastructuur waarop de lening met infrastructuursubsidie betrekking heeft hoofdzakelijk gebruikt worden voor de rechtstreekse werking van het lokaal cultuur-, jeugd- of sportbeleid of de uitbating van een gemeenschapshuis.

 

3.2 Specifiek voor het bouwen van en verbouwingswerken aan infrastructuur moeten volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:

- De lening met infrastructuursubsidie moet gebruikt worden voor de financiering van het bouwen of werken aan onroerende infrastructuur in Mol die hoofdzakelijk gebruikt wordt door de verenigingen of gemeenschapshuizen zoals bedoeld in artikel 2;

- De vereniging of gemeenschapshuis zoals bedoeld in artikel 2 moet hetzij eigenaar zijn van de infrastructuur en de bijhorende grond en eigenaar blijven gedurende de dubbele looptijd van de terugbetalingstermijn, hetzij van een erfpacht of recht van opstal genieten voor de onroerende infrastructuur minimaal gedurende de dubbele looptijd van de terugbetalingstermijn.  Indien het recht van erfpacht of recht van opstal werd verleend door de gemeente Mol, vervalt de voorwaarde dat de vereniging van dit recht nog moet genieten minimaal gedurende de dubbele looptijd van de terugbetalingstermijn. 

 

Artikel 4: Procedure

 

4.1 Aanvraag:

- De vereniging of gemeenschapshuis bezorgt het aanvraagdossier aan het college van burgemeester en schepenen.  De vereniging of gemeenschapshuis dient de aanvraag in vóór 1 oktober om een renteloze lening met infrastructuursubsidie te bekomen voor het daaropvolgende budgetjaar.

De dossiers voor budgetjaar 2026 kunnen aangevraagd worden vanaf 1 februari 2026. Ze worden chronologisch behandeld.

 

4.2. Aanvraagdossier:

Het aanvraagdossier bevat:

- een motivering waarom er behoefte is aan een renteloze lening met infrastructuursubsidie en de werken of de aankoop niet met eigen middelen kunnen worden gefinancierd;

- een financieel verslag (balans en resultatenrekening) van de laatste drie boekjaren van de vereniging of gemeenschapshuis;

- het financieringsplan van het volledige project en de afbetalingsmodaliteiten;

- een verklaring dat de lening met infrastructuursubsidie gebruikt zal worden voor de financiering van bouw- of verbouwingswerken of voor de aankoop van onroerende goederen die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van de activiteiten die behoren tot de normale werking van de vereniging of gemeenschapshuis en dat de grond of de infrastructuur waarop de lening betrekking heeft minimaal gedurende de dubbele looptijd van de terugbetalingstermijn van de renteloze lening, hoofdzakelijk gebruikt zal worden voor de rechtstreekse werking van het lokaal cultuur-, jeugd- of sportbeleid of de uitbating van het gemeenschapshuis.

- een beschrijving van de hypotheek of andere waarborgen die de vereniging of gemeenschapshuis wenst te stellen om de nakoming van haar verbintenissen te waarborgen;

- de statuten van de vereniging of het gemeenschapshuis voor zover deze niet digitaal raadpleegbaar zijn in het staatsblad.

 

Bijkomend voor het bouwen van en verbouwingswerken aan infrastructuur:

- een situatieschets van de ligging van het perceel, waarop de bedoelde infrastructuur gevestigd is of zal worden gevestigd;

- een grondplan van de bedoelde infrastructuur met opgave van de juiste afmetingen;

- een schets van het voor- en zijaanzicht van de bedoelde infrastructuur, met aanduidingen van de juiste afmetingen;

- een foto die een frontaal totaalbeeld geeft van de bedoelde infrastructuur;

- een kopie of de unieke nummer van de omgevingsvergunning of de aanvraag daartoe, indien de bouw- of verbouwingswerken afhankelijk zijn van een voorafgaande omgevingsvergunning;

- een raming van de kostprijs van de te gebruiken materialen, uitgesplitst naar hun soort (bouwmaterialen, hout, plastiekstoffen, leidingmateriaal voor elektriciteit, gas of water, verfwaren, eventueel andere) alsmede de raming van de te factureren loonkosten;

- Een bewijs dat de vereniging of gemeenschapshuis hetzij eigenaar is van de onroerende infrastructuur en bijhorende grond, hetzij van een erfpacht of recht van opstal geniet op de onroerende infrastructuur, minimaal gedurende de dubbele looptijd van de terugbetalingstermijn, uitgezonderd wanneer de erfpacht of het recht van opstal werd verleend door de gemeente Mol.

 

Bijkomend voor aankopen van onroerende goederen:

- een situatieschets van de ligging van het perceel waarop de onroerende goederen gevestigd zijn en/of een situatieschets van de ligging van het perceel dat men wil aankopen;

- een actuele raming van een officiële schatter van de kostprijs van het onroerend goed dat men wil aankopen of de kostprijs van het onroerend goed.

 

4.3 Een delegatie van de gemeentelijke administratie zal:

- De aanvragers uitnodigen voor een intakegesprek waarop alle voorwaarden en modaliteiten besproken worden;

- Nakijken of het dossier volledig is.  Indien het dossier niet volledig is, wordt de vereniging of gemeenschapshuis hiervan op de hoogte gebracht en wordt een bijkomende termijn gegeven van maximum 2 maanden, waarbinnen de vereniging of gemeenschapshuis het dossier moet aanvullen;

- nakijken of de geplande werken in overeenstemming zijn met de regels van de ruimtelijke ordening;

- inzage nemen van het financieringsplan;

- nakijken of aan alle voorwaarden voldaan is;

- in voorkomend geval schriftelijk advies uitbrengen bij de adviesraad waarin de betrokken vereniging zetelt en bij het college van burgemeester en schepenen.

 

4.4. Toewijzingsregels:

In eenzelfde budgetjaar mag het totaal bedrag van de toegestane renteloze leningen met infrastructuursubsidie aan verenigingen die lid zijn van eenzelfde adviesraad het bedrag van 125.000 euro niet overschrijden, tenzij er op het gemeentelijk budget nog voldoende middelen voorzien zijn.  Binnen de sectoren cultuur, jeugd en sport geeft de betrokken adviesraad een advies over het al dan niet geheel of gedeeltelijk toekennen van een lening met infrastructuursubsidie aan de aanvragers die lid zijn van de betrokken adviesraad. 

 

Leningen met infrastructuursubsidie worden in volgorde van prioriteit toegestaan voor:

1. werken die dringend noodzakelijk zijn en waarbij uitstel het voortbestaan van de werking van de vereniging of gemeenschapshuis ernstig in gevaar brengt

2. werken die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de vereisten van een door de brandweer opgesteld verslag inzake brandveiligheid van de lokalen

3. de bouw van nieuwe onroerende infrastructuur

4. aankoop van onroerende goederen door verenigingen of gemeenschapshuizen die nog geen eigenaar zijn van onroerende goederen

5. uitbreiding van bestaande onroerende goederen

 

Aanvragen door verenigingen of gemeenschapshuizen die nog een renteloze lening (al dan niet met infrastructuursubsidie) hebben lopen bij de gemeente, hebben steeds de laagste prioriteit.

 

De adviesraad kan adviseren om aan alle aanvragen met eenzelfde prioriteit een lager bedrag toe te kennen dan gevraagd of om bepaalde aanvragen te weigeren of te verschuiven naar het volgende jaar.

 

Aanvragen die later worden ingediend dan 1 oktober en die betrekking hebben op het daaropvolgende budgetjaar (aanvragen tussen 1 oktober en 31 december), of al tijdens het budgetjaar waarin gevraagd wordt de renteloze lening met infrastructuursubsidie toe te staan (aanvragen tussen 1 januari en 30 september), worden behandeld in chronologische volgorde van de aanvraag.  Er kan enkel nog een lening met infrastructuursubsidie worden toegestaan voor zover er nog budget beschikbaar is.

Indien er geen budget meer beschikbaar is, wordt de aanvraag verschoven naar het volgende jaar waar de aanvraag zal behandeld worden samen met de andere aanvragen.

 

Voor dringende projecten waarvan een uitstel van het toekennen van de lening het voortbestaan van de werking van de vereniging of gemeenschapshuis ernstig in gevaar brengt, kan uitzonderlijk een afwijking worden toegestaan.  

 

4.5 Het college van burgemeester en schepenen:

- zal na advies van de delegatie van de gemeentelijke administratie en in voorkomend geval van de adviesraad waarbij de vereniging is aangesloten, overgaan tot beslissing omtrent de voorliggende aanvraagdossiers;

- kan slechts leningen met infrastructuursubsidie toestaan voor het maximaal bedrag aan kredieten, dat voor het budgetjaar waarop de aanvraag betrekking heeft voor renteloze leningen is voorzien in de meerjarenplanning van de gemeente Mol.

- zal in uitvoering van besluiten tot het toestaan van een lening een contract afsluiten met de vereniging of gemeenschapshuis dat de voorwaarden met betrekking tot de lening met infrastructuursubsidie specificeert.

 

Artikel 5: Verbintenissen van de ontlener

 

De betalingen gebeuren volgens de voorwaarden zoals bepaald in het contract en in dit reglement.

 

In een contract tussen de vereniging of gemeenschapshuis enerzijds en de gemeente anderzijds zal de vereniging of gemeenschapshuis zich ertoe verbinden het ontleende bedrag uitsluitend aan te wenden voor de financiering van de werken of de aankoop zoals beschreven in het goedgekeurde aanvraagdossier.

 

De vereniging of gemeenschapshuis moet er zich toe verbinden de afgevaardigde(n) van de gemeente te allen tijde toegang te verlenen tot de percelen en infrastructuur waarop de lening betrekking heeft en dit tot de lening afbetaald werd.

 

Artikel 6: Financiële procedure voor de uitbetaling

 

6.1 Voor het bouwen en verbouwingswerken aan infrastructuur:

 

6.1.1 Algemeen:

De verstrekte lening met infrastructuursubsidie kan maximaal 67% bedragen van de werkelijke kosten, na aftrek van eventuele tegemoetkomingen en andere subsidies die de vereniging of gemeenschapshuis krijgt van de gemeente of andere overheden, instellingen of niet-commerciële organisaties voor de bouw- of verbouwingswerken, met een minimum van 10.000 euro en een maximum van 125.000 euro.  Deze kosten kunnen betrekking hebben op de directe aankoop of levering van materialen en grondstoffen, op de loonkosten die, behoorlijk gefactureerd, door daartoe erkende vaklui worden voorzien en op de kosten die de keuring van de nutsvoorzieningen (elektriciteit en gas) met zich meebrengen.

 

6.1.2 Financiële procedure voor de uitbetaling:

- Indien een omgevingsvergunning nodig is, kan slechts tot uitbetaling worden overgegaan nadat deze vergunning werd afgeleverd.

- Een eerste schijf van 50 % van het toegekende bedrag (berekend op de geraamde onkosten die de vereniging of gemeenschapshuis dient te bewijzen aan de hand van bestelbonnen, facturen of met andere middelen) zal betaald worden binnen 50 dagen na ondertekening van het contract door het college van burgemeester en schepenen en de daartoe gerechtigde vertegenwoordiger(s) van de vereniging of gemeenschapshuis.

- Een tweede schijf van 25 % van het toegekende bedrag zal worden uitbetaald binnen de 50 dagen na voorlegging van de bewijzen van aanwending van de eerste schijf, tenzij de werken niet goedgekeurd worden.  In voorkomend geval zal het college van burgemeester en schepenen binnen de 50 dagen de redenen van de weigering aan de ontlener meedelen.  De bewijzen van de volledige aanwending van de eerste schijf dienen voorgelegd te worden binnen een termijn van 3 jaar die ingaat de dag na de uitbetaling van de eerste schijf.  Het niet tijdig voorleggen van de bewijzen van de volledige aanwending van de eerste schijf heeft van rechtswege tot gevolg dat de aanvrager het recht op de tweede schijf verliest.

- De derde schijf van 25 % is een afrekening en wordt uitbetaald binnen de 50 dagen na voorlegging van de bewijzen van de aanwending van de tweede schijf en de nog te betalen of reeds betaalde facturen.

 

6.2 Voor aankopen van onroerende goederen:

 

6.2.1 Algemeen:

De verstrekte lening met infrastructuursubsidie kan maximaal 50% bedragen van de koopsom en de kosten die rechtstreeks verbonden zijn met de aankoop, uitgezonderd de kosten voor de opmaak van de akte, na aftrek van eventuele tegemoetkomingen en subsidies die de vereniging  of gemeenschapshuis krijgt van de gemeente of andere overheden, instellingen of niet-commerciële organisaties voor de aankoop met een minimum van 10.000 euro en een maximum van 125.000 euro. 

 

6.2.2 Financiële procedure voor de uitbetaling:

De lening kan enkel uitbetaald worden als de vereniging of gemeenschapshuis een contract heeft afgesloten met het college van burgemeester en schepenen en ze de gemeente een kopie bezorgd heeft van de onderhandse akte van aankoop en het ontwerp van de notariële akte tot aankoop.

 

De lening ten belope van het vastgelegde percentage van de aankoopsom, zal volledig uitbetaald worden bij het verlijden van de notariële akte voor de aankoop.

 

De lening voor de andere kosten, rechtstreeks verbonden met de aankoop, worden uitbetaald na het voorleggen van de facturen.

 

Artikel 7: Financiële procedure voor de terugbetaling

 

7.1. Terugbetalingstermijn en stortingen:

De vereniging of gemeenschapshuis dient 80% van het ontleende bedrag terug te betalen binnen een termijn van maximaal 10 jaar. Contractueel kan een kortere terugbetalingstermijn overeengekomen worden.

De eerste terugbetaling dient te gebeuren binnen de termijn van een jaar na de eerste opname.

De vereniging of gemeenschapshuis moet er zich toe verbinden 80% van het ontleende bedrag terug te betalen door minimaal een jaarlijkse storting binnen de contractueel overeengekomen terugbetaaltermijn.  Elke jaarlijkse storting bedraagt eenzelfde percentage van het ontleende bedrag volgens de volgende formule:

 

Totaal ontleende bedrag

______________________________    x 0,80

Aantal jaren waarover de lening loopt

 

 

Na terugbetaling van elke jaarlijkse schijf 80% van het ontleende bedrag door de vereniging of gemeenschapshuis door jaarlijkse storting volgens bovenstaande formule, wordt de overige 20% van de schijf van het ontleende bedrag beschouwd als een infrastructuursubsidie die door het gemeentebestuur ten laste wordt genomen en niet meer moet worden terugbetaald door de vereniging of gemeenschapshuis.

 

7.2 Laattijdige terugbetaling:

Bij laattijdige betaling wordt het opeisbare bedrag van rechtswege en zonder aanmaning verhoogd met een intrest berekend volgens de wettelijke intrestvoet.

 

7.3 Niet-terugbetaling:

In geval van niet-betaling binnen de 30 dagen na aanmaning bij aangetekende brief wordt het volledige nog openstaande bedrag van de lening onmiddellijk opeisbaar en zal het gehele nog verschuldigde bedrag (zonder de infrastructuursubsidie van 20%) vermeerderd worden met de intresten berekend volgens de wettelijke intrestvoet.  De vereniging of gemeenschapshuis verliest op dat ogenblik haar recht op uitbetaling van volgende schijven, tot de volledige terugbetaling van het ontleende bedrag, vermeerderd met intresten.  Indien de vereniging of gemeenschapshuis aanspraak kan maken op gemeentelijke subsidies van welke aard dan ook, heeft de gemeente het recht om deze niet uit te betalen en te verrekenen met het nog verschuldigde bedrag van de lening.

 

7.4 Mogelijke rechtsopvolging van de oorspronkelijke ontlener:

Mits akkoord van de gemeente en alle contracterende partijen, kunnen één of meerdere personen als rechtsopvolger(s) van de oorspronkelijke ontlener(s) worden aanvaard.  Zulk beding zal het voorwerp uitmaken van een aanvullende overeenkomst, onderschreven door alle partijen.

 

Artikel 8: Waarborg

 

8.1. Algemeen

De vereniging of gemeenschapshuis waarborgt tegenover de gemeente de naleving van alle in dit reglement en in het af te sluiten contract bepaalde verbintenissen.  Het college van burgemeester en schepenen beslist over de vorm en voorwaarden van deze waarborg.  Deze waarborg kan bestaan uit: een hypotheek in eerste of lagere rang, een hypothecaire volmacht, persoonlijke borgstelling(en), een bankwaarborg voor minimaal 2/3 van het ontleende bedrag, … . Het college kan meer of andere waarborgen eisen dan deze voorgesteld in het aanvraagdossier.  De kosten die aan deze waarborg verbonden zijn, vallen ten laste van de vereniging of gemeenschapshuis.

 

8.2. Onroerende goederen waarvan de gemeente Mol eigenaar is

De vereniging of gemeenschapshuis dient geen bijkomende waarborg te stellen als ze een lening aanvraagt voor bouw- of verbouwingswerken aan infrastructuur op een onroerend goed waarvan de gemeente Mol eigenaar is, voor zover een recht van opstal of een recht van erfpacht werd of wordt toegekend aan de vereniging of gemeenschapshuis, inclusief een kosteloos recht van natrekking in het voordeel van de gemeente bij het beëindigen van de erfpacht of het recht van opstal.

 

Artikel 9: Inbreuken

 

Elke aanwending van het ontleende bedrag in strijd met dit reglement, het contract of de bijlagen, heeft van rechtswege de onmiddellijke opeisbaarheid van het totale ontleende bedrag, vermeerderd met de rente (wettelijke intrestvoet) vanaf de dag der uitbetaling van het ontleende bedrag tot gevolg.  Daarnaast kunnen nieuwe aanvragen voor renteloze leningen (al dan niet met infrastructuursubsidie) door dezelfde vereniging of door hetzelfde gemeenschapshuis of voor hetzelfde doel worden geweigerd.  In geval van uitbetaling van de lening in schijven heeft het met de bestemming strijdige gebruik van een eerdere schijf bovendien tot gevolg dat de volgende schijf niet wordt uitbetaald, en dit onverminderd de onmiddellijke opeisbaarheid van de eerdere schijven van de lening.

Indien in het gebruik van de infrastructuur of het perceel afgeweken wordt van het gebruik zoals het beschreven is in het aanvraagdossier, is de ontlener daarnaast nog een boete verschuldigd aan de gemeente van 7% op het ontleende bedrag.

 

Artikel 10: Overgangsbepalingen

 

Renteloze leningen die reeds werden toegekend en waarvan de terugbetaling nog niet volledig gebeurd is op datum van inwerkingtreding van dit reglement, blijven gebonden aan de voorwaarden van het reglement op basis waarvan de lening werd toegekend. In afwijking van het voorgaande wordt op de terugbetaling van de jaarlijkse schijven die opeisbaar worden na 1 januari 2026 de regels van terugbetaling zoals bepaald in artikel 7 toegepast.

In afwijking van artikel 4.1. kunnen in het jaar 2026 de aanvragen die bij inwerkingtreding van dit reglement conform het reglement van 23 december 2019 reeds tijdig werden ingediend, alsook nieuwe aanvragen die voor 1 februari 2026 worden ingediend, nog toegewezen worden op de budgetten van 2026 voor zover aan de andere voorwaarden van dit reglement is voldaan. Deze aanvragen worden voor het overige behandeld volgens de bepalingen van het huidige reglement.

 

Artikel 11: Inwerkingtreding en opheffingsbepalingen

 

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. Het reglement renteloze lening cultuur-, jeugd- en sportsector van 23 december 2019 wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

REGLEMENT GEMEENTELIJKE UITLEENDIENST - AANPASSING - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het huidige reglement voor het uitlenen van materialen van de gemeentelijke uitleendienst, laatst goedgekeurd in zitting van 17 januari 2022, blijkt in de praktijk niet langer voldoende werkbaar.

 

Juridische gronden

Artikel 56, §1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Bijlagen

  1. Gemeentereglement uitleendienst 2022
  2. Overzicht wijzigingen
  3. Herwerkt reglement uitlenen materialen
  4. Bijlage 1 materialen
  5. Retributiereglement voor ontlenen en gebruik van materialen gemeentelijke uitleendienst 2023-2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Vooral tijdens piekperiodes (zoals de periode voorjaar en weekends met meerdere evenementen) ontstaan knelpunten bij de toepassing van de verdeelsleutel. Het is daarom noodzakelijk om het verdelen van materialen tijdens deze piekperiodes te herorganiseren. De dienst evenementen opteert om de verdeling van de materialen acht weken voor aanvang van het evenement naargelang de aard van de activiteit en naargelang beschikbaarheid en de gevraagde hoeveelheid te maken.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad heft het reglement van 17 januari 2022 op.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt het volgende reglement goed:

 

HOOFDSTUK 1: TOEPASSINGSGEBIED

 

Art. 1:

De gemeentelijke uitleendienst stelt materialen die eigendom zijn van het gemeentebestuur Mol, ter beschikking volgens de voorwaarden die zijn opgenomen in dit reglement.

Art. 2:

Dit reglement geldt voor:

        Alle verenigingen, organisaties, Molse instellingen, Molse gemeentediensten, Molse adviesraden en Molse scholen die een activiteit organiseren op het grondgebied van Mol. 

        Molse verenigingen die hun activiteit organiseren in buurtgemeenten op max. 1 km van de gemeentegrens.

        andere gemeenten en steden.

Art. 3:

De materialen worden enkel uitgeleend voor evenementen.

Evenementen zijn periodieke of eenmalige gebeurtenissen op het gebied van kunst, cultuur, sport, feesten, kermis… De gebeurtenissen worden publiek aangekondigd, gaan op een welbepaald tijdstip door, zijn tijdelijk en iedereen is er welkom, al of niet tegen betaling. Het maakt niet uit of het op publiek of privaat terrein doorgaat, in een open of afgesloten ruimte.

 

De materialen worden niet uitgeleend ter ondersteuning van initiatieven met een louter commercieel en/of privékarakter.

 

HOOFDSTUK 2: CONTACTGEGEVENS EN OPENINGSUREN GEMEENTELIJKE DIENST LOGISTIEK

 

Art. 4:

De dienst evenementen beheert de betreffende materialen en staat in voor een vlotte en correcte dienstverlening. 

 

Adres administratie: Molenhoekstraat 2, 2400 Mol

Mailadres: evenementen@gemeentemol.be

Telefoon: 014 27 24 09

 

Adres gemeentelijk magazijn:  Rivierstraat 10, 2400 Mol

Openingsuren: Maandag t.e.m. vrijdag van 8 uur tot 11.45 uur en van 12.15 uur tot 15 uur

 

 

HOOFDSTUK 3: TOEKENNINGSPROCEDURE EN OVERDRACHT MATERIALEN

 

Art. 5.

 

Aanvragen gebeuren digitaal via de Evenementenkluis, minstens 10 werkdagen voor de dag van het evenement.

Art. 6.

De verdeling van de materialen gebeurt 8 weken voor aanvang van het evenement naargelang de aard van de activiteit en naargelang beschikbaarheid en de gevraagde hoeveelheid.

Uitleenaanvragen die minder tijdig worden ingediend, maar toch minstens 10 werkdagen vóór aanvang, kunnen nog in aanmerking komen voor het resterende materiaal.

 

HOOFDSTUK 4: TRANSPORT, LEVERING EN OPHALING

 

Art. 7.

De dienst logistiek contacteert de ontlener als de aangevraagde levermoment niet past.

Art. 8.

De ontvanger of zijn gemachtigde is aanwezig bij de levering en ophaling en tekent het document voor ontvangst of inlevering.

 

Bij afwezigheid van de ontlener bij levering heeft het gemeentebestuur het recht om de materialen mee terug te nemen.

 

Bij afwezigheid van de ontlener bij ophaling van de materialen, wordt de ontlener geacht akkoord te zijn met de telling van het materiaal door de verantwoordelijke van de dienst logistiek.

Art. 9.

De dienst logistiek levert grote materialen op het gelijkvloers op een plaats die goed bereikbaar is met de vrachtwagen.

De ophaling gebeurt op dezelfde plaats als de levering.

Bij levering in het centrum moet de organisator een aanvraag voor inname openbaar domein in orde maken voor het stationeren van container voor het materiaal.

 

De materialen moeten op dezelfde manier ingeladen worden in de voorziene rekken en/of containers en de sleutel van het containerslot moet in de container gelegd worden.

Art. 10.

De geleverde materialen worden niet opgesteld.

Art. 11.

 

Levering en ophaling van uitleenmateriaal gebeurt enkel binnen Mol of in buurtgemeenten op max. 1 km van gemeentegrens (enkel voor Molse verenigingen).

Andere besturen staan zelf in voor het ophalen en terugbrengen van materialen.

Art. 12.

Kleine materialen – aangegeven op de leverbon- dienen op afspraak te worden opgehaald bij het gemeentelijk magazijn. 

 

Inleveren van materialen dient te gebeuren binnen de afgesproken termijn, tijdens de openingsuren.

 

HOOFDSTUK 5: MATERIALEN 

 

Art. 13.

Aanvragen gebeuren digitaal via de Evenementenkluis, minstens 10 werkdagen voor de dag van het evenement.Een overzicht van alle te ontlenen materialen is opgenomen in bijlage 1.

 

HOOFDSTUK 6: ANNULATIE 

 

Art. 14.

 

De annulatie van een aanvraag moet minstens 10 kalenderdagen voor de uitleendatum, per mail, worden doorgegeven aan de dienst evenementen. Bij een laattijdige annulatie rekenen we een forfaitaire kost aan, behoudens overmacht kan aangetoond worden.

 

HOOFSTUK 7: VERPLICHTINGEN VAN DE ONTLENER

 

 Art. 15.

 

 

De ontlener verbindt er zich toe:

        Volledig op de hoogte te zijn van het reglement en dit na te leven.

        Voldoende op de hoogte te zijn over het gebruik van de materialen.

        Het ontleende materiaal te behandelen als een voorzichtig en redelijk persoon.

        Het ontleende materiaal niet verder uit te lenen of te verhuren.

        Tijdens de activiteit waarbij het ontleende materiaal gebruikt wordt, moet steeds toegang verleend worden aan de verantwoordelijken van de dienst Logistiek en/of Evenementen. Dit is noodzakelijk voor controle op het gebruik van de materialen en de naleving van dit reglement. Indien bij controle blijkt dat er buitensporige hoeveelheden materiaal werden aangevraagd, kan dit gevolgen hebben voor toekomstige aanvragen. In dat geval kunnen bepaalde materialen, of een deel ervan, geweigerd worden.

        Het gemeentebestuur te vermelden als sponsor op promotiemateriaal (cfr.hoofdstuk 8).

 

HOOFDSTUK 8: VERMELDING LOGO GEMEENTEBESTUUR

 

Art. 16. 

 

 

Iedereen die gebruik maakt van de gemeentelijke uitleendienst verplicht zich er toe in ruil het gemeentebestuur als sponsor te vermelden op al het promotiemateriaal (affiches, flyers, programmaboekjes, uitnodigingen, …).

Art. 17.

 

Het gemeentelogo moet tussen de andere sponsors geplaatst worden. Het logo en de tekst moeten volledig volgens de huisstijl van gemeente Mol (kleuren, lettertypes) worden weergegeven.  Als het promotiemateriaal in 4-kleurendruk (quadri) wordt gedrukt, moet ook het logo in quadri worden gezet.  Zoniet moet de zwart-wit versie (met grijswaarden) van het logo geplaatst worden.

Art. 18.

Het logo en de bijhorende instructies (kleuren, lettertypes) zijn te vinden op de gemeentelijke website www.gemeentemol.be.  Wie niet over internet beschikt, moet op eigen initiatief het logo en de instructies opvragen via communicatie@gemeentemol.be.

Art. 19.

De toestemming om het logo te gebruiken is strikt beperkt tot het promotiemateriaal dat specifiek aangemaakt wordt voor de activiteit waarvoor onze gemeentelijke uitleendienst wordt gebruikt.  Het gemeentebestuur is zowel commercieel als auteursrechtelijk de exclusieve eigenaar van het logo met bijhorende baseline.

 

HOOFDSTUK 9: BESCHADIGING, MISBRUIK, DIEFSTAL OF VERLIES

 

Art. 20.

Eventuele beschadiging, misbruik, diefstal of verlies van het ontleende materiaal valt ten koste van de ontlener. Alle effectieve kosten voor herstel of vervanging zullen, verminderd met de waarborgsom, aangerekend worden aan de ontlener (cfr. hoofdstuk 10).

 

Als het tekort niet betaald wordt, wordt de materiële steun bij volgende aanvragen geweigerd.

Art. 21.

Bij diefstal moet de ontlener onmiddellijk de politie verwittigen en een proces verbaal bij de politie  laten opstellen.

Art. 22.

Bij vaststelling van misbruik of overmatige aanvraag, kan de dienst logistiek het ontleende materiaal onmiddellijk terugvorderen. Ook kan de materiële steun bij volgende aanvragen geweigerd worden.

Art. 23.

De materialen worden bij levering en ophaling gecontroleerd door de dienst logistiek.

 

Controle na levering door ontlener:

De ontlener moet eventuele beschadiging die niet gezien kan worden bij de levering vóór aanvang van de activiteit melden aan het gemeentebestuur mét een foto van de schade via e-mail naar evenementen@gemeentemol.be. 

Als dit niet gebeurt, wordt verondersteld dat deze schade, die bij een volgende ontlening zal worden opgemerkt, veroorzaakt werd door de respectievelijke laatste ontlener, dewelke verantwoordelijk zal worden gesteld voor de schade.

Het is niet altijd mogelijk voor de dienst logistiek om na ophaling alle materialen opnieuw uit- en in te laden als controle (bv. podiumelementen in container).

 

Controle na ophaling door dienst logistiek:

Kleinere materialen worden na ophaling en inlevering ter plaatse of bij aankomst op de gemeentelijke werkplaats gecontroleerd.

Als er schade of een tekort wordt vastgesteld door de verantwoordelijken van de dienst logistiek die niet gezien kan worden ter plaatse bij ophaling, wordt dit binnen twee weken na het ophalen gemeld aan de ontlener.

 

Schade aan artikelen die pas ontdekt wordt bij een volgende ontlening, omwille van de verborgen aard na inlading (bv. podium), valt ten laste van de voorgaande ontlener, tenzij deze de schade al had gemeld voor aanvang van zijn activiteit

Art. 24. 

Het gemeentebestuur is niet aansprakelijk voor ongevallen, aangerichte schade of eender welke gevolgen die zouden voortvloeien uit het gebruik van de ontleende materialen.

 

HOOFDSTUK 10: WAARBORG

 

Art. 25.

 

Voor het ontlenen van bepaalde materialen wordt een waarborg aangerekend. De tarieven zijn opgenomen in bijlage 1.

Art. 26.

 

In afwijking van het voorgaande, moeten de gemeentelijke diensten, de gemeentelijke adviesraden, Molse scholen en andere gemeenten of steden geen waarborg betalen.

Art. 27.

 

De waarborg is beperkt tot een maximumbedrag van € 500 per activiteit.

Art. 28. 

 

Het rekeningnummer voor het storten van de waarborg/retributie is: BE57 3630 9181 0035.

Art. 29.

De waarborgen en huurprijzen moeten minimum 10 kalenderdagen voor het plaatsvinden van de activiteit worden betaald. Indien de termijn niet haalbaar is wegens langere transactietijd, kan een betalingsbewijs gemaild worden naar evenementen@gemeentemol.be. Zonder waarborg (indien verplicht), worden de materialen niet geleverd.

Art. 30.

De waarborgsom zal teruggestort worden als alle materialen correct terug ingeladen werden en er geen schade vastgesteld werd.

 

HOOFDSTUK 11: KOSTPRIJS 

 

Art. 31.

Voor het ontlenen rekent het gemeentebestuur een kostprijs aan zoals opgenomen in het retributiereglement voor het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst.

 

De gemeentelijke diensten, de gemeentelijke adviesraden, Molse scholen en andere gemeenten of steden zijn vrijgesteld van deze kostprijs.

Andere gemeentebesturen zijn vrijgesteld voor de retributie.

 

 

HOOFDSTUK 12 : BOETES EN SANCTIES

 

Art. 32.

Het niet naleven van dit reglement, kan aanleiding geven tot het uitsluiten van de ontlener van gebruik van de uitleendienst.

Art. 33.

 

Het gemeentebestuur rekent een bedrag aan volgens het retributiereglement voor het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst in volgende gevallen

        in geval van laattijdige annulatie

        bij het inleveren van vervuilde materialen (bv. tafels of voortogen die niet werden schoongeveegd).

        in geval van verlies van een sleutel van een materiaalcontainer

        voor het laattijdig inleveren van ontleende materialen. 

        indien materiaalcontainers niet reglementair (zoals ze ingeladen waren bij levering) worden ingeladen of indien ontleende materialen niet worden klaargelegd op de vooraf afgesproken plaats of wijze.

        Bij beschadiging, onherstelbare beschadiging of verlies van de ontleende materialen

        Voor verbruiksgoederen: de effectieve kosten voor het aanvullen, hervullen of vervangen van de verbruikte goederen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

GEMEENTELIJK ONDERWIJS EN BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG - GEBRUIKSREGLEMENT EN GEBRUIKSOVEREENKOMST  LOKALEN - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In zitting van 9 november 2020 keurde de gemeenteraad het gebruiksreglement en de gebruiksovereenkomst voor de lokalen van het gemeentelijk onderwijs 2020-2025, goed.

 

De buitenschoolse kinderopvang heeft tot op heden nog geen gebruiksovereenkomst en gebruiksreglement voor het ter beschikking stellen van haar ruimtes aan derden.

 

Juridische gronden

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het gemeenteraadsbesluit van 23 december 2019 betreffende de retributie inzake aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen 2020-2025.

 

Het gemeenteraadsbesluit van 7 september 2020 betreffende de aanpassing van retributie inzake aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen 2020-2025.

 

Bijlagen

  1. Gebruiksreglement gemeentelijk onderwijs 2026-2031
  2. Gebruiksovereenkomst gemeentelijk onderwijs 2026-2031
  3. Gebruiksreglement buitenschoolse kinderopvang 2026-2031
  4. Gebruiksovereenkomst buitenschoolse kinderopvang 2026-2031

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De huidige versies van het gebruiksreglement en de gebruiksovereenkomst voor het gebruik van de lokalen van het gemeentelijk onderwijs zijn aan actualisatie toe.

De dienst gemeentelijk onderwijs volgt het gebruik van de lokalen van het gemeentelijk onderwijs op: behandelen aanvragen, opmaken gebruiksovereenkomst, voorbereiding facturatie,....

 

De administratieve dienst van de buitenschoolse kinderopvang en Huis van het Kind nemen de administratieve afhandeling van de aanvragen voor de lokalen van de buitenschoolse kinderopvang op. De buitenschoolse kinderopvang wenst te werken met een gelijkaardig gebruiksreglement als het reglement dat gebruikt wordt voor de lokalen van het gemeentelijk onderwijs.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het gebruiksreglement en de gebruiksovereenkomst voor het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 9 november 2020, wordt opgeheven.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt volgende gebruiksreglement en gebruiksovereenkomst voor het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs 2026-2031 met ingang van 1 januari 2026 goed:

 

 

 

 

GEBRUIKSREGLEMENT LOKALEN VAN HET GEMEENTELIJK ONDERWIJS 2026-2031

 

 

Het gebruiksreglement is van toepassing bij elk gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs door verenigingen, al dan niet aangesloten bij een Molse adviesraad. Door de gebruiksovereenkomst te ondertekenen verklaart de vereniging zich akkoord met de het gebruiksreglement en het bijhorend retributiereglement ‘Retributie op het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs: 2026-2031’. 

 

HOOFDSTUK 1.  ALGEMENE BEPALINGEN

Art. 1: Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

Aanvrager: de vereniging/instelling die gebruik maakt van de infrastructuur of een deel ervan om een activiteit te organiseren.

Gemeentebestuur: het gemeentebestuur van Mol, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen.

Afdeling onderwijs: het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 12 maart 2020 de praktische uitvoering van het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs gedelegeerd aan alle personen, die tewerkgesteld zijn binnen de afdeling onderwijs van de gemeente Mol.

De aanvragers van huur van de lokalen van de Molse gemeentelijke scholen worden ingedeeld in categorieën als volgt:

        Categorie A: de gemeentelijke diensten

        Categorie B: niet-commerciële vereniging of instelling aangesloten bij een Molse adviesraad

        Categorie C: niet-commerciële vereniging of instelling niet aangesloten bij een Molse adviesraad

        Categorie D: commerciële verenigingen met een educatief doel

 

Art. 2: Toepassing

Dit gebruiksreglement is van toepassing op het gebruik van de lokalen van het gemeentelijk onderwijs door bovenstaande categorieën, ongeacht of zij al dan niet aangesloten zijn bij een Molse adviesraad.

Door ondertekening van de gebruiksovereenkomst verklaart de vereniging zich uitdrukkelijk akkoord met de bepalingen van dit reglement.

De huurder is verplicht een verzekering voor burgerlijke en contractuele aansprakelijkheid af te sluiten wanneer hij een ruimte van het gemeentelijk onderwijs huurt.

Dit gebruiksreglement is van toepassing op het gebruik van volgende lokalen van de Molse gemeentelijke scholen:

        Alles Kids, Pastoor Vaesstraat 24, 2400 Mol

014/31.28.93 - secretariaat.gbsalleskids@gemeentemol.be

        Eetzaal / refter

        Keuken

        Speelplaats

        Sanitair

 

        De Zandloper, Gemeenteheistraat 1, 2400 Mol

014/81.00.33 - secretariaat.gbsdezandloper@gemeentemol.be

        Eetzaal / refter

        Keuken

        Speelplaats

        Sanitair

 

        Klim-Op, Ginderbuiten 212, 2400 Mol

014/31.50.00 - secretariaat.gbsklimop@gemeentemol.be

        Eetzaal / refter

        Turnzaal

        Keuken

        Speelplaats

        Sanitair

 

        Mozawiek, Schoolstraat 3, 2400 Mol

014/31.50.99 - secretariaat.gbsmozawiek@gemeentemol.be

        Eetzaal / refter

        Turnzaal

        Keuken

        Speelplaats

        Sanitair

 

        SAIGO Sterrenbos, Don Boscostraat 37, 2400 Mol

014/31.36.96 - secretariaat.saigosterrenbos@gemeentemol.be

        Eetzaal / refter

        Turnzaal

        Keuken

        Speelplaats

        Sanitair

 

        Schooltje van de Hei, Greesstraat 1, 2400 Mol

014/31.49.98 - secretariaat.gbsalleskids@gemeentemol.be

        Eetzaal / refter

        Turnzaal

        Keuken

        Speelplaats

        Sanitair

 

        GIBBO Galbergen, Don Boscostraat 39, 2400 Mol

014/31.87.42 – heidi.vanarwegen@gibbo.be

        Turnzaal

        Speelplaats

        Sanitair

        Huishoudelijke keuken

        Refter

 

        Academie voor Muziek en Woord (AMW), Guido Gezellestraat 31A, 2400 Mol

014/31.38.21 - amw@gemeentemol.be

        Lokaal nummer 12, 17, 20, 21, 28 en 31

        Sanitair

 

        Academie voor Beeldende Kunsten (ABK), Markt 24, 2400 Mol

014/33.07.96 - abk@gemeentemol.be

        Lokaal 26 ABK: 0.2 

        Lokaal 27 ABK: 0.3 

        Lokaal 67 ABK: 0.16 

        Lokaal 71 ABK: 0.16 

        Binnenkoer

        Sanitair

        Polyvalente ruimte

 

HOOFDSTUK 2.  VAN AANVRAAG TOT ACTIVITEIT

Art.3: Aanvraag

De toelating om gebruik te maken van de accommodatie wordt verleend door de dienst onderwijs. Elke aanvraag om te mogen beschikken over gemeentelijke lokalen moet ingediend worden door een meerderjarig persoon.

 

De aanvraag voor het gebruik van de lokalen van de Molse gemeentelijke scholen kan ten vroegste zes maanden op voorhand en ten laatste één maand voor de gewenste datum worden ingediend. Extra aanvragen kunnen nog ingewilligd worden, indien het lokaal op de aangevraagde moment(en) nog vrij is en de toewijzing geen administratieve of praktische problemen met zich meebrengt.

 

Voor laattijdige aanvragen bestaat de mogelijkheid om eerder toezegging te verkrijgen mits de expliciete toestemming van de schooldirecteur.

 

De aanvrager dient het aanvraagformulier in via de website van de gemeente Mol. Hierna wordt de aanvraag beoordeeld door de directeur. De aanvraag is volledig wanneer alle informatie op het aanvraagformulier werd ingevuld. Bij goedkeuring van de directeur stelt dienst onderwijs de gebruiksovereenkomst op en wordt deze naar de aanvrager verstuurd.

 

De aanvragen worden behandeld volgens datum van indienen. Indien er op dezelfde dag meerdere aanvragen worden ingediend voor een bepaalde datum, wordt de voorrang bepaald volgens de categorie van de aanvrager (eerst categorie A, dan categorie B, daarna categorie C en als laatste categorie D).

Indien de aanvragers tot dezelfde categorie behoren, krijgt de vereniging die als eerste de aanvraag heeft ingediend voorrang.

 

Op basis van het aanvraagformulier maakt de dienst onderwijs een overeenkomst op. Deze overeenkomst wordt toegestuurd aan de huurder samen met de nodige informatie voor de huurder. De overeenkomst dient digitaal ondertekend te worden via eSignFlow binnen de twee weken, en in ieder geval voor aanvang van de huur.

 

De huur is pas definitief na het ondertekenen van het contract.

 

 

Art. 4: Sleutel/badge

Alle afspraken met betrekking tot het ophalen en terugbrengen van de sleutels/badges worden rechtstreeks gemaakt met de betrokken school/academie. De sleutel/badge wordt opgehaald, ten vroegste één schooldag voor de activiteit en ingeleverd, ten laatste één schooldag na de activiteit. Tenzij anders overeenkomen met het betrokken secretariaat van de school/academie.

 

Als de aanvrager de sleutel/badge niet tijdig ophaalt, verliest hij zijn recht op het gebruik van het lokaal. De retributievergoeding blijft wel verschuldigd.

 

Bij het laattijdig inleveren van de sleutel/badge wordt een vergoeding van € 6,20 per dag(*) in rekening gebracht.

Bij verlies van de sleutel/badge door de aanvrager is er een vergoeding van € 248.70,00(*) verschuldigd.

 

(*) Artikel 4 van het reglement ‘Retributie op het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs 2026-2031, goedgekeurd door de gemeenteraad van Mol op xx december 2025, is terzake van toepassing.

 

Artikel 5.: Schoonmaak van de lokalen

De aanvrager zorgt ervoor dat na gebruik van het lokaal/de lokalen:

        alle lichten gedoofd worden,

        de ramen en deuren gesloten worden,

        de vloer borstelschoon is,

        de gebruikte toestellen en materialen op de juiste plaats gezet worden (indien aangevraagd),

        de tafels en stoelen afgewassen worden en in hun oorspronkelijke opstelling worden teruggeplaatst,

        de toiletten en het sanitair gepoetst worden,

        het afval in eigen afvalzakken wordt gedaan en meegenomen,

(het is niet toegestaan om afval in de containers of vuilbakken van de school te deponeren),

        specifieke afspraken die gelden voor een lokaal per school worden meegedeeld bij het afhalen van de sleutel.

 

Bijkomende bepalingen voor gebruik van refter/eetzaal en huishoudelijke keuken van GIBBO Galbergen:

        het gebruikte kook- en eetgerief wordt afgewassen en terug op de originele plaats gezet,

        de vloer moet gepoetst worden en het afloopputje wordt grondig doorgespoeld,

        vuur, oven en andere elektrische apparaten (behalve koelkast en diepvriezer) worden uitgeschakeld na gebruik,

        koelkast en diepvriezer worden goed gesloten,

 

Na elke activiteit moet het lokaal gebruiksklaar zijn om 7 uur de volgende morgen.

 

Indien de lokalen na gebruik niet gereinigd worden door de gebruiker wordt de retributie verhoogd met € 99.50 per lokaal (*).

 

(*) Artikel 4 van het reglement ‘Retributie op het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs 2026-2031, goedgekeurd door de gemeenteraad van Mol op xx december 2025, is terzake van toepassing.

 

Art. 6: Annulering

Als de aanvrager het aangevraagde lokaal niet meer wenst te gebruiken, moet hij dit per mail doorgeven aan het schoolsecretariaat/academie secretariaat en aan de dienst onderwijs (onderwijs@gemeentemol.be).

 

Indien de aanvrager (categorie B, categorie C of categorie D) de aanvraag ten minste twee werkdagen voor de reservatiedatum annuleert, is er geen retributie verschuldigd.

Bij annulering door de aanvrager (categorie B, categorie C of categorie D) minder dan twee werkdagen voor de reservatiedatum dient de retributie betaald te worden.

 

Afwijkingen worden enkel toegestaan mits voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van beide partijen.

 

De aanvrager (categorie A) kan een aanvraag op elk moment annuleren en is hiervoor geen retributie verschuldigd.

 

Art. 7: Herroeping

Het gemeentebestuur heeft het recht om de reeds verleende reservering te wijzigen of te annuleren. Dit kan in het geval van:

        uitzonderlijke gebeurtenissen, overmacht.

        werken: herstellingswerken, aanpassingswerken, technische werken, vernieuwingswerken,… die het sluiten van de accommodatie geheel of gedeeltelijk vereisen

        indien het gemeentebestuur zelf gebruik wenst te maken van het lokaal/de lokalen voor dienstnoodzakelijkheid, schoolactiviteiten of andere activiteiten.

 

In geval van overmacht is een annulering vanuit het gemeentebestuur mogelijk tot de dag voor de huur aanvat. In de andere gevallen kan de huur binnen een redelijke termijn (minimaal 3 maanden) geannuleerd worden.

 

In al de bovenstaande gevallen van dit artikel kan de aanvrager geen aanspraak maken op een schadevergoeding.

 

 

HOOFDSTUK 3.  GEBRUIKSVERGOEDING EN INDEXERING

Art. 8: Huurprijs

Het reglement ‘Retributie voor het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs 2026-2031, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van Mol op xx december 2025 is terzake van toepassing.

 

De bedragen worden van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 als volgt vastgesteld:

Gemeentelijke diensten

               gratis

Niet-commerciële vereniging of instelling aangesloten bij een Molse adviesraad

7.30 per uur/lokaal

Niet-commerciële vereniging of instelling niet aangesloten bij een Molse adviesraad

10.20 per uur/lokaal

Commerciële vereniging of instelling met een educatief doel

21.80 per uur/lokaal

 

Prijszetting toevoegen

(*)  1 klaslokaal wordt gezien als 1 lokaal. De refter en huishoudelijke keuken van GIBBO Galbergen worden gezien als twee aparte lokalen. De kitchenette/keuken van een refter van een andere school wordt als 1 lokaal gezien.

 

De bedragen van de retributie worden voor de jaren 2027, 2028, 2029, 2030, 2031 jaarlijks op 1 januari van elk jaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd retributiebedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent.

 

Het gebruik van de aanwezige materialen is niet in de prijs van de retributie inbegrepen en moet door de aanvrager vooraf aangevraagd zijn.

 

Art. 9: Facturatie

Facturen worden na afloop van elke facturatieperiode opgesteld door de afdeling financiële zaken en verzonden naar de aanvrager.

De eerste facturatieperiode loopt van 1 januari tot en met 30 juni, de tweede facturatieperiode van 1 juli tot en met 31 augustus en de derde facturatieperiode van 1 september tot en met 31 december.

De factuur dient voor de vermelde vervaldatum integraal betaald te worden.

 

 

HOOFDSTUK 4.  VERPLICHTINGEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN AANVRAGER

Art. 10: Verplichtingen

De aanvrager verklaart te weten en akkoord te gaan met het feit dat de terbeschikkingstelling van de accommodatie gebeurt zonder dat er enig toezicht is vanwege het gemeentebestuur. De aanvrager ontslaat gemeente Mol uitdrukkelijk van elke verantwoordelijkheid.

 

Het betreden en gebruiken van de accommodatie gebeurt volledig op eigen risico van de aanvrager. Het gemeentebestuur kan dan ook onder geen beding aansprakelijk worden gesteld voor gebeurlijke ongevallen of voorvallen, om het even welke schade van lichamelijke of stoffelijke aard die ontstaan naar aanleiding van de toegestane activiteit of van het toegestane gebruik van de lokalen en/of materialen.

 

Het gemeentebestuur van Mol kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor diefstal van of schade aan achtergelaten apparaten, goederen en uitrusting van de aanvrager.

 

Elke aanvrager is als organisator zelf volledig verantwoordelijk voor zijn activiteit, voor de burgerlijke aansprakelijkheid en voor de contractuele aansprakelijkheid, namelijk schade aan het gebouw of de uitrusting.

Hij zorgt voor de volledige praktische voorbereiding en uitvoering van deze activiteit.

 

De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het eerste hulpmateriaal.

 

Het leveren van materialen tijdens de schooluren moet tot een absoluut minimum beperkt worden. Het is niet toegestaan materialen te stockeren in de school.

Afwijkingen worden enkel toegestaan mits voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van beide partijen.

 

Art. 11: Naleven van reglementen

De aanvrager is verantwoordelijk voor het naleven van de reglementen inzake  gemeentelijke, provinciale belastingen of retributies. Evenals voor auteursrechten, SABAM, bedrijfsvoorheffingen, politiereglementen, de wet inzake handelspraktijken en alle wettelijke bepalingen die van toepassing zijn bij het organiseren van een activiteit.

 

De aanvrager verbindt er zich toe de nachtrust van de omwonenden en de geldende geluidsnormen steeds te respecteren.

 

Art. 12: Schade

Aangenomen wordt dat de school in zijn totaliteit inclusief de inboedel, elk lokaal en het materiaal dat ter beschikking werd gesteld bij aanvang van de activiteit in prima staat verkeerden.

Indien dit niet het geval is, moet de gebruiker voor ingebruikname de school op de hoogte brengen van vastgestelde gebreken.

 

De aanvrager is verantwoordelijk voor de schade die aan het gebouw en inboedel aangebracht wordt door hemzelf, zijn medewerkers en deelnemers aan de door hem ingerichte activiteit. De aanvrager dient de gemaakte schade te melden aan zijn contactpersoon van de school uiterlijk 1 dag na de activiteit.

 

Indien na de activiteit schade wordt vastgesteld, zal de aanvrager een schadevergoeding moeten betalen ten bedrage van de werkelijke herstellings- of vervangingskosten, ongeacht of de schade werd veroorzaakt door de aanvrager zelf, door medewerkers, door toeschouwers of door derden.

 

Het betreden van de school gebeurt op eigen risico. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor om het even welke schade aan of bij diefstal van achtergelaten apparaten, goederen en uitrusting van de aanvrager.

 

HOOFDSTUK 5.  Afspraken rond het gebruik van lokalen

Art. 13: Bestemming

De aanvrager mag zonder voorafgaande toelating van het gemeentebestuur de lokalen tijdens de gereserveerde uren niet aan derden ter beschikking stellen. Enkel de leden van, en de entourage van de leden van leden van de aanvrager zijn in het lokaal toegelaten tijdens gereserveerde uren op voorwaarde dat deze onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager gebruik maken van de accommodatie.

 

De aanvrager mag geen andere activiteit organiseren dan deze waarvoor het gebruik werd toegestaan.

 

Art. 14: Verantwoordelijken

De aanvrager geeft minstens één hoofdverantwoordelijke op als aanspreekpunt voor de meestergast van wacht en/of de gebouwbeheerder. De hoofdverantwoordelijke wordt opgegeven met naam en telefoonnummer.

 

Art. 15: Gebruik meubilair en andere materialen

De aanvrager beschikt over het gereserveerde lokaal en de tafels en stoelen. Het meubilair moet in het lokaal blijven staan. Het is niet toegestaan om het meubilair naar buiten te verplaatsen. Bij het verplaatsen van het meubilair in de ruimte mag de vloer niet beschadigd worden.

 

Het gebruik van andere toestellen of materialen moet steeds worden aangevraagd bij het schoolsecretariaat.

 

Indien er opbergruimte voor het meubilair aanwezig is, moet de aanvrager deze opbergen zoals aangegeven. Is er geen opbergruimte dan wordt het meubilair in oorspronkelijke opstelling teruggeplaatst.

 

 

HOOFDSTUK 5.  VEILIGHEIDS- EN VERBODSBEPALINGEN

Art. 16: Veiligheidsbepalingen

Het is verboden, behoudens voorafgaande, door het gemeentebestuur schriftelijk toegekende uitzonderingen:

 - in-, uit-, door- en nooduitgangen slotvast te maken of (gedeeltelijk) te versperren

 - brandblusapparaten of haspels in te sluiten

 - noodverlichting uit te schakelen of af te dekken

 - ramen, deuren, muren, panelen, vloeren etc. te benagelen, te beplakken en/of te

 beschilderen. Hierop mag geen enkel hechtingsmiddel aangebracht worden.

 - een andere kunstmatige lichtbron dan elektriciteit te gebruiken

 

Er geldt een maximumcapaciteit voor alle lokalen. Het aantal toegelaten personen mag niet worden  overschreven omwille van de brandveiligheid.

 

Art. 17: Verbodsbepalingen

Er is een absoluut en permanent rookverbod op het roken van tabak, e-sigaret of soortgelijke producten. Dit verbod geldt binnen de volledige school met inbegrip van zowel de gebouwen, de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten. Daarnaast geldt er een rookvrije perimeter van 10 meter rond elke ingang.

 

 

HOOFDSTUK 6.  OVERTREDINGEN

Art. 18.: Naleven geldende wet- en regelgeving

Bij het niet naleven van de geldende wet- en regelgeving is alle verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid ten laste van de aanvrager.

 

Bij overtreden van regels uit deze algemene voorwaarden kan het gemeentebestuur volgende maatregelen nemen:

        Stilleggen van de activiteit en ontruimen van het gebouw, dit op kosten van de aanvrager wegens het overtreden van de veiligheids- en verbodsbepalingen.

        Weigering om de infrastructuur van de school/academie ter beschikking te stellen indien de afspraken in de overeenkomst of de integraal daaraan verbonden algemene voorwaarden niet (tijdig) worden nagekomen.

        Weigering om de infrastructuur van de school/academie in de toekomst te huren (tijdelijke schorsing of definitieve uitsluiting)

- omwille van bovenvermelde redenen

- wegens niet betalen van de huur- en /of schadefacturen

- wegens een gemotiveerde beslissing van het gemeentebestuur

        Een combinatie van bovenstaande maatregelen

 

Indien wordt vastgesteld dat de aanvrager niet de feitelijke aanvrager van de infrastructuur en organisator van de activiteit is, of indien de werkelijke activiteit niet deze is waarvoor de gebruiksovereenkomst werd opgemaakt, wordt een factuur opgemaakt aan de feitelijke organisator conform de geldende tarieven voor de werkelijke activiteit, onverminderd het recht van het gemeentebestuur om één of meer van bovenstaande maatregelen te nemen ten aanzien van de aanvrager en/of de feitelijke aanvrager.

 

HOOFDSTUK 7.  SLOTBEPALINGEN

Art. 19: Reglementeringen

Dit gebruiksreglement maakt deel uit van de gebruiksovereenkomst. Bij ondertekening van de gebruiksovereenkomst verklaart de aanvrager zich akkoord met dit reglement en de geldende tarieven die opgenomen zijn in het retributiereglement ‘Retributie op het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs: 2026-2031’. 

 

 

 

 

 

 

 

GEBRUIKSOVEREENKOMST VOOR HET GEBRUIK VAN LOKALEN VAN HET GEMEENTELIJK ONDERWIJS 2026-2031

 

 

postadres :

Molenhoekstraat 2

2400  MOL

bezoekadres na afspraak :

Molenhoekstraat 2, 2400 Mol

Tel. : 014 27 24 17
onderwijs@gemeentemol.be

 

 

 

GEGEVENS GEBRUIKER EN ACTIVITEIT

 

  1. Vereniging/organisator

Naam vereniging

 

Verantwoordelijke

 

Adres

 

Telefoon/gsm

 

E-mail

 

2e contactpersoon (hoofdverantwoordelijke tijdens de activiteit)

 

Telefoon/gsm

 

Polisnummer

 

Aansluiting Molse adviesraad

☐ A: gemeentelijke dienst: ………………………………………………………………

☐ B: ja, sportraad/cultuurraad/socio-culturele raad/seniorenraad,….

☐ C: nee, niet aangesloten bij een Molse adviesraad

☐ D: commerciële activiteit met educatief doel

 

  1. Activiteit

School

☐ Gbs Alles Kids, Pastoor Vaesstraat 24, 2400 Mol

☐ Gbs De Zandloper, Gemeenteheistraat 1, 2400 Mol

☐ Gbs Klim-op, Ginderbuiten 212, 2400 Mol

☐ Gbs Mozawiek, Schoolstraat 3, 2400 Mol

☐ Schooltje van de Hei – vestiging Heidehuizen, Greesstraat 1, 2400 Mol

☐ SAIGO Sterrenbos, Don Boscostraat 37, 2400 Mol

☐ GIBBO Galbergen, Don Boscostraat 39, 2400 Mol

☐ GAMW, Guido Gezellestraat 31A, 2400 Mol

GABK, Markt 24, 2400 Mol

Soort

activiteit

☐ vergadering

☐ lezing

☐ workshop

☐ training

andere: …………………………………………………………………………………………

Lokaal

☐ refter/eetzaal                           

☐ turnzaal

☐ keuken

☐ lokaal nr. 12 – 17 – 20 – 21 – 28 – 31 (AMW)

☐ lokaal nr. 26 – 27 – 67 – 71 (ABK)

☐ polyvalente ruimte (ABK)

☐ huishoudelijke keuken (GIBBO Galbergen)

andere:………………………………………………………………………………………

Datum activiteit

☐ éénmalige activiteit op:………………………………………………..

☐ meermaals huren/terugkerende activiteit op:

dd/mm/jjjj van XXuXX tot XXuXX uur

dd/mm/jjjj van XXuXX tot XXuXX uur

☐ volgens bijgevoegde lijst

 

GEBRUIKSOVEREENKOMST

 

Via dit formulier wordt een gebruiksovereenkomst gesloten tussen de vereniging/organisator en het gemeentebestuur van Mol voor het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs 2026-2031 en het daarbij inbegrepen materiaal.

 

De vereniging/organisator bezorgt het ondertekende formulier ten laatste één week voor aanvang van de activiteit aan de afdeling onderwijs via eSignFlow.

 

☒ De vereniging/organisator gaat akkoord met het gebruiksreglement lokalen gemeentelijk onderwijs 2026 -2031.

 

☒ De vereniging/organisator heeft het privacybeleid (https://www.gemeentemol.be/privacy) gelezen en gaat hiermee akkoord.

 

 

 

Opgemaakt te Mol op 

 

 

……………….(dd) ………………(mm) ………………………(jjjj)

 

 

 

 

 

Namens afdeling onderwijs    Namens de vereniging/organisator

Gemeente Mol

 

 

 

 

 

 

Naam + handtekening    Naam + handtekening

 

 

 

Artikel 3

De gemeenteraad keurt volgende gebruiksreglement en gebruiksovereenkomst voor het gebruik van lokalen van de buitenschoolse kinderopvang 2026-2031 met ingang van 1 januari 2026 goed:

 

 

 

 

 

GEBRUIKSREGLEMENT GEMEENTELIJKE KINDERCLUBS BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG MOL

2026-2031

 

 

Het gebruiksreglement is van toepassing bij elk gebruik van de gemeentelijke kinderclubs buitenschoolse kinderopvang Mol door verenigingen, al dan niet aangesloten bij een Molse adviesraad. Door de gebruiksovereenkomst te ondertekenen verklaart de vereniging zich akkoord met het gebruiksreglement en het retributiereglement ‘Retributie op het gebruik van lokalen van de buitenschoolse kinderopvang 2026-2031’. 

 

HOOFDSTUK 1.  ALGEMENE BEPALINGEN

Art. 1: Begripsomschrijvingen

Aanvrager:

 

de vereniging die gebruik maakt van de infrastructuur of een deel ervan om een activiteit te organiseren.

 

Gemeentebestuur:

 

het gemeentebestuur van Mol, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen.

 

Afdeling kinderopvang en Huis van het Kind:

 

het college van burgemeester en schepenen heeft de praktische uitvoering van het gebruik van lokalen van het gemeentelijk onderwijs gedelegeerd aan alle personen, die tewerkgesteld zijn binnen de afdeling Huis van het Kind en Kinderopvang van de gemeente Mol.

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

De aanvragers van huur van de lokalen van de Molse gemeentelijke kinderclubs worden ingedeeld in categorieën als volgt:

        Categorie A: de gemeentelijke diensten

        Categorie B: niet- commerciële vereniging of instelling aangesloten bij een Molse adviesraad

        Categorie C: niet-commerciële vereniging of instelling niet aangesloten bij een Molse adviesraad

        Categorie D: commerciële verenigingen met een educatief doel

 

      Art. 2: Toepassing

Dit gebruiksreglement is van toepassing op het gebruik van de lokalen van de gemeentelijke kinderclubs door bovenstaande categorieën, ongeacht of zij al dan niet aangesloten zijn bij een Molse adviesraad.

Door ondertekening van de gebruiksovereenkomst verklaart de vereniging zich uitdrukkelijk akkoord met de bepalingen van dit reglement.

De huurder is verplicht een verzekering voor burgerlijke en contractuele aansprakelijkheid af te sluiten wanneer hij een ruimte van het gemeentelijk onderwijs huurt.

 

Dit gebruiksreglement is van toepassing op het gebruik van volgende lokalen van de Molse gemeentelijke kinderclubs:

        Kinderclub ’t Krekeltje (Centrum), Don Boscostraat 37A, 2400 Mol

014 82 11 98 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Pardoes (Sluis), Sluis 157, 2400 Mol

014 32 68 04 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Bieke (Ginderbuiten), Toemaathoek 1 bus 1, 2400 Mol

014 31 18 03 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Rijpad (Centrum), Rijpad 43, 2400 Mol

0470 21 34 98 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Timon (Wezel), Keiheuvelstraat 7A, 2400 Mol

014 81 76 94 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Mowgli (Gompel), O.L. Vrouwstraat 86, 2400 Mol

014 32 24 13 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Loewie (Rauw), Gemeenteheistraat 1B, 2400 Mol

0470 81 07 63 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Heidehuizen (Heidehuizen), Greesstraat 1, 2400 Mol

0498 64 74 83 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Baloe (Ezaart), St.-Willebrordusstraat 14, 2400 Mol

014 32 14 62 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Robbedoes (Millegem), St.-Odradastraat 10, 2400 Mol

014 31 49 97 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Windekind (Achterbos), Achterbos 27A, 2400 Mol

014 32 23 98 - bkomol@gemeentemol.be

 

HOOFDSTUK 2.  VAN AANVRAAG TOT ACTIVITEIT

Art.3: Aanvraag

De toelating om gebruik te maken van de accommodatie wordt verleend door de dienst buitenschoolse kinderopvang en Huis van het Kind. Elke aanvraag om te mogen beschikken over gemeentelijke kinderclub moet ingediend worden door een meerderjarig persoon.

 

De aanvraag voor het gebruik van de lokalen van de buitenschoolse kinderopvang kan ten vroegste twaalf maanden op voorhand en ten laatste één maand voor de gewenste datum worden ingediend. Extra aanvragen kunnen nog ingewilligd worden, indien het lokaal op de aangevraagde moment(en) nog vrij is en de toewijzing geen administratieve of praktische problemen met zich meebrengt.

 

Voor laattijdige aanvragen bestaat de mogelijkheid om eerder toezegging te verkrijgen mits de expliciete toestemming van de dienst administratie.

 

De aanvrager bezorgt de aanvraag per e-mail aan bkomol@gemeentemol.be.
Gaat het om een aanvraag die verband houdt met het Huis van het Kind, dan wordt de aanvraag gestuurd naar huisvanhetkind@gemeentemol.be. Vervolgens beoordeelt de dienst Administratie van de Buitenschoolse Kinderopvang of Huis van het Kind de aanvraag.

 

De aanvragen worden behandeld volgens datum van indienen. Indien er op dezelfde dag meerdere aanvragen worden ingediend voor een bepaalde datum, wordt de voorrang bepaald volgens de categorie van de aanvrager (eerst categorie A, dan categorie B, daarna categorie C en als laatste categorie D). Indien de aanvragers tot dezelfde categorie behoren, krijgt de vereniging die als eerste de aanvraag heeft ingediend voorrang.

 

Op basis van de aanvraag maakt de dienst administratie een overeenkomst op. Deze overeenkomst wordt toegestuurd aan de huurder samen met de nodige informatie voor de huurder. De overeenkomst dient digitaal ondertekend te worden via eSignFlow binnen de twee weken, en in ieder geval voor aanvang van de huur.

 

De huur is pas definitief na het ondertekenen van het contract.

 

 

Art. 4: Sleutel/badge

Alle afspraken met betrekking tot het ophalen en terugbrengen van de sleutels/badges worden rechtstreeks gemaakt met de dienst administratie van de buitenschoolse kinderopvang. De sleutel/badge wordt opgehaald, ten vroegste één schooldag voor de activiteit en ingeleverd, ten laatste één schooldag na de activiteit. Tenzij anders overeenkomen met de dienst administratie van de buitenschoolse kinderopvang.

 

Als de aanvrager de sleutel/badge niet tijdig ophaalt, verliest hij zijn recht op het gebruik van het lokaal.

 

Indien de buitenschoolse kinderopvang gedurende de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wensen over te gaan tot het aanrekenen van een retributie voor nalatigheid voor de sleutel/badge wordt er verwezen naar het reglement ‘Retributie voor het gebruik van lokalen van de buitenschoolse kinderopvang 2026-2031, goedgekeurd door de gemeenteraad van Mol op 15 december 2025 (artikel 4).

 

Er kan dan een retributie in rekening gebracht worden voor:

        Het laattijdig inleveren van de sleutel/badge.

        Bij verlies van de sleutel/badge door de aanvrager.

 

Artikel 5.: Schoonmaak van de lokalen

De aanvrager zorgt ervoor dat na gebruik van het lokaal/de lokalen:

        Alle lichten gedoofd worden,

        De ramen en deuren gesloten worden,

        De vloer borstelschoon is,

        De gebruikte toestellen en materialen op de juiste plaats gezet worden (indien aangevraagd),

        De tafels en stoelen afgewassen worden en in hun oorspronkelijke opstelling worden teruggeplaatst,

        De toiletten en het sanitair gepoetst worden,

        Het afval in eigen afvalzakken wordt gedaan en meegenomen,

(het is niet toegestaan om afval in de containers of vuilbakken van de kinderclub te deponeren),

        Specifieke afspraken die gelden voor een lokaal per kinderclub worden meegedeeld bij het afhalen van de sleutel.

 

Na elke activiteit moet het lokaal gebruiksklaar zijn om 7 uur de volgende morgen.

Indien de buitenschoolse kinderopvang gedurende de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wensen over te gaan tot het aanrekenen van een retributie bij gebrek aan reiniging na gebruik wordt er verwezen naar het reglement ‘Retributie voor het gebruik van lokalen van de buitenschoolse kinderopvang 2026-2031, goedgekeurd door de gemeenteraad van Mol op 15 december 2025 (artikel 4).

 

Er kan dan een retributie in rekening gebracht worden voor:

        De lokalen na gebruik niet werden gereinigd door de gebruiker.

 

Art. 6: Annulering

Annulering van de aanvraag moet steeds schriftelijk doorgegeven worden aan de afdeling kinderopvang en Huis van het Kind via bkomol@gemeentemol.be en huisvanhetkind@gemeentemol.be.

Indien de buitenschoolse kinderopvang gedurende de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wensen over te gaan tot het aanrekenen van een retributie bij annulering wordt er verwezen naar het reglement ‘Retributie voor het gebruik van lokalen van de buitenschoolse kinderopvang 2026-2031, goedgekeurd door de gemeenteraad van Mol op 15 december 2025 (artikel 3).

 

Indien de aanvrager (categorie B, categorie C of categorie D) de aanvraag ten minste twee werkdagen voor de reservatiedatum annuleert, is er geen retributie verschuldigd.

Bij annulering door de aanvrager (categorie B, categorie C of categorie D) minder dan twee werkdagen voor de reservatiedatum dient de retributie betaald te worden.

 

Afwijkingen worden enkel toegestaan mits voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van beide partijen.

 

De aanvrager (categorie A) kan een aanvraag op elk moment annuleren en is hiervoor geen retributie verschuldigd.

 

Art. 7: Herroeping

Het gemeentebestuur heeft het recht om de reeds verleende reservering te wijzigen of te annuleren. Dit kan in het geval van:

        Uitzonderlijke gebeurtenissen, overmacht.

        Werken: herstellingswerken, aanpassingswerken, technische werken, vernieuwingswerken,… die het sluiten van de accommodatie geheel of gedeeltelijk vereisen

        Indien het gemeentebestuur zelf gebruik wenst te maken van het lokaal/de lokalen voor dienstnoodzakelijkheid, schoolactiviteiten of andere activiteiten.

 

In geval van overmacht is een annulering vanuit het gemeentebestuur mogelijk tot de dag voor de huur aanvat. In de andere gevallen kan de huur binnen een redelijke termijn (minimaal 3 maanden) geannuleerd worden.

 

In al de bovenstaande gevallen van dit artikel kan de aanvrager geen aanspraak maken op een schadevergoeding.

 

 

HOOFDSTUK 3.  GEBRUIKSVERGOEDING EN INDEXERING

Art. 8: Huurprijs

Indien het aanbod in lijn van de dienstverlening van de bredere afdelingen Huis van het Kind en de gemeentelijke kinderopvang ligt, kan er beslist worden om de infrastructuur gratis beschikbaar te stellen.

Het reglement ‘Retributie voor het gebruik van lokalen van de buitenschoolse kinderopvang 2026-2031, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van Mol op 15 december 2025 is terzake van toepassing (artikel 3).

 

De bedragen worden van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 als volgt vastgesteld:

Niet-commerciële vereniging of instelling aangesloten

bij een Molse adviesraad:                                                          7,30 euro per uur/per lokaal

Niet-commerciële vereniging of instelling NIET aangesloten

bij een Molse adviesraad:                                                          10,20 euro per uur/per lokaal

Commerciële activiteit met een educatief doel:                21,80 euro per uur/per lokaal

 

De bedragen van deze retributie worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 januari van elk jaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd retributiebedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de principes terug te vinden onder artikel 5 van het reglement ‘Retributie voor het gebruik van lokalen van de buitenschoolse kinderopvang 2026-2031.

 

Art. 9: Facturatie

Facturen worden maandelijks opgesteld door de buitenschoolse kinderopvang en verzonden naar de aanvrager.

De factuur dient voor de vermelde vervaldatum integraal betaald te worden.

 

 

HOOFDSTUK 4.  VERPLICHTINGEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN AANVRAGER

Art. 10: Verplichtingen

De aanvrager verklaart te weten en akkoord te gaan met het feit dat de terbeschikkingstelling van de accommodatie gebeurt zonder dat er enig toezicht is vanwege het gemeentebestuur. De aanvrager ontslaat gemeente Mol uitdrukkelijk van elke verantwoordelijkheid.

 

Het betreden en gebruiken van de accommodatie gebeurt volledig op eigen risico van de aanvrager. Het gemeentebestuur kan dan ook onder geen beding aansprakelijk worden gesteld voor gebeurlijke ongevallen of voorvallen, om het even welke schade van lichamelijke of stoffelijke aard die ontstaan naar aanleiding van de toegestane activiteit of van het toegestane gebruik van de lokalen en/of materialen.

 

Het gemeentebestuur van Mol kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor diefstal van of schade aan achtergelaten apparaten, goederen en uitrusting van de aanvrager.

 

Elke aanvrager is als organisator zelf volledig verantwoordelijk voor zijn activiteit, voor de burgerlijke aansprakelijkheid en voor de contractuele aansprakelijkheid, namelijk schade aan het gebouw of de uitrusting.

Hij zorgt voor de volledige praktische voorbereiding en uitvoering van deze activiteit.

 

De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het eerste hulpmateriaal.

 

Het leveren van materialen tijdens de opvanguren moet tot een absoluut minimum beperkt worden. Het is niet toegestaan materialen te stockeren in de kinderopvang. Afwijkingen worden enkel toegestaan mits voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van beide partijen.

 

Art. 11: Naleven van reglementen

De aanvrager is verantwoordelijk voor het naleven van de reglementen inzake gemeentelijke, provinciale belastingen of retributies. Evenals voor auteursrechten, SABAM, bedrijfsvoorheffingen, politiereglementen, de wet inzake handelspraktijken en alle wettelijke bepalingen die van toepassing zijn bij het organiseren van een activiteit.

 

De aanvrager verbindt er zich toe de nachtrust van de omwonenden en de geldende geluidsnormen steeds te respecteren.

 

Art. 12: Schade

Aangenomen wordt dat de kinderclub in zijn totaliteit inclusief de inboedel, elk lokaal en het materiaal dat ter beschikking werd gesteld bij aanvang van de activiteit in prima staat verkeerden.

Indien dit niet het geval is, moet de gebruiker voor ingebruikname de administratie van de buitenschoolse kinderclub op de hoogte brengen van vastgestelde gebreken.

 

De aanvrager is verantwoordelijk voor de schade die aan het gebouw en inboedel aangebracht wordt door hemzelf, zijn medewerkers en deelnemers aan de door hem ingerichte activiteit. De aanvrager dient de gemaakte schade te melden aan de dienst administratie van de buitenschoolse kinderopvang of Huis van het Kind uiterlijk 1 dag na de activiteit.

 

Indien na de activiteit schade wordt vastgesteld, zal de aanvrager een schadevergoeding moeten betalen ten bedrage van de werkelijke herstellings- of vervangingskosten, ongeacht of de schade werd veroorzaakt door de aanvrager zelf, door medewerkers, door toeschouwers of door derden.

 

Het betreden van de kinderclub gebeurt op eigen risico. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor om het even welke schade aan of bij diefstal van achtergelaten apparaten, goederen en uitrusting van de aanvrager.

 

 

HOOFDSTUK 5.  Afspraken rond het gebruik van lokalen

Art. 13: Bestemming

De aanvrager mag zonder voorafgaande toelating van het gemeentebestuur de lokalen tijdens de gereserveerde uren niet aan derden ter beschikking stellen. Enkel de leden van, en de entourage van de leden van leden van de aanvrager zijn in het lokaal toegelaten tijdens gereserveerde uren op voorwaarde dat deze onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager gebruik maken van de accommodatie.

 

De aanvrager mag geen andere activiteit organiseren dan deze waarvoor het gebruik werd toegestaan.

 

Art. 14: Verantwoordelijken

De aanvrager geeft minstens één hoofdverantwoordelijke op als aanspreekpunt voor de meestergast van wacht en/of de gebouwbeheerder. De hoofdverantwoordelijke wordt opgegeven met naam en telefoonnummer.

 

Art. 15: Gebruik meubilair en andere materialen

De aanvrager beschikt over het gereserveerde lokaal en de tafels en stoelen. Het meubilair moet in het lokaal blijven staan. Het is niet toegestaan om het meubilair naar buiten te verplaatsen. Bij het verplaatsen van het meubilair in de ruimte mag de vloer niet beschadigd worden.

 

Het gebruik van andere toestellen of materialen moet steeds worden aangevraagd bij de dienst administratie van de buitenschoolse kinderopvang.

 

Indien er opbergruimte voor het meubilair aanwezig is, moet de aanvrager deze opbergen zoals aangegeven. Is er geen opbergruimte dan wordt het meubilair in oorspronkelijke opstelling teruggeplaatst.

 

HOOFDSTUK 5.  VEILIGHEIDS- EN VERBODSBEPALINGEN

Art. 16: Veiligheidsbepalingen

Het is verboden, behoudens voorafgaande, door het gemeentebestuur schriftelijk toegekende uitzonderingen:

 - in-, uit-, door- en nooduitgangen slotvast te maken of (gedeeltelijk) te versperren

 - brandblusapparaten of haspels in te sluiten

 - noodverlichting uit te schakelen of af te dekken

 - ramen, deuren, muren, panelen, vloeren etc. te benagelen, te beplakken en/of te

   beschilderen. Hierop mag geen enkel hechtingsmiddel aangebracht worden.

 - een andere kunstmatige lichtbron dan elektriciteit te gebruiken

 

Er geldt een maximumcapaciteit voor alle lokalen. Het aantal toegelaten personen mag niet worden overschreven omwille van de brandveiligheid.

 

Art. 17: Verbodsbepalingen

Er is een absoluut en permanent rookverbod op het roken van tabak, e-sigaret of soortgelijke producten. Dit verbod geldt binnen de volledige kinderclub met inbegrip van zowel de gebouwen, de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten. Daarnaast geldt er een rookvrije perimeter van 10 meter rond elke ingang.

 

 

HOOFDSTUK 6.  OVERTREDINGEN

Art. 18.: Naleven geldende wet- en regelgeving

Bij het niet naleven van de geldende wet- en regelgeving is alle verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid ten laste van de aanvrager.

 

Bij overtreden van regels uit deze algemene voorwaarden kan het gemeentebestuur volgende maatregelen nemen:

        Stilleggen van de activiteit en ontruimen van het gebouw, dit op kosten van de aanvrager wegens het overtreden van de veiligheids- en verbodsbepalingen.

        Weigering om de infrastructuur van de kinderclub ter beschikking te stellen indien de afspraken in de overeenkomst of de integraal daaraan verbonden algemene voorwaarden niet (tijdig) worden nagekomen.

        Weigering om de infrastructuur van de kinderclub in de toekomst te huren (tijdelijke schorsing of definitieve uitsluiting)

- omwille van bovenvermelde redenen

- wegens niet betalen van de huur- en /of schadefacturen

- wegens een gemotiveerde beslissing van het gemeentebestuur

        Een combinatie van bovenstaande maatregelen

 

Indien wordt vastgesteld dat de aanvrager niet de feitelijke aanvrager van de infrastructuur en organisator van de activiteit is, of indien de werkelijke activiteit niet deze is waarvoor de gebruiksovereenkomst werd opgemaakt, wordt een factuur opgemaakt aan de feitelijke organisator conform de geldende tarieven voor de werkelijke activiteit, onverminderd het recht van het gemeentebestuur om één of meer van bovenstaande maatregelen te nemen ten aanzien van de aanvrager en/of de feitelijke aanvrager.

 

 

HOOFDSTUK 7.  SLOTBEPALINGEN

Art. 19: Reglementeringen

Dit gebruiksreglement maakt deel uit van de gebruiksovereenkomst. Bij ondertekening van de gebruiksovereenkomst verklaart de aanvrager zich akkoord met dit reglement en de geldende tarieven die opgenomen zijn in het retributiereglement (Retributie op het gebruik van lokalen van de buitenschoolse kinderopvang 2026-2031) 

 

 

 

 

 

GEBRUIKSOVEREENKOMST VOOR HET GEBRUIK VAN LOKALEN VAN DE BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG 2026-2031

 

 

postadres :

Jakob Smitslaan 24,

2400 Mol

bezoekadres na afspraak :

Jakob Smitslaan 24,2400 Mol

Tel. : 014 27 24 06
bkomol@gemeentemol.be

 

 

 

GEGEVENS GEBRUIKER EN ACTIVITEIT

 

  1. Vereniging/organisator

Naam vereniging

 

Verantwoordelijke

 

Adres

 

Telefoon/gsm

 

E-mail

 

2e contactpersoon (hoofdverantwoordelijke tijdens de activiteit)

 

Telefoon/gsm

 

Polisnummer

 

Aansluiting Molse adviesraad

☐ A: gemeentelijke dienst: ………………………………………………………………

☐ B: ja, sportraad/cultuurraad/socio-culturele raad/seniorenraad,….

☐ C: nee, niet aangesloten bij een Molse adviesraad

☐ D: commerciële activiteit met educatief doel

 

  1. Activiteit

BKO

        Kinderclub ’t Krekeltje (Centrum), Don Boscostraat 37A, 2400 Mol

        014 82 11 98 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Pardoes (Sluis), Sluis 157, 2400 Mol

        014 32 68 04 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Bieke (Ginderbuiten), Toemaathoek 1 bus 1, 2400 Mol

        014 31 18 03 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Rijpad (Centrum), Rijpad 43, 2400 Mol

        0470 21 34 98 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Timon (Wezel), Keiheuvelstraat 7A, 2400 Mol

        014 81 76 94 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Mowgli (Gompel), O.L. Vrouwstraat 86, 2400 Mol

        014 32 24 13 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Loewie (Rauw), Gemeenteheistraat 1B, 2400 Mol

        0470 81 07 63 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Heidehuizen (Heidehuizen), Greesstraat 1, 2400 Mol

        0498 64 74 83 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Baloe (Ezaart), St.-Willebrordusstraat 14, 2400 Mol

        014 32 14 62 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Robbedoes (Millegem), St.-Odradastraat 10, 2400 Mol

        014 31 49 97 - bkomol@gemeentemol.be

 

        Kinderclub Windekind (Achterbos), Achterbos 27A, 2400 Mol

        014 32 23 98 - bkomol@gemeentemol.be

 

Soort

activiteit

☐ vergadering

☐ lezing

☐ workshop

☐ training

andere: …………………………………………………………………………………………

Lokaal

 

 

……………………………………………………………….

Datum activiteit

☐ éénmalige activiteit op:………………………………………………..

☐ meermaals huren/terugkerende activiteit op:

dd/mm/jjjj van XXuXX tot XXuXX uur

dd/mm/jjjj van XXuXX tot XXuXX uur

☐ volgens bijgevoegde lijst

 

GEBRUIKSOVEREENKOMST

 

Via dit formulier wordt een gebruiksovereenkomst gesloten tussen de vereniging/organisator en het gemeentebestuur van Mol voor het gebruik van lokalen van de buitenschoolse kinderopvang 2026-2031 en het daarbij inbegrepen materiaal.

 

De vereniging/organisator bezorgt het ondertekende formulier ten laatste één week voor aanvang van de activiteit aan de administratie van de buitenschoolse kinderopvang via eSignFlow.

 

☒ De vereniging/organisator gaat akkoord met het gebruiksreglement lokalen buitenschoolse kinderopvang 2026-2031.

 

☒ De vereniging/organisator heeft het privacybeleid (https://www.gemeentemol.be/privacy) gelezen en gaat hiermee akkoord.

 

 

Opgemaakt te Mol op 

 

 

……………….(dd) ………………(mm) ………………………(jjjj)

 

 

 

 

 

Namens BKO      Namens de vereniging/organisator

Gemeente Mol

 

 

 

 

 

 

Naam + handtekening    Naam + handtekening

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

GEMEENTELIJK REGISTER LEEGSTAND VAN GEBOUWEN EN WONINGEN - AANPASSING - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op grond van art. 2.9 Vlaamse Codex Wonen houdt de gemeente een register van leegstaande gebouwen en woningen bij. De gemeente heeft op grond van boek 2, deel 2 van  het besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen de verplichting om een leegstandsregister bij te houden, aangezien zij aangesloten is bij een intergemeentelijk samenwerkingsverband ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid (Kempens Woonplatform). Het leegstandsregister is een nuttig monitoringsinstrument ten einde de leegstand van gebouwen en woningen in kaart te brengen.

Het huidige reglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 14 december 2020. 

 

Juridische gronden

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd;

        Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd;

 

Bijlagen

  1. Reglement inzake leegstandsregister van gebouwen en woningen goedgekeurd op de gemeenteraad van 14 december 2020
  2. Principiële goedkeuring van de aanpassing van het reglement inzake leegstandsregister van gebouwen en woningen op college van burgemeester en schepenen van 12 november 2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het huidig reglement dient naar aanleiding van een interne evaluatie van de woningkwaliteitsreglementen

binnen Kempens Woonplatform geactualiseerd te worden.

De wijzigingen betreffen tekstuele wijzigingen voornamelijk in functie van een betere leesbaarheid door de burger. Er zijn een aantal inhoudelijke wijzigingen zoals daar zijn:

Bij de juridische gronden werden enkele verwijzingen naar decreten aangepast. Het gaat hierbij om decreten die niet langer van toepassing zijn, die gewijzigd werden of die inmiddels zijn opgenomen in andere, gecoördineerde wetgeving.

Er werden bovendien enkele aanpassingen gedaan naar aanleiding van wijzigingen in het decreet betreffende de Vlaamse Codex Wonen. Zo werd bijvoorbeeld de term ‘de intergemeentelijke administratieve eenheid’ vervangen door ‘het intergemeentelijk samenwerkingsverband’, en werd de definitie van een leegstaande woning aangevuld.

Daarnaast werd de mogelijkheid tot elektronische indiening, bijvoorbeeld voor het indienen van een beroepschrift, toegevoegd. Hierbij wordt uitdrukkelijk vermeld dat deze mogelijkheid enkel kan worden gebruikt indien de  gemeente dit voorziet. Dit is relevant omdat de gemeente, evenals IOK, in de loop van deze legislatuur mogelijks technisch in staat zal zijn om deze optie aan burgers aan te bieden.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt volgend reglement inzake inventarisatie van leegstaande gebouwen en woningen goed. Dit reglement houdt in:

 

Artikel 1: Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

1° Administratie: de personeelsleden van het intergemeentelijk samenwerkingsverband die door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband belast worden met de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het leegstandsregister en de opsporing van leegstaande panden.

 

2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

  a) een aangetekend schrijven;

  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

  c) elektronisch aangetekende zending, voor zover de administratie deze mogelijkheid aanbiedt.

 

3° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

 

4° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.

 

5° Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding, of uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

In afwijking hiervan wordt een nieuw gebouw als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;

 

6° Leegstaande woning: een woning die gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding, of omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

In afwijking hiervan wordt een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien die woning binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;

 

7° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art 2.9. Vlaamse Codex Wonen;

 

8° Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

 

Artikel 2: Wijze van inventarisatie

 

§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij van leegstaande woningen en gebouwen.

 

§2. De administratie beoordeelt de leegstand van een gebouw of een woning op basis van volgende indicaties:

  1. het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
  2. het ontbreken van een aangifte als 2de verblijf;
  3. het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
  4. de aanwezigheid van een attest dat de waterleiding reeds meer dan 1 jaar afgesloten is;
  5. de aanwezigheid van een attest dat de elektriciteit reeds meer dan 1 jaar afgesloten is;
  6. de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;
  7. een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie of de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
  8. de onmogelijkheid om de woning of het gebouw te betreden, bv. door een geblokkeerde toegang;
  9. verzegelde toegang(en) tot de woning of het gebouw;
  10. geblindeerde (bv. dichtgeplakt, dicht geschilderd), dichtgemaakte (bv. dichtgetimmerd,  gemetseld) of gesupprimeerde raam- en of deuropeningen
  11. de winddichtheid van de woning of het gebouw is niet gewaarborgd (bv. belangrijke glasbreuk, buitenschrijnwerk kan niet meer gesloten worden);
  12. de waterdichtheid van de woning of het gebouw is niet gegarandeerd: zeer zware infiltraties via dak/gevel(s)
  13. onafgewerkte ruwbouw;
  14. ernstige inpandige vernielingen: de woning of het gebouw is deels vernield of gesloopt;
  15. het langdurig aanbieden van de woning of het gebouw als ‘te huur’ of ‘te koop’;
  16. rolluiken in slechte staat (ernstig vervuild, mosgroei…);
  17. glas- en/of buitenschrijnwerk in slechte staat (ernstig vervuild, slecht onderhouden…);
  18. dakgoot en/of waterafvoerpijp in slechte staat (ernstig vervuild, slecht onderhouden, afhangend…);
  19. afwezigheid van een brievenbus;
  20. uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus;
  21. storende omgevingsaanleg: slecht onderhouden omgeving/tuin;
  22. de woning of het gebouw is gedeeltelijk niet bemeubeld;
  23. getuigenissen (bv. van omwonende(n), postbode, wijkagent);
  24. het ontbreken van een actief vestigings- /ondernemingsnummer in de Kruispuntbank voor ondernemingen op het adres van het gebouw;
  25. het ontbreken van handelswaar in de etalage/handelsruimte van het gebouw;

 

§3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister, aan de hand van een administratieve akte waarbij een fotodossier en een beschrijvend verslag, met vermelding van de elementen die de leegstand staven, gevoegd worden.

De administratieve akte bevat als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand. 

 

De administratie stelt de houders van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de beslissing tot opname van leegstaande gebouwen en woningen in het leegstandsregister. Deze kennisgeving omvat de administratieve akte met fotodossier en het beschrijvende verslag.

 

Artikel 3: Verhouding tot andere inventarissen

 

Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.

 

De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van dit reglement beschouwd.

 

Een gebouw dat of een woning die geïnventariseerd is als verwaarloosd, kan eveneens opgenomen worden in het leegstandsregister, en omgekeerd.

 

Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar, worden niet opgenomen in het leegstandsregister.

 

Artikel 4: Beroep tegen het besluit tot opname in het leegstandsregister

 

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de administratieve akte, of ingaand op de datum van kennisgeving van de administratieve akte, kan een houder van het zakelijk recht bij het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband beroep aantekenen tegen de administratieve akte met de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.

Het beroepschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

1° de identiteit en het adres van de indiener;

2° de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht, met dien verstande dat de vaststelling van de leegstand betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed. De overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegde inventaris opgenomen.

 

§2. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:

1° het beroepschrift is te laat ingediend of niet ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, §1, 1e tot en met 3e lid

2° het beroepschrift gaat niet uit van een houder van het zakelijk recht;

3° het beroepschrift is niet ondertekend.

Als het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.

 

§3. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het beroep kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.

 

§4. Als het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning niet opgenomen in het leegstandsregister.

Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, wordt het gebouw of de woning in het leegstandsregister opgenomen vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand in de administratieve akte.

 

Artikel 5: Schrapping uit het leegstandsregister

 

§1. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 5°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie, vermeld in artikel 1, 6°. De administratie vermeldt als datum van schrapping de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de voormelde functie.

 

§2. Een gebouw of woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat het gebouw of de woning gesloopt werd of dat de hoofdfunctie van een gebouw of woning gewijzigd werd op grond van een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning of omgevingsvergunning. De administratie vermeldt als datum van schrapping de eerste dag waarop door de administratie kan worden vastgesteld dat het gebouw of de woning werd gesloopt of de functiewijziging werd uitgevoerd.

 

§3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.

Als het schrappingsverzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

De administratie neemt een beslissing over het verzoek tot schrapping binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

 

§4. De administratie kan het gebouw of de woning ambtshalve uit het leegstandsregister schrappen, indien zij vaststelt dat aan de voorwaarden voor de schrapping, vermeld in artikel 5, §1 of §2, voldaan is.

 

Artikel 6: Beroep tegen het besluit tot weigering van een schrapping

 

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de weigering van het verzoek tot schrapping, of ingaand op de datum van kennisgeving van de weigering van het verzoek tot schrapping, kan een houder van het zakelijk recht bij het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband beroep aantekenen tegen deze weigering. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.

 

§2. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.

 

§3. Als het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het leegstandsregister met als datum van (elektronisch) aangetekende verzending of afgifte tegen ontvangstbewijs van het initiële verzoek tot schrapping. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband kan hier gemotiveerd van afwijken.

Indien de beslissing tot weigering van het verzoek tot schrapping niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht ongegrond is, blijft het gebouw of de woning in het leegstandsregister opgenomen.

 

Artikel 2: Slotbepaling

De gemeenteraadsbeslissing van 14 december 2020 houdende goedkeuring van het gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door onderhavig reglement. De panden die op heden reeds zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, blijven opgenomen in het leegstandsregister op de datum van de administratieve akte.

 

Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2026 en wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 285 t.e.m. 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

VERORDENING VERPLICHT CONFORMITEITSATTEST - AANPASSING FASERING - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Met de goedkeuring van de verordening verplicht conformiteitsattest op de gemeenteraad van 12 september 2022 heeft het lokaal bestuur zich geëngageerd om de woningkwaliteit van woningen die te huur, verhuurd of ter beschikking gesteld worden op zijn grondgebied te verbeteren. Op die manier wenst het lokaal bestuur natuurlijke personen of rechtspersonen die als houder van het zakelijk recht of als (onder)verhuurder een woning te huur stellen, verhuren of ter beschikking stellen te stimuleren om de desbetreffende woning te verbeteren op het vlak van woningkwaliteit.

De conformiteit van een woning die verhuurd wordt of te huur of ter beschikking gesteld wordt, blijkt uit het conformiteitsattest dat de burgemeester afgeeft op eigen initiatief of op verzoek. Het gaat momenteel in essentie over zelfstandige woningen, kamers (al dan niet voor studenten) en kamers voor seizoenarbeiders. Hiertoe zal tijdens een conformiteitsonderzoek vastgesteld worden of de woning voldoet aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten.

 

Juridische gronden

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd, in het bijzonder artikel 40 en 41.

        De gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020, hierna Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd, in het bijzonder art. 3.1 t.e.m. 3.9/1.

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.

        De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, zoals gewijzigd.

        Gemeentelijk retributiereglement op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek van 27 mei 2024.

        Gemeentelijke verordening betreffende het verplicht conformiteitsattest van 12 september 2022.

        Gemeentelijke verordening betreffende de beperkte geldigheidsduur van een conformiteitsattest van 19 december 2022.

 

Bijlagen

  1. Gemeentelijke verordening betreffende het verplicht conformiteitsattest van 12 september 2022
  2. Principiële goedkeuring aanpassing verordening CBS van 12 november 2025
  3. Advies Wonen in Vlaanderen van 24-11-2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Tijdens het beleidscomité ruimte van 21 oktober 2025 en in overleg met het Kempens Woonplatform omtrent de verordening verplicht conformiteitsattest werd deze fasering geëvalueerd en werd geconcludeerd dat het aangewezen is om de huidige fasering te wijzigen.

Op het einde van fase 1 (woningen die verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld worden met kadastraal bouwjaar t.e.m. 1930 zullen uiterlijk op 31/12/2025 over een conformiteitsattest moeten beschikken)  van het huidige reglement goedgekeurd op de gemeenteraad van 12 september 2022 kunnen er een aantal conclusies getrokken worden die de wijzigingen kunnen verantwoorden.  Houders zakelijk recht nemen de tijd en wachten de eindtermijn van de fase af om een verplichte aanvraag te doen. Dit kunnen we afleiden uit het feit dat het aantal aanvragen toeneemt in de loop van de jaren. Gevolg is dat woningonderzoekers en administratie op het einde van termijn worden overspoeld met aanvragen wat niet meer behapbaar is.

De aantallen voor de huidige fase 1 bleven nog beperkt (+/- 313). Volgens het huidig reglement wordt het aantal verplichte aanvragen x4 op 4 jaar tijd (+/- 1249). Indien deze aanvragen allemaal op het einde van de fase binnenkomen, wat met het huidige reglement perfect mogelijk is, is het niet meer werkbaar voor woningcontroleurs en administratie. Deze eerste ‘test’fase heeft dit uitgemaakt. Houders zakelijk recht zijn zelfs van mening om best te wachten tot op het einde van de fase zodat de voorafgaande jaren 'gewonnen' jaren zijn vermits het conformiteitsattest 10 jaar geldig is.

Daarom zullen de fases ingekort worden zodat het haalbaar is en overzichtelijk blijft voor woningcontroleurs en administratie gemeente. Houders zakelijk recht zijn op die manier verplicht sneller een aanvraag in te dienen om het conformiteitsattest te behalen. 

De fases (per 10 kadastrale bouwjaren) zullen worden ingekort per jaar met een overgangsfase voor 2026-2027. 

Wat betreft de communicatie zien we telkens een korte piek in de aanvragen: er werden in de eerste fase 5 brieven verstuurd naar de houders zakelijk recht om een aanvraag in te dienen. Een structurele spreiding van de aanvragen blijft uit.

Indien we de fasering niet zouden aanpassen is het risico groot dat de werklast onhaalbaar wordt, er een vertraagde doorlooptijd van de dossiers komt waardoor de geloofwaardigheid naar de houders zakelijk recht toe, afneemt.

Ook de fasering voor de sociale huurwoningen zal worden aangepast. In het huidige reglement volgden zij de fasering per kadastraal bouwjaar. In de eerste fase is gebleken dat dit voor de sociale woonmaatschappij niet haalbaar is in het kader van hun renovatieplanning. Het lokale bestuur acht het echter belangrijk dat ook sociale huurwoningen voldoen aan de minimale normen van de Vlaamse Codex Wonen. Ze worden daarom niet vrijgesteld van de verplichting. Er werd een apart traject uitgestippeld voor het sociaal huurpatrimonium in eigendom van de woonmaatschappij. Elke woonactor brengt reeds een aantal woningkenmerken in kaart voor elke sociale huurwoning en dit met het oog op de renovatieplanning. Daarnaast is het ook vanuit praktische overwegingen gerechtvaardigd om een apart traject af te spreken voor sociale huurwoningen in eigendom van de woonmaatschappij. Zo kan er bv. na renovatie van een project een woningonderzoek gebeuren bij al deze woningen. Binnen het lokaal woonoverleg werd dit afzonderlijk traject voor het sociaal woonpatrimonium reeds vastgelegd. Ook voor de woningen die de woonmaatschappij inhuurt op de private huurmarkt werden afspraken gemaakt met het oog op het verkrijgen van een conformiteitsattest. Op 31-12-2035 zullen alle woningen die verhuurd worden door de sociale woonmaatschappij over een conformiteitsattest moeten beschikken.

 

De gefaseerde invoering van een verplicht conformiteitsattest is een proactieve strategie om te controleren of woningen conform zijn. De normen zelf inzake conformiteit zijn en blijven voor het hele grondgebied van toepassing, ook wanneer er voor de woning in kwestie (nog) geen verplicht conformiteitsattest ingesteld is. De gefaseerde invoering creëert geen nieuwe normen inzake kwaliteit. De gefaseerde invoering ontslaat houders van het zakelijk recht - zowel private als sociale – of (onder)verhuurders niet van de verplichting steeds conforme woningen te verhuren of ter beschikking te stellen. De bestaande initiatiefrechten van huurder, houder van het zakelijk recht of burgemeester om op elk moment een woningonderzoek aan te vragen blijven onverminderd bestaan. De gefaseerde invoering van het conformiteitsattest kan nooit door het lokaal bestuur worden ingeroepen om dergelijk verzoek te weigeren.

Aan het uitvoeren van woningonderzoeken is een kost verbonden. Een deel van de kosten kan potentieel verhaald worden op de aanvrager middels een retributie, cf. het gemeentelijk retributiereglement op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek. Ook indien het conformiteitsattest verplicht is, kan de retributie behouden blijven.

De aanpassing van de fasering voor het verplicht conformiteitsattest werd op het college van burgemeester en schepenen op 12 november 2025 principieel goedgekeurd.

Volgens art. 3.2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 werd er voorafgaand, niet bindend advies gevraagd bij het Agentschap Wonen in Vlaanderen. Agentschap Wonen in Vlaanderen geeft op 24 november 2025 positief advies.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1° houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen zoals bepaald in art. 1.3, §1, eerste lid, 22° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Artikel 2

§1. Elk natuurlijke persoon of rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of (onder)verhuurder een woning te huur stelt, verhuurt of ter beschikking stelt, moet een geldig conformiteitsattest kunnen voorleggen.

§2. De verplichting in de eerste paragraaf wordt gefaseerd ingevoerd en geldt voor:

        Woningen die verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld worden met kadastraal bouwjaar t.e.m. 1930 zullen reeds op 31/12/2025 over een conformiteitsattest moeten beschikken

        Woningen die verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld worden met kadastraal bouwjaar t.e.m. 1950 zullen uiterlijk op 31/12/2027 over een conformiteitsattest moeten beschikken

        Woningen die verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld worden met kadastraal bouwjaar t.e.m. 1960 zullen uiterlijk op 31/12/2028 over een conformiteitsattest moeten beschikken

        Woningen die verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld worden met kadastraal bouwjaar t.e.m. 1970 zullen uiterlijk op 31/12/2029 over een conformiteitsattest moeten beschikken

        Woningen die verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld worden met kadastraal bouwjaar t.e.m. 1980 zullen uiterlijk op 31/12/2030 over een conformiteitsattest moeten beschikken

        Woningen die verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld worden met kadastraal bouwjaar t.e.m. 1990 zullen uiterlijk op 31/12/2031 over een conformiteitsattest moeten beschikken

        Woningen die verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld worden met kadastraal bouwjaar t.e.m. 2000 zullen uiterlijk op 31/12/2032 over een conformiteitsattest moeten beschikken

        Woningen die verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld worden met kadastraal bouwjaar t.e.m. 2010 zullen uiterlijk op 31/12/2033 over een conformiteitsattest moeten beschikken

        Woningen die verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld worden met kadastraal bouwjaar vanaf 2011 zullen uiterlijk op 31/12/2035 over een conformiteitsattest moeten beschikken

 

Hierbij wordt een uitzondering gemaakt voor woningen die worden verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld door de woonmaatschappij. Deze woningen zullen op 31-12-2035 allen moeten beschikken over een conformiteitsattest.

 

Artikel 3

Zolang niet aan de verplichting in artikel 2 voldaan is, wordt er een jaarlijks terugkerende verplichting opgelegd om het conformiteitsattest aan te vragen.

Als het bestaand conformiteitsattest vervalt tijdens de periode van verhuring, ter beschikkingstelling of te huurstelling, begint de jaarlijkse aanvraagverplichting te lopen op de dag van dat verval.

 

Artikel 4

Inbreuken op bepalingen van deze verordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete en worden opgelegd door de daartoe aangestelde ambtenaar conform de procedure vervat in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Alle houders van het zakelijk recht of (onder)verhuurders zijn hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot de betaling van de administratieve geldboete.

 

Artikel 5

Volgens art. 3.2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 werd er voorafgaand, niet bindend advies gevraagd bij het Agentschap Wonen in Vlaanderen. Agentschap Wonen in Vlaanderen geeft op 24 november 2025 positief advies.

De verordening verplicht conformiteitsattest van 12 september 2022 zal worden opgeheven waarna de onderhavige verordening inzake verplicht conformiteitsattest in voege zal treden op 1 januari 2026. Dit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 285 t.e.m. 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

AMBULANTE HANDEL - GEMEENTELIJK REGLEMENT AMBULANTE ACTIVITEITEN - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het gemeentelijk reglement ambulante activiteiten behandelt de organisatie van markten en ambulante activiteiten op het openbaar domein, privé domein en op rondtrekkende wijze in de gemeente Mol. Het huidige reglement dateert van 28 april 2025.

 

Juridische gronden

        Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten

        Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten

        Decreet van 3 maart 2023 tot afschaffing van de voorafgaande machtiging voor de uitoefening van ambulante of kermisactiviteiten en tot wijziging van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten

        het GAS-reglement van 1 maart 2022

 

Bijlagen

1) Reglement ambulante handel - 1 januari 2026

2) Huidig reglement 1 mei 2025

3) Quotalijst dinsdagmarkt

4) Quotalijst zondagmarkt

5) Plan dinsdagmarkt

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het huidige reglement betreffende ambulante activiteiten dient te worden aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn, waarin onder meer is bepaald dat de organisatie maximaal acht dierenmarkten per jaar mag omvatten. Daarnaast wordt een aanpassing voorgesteld om een alternatieve invulling van de themamarkten mogelijk te maken. Tevens is de locatie van de dinsdagmarkt verder gewijzigd in het kader van de implementatie van het nieuwe marktplan.

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/11/1

Registratiesleutel

70050000/050000

Bedrag

De standgelden van verkopers met dieren zullen minderen, we kennen echter het effect nog niet van de themamarkten op de inkomsten.

 

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad keurt hierbij volgend reglement ambulante activiteiten goed:

 

AFDELING 1: Organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten

 

Artikel 1. Algemene bepalingen van openbare markten

De gemeente richt op het openbaar domein volgende openbare markten in :

 dinsdagmarkt;

 zondagmarkt

 

De gemeenteraad vertrouwt aan het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid toe om de markten in te delen en wijzigingen op te nemen. Het college bepaalt voor elke standplaats de ligging, de grootte en het gebruik.

 

Naast de genoemde markten, kunnen plaatselijke handelaarsverenigingen of organisaties ter bevordering van de lokale handel of het lokale gemeenschapsleven markten organiseren op het openbaar domein of privé domein, na voorafgaande toelating van de burgemeester. Deze kunnen aangevraagd worden via de dienst evenementen.

 

Artikel 1.1. Dinsdagmarkt

1.1.1 plaats, dag en uur

De gemeente richt op het openbaar domein een wekelijkse markt in voor de verkoop van algemene koopwaren. De markt vindt iedere dinsdag plaats in de Corbiestraat gedeelte gelegen tussen het Rondplein en de Boerenkrijgstraat, het Rondplein en Corbiestraat 64, ter hoogte van het Corbie hotel), de Lakenmakersstraat en op het Rondplein en omliggende straten en mag na beslissing van het college van burgemeester en schepenen uitgebreid worden naar de aanpalende straten.

 

Bij tijdelijke belemmering van de marktplaats probeert de marktleiding een andere plaats aan te duiden. Uitzonderlijk kan de burgemeester de dag en de plaats van de markt wijzigen.

 

De wekelijkse markt vindt zijn normale doorgang ook wanneer deze samenvalt op een feestdag, behalve als de markt op Kerstdag (25 december) of op Nieuwjaarsdag (1 januari) valt.

Tijdens de Grote Jaarmarkt wordt de dinsdagmarkt vervangen door de Jaarmarkt.

 

De markt start om 8 uur en eindigt om 13.30 uur. Het is voor marktkramers verboden om vóór 6.30 uur de marktzone op te rijden of kramen op te stellen. Voor de abonnementhouders die enkel en alleen voeding verkopen voorzien we een uitzondering. Voor hun geldt een verbod om de marktzone op te rijden of kramen op te stellen voor 6 uur, na ondertekening en goedkeuring van het marktcharter.

 

De abonnementhouder die om welke reden ook zijn plaats niet kan innemen, dient dit vooraf en uiterlijk de marktdag zelf voor 7.45 uur te melden aan de marktleiding via sms of WhatsApp. Indien dit niet gebeurt, is de abonnementhouder onwettig afwezig en komt deze plaats vrij voor de deelnemers op risico.

 

Ten laatste om 8.30 uur moet de standplaats operationeel zijn.

 

Algemene regels m.b.t. laden en lossen

Het is voor marktkramers verboden om vóór 12.30 uur de marktsite te verlaten.

Het marktterrein moet volledig ontruimd en gereinigd worden door de standhouders vóór 14 uur, uitgezonderd op de dinsdag voorafgaande aan de kermis Grote Jaarmarkt. Dan moeten de marktkramers de marktzone te verlaten tussen 12 uur en 12.30 uur.

 

De voertuigen van abonnementhouders, voor het lossen, moeten onmiddellijk na het lossen en uiterlijk om 7.45 uur van het marktterrein verwijderd zijn. Voor de marktkramers die op risico komen, is dit 8 uur. Voertuigen voor het laden mogen niet vóór 12.15 uur op de markt komen. Als er noodzaak is om het voertuig en/of aanhangwagen achter het kraam te stallen kan de marktleiding hier eventueel toestemming voor geven als er voldoende ruimte is en er niemand gehinderd wordt. Een gegronde aanvraag dient schriftelijk te gebeuren bij het gemeentebestuur. Ook de ruimte van de voertuigen wordt opgenomen in het abonnement.

Deze toelating wordt schriftelijk toegekend.

 

1.1.2 verkeersmaatregelen

Op de marktzone geldt een doorgangsverbod, uitgezonderd marktkramers/vergunningshouders en hulpdiensten, van 6u30 tot 15.00 uur.

Er geldt een algemeen parkeerverbod tussen 6 uur en 6u30.  Er geldt een parkeerverbod, uitgezonderd voor de voertuigen van de marktkramers, waarvoor de marktleiding toelating geeft, op dinsdag van 6u30 tot 14.00 uur.

 

Voor de abonnementhouders die enkel en alleen voeding verkopen voorzien we  een uitzondering, voor hun geldt een parkeerverbod, uitgezonderd voor de voertuigen van de marktkramers, waarvoor de marktleiding toelating geeft, na een ondertekend marktcharter. Dit op dinsdag vanaf 6u tot 14u.

 

De toegangswegen naar de marktzone worden doodlopend. In de straten waar beperkt éénrichtingverkeer geldt, wordt dit daar waar nodig voor de bewoners, opgeheven.

 

1.1.3 specialisatie

Om variatie in het aanbod te bevorderen en de leefbaarheid van de ondernemers te waarborgen, kan het college van burgemeester en schepenen quota’s vastleggen. Hierbij houden we rekening met het toekennen van nieuwe abonnementen of overdrachten van abonnementen. Je vindt deze lijst als bijlage bij dit reglement.

 

Tweedehandsartikelen worden niet toegelaten.

 

1.1.4 abonnementsplaatsen

Een abonnementsplaats bedraagt maximum 16 lengtemeters. De abonnementhouders die momenteel over een grotere standplaats beschikken, blijven deze behouden tot stopzetting of overdracht van het abonnement.

 

De prijzen, betalingsvoorwaarden en betalingstermijnen zijn vastgelegd in een gemeentelijk retributiereglement.

 

1.1.5 plan + technische fiche

Het college van burgemeester en schepenen heeft de bevoegdheid om het marktplan en de technische bepalingen vast te stellen. We voegen het marktplan als bijlage toe aan dit reglement.

 

Artikel 1.2 Zondagmarkt

1.2.1 Plaats, dag en uur 

De wekelijkse markt gaat door op zone Rondplein, Corbiestraat en Santo Tomàsplein. Na beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan ze worden uitgebreid naar de aanpalende straten. De burgemeester kan uitzonderlijk de dag en de plaats van de markt wijzigen. Bij tijdelijke belemmering van de marktplaats probeert de marktleiding een andere plaats aan te duiden.

De markt gaat door wanneer ze samenvalt met een feestdag, uitgezonderd op Kerstdag (25 december) of Nieuwjaar (1 januari).

 

De abonnementhouder die om welke reden ook zijn plaats niet kan innemen, dient dit vooraf en uiterlijk de marktdag zelf voor 7.45 uur te melden aan de marktleiding via sms of WhatsApp. Indien dit niet gebeurt, is de abonnementhouder onwettig afwezig en komt deze plaats vrij voor de deelnemers op risico, de retributiekosten blijven wel verschuldigd.

 

Algemene regels m.b.t. laden en lossen – Boeren- en versmarkt

De voertuigen van zowel abonnementhouders als particulieren met dieren(benodigdheden), tweedehandsartikelen, ambachtelijke producten of crea-artikelen moeten onmiddellijk na het lossen en uiterlijk om 8 uur van het marktterrein verwijderd zijn. Hun voertuigen voor het laden mogen niet vóór 12 uur op de markt komen.

 

Als er ruimte is achter de kramen en niemand gehinderd wordt, kan de marktleiding toelating geven aan de marktkramers om er voertuigen en/of aanhangwagens te plaatsen. Dit kan enkel voor abonnementhouders, deelnemers op risico en particulieren zoals hierboven vermeld. Voor particulieren met verkoop van dieren is dit echter niet toegestaan omwille van de locatie in de autoluwe zone.

 

Zomerperiode (1 maart – 31 oktober)

De boeren- en versmarkt (Verse voeding en alles voor je (huis)dieren) gaat door iedere zondag van 8.00 uur tot 13.00 uur. Het oprijden van de markt en het opstellen van de kramen mag slechts gebeuren tussen 7.00 uur en 8.00 uur. Het is de marktkramers, zowel professionele handelaars als particulieren, verboden om vóór 12.00 uur over de marktzone te rijden.  Het marktterrein moet uiterlijk om 14.00 uur ontruimd en gereinigd worden door de standhouders.

 

Winterperiode (1 november – eind februari)

De boeren- en versmarkt (Verse voeding en alles voor je (huis)dieren) gaat door iedere zondag van 8.00 uur tot 12.30 uur. Het oprijden van de markt en het opstellen van de kramen mag slechts gebeuren tussen 7.00 uur en 8.00 uur. Het is de marktkramers verboden om vóór 12.00 uur over de marktzone te rijden. 
Het marktterrein moet uiterlijk om 13.00 uur ontruimd en gereinigd worden door de standhouders.

 

1.2.2 abonnementsplaatsen

De prijzen, betalingsvoorwaarden en betalingstermijnen zijn vastgelegd in een gemeentelijk retributiereglement.

 

1.2.3 Specialisatie

ALGEMEEN

De zondagmarkt is in de eerste plaats een boeren- en versmarkt (Verse voeding en alles voor je (huis)dieren) en directe consumptie.

Teneinde enige variatie in dit aanbod te bevorderen en de leefbaarheid van de ondernemers te waarborgen, kan het college van burgemeester en schepenen quota’s vastleggen. Hierbij moet men rekening houden bij het toekennen van nieuwe abonnementen of bij overdrachten van abonnementen en het plaatsen van deelnemers op risico.

 

Deze lijst wordt als bijlage aan dit reglement toegevoegd.

 

Het besluit van het college van burgemeester en schepenen wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website en het marktplan wordt aangepast.

 

Het college van burgemeester en schepenen kan besluiten om het assortiment uit te breiden met producten die een meerwaarde bieden voor de zondagmarkt.

 

Er worden elektriciteitskasten en twee waterputten ter beschikking gesteld.

 

De prijzen, betalingsvoorwaarden en betalingstermijnen zijn vastgelegd in een gemeentelijk retributiereglement.

 

1.2.3.1 Dierenmarkten

Jaarlijks worden acht (8) dierenmarkten georganiseerd, telkens op de tweede zondag van de maand van maart tot en met oktober. 

Indien één van deze dierenmarkten omwille van omstandigheden niet kan doorgaan, kan een bijkomende dierenmarkt worden ingepland op de tweede zondag van november. 

De bestaande afspraken en reglementaire bepalingen die gelden voor dierenmarkten blijven van toepassing op alle georganiseerde dierenmarkten.

 

1.2.3.2 Thematische markten

Tussen maart en november kan de wekelijkse markt worden aangevuld met themamarkten, en een rommel-, boeken- of creamarkt. 

Voor deze themamarkten gelden afwijkende richtlijnen met betrekking tot de inname van standen en de verkeersregeling. 

De verkeersmaatregelen worden bepaald per type markt in een aparte beslissing. 

Een jaarlijks overzicht van de geplande themamarkten en de bijhorende richtlijnen wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het College van Burgemeester en Schepenen (CBS).

 

1.2.4 Plan zondagmarkten

Het college van burgemeester en schepenen heeft de bevoegdheid om het marktplan en de technische bepalingen vast te stellen. Het marktplan wordt als bijlage toegevoegd aan dit reglement.

 

1.2.5 Deelname van particuliere standhouders

Particuliere standhouders zonder dieren kunnen wekelijks deelnemen aan de markt om hun tuinoverschotten te verkopen. 

 

De betaling van het standgeld van de particuliere deelnemers met tuinoverschotten gebeurt door middel van marktbons, welke door de marktkramer op risico op voorhand moeten worden aangekocht bij de balie van ’t Getouw.

        Elke marktbon vertegenwoordigt het standgeld van één (1) dag voor één (1) lopende meter (1m) standplaats. 

        Particuliere deelnemers kunnen maximaal drie (3) meter stand innemen. 

        De marktbonnen kunnen ook gebruikt worden wanneer de particuliere deelnemer deelneemt aan de dierenmarkt.  De bonnen kunnen niet gebruikt worden voor het standgeld voor andere themamarkten, daar deze ook door externe organisaties kunnen worden ingericht.

 

De particuliere deelnemers dienen hun marktbonnen vóór 9.00 uur in te leveren in de daartoe bestemde brievenbus op het marktterrein. 

Er kan wekelijks na 9u een controle uitgevoerd worden op het inleveren van de marktbons. Bij het niet naleven van deze bepalingen kan een verbod worden opgelegd om in de toekomst nog deel te nemen aan de markt.

 

De particuliere verkopers zijn gehouden aan de bepalingen van art. 4.14 en 5.1 van dit reglement.  De marktleiding is gemachtigd om overtreders te verwijderen. Ingevolge een besluit van het college van burgemeester en schepenen kunnen zij geschorst of definitief geweerd worden van toekomstige deelname aan de markt. 

De beslissing tot schorsing of opzegging wordt gemotiveerd en betekend bij een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.

De particuliere verkoper krijgt vooraf de mogelijkheid om gehoord te worden.

 

1.2.6 Rommel-, boeken- en creamarkten

Deelname aan de rommel-, boeken- en creamarkten is mogelijk tijdens de dierenmarkten of op specifieke ingerichte themamarkten tussen maart en november. 

 

Artikel 2. Voorwaarden inzake toewijzing standplaatsen voor handelaars

Een standplaats op de openbare markt kan enkel toegewezen worden aan ondernemingen met een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen die de ambulante activiteit toelaat, via de persoon die de onderneming rechtsgeldig kan vertegenwoordigen.

 

Ambulante activiteiten zijn pas toegelaten als de verkoper aan volgende voorwaarden voldoet:

  1. de uitoefening van de ambulante activiteiten in kwestie wordt behoorlijk gedekt door verzekeringspolissen, door burgerlijke aansprakelijkheid en in voorkomend geval tegen brandrisico’s;
  2. bij de uitoefening van een ambulante activiteit waarbij voeding wordt verkocht, wordt voldaan aan de reglementaire voorwaarden voor de volksgezondheid.

 

De burgemeester of zijn afgevaardigde, of de concessionaris kan ook altijd vragen dat diegene die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt, zijn identiteitsbewijs of keuringen voorlegt.

 

De standplaatsen kunnen occasioneel ook toegewezen worden aan wie producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkoopt, te koop aanbiedt of uitstalt met het oog op verkoop.

 

Teneinde de diversiteit van het aanbod te waarborgen is het aantal abonnementsplaatsen per onderneming beperkt tot 2.

 

Het innemen van een standplaats is slechts toegelaten wanneer betrokkene:

 zich schikt naar de bepalingen vervat in onderhavig reglement;

 zich voorafgaandelijk volledig in orde heeft gesteld met de op hem toepasselijke wettelijke en fiscale verplichtingen;

 

Elke onderneming is verplicht elke wijziging betreffende haar of zijn onderneming onmiddellijk door te geven aan het gemeentebestuur, ook bij wijziging van natuurlijk persoon naar rechtspersoon.

 

Inname van meer lengtemeters zonder toelating: markthandelaars en particulieren die zonder toelating meer lengtemeters innemen dan doorgegeven bij de bolling of bij de toewijzing van hun abonnement, zullen onmiddellijk een vergoeding betalen, bij vaststelling door de marktleiding. Het bedrag van de vergoeding is gelijk aan drie maal het toegepaste tarief per lopende meter van het totaal aantal lengtemeters.

 

Artikel 3. Toewijzingsregels standplaatsen op risico (standplaatsen toegewezen van dag tot dag)

Dinsdagmarkt

De toewijzing van de plaatsen op risico op de dinsdagmarkt gebeurt door middel van een bolling. Diegene die de standplaats krijgt toegewezen, betaalt het verschuldigd standgeld aan de marktleiding, tegen ontvangstbewijs, bij aanvang van de markt.

 

Iedere deelnemer aan de bolling zal een kaart invullen waarop, naast de volledige identiteit, ook het ondernemingsnummer, de te koop aangeboden artikelen, het totaal aantal lengte- en dieptemeters en de nodige nutsvoorzieningen vermeld moeten worden. Voorafgaand aan de bolling kan de marktleiding kandidaten weigeren of beperkingen opleggen om reden van praktische aard: veiligheid, openbare orde, toegankelijkheid, voorschriften van de hogere overheden,…. De marktleiding kan eveneens kandidaten weigeren die eerder één of meer bepalingen van dit reglement overtraden.

 

Deelnemers op risico die op de wachtlijst staan voor een abonnement van de betreffende markt gedurende minstens zes (6) maanden, krijgen voorrang bij de bolling wanneer zij deelnemen aan de markt. De bolling wordt wel nog gebruikt om de rangorde te bepalen tussen de verschillende deelnemers die zich reeds hebben geregistreerd op de wachtlijst.

 

Indien er meer kandidaten zijn dan standplaatsen op risico, kan de marktleiding een maximum in te nemen lengtemeters opleggen zodat meer kandidaten een plaats kunnen innemen op de markt. In de mate van het mogelijke wordt dit tijdens de bolling aan de marktkramers meegedeeld.

 

Voor de dinsdagmarkt, indien er zich meer dan één marktkramer op risico zich aandient, zal aan de toewijzing van de plaatsen voor professionele verkopers wekelijks een bolling voorafgaan om 7.15 uur in een locatie langs het traject van de markt, waarbij door het lot een volgorde van toekenning wordt bepaald. De standplaatsen die niet het voorwerp uitmaken van een abonnement worden toegewezen door de marktleiding. Bij deze standplaatsen behoren ook deze waarvan het abonnement is opgeschort en deze welke om 7.45 uur niet zijn ingenomen door de titularis van een abonnement en waarvan de standplaatshouder niet tijdig vooraf verwittigd heeft dat hij/zij later zal zijn.

 

Zondagmarkt

Indien er zich, bij aanvang van de zondagmarkt, meer dan één marktkramer op risico aandient en er is discussie over de standplaats, dan vindt er een bolling plaats tussen 7.45 uur en 8 uur, waarbij door het lot een volgorde van toekenning wordt bepaald. Deelnemers op risico melden zich aan bij de markleiding op het Rondplein. Diegene die de standplaats krijgt toegewezen, betaalt het verschuldigde standgeld aan de marktleider, tegen ontvangstbewijs, tussen 8 uur en 9 uur in een locatie langs het traject van de markt.

 

Deelnemers op risico die op de wachtlijst staan voor een abonnement van de betreffende markt gedurende minstens zes (6) maanden, krijgen voorrang bij de bolling wanneer zij deelnemen aan de markt. De bolling wordt wel nog gebruikt om de rangorde te bepalen tussen de verschillende deelnemers die zich reeds hebben geregistreerd op de wachtlijst.

 

Beide markten

Marktkramers die een standplaats op risico innemen, dienen eveneens de richtlijnen en de opgelegde voorwaarden van de marktleiding op te volgen. Zij dienen hun stand onmiddellijk na de toewijzing in te nemen en op te bouwen. Indien deze marktkramers zich niet aan de richtlijnen en voorwaarden houden, kan de marktleiding de inname van de standplaats op risico weigeren.

 

Artikel 4 Toewijzingsregels per abonnement op de openbare markten

4.1 vacature en kandidatuurstelling standplaats per abonnement

Wanneer een standplaats die per abonnement toegewezen wordt, vrijkomt, gaat de burgemeester, zijn afgevaardigde of concessionaris na of er een geschikte kandidaat is in het register van kandidaturen, zoals omschreven in artikel 4.2.

Als het register geen geschikte kandidaat bevat, wordt een vacature bekendgemaakt door publicatie van een kennisgeving.

Deze kennisgeving zal minimaal gebeuren door middel van een bericht aangeplakt in het gemeentelijk infobord en via de gemeentelijke website www.gemeentemol.be.

 

De kandidaturen kunnen ingediend worden na een melding van vacature of op elk ander tijdstip.

De kandidaturen worden ingediend volgens de voorschriften van artikel 30 §1, tweede lid van het KB van 24 september 2006 en binnen de termijn voorzien in de kennisgeving van de vacature. Kandidaturen die hieraan niet voldoen, worden niet weerhouden.

 

De kandidaturen kunnen ingediend worden per mail met ontvangstbewijs of per aangetekende zending.

 

4.2 register van de kandidaturen

Alle kandidaturen worden naargelang hun ontvangst (chronologisch) bijgehouden in een register van kandidaturen. Deze kandidaturen worden geklasseerd :

        eerst volgens categorie zoals bepaald in punt 4.3

        dan volgens de gevraagde standplaats en specialisatie

        tenslotte volgens datum (overhandiging, indiening bij de post, ontvangst op duurzame drager)

Overeenkomstig het bestuursdecreet van 7 december 2018 art. II.2  kan dit register steeds geraadpleegd worden.

 

De kandidaturen blijven geldig zolang ze niet werden nagekomen of ingetrokken door hun auteur.

Op regelmatige basis zullen kandidaten opgenomen in het register de vraag krijgen om hun kandidatuur te bevestigen en dus in het register opgenomen te blijven.

Bij bevestiging behouden zij hun plaats op de lijst. Indien zij niet reageren binnen de vooropgestelde termijn of hun plaats niet wensen te behouden, worden zij geschrapt uit de lijst.

 

Indien er een standplaats vrijkomt, wordt deze standplaats aangeboden aan de eerste aanvrager, die in aanmerking komt voor de betreffende standplaats, in de wachtlijst, als deze voldoet aan de normen van de technische specificaties, zoals afmetingen met van de standplaats, gebruik van nutsvoorzieningen,… Indien deze aanvrager de toegewezen standplaats weigert, zakt deze aanvrager op de chronologische wachtlijst naar de laatste plaats.

 

De vaste standplaatsen die het voorwerp uitmaken van een abonnement worden toegekend volgens de chronologische volgorde van de aanvragen, rekening houdend met de specialisatie die bepaald werd voor de standplaats en met de quota die vastgelegd werden. Openliggende standplaatsen welke in aanmerking komen voor toewijzing per abonnement zullen uitsluitend toegekend worden via deze chronologische wachtlijst.

Aanvragers welke tijdens de periode tussen hun verzoek tot het bekomen van een standplaats en de toekenning ervan wijzigingen van hun gegevens bij aangetekend schrijven of ter kennis brengen, behouden hun plaats op de lijst.

 

De aanvragen dienen volgende gegevens te bevatten:

        soort van het (de) product(en) of de aard van de diensten welke te koop worden aangeboden;

        het ondernemingsnummer

        het aantal gewenste meters (breedte en diepte) en de afmetingen van de kraam, inclusief het toegelaten voertuig.  In de afmetingen moeten alle luifels, parasols en andere uitsteeksels begrepen zijn;

        nodige nutsvoorzieningen

 

Zowel voor de dinsdagmarkt als de zondagmarkt wordt een aparte chronologische wachtlijst bijgehouden.

 

Onmiddellijk na de toewijzing en uiterlijk 2 weken vóór inname van de standplaats dient de aanvrager een kopie van een geldig en behoorlijk gedekte verzekeringspolis burgerlijke aansprakelijkheid en brandrisico’s voor de uitbating van deze standplaats aan de marktleiding te bezorgen. Dit geldt ook voor een attest van het Federaal Voedselagentschap bij de verkoop van voeding.

 

4.3 volgorde van toekenning van de standplaatsen op basis van register

Bij het vacant komen van een standplaats per abonnement zullen met het oog op de toekenning ervan, de kandidaturen als volgt geklasseerd worden in het register van kandidaturen:

1. personen die een standplaats vragen als gevolg van de opheffing ervan die ze op één van de markten van de gemeente innamen of aan wie de gemeente een vooropzeg heeft gegeven omwille van definitieve opheffing van de markt of een deel van de standplaatsen.

2. personen die een uitbreiding van hun standplaats vragen.

3. personen die een wijziging van hun standplaats vragen.

4. de externe kandidaten;

 

De standplaatsen worden binnen elke categorie, in voorkomend geval, volgens de gevraagde standplaats en specialisatie ent tenslotte volgens datum chronologisch geordend.

 

 

Wanneer twee of meerdere aanvragen behorend tot dezelfde categorie tezelfdertijd ingediend worden, wordt als er voorrang gegeven aan de aanvrager die de hoogste anciënniteit op de markten van de gemeente heeft. Wanneer de anciënniteit niet kan vergeleken worden, wordt de voorrang bepaald bij loting.

 

4.4 bekendmaking van de toewijzing van de standplaatsen

De toewijzing van de standplaats wordt bekend gemaakt aan de aanvrager bij aangetekend schrijven of via mail met ontvangstbewijs.

 

4.5 het register van de standplaatsen toegewezen per abonnement

Een plan of register wordt bijgehouden waarin voor elke standplaats toegewezen per abonnement vermeld staat:

 de naam, voornaam, het adres en indien beschikbaar, het emailadres en telefoonnummer van de persoon aan wie of door wiens tussenkomst de standplaats werd toegekend;

 in voorkomend geval, de handelsnaam van de rechtspersoon aan wie de standplaats toegekend werd en het adres van haar maatschappelijke zetel;

 het ondernemingsnummer

 de producten en/of diensten die te koop aangeboden worden;

 de datum van de toewijzing van de standplaats en de duur van het gebruiksrecht;

 indien de activiteit seizoensgebonden is, de periode van activiteit:  

 aantal lengtemeters kraam. In de afmetingen moeten alle luifels, parasols en andere uitstekels inbegrepen zijn.

 desgevallend, de naam en het adres van de overdrager en de datum van de overdracht.

 

Overeenkomstig het bestuursdecreet van 7 december 2018 art. II.2 kan dit plan of register steeds geraadpleegd worden.

 

Abonnementen

4.6 periodiciteit van abonnement

De abonnementen worden toegekend voor een periode van 12maanden.

Na verloop van deze termijn worden zij stilzwijgend verlengd behoudens anders bepaald door de aanvrager en behoudens intrekking bij aangetekend schrijven door het gemeentebestuur in de gevallen bepaald in artikel 4.10 van onderhavig marktreglement.

 

Een seizoensgebonden activiteit is een activiteit die betrekking heeft op producten of diensten die wegens hun aard of traditie slechts gedurende een periode van het jaar verkocht worden.

De abonnementen die toegekend worden voor de verkoop van hoger vernoemde activiteiten worden geschorst gedurende de periode van non-activiteit. Gedurende de periode van non-activiteit kunnen deze standplaatsen toegewezen worden als open standplaatsen voor één of meerdere marktkramers op risico. Dit kan enkel bij de zondagmarkt bij de verkoop van vissen.

 

4.7 opschorting abonnement

De houder van een abonnement kan het abonnement opschorten voor een voorziene periode van tenminste een maand (uitgezonderd seizoensproducten) wanneer hij/zij ongeschikt is of in de onmogelijkheid is om zijn activiteit uit te oefenen:

 door ziekte of ongeval op grond van een medisch attest;

 door overmacht op een verantwoorde wijze aangetoond

 omwille van de seizoensgebonden aard van het aangeboden artikel (de termijn van opschorting is gelijk aan de periode van de non-activiteit).

 

De opschorting gaat in de dag waarop de gemeente op de hoogte gebracht wordt van de ongeschiktheid en houdt op ten laatste vijf dagen na de melding van het hernemen van de activiteiten. De abonnementhouder dient het schriftelijk bewijs van opschorting binnen de 5 dagen aan de marktleiding te bezorgen.

Na afloop van de opschorting krijgt de geabonneerde zijn standplaats terug.

De opschorting impliceert de opschorting van de wederzijdse verplichtingen die uit de overeenkomst voortkomen. Gedurende de periode van opschorting kan de standplaats toegewezen worden als open standplaats voor deelnemers op risico, waarbij geen rekening gehouden wordt met de specialisatie van het register van abonnementen.  De houder van een opgeschort abonnement kan niet als marktkramer op risico naar de markt komen.

 

De aanvragen van opschorting van een abonnement worden betekend volgens de vermelde modaliteit:

 bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of via mail met ontvangstbewijs.

 

4.8 afstand van het abonnement

De houder van een abonnement kan afstand doen van het abonnement:

        bij de vervaldag van het abonnement mits een opzegtermijn van tenminste 30 dagen

(dit kan via aangetekend schrijven of per mail met ontvangstbewijs)

        bij stopzetting van de ambulante activiteiten mits een opzegtermijn van tenminste 30 dagen

        indien hij definitief ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen omwille van redenen vermeld in artikel 4.8 van dit reglement. In dit geval is geen vooropzeg nodig.

        op ieder ogenblik mits een opzegtermijn van tenminste 30 dagen

 

De rechthebbenden van de natuurlijke persoon die voor eigen rekening zijn activiteit uitoefent kunnen bij zijn overlijden, zonder vooropzeg afstand doen van het abonnement waarvan hij de houder was.

 

De aanvragen van opzegging van een abonnement worden betekend bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of via mail tegen ontvangstbewijs

 

4.9 schorsing en opzegging van abonnement

Het abonnement kan door de burgemeester, zijn afgevaardigde of door de concessionaris geschorst of ingetrokken worden in volgende gevallen:

 

§1. bij niet of niet tijdige betaling van openstaande schulden voortvloeiend uit ambulante activiteiten in de gemeente Mol;

§2. indien de kraam niet (meer) voldoet aan de bepalingen zoals voorgeschreven in de technische fiche;

§3. indien een abonnementhouder meer dan 8 markten per jaar afwezig is, uitgezonderd met een doktersattest.

§4. bij afwezigheid gedurende drie markten per kalenderjaar zonder de marktleiding vooraf of tijdens zijn eerste week van afwezigheid ervan op de hoogte te stellen;

§5. bij overdracht van een abonnement aan een derde zonder te voldoen aan de voorwaarden van overdracht zoals bepaald in dit reglement;

§6. wanneer andere artikelen of diensten verkocht worden dan diegene vermeld op zijn abonnement of aanvraag;

§7. een ongepast, aanstootgevend of bedrieglijk gedrag van de marktkramer of een houding die in strijd is met de bepalingen van art. 4.15 van dit reglement;

§8. bij het niet naleven van instructies van de marktleiding, politie, brandweer of dierenartsen;

§9. indien de gemeente de standplaatsen niet ter beschikking kan stellen, bijvoorbeeld bij wegenwerken, festiviteiten, …;

§10. bij het niet naleven van één of meerdere bepalingen in dit reglement.

De beslissing tot schorsing of opzegging wordt gemotiveerd en betekend bij een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of via mail tegen ontvangstbewijs.

De abonnementhouder krijgt vooraf de mogelijkheid om gehoord te worden.

 

4.10 schorsing of weigering deelnemer op risico of particulier met de verkoop van dieren, tweedehandsartikelen, ambachtelijke producten, of deelnemers van de ruil- en creamarkt

De deelnemer op risico kan door het college van burgemeester en schepenen geschorst of geweigerd worden in volgende gevallen:

 

§1. bij niet of niet tijdige betaling van openstaande schulden voortvloeiend uit ambulante activiteiten in de gemeente Mol;

§2. indien de kraam niet voldoet aan de technische bepalingen zoals vermeld op het inschrijvingsformulier bij de bolling voor de deelnemers op risico bij de dinsdagmarkt en de zondagmarkt;

§3. wanneer andere artikelen of diensten verkocht worden dan diegene vermeld bij de marktleiding;

§4. een ongepast, aanstootgevend of bedrieglijk gedrag van de marktkramer of een houding die in strijd is met de bepalingen van art. 5.1 van dit reglement;

§5. bij het niet naleven van instructies van de marktleiding, politie, brandweer of dierenartsen;

§6. bij het niet naleven van één of meerdere bepalingen in dit reglement.

De beslissing tot schorsing of opzegging wordt gemotiveerd en betekend bij een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of via mail tegen ontvangstbewijs.

De deelnemer op risico of particulier met de verkoop van dieren, tweedehandsartikelen, ruil, ambachtelijke producten of crea krijgt vooraf de mogelijkheid om gehoord te worden.

 

4.11 vooropzeg vanuit de gemeente

Wanneer de openbare markt of een deel van de standplaatsen definitief wordt opgeheven, geldt een termijn van vooropzeg aan de houders van een standplaats per abonnement.

 

De termijn bedraagt minimum 12 maanden wanneer de houder definitief zijn abonnement verliest.

 

De termijn bedraagt minimum 6 maanden in het geval van definitieve verhuizing van de openbare markt of een deel ervan en de houder zijn abonnement behoudt.

 

In gevallen van absolute noodzakelijkheid kan hier van afgeweken worden. De minimumtermijn kan dan ingekort worden. Deze personen krijgen voorrang bij het toekennen van een vacante plaats per abonnement.

 

4.12 inname standplaatsen

De standplaatsen op de openbare markt kunnen ingenomen worden door:

 

  1. de natuurlijke persoon aan wie de standplaats is toegewezen;
  2. de verantwoordelijke(n) van het dagelijks bestuur van een rechtspersoon, aan wie de standplaats is toegewezen;
  3. de feitelijke vennoten van de natuurlijk persoon of een maatschap aan wie de standplaats is toegewezen, die en ambulante activiteit voor eigen rekening uitoefent;
  4. de echtgenoot of echtgenote of de wettelijk samenwonende partner van de natuurlijke persoon aan wie de standplaats is toegewezen, voor de uitoefening van een ambulante activiteit voor eigen rekening;
  5. de personen die een ambulante activiteit uitoefenen voor rekening of in dienst van de natuurlijke persoon, maatschap of de rechtspersoon, bedoeld in punt 1 tot punt 4.

 

De personen vermeld in punt 2 tot punt 5 kunnen de standplaatsen innemen, die toegewezen zijn of onderverhuurd zijn aan de natuurlijke persoon, maatschap of rechtspersoon voor wiens rekening of in wiens dienst zij de activiteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie door middel van wie de standplaats is toegewezen of onderverhuurd.

 

Wie niet beroepsmatig producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkoopt, te koop aanbiedt of uitstalt, kan, mits voorafgaande toelating van de gemeente, ook een standplaats innemen.

 

4.13 overdracht standplaats

De overdracht van een standplaats is toegelaten onder de volgende voorwaarden:

 

  1. De  overnemer is in de Kruistpunbank van Ondernemingen ingeschreven voor het uitoefenen van ambulante activiteiten;
  2. en zet de specialisatie van de overlater voort op de overgedragen standplaats. Een eventuele wijziging van de specialisatie kan aangevraagd worden per aangetekend schrijven bij de gemeente.
  3. Binnen het eerste jaar kan de standplaats niet opnieuw overgedragen worden, behalve na expliciete goedkeuring van de burgemeester of zijn afgevaardigde.
  4. De onderneming van de overnemer mag door de overname over niet meer dan 2 standplaatsen beschikken.

 

De overnemer en overdrager bezorgen een, door beide partijen ondertekend document, met volgende gegevens:

        vanaf welke datum de overdracht zal doorgaan

        de volledige adresgegevens van de overnemer en de overdrager

        ondernemingsnummer van zowel de overnemer als de overdrager

        de specialisatie van de standplaats (artikel(en) en aantal lengte- en dieptemeters)

        kopie ID overnemer (voor- en achterkant)

Dit document moet minstens 3 weken op voorhand aan de dienst Ondernemen worden bezorgd. De overnemer bezorgt gelijktijdig al de verplichte documenten zoals keuringen, verzekeringen en een attest van het Federaal Voedselagentschap bij de verkoop van voeding.

Bij de verkoop van dieren moeten de attesten van eventueel verplichte vaccinaties e.d. aan de marktleiding bezorgd worden.

 

De inname van de overgedragen standplaats is pas toegelaten als de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris heeft vastgesteld dat:

  1. de overnemer het bewijs levert van de inschrijving van de ambulante activiteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen om dezelfde specialisatie als de overlater of de specialisaties die toegelaten zijn door de gemeente, uit te oefenen.
  2. Het aantal toegestane standplaatsen per onderneming niet overschrijdt.

 

De overnemer kan binnen het jaar niet opnieuw zijn overgenomen standplaats zelf overdragen.

 

In afwijking van artikel 4.13 wordt de overdracht van standplaatsen toegelaten tussen:

 

 echtgenoten bij feitelijke scheiding;

 echtgenoten bij scheiding van tafel en bed en van goederen;

 echtgenoten bij echtscheiding;

 wettelijk samenwonenden bij stopzetting van de wettelijke samenwoning.

 

Artikel 5 Bijkomende voorwaarden en verplichtingen voor abonnementhouders, marktkramers op risico en particulieren met dieren, tweedehandsartikelen, ambachtelijke producten en deelnemers ruil- en creamarkt.

Bepalingen gemeen aan alle markten

De aard van het te koop aangeboden artikel maakt deel uit van de toelating tot het innemen van een standplaats verbonden aan een abonnement.  Het is derhalve verboden andere artikelen of diensten dan deze die expliciet vermeld staan in de door het college van burgemeester en schepenen afgeleverde toelating, te verhandelen. Een uitbreiding of wijziging van assortiment of standplaats dient schriftelijk te worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Het is de markthandelaars verboden:

 artikelen of voorwerpen van eender welke aard te plaatsen die de voorziene doorgangen belemmeren in het kader van veiligheid, gezondheid en openbare orde;

 de marktbezoekers lastig te vallen door hun koopwaar op te dringen;

 onbetamelijke taal, gebaren of gedrag te gebruiken tegen de marktbezoekers, politie, brandweer, dierenartsen of marktleiding;

 de vrijheid van handelsverrichtingen te verhinderen of de orde te verstoren door geroep, getier, gehuil of gebruik te maken van enig ander luidruchtig middel zoals geluidsversterkers;

 bedrieglijke publiciteit te voeren;

 met hun koopwaren rond te gaan;

 afvalwater of enig ander afval te lozen;

 voorwerpen in de grond te slaan voor het vastmaken van kramen en dekzeilen.  De marktkramers zijn verantwoordelijk voor de door hen aangerichte schade;

 de activiteiten op de markt op enigerlei wijze te hinderen;

 publiciteit te voeren voor producten of diensten andere dan deze die op de markt worden aangeboden.

 

Alle marktkramers dienen maatregelen te nemen ter voorkoming van het bevuilen van de standplaats. De kramen die directe consumptie aanbieden dienen voldoende vuilbakjes te plaatsen.  Bij het verlaten van de markt dient elke markthandelaar maatregelen te nemen om zijn/haar standplaats proper achter te laten. De marktkramers nemen hun eigen afval mee naar huis.

 

Er dient een brandvrije doorgang achter de kramen te zijn van minimum 1,5 meter. Tegenover de kramen dient een brandvrije doorgang van minimum 4 meter te zijn.  De handelszaken gelegen langs het traject van de markt dienen bereikbaar te zijn.

 

Alle marktkramers zijn verplicht de instructies van de brandweer, politie en marktleiding inzake veiligheid, orde, goede opstelling van de markt en andere onmiddellijk na te leven. In geval van een noodsituatie, klimatologische omstandigheden of om veiligheidsredenen kan de burgemeester de markt stilleggen of afgelasten, er kan hiervoor geen schadevergoeding geclaimd worden.

 

De handelaar dient behoorlijk gedekt te zijn door een verzekeringspolis burgerlijke aansprakelijkheid en brandrisico’s voor de uitbating van zijn/haar kraam op de markt. Hij/zij dient op eenvoudig verzoek van de marktleiding een kopie hiervan te bezorgen. Na elke vernieuwing en/of verandering in de polis moet deze wijziging aan het gemeentebestuur gemeld worden.

Het voeren van publiciteit op de markt, zonder mogelijkheid tot het plaatsen van een bestelling ter plaatse door de consument, is niet toegelaten.

 

5.1 specifieke voorwaarden met betrekking tot de dierenmarkt

1) zowel de marktleiding als de aangestelde controlerende dierenartsen zijn in het bezit van dit reglement die op het verhandelen van dieren van toepassing zijn, teneinde iedereen die er om verzoekt de nodige bepalingen kenbaar te maken;

2) in toepassing van de wet betreffende de bescherming en het welzijn van de dieren zijn de op de markt te koop gestelde dieren onderworpen aan het toezicht van de door het gemeentebestuur aangestelde dierenartsen;

3)  de dieren of verkochte artikelen mogen nooit onbemand achtergelaten worden.

4)  bij het vervoer, het laden en de berging van de dieren in vervoermiddelen dient rekening gehouden te worden met de soort van dieren, hun fysieke toestand, de aard en de duur van het vervoer, waarbij vooral gelet dient te worden op voldoende licht, lucht en ruimte;

Gewonde dieren en niet- gespeende dieren (dieren die nog zogende zijn) mogen niet vervoerd   worden.

5) de kooien en andere tentoonstellingsmaterialen moeten voldoende groot zijn zodanig dat de dieren, die erin opgesloten zitten, kunnen rechtstaan/opstaan, die de koper moet toelaten een oordeel te vormen over hun evenwichtige fysieke toestand.  Deze kooien en andere tentoonstellingsmaterialen moeten voorzien zijn van strooisel en voldoende verluchting. Het college van burgemeester en schepenen kan de voorwaarden nader bepalen;

6) alle dieren moeten gedurende het hele jaar voorzien worden van fris, proper en drinkbaar water en geregeld gevoederd worden, tenzij dieren waarvoor een uitzondering bestaat van het Federaal Voedselagentschap. Er dient één bakje water bij huisvestiging gehangen te worden. De bakjes met water dienen volledig zuiver te zijn. Ook zal de nodige bescherming tegen weersomstandigheden (zoals regen, wind, koude, brandende zon,…) gewaarborgd moeten zijn. De dieren moeten voldoende bewegingsruimte en een droge, propere en hygiënische ondergrond hebben. De opstelling moet zo gebeuren dat het stro de ondergrond niet raakt.

7)  er mogen geen dieren verkocht worden aan ontoerekingsvatbare personen

8)  de koper moeten standaard de juiste minimumvereisten voor het houden van de dieren meekrijgen van de verkoper, aangaande voeding, juiste afmetingen kooien,…             

 

Onverminderd de bepalingen van onderhavig reglement, inzonderheid het aanvragen en toekennen van een vaste standplaats, moet(en) de standhouders:

        bij de aanvraag tot het bekomen van een standplaats een attest voorleggen waaruit blijkt dat zij erkend zijn door of een gunstig advies hebben bekomen van NAVED (Nationale Vereniging voor Dierenwelzijn) of NRDB (Nationale Raad voor Dierenbescherming).

        op een in het oog springende plaats hun identiteit, hun vergunningen, hun doelstellingen, hun modaliteiten en hun tarieven van opvang duidelijk kenbaar maken aan het publiek.

        wekelijks een register bijhouden waarin vermeld: aantal opgevangen dieren per soort en eventuele opgemerkte inbreuken op de wetgeving op de dierenbescherming met een voorstel van voorkoming of oplossing.

Onverminderd de toepasselijke regelgeving is het verhandelen of tentoonstellen verboden van:

        andere dieren dan deze van de lijst van dierenwelzijn;

        honden en katten;

        klemmen en vallen - met uitzondering van muizenvallen/rattenvallen (max. 50 cm lengte en 15 cm breedte)

        pijn- en letselverwekkende materialen voor het manipuleren van dieren;

        opgezette dieren;

        herkauwers, varkens, paarden en paardachtigen;

        amfibieën en reptielen;

        gewonde, zieke en/of gehandicapte dieren, dieren die een verboden ingreep hebben ondergaan;

        dieren die nog niet zelfstandig kunnen eten of drinken.

        het is verboden dieren af te staan onder kosteloze of bezwarende titel aan personen minder dan 16 jaar zonder de uitdrukkelijke toelating van de personen die over hen het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefenen;

 het doden of slachten van gelijk welk dier op de markt is verboden, door bezoekers, handelaars en particulieren behoudens gevallen van overmacht.

        het gebruik van grote volières, bevattende meerdere vogelsoorten of andere dieren, is verboden;

 dieren die een gevaar kunnen betekenen voor de bezoekers mogen niet tentoongesteld worden;

 in het geval maatregelen door de hogere overheid worden opgelegd in het kader van aviaire influenza of andere ziekten, dienen de standhouders deze strikt na te leven.  Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade, die voortvloeit uit opgelegde maatregelen in het kader van aviaire influenza of andere ziekten.

 

Artikel 6 Jaarmarkt

De Jaarmarkt is een manifestatie ter bevordering van de lokale handel of het leven in de gemeente volgens de bepalingen van art. 9 van het KB van 24 september 2006 en is derhalve niet onderworpen aan de toewijzingsmodaliteiten voorzien voor openbare markten.

 

Plaats, dag, uren

De Jaarmarkt gaat door op dinsdag tijdens de Grote Jaarmarkt op een locatie bepaald door het college van burgemeester en schepenen. De Jaarmarkt vangt aan om 8 uur en eindigt om 13 uur. Het is de marktkramers verboden om vóór 12.15 uur de markt te verlaten. Voertuigen voor het opladen van kramen en waren mogen niet vóór 12.15 uur op de markt komen.  Het terrein van de jaarmarkt moet uiterlijk om 14 uur ontruimd en gereinigd zijn door de standhouders.

 

Verkeersmaatregelen en locatie

Doorgangsverbod, uitgezonderd marktkramers en hulpdiensten, van 6 uur tot 15 uur. De toegangswegen naar de marktzone worden doodlopend.  In de straten waar éénrichtingsverkeer geldt, wordt dit opgeheven.

Er geldt een parkeerverbod van 6 uur tot 15 uur.

Er geldt een doorgangsverbod uitgezonderd plaatselijk verkeer op de Rozenberg.

Een omleiding wordt voorzien voor doorgaand verkeer en De Lijn.

Voertuigen van marktkramers mogen zich volgens bovengestelde bepalingen in de marktzone begeven.

Voertuigen van veiligheidsdiensten en voor dringende gevallen opgeroepen geneesheren hebben te allen tijde doorgang.

De signalisatie wordt geplaatst en verwijderd door de gemeentediensten conform de bepalingen gesteld in het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden vastgelegd en zijn bijlagen.

 

Inschrijvingen

Voor de Jaarmarkt gebeurt het toewijzen van de standplaatsen bij voorrang aan de marktkramers die een abonnement hebben op een standplaats op de dinsdagmarkt.  Vervolgens wordt voorrang gegeven aan de marktkramers die zich tijdig op voorhand ingeschreven hebben, standgeld en de waarborg tijdig betaald hebben. De waarborg wordt voor abonnementhouders terugbetaald bij effectieve deelname aan de markt. Bij niet-abonnementhouders wordt de waarborg na effectieve deelname van de markt deels terugbetaald, de prijzen van het standgeld en het gebruik van elektriciteit wordt in mindering gebracht. Indien de waarborg niet tijdig werd betaald, kan men geen standplaats innemen. De overige standplaatsen worden toegewezen door middel van bolling op de dag zelf, op een locatie langs het traject van de markt.

 

Plan + technische fiche

Het college van burgemeester en schepenen heeft de bevoegdheid om het marktplan en de technische bepalingen vast te stellen. 

 

Artikel 7 Marktcommissie

Er worden twee marktcommissies ingericht met als doel het bestuur te adviseren met betrekking tot het goed functioneren van de dinsdagmarkt en de zondagmarkt. Samen met het gemeentebestuur kunnen de marktcommissies mee initiatieven organiseren om de dinsdagmarkt en zondagmarkt aantrekkelijker te maken.

De samenstelling van de marktcommissie van de dinsdagmarkt bevat minstens volgende leden:

        Schepen van lokale economie

        Een voorzitter

        Marktleiding als deskundige

        Abonnementhouders dinsdagmarkt

        Kan uitgebreid worden met iemand uit de horecazone en iemand uit de handelaarsvereniging

De samenstelling van de marktcommissie van de zondagmarkt bevat minstens volgende leden:

        Schepen van lokale economie

        Een voorzitter

        Marktleiding als deskundige

        Abonnementhouders zondagmarkt (min. 70% van het aantal stemmen)

        Een vertegenwoordiging van particulieren (max. 30% van het aantal stemmen)

        Kan uitgebreid worden met een dierenarts, iemand uit de horecazone en iemand uit de handelaarsvereniging

Procedures aanwerving

        Uit vrije wil of aan de hand van verkiezingen

        Elk lid heeft het mandaat om op eender welk moment zelf uit de commissie te stappen wanneer hij zich niet meer kan vinden in de werking van de commissie

        We willen enkel leden die 100% gemotiveerd zijn en hun rol als lid en ambassadeur van de marktcommissie opnemen.

Procedures uittreding

        Wanneer er niet voldaan wordt aan de voorwaarden van de marktcommissie volgt er een beslissing door de marktleiding en de andere leden van de marktcommissie van de betreffende markt.

 

Naargelang de onderwerpen die in de commissie worden behandeld, kunnen één of meer leden die van deze commissie deel uitmaken zich laten verontschuldigen. Personen waarvan wordt geoordeeld dat hun aanwezigheid nuttig kan zijn voor de bespreking van een bepaald onderwerp, kunnen worden uitgenodigd om de vergadering van de commissie bij te wonen, enkel voor de bespreking van dit bepaald onderwerp.

 

De uitgewerkte voorstellen van de marktcommissie worden als advies overgemaakt aan het gemeentebestuur.

De marktcommissie waakt over de stipte toepassing van de bepalingen van dit reglement.

 

Indien leden op regelmatige basis verontschuldigd zijn, worden deze uit de marktcommissie verwijderd.

 

Afdeling 2 Organisatie van ambulante activiteiten op het openbaar of privé domein buiten de openbare markten

2.1 toepassingsgebied

Eenieder die een standplaats wenst in te nemen op één of meerdere plaatsen van het openbaar of privé domein buiten de openbare markten om ambulante activiteiten uit te oefenen, moet dit voorafgaand aanvragen bij de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris.

 

2.2 de aanvraag vermeldt volgende gegevens:

plaats van de uitoefening van de ambulante handel:

        bij een standplaats worden een inplantingsplan + foto’s toegevoegd met het aantal gewenste meters (breedte en diepte) van de kraam. In de afmetingen moeten alle luifels, parasols en andere uitsteeksels inbegrepen zijn;

        dagen en uren;

        de aard van de verkochte artikelen;

        ondernemingsnummer;

        kopie volledige polis burgerlijke aansprakelijkheid en tegen brandrisico’s

        keuring elektriciteit – bij elektriciteitsafname van een mobiele installatie zoals bv. een cateringwagen, koelwagen of dergelijke (wagen/installatie met aparte zekeringskast) dient een geldig keuringsattest getoond te worden.

        keuring gasinstallatie – indien van toepassing

        keuring brandblusser – minimum 6 kg (nodig bij gebruik van gastoestellen en warmtebronnen).

        een attest van het FAVV – Federaal Voedselagentschap – bij verkoop van voeding

 

De gevraagde toelating kan geweigerd worden omwille van één of meerdere van onderstaande redenen:

        redenen van openbare orde en veiligheid;

        redenen van volksgezondheid;

        bescherming van de consument.

 

De gemeente zal deze reden(en) motiveren in haar kennisgeving van de negatieve beslissing aan de aanvrager en verwijst ook naar rechtsmiddelen inzake beroep.

 

Tussen 22 uur ’s avonds en 7 uur ’s morgens is de uitoefening van ambulante activiteiten verboden, tenzij voorafgaande vergunning van de burgemeester.

Teneinde de diversiteit van het aanbod te waarborgen is het aantal standplaatsen per onderneming beperkt tot 2.

 

Op dinsdag en zondag (wekelijkse marktdagen) is het verboden om ambulante activiteiten uit te oefenen buiten de openbare markten. Personen die momenteel een lopende vergunning hebben, kunnen deze behouden tot stopzettingen. Overdrachten van ambulante handel worden op de wekelijkse marktdagen niet meer toegestaan.

 

Er kunnen maximum twee ambulante handelaars op hetzelfde moment op dezelfde locatie een standplaats innemen.

 

De burgemeester of zijn afgevaardigde, of de concessionaris kan ook altijd vragen dat diegene die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt, zijn identiteitsbewijs of keuringen voorlegt.

 

2.3 beslissing vergunning

In geval van positieve beslissing verkrijgt de aanvrager een vergunning met daarin vermeld :

        identiteit van de aanvrager

        de aard van de producten of diensten die hij gemachtigd is te verkopen

        de plaats

        afmetingen standplaats (lengte en breedte), inclusief luifels,…

        de dag(en) en duur van de verkoop

 

2.4 schorsing en opzegging van vergunning

De vergunning zal door het college van burgemeester en schepenen geschorst of ingetrokken worden in volgende gevallen:

        Bij niet of niet tijdige betaling van openstaande schulden voortvloeiend uit ambulante activiteiten in de gemeente Mol;

        wanneer niet meer voldaan is aan de voorwaarden inzake toewijzing van een standplaats, zoals omschreven in artikel 2.4 van dit besluit;

        wanneer andere producten of diensten verkocht worden dan diegene vermeld in zijn abonnement;

        bij het herhaaldelijk niet respecteren van de instructies van het gemeentebestuur

        wanneer de openbare orde, veiligheid of volksgezondheid in het gedrang komt.

 

Afdeling 3 Organisatie van ambulante activiteiten op rondtrekkende wijze

Ambulante activiteiten kunnen ook op rondtrekkende wijze uitgeoefend worden. Hierbij verplaatst de handelaar zich regelmatig langs een vooraf bepaald traject met verschillende verkooppunten. Deze verkooppunten neemt hij tijdelijk, telkens voor bepaald duur in.

 

3.1 toepassingsgebied

Bij een ambulante activiteit op rondtrekkende wijze verplaatst de handelaar zich langs een traject waarbij een verkooppunt telkens voor een korte stoptijd wordt ingenomen. De stoptijd beperkt zich tot de duur van de directe transactie(s), waarna het traject onmiddellijk verdergezet wordt. De ambulante handelaar dient deze ambulante activiteit voorafgaand aan te vragen bij de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris.

 

3.2 de aanvraag vermeldt volgende gegevens:

        plaats van de uitoefening van de ambulante handel, volledige route met straatnamen

        dagen en uren;

        de aard van de verkochte artikelen;

        ondernemingsnummer;

        kopie polis burgerlijke aansprakelijkheid en tegen brandrisico’s

        keuring elektriciteit – bij elektriciteitsafname van een mobiele installatie zoals bv. een cateringwagen, koelwagen of dergelijke (wagen/installatie met aparte zekeringskast) dient een geldig keuringsattest getoond te worden.

        keuring gasinstallatie – indien van toepassing

        keuring brandblusser – minimum 6 kg (nodig bij gebruik van gastoestellen en warmtebronnen).

        een attest van het FAVV – Federaal Voedselagentschap – bij verkoop van voeding

 

3.3 voorafgaandevergunning

Om een ambulante activiteit op de openbare weg uit te oefenen, moet voldaan zijn  aan de voorwaarden vermeld in artikel 2.2 en dient men te beschikken over een vergunning. Deze vergunning dient voorafgaand aan het uitoefenen van de ambulante activiteit aangevraagd te worden bij de gemeente. De vergunning is 3 jaar geldig.

 

3.4 beslissing vergunning

In geval van positieve beslissing verkrijgt de aanvrager een machtiging met daarin vermeld:

        identiteit van de aanvrager

        de aard van de producten of diensten die hij gemachtigd is te verkopen

        de toegestane route

        de datum en duur van de verkoop

 

De gevraagde vergunning kan geweigerd worden omwille van één of meerdere van onderstaande redenen:

        redenen van openbare orde en veiligheid

        redenen van volksgezondheid

        bescherming van de consument

        de modaliteiten van het gemeentelijk reglement niet gerespecteerd worden

        indien er meerdere aanbieders zijn van hetzelfde product in dezelfde regio op dezelfde dag

 

De gemeente zal deze reden(en) objectief en grondig motiveren in zijn kennisgeving van de negatieve beslissing aan de aanvrager en verwijst ook naar rechtsmiddelen inzake beroep.

 

De burgemeester of zijn afgevaardigde, of de concessionaris kan ook altijd vragen dat diegene die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt, zijn identiteitsbewijs of keuringen voorlegt.

 

AFDELING  4: Verkopen van producten of diensten met niet-commercieel karakter

4.1 specifieke voorwaarden voor verkopen met niet-commercieel karakter

De producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkopen, te koop aanbieden of uitstallen is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet indien deze activiteiten aan al de volgende voorwaarden voldoen:

1° ze vinden plaats met één van volgende doelen

        menslievend doel,

        sociaal doel,

        cultureel doel,

        educatief doel,

        sportief doel

        de verdediging en promotie van de natuur,

        de verdediging en promotie van de dierenwereld,

        de verdediging en promotie van een ambacht

        de verdediging en promotie van streekproducten,

        steun bij een humanitaire catastrofe,

        steun bij een ramp of belangrijke schade;

2° ze blijven occasioneel;

3° de burgemeester of zijn afgevaardigde heeft vooraf toestemming verleend;

 

Op openbare markten

Elke vereniging kan per goed doel maximaal twee keer per jaar een standplaats op de markten Voorafgaande toestemming van de burgemeester is vereist.

Er kunnen maximum twee goede doelen een standplaats krijgen per marktdag.

 

Op openbaar domein

Elke vereniging kan per goed doel maximaal twee keer per jaar een standplaats innemen op openbaar domein. Voorafgaande toestemming van de burgemeester is vereist.

 

Als ze de grenzen van de gemeente overschrijdt, is naast de toestemming van de gemeente ook de toestemming vereist van de bevoegde minister of aan de personeelsleden aan wie de minister de bevoegdheid heeft gedelegeerd.

 

4.2 aanvraag toestemming

Een aanvraag dient minstens 3 weken op voorhand aangevraagd te worden via de dienst evenementen.

 

4.3 weigering en intrekking toestemming

De toestemming kan geweigerd worden en de actie kan verboden worden als de doelstelling niet overeenstemt met de toegestane doelen of als de voorgestelde verkopen een risico vormen voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of rust.

Als de overheid die ervoor bevoegd is de toestemming te verlenen, argwaan heeft over de reële doelstellingen van de actie of over de moraliteit van de verantwoordelijke(n), kan ze een voorafgaand onderzoek laten uitvoeren door de personen, vermeld in artikel 11, §1, van de wet betreffende de uitvoering van ambulante activiteiten, en artikel 45 van Koninklijk Besluit betreffende de uitoefening van ambulante en kermisactiviteiten. Ze kan ook van een of meer verantwoordelijken eisen dat ze een uittreksel uit het strafregister voorleggen.

 

De toestemming, vermeld in art 7 §1 van de wet betreffende de uitoefening ambulante activiteiten, eerste lid, 3° of 4°, kan ingetrokken worden of de actie kan verboden worden, tijdens de manifestatie, door de bevoegde overheid als vastgesteld wordt dat de voorwaarden van de toestemming of van de verklaring of de voorschriften, vermeld in dit artikel, niet worden nageleefd.

Iedere nieuwe actie kan verboden worden voor een natuurlijke of rechtspersoon of een vereniging die de bepalingen van dit artikel niet naleeft, gedurende een periode van één jaar vanaf de vaststelling van de niet-naleving. In geval van recidive kan de duur van de voormelde periode op drie jaar worden gebracht.

 

De weigering, het verbod of de intrekking wordt betekend :

        met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs

        via mail tegen ontvangstbewijs.

 

AFDELING 5: Controle en sancties

5.1 bevoegdheid marktleiding

De marktleiding is bevoegd om documenten die de verzekeringen, keuringsbewijzen en identiteit van de personen die een ambulante activiteit uitoefenen aantonen te controleren.

De marktleiding kan zijn hoedanigheid bewijzen met een legitimatie, ondertekend door burgemeester en secretaris.

Indien dit noodzakelijk is voor de openbare orde, de veiligheid of de goede organisatie van de markt, kan de marktleiding ter plaatse instructies geven aan de marktkramers.  De marktkramers dienen zich te schikken naar de onderrichtingen van de marktleiding.

 

5.2 sancties

§1. Inbreuken op dit reglement86 kunnen bestraft worden met een administratieve geldboete van maximum 350 euro voor meerderjarige overtreders en maximum 175 euro voor minderjarige overtreders.

§2. Inbreuken op het plaatsverbod dat de burgemeester kan opleggen conform artikel 134sexies Nieuwe Gemeentewet, zoals voorzien door artikel 47 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, kunnen bestraft worden met een administratieve geldboete.

 

§3. Het college van burgemeester en schepenen kan een door de gemeente verleende toelating of vergunning schorsen of intrekken en/of een inrichting tijdelijk of definitief sluiten. Deze sancties kunnen pas opgelegd worden nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen. Die bevat een uittreksel van het overtreden reglement of van de overtreden verordening. Deze worden ter kennis gebracht door middel van een aangetekend schrijven, krachtens artikel 45 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

§4. Deze sancties kunnen niet opgelegd worden indien voor dezelfde inbreuken door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie reeds straffen of administratieve sancties worden bepaald.

 

§5. De omvang van de administratieve geldboete is proportioneel op grond van de zwaarte van de inbreuk die de boete verantwoordt en eventuele herhaling. De bij dit reglement voorgeschreven administratieve geldboete wordt verhoogd in geval van herhaling, zonder dat deze boete het wettelijke voorziene maximum mag overschrijden.

 

§6. Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.

 

KOSTENRECUPERATIE 

Alle kosten gemaakt door de gemeente, veroorzaakt door het niet naleven van de bepalingen uit onderhavig reglement, kunnen verhaald worden op de overtreder met toepassing van het belastingreglement of retributiereglement dat door de gemeenteraad zal aangenomen worden.

 

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026

Het voorafgaand gemeentelijk reglement van 1 mei 2025 wordt op dat moment opgeheven.

 

Artikel 2

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 3

Het huidige reglement ambulante activiteiten goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 28 april  2025, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van het nieuw reglement vanaf 1 januari 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

POLITIEREGLEMENT - GEMEENTELIJKE VISWATEREN - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De politiereglementen met betrekking tot de gemeentelijke visvijver De Maat van 30 mei 1994 en de gemeentelijke zandput Rauw en oeverzone van 27 juni 1994 dienen aangepast te worden aan de huidige regelgeving.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur.

De wet van 1 juli 1954 en uitvoerende decreten.

 

Bijlagen

1) politiereglement met betrekking tot de gemeentelijke domein De Maat van 30 mei 1994

2) politiereglement met betrekking tot de gemeentelijke zandput Rauw en oeverzone van 27 juni 1994

3) plan visplaatsen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Omwille dat het gemeentelijk domein De Maat  een natuurreservaat is, is het wenselijk het visrecht in de waters van het gemeentelijk domein De Maat te reglementeren.

Tevens is omwille van de vele bezoekers aan de recreatieparken, meer bepaald De Rauwse Meren, het noodzakelijk om voor de gemeentelijke zandput Mol-Rauw en de aangrenzende oeverzones een reglementering te voorzien die het evenwicht tussen natuurbehoud en recreatie bewerkstelligt.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het 'reglement gemeentelijke viswateren'goed:

 

Reglement gemeentelijke viswateren

 

I. algemene bepalingen hengelsport

 

Artikel 1

Het vissen in de vijver van het gemeentelijk domein De Maat en de gemeentelijke zandput Mol-Rauw en oeverzone wordt toegelaten in de daarvoor voorziene viszone mits voorlegging van een gemeentelijke visvergunning.

 

Artikel 2

De gemeentelijke visvergunning kan bekomen worden door:

        iedere inwoner van de gemeente Mol

        niet-inwoners van Mol die:

        aangesloten zijn bij een in de gemeente Mol gevestigde en door het gemeentebestuur erkende vissersvergunning

        houder zijn van een tweede verblijf, gelegen op het grondgebied der gemeente, én waarvan de jaarlijkse gemeentebelasting op de tweede verblijven wordt betaald (de vergunning wordt pas afgeleverd na voorlegging van het belastingsbewijs).

        tijdelijk verblijven op een recreatiedomein gelegen in de gemeente Mol. De vergunning wordt slechts afgeleverd na voorlegging van het bewijs van verblijf op het recreatiedomein en dit voor de duur van het verblijf

 

Artikel 3

De onder artikel 2 vermelde gemeentelijke visvergunningen kunnen bekomen worden:

        aan het onthaal- en informatiebalie 't Getouw

        aan het onthaal- en informatiebalie welzijnssite Ten Hove

        bij Visit Mol

 

Artikel 4

De gemeentelijke visvergunning moet op verzoek getoond worden aan de personen belast met het toezicht.

 

Artikel 5

Ieder dient zich te houden aan de wettelijke bepalingen betreffende de riviervisserij metbetrekkingtot: demaatopvis, debeschermdevissoorten, deverboden viswijzenenverbodentuigen.  Ermagmetniet meerdantweehengelsgevistworden.

 

Artikel 6

De periode welke men niet mag vissen in het natuurreservaat de Maat wordt, omwille van het karakter van natuurreservaat, vastgesteld van 1 april tot 30 juni. Het college van burgemeester en schepenen behoudt zich daarentegen het recht voor om op eender welk ogenblik de visvangst te verbieden.

 

Artikel 7

Er mag, met inachtneming van de voorziene perioden, gevist worden van zonsopgang tot zonsondergang.

 

Artikel 8

In het natuurreservaat De Maat is het  verboden steigers en stoepen te bouwen of aan te leggen. Men dient gebruik te maken van de door de gemeente aangelegde visplaatsen.

 

Aan de oeverzone van de gemeentelijke zandput Rauw mogen geen bijkomende steigers of visplaatsen opgericht  worden door particulieren.
 

Artikel 9

Ieder is vrij een plekje uit te zoeken rekening houdende met de beperkingen. Niemand kan aanspraak maken op een bepaalde zone.

 

II bijkomende voorwaarden

 

Artikel 10

Het terrein dient in ordentelijke staat te worden achtergelaten. Afval dient gedeponeerd op de daarvoor bestemde plaatsen.

 

Artikel 11

Iedereen is er toe gehouden de rust te eerbiedigen in het natuurreservaat en op de oevers van de zandput Mol-Rauw.

Het oprichten van tenten, het plaatsen van caravans, het aanleggen van vuren (ook barbecue), het gebruik van geluidsversterkende toestellen, het crossen met motorvoertuigen en het betreden van het domein voor ruiters is te allen tijde verboden.

 

Artikel 12

Het is verboden schade toe te brengen aan het natuurreservaat, de vijvers, de vegetatie en de bestaande infrastructuur.

 

Artikel 13

Het toezicht op de naleving van het reglement geschiedt door de lokale politie, de boswachter, de bijzondere veldwachter, de conservator van het natuurreservaat De Maat.

De vergunninghouder is verplicht onmiddellijk de bevelen van de toezichthouders op te volgen.
De vergunning van degene die, hetzij de bevelen van de toezichthouders niet opvolgt, hetzij handelt in strijd met het reglement, hetzij wordt aangetroffen op verboden terrein, kan worden ingetrokken.

 

III diverse bepalingen Natuurreservaat De Maat

 

Artikel 14

Het is ten strengste verboden in de viszones te baden, te zwemmen of zich op het water te bewegen met welke middelen dan ook. Uitzondering dient gemaakt voor werken en toezicht van daartoe door de gemeente aangeduide en bevoegde personen.

 

Artikel 15

De verkoop van goederen, welke en hoe dan ook, is op het domein verboden.

 

Artikel 16

Op het domein dienen honden te allen tijde aan de leiband te worden gehouden

Het is verboden het terrein te betreden buiten het visseizoen.

Het reservaat en de oevers van de zandput Mol-Rauw is verboden voor gemotoriseerd verkeer, met uitzondering dienstvoertuigen.

 

IV diverse bepalingen gemeentelijk zandput Mol-Rauw en oeverzone

 

Artikel 17

Voor het gebruik van de oeverzone van de gemeentelijke zandput Mol-Rauw gelden de volgende beperkingen:

        wandelaars en fietsers mogen enkel de daartoe aangeduide paden gebruiken.

        honden dienen aan de leiband te worden gehouden

 

Artikel 18

Voor het gebruik van de wateroppervlakte van de gemeentelijke zandput Mol-Rauw gelden de volgende beperkingen:

        watersport: is enkel toegestaan binnen de begrenzingen van de door Sunparks Rauwse Meren aangebrachte boeienlijn. Ze moeten 50 m van de oevers blijven.

        het wateroppervlakte mag uitsluitend gebruikt worden voor zachte watersport o.m. plankzeilen, zeilen, pedalo's en georganiseerde duiksport

        het gebruik van een motorboot is uitsluitend toegestaan voor reddingsdoeleinden

        alle watersport is verboden van 15 november tot 15 maart

        het is ten strengste verboden te zwemmen

 

Artikel 19

Voor het gehele recreatiedomein geldt een absoluut jacht verbod.

 

Artikel 2

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 3

Het politiereglement met betrekking tot het gemeentelijk domein De Maat zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 30 mei 1994 en het politiereglement met betrekking tot de gemeentelijke zandput Rauw en oeverzone zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 30 mei 1994 zijn nog in werking tot en met 31 december 2025 en worden opgeheven vanaf 1 januari 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

DERDEBETALERSYSTEEM DE LIJN - OVEREENKOMST - STOPZETTING

Goedgekeurd

met 6 stemmen tegen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 21 december 2015 sloot het gemeentebestuur een overeenkomst met De Lijn waarin een tussenkomst werd geboden in de aankoop van de tienrittenkaart en een procentuele tussenkomst op abonnementen meer bepaald de Omnipas.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur.
Het besluit van de gemeenteraad van 21 december 2015 waarbij de overeenkomst van de derdebtalersystemen van De Lijn werd goedgekeurd.

 

Inspraak en advies

Door de aanpassingen in het kern- en aanvullend net worden een aantal van onze gehuchten minder goed bediend door de busdiensten.  Door een aangepaste GDPR-regeling kunnen de facturen niet meer correct worden gecontroleerd. Door het ontbreken van persoonsgegevens kunnen wij niet bevestigen dat de tussenkomst enkel voor inwoners van onze eigen gemeente is. De tarieven van de rittenkaarten zijn verhoogd, de kostprijs voor de burger blijft gelijk maar de tussenkomst voor het gemeentebestuur stijgt.  Deze tariefverhoging gebeurde éénzijdig. We stellen vast dat enkel in de officiële verkooppunten de voorziene tienrittenkaart met tussenkomst van het gemeentebestuur te verkrijgen is en niet meer in de verkooppunten in consignatie (zoals krantenwinkels ed.).  Hierdoor krijgen niet al onze inwoners de voorziene korting op hun ritten.  De aankoop van deze rittenkaarten werd hierdoor meer complex.
We adviseren daarom de beschikbare middelen eerder in te zetten in bredere mobiliteitsprojecten.

 

Bijlage

  1. beslissing gemeenteraad 21 december 2015

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het gemeentebestuur wenst de samenwerkingsovereenkomst inzake derdebetalersystemen stop te zetten vanaf 31 december 2026.

Het gemeentebestuur wenst haar middelen te heroriënteren naar duurzame en collectieve mobiliteitsoplossingen die alle inwoners ten goede komen (zoals fietsinfrastructuur, deelmobiliteit en toegankelijkheid).  Deze beleidskeuze past binnen de bredere doelstellingen inzake duurzaamheid, gelijke kansen en efficiënt bestuur.

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/9/17

Registratiesleutel

64990000/021000

Bedrag

7500 euro

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad beëindigt de tussenkomst van de gemeente in de aankoop van vervoerbewijzen bij De Lijn door burgers. De overeenkomst van derdebetaler afgesloten tussen De Lijn en de gemeente Mol wordt stopgezet vanaf 31 december 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

BLUE-MOBILITY - STOPZETTEN LOCATIE P&R DE NETE - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 stemmen tegen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In december 2020 ondertekenden de gemeente Mol en Blue-mobility NV een samenwerkingsovereenkomst voor de uitbouw van een Blue-bike deelfietsensysteem aan de locatie “P&R De Nete”, ter hoogte van de sportsite Den Uyt. De overeenkomst had tot doel het gebruik van duurzame vervoersmiddelen te stimuleren door middel van een deelfietsaanbod dat bezoekers en inwoners een alternatief bood voor autogebruik op korte en middellange verplaatsingen. De locatie werd gestart met 8 Blue-bikes, met de mogelijkheid tot uitbreiding indien het gebruik dit zou rechtvaardigen.

 

De overeenkomst bevatte financiële engagementen van de gemeente, waaronder:

        Jaarlijkse werkingstoelage voor uitleentechnologie (min. € 4.500).

        Jaarlijkse bijdrage voor beheer en onderhoud van de fietsen (ca. € 5.000 bij 8 fietsen).

        Prijssubsidie van € 1 per rit (bijdrage derdebetalersregeling).

        Eventuele eenmalige kosten voor voorbereidende werken en communicatie.

 

De overeenkomst gold voor 5 jaar vanaf 14 december 2020, met stilzwijgende jaarlijkse verlengingen en de mogelijkheid tot opzegging mits een opzegtermijn van 90 dagen voor vervaldatum.

 

Juridische gronden

Artikel 56, § 1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Bijlagen

  1. 20201125_Overeenkomst_Mol_-_Blue-bike_PR_De_Nete

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De cijfers tonen aan dat het gebruik van de locatie P&R De Nete structureel laag blijft, zelfs na meerdere jaren werking. Ter vergelijking: de Blue-bike locatie aan station Mol noteert jaarlijks duizenden ritten.

 

Jaar

Aantal ritten P&R De Nete

Aantal ritten Station Mol

Opmerkingen

2021

9 (start september)

1.809

Beperkte gebruiksperiode

2022

98

3.464

Blijft structureel laag t.o.v. station Mol

2023

80

4.461

Gebruikersaantallen nemen af

2024

55

4.220

Verdere daling, ondanks stabiele infrastructuur

 

De jaarlijkse kosten voor de gemeente bedragen, bij 8 fietsen, ongeveer € 10.700/jaar (werkingstoelage + onderhoud + prijssubsidie). Door het zeer beperkte gebruik staat deze investering niet in verhouding tot het aantal ritten en de maatschappelijke meerwaarde van de locatie.

 

De gemeente investeert momenteel in andere, doelgerichtere vormen van duurzame mobiliteit waaronder de Hoppy deelfietsen op strategische locaties (o.a. station Mol). Het stopzetten van de Blue-bike locatie heeft dus een beperkt effect op het bredere mobiliteitsaanbod.

 

Financiële weerslag

Door het stopzetten van de locatie vervalt:

        de jaarlijkse werkingstoelage voor uitleentechnologie: € 4.500

        de jaarlijkse werkingstoelage voor beheer en onderhoud: ± € 5.000

        de prijssubsidie van € 1/rit (in de praktijk beperkt gezien het lage gebruik)

De totale jaarlijkse besparing voor de gemeente Mol bedraagt daarmee ongeveer € 10.700. Er zijn geen opzegkosten, mits de opzegtermijn wordt gerespecteerd, die jaarlijks 90 dagen bedraagt of 30 dagen bij een fundamentele wijziging van de uitgangspunten.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad gaat akkoord om de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Mol en Blue-mobility NV voor de Blue-bike locatie “P&R De Nete” stop te zetten, conform de bepalingen inzake opzegtermijn.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

VZW HANDELAARSVERENIGING MOL - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Sinds 2023 is er een handelaarsvereniging actief in Mol, waarmee de gemeente samenwerkt om concrete initiatieven te ontwikkelen die de lokale economie versterken. De samenwerking tussen de gemeente en de handelaarsvereniging heeft sinds de oprichting een positieve invloed gehad op de ondersteuning van lokale handelsinitiatieven.

Gezien de positieve samenwerking stelt het bestuur voor om de bestaande overeenkomst te vernieuwen voor de periode 2026–2031, zodat de inspanningen om de commerciële dynamiek en aantrekkelijkheid van het kernwinkelgebied te versterken op een structurele manier kunnen worden verdergezet.

 

Juridische gronden

Artikel 42 en 386 van het Decreet Lokaal Bestuur;

Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van

 

Bijlagen

  1. SAMENWERKINGSOVEREENKOMST_HV_2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het verlengen van de samenwerkingsovereenkomst voor de periode 2026–2031 is noodzakelijk om de continuïteit te garanderen van de acties en projecten die bijdragen aan de versterking van de lokale economie. De gemeente wil actief blijven inzetten op een constructieve samenwerking met de handelaarsvereniging, waarbij financiële en logistieke ondersteuning op een duidelijke en controleerbare manier wordt georganiseerd

 

Financiële weerslag

De gemeente verleent op basis van de overeenkomst aan de VZW jaarlijks een toelage ten bedrage van 70.000 €. De toelage wordt automatisch ter beschikking gesteld aan de VZW in 2 schijven, telkens op de 5e bankwerkdag van respectievelijk de 1e maand (voor een bedrag van 35.000 €) en de 6e maand (voor een bedrag van 35.000 €). In totaal stelt de gemeente een budget van 112.000 € ter beschikking waarmee ook de centrummanager moet vergoed worden.

 

Het bedrag van de toelage wordt, op verzoek van de VZW, door de gemeente verhoogd in functie van de beschikbare middelen die de gemeente kan halen uit het reglement houdende belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen.

De toelage wordt jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd volgens de index van de consumptieprijzen, waarbij de basisindex deze is van januari 2026.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt onderstaande subsidieovereenkomst goed.

 

Tussen de gemeente Mol en de VZW Winkelen in Mol (W.I.M)

Deze samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten tussen

  1. de gemeente Mol, vertegenwoordigd door de Voorzitter van de gemeenteraad Ann Smeyers, en de algemeen directeur, Laurens Moubax (hierna 'de GEMEENTE'),

en

  1. de VZW Winkelen in Mol (W.I.M), vertegenwoordigd door de voorzitter Walter Verachten en de bestuurder Kris Spletinckx (hierna 'de VZW').

1 en 2 samen ook genoemd, de “Partijen”

 

WORDT VOORAFGAANDELIJK UITEENGEZET WAT VOLGT:

 

Gelet op artikel 42 en 386 van het Decreet Lokaal Bestuur;

Overwegende dat de GEMEENTE veel belang hecht aan de uitwerking en uitvoering van concrete initiatieven om de lokale handel te bevorderen;

Dat het evenwel niet de bedoeling kan zijn dat de GEMEENTE een werkelijke regierol speelt in het uitrollen van zeer concrete evenementen, initiatieven en acties zoals bedoeld in de maatschappelijke doelstellingen van de VZW waarvan verder sprake. Dat het niet past dat een openbaar bestuur zich in het algemeen, enkele uitzonderingen niet te na gesproken die door de GEMEENTE zouden worden georganiseerd, op een dergelijk operationeel niveau inlaat met economische en operationele risico’s verbonden aan concrete acties en evenementen;

Dat de GEMEENTE haar rol als lokaal openbaar bestuur, in de lokale economie vooral en eerder ziet in het formuleren van een beleidsvisie, gekoppeld aan beleidsmatige 2 doelstellingen zoals het creëren van de ruimere leef –en werkomstandigheden in de  GEMEENTE die het winkelen en wonen in Mol aangenaam maken, zoals het aanmoedigen en faciliteren van concrete initiatieven en evenementen door financiële en logistieke ondersteuning mogelijk te maken en te geven, zoals het goed beheren van het openbaar domein, zoals het verschaffen van informatie over lokale middenstand, kleinhandel en lokale economie en wettelijke bepalingen, subsidiemogelijkheden, organisatieadvies, etc.;

Overwegende dat de GEMEENTE in ieder geval voor iedere budgetperiode voldoende financiële en materiële middelen voorziet om dergelijke concrete initiatieven en acties op een pragmatische, transparante en afdoende wijze te ondersteunen;

Dat deze middelen worden voorzien binnen verschillende beleidsdomeinen en afkomstig zijn van diverse bronnen van reguliere belastingsinkomsten voor de GEMEENTE;

Overwegende dat de GEMEENTE bij het verstrekken van financiële middelen of toelagen, steeds het algemeen belang dient na te streven en dus moet zoeken naar ondersteuningsmethodes die eerder globale initiatieven van “verenigde” lokale economie of samenwerkingsverbanden van verenigde handelaars ondersteunen en niet louter individuele acties van enkelingen benaarstigen of zelfs bevoordeligen;

Overwegende dat het verlenen van financiële middelen of werkingstoelagen aan dergelijke globalere initiatieven bovendien problematisch kan zijn wanneer de begunstigden van de toelagen niet dermate (professioneel) zijn georganiseerd dat de GEMEENTE bovendien een (te) beperkte zekerheid of garantie kan hebben over de bestemming én de benutting van de verleende middelen, spijts de controlemogelijkheden waarover de GEMEENTE steeds beschikt in het kader van de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;

Dat het dan ook is aangewezen dat de doelgroep van het financieel ondersteuningsbeleid van de GEMEENTE binnen dit beleidsdomein, zijnde in dit geval de verenigde lokale handelaars van Mol, zich maximaal verenigen en voorzien in een structuur, met rechtspersoonlijkheid, die verantwoording kan afleggen ten overstaan van de GEMEENTE over de aanwending van de verstrekte middelen en die met de GEMEENTE goede afspraken kan maken;

Dat daartoe de lokale handelaars door de GEMEENTE als het ware zijn aangemoedigd werden een nieuwe overkoepelende VZW op te richten voor o.a. de organisatie van lokale initiatieven ter bevordering van de lokale economie in Mol;

Overwegende dat de lokale handelaars van Mol dd. 27/01/2023  een VZW hebben opgericht, de vzw handelaarsvereniging Mol, partij bij deze Overeenkomst, voor de ontwikkeling en realisatie van concrete initiatieven, acties en evenementen die de lokale handel in de GEMEENTE moeten bevorderen.

Dat het maatschappelijk doel van deze VZW als volgt is omschreven (weergave, artikel 3 van de statuten):

“§1. De vereniging heeft tot doel op de ruimst mogelijke wijze bij te dragen tot het vergroten van de uitstraling en de commerciële dynamiek van het afgebakende kernwinkelgebied, zijnde :

(…)

Dit behelst onder meer initiatieven ter versterking van marketing en promotie. Bovendien zullen acties worden ondernomen om het beheer van de retail in de GEMEENTE verder te professionaliseren.

De vereniging zal onder meer initiatieven en projecten uitwerken ter versterking van een gericht promotiebeleid voor het kernwinkelgebied van de GEMEENTE (via evenementen en promotionele acties), zonder hierbij de beleidstaken van de GEMEENTE over te nemen.

De vereniging kan daarenboven:

(1) initiatieven ontwikkelen die kunnen bijdragen tot de verhoging van de aantrekkelijkheid van de winkelstraten van kernwinkelgebied als winkel- en handelskern, inbegrepen het organiseren van commerciële acties;

(2) het bewaken en ondersteunen van het goede imago en de branding van het Mols winkelapparaat in haar werkingsgebied alsook het bewerkstelligen van een herkenbare identiteit die aansluit bij het profiel van de doelgroepen;

(3) voorlichtings-, werf- en promotiecampagnes organiseren door onder meer het ontwerpen, uitgeven en verspreiden van doelgerichte folders. Instaan voor informatie-uitwisseling, dialoog en afstemming tussen de verschillende belanghebbende voor de ontwikkeling van Mol als winkelstad;

(4) samenwerkingsverbanden opstarten met de lokale ondernemers en handelaars en andere met hetzelfde doel opgerichte of nog op te richten nationale of regionale verenigingen of instanties. Het vergroten van de organisatiegraad tussen de handelaars en in het intensifiëren van de onderlinge samenwerking tussen handelaars in Mol;

(5) sponsoring ontvangen voor het verwezenlijken van haar doelstellingen;

(6) de communicatie verzorgen van haar activiteiten;

(7) het formuleren van voorstellen die bijdragen tot een verbetering van de kwaliteit en de wervingskracht van het commerciële centrum in haar werkingsgebied, het signaleren van knelpunten die een negatieve invloed hebben, het formuleren van adviezen aan de GEMEENTE over zaken die haar aanbelangen;

§2. Om haar doel te verwezenlijken of te bevorderen, kan de vereniging alle roerende en onroerende goederen, die nodig of nuttig kunnen zijn voor het verwezenlijken van haar doel, in eigendom houden, huren, aankopen er het gebruik of een genotsrecht van hebben. De vereniging kan alle handelingen stellen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel.

Zij kan haar medewerking verlenen en deelnemen aan iedere activiteit die met haar doel overeenstemt. Zij mag deelnemen in en samenwerken met verenigingen die voor haar doelstelling nuttig kunnen zijn.

De vereniging kan alle activiteiten ontplooien die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde doelstellingen, met inbegrip van bijkomstige commerciële en winstgevende activiteiten binnen de grenzen van wat wettelijk is toegelaten en waarvan de opbrengsten te allen tijde volledig zullen worden bestemd voor de verwezenlijking van de voormelde doelstellingen.”

Dat de GEMEENTE, gelet op haar beleidsvisie op lokale economische ondersteuning en de voorziene financiële ondersteuning, inmiddels ook is toegetreden tot de VZW, op basis van artikel 386 Decreet Lokaal Bestuur, ingevolge de beslissing van de gemeenteraad dd. 19 december 2022, waardoor ze op een efficiënte en rechtstreekse wijze de besteding en aanwending van de toe te kennen toelagen kan opvolgen en controleren;

Dat met de oprichting van de VZW, de aanwezigheid van de GEMEENTE binnen de VZW en onderliggende overeenkomst, dan ook aan de verzuchtingen en bezorgdheden van de GEMEENTE is tegemoetgekomen;

Het past dan ook dat tussen Partijen een aantal afspraken worden gemaakt.

 

EN WORDT VERDER OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT:

 

Artikel 1. – Juridisch kader

De Overeenkomst wordt gesloten in het licht van:

        artikel 386 Decreet Lokaal Bestuur; en

        de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de

aanwending van sommige toelagen;

        de statuten van de VZW.

 

Artikel 2 – Toelage

De GEMEENTE verleent, middels onderliggende Overeenkomst, aan de VZW jaarlijks een toelage ten bedrage van zeventigduizend euro (€70.000). Dit bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd volgens de index van de consumptieprijzen, waarbij de basisindex deze is van januari 2026.

De toelage wordt automatisch ter beschikking gesteld aan de VZW in twee schijven, telkens op de vijfde bankwerkdag van respectievelijk de eerste maand (voor een bedrag van €35.000) en de zesde maand (voor een bedrag van €35.000).  Dit bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd volgens de index van de consumptieprijzen, waarbij de basisindex deze is van januari 2026.

De toelage maakt deel uit van een totaal jaarlijks werkingsbudget van maximaal €112.000, waarvan de effectieve hoogte afhankelijk is van de daadwerkelijk geïnde promobijdragen. Dit bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd volgens de index van de consumptieprijzen, waarbij de basisindex deze is van januari 2026.

Een deel van dit totaalbudget kan worden aangewend voor de tewerkstelling van een medewerker die ondersteuning biedt aan de handelaarsvereniging, doch deze medewerker staat onder contract van de gemeente Mol. Het bedrag dat voor deze tewerkstelling wordt voorzien, wordt niet uitbetaald aan de VZW, maar rechtstreeks aangewend door de gemeente Mol voor de verloning en aanverwante werkgeverskosten van deze medewerker.

De verdeling van de middelen binnen dit totaalbudget kan enkel worden aangepast indien er een nieuw contract wordt afgesloten met de betrokken medewerker, en mits voorafgaande goedkeuring door beide Partijen.

 

Artikel 2bis – Medewerker ter ondersteuning van de VZW

De medewerker bedoeld in artikel 2 wordt door de gemeente Mol tewerkgesteld en biedt operationele en administratieve ondersteuning aan de VZW in het kader van de uitvoering van haar doelstellingen. De gemeente bepaalt, in overleg met de VZW, de taakinhoud en inzet van deze medewerker binnen de grenzen van de overeengekomen samenwerking. De loonkosten worden gedragen door de gemeente Mol en worden beschouwd als een bijdrage in natura binnen het totaalbudget vermeld in artikel 2.

 

Artikel 3 – Samenwerking

De toelage wordt door de GEMEENTE verleend als financiële tegemoetkoming of nominatieve subsidie van de VZW in de verwezenlijking van haar doelstellingen.

De VZW verbindt er zich in al haar activiteiten en evenementen na te streven om maximaal eigen inkomsten te verwerven zodat de financiële ondersteuning door de GEMEENTE op termijn mogelijks kan worden afgebouwd.

Partijen verbinden er zich, elk binnen hun wettelijke opdracht en de GEMEENTE als lid van de VZW, toe naar best vermogen gezamenlijk verder de doelstellingen van de VZW na te streven.

Partijen onderschrijven deze Overeenkomst elk vanuit hun eigen belangen, al dan niet wettelijke opdrachten en eigen inzichten, doch steeds met de ambitie om tot een gezamenlijk gedragen en maatschappelijk verantwoorde initiatieven en evenementen inzake lokale economie te komen, waarvan wordt nagestreefd dat ze op termijn in belangrijke mate worden gefinancierd door eigen inkomsten van de VZW (bvb. promotie, activiteiten, …).

Elke Partij zal op verzoek van de andere Partij, in het kader van deze Overeenkomst doch steeds binnen het wettelijk toelaatbare, alle documenten en informatie, waarover zij redelijkerwijze beschikt of redelijkerwijze moet beschikken en die voor de Partijen noodzakelijk of nuttig is of zijn voor de uitvoering van de Overeenkomst, onverwijld en kosteloos aan deze laatste bezorgen.

 

Artikel 4 – Randvoorwaarden

De VZW verbindt er zich toe:

        de haar toebedeelde financiële middelen uitsluitend te (laten) besteden voor de verwezenlijking van haar doelstellingen, zoals verfijnd en nader omschreven in deze Overeenkomst;

        per kwartaal een kort periodiek verslag op te maken over de besteding van de toelage;

        jaarlijks een activiteitenverslag op te maken voor de GEMEENTE over haar activiteiten;

        het beheer en de besteding van voormelde middelen steeds te doen zoals een goede huisvader;

        bij vastgesteld wanbeheer of misbesteding, de GEMEENTE onmiddellijk op de hoogte te brengen;

        de VZW te laten beheren volgens principes van behoorlijk bestuur;

        transparante informatieverschaffing naar de bestuurders en de leden mogelijk te maken over de werking van de VZW en de wijze waarop externe financiering wordt beoogd en gerealiseerd;

        de bestuursorganen steeds doorzichtig en evenwichtig samen te stellen met aandacht voor de verschillende disciplines binnen de lokale economie en de vertegenwoordiging van de geslachten;

        geen presentiegelden toe te kennen binnen de VZW.

 

Artikel 5 – Concrete verbintenissen

5.1. De VZW staat in voor:

        het uitstippelen en uitvoeren van een strategie en plan inzake de organisatie van evenementen en de communicatie van deze evenementen,

        de promotie voor het afgebakende kernwinkelgebied,

        de organisatie van vernieuwende activiteiten en evenementen die de aantrekkingskracht van het handelscentrum kunnen verhogen;

        de samenwerking met gemeentebestuur voor tal van projecten en initiatieven die de aantrekkingskracht van het handelscentrum kunnen verhogen.

        de evenementen en activiteiten te organiseren, op eigen kosten en risico, met minstens de volgende activiteiten:

        Organisatie van een braderie;

        Promotie van de koopzondagen;

        Lenteshoppingfestival/ Hapke Mol;

        Shoppingfestival;

        Organisatie van eindejaarshopping en beleving in de eindejaarsweken.

Voor de organisatie van nieuwe activiteiten en evenementen kan de VZW bijkomende toelagen vragen aan de GEMEENTE.

De VZW is een constructieve adviespartner voor alle beleidsonderdelen en beleidsprojecten die de werking en aantrekkingskracht van het handelscentrum aanbelangen.

5.2. De GEMEENTE en de VZW verbinden er zich toe binnen de VZW voor de organisatie van evenementen een stappenplan op te maken en te volgen, inbegrepen de opmaak van een evenementenkalender en een communicatieplan.

Het stappenplan bevat een rolverdeling tussen de stakeholders en bepaalt voor welke aangelegenheden bijvoorbeeld nog verplicht advies wordt gevraagd aan de GEMEENTE.

5.3. De GEMEENTE zal, waar mogelijk, steeds maximaal logistieke en andere ondersteuning geven aan de activiteiten van de VZW, met minstens:

        Ter beschikking stellen van infrastructuur voor vergaderingen en toelichtingen;

        Advies bij de praktische organisatie van evenementen;

        Ondersteuning van lokale handelaars om leegstand op een actieve wijze te

vermijden.

5.4. De GEMEENTE en de VZW kunnen concrete werkafspraken maken per activiteit of evenement.

5.5 De GEMEENTE zal de door haar aangestelde ambtenaar maximaal inschakelen binnen de werking van de VZW en deze aanmoedigen actief mee te denken bij de activiteiten en de opdrachten van de VZW.

De ambtenaar zal instaan als dagelijks aanspreekpunt voor de lokale handelaars en de VZW.

 

Artikel 6 – Controle en terugvordering

De GEMEENTE kan, mede in het licht van de 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen, steeds:

        verantwoording vragen over de besteding van middelen, onverminderd de jaarlijkse rapportering waarvan sprake in artikel 2;

        controle uitoefenen op de besteding van de middelen, door middel van het opvragen van gegevens of documenten, controles ter plekke, etc.

De GEMEENTE heeft het recht de uitbetaalde subsidie onverwijld terug te vorderen, hetzij de subsidie voor een volgend kalenderjaar niet toe te kennen, indien door de VZW aan één van de voorwaarden opgenomen in deze Overeenkomst niet werd voldaan.

 

Artikel 7 - Deelbaarheid

Indien krachtens wettelijke bepalingen van openbare orde of van dwingend recht één of meerdere bepalingen van huidige Overeenkomst nietig of niet - tegenstelbaar zouden zijn, dan zullen de artikel die nietig of niet - tegenstelbaar zijn, als ongeschreven beschouwd worden.

De nietigheid of niet - tegenstelbaarheid van een bepaling in deze Overeenkomst zal geenszins de nietigheid of de niet - tegenstelbaarheid van de overige bepalingen van deze Overeenkomst of van de Overeenkomst zelf met zich meebrengen.

Partijen nemen een inspanningsverbintenis op zich om, in voorkomend geval, de nietige bepaling(en) te vervangen door een werkbare en geldige bepaling met een praktisch en economisch gelijkaardig resultaat, in die zin dat ten allen tijde het voorwerp van de huidige Overeenkomst in essentie dient bewaard te blijven.

 

Artikel 8 - Overdracht

De VZW kan noch de haar toebedeelde financiële middelen, noch haar rechten en/of plichten uit deze Overeenkomst geheel of gedeeltelijk overdragen aan derden, zonder voorafgaande goedkeuring van de GEMEENTE. Onder overdracht wordt niet begrepen de besteding van de middelen om de doelstellingen van de VZW te verwezenlijken.

 

Artikel 9 - Wijzigingen

Deze Overeenkomst kan slechts met uitdrukkelijke toestemming van alle Partijen, gewijzigd worden.

 

Artikel 10 - Woonplaatskeuze, communicatie en mededelingen

Voor de GEMEENTE: Molenhoekstraat 2, 2400 Mol

Voor de VZW: Statiestraat 5/A, 2400 Mol

Alle correspondentie en uitwisseling van informatie of bescheiden in uitvoering van deze Overeenkomst is rechtsgeldig gedaan voor zover deze wordt gedaan op de opgegeven adressen.

 

Artikel 11. Inwerkingtreding, duur en opzegging van de Overeenkomst

De Overeenkomst treedt in werking bij de oprichting van de VZW, onder voorbehoud van goedkeuring door de daartoe wettelijk bevoegde organen, en heeft betrekking op de periode tot 31 december 2032.

De Overeenkomst wordt, bij stilzwijgen van de GEMEENTE tegen de einddatum, éénmalig verlengd voor een vaste periode van 2 jaar, evenwel onder verplichte actualisatie van de toelage in functie van de beschikbare middelen die de GEMEENTE kan halen uit het reglement van de GEMEENTE houdende belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen. De GEMEENTE verbindt er zich in ieder geval, bij reactie voor 31 december 2032, toe een nieuwe overeenkomst aan te gaan met afdoende financiële engagementen zodat in 2026 de VZW haar doelstellingen kan blijven realiseren.

De Overeenkomst kan steeds worden opgezegd door de GEMEENTE in de gevallen waarin de VZW niet voldoet aan de randvoorwaarden bedoeld in artikel 4, en dit steeds onverminderd de toepassing van artikel 6.

 

Artikel 12. -Toepasselijk recht en bevoegde rechtbank

Deze Overeenkomst wordt beheerst door en geïnterpreteerd volgens het Belgische recht.

De bevoegde rechtbank is deze van het rechtsgebied Antwerpen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

SOCIALE VOORDELEN FLANKEREND ONDERWIJSBELEID - MIDDAGTOEZICHT - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In kader van sociale voordelen binnen het flankerend onderwijs betaalt het gemeentebestuur een vergoeding middagtoezicht uit aan de basisscholen van het gemeentelijk onderwijs, vrij onderwijs en het gemeenschapsonderwijs (GO) in Mol.

 

In gemeenteraadszittingen van 19 november 2018 en 4 februari 2019 werd de werkwijze van het middagtoezicht in het Molse basisonderwijs goedgekeurd, in de zitting van 26 juni 2023 werd de werkwijze van het middagtoezicht herzien. Het sociaal voordeel wordt voor het GO en Vrij Onderwijs betaald als forfaitair bedrag op basis van het aantal leerlingen, volgens de normen bepaald door gemeente Mol. Sinds de wijziging in 2023 werd het bedrag tussenkomst van de Vlaamse Overheid niet meer in mindering gebracht.

 

Op advies van OVSG wordt vanaf januari 2026 het bedrag 'tussenkomst van de Vlaamse Overheid' opnieuw in mindering gebracht en worden de opgelegde voorwaarden strikter opgevolgd, op basis van effectieve prestatiestaten, voordat de uitbetaling kan plaatsvinden.

 

Juridische gronden

Decreet lokaal bestuur

        'Besluit van de Vlaamse Regering houdende bepaling van de begrippen gezondheidstoezicht en sociale voordelen’: Hoofdstuk II

        'Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau'

        'Omzendbrief JUR1/11/AVW' van 25/07/1991: 2.1.5

 

Inspraak en advies

Op advies van OVSG wordt het bedrag 'tussenkomst van de Vlaamse Overheid' opnieuw in mindering gebracht en worden de opgelegde voorwaarden strikter opgevolgd.

 

Bijlagen

  1. GR-besluit m.b.t. het middagtoezicht van 19 november 2018
  2. GR-besluit m.b.t. het middagtoezicht van 4 februari 2019
  3. GR-besluit m.b.t. het middagtoezicht van 26 juni 2023
  4. Jaarberekening middagtoezicht 2025-2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In de werkingsmiddelen van het basisonderwijs zit een (ontkleurd) bedrag vervat voor het inrichten van middagtoezicht. Voor 2025 ligt dit bedrag op 8,24 euro per ingeschreven leerling. Dit is echter ruim onvoldoende om de loonkost van de toezichters (minimaal bruto-uurloon van bediende C1-niveau) te dekken. Zo schuift de Vlaamse overheid de financiering van het middagtoezicht door naar de lokale besturen of naar de ouders (via remgeld).

 

Volgens de regelgeving over het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau wordt het middagtoezicht van maximaal één uur beschouwd als een sociaal voordeel, op voorwaarde dat de schoolinstelling voldoet aan de opgelegde voorwaarden.

 

Om in aanmerking te komen:

        Wordt de overheidstussenkomst berekend op basis van een formule, waarbij het aantal leerlingen, het aantal toezichtseenheden en het ingezamelde remgeld in rekening worden gebracht. De tussenkomst voor het middagtoezicht wordt als volgt vastgesteld: Z x 160 dagen x aantal toegekende eenheden; verminderd met F 175 x Y; verminderd met remgeld x aantal rechthebbende leerlingen x 160 dagen

 

 Waarbij:

        Z gelijk is aan het door de verstrekker van het sociale voordeel vastgestelde bedrag per eenheid, dat minimaal gelijk is aan het minimum bruto-uurloon van het bezoldigingsregime van de bedienden → Gemeente Mol hanteert 15 €/eenheid middagtoezicht

        Y gelijk is aan het aantal leerlingen van de betrokken instelling op 1 februari van het voorafgaand schooljaar;

        het remgeld gelijk is aan het bedrag dat per middagtoezicht door de verstrekker van het sociale voordeel wordt gevraagd aan de leerlingen die zijn onderwijsinstellingen bezoeken en die een beroep doen op het middagtoezicht. Het remgeld wordt slechts in mindering gebracht van het aantal leerlingen dat zich situeert binnen een volledige schijf van het toegepaste normenstelsel Gemeente Mol vraagt op dit moment geen bijdrage aan de leerlingen van het gemeentelijk onderwijs, waardoor er momenteel ook geen remgeld in mindering gebracht zal worden.

        het aantal rechthebbende leerlingen gelijk is aan het aantal leerlingen dat het sociale voordeel geniet. Hiervoor wordt het gemiddelde genomen van de maanden september, oktober en november van het schooljaar waarin het voordeel wordt toegekend;

        onder eenheid wordt begrepen het toezicht van een persoon met toezicht belast gedurende één uur.

        de vermindering met F 175 x Y wordt enkel toegepast in het gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs en het gewoon en buitengewoon basisonderwijs. De verstrekker van het sociaal voordeel bepaalt zelf het normenstelsel dat wordt toegepast F 175 = 175 Belgische Frank = 4,34 euro, geïndexeerd volgens de gezondheidsindex komt dit voor 2025 neer op een bedrag van 8,24 euro (te berekenen via de huurcalculator; steeds te vertrekken van januari 1994, omdat vanaf dan de gezondheidsindex van toepassing is).

 

        Worden de normen die Gemeente Mol hanteert voor het aantal toezichthouders tijdens de middagpauze toegepast. Per groep leerlingen waarbij toezicht wordt georganiseerd, wordt één eenheid toegekend.  Eén eenheid staat gelijk aan één uur toezicht door één personeelslid:

        Buitengewoon basisonderwijs: 1 toezichter per 20 kinderen

        Gewoon basisonderwijs – kleuter: 1 toezichter per 30 kinderen

        Gewoon basisonderwijs – lager: 1 toezichter per 35 kinderen

 

        Het gemeentebestuur moet enkel de tekorten voor de lonen (van de toezichters) bijpassen. Dit wil zeggen dat de schoolbesturen een balans voorleggen van hun inkomsten (werkingsmiddelen en remgelden*) en uitgaven (uitbetalingen toezichthoudend personeel). De tussenkomst wordt pas uitbetaald na voorlegging van (door de toezichthouders ondertekende) prestatiestaten. De middelen mogen uitsluitend gebruikt worden voor de betaling van de toezichthouders. Daarom vraagt Gemeente Mol ook een overzicht van de uitgevoerde prestaties van het toezichthoudend personeel als extra verantwoordingsstuk.         * aangezien het gemeentelijk onderwijs geen remgeld in rekening brengt, is dit niet van toepassing.
 

Voorstel: de gemeenteraad gaat akkoord met de volgende werkwijze voor de uitbetaling van het sociaal voordeel middagtoezicht:

        De overheidstussenkomst wordt in mindering gebracht vanaf januari 2026.

        De tussenkomst wordt vanaf januari 2026 enkel uitbetaald na voorlegging van enerzijds ondertekende prestatiestaten en anderzijds een overzicht van de uitgevoerde prestaties van het toezichthoudend personeel.

        De middelen mogen alleen gebruikt worden voor de uitbetaling van de toezichthouders.

 

 

 


Financiële weerslag

Het budget dat vrij komt door de nieuwe werkwijze:

        bedrag tussenkomst van de Vlaamse Overheid in mindering brengen: besparing van +/- 29.960,64 euro

        uitbetaling op basis van prestaties: geschatte besparing van +/- 25.000 euro

  

Actie

5/8/2 Sociale voordelen middagtoezicht

Registratiesleutel

088900-61700030

Bedrag

235.000 euro (voorzien budget in MJP in 2025)

180.000 euro (ontwerp MJP na toepassing nieuwe werkwijze)

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad gaat akkoord met volgende werkwijze voor de uitbetaling van het sociaal voordeel middagtoezicht:

        De overheidstussenkomst wordt in mindering gebracht vanaf januari 2026.

        De tussenkomst wordt vanaf januari 2026 enkel uitbetaald na voorlegging van enerzijds ondertekende prestatiestaten en anderzijds een overzicht van de uitgevoerde prestaties van het toezichthoudend personeel.

        De middelen mogen alleen gebruikt worden voor de uitbetaling van de toezichthouders.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

UITPAS - OVEREENKOMST VERENIGINGEN 2026 - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 5 onthoudingen: Sofie Molenberghs (Vlaams Belang), Marc Sannen (Vlaams Belang), Sonja Smaers (Vlaams Belang), Lisette Heuvelmans (Vlaams Belang), Mick Vanlimbergen (Vlaams Belang)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op de gemeenteraad van 19 december 2022 werd de overeenkomst tussen Molse verenigingen en de gemeente Mol in het kader van de toetreding tot UiTPAS Kempen goedgekeurd. Deze regeling voorzag, specifiek voor Mol, in een bijkomende compensatie van 40 % van de toegekende lidgeld- of activiteitenkorting van Molse verenigingen aan UiTPAS - houders met kansentarief. Deze regeling was voorzien tot 31 december 2025. Met dit besluit vragen we de verlenging van deze afspraak tot 31 december 2026.

 

Juridische gronden

Artikel 40 §3 en artikel 41 2° van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

  1. 2026_Samenwerkingsovereenkomst UiTPAS Kempen_Verenigingen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De Kempense UiTPAS (UiTPAS Kempen - Ontdek. Beleef. Bespaar!) is en blijft een belangrijk instrument om vrijetijdsparticipatie voor iedereen mogelijk te maken. Sinds de opstart worden verenigingen in Mol volledig gecompenseerd voor hun bijdrage in het UiTPAS-kansentarief. Dat engagement liep normaal tot eind 2025, maar we verlengen de huidige regeling tot 31 december 2026.

 

In het ontwerp van het meerjarenplan stelden we voor om vanaf 2026 een nieuwe kostenverdeling te gebruiken, zoals die in bijna alle andere gemeenten toegepast wordt. In dat voorstel zou een vereniging 40% van de tegemoetkoming dragen, het gemeentebestuur 40% en de UiTPAS-gebruiker 20%. De vrijgekomen middelen wilden we opnieuw investeren in een toegankelijk verenigingsleven.

 

We beseffen dat deze wijziging een grote impact heeft. Ze vraagt tijd, overleg en flankerende maatregelen. Die ruimte is er vandaag niet, waardoor een invoering op 1 januari 2026 niet haalbaar en niet wenselijk is.

 

Daarom behouden we de huidige 20-80-verdeling nog één jaar. Zo blijft de financiële drempel laag voor verenigingen en creëren we tegelijk de tijd om in 2026 samen een nieuw, gedragen en toekomstgericht model uit te werken dat toegankelijkheid én de financiële realiteit van verenigingen respecteert.

 

Concreet voor verenigingen die met een jaarinschrijving werken: als het werkingsjaar start in de loop van 2026, kan het inschrijvingsgeld voor dat werkingsjaar volgens de bestaande regeling (20-80) verwerkt worden. Voor individuele activiteiten kan dat voor zover ze plaats vinden in 2026.

 

De meeste adviesraden werken momenteel aan vernieuwde reglementen. Andere volgen binnenkort. Om die processen alle kansen te geven, nodigen we de adviesraden in het voorjaar van 2026 uit om samen na te denken over een toekomstgerichte UiTPAS-regeling.

 

We willen daarbij onder meer bekijken:

        Hoe we verenigingen en clubs het best ondersteunen

        Hoe we toegankelijkheid blijvend garanderen

        Welke financiële regeling evenwichtig, haalbaar en duurzaam is

        Welke noden en ervaringen jullie meenemen uit de praktijk

 

Zo bouwen we met alle betrokken partijen aan een nieuw en gedragen model voor 2027 en verder.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur. De middelen voor dit besluit zijn voorzien in meerjarenplan 2026 - 2031 onder actie 5/2/2 We verlagen drempels om deel te nemen aan het socio - culturele en sportieve leven, door in te zetten op UiTPAS en Rap Op Stap; en door ondersteuning aan inwoners en organisatoren.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomsten tussen de gemeente Mol en de Molse verenigingen voor 2026 goed. Daarbij wordt de bijkomende Molse compensatie van 40 % van de toegekende lidgeld- of activiteitenkorting van Molse verenigingen aan UiTPAS - houders met kansentarief, verlengd tot 31 december 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

JEUGD- & SPORTVERENIGINGEN - ERKENNINGSREGLEMENT  - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

  

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In het voorjaar van 2025 is er vanuit de afdeling Jeugd en Sport gestart met een traject om de eigen sectorale subsidiereglementen te actualiseren. Zowel inhoudelijk als op het vlak van planlast waren aanpassingen nodig, aangezien de bestaande reglementen al jaren oud waren. Ook vanuit het sportmemorandum kwam de vraag om hiermee aan de slag te gaan.

De afdeling Jeugd & Sport kreeg het mandaat om als pilootafdeling dit proces op te starten. Ze hebben zich laten begeleiden door een externe expert en hebben het erkenningsreglement vereenvoudigd en uniform opgesteld, zodat het toekomstgericht ook bruikbaar is voor andere sectoren. Er werd een werkgroep opgericht met vertegenwoordigers van sportclubs, jeugdverenigingen, de seniorenraad en enkele professionals uit de staf Mens en Leven en de afdeling Cultuur. Iedereen werd actief betrokken.

 

Juridische gronden

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van reglementen.

 

Inspraak en advies

De sportraad en de jeugdraad brachten een advies uit.

 

Bijlagen

1) advies sportraad

2) advies jeugdraad

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Zowel inhoudelijk als op het vlak van planlast waren aanpassingen nodig, aangezien de bestaande reglementen al jaren oud waren. Met verschillende belanghebbenden werd een evenwichtig en breed gedragen voorstel uitgewerkt.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt volgend erkenningsreglement voor jeugd- & sportverenigingen goed:

 

"Artikel1. Doel reglement

De gemeente Mol wil het levendig sociale weefsel in haar gemeenschap versterken. Daarom erkent ze verenigingen die hier actief aan meewerken. Erkende verenigingen kunnen gebruikmaken van gerichte ondersteuningsvormen.

Dit reglement is van toepassing op jeugd- en sportverenigingen die een erkenning aanvragen in de gemeente Mol.

 

Artikel 2. Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

        Vereniging: een vorm van samenwerking met een regelmatige werking waarbij meerdere personen een vzw of feitelijke vereniging vormen om activiteiten te ontplooien.

        Activiteit: Een activiteit is elke georganiseerde actie of bijeenkomst die door de vereniging wordt opgezet met als doel haar maatschappelijke, sportieve, sociale of educatieve werking te realiseren. De activiteit vindt plaats binnen een vooraf bepaalde tijds- en plaatsbepaling, staat open voor de leden of het brede publiek, en wordt aantoonbaar gedragen of uitgevoerd door de vereniging.

        Sportvereniging: Een sportvereniging is een groepering van mensen die op een georganiseerde manier sporten.

        Jeugdvereniging: een vereniging die voor jeugd een aanbod creëert onder begeleiding, waarbij minstens 80% van de leden jonger is dan 30 jaar.

 

Artikel 3. Voorwaarden voor erkenning

Omvoorerkenninginaanmerkingtekomen,dientdeverenigingblijvendtevoldoen aandevolgendevoorwaarden:

        Deverenigingisalsfeitelijkevereniginggeorganiseerdofindevormvaneen

privaatrechtelijke rechtspersoon, zonder beroeps-, winst- of handelsoogmerk (vzw).

        Deverenigingorganiseerthaarbasiswerkingop het grondgebiedvanMol. Indien de vereniging kan aantonen dat er geen, onvoldoende of niet aangepaste accommodatie aanwezig is op het gemeentelijk grondgebied, dan is deze voorwaarde niet van toepassing maar dient de link met Mol worden beschreven.

        Devereniging maakt haar missie en aanbod kenbaar.

        De vereniging staat open voor alle inwoners en/of verenigingen van Mol. Hieronder wordtverstaan dat iedereen lid kan worden of deelnemen aan de activiteiten van de vereniging opvoorwaarde dat men de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van deverenigingnaleeft.

        DeverenigingrespecteerthetNederlandstaligekarakter.Devereniginggebruikt  bij schriftelijke en mondelinge communicatie voornamelijk het Nederlands. Alle gegevens endocumenten van de vereniging zijn in het Nederlands beschikbaar. Het Nederlandstaligkarakterwordtexplicietvermeldindestatutenen/ofreglementenvandevereniging.

        De vereniging organiseert minstens 1 keer per kalenderjaar en/of werkjaar een activiteit voor haar leden waardoor ze aantoont een actieve vereniging te zijn.

 

 

Artikel 4Voordelenvanerkenning

Eenerkenningalsvereniging uit Molbrengtvolgende voordelenmetzichmee:

        Deverenigingkan gebruikmakenvande materialenvan degemeentelijkeuitleendienst,volgensdedaarvoorgeldendereglementen.

        De vereniging kan genieten van een verlaagd tarief en voorrangsregeling voor het gebruik van de gemeentelijke infrastructuur, volgens de voorwaarden van het geldende reglement.

        Deverenigingwordtinhaarwerkingversterktviahuidige entoekomstige ondersteunende  initiatievenvanuitdegemeente zoals vormingen, uitwisselingsmomenten, publicaties om verenigingen kenbaar te maken,…

        Deverenigingheeftdemogelijkheidtothet uitreikenvanfiscaleattestenvoorkinderopvang,  volgensdevoorwaardenindebetreffenderegelgeving.

        De vereniging wordt automatisch lid van de betrokken adviesraad.

 

Artikel 5. Procedure erkenningsaanvraag

De vereniging dient op eigen initiatief een aanvraag tot erkenning. Eenerkenningsaanvraagkanopelkmomentgebeuren.

Verenigingenkunnenhierbij,opvraag,doorde bevoegde administratieondersteundworden.

Proces aanvraag:

        De vereniging dient een erkenningsaanvraag in via het online aanvraagformulier op de gemeentelijke website.

        Deverenigingontvangt naindieningeenbevestigingsmailvandeaanvraag.

        Degemeentelijkeadministratiestaatinvoordecontrole op de ingediende documentenvandeaanvraag. Bij een onvolledig dossier wordt dit via e-mail aan de vereniging gemeld zodat de bijkomendestukken kunnen worden ingediend. De vereniging heeft in dit geval 1 maand, vanaf meldingviae-mail,detijdomzichinregeltestellen.

        De gemeentelijke administratie legt de erkenningsaanvraag en bijhorende documenten voor aan de betrokken adviesraad voor advies.

        Elke volledige aanvraag tot erkenning en bijhorende advisering door de adviesraad wordt ter beslissing voorgelegd aanhetcollegevanburgemeesteren schepenen.

        Het college van burgemeester en schepenen beslist over de erkenningsaanvraag.

        Deerkenningtreedtinwerking de dag na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

 

Deverenigingheeftdeplichtomeventuelewijzigingenmetbetrekkingtotde erkenningsvoorwaarden(zieartikel 3)binnende3maandentemeldenaande bevoegdegemeentelijkeadministratie.

 

Artikel 6. Duur

Eenerkenninggeldtvoordevolledige legislatuur. De eerstvolgende periode loopt tot 31 december 2031. Verenigingen worden op het einde van de legislatuur gecontacteerd vanuit de bevoegde administratie om een vernieuwing van de erkenning aan te vragen.

 

Artikel 7. Betwisting dossiers

Een vereniging kan eenmaal per jaar tegen een weigering van erkenning in beroep gaan bij het college vanburgemeesterenschepenen,datbinneneentermijnvan1maanddebeslissingheroverweegt.

Deverenigingdientdit schriftelijk te doen.

 

 

Artikel 8. Controle erkenning

Jaarlijkszaleraan deerkendeverenigingenvia e-mailgevraagdworden ofzijnogsteedsvoldoenaan  de erkenningsvoorwaarden. Daarnaast wordt een verplichte bevestiging en/of aanpassing van decontactgegevensgevraagd.

Het staat de gemeente Mol vrij om de werking van een erkende vereniging tussentijds tecontrolerendoorhetopvragenvandocumentenomnategaanofzenogsteedsvoldoetaandeerkenningsvoorwaarden.

Deverenigingheeftin ditgeval1maanddetijdom,navraagstelling, dedocumentenaanteleveren.

 

Artikel 9. Intrekken van erkenning

Deerkenningvervaltwanneereenvereniging:

        Nietmeervoldoetaandeerkenningsvoorwaarden;

        Deprocedures nietcorrectnaleeft;

        Bewustfoutievegegevensbezorgt;

        1jaargeenactievewerkingmeer ontplooit;

        Uitdrukkelijkhaaractiviteitenstopzet;

        Niet handelt conform de wettelijke en reglementaire verplichtingen die op haar en/of haar activiteiten van toepassing zijn.

        Geengevolggeeftaaneenoproeptotindienenvanbijkomendeinformatie.

De gemeentelijke administratiebrengthet bestuurvandeverenigingopdehoogtevandebeslissingvanhetcollege  vanburgemeesterenschepenenterzake.

Deerkenningvervaltdedag nadebeslissingvanhetcollegevanburgemeesterenschepenen.

 

Artikel 10. Bevoegdheid

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement en wordtertoegemachtigdinalleonvoorzienegevallendenodigebeslissingentenemen.

Alle gevallen die niet in dit reglement voorzien zijn, worden geregeld door het college van  burgemeesterenschepenen,naadviesvandegemeentelijkeadministratie.

 

Artikel 11. Ingang reglement

Met ingang van 1 januari 2026 verloopt de erkenning van jeugd- en sportverenigingen uit Mol volgens  de criteria en de procedure, bepaald in dit reglement. De eerdere erkenningsprocedures voor jeugd- en sportverenigingen worden door dit reglement opgeheven."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

2025NR22 OPBOUWWERKER 2026-2031 - LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De nodige budgetten worden voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 89, § 1, 1° (Sociale en andere specifieke diensten) en artikel 57.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

Advies afdeling financiën: gunstig

 

Bijlagen

1)     Bestek 

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Opbouwwerker 2026-2031” werd een bestek met nr. 2025NR22 opgesteld door dienst Huis van het Kind.

 

Deze opdracht is als volgt opgedeeld:

* Basisopdracht (Opbouwwerker 2026-2031), raming: € 145.593,43 incl. btw (0% btw),

* Verlenging 1 (Opbouwwerker 2028), raming: € 100.951,26 incl. btw (0% btw);

* Verlenging 2 (Opbouwwerker 2029), raming: € 103.979,80 incl. btw (0% btw);

* Verlenging 3 (Opbouwwerker 2030), raming: € 107.099,20 incl. btw (0% btw);

* Verlenging 4 (Opbouwwerker 2031), raming: € 110.312,17 incl. btw (0% btw).

De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 567.935,86 incl. btw (0% btw) en het maximale bestelbedrag bedraagt € 750.000,00 incl. btw (0% btw).

 

De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 18 maanden, met viermaal een stilzwijgende verlenging van telkens 12 maanden.

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

 

Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.

 

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht wordt voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 op budgetsleutel “Project Preventie scholen”.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestek met nr. 2025NR22 en de raming voor de opdracht “Opbouwwerker 2026-2031”, opgesteld door afdeling financiën worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 567.935,86 incl. btw (0% btw) en het maximale bestelbedrag bedraagt € 750.000,00 excl. btw of € 750.000,00 incl. btw.

 

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

 

Artikel 3

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.

 

Artikel 4

De uitgave voor deze opdracht wordt voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 op budgetsleutel “Project Preventie scholen”.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

2025NR27 AANSTELLING ONTWERPER VOOR UITBREIDING VAN SCHOOL EZAART MOZAWIEK - LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De nodige budgetten worden voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

Advies afdeling Financiën: gunstig

 

Bijlagen

1)     Bestek

2)     Bijlagen (13)

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Aanstelling ontwerper voor uitbreiding van school Ezaart Mozawiek” werd een bestek met nr. 2025NR27 opgesteld door het Departement Ruimte, Afdeling Gebouwen - Projecten.

 

Deze opdracht bestaat uit volgende gedeelten:

Fase 1: het opmaken van een visieplan voor een futureproof en energieneutrale schoolsite tegen 2050

Fase 2: Na goedkeuring van het visieplan door het gemeentebestuur wordt de tweede fase    

van het dossier toegekend voor de realisatie van de uitbreiding en renovatie van de bestaande gebouwen om op korte termijn 336 leerlingen te kunnen huisvesten op de site van de basisschool Ezaart, volgens de algemene richtlijnen van het agentschap voor infrastructuur in het onderwijs van de Vlaamse overheid (AGION).  

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 490.200,00 excl. btw of € 593.142,00 incl. 21 % btw voor de studieopdracht in zijn geheel.

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

 

Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.

  

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht wordt voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestek met nr. 2025NR27 en de raming voor de opdracht “Aanstelling ontwerper voor uitbreiding van school Ezaart Mozawiek”, opgesteld door het Departement Ruimte, Afdeling Gebouwen - Projecten worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 490.200,00 excl. btw of € 593.142,00 incl. 21 % btw .

 

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

 

Artikel 3

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.

 

Artikel 4

De uitgave voor deze opdracht wordt voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

2025SM30 AANSTELLEN VAN PROJECTBEGELEIDER VOOR PARTICIPATIEPROJECTEN VEERKRACHTIGE DORPEN - LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De nodige budgetten worden voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36 en artikel 43.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

Advies staf mens en leven: gunstig

 

Bijlagen

1)     Bestek

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Aanstellen van projectbegeleider voor participatieprojecten veerkrachtige dorpen” werd een bestek met nr. 2025SM30 opgesteld door afdeling Financiën.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 252.645,00 excl. btw of € 305.700,45 incl. 21 % btw.

 

De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 48 maanden.

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure

 

Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.

 

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht wordt voorzien in het exploitatiebudget van het meerjarenplan 2026-2031.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestek met nr. 2025SM30 en de raming voor de opdracht “Aanstellen van projectbegeleider voor participatieprojecten veerkrachtige dorpen”, opgesteld door afdeling Financiën worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 252.645,00 excl. btw of € 305.700,45 incl. 21 % btw.

 

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

 

Artikel 3

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

 

Artikel 4

De uitgave voor deze opdracht wordt voorzien in het exploitatiebudget van het meerjarenplan 2026-2031.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

AANVULLEND REGLEMENT - WIJZIGINGSBESLUIT GROEN HART - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 stemmen tegen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In de voetgangerszone van Groen Hart hebben bewoners en eigenaars of huurders van een vergunde autostaanplaats de mogelijkheid om een doorrijbewijs aan te vragen om hun garage of autostaanplaats de kunnen bereiken.  In de praktijk blijkt dat er veel meer aanvragen voor doorrijbewijzen zijn dan oorspronkelijk ingeschat. Hierdoor zullen aanzienlijk meer voertuigen door de voetgangerszone rijden dan voorzien. Dit staat haaks op de principes van een voetgangerszone, waar de nadruk ligt op veiligheid, leefbaarheid en rust voor voetgangers. Bij een te grote toestroom van gemotoriseerd verkeer gaat het doel van de maatregel volledig verloren.

 

Juridische gronden

Het KB van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten op de politie van het wegverkeer.

het KB van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg.

Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

Het ministerieel rondschrijven van 14 november 1977 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing van verkeerstekens.

De ministeriële omzendbrief  MOB/2007/01 van 14 december 2007 betreffende het toezicht op de aanvullende reglementen.

Artikel 40§3 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.

Artikel 135§2 en artikel 119 van de nieuwe gemeentewet bepalen dat de gemeente bevoegd is voor een veilig en vlot verkeer op de openbare wegen en de gemeenteraad hiertoe reglementen en politieverordeningen kan vastleggen.

Het mobiliteitsplan conform verklaard op 19 april 2012.

 

Inspraak en advies

Advies sectie mobiliteit: gunstig, deze maatregel zal de voetgangerzone versterken als veilige en aangename ruimte. De autostaanplaatsen blijven voor de bewoners makkelijk bereikbaar zonder bijkomende doorrijbewijzen, hierdoor creëren we een duidelijke en handhaafbare verkeersmaatregel.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Door de vele aanvragen wordt de vooropgestelde verkeersmaatregel onduidelijk en niet handhaafbaar.  Om conflicten te vermijden is het nodig de voetgangerszone aan te passen. 

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Artikel 5 van het besluit van 26 mei 2025 betreffende het aanvullend reglement van de signalisatie Groen Hart wordt opgeheven. Schansstraat wordt niet mee opgenomen in de voetgangerszone.

 

Artikel 2

De rest van het besluit blijft behouden.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

AANVULLEND REGLEMENT SIGNALISATIE VOOR LAADINFRASTRUCTUUR EN VOOR EEN EXTRA PARKEERPLAATS VOOR PERSONEN MET EEN BEPERKING - PARKING RONDPLEIN - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Rekening houdend met de vooropgestelde doelstellingen op Europees en Vlaams niveau, waarin we streven naar een klimaatneutrale samenleving in 2050, is het belangrijk dat we omschakelen naar zero-emissie voertuigen en efficiënter en duurzamer omgaan met energie. Een uitbouw van laadinfrastructuur is daarbij noodzakelijk.

Voor de drie strategieën - strategische locaties, paal volgt wagen of paal volgt paal - voorziet het bestuur laadinfrastructuur op het openbaar domein met voorbehouden parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen moeten individueel gesignaleerd worden met de verkeersborden E9a met pictogram ‘laden voor elektrisch voertuig’. Het aanwezige parkeerregime dient hierbij in acht genomen te worden. Dit zal aangeduid worden via een onderbord ‘ticket’ of ‘blauwe schijf’ (GVIIb).

Dit besluit reglementeert 4 voorbehouden parkeerplaatsen voor elektrisch laden op parking Rondplein in een zone 'betalend parkeren'.

Dit besluit reglementeert eveneens 1 extra voorbehouden parkeerplaats voor personen met een beperking op parking Rondplein. In het uittreksel van de gemeenteraad van 26 mei 2025 werd één parkeerplaats voor personen met een beperking te weinig gereglementeerd, zes in plaats van zeven.

Deze maatregel zal gesignaleerd worden met verkeersbord E9a met pictogram 'personen met een beperking'.

 

Juridische gronden

Het KB van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten op de politie van het wegverkeer.

het KB van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg.

Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

Het ministerieel rondschrijven van 14 november 1977 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing van verkeerstekens.

De ministeriële omzendbrief  MOB/2007/01 van 14 december 2007 betreffende het toezicht op de aanvullende reglementen.

Artikel 40§3 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.

Artikel 135§2 en artikel 119 van de nieuwe gemeentewet bepalen dat de gemeente bevoegd is voor een veilig en vlot verkeer op de openbare wegen en de gemeenteraad hiertoe reglementen en politieverordeningen kan vastleggen.

Het mobiliteitsplan conform verklaard op 19 april 2012.

 

Bijlagen

  1. Signalisatie_elektrisch_laden_op_betalende_parkeerplaats
  2. Signalisatie_parkeerplaats_personen_met_beperking
  3. Locatie_laadpalen_en_ppbep_Rondplein_fase_1

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De aanvullende reglementen betreffende signalisatie op gemeentewegen en op openbare parkings dienen goedgekeurd te worden door de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De 4 voorbehouden parkeerplaatsen in functie van elektrisch laden op de parking Rondplein worden gesignaleerd met de verkeersborden E9a met pictogram 'laden voor elektrisch voertuig' + onderbord 'ticket'.

 

Artikel 2

De extra parkeerplaats voor personen met een beperking wordt gesignaleerd met verkeersbord E9a met pictogram 'personen met een beperking'.

 

Artikel 3

De signalisatie wordt geleverd en geplaatst door de gemeentelijke diensten.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RUP 'UITBREIDING KEMPENSE GOLF CLUB EN STORTPLAS' - INTREKKING DEFINITIEVE VASTSTELLING - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het RUP 'Uitbreiding Kempense Golf Club en Stortplas' werd op 15/09/2025 definitief vastgesteld.

Later bleek dat het plan-MER nog geen definitieve positieve kwaliteitsbeoordeling gekregen had van Team Omgevingseffecten, waardoor de definitieve vaststelling niet wettig is.

 

Juridische gronden

VCRO Afdeling 4 gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, Art. 2.2.21, § 6:

De gemeenteraad stelt binnen honderdtachtig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast.

De bevoegde diensten voor milieueffectrapportage beoordelen voorafgaand aan de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan de kwaliteit van het planmilieueffectrapport.

 

Decreet Lokaal Bestuur, art. 41:

De gemeenteraad stelt de beleidslijnen vast en neemt de beslissingen die daarvoor nodig zijn.

 

Inspraak en advies

De dienst ruimtelijke ordening adviseert het besluit in te trekken, gezien het op onwettige basis genomen is. 

Het plan-MER dient een positieve kwaliteitsbeoordeling van het Team Omgevingseffecten te verkrijgen alvorens het RUP met bijhorend plan-MER definitief kan vastgesteld worden.

 

Bijlagen

  1. Besluit van 15 september 2025 aangaande de definitieve vaststelling van het RUP 'Uitbreiding Kempense Golf Club en Stortplas' met bijhorend plan-MER

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeenteraad neemt kennis van het standpunt van de dienst ruimtelijke ordening en onderschrijft de daarin vervatte argumentatie.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad trekt het gemeenteraadsbesluit van 15 september 2025 aangaande de definitieve vaststelling van het RUP 'Uitbreiding Kempense Golf Club en Stortplas' in.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RUP 'UITBREIDING KEMPENSE GOLF CLUB EN STORTPLAS' - VERLENGING TERMIJN 180 DAGEN NA DEFINITIEVE VASTSTELLING MET 60 DAGEN - GOEDKEURING

Goedgekeurd

met 6 onthoudingen: Paul Vanhoof (VooruitMemo), Koen Van Gompel (VooruitMemo), Tomas Sergooris (VooruitMemo), Zehra Ünlü (VooruitMemo), Lander Geyzen (VooruitMemo), Liesbet Lommelen (VooruitMemo)

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het openbaar onderzoek van het RUP 'Uitbreiding Kempense Golf Club en Stortplas' liep af op 17 juli 2025.

Het RUP 'Uitbreiding Kempense Golf Club en Stortplas' werd op 15 september 2025 definitief vastgesteld.

Later bleek dat het plan-MER geen definitieve positieve kwaliteitsbeoordeling gekregen had van Team Omgevingseffecten, waardoor de definitieve vaststelling niet wettelijk is.

Op 1 oktober 2025 werd het Team Omgevingseffecten gevraagd welke procedure gevolgd moest worden. 

Team Omgevingseffecten raadpleegde zijn juridische dienst.

Op 7 november 2025 nam het Team Omgevingseffecten contact op met de melding dat de definitieve vaststelling zonder nieuw openbaar onderzoek moest hernomen worden én dat het plan-MER nog moest bijgestuurd worden conform de nieuw vastgelegde waardes voor KDW's aangaande stikstof.  De nieuwe waardes hebben geen invloed op het eindresultaat maar dienen wel opgenomen te worden in het plan-MER.  Inhoudelijk heeft het Team Omgevingseffecten geen bijkomende opmerkingen. 

Bureau DW past het plan-MER aan en bezorgt het opnieuw aan Team Omgevingseffecten.

 

Juridische gronden

VCRO Afdeling 4 gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, Art. 2.2.21

§ 6. De gemeenteraad stelt binnen honderdtachtig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast.

De bevoegde diensten voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage beoordelen voorafgaand aan de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan de kwaliteit van het planmilieueffectrapport respectievelijk ruimtelijk veiligheidsrapport. 

 

Op gemotiveerd verzoek van het college van burgemeester en schepenen beslist de gemeenteraad over een verlenging met zestig dagen van de termijn waarin het plan moet worden vastgesteld.

 

Inspraak en advies

Dienst ruimtelijke ordening

Het RUP met bijhorend plan-MER dient binnen een periode van 180 dagen na het einde van het openbaar onderzoek definitief vastgesteld te worden.  Voor de definitieve vaststelling dient het plan-MER een positieve kwaliteitsbeoordeling van het Team Omgevingseffecten te verkrijgen.  Dit laatste ontbrak waardoor de definitieve vaststelling van het RUP op 15 september 2025 onwettig is.

 

Het plan-MER kan niet binnen een periode van 180 dagen na het einde van het openbaar onderzoek (17 juli 2025) bijgestuurd worden en een positieve kwaliteitsbeoordeling van het Team Omgevingseffecten verkrijgen.  Gezien het einde van het openbaar onderzoek in de voorbije zomervakantie en de wachttijd op het juridisch advies, is de periode van 180 dagen te kort. 

 

De dienst ruimtelijke ordening adviseert onderstaande:

De termijn van 180 dagen voor definitieve vaststelling na het openbaar onderzoek verlengen met 60 dagen op gemotiveerd verzoek van het college van burgemeester en schepenen. 

De termijn loopt dan tot 14 maart 2026, waardoor een definitieve goedkeuring mogelijk blijft.

 

College van burgemeester en schepenen

Het college van burgemeester en schepenen trad de argumentatie van de dienst ruimtelijke ordening bij met besluit van 19 november 2025.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeenteraad volgt het standpunt van de dienst ruimtelijke ordening en het college van burgemeester en schepenen en neemt dit over als zijn eigen motivering.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt goed dat de termijn van 180 dagen, die volgt op het openbaar onderzoek voor de definitieve vaststelling van het RUP ‘Uitbreiding Kempense Golf Club en Stortplas’, wordt verlengd met 60 dagen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

HOFSTRAAT/WANDELWEG - GRATIS GRONDAFSTAND IN UITVOERING VAN DE VOORWAARDEN BEPAALD IN OMGEVINGSVERGUNNING 2024/36 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 16 september 2024 hechtte de gemeenteraad goedkeuring aan het wegenistracé, met gratis grondafstand van loten 1 en 2, met een totale oppervlakte van 531 m², ter realisatie van de rooilijn.

 

Op 24 oktober 2024 leverde het gemeentebestuur een omgevingsvergunning 2024/36 af voor het verwijderen van verharding, het rooien van bomen, het slopen van gebouwen, het bouwen van 2 appartementsgebouwen met 17 woonentiteiten, het bouwen van 5 woningen en van een ondergrondse parkeergarage en omgevingsaanleg.

 

Landmeter-expert Johan Livens stelde op 4 september 2025 een opmetingsplan op.

 

Juridische gronden

Artikel 40, § 1 van het decreet over het lokaal bestuur: "Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden vermeld in artikel 2."

 

Artikel 41, 11° van het decreet over het lokaal bestuur: "De daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b) kunnen  niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd".

 

Inspraak en advies

Advies departement ruimte, projectcel Gebouwen van 24 juni 2024: gunstig.

Ontwerpakte opgesteld door notaris Hervé De Graef uit Mol.

Bodemattesten Ovam van 5 februari 2025.

 

Bijlagen

  1. Advies_projectcel_Gebouwen
  2. Bodemattest_Ovam_1287E
  3. Bodemattest_Ovam_1294B
  4. GR16092024_-_zaak_van_de_wegen
  5. Bodemattest_Ovam_1294F
  6. Ontwerpakte
  7. Opmetingsplan
  8. Bodemattest_Ovam_1287P
  9. CBS24102024_-_omgevingsvergunning_2024-36

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gratis grondafstand kadert in uitvoering van de omgevingsvergunnning 2024/36. In deze omgevingsvergunning werd de voorwaarde opgenomen dat loten 1 en 2 gratis dienen te worden afgestaan aan de gemeente Mol, om ingelijfd te worden in het gemeentelijk openbaar domein.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur. Het betreft hier een gratis grondafstand om te voegen bij de openbare wegenis. Alle kosten zijn voor de overlaters.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad is akkoord om de percelen (loten 1 en 2) gelegen in Mol, 4de afdeling, sectie F, nrs. 1287Edeel, 1294Bdeel, 1287Pdeel en 1294Fdeel, met een totale oppervlakte van 531 m², kosteloos in te lijven in het gemeentelijk openbaar domein. Loten 1 en 2 staan aangeduid op het opmetingsplan, opgesteld door landmeter-expert Johan Livens op 4 september 2025.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt de voorwaarden opgenomen in de ontwerpakte, opgesteld door notaris Hervé De Graef uit Mol, goed.

 

Artikel 3

De gratis grondafstand gebeurt om reden van openbaar nut, ter realisatie van een gedeelte van de rooilijn.

 

Artikel 4

Aangezien deze overdracht gebeurt voor algemeen nut, zijnde de inlijving in het gemeentelijk openbaar domein, wordt er vrijstelling van registratierechten gevraagd.

 

Artikel 5

Aan de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt ontslag verleend om bij de overschrijving van deze akte ambtshalve een hypothecaire inschrijving te nemen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

HULSTSTRAAT 8 - GRATIS GRONDAFSTAND IN UITVOERING VAN DE VOORWAARDEN BEPAALD IN DE OMGEVINGSVERGUNNING 2024/282 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 25 november 2024 hechtte de gemeenteraad goedkeuring aan het wegenistracé, met gratis grondafstand van lot 1, met een totale oppervlakte van 2a29ca, ter realisatie van de rooilijn.

 

Op 22 januari 2025 leverde het gemeentebestuur een omgevingsvergunning 2024/282 af voor het slopen van een bestaande woning en 3 bijgebouwen en het herbouwen van de woning. In deze vergunning werd de voorwaarde opgenomen dat het gedeelte gelegen voor de rooilijn, met een oppervlakte van 2a29ca, gratis dient te worden afgestaan aan de gemeente Mol, om toegevoegd te worden aan het openbaar domein.

 

Juridische gronden

Artikel 40, § 1 van het decreet over het lokaal bestuur: "Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden vermeld in artikel 2."

 

Artikel 41, 11° van het decreet over het lokaal bestuur: "De daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b) kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd."

 

Inspraak en advies

Advies departement ruimte, projectcel Gebouwen van 23 september 2024: gunstig.

Bodemattest Ovam van 9 september 2025.

Ontwerpakte opgesteld door notaris Geerinckx & Callewaert uit Aarschot.

 

Bijlagen

  1. Advies_projectcel_Gebouwen
  2. Bodemattest
  3. Ontwerpakte
  4. CBS22012025_-_omgevingsvergunning_2024-282
  5. Afbakeningsplan
  6. GR25112024_-_zaak_van_de_wegen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gratis grondafstand kadert in uitvoering van de omgevingsvergunning 2024/282. In deze omgevingsvergunning werd de voorwaarde opgenomen dat het gedeelte gelegen voor de rooilijn gratis dient te worden afgestaan aan de gemeente Mol, om ingelijfd te worden in het gemeentelijk openbaar domein, ter realisatie van een gedeelte van de rooilijn.

 

Financiële weerslag

De overlaters staan in voor de landmeterskosten en de kosten prekadastratie. De notariskosten en leveringskosten vallen ten laste van de gemeente.

 

Actie:

8/7/3 - we beheren de facilitaire middelen met betrekking tot de onroerende goederen

Registratiesleutel:

61319000

Bedrag:

€ 1.800,00

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad is akkoord om het perceel (lot 1), gelegen in Mol, 1ste afdeling, sectie G, nr. 973h18/deel, met een totale oppervlakte van 2a29ca, kosteloos in te lijven in het gemeentelijk openbaar domein. Lot 1 staat aangeduid op het afbakeningsplan opgesteld door landmeter-expert Jean-Pierre Hamblok uit Lommel op 3 oktober 2024.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt de voorwaarden opgenomen in de ontwerpakte, opgesteld door notaris Geerinckx & Callewaert uit Aarschot, goed.

 

Artikel 3

De gratis grondafstand gebeurt om reden van openbaar nut, ter realisatie van een gedeelte van de rooilijn.

 

Artikel 4

Aangezien deze overdracht gebeurt voor algemeen nut, zijnde de inlijving in het gemeentelijk openbaar domein, wordt er vrijstelling van registratierechten gevraagd.

 

Artikel 5

Aan de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt ontslag verleend om bij de overschrijving van deze akte ambtshalve een hypothecaire inschrijving te nemen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

MARKT 54-56 - AANSTELLING LASTHEBBER - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gelijkvloerse verdieping van het gebouw Markt 54-56, waarin het JAC gehuisvest is, maakt deel uit van een complex met handelsgelijkvloers (JAC) en daarboven 3 appartementen. Dit complex heeft de rechtspersoonlijkheid aangenomen van 'Residentie Markt 54-56' met als ondernemingsnummer 0874.230.514.

De gemeente moet jaarlijks een lasthebber aanstellen om haar te vertegenwoordigen op de algemene vergadering van de vereniging van mede-eigenaars. De gemeenteraad stelde sinds 25 april 2022 jaarlijks Peter Vandebosch, landmeter-expert van de gemeente Mol, hiervoor aan. Het departement ruimte, afdeling patrimonium & projecten, stelt voor om Peter Vandebosch, landmeter-expert van de gemeente Mol, aan te stellen als lasthebber om de gemeente Mol te vertegenwoordigen op de algemene vergadering in 2026.

 

Juridische gronden

Artikel 41, 4° van het decreet lokaal bestuur: "Het oprichten van en het toetreden tot rechtspersonen en het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen, kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.

 

Inspraak en advies

Advies Annelies Vanherck, juridische dienst IOK uit Geel, van 19 maart 2020: "Aan de vereniging van medeeigenaars wordt rechtspersoonlijkheid toegekend wanneer de volgende twee zaken zijn vervuld:

        1° het ontstaan van de onverdeeldheid door de overdracht of de toekenning van ten minste een kavel;

        2° de overschrijving van de basisakte en van het reglement van mede-eigendom op het bevoegde kantoor van de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie (art. 577 - 5 § 1 B.W.).

 

De algemene vergadering is een orgaan van de vereniging van mede-eigenaars. Iedere eigenaar van een kavel is lid van de algemene vergadering en neemt deel aan de beraadslagingen. Dit geldt dus ook voor de gemeente.

 

Elke mede-eigenaar kan zit laten vertegenwoordigen door een lasthebber. De volmacht vermeldt de naam van de lasthebber. De volmacht kan algemeen of specifiek zijn en mag slechts gelden voor één algemene vergadering, tenzij gebruik wordt gemaakt van een algemene of specifieke notariële volmacht. Een volmacht verleend voor een algemene vergadering geldt ook voor de algemene vergadering die georganiseerd wordt omdat voor de eerste algemene vergadering het quorum niet werd bereikt, tenzij anders bepaald (artikel 577 - 6 § 7 B.W.).

 

De bevoegdheid tot het aanstellen van een lasthebber komt overeenkomstig artikel 41, 4° van het decreet lokaal bestuur, toe aan de gemeenteraad. De gemeenteraad dient te beslissen over het oprichten van en toetreden tot rechtspersonen en te beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.

 

De vereniging van mede-eigenaars is een rechtspersoon en de beslissing tot aanduiding van een lasthebber namens de gemeente lijkt hierin dan ook te vallen onder voormeld artikel en aldus toe te komen aan de gemeenteraad."

 

Bijlagen

  1. Advies_IOK

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeenteraad sluit zich aan bij het advies van de juridische dienst van IOK uit Geel, van 19 maart 2020.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad verleent aan de heer Peter Vandebosch, landmeter-expert van de gemeente Mol, een volmacht om als lasthebber de gemeente Mol te vertegenwoordigen, op de algemene vergadering van mede-eigenaren in 2026 voor ' Residentie Markt 54-56' in Mol.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

DUURZAAMHEIDSRAAD - STATUTEN - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De statuten van de duurzaamheidsraad werden goedgekeurd door de gemeenteraad op 23 maart 2020. De voormalige milieuraad werd stopgezet en de vernieuwde gemeentelijke adviesraad voor duurzaamheid werd opgericht.

 

Vijf jaar later en naar aanleiding van de start van de nieuwe legislatuur zijn de statuten aan vernieuwing toe. Samen met alle leden van de adviesraad werden de statuten overlopen en artikel per artikel besproken. Alle opmerkingen werden bekeken, waarna een definitieve, vernieuwde versie van de statuten werd opgesteld.

 

Juridische gronden

Artikel 56, § 1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Inspraak en advies

De duurzaamheidsraad werkte actief mee aan de vernieuwde statuten en verleent een positief advies (zie bijlage).

Bijlagen

  1. 10022025_Organisatie_duurzaamheidsraad
  2. 29102025_Duurzaamheidsraad_WijzigingStatuten
  3. Advies Duurzaamheidsraad Statuten 112025
  4. Overzicht verenigingen DR

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De voorbije legislatuur heeft de duurzaamheidsraad goed gefunctioneerd. De raad kwam meerdere keren per jaar samen om adviezen te formuleren, werkgroepen op te starten, actiefiches op te maken, adviezen uit te werken en initiatieven zoals de actie ‘Tegels eruit, groen erin’ te organiseren. Daarbij verleende de raad onder meer adviezen over projecten/dossiers rond ruimtelijke ordening, ontharding, energie en klimaat.

 

Gaandeweg werd duidelijk dat de samenstelling en de manier van werken toe waren aan vernieuwing. De actieve leden van de duurzaamheidsraad gaven aan nood te hebben aan meer flexibiliteit in de werking, een duidelijkere rolverdeling, meer ruimte om naast adviezen ook acties naar burgers te organiseren. Daarom werd begin dit jaar gestart met het herformuleren van de missie en visie, gevolgd door de herziening van de statuten.

 

In de komende legislatuur ligt de nadruk niet enkel op het formuleren van adviezen, maar ook op het organiseren van acties naar de burger, waarbij innovatie, samenwerking en bewustwording centraal staan.

 

Binnen de raad wordt gewerkt met een groep van leden die zich engageren om actief deel te nemen aan vergaderingen en projecten. Zij vormen in de praktijk een vaste kern die continuïteit waarborgt, terwijl andere leden flexibel en ad hoc kunnen aansluiten bij specifieke thema’s of werkgroepen. Op die manier wordt ruimte geboden voor betrokkenheid op maat, met als basis wederzijds respect en de bereidheid om op langere termijn mee te bouwen aan een duurzaam lokaal beleid.

 

De duurzaamheidsraad brengt uiteenlopende perspectieven samen en streeft naar een evenwichtige vertegenwoordiging van zowel individuele burgers als verenigingen of organisaties. Bij de samenstelling van de stemgerechtigde leden wordt erop toegezien dat geen enkele groep een disproportioneel stemgewicht krijgt ten opzichte van de andere betrokkenen.

Concreet richt de duurzaamheidsraad zich op:

  1. Adviezen:

        Meer betrokkenheid bij de start van projecten.

        Proactief adviezen geven.

        Adviezen formuleren voor zowel geplande als ad-hoc projecten.

        Nauwe opvolging en terugkoppeling vanuit politiek en administratie.

  1. Acties richting burgers:

        Sensibilisering en bewustwording.

        Organiseren van publieksactiviteiten zoals infoavonden, zaadzakjesacties en no-waste-campagnes.

  1. Samenwerking en ondersteuning

        Coördinatie met andere initiatieven: Actief bijdragen aan en ondersteunen van initiatieven van aangesloten organisaties en verenigingen.

        Eigen projecten: oprichting van een werkgroep die jaarlijks de planning van projecten, evenementen en activiteiten opstelt.

 

Leden van de adviesraad kunnen zich naar keuze engageren voor (1) adviezen, (2) acties richting burgers en/of (3) samenwerking en ondersteuning. Zo kan ieder lid, afhankelijk van interesse en beschikbaarheid, bijdragen aan adviezen of acties voor de Molse burger.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt volgende statuten van de gemeentelijke adviesraad voor duurzaamheid principieel goed:

 

Statuten: voorstel aanpassingen 2026 - 2031

 

Artikel 1 - Oprichting en benaming

 

Er wordt een gemeentelijke adviesraad voor klimaat, natuur en duurzame ontwikkeling opgericht, hierna de duurzaamheidsraad genoemd. Deze raad is een officieel adviesorgaan dat streeft naar een klimaatbestendige en leefbare gemeente waarin ecologische, sociale en economische duurzaamheid hand in hand gaan.

 

Artikel 2 - Zetel

 

De zetel van de duurzaamheidsraad is gevestigd in het gemeentehuis van de gemeente Mol, Molenhoekstraat 2, 2400 Mol, alwaar ook de vergaderingen van deze duurzaamheidsraad plaatsvinden.

 

Artikel 3 - Samenstelling

 

De duurzaamheidsraad bestaat uit diverse belanghebbenden, in het bijzonder verenigingen, organisaties en initiatieven die zich inzetten voor een duurzame ontwikkeling in de gemeente. Ook individuele burgers die zich willen engageren rond thema’s als klimaat, natuur, mobiliteit, energie of sociaal-maatschappelijke duurzaamheid kunnen toetreden tot de raad. Op die manier wordt een brede betrokkenheid van de Molse gemeenschap gestimuleerd. De raad staat open voor uiteenlopende thema’s die bijdragen aan een leefbare en veerkrachtige gemeente.

 

Voorbeelden van betrokken partners zijn lokale natuurverenigingen, maatschappelijke organisaties en initiatieven rond circulaire economie. Nieuwe partners kunnen ten allen tijden worden toegelaten wanneer zich aanvullende relevante verenigingen of organisaties aandienen, of wanneer nieuwe thema’s of projecten dit noodzakelijk maken.

 

In de praktijk werkt de raad met een kern van leden die zich structureel engageren om actief deel te nemen aan vergaderingen en projecten. Deze kern waarborgt continuïteit, terwijl andere leden flexibel en ad hoc kunnen aansluiten bij specifieke thema’s of werkgroepen.

 

Bij de samenstelling van de stemgerechtigde leden wordt erop toegezien dat er een evenwichtige vertegenwoordiging is van zowel individuele burgers als verenigingen, zodat geen enkele groep disproportioneel stemgewicht krijgt. Daarnaast kunnen diverse deskundigen/experts worden uitgenodigd als waarnemers bij relevante dossiers; zij hebben geen stemrecht.

 

Elke partnerorganisatie kan één stemgerechtigd lid afvaardigen. Per organisatie kunnen maximaal twee personen deelnemen aan de vergaderingen. Individuele inwoners die geëngageerd willen meewerken aan het gemeentelijke beleid rond klimaat, natuur en duurzame ontwikkeling kunnen eveneens stemgerechtigd lid worden.

 

Van elke politieke fractie die vertegenwoordigd is in de gemeenteraad zetelt één vertegenwoordiger in de duurzaamheidsraad, zonder stemrecht. Ook gemeenteraadsleden die daarnaast nog lid zijn van de raad, beschikken niet over stemrecht.

 

De leden van de duurzaamheidsraad moeten ofwel gedomicilieerd zijn in onze gemeente ofwel lid zijn van een organisatie die actief is binnen onze gemeente.

 

De duurzaamheidsraad telt maximum 40 leden. Elk stemgerechtigd lid kan een plaatsvervanger aanduiden bij de samenstelling van de raad. Geïnteresseerde verenigingen of burgers kunnen zich aanmelden via duurzaamheid@gemeentemol.be. De schepenen met duurzaamheid als bevoegdheid, is van ambtswege, zonder stemrecht, lid van de duurzaamheidsraad.

  

Artikel 4 - Mandaat

 

Het onbezoldigd mandaat geldt voor dezelfde termijn als de bestuursperiode van de Molse gemeenteraad. Het mandaat blijft echter doorlopen totdat de duurzaamheidsraad formeel is vernieuwd na de gemeenteraadsverkiezingen.

 

Het mandaat is hernieuwbaar.

 

Aan het mandaat van de leden wordt een einde gesteld:

        door persoonlijk ontslag uit de duurzaamheidsraad

        door drie opeenvolgende niet-gemotiveerde afwezigheden

        door verhuis van één van de burgers die tegelijkertijd ook geen lid zijn van een organisatie die actief is binnen de gemeente

        door het overlijden van een afgevaardigde

 

De vervangingen van een mandaat wegens ontslag worden vooraf door de betrokken organisatie of persoon schriftelijk meegedeeld aan de voorzitter van de duurzaamheidsraad.

 

Artikel 5 - Voorzitter, ondervoorzitter en secretaris

 

De voorzitter en de ondervoorzitter van de duurzaamheidsraad worden gekozen door en uit de groep van de stemgerechtigde leden. De voorzitter leidt de vergadering. Bij afwezigheid wordt zijn taak overgenomen door de ondervoorzitter.

 

De stemming voor al deze functies gebeurt schriftelijk en bij gewone meerderheid van stemmen, ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden. Als geen enkele kandidaat de gewone meerderheid van stemmen heeft behaald, vindt er een tweede stemronde plaats. Daarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald.

 

De dienst duurzaamheid van de gemeente staat in voor het secretariaat en de coördinatie van de duurzaamheidsraad en vervult ook de rol van brugfiguur naar het gemeentebestuur.

 

Artikel 6 – Doel – taken

 

6.1 Adviesrol

De duurzaamheidsraad geeft uit eigen beweging advies of wordt door het gemeentebestuur om advies gevraagd over aangelegenheden die te maken hebben met het beleid inzake klimaat, natuur en duurzame ontwikkeling.

 

Onder de adviesfunctie verstaan we:

        alle aspecten met betrekking tot het voorkomen, het aanwijzen en het bestrijden van milieuhinder en milieuverontreiniging die op het grondgebied van de gemeente voorkomen of die tot de gemeentelijke bevoegdheid behoren;

        alle aspecten met betrekking tot het behoud, de ontwikkeling en de bescherming van de natuur op het grondgebied van de gemeente, voor zover die aspecten tot de gemeentelijke bevoegdheid behoren;

        advies aan de hogere overheid over zaken van milieu en natuur op het grondgebied van de gemeente;

        de uitvoering van het gemeentelijk natuurontwikkelingsplan

        de uitvoering van de Burgemeestersconvenant en SECAP

        klimaatgerelateerde doelstellingen

        circulaire economie

        afval voorkomen, recupereren, recycleren en verwerken

        duurzame grondstoffen en materialen

        duurzame ontwikkeling in het algemeen

 

De duurzaamheidsraad geeft geen adviezen over volgende aangelegenheden:

        dossiers waar de openbare veiligheid mee gemoeid is;

        documenten die geen openbaar karakter hebben;

        de handhaving van de openbare orde en de veiligheid;

        het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten;

        inspectie, controle en onderzoek door of vanwege overheidsorganen;

        de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van eenieder.

 

6.2 Bewustwording en publiekswerking

De duurzaamheidsraad onderzoekt en ondersteunt initiatieven die het klimaat, de natuur en de duurzame ontwikkeling binnen de gemeente bevorderen. Daarnaast zet de raad zich actief in om bij inwoners bewustwording en betrokkenheid te vergroten via gerichte acties, campagnes en communicatie.

 

6.3 Samenwerking en ondersteuning

De duurzaamheidsraad vervult een coördinerende rol door het stimuleren van samenwerking tussen lokale organisaties en initiatieven rond klimaat, natuur en duurzaamheid. Dit gebeurt zowel op eigen initiatief als op verzoek, met als doel het bundelen van krachten en het versterken van gezamenlijke duurzaamheidsinspanningen.

 

Leden van de adviesraad kunnen zich naar keuze engageren voor (6.1) adviezen, (6.2) acties richting burgers en/of (6.3) samenwerking en ondersteuning. Zo kan ieder lid, afhankelijk van interesse en beschikbaarheid, bijdragen aan adviezen of acties voor de Molse burger.

 

Artikel 7 - Ondersteuning van de duurzaamheidsraad

 

De gemeente ondersteunt de werking van de duurzaamheidsraad met logistieke ondersteuning, zoals het ter beschikking stellen van vergaderruimtes, administratieve opvolging en communicatie.

 

Het gemeentebestuur zorgt ervoor dat alle relevante openbare documenten minstens één week voor de geplande vergadering digitaal aan de leden worden bezorgd. Zo kan de duurzaamheidsraad tijdig onderbouwde en doeltreffende adviezen formuleren.

 

De secretaris stelt uiterlijk binnen tien werkdagen na elke bijeenkomst een verslag op. Dit verslag wordt verspreid naar alle leden van de duurzaamheidsraad. Het college van burgemeester en schepenen kan de verslagen digitaal opvragen bij de secretaris. Adviezen en voorstellen van de duurzaamheidsraad worden eveneens overgemaakt aan het college en, indien de gemeenteraad bevoegd is, aan de gemeenteraad.

 

Artikel 8 - Werkgroepen

 

Er kunnen binnen de duurzaamheidsraad werkgroepen opgericht worden. De werkgroepen hebben een tijdelijke opdracht om onderwerpen voor te bereiden ter bespreking, uitvoering of goedkeuring. Zij kunnen bijdragen aan de adviesrol van de raad, acties richting burgers of samenwerking met partners, in lijn met de missie en visie van de raad.

 

In elke werkgroep wordt een woordvoerder aangeduid die de vergaderingen voorzit. De woordvoerder brengt verslag uit van de vergaderingen op de eerstvolgende duurzaamheidsraad. De voorzitter en de secretaris van de duurzaamheidsraad wordt op de hoogte gebracht van de data en de agenda van de vergaderingen van de werkgroepen. De voorzitter mag steeds aanwezig zijn op de vergaderingen van de werkgroepen.

 

Artikel 9 - Vergaderingen - Uitnodigingen - Agenda

 

Het secretariaat roept in overleg met de voorzitter de duurzaamheidsraad bijeen. De raad vergadert jaarlijks minstens drie keer. De exacte data zijn flexibel, maar vinden steeds in dezelfde periodes plaats.

 

De bijeenroeping gebeurt per e-mail, ten minste 7 dagen voor de gestelde vergadering. De uitnodiging vermeldt:

        datum, uur en plaats van samenkomst

        de agenda (+ bijlagen van de agendapunten)

 

De leden kunnen vooraf punten aan de agenda toevoegen mits schriftelijke mededeling ervan aan de voorzitter, uiterlijk 2 dagen voor de vergadering.

 

Een buitengewone vergadering wordt binnen de veertien dagen samengeroepen, met vermelding van de gevraagde agendapunten, wanneer een derde van de stemgerechtigde leden of het gemeentebestuur hierom verzoekt.

 

De vergaderingen zijn niet openbaar.

 

Artikel 10 - Stemming

 

De duurzaamheidsraad streeft in de eerste plaats naar consensus bij het formuleren van adviezen en het nemen van beslissingen. Indien consensus niet wordt bereikt, worden beslissingen genomen bij eenvoudige meerderheid van stemmen van de aanwezige stemgerechtigde leden. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht verworpen te zijn.

 

Een stemronde wordt gehouden indien één derde van de aanwezige stemgerechtigde leden hierom verzoekt. Elk stemgerechtigd lid beschikt over één stem. Er wordt in principe mondeling gestemd, behalve bij stemmingen over personen of indien meer dan de helft van de aanwezige stemgerechtigde leden om een geheime stemming verzoekt.

 

Artikel 11 – Varia

 

        De duurzaamheidsraad kan een reglement van inwendige orde opstellen.

        Het wijzigen van de statuten gebeurt door de gemeenteraad na een advies ter zake van de duurzaamheidsraad.

        In gevallen waarin deze statuten niet voorzien, beslist de duurzaamheidsraad bij gewone meerderheid.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

AANMELDEN BASISONDERWIJS - OPSTART AANMELDPROCEDURE - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In zitting van 30 mei 2016 ging de gemeenteraad principieel akkoord met de opstart van een aanmelddossier, op voorwaarde dat alle basisscholen van de verschillende schoolbesturen op het grondgebied van Mol participeerden.

 

Het aanmelddossier werd, in samenwerking met de scholen binnen het vrij onderwijs, het gemeenschapsonderwijs en het gemeentelijk onderwijs in Mol, samengesteld en goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 19 december 2016.

 

Om het systeem van digitaal aanmelden en inschrijven opnieuw toe te passen voor de aanmeldingen voor schooljaar 2026-2027 werd uiterlijk op 15 november 2025 het nieuwe aanmelddossier doorgegeven aan de Commissie inzake Leerlingenrechten. Om het voorgelegde dossier effectief tot uitvoering te brengen wordt een goedkeuring door de gemeenteraad gevraagd.

 

Vanuit de Commissie inzake Leerlingenrechten wordt de keuze gegeven om het bestaande dossier te verlengen, een standaarddossier B of een standaarddossier C in te dienen. Na overleg met de 'netoverschrijdende werkgroep aanmelden en inschrijven' wordt geopteerd om een standaarddossier B in te dienen, met afwijking van een capaciteitsbepaling voor anderstalige nieuwkomers.

 

Het standaarddossier B bevat volgende specifieke items:

        De volgende ordeningscriteria, zoals goedgekeurd in het vorige aanmelddossier, worden toegepast: rangorde van keuze, afstand van het domicilie adres van de leerling tot de vestigingsplaats, toeval.

        De mogelijkheid wordt gegeven om opnieuw te werken met een voorrangsperiode voor de voorrangsgroepen, conform het vorige goedgekeurde aanmelddossier. Dit zorgt voor transparantie naar ouders over het aantal beschikbare plaatsen. Daarnaast wordt op deze manier rekening gehouden met de draagkracht van de schoolsecretariaten door de inschrijvingen te spreiden over twee periodes.

        De aanmeldingsperiode voor de voorrangsgroepen loopt van 5 januari 2026 tot en met 19 januari 2026. Deze geldt voor:

        ouders met kinderen die al broertjes of zusjes op dezelfde school hebben

        kinderen van schoolpersoneel.

        De aanmeldingsperiode voor alle andere kinderen loopt van 24 februari 2026 tot en met 17 maart 2026.

        Op vraag van de verschillende schoolbesturen in Mol besliste de gemeenteraad op 20 november 2017 om capaciteit te bepalen voor anderstalige nieuwkomers. Een schoolbestuur mag een capaciteit bepalen voor anderstalige nieuwkomers. Dit laat een school toe om – eens de vooraf bepaalde capaciteit voor anderstalige nieuwkomers bereikt is - een anderstalige nieuwkomer te weigeren, ook wanneer de capaciteit voor het betreffende niveau, geboortejaar, … nog niet bereikt is. Op die manier vermijdt men dat de draagkracht van de school overschreden wordt. Een school met verschillende vestigingsplaatsen bepaalt de capaciteit voor anderstalige nieuwkomers op niveau van elke vestigingsplaats.

Deze capaciteit mag nooit minder zijn dan:

        4 leerlingen voor scholen of vestigingsplaatsen met een capaciteit van maximum 100 leerlingen

        8 leerlingen voor scholen of vestigingsplaatsen met een capaciteit van 101 of meer leerlingen

Om deze capaciteitsbepaling opnieuw te kunnen toepassen, wordt een afwijking op het standaarddossier B gevraagd.

 

Om ouders tijdig en correct te informeren, ontvangen ouders met kinderen geboren in 2024 begin december 2025 een brochure met een toelichting over het aanmeldsysteem.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

Artikel 37bis tot en met artikel 37vicies septies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.

De omzendbrief BaO/2022/02.

 

Inspraak en advies

De schoolbesturen van de vrije scholen gaven een mandaat aan het gemeentebestuur van Mol voor het indienen van een standaarddossier B, met afwijking van een capaciteitsbepaling voor anderstalige nieuwkomers.

De schoolbesturen van het gemeenschapsonderwijs gaven een mandaat aan het gemeentebestuur van Mol voor het indienen van een standaarddossier B, met afwijking van een capaciteitsbepaling voor anderstalige nieuwkomers.

 

Bijlagen

  1. Melding van het gebruik van een aanmeldingsprocedure
  2. Tijdlijn aanmeldingen 2026-2027
  3. Mandaat schoolbestuur KOM
  4. Mandaat schoolbestuur Fluxus
  5. Mandaat schoolbestuur gemeentelijk onderwijs - beslissing CBS 5 november 2025
  6. Brochure aanmelden en inschrijven 2026-2027

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Om het systeem van digitaal aanmelden en inschrijven opnieuw toe te passen voor de aanmeldingen voor schooljaar 2026-2027 werd uiterlijk op 15 november 2025 het nieuwe aanmelddossier doorgegeven aan de Commissie inzake Leerlingenrechten. Om het voorgelegde dossier effectief tot uitvoering te brengen wordt een goedkeuring door de gemeenteraad gevraagd.

 

Financiële weerslag

Er wordt geen financiële ondersteuning meer voorzien door de Vlaamse Overheid.

 

Actie

5/3/1 

Registratiesleutel

61410060/088900 - Werkingskosten scholen: administratief drukwerk en kopieerkosten

Bedrag

€ 400 uitgave

 

Actie

8/5/1 

Registratiesleutel

61423000/011901 - ICT

Bedrag

€ 4.800 uitgave

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad gaat akkoord om het voorgelegde aanmelddossier effectief tot uitvoering te brengen voor de aanmeldingen voor schooljaar 2026-2027.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

RECHTSPOSITIEREGELING (RPR) - AANPASSING BIJLAGE 1 - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 20 januari 2023 heeft de Vlaamse Regering het nieuwe Rechtspositiebesluit goedgekeurd. Het Rechtspositiebesluit werd op 8 maart 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en trad in werking op 18 maart 2023.

 

De gemeenteraad keurde de nieuwe rechtspositieregeling goed in zitting van 16 september 2024. De rechtspositieregeling werd reeds aangepast en voor het laatst in zitting van 20 oktober 2025.

 

In de rechtspositieregeling dienen er wijzigingen te worden aangebracht. De juridische dienst van Cipal-Schaubroeck deelde mede dat bijlage 1 'Overzicht van de verloven en afwezigheden, de administratieve toestand en de geldelijke en administratieve gevolgen' dient te worden aangepast.

 

In bijlage 1 'Overzicht van de verloven en afwezigheden, de administratieve toestand en de geldelijke en administratieve gevolgen' staan de gelijkstellingen opgenomen. Hier wordt bepaald welke afwezigheid of verlof al dan niet meetelt voor onder andere vakantiegeld, eindejaarstoelage, dienstanciënniteit, vakantiedagen, ziektekredietdagen,....

 

Bij sommige afwezigheden staan er percentages of 'pro rata' vermeld. Dit is niet meer mogelijk volgens het Rechtspositiebesluit. Pro rata bestaat niet meer. De afwezigheid wordt ofwel gelijkgesteld ofwel niet.

 

Juridische gronden

        Artikel 186 § 1 decreet lokaal bestuur

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen van 20 januari 2023

        De gemeenteraad keurde de nieuwe rechtspositieregeling goed in zitting van 16 september 2024; laatst gewijzigd ingevolge zitting van 20 oktober 2025.

 

Inspraak en advies

Het overleg- en onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties leverde een protocol af op datum van 3 december 2025.

 

Bijlagen

  1. Rechtspositieregeling - Bijlage 1 'Overzicht van de verloven en afwezigheden, de administratieve toestand en de geldelijke en administratieve gevolgen' - aanpassing werden in het rood/geel aangeduid
  2. Protocol van de representatieve vakorganisaties van 3 december 2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In bijlage 1 'Overzicht van de verloven en afwezigheden, de administratieve toestand en de geldelijke en administratieve gevolgen' staan de gelijkstellingen opgenomen. Hier wordt bepaald welke afwezigheid of verlof al dan niet meetelt voor onder andere vakantiegeld, eindejaarstoelage, dienstanciënniteit, vakantiedagen, ziektekredietdagen,....

 

Bij sommige afwezigheden staan er percentages of 'pro rata' vermeld. Dit is niet meer mogelijk volgens het Rechtspositiebesluit. Pro rata bestaat niet meer. De afwezigheid wordt ofwel gelijkgesteld ofwel niet.

 

Bij pleegzorgverlof en pleegouderverlof staat er bij eindejaarstoelage (statutair/contractueel) een percentage dan wel 'pro rata' vermeld. Dit dient te worden aangepast naar 'ja'.

 

De berekening van de eindejaarstoelage van statutairen die in disponibiliteit zitten dient ook te worden aangepast. Er stond een percentage vermeld. Er wordt nu dezelfde redenering toegepast als bij de berekening van het vakantiegeld.

- disponibiliteit beperkt tot 12 maanden: ja

- disponibiliteit meer als 12 maanden: nee

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het bestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De raad keurt de aanpassingen van bijlage 1 'Overzicht van de verloven en afwezigheden, de administratieve toestand en de geldelijke en administratieve gevolgen' in de rechtspositieregeling goed zoals vermeld in de bijlage gevoegd aan dit besluit.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

KOOPKRACHTMAATREGEL - VERHOGING MAALTIJDCHEQUES - GOEDKEURING

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het VIA6akkoord is een Vlaams Intersectoraal Akkoord dat als doel heeft de koopkracht van personeel in de Vlaamse profitsectoren te verhogen. Dit akkoord stelt subsidies beschikbaar om de koopkracht van werknemers te verhogen.

 

Het bestuur ontving van de Gemeenschappelijke Sociale Dienst Vlaanderen (GSD-V) een bericht over de heroriëntering van de middelen koopkracht. Die middelen hangen samen met de verhoging van de eindejaarspremie naar 3,6% voor medewerkers in de klassieke VIA-sectoren, zoals jeugd en sport en kinderopvang. Deze verhoging is afgesproken in het VIA6-akkoord.

 

De GSD-V kende hiervoor een subsidie toe die gebaseerd was op een raming van de meerkost. Uit recente berekeningen blijkt nu dat de werkelijke kost lager ligt dan de oorspronkelijke inschatting. Het verschil wordt niet teruggevorderd van de lokale besturen, maar krijgt vanaf 2025 een nieuwe bestemming.

 

Het bestuur blijft het volledige bedrag ontvangen, maar de uitbetaling gebeurt voortaan in twee delen.

 

Tachtig procent (80%) van de subsidies dient te worden besteed aan de verhoging van de eindejaarstoelage en voor de overige twintig procent (20%) mag het bestuur een nieuwe koopmaatregel invoeren.

 

Elk bestuur mag zelf bepalen hoe het tweede deel wordt inzet, zolang hierover een protocol wordt afgesloten in het bevoegde syndicale overleg. De besteding moet ten goede komen aan VIApersoneelsleden van het bestuur.

 

Het bestuur wenst de heroriëntering van de koopkracht door te voeren door een verhoging van de werkgeversbijdrage van de maaltijdcheques van een halve euro (0,50 euro) per maaltijdcheque.

 

Ingevolge deze verhoging bedraagt de waarde van de maaltijdcheque acht euro (8,00 euro).

Om de gelijkheid te behouden tussen de werknemers, wordt deze verhoging doorgevoerd voor al de werknemers en dus niet enkel voor de personeelsleden die vallen onder het VIA6-akkoord (uitgezonderd die worden uitgesloten in de rechtspositieregeling, zoals art. 60’ers).

 

In de rechtspositieregeling dient artikel 229 §3 te worden aangepast.

 

Juridische gronden

VIA6-akkoord (Zesde Vlaams Intersectoraal Akkoord van 30 maart 2021 voor de Social/Non Profitsectoren voor de periode 2021-2025)

 

Inspraak en advies

Het overleg- en onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties leverde een protocol af op datum van 3 december 2025.

 

Bijlagen

  1. Protocol van de representatieve vakorganisaties van 3 december 2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Elk bestuur mag zelf bepalen hoe het tweede deel wordt inzet, zolang hierover een protocol wordt afgesloten in het bevoegde syndicale overleg. De besteding moet ten goede komen aan VIApersoneelsleden van het bestuur.

 

In onderstaande tabel staat een overzicht van de VIA-koopkrachtsubsidies ‘klassieke heroriëntering’ die vanuit GSD-V gestort worden met:

        de gestorte subsidie voor 2025 en

        de prognose voor de subsidies voor de duurtijd van de meerjarenplanning.

 

Tabel voor GEMEENTE MOL               

 

VIA6 klassieke heroriëntering

2025

€ 6.349,47

2026

€ 6.476,46

2027

€ 6.605,99

2028

€ 6.738,11

2029

€ 6.872,87

2030

€ 7.010,33

2031

€ 7.150,54

 

Het GSD-V geeft voor het bepalen van de nieuwe koopmaatregel twee niet-bindende suggesties:

        Geef voorrang aan personeelsleden die nog geen recht hadden op een voorafname in het kader van het IFIC-loonmodel

        Richt je op medewerkers en hun rechtstreeks leidinggevenden in de betrokken voorzieningen.

 

Het bestuur wenst de heroriëntering van de koopkracht door te voeren door een verhoging van de werkgeversbijdrage van de maaltijdcheques van een halve euro (0,50 euro) per maaltijdcheque.

 

Ingevolge deze verhoging bedraagt de waarde van de maaltijdcheque acht euro (8,00 euro).

Om de gelijkheid te behouden tussen de werknemers, wordt deze verhoging doorgevoerd voor al de werknemers en dus niet enkel voor de personeelsleden die vallen onder het VIA6-akkoord (uitgezonderd die worden uitgesloten in de rechtspositieregeling, zoals art.60’ers).

 

De heroriëntering van de subsidie is voorzien vanaf 2025. Bij GSD-V werd nagevraagd wat de gevolgen zijn ingeval er een koopkrachtverhoging voorzien wordt vanaf 2026 in plaats van 2025. Zij geven aan dat indien daar een akkoord met de vakbonden over bereikt wordt, er geen probleem is om de middelen 2025 toe te voegen aan het budget 2026.

 

Het VVSG is aan het onderhandelen om via een sectoraal akkoord de maaltijdcheques voor alle medewerkers te verhogen met 2 x 1 euro (een keer vanaf 2027 en een keer vanaf 2030).

VVSG deelde in hun mail van 5 november 2025 mee dat het inderdaad de bedoeling is dat de maaltijdcheques stijgen met 1 euro in 2027 en nog eens met 1 euro in 2030. Het referentiepunt is het jaar 2025. Indien het bestuur beslist om de maaltijdcheques in 2026 al op te trekken met 0,5 euro, het bestuur dan al de helft van de inspanning heeft geleverd die vanaf 2027 wordt verwacht. Het volstaat om dan in 2027 de maaltijdcheques met 0,5 euro te verhogen, zodat het bestuur aan 1 euro komt.

 

In de rechtspositieregeling dient artikel 229 §3 te worden aangepast.

Het huidige artikel 229 §3 dient te worden geschrapt en te worden vervangen als volgt:

“Artikel 229

[…]

§3 De waarde van één maaltijdcheque bedraagt 8,00 euro. De werkgeversbijdrage is gelijk aan 6,90

euro. De werknemersbijdrage is gelijk aan 1,10 euro.”

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft een financiële gevolgen voor het bestuur.

De verhoging van de werkgeversbijdrage werd mee opgenomen in het ontwerp meerjarenplan van 2026-2031 en is bijgevolg budgettair voorzien vanaf 1 januari 2026.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad gaat akkoord met de verhoging van de werkgeversbijdrage van de maaltijdcheques van een halve euro (0,50 euro) per maaltijdcheque. Ingevolge deze verhoging bedraagt de waarde van de maaltijdcheque acht euro (8,00 euro). Deze aanpassing gaat van kracht vanaf 1 januari 2026.

 

Artikel 2

In de rechtspositieregeling wordt het huidige artikel 229 §3 geschrapt en vervangen als volgt:

Artikel 229

[…]

§3 De waarde van één maaltijdcheque bedraagt 8,00 euro. De werkgeversbijdrage is gelijk aan 6,90 euro. De werknemersbijdrage is gelijk aan 1,10 euro.”

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

VERZOEKSCHRIFT - PETITIE VEILIGE GOMPELDIJK - KENNISNAME GEMOTIVEERD ANTWOORD

Met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad van 24 november 2025 nam kennis van het op 7 oktober 2025 ingediende verzoekschrift 'Veilige Gompeldijk'.

 

Conform de bepalingen van het decreet lokaal bestuur en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad is er met een afvaardiging van de ondertekenaars van de petitie een participatietraject opgestart en werd er een gemotiveerd antwoord verstuurd.

 

Juridische gronden

Het decreet lokaal bestuur.

Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad.

 

Bijlagen

1) e-mail van 7 oktober 2025

2) petitie Veilige Gompeldijk (verzoekschrift)

3) e-mail van 27 oktober 2025 met lijst bijkomende ondertekenaars petitie

4) antwoord van 2 december 2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Artikel 42, § 1 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad zegt dat iedere burger het recht heeft verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de organen van de gemeente in te dienen. De organen van de gemeente zijn de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen, de voorzitter, de burgemeester, de algemeen directeur en elk ander orgaan van de gemeente dat als overheid optreedt.

 

Artikel 43, §1 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad zegt dat als het een verzoekschrift voor de gemeenteraad betreft, de voorzitter van de gemeenteraad het verzoekschrift op de agenda van de eerstvolgende vergadering agendeert, indien het verzoekschrift minstens twintig dagen voor de vergadering werd ontvangen. Wordt het verzoekschrift later ingediend dan komt het op de agenda van de volgende vergadering.

 

Artikel 43, §4 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad zegt dat de gemeenteraad binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker verstrekt of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad neemt kennis van het gemotiveerd antwoord aan de indiener van het verzoekschrift en de opstart van het participatietraject.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 20/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.