ZITTING VAN MAANDAG 23 FEBRUARI 2026

 

Aanwezig:

voorzitter

Ann Smeyers

burgemeester

Wim Caeyers

schepenen

Greet Van Tiggelen, Lotte Vreys, Hilde Valgaeren, Lieve Heurckmans, Hans De Groof, Frederik Loy, Wendy Soeffers

raadsleden

Paul Vanhoof, Koen Van Gompel, Tomas Sergooris, Zehra Ünlü, Maria Belmans, Jan Vangheel, Hanne Paepen, Lander Geyzen, Sofie Molenberghs, Chris Xhenseval, Cindy Dexters, Emiel Ruts, Ward Buyens, Jens Timmermans, Liesbet Lommelen, Marc Sannen, Lisette Heuvelmans, Griet Van Hecken, Stef Vandycke, Mick Vanlimbergen

algemeen directeur

Laurens Moubax

Verontschuldigd:

raadsleden

Anneleen Dom, Maarten Van Camp, Kris Paepen, Sonja Smaers

 

schepen Hans De Groof verlaat de vergadering vanaf punt 12.

schepen Hans De Groof vervoegt de vergadering vanaf punt 15.

 

Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

NOTULEN GEMEENTERAAD - 19 JANUARI 2026- GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad vergaderde in zitting van 19 januari 2026.

 

De notulen en het verslag van de toegevoegde agenda van deze gemeenteraad werden in Meeting.mobile gekoppeld als bijlage aan dit agendapunt.

 

Juridische gronden

Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de notulen van de vergadering van de gemeenteraad worden opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur overeenkomstig artikelen 277 en 278.

Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de notulen ter beschikking worden gesteld.

 

Artikel 33 § 1 van het huishoudelijk reglement - goedgekeurd op de gemeenteraad van 11 maart 2019 - bepaalt dat de notulen van de gemeenteraad alle besproken onderwerpen vermelden in chronologische volgorde, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen.

 

Artikel 34 § 1 van het huishoudelijk reglement bepaalt dat de notulen van de vergadering van de gemeenteraad onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur worden opgesteld overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur. 

 

Bijlagen

  1. Notulen en verslag gemeenteraad 19 januari 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het is verplicht dat de notulen van de vorige gemeenteraad worden goedgekeurd op de eerstvolgende gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De notulen van de gemeenteraad van 19 januari 2026 worden goedgekeurd.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

PROTESTANTSE KERK -  MEERJARENPLAN 2026-2031 EN BUDGET 2026 - GOEDKEURING EN AKTENAME

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het definitieve ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 voor de Evangelische Kerk Balen werd bij het gemeentebestuur ingediend. Gekoppeld aan het meerjarenplan is er het budget voor 2026. Dit werd samen met het meerjarenplan ingediend.

 

Juridische gronden

Artikel 43 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten stelt dat de meerjarenplannen onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.

 

Volgens artikel 48 van hetzelfde decreet, neemt de gemeenteraad akte van het budget, als de gemeentelijke bijdrage in het budget binnen de grenzen blijft van het bedrag opgenomen in het goedgekeurde meerjarenplan.

 

Bijlagen

1) Meerjarenplan 2026-2031 - Evangelische Kerk

2) Budget 2026 - Evangelische Kerk

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De meerjarenplannen werden opgesteld na intense samenwerking tussen de kerkfabrieken en de gemeente.  Ze bevatten de noodzakelijke ontvangsten en uitgaven nodig om de kerkfabrieken te laten functioneren.

 

Aangezien het budget 2026 het eerste uitvoeringsjaar is van het meerjarenplan 2026-2031 en dus enkel een detaillering van de cijfers uit de financiële nota van dat meerjarenplan, houdt een goedkeuring van het meerjarenplan automatisch de goedkeuring van de budgetten 2026 in.

 

Financiële weerslag

De Evangelische Kerk Balen heeft volgende cijfers in haar meerjarenplan opgenomen:

 

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Exploitatietoelage*

€6.058,79

€9.580,65

€9.813,58

€10.050,71

€10.338,10

€10.583,90

Investerings-

toelage*

€1.610

0

0

0

0

0

*De gemeente Mol dient 46 % voor haar rekening te nemen (reeds verrekend).

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de Evangelische Kerk Balen goed.

 

Artikel 2

De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

BELASTING OP DRIJFKRACHT: AANSLAGJAREN 2026-2031 - AANPASSING - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 15 december 2025 een reglement goed voor de belasting op drijfkracht: aanslagjaar 2026-2031.

 

Er wordt gevraagd om een materiële fout in het reglement 'belasting op drijfkracht: aanslagjaren 2026-2031' aan te passen. In artikel 8 wordt melding gemaakt van de uiterste aangiftedatum op 31 september, wat 30 september moet zijn.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

 

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Er wordt gevraagd om een materiële fout in het reglement 'belasting op drijfkracht: aanslagjaren 2026-2031' aan te passen. In artikel 8 wordt melding gemaakt van de uiterste aangiftedatum op 31 september, wat 30 september moet zijn.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

 

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73402000/002000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit een materiële fout in het reglement 'belasting op drijfkracht: aanslagjaren 2026-2031' recht te zetten. Het reglement moet als volgt gelezen worden:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, heft de gemeente een jaarlijkse belasting op het gebruik van motoren, ongeacht het type energiebron.

 

De belasting bedraagt 36 euro per kilowatt (kW) geïnstalleerd vermogen van motoren die worden gebruikt voor de uitbating van:

        Land- en tuinbouwbedrijven

        Handels-, nijverheids- en recreatieondernemingen

        Andere ondernemingen, instellingen of verenigingen – ongeacht hun naam of rechtsvorm

 

De belasting geldt ongeacht de aandrijfbron van de motoren.

 

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de uitbater van de inrichting waar de motor(en) worden gebruikt.

Ook motoren in bijgebouwen vallen onder deze belasting als:

        Ze minstens drie maanden ononderbroken op het grondgebied van de gemeente actief zijn

        Ze worden gebruikt voor de uitbating van de hoofdvestiging

 

Als een bijgebouw in een andere gemeente ligt, wordt de belasting naar verhouding verminderd.

Motoren die gebruikt worden voor de verbinding met bijgebouwen of wegen, worden belast in de gemeente waar de hoofdvestiging is gevestigd.

 

Artikel 3

De belasting wordt berekend op basis van het totaal geïnstalleerd vermogen van alle motoren binnen dezelfde vestiging. Ook motoren die niet gelijktijdig werken, worden meegeteld.

        Bij één motor: het vermogen uit de plaatsingsvergunning geldt

        Bij meerdere motoren: de vermogens worden opgeteld volgens de vergunningen

 

Artikel 4

Volgende motoren, toestellen en situaties zijn vrijgesteld van de belasting

  1.    Motoren die het hele aanslagjaar buiten gebruik zijn gesteld (mits voorafgaande schriftelijke aangifte)

 

  1. Motoren die minstens één maand buiten gebruik zijn: pro rata vermindering mogelijk na melding

Het stilleggen voor een duur gelijk aan of langer dan een maand geeft aanleiding tot belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden gedurende dewelke de motoren stilgelegd worden.

Geen belastingvermindering kan verleend worden, tenzij op ter post aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven berichten, waarbij de datum van het stilleggen en de datum van het weder in gang stellen van de motor bekendgemaakt wordt aan het gemeentebestuur.

Voor de berekening van de belastingvermindering gaat de stillegging eerst in na ontvangst van het eerste bericht.

 

  1.    Verplaatsbare motoren van bouwondernemingen: vrijstelling op basis van werfboekjes (voorwaarde: aanvraag en goedkeuring door het schepencollege)

Deze vrijstelling kan volgens de hierna bepaalde regelen bekomen worden.

Deze ondernemingen zullen voor iedere aan de belasting onderworpen machine, een boekje moeten bijhouden, waarin de dagen worden vermeld gedurende dewelke de machine in gebruik is, en de werf waar zij is opgesteld. Aan het einde van het jaar, zal de ondernemer zijn aangifte invullen aan de hand van de in elk boekje voorkomende gegevens, met dien verstande dat er over de gegrondheid van de in de boekjes ingeschreven gegevens steeds fiscaal toezicht kan worden uitgeoefend.

Deze procedure is echter voorbehouden voor de bouwondernemingen die een geregelde boekhouding voeren, die een schriftelijke aanvraag tot het schepencollege richten en de toelating van het college bekomen.

 

  1.    Motoren met activiteitsvermindering door afspraken met RVA, wordt gelijkgesteld aan inactiviteit.

Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld, de activiteit die beperkt is tot één dag werk op vier weken, in de bedrijven die met de RVA een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van het personeel te voorkomen.

 

  1.    Motoren met activiteitsvermindering door gebrek aan werk te wijten aan economische oorzaken, wordt gelijkgesteld aan inactiviteit.

Met de inactiviteit voor een duur van één maand wordt eveneens gelijkgesteld de inactiviteit gedurende een periode van vier weken gevolgd door een activiteitsperiode van één week, als gebrek aan werk te wijten is aan economische oorzaken

 

  1.    Motoren van voertuigen die onderworpen zijn aan de verkeersbelasting of hiervan zijn vrijgesteld

 

  1.    Motoren die enkel een elektrische generator aandrijven

 

  1.    Reserve-, wissel- of noodgeneratoren die slechts occasioneel worden ingezet bij stroomuitval, stroomonderbreking of als noodvoorziening.

De reservemotor, dit wil zeggen waarvan de werking niet onmisbaar is voor de goede gang van zaken en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, voor zover zijn inwerkingstelling niet voor gevolg heeft dat de productie verhoogd wordt.

De wisselmotor, dit wil zeggen deze die uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een andere, welke het tijdelijk moet vervangen.

De reserve- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om terzelfdertijd te werken als deze die normaal gebruikt worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren.

 

  1.    Motoren die in gasstations gebruikt worden om compressoren aan te drijven, welke instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen. (=Persluchtmotoren)

 

  1. Motoren uitsluitend gebruikt voor waterbemaling, verwarming of verluchting

 

Artikel 5

Volgende belastingplichtigen vrijgesteld van de belasting:

  1. Vrijstelling van de onderhavige belasting wordt verleend aan de belastingplichtigen die:
    1. zich op het grondgebied van de gemeente daadwerkelijk hebben gevestigd, na:

        1 januari 2021 voor het aanslagjaar 2026;

        1 januari 2022 voor het aanslagjaar 2027;

        1 januari 2023 voor het aanslagjaar 2028;

        1 januari 2024 voor het aanslagjaar 2029;

        1 januari 2025 voor het aanslagjaar 2030;

        1 januari 2026 voor het aanslagjaar 2031;

  1. in de loop van het belastingjaar een bezoldigingsbedrag aan in België gedomicilieerde werknemers vereffend hebben, overeenstemmend met minstens 200 werkdagen of hiermee gelijkgestelde dagen;
  2. het nodige stavingsmateriaal tot het bekomen van de vrijstelling voorleggen.
  1. De vrijstelling wordt vijfmaal toegestaan.
  2. Van deze vrijstelling kan niet genoten worden door nieuwe belastingplichtigen ontstaan door wijziging, samenvoeging of splitsing juridisch of hoe dan ook van één of meer bestaande bedrijven in de gemeente.
  3. Bij uitbreiding van bestaande belastbare bedrijvigheden, die zich openbaren door vermeerdering van het personeelseffectief en het drijfkrachtvermogen, wordt eveneens vrijstelling van belasting verleend voor de wegens uitbreiding vermeerderde motorkracht, onder volgende voorwaarden:
    1. in de loop van het belastingjaar een belastbaar personeelseffectief of een belastbaar aantal werkdagen of hiermede gelijkgestelde dagen hebben gehad dat ten minste 5% hoger ligt dan dat van vorig belastingjaar.
    2. het nodige stavingsmateriaal tot het bekomen van onderhavige vrijstelling voorleggen. Van de vrijstelling op bedoelde belasting kan niet genoten worden wanneer de uitbreiding enkel het gevolg is van inbreng, fusie of opslorping van in de gemeente bestaande bedrijven.

 

Artikel 6

Levert een onlangs geplaatste motor niet dadelijk het normaal rendement op omdat ermede aan te drijven installaties onvolledig zijn, dan wordt de niet gebruikte kracht aanzien als reservekracht, in zoverre zij 20 % van de in het vergunningsbesluit opgegeven kracht overtreft.

In dat geval is de aangegeven kracht slechts geldig voor drie maanden, en moet de aangifte om het kwartaal vernieuwd worden zolang deze uitzonderingstoestand duurt. Onder onlangs geplaatste motoren wordt verstaan deze waarvan de ingebruikstelling dateert van het voorgaande of van het voorlaatste jaar.

 

Artikel 7

Wanneer de motoren uit oorzaak van een ongeval niet meer in staat zijn om meer dan 80% van de geleverde kracht te verbruiken, wordt de belasting verrekend op de verbruikte kracht, op voorwaarde dat de gedeeltelijke activiteit minstens drie maanden duurt, en dat de beschikbare kracht niet voor andere doeleinden gebruikt wordt.

De gedeeltelijke buiten gebruikstelling moet binnen de acht dagen bericht worden aan het gemeentebestuur bij aangetekend schrijven of schriftelijk tegen ontvangstbewijs.

 

Artikel 8

Elke belastingplichtige is verplicht jaarlijks, vóór 30 september van het aanslagjaar, spontaan en schriftelijk aangifte te doen van:

        het totaal vermogen in kW van de verschillende motoren per vestigingseenheid en/of inrichting.

 

De telling van de belastbare elementen wordt gedaan door de beambten van het gemeentebestuur.

 

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden uiterlijk 30 september van het aanslagjaar aangifte te doen van de belastbare elementen van dat aanslagjaar. Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier uiterlijk op 30 september van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen. Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

De belastingplichtige is er toe gehouden eventuele veranderingen of verplaatsingen van motoren in de loop van het jaar aan het gemeentebestuur bekend te maken

Nieuwe belastbare elementen die niet begrepen zijn in de aanvankelijke aangifte dienen aangegeven te worden uiterlijk 31 december van het aanslagjaar.

 

Artikel 9

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

Artikel 10

De overeenkomstig artikel 9 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

        10 % bij een eerste overtreding, met een maximum van 1.500 euro

        20 % bij een tweede overtreding

        50 % bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 11

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaren 2027 telkens, op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i, waarbij:

 R = tarief vastgesteld in artikel 1

 I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

 i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = afgerond geïndexeerd belastingbedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of  9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.  

 

Artikel 12

De overtredingen vermeld in artikel 9 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 13

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.”

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

BELASTING OP VERGUNNINGSPLICHTIGE INRICHTINGEN, KLASSE 1: AANSLAGJAREN 2026-2031 - AANPASSING - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 15 december 2025 een reglement goed voor de belasting op vergunningsplichtige inrichtingen, klasse 1: aanslagjaren 2026-2031.

 

Om juridisch-technische redenen is het nodig het reglement van 15 december 2025 aan te passen.

 

Een arrest van het Hof van Cassatie van 9 november 2023 brengt duidelijkheid inzake de gevolgen van aangiftebepalingen in belastingreglementen die niet voorzien in een termijnregeling en aldus in strijd zijn met artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. In belastingreglementen, die een aangifteplicht voorzien, dient steeds een (redelijke) aangiftedatum te zijn bepaald, zowel in het geval waarbij de belastingplichtige een aangifteformulier heeft ontvangen van het gemeentebestuur, als in het geval waarbij de belastingplichtige geen aangifteformulier heeft ontvangen. Bij gebrek aan een concrete aangiftedatum kan het belastingreglement geen toepassing vinden.

 

Het gaat om volgende aanpassing in artikel 3 en 5:

Artikel 3

De belasting wordt gevestigd op grond van de toestand tijdens het onmiddellijk aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar.

Artikel 5

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden uiterlijk 31 mei van het aanslagjaar aangifte te doen van de belastbare elementen. Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier uiterlijk op 31 mei van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen. Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

In geval van definitieve stopzetting van de bedrijfsactiviteiten moet hiervan binnen de maand aangifte worden gedaan bij vermelde dienst.

 

Juridische gronden

Artikel 170,§ 4 van de Grondwet machtigt de gemeenten om eigen belastingen in te voeren.

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Om juridisch-technische redenen is het nodig het reglement van 15 december 2025 aan te passen.

 

Een arrest van het Hof van Cassatie van 9 november 2023 brengt duidelijkheid inzake de gevolgen van aangiftebepalingen in belastingreglementen die niet voorzien in een termijnregeling en aldus in strijd zijn met artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. In belastingreglementen, die een aangifteplicht voorzien, dient steeds een (redelijke) aangiftedatum te zijn bepaald, zowel in het geval waarbij de belastingplichtige een aangifteformulier heeft ontvangen van het gemeentebestuur, als in het geval waarbij de belastingplichtige geen aangifteformulier heeft ontvangen. Bij gebrek aan een concrete aangiftedatum kan het belastingreglement geen toepassing vinden.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/16/1

Registratiesleutel

73401000/002000

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad besluit het reglement 'belasting op vergunningsplichtige inrichtingen, klasse 1: aanslagjaren 2026-2031' aan te passen. In artikel 3 wordt de termijn van de belastbare grond verduidelijkt en in artikel 5 wordt een passage m.b.t. de uiterste aangiftedatum opgenomen. Het aangepaste reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 maart 2026, en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op land- en tuinbouwbedrijven, handels-, nijverheids- en recreatieondernemingen, evenals andere ondernemingen, instellingen en verenigingen die een als hinderlijk beschouwde inrichting van de eerste (1e) klasse exploiteren overeenkomstig de modaliteiten van het Vlaamse Reglement betreffende de Milieuvergunning (VLAREM).

 

De belasting is verschuldigd door de exploitant van de vergunningsplichtige onderneming of instelling. Ze wordt gevestigd per afzonderlijke inplanting die op het grondgebied van de gemeente gelegen is.

 

Indien een land- en tuinbouwbedrijf, handels-, nijverheids- en recreatieonderneming, evenals een andere onderneming, instelling en vereniging wordt geopend derwijze dat daarop gelijktijdig meer dan één indelingsrubriek van het Vlarem van toepassing is, dan is enkel de belasting voor de hoogste klasse van hinderlijkheid verschuldigd.

 

Artikel 2

Het bedrag van de jaarlijkse belasting wordt als volgt samengesteld:

 

  1. Land- en tuinbouwbedrijven:

3,08 euro per are bedrijfsvloeroppervlakte met een minimum van 90,41 euro. Elk gedeelte van een are wordt als één eenheid beschouwd. Worden echter van deze regeling uitgesloten: de industriële vetmesterijen en fokkerijen onafhankelijk van een landbouwbedrijf.

 

  1. Handels-, nijverheids- en recreatieondernemingen, evenals andere ondernemingen, instellingen en verenigingen:

        0,13 euro per vierkante meter bedrijfsvloeroppervlakte van de onderneming met een minimumbelasting van:

        74,71 euro voor de inrichtingen die een bedrijfsvloeroppervlakte beslaan van max. 1.000 m²;

        298,84 euro voor de inrichtingen die een bedrijfsvloeroppervlakte beslaan van meer dan 1.000 m² tot 3.000 m²;

        672,39 euro voor de inrichtingen die een bedrijfsvloeroppervlakte beslaan van meer dan 3.000 m² tot 6.000 m²;

        1.343,54 euro voor de inrichtingen die een bedrijfsvloeroppervlakte beslaan van meer dan 6.000 m² tot 12.000 m²;

        2.389,38 euro voor de inrichtingen die een bedrijfsvloeroppervlakte beslaan van meer dan 12.000 m² tot 20.000 m².

        Voor de inrichtingen waarvan de bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 20.000 m² zal de belasting berekend worden op basis van 0,13 euro per m² voor de eerste 20.000 m² en à rato van 0,06 euro per m² voor de schijf van de bedrijfsvloeroppervlakte boven de 20.000 m².

 

Als bedrijfsvloeroppervlakte komt de oppervlakte in aanmerking van de verschillende niveaus van het gebouw of de gebouwen, dienstig voor de uitbating van het aan vergunning onderworpen bedrijf, alsmede van het aanliggend terrein met inbegrip van alle aanhorigheden die met de exploitatie ervan een functionele band hebben, met uitsluiting van de weilanden en openluchtteelten, de woeste gronden of braakliggende industriegronden, de beboste terreinen en de niet-opgelegde groene zones (voor de opgelegde groene zones: zie vergunningsbesluit), de sportterreinen, de plantsoenen en de woning van de bedrijfsbeheerder of toezichter.

 

Artikel 3

De belasting wordt gevestigd op grond van de toestand tijdens het onmiddellijk aan het aanslagjaar  voorafgaand kalenderjaar.

 

De bedrijven of ondernemingen die buiten werking geweest zijn gedurende het kalenderjaar dat het aanslagjaar voorafgaat, kunnen aanspraak maken op een proportionele vermindering van de belasting. Voor iedere volle maand inactiviteit zal een vermindering van 1/12 van het jaartarief toegestaan worden, op voorwaarde dat de data van de buitengebruikstelling en de wederingangstelling van het bedrijf bij aangetekend schrijven bericht werden aan het betrokken gemeentebestuur.

In afwijking van het eerste lid van onderhavig artikel zal, bij begin van een bedrijfsuitbating in de loop van het jaar, de belasting worden berekend volgens de duur van de exploitatie, naar rato van 1/12 van het jaartarief per maand. Elke begonnen maand zal als een volle maand worden aangerekend.

Deze bedrijven zullen aangeslagen worden op basis van de toestand die bestaat bij de inwerkingstelling. Indien echter op het einde van het jaar blijkt dat in het verlopen jaar de bedrijfsvloeroppervlakte van de inrichting verhoogd werd ten opzichte van de aanvankelijke terreinbezetting, zal voor deze oppervlaktevermeerdering een aanvullende belastingaanslag gevestigd worden, berekend overeenkomstig de schaal voorzien in artikel 2, naar rato van 1/12 van het jaartarief per maand. Elke begonnen maand zal als een volle maand aangerekend worden.

 

Artikel 4

De bedragen van deze gemeentebelasting worden vanaf aanslagjaar 2027 telkens op 1 januari van elk aanslagjaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd belastingbedrag zal worden afgerond op één eurocent. Evenwel, indien bij een stijging van de index van de consumptieprijzen het aangepast belastingbedrag, na afronding op één eurocent, lager zou uitkomen dan het oorspronkelijk tarief, blijft het tarief van het vorig aanslagjaar van toepassing.

 

De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd belastingbedrag = R x I/i,  waarbij:

R = tarief vastgesteld in artikel 2

I = index van september van het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2025

 

aangepast belastingbedrag = het op één eurocent afgeronde geïndexeerde belastingbedrag.

 

Artikel 5

De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden uiterlijk 31 mei van het aanslagjaar aangifte te doen van de belastbare elementen. Het college van burgemeester en schepenen stelt hiertoe aangifteformulieren ter beschikking. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is ertoe gehouden om zelf een aangifteformulier op te vragen bij het gemeentebestuur en dit formulier uiterlijk op 31 mei van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur te bezorgen. Aangifteformulieren worden op verzoek kosteloos ter beschikking gesteld.

In geval van definitieve stopzetting van de bedrijfsactiviteiten moet hiervan binnen de maand aangifte worden gedaan bij vermelde dienst.

 

Artikel 6

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

Artikel 7

De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

        10% bij een eerste overtreding, met een maximum van 1.500 euro

        20% bij een tweede overtreding

        50% bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 8

De overtredingen vermeld in artikel 6 eerste lid worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 9

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen."

 

Artikel 2

Het aangepaste reglement treedt in werking op 1 maart 2026. Tot en met 28 februari 2026 blijft  het reglement 'belasting op vergunningsplichtige inrichtingen, klasse 1: aanslagjaren 2026-2031', goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 15 december 2025 integraal van kracht.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

ONDERSTEUNENDE MAATREGEL VOOR ABONNEMENTHOUDERS MOLSE ZONDAGMARKT – OVERGANGSPERIODE 2026 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Vanaf 1 januari 2026 wordt de verkoop van levende dieren op markten wettelijk beperkt tot maximum 8 keer per jaar. Deze maatregel heeft een aanzienlijke impact op de Molse Zondagmarkt, waar de aanwezigheid van levende dieren historisch gezien een belangrijke publiekstrekker was.

 

Sinds de ingang van deze regelgeving/winterstop stellen we vast dat:

        de opkomst van bezoekers merkbaar is gedaald;

        de aantrekkelijkheid van de markt onder druk staat;

        sommige standhouders onzeker zijn over het toekomstperspectief van de markt.

 

Deze situatie vraagt om een gerichte overgangsaanpak, met aandacht voor zowel het behoud van bestaande standhouders als het aantrekken van nieuwe marktkramers.

 

Juridische gronden

Artikel 40,§3 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat het de gemeenteraad is die bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Het reglement “Retributie op standplaatsen markten en plaatsrechten op het openbaar domein: 2026-2031”, goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 december 2025.

 

Het reglement "Retributie op het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten: 2026-2031", goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 december 2025.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

We willen de continuïteit op de zondagsmarkt garanderen, de inzet en loyaliteit van de huidige standhouders waarderen en een afname van het aanbod vermijden, waardoor de aantrekkelijkheid van de markt verhoogd wordt.

 

Het is billijk om de standhouders te ondersteunen door hen tijdens de opstartfase met een financiële vrijstelling aan te moedigen om hun aanwezigheid op de zondagsmarkt te blijven continueren.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de kosten voor standgeld en elektriciteit van de zondagsmarkt van het tweede kwartaal van 2026 kwijt te schelden indien standhouders tijdens de maand maart 2026 een aanwezigheidsgraad van minstens 75% (een uitzondering voor extreme weersomstandigheden) behalen op de zondagsmarkt.

 

De financiën van de gemeente kunnen de tijdelijke minderontvangsten door deze tegemoetkomingen opvangen.

 

Financiële weerslag

De minderopbrengsten worden geraamd op 1.341,60 euro.

 

 Elektriciteitskasten

Actie

5/11/1

Registratiesleutel

70062000/050000

Minderopbrengsten

344,50 euro

 

Standgeld markten

Actie

5/11/1

Registratiesleutel

70051000/050000

Minderopbrengsten

997,10 euro

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit om de kosten voor standgeld en elektriciteit van de zondagmarkt van het tweede kwartaal van 2026 kwijt te schelden indien standhouders tijdens de maand maart 2026 een aanwezigheidsgraad van minstens 75% (een uitzondering voor extreme weersomstandigheden) behalen op de zondagmarkt.

 

Dit vormt een vrijstelling op de retributiereglementen “Retributie op standplaatsen markten en plaatsrechten op het openbaar domein: 2026-2031” en "Retributie op het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten: 2026-2031" die werden goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 15 december 2025.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

SUBSIDIEREGLEMENT VOOR JEUGDVERENIGINGEN - 2026-2031 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het gemeentebestuur verleent reeds jaren een financiële ondersteuning voor jeugdverenigingen. Jeugdverenigingen kunnen hiervoor jaarlijks, op basis van het subsidiereglement,  aanspraak maken op subsidies.

 

Deze subsidies worden toegekend onder de voorwaarden van dit reglement.

Dit subsidiereglement gaat in op 23 februari  voor een termijn van zes jaar en eindigt op 31 december 2026.

 

Juridische gronden

Art. 40 decreet lokaal bestuur.

 

Inspraak en advies

De jeugdraad en sportraad gaven op 7 januari 2026 een positief advies.

 

Bijlagen

  1. advies jeugdraad
  2. advies sportraad
  3. subsidiereglement voor jeugdverenigingen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het gemeentebestuur stimuleert jeugdverenigingen om een permanente en inhoudelijk kwaliteitsvolle jeugdwerking uit te bouwen.

 

Financiële weerslag

Actie

2.1.2. We vereenvoudigen en verbeteren de ondersteuningsinitiatieven voor sport- en jeugdverenigingen

Registratiesleutel

649300000

Bedrag

€ 97.370

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het volgende reglement goed:

 

Artikel1. Doel reglement

Om een levendig sociaal weefsel te versterken, ondersteunt de gemeente Mol erkende jeugdverenigingen met subsidies. Zo waardeert ze hun inzet voor actie, ontmoeting, betrokkenheid en sociale cohesie in de gemeente Mol. De subsidie helpt verenigingen hun werking verder te versterken en te laten groeien.

 

Artikel 2. Algemene voorwaarden

1.a.Enkelverenigingen,dieerkendzijnconformhet gemeenteraadsbesluitvan 15 december 2025,komenin aanmerking voor een subsidie.

1.b.                        Eenverenigingdievia ditreglementeensubsidie ontvangt,kanvoor eenzelfdeactiviteitofwerking geen aanspraak maken op andere subsidies van de gemeente of het OCMW Mol.

1.c.Ditreglementomvatdriesubsidievormen:basissubsidie, projectsubsidie en infrastructuursubsidie.Eenverenigingkan een aanvraag doen voor één of meerdere subsidievormen.

1.d.                        Desubsidiewordtenkeluitbetaaldopeen rekeningnummer verbondenaandevereniging.

1.e.Deverenigingverbindtzich ertoe deverkregensubsidietegebruikenvoorde basiswerking en/of projecten waarvoor de subsidie verkregen werd.

 

HOOFDSTUK BASISSUBSIDIE

Artikel3.Algemenevoorwaardenbasissubsidie

1.a.Debasissubsidieheeft alsdoel devereniging teondersteunenindeontplooiingvanhaar basiswerking.

1.b.                        Deverenigingkanslechtsbinnenééndomein (cultuur, jeugd, sport, …)eenbasissubsidieaanvraagindienen.

1.c.Deverenigingkanslechtsaanspraakmakenop basissubsidies,indienzijvoldoetaande instapvoorwaarden binnen het domein van jeugd.

1.d.                        Deverenigingdient haarbasissubsidieaanvraaginviadewebsitevan degemeenteMolvóór 15 oktober van het kalenderjaar waarvoor zij subsidies aanvraagt.

1.e.De basissubsidies worden verdeeld volgens een forfaitair systeem.

1.f.  Hetcollegevan burgemeesterenschepenenkan steedsfinanciële bewijsstukkenopvragen om te controleren of de subsidies correct werden ingezet.

 

Artikel 4. Basissubsidies: domein jeugd

1.a.Definities:

        Lid:Elke persoonaangeslotenbij deaanvragendevereniging.

        Vorming: Extra scholing door middel van infosessies, webinars, congressen, ... waarbij begeleidersvaneenjeugdvereniginghunvaardighedenofkennisniveauuitbreiden.

        Koepelorganisatie: Een organisatie die meerdere jeugdverenigingen of jeugdhuizen overkoepelt en hen structureel ondersteunt via coördinatie, dienstverlening of belangenbehartiging.

 

1.b.                        Verenigingenvoldoenvoordebasissubsidiebinnendomeinjeugdaanvolgende voorwaarden per categorie:

 

Instapvoorwaarden om subsidies te mogen ontvangen in categorie A – F:

        Erkend zijn door de gemeente Mol.

        Rekeningnummer hebben op naam van de vereniging.

        Aangesloten zijn bij een koepelorganisatie in Vlaanderen.

        Beschikken over volgende verzekeringen voor haar leden: Burgerlijke aansprakelijkheid & lichamelijke ongevallen.

Categorie A: €1250

        De vereniging beschikt over minstens 20 leden.

        De vereniging heeft haar werking en lokaal op het grondgebied van Mol.

        De vereniging heeft minstens 1 begeleider.

Categorie B: €2500

        De vereniging beschikt over minstens 50 leden.

        De vereniging heeft haar werking en lokaal op het grondgebied van Mol.

        De vereniging heeft minstens 3 begeleiders met een animatorenattest of diploma lerarenopleiding.

        De vereniging organiseert jaarlijks een kamp met minstens 50% van de leden. Je zorgt zelf voor het transport van leden en materiaal.

Categorie C: €3250

        De vereniging beschikt over minstens 80 leden.

        De vereniging heeft een langdurige overeenkomst als beheerder van een lokaal of is eigenaar van een site en staat in voor het beheer.

        De vereniging heeft minstens 6 begeleiders met een animatorenattest of diploma lerarenopleiding.

        De vereniging organiseert jaarlijks een kamp met minstens 50% van de leden. Je zorgt zelf voor het transport van leden en materiaal.

        De vereniging haalde minstens 6u vorming het voorbije jaar. Hierbij komen de vormingen in aanmerking die georganiseerd worden door de gemeente of koepelorganisatie.

Categorie D: €4000

        De vereniging beschikt over minstens 120 leden.

        De vereniging heeft een langdurige overeenkomst als beheerder van een lokaal of is eigenaar van een site en staat in voor het beheer.

        De vereniging heeft minstens 10 begeleiders met een animatorenattest of diploma lerarenopleiding.

        De vereniging organiseert jaarlijks een kamp met minstens 50% van de leden. Je zorgt zelf voor het transport van leden en materiaal.

        De vereniging haalde minstens 10u vorming het voorbije jaar. Hierbij komen de vormingen in aanmerking die georganiseerd worden door de gemeente of koepelorganisatie.

Categorie E: €5000

        De vereniging beschikt over minstens 180 leden.

        De vereniging heeft een langdurige overeenkomst als beheerder van een lokaal of is eigenaar van een site en staat in voor het beheer.

        De vereniging heeft minstens 15 begeleiders met een animatorenattest of diploma lerarenopleiding.

        De vereniging organiseert jaarlijks een kamp met minstens 50% van de leden. Je zorgt zelf voor het transport van leden en materiaal.

        De vereniging haalde minstens 15u vorming het voorbije jaar. Hierbij komen de vormingen in aanmerking die georganiseerd worden door de gemeente of koepelorganisatie.

Instapvoorwaarden om subsidies te mogen ontvangen in categorie F:

        Erkend zijn door de gemeente Mol.

        Rekeningnummer hebben op naam van de vereniging.

        Beschikken over volgende verzekeringen voor haar leden: Burgerlijke aansprakelijkheid & lichamelijke ongevallen.

Categorie F: €750

        De vereniging beschikt over minstens 8 leden.

        De vereniging heeft haar werking en lokaal op het grondgebied van Mol.

        De vereniging organiseert jaarlijks minstens 3 activiteiten.

 

HOOFDSTUK PROJECTSUBSIDIES

Artikel 5.Projectsubsidies

5.1. Projectsubsidieshebbenalsdoelwaardevolleinitiatieventelatenontwikkelenenuittevoeren binnen een aantal thema’s, die aansluiten bij de doelstellingen van het lokaal bestuur Mol.

Projectsubsidies stimuleren projecten die buiten de reguliere werking van verengingen vallen. De projectsubsidiewileen toegevoegdewaardecreërenopdebasiswerkingvan devereniging en/ofvoor de samenleving in Mol.

1.a. Enkel erkende jeugdverenigingen kunnen intekenen op projectsubsidies.

1.b. De aanvragen voor projectsubsidies dienen ingediend te worden tegen 15 oktober. 

1.c. Jaarlijks zal er een oproep gebeuren voor projecten binnen 2 thema’s. 1 thema dat voor langere tijd vast staat en 1 thema dat jaarlijks wisselt. Deze thema’s kunnen gelinkt worden aan de accenten van het meerjarenplan.

1.d. De thema’s worden geselecteerd op een overleg met de jeugd- en sportraad. De lijst van thema’s wordt opgemaakt vanuit de gemeente.

1.e. Eenverenigingkanmaximaaltweeprojectsubsidieaanvragenindienen en ontvangen perkalenderjaar.

1.f. Een projectsubsidie bedraagt 1000 euro per project.

1.g. Er wordt een selectiecommissie ingesteld met professionals uit jeugd en sport uit de omliggende gemeenten met 1 ambtelijke facilitator van Mol.

1.h. Deselectiecommissie beoordeeltdeingediendeprojectsubsidieaanvragen enkenterpuntenaantoe, conformde vooropgestelde beoordelingscriteria van dat jaar, waarna de projecten gerangschikt worden volgens behaalde punten.

1.i. Verenigingen die een projectsubsidie verworven hebben, moeten na afloop van het project hierover beknopt rapporteren.

1.j. Indien er misbruik vastgesteld of moedwillig geen project gerealiseerd wordt met de projectsubsidies dan mag de vereniging gedurende 2 jaar geen aanvraag meer indienen voor projectsubsidies.

 

HOOFDSTUK INFRASTRUCTUURSUBSIDIES

Artikel 6 Infrastructuursubsidie

Jeugdverenigingen kunnen financiële steun vragen voor infrastructurele werken die bedoeld zijn om de veiligheid of toegankelijkheid te verbeteren aan hun accommodatie.

Per infrastructuur/accommodatie kan er gedurende 6 jaar maximaal 15.000 euro ontvangen worden voor infrastructurele werken.

De infrastructuur moet gelegen zijn op het grondgebied van Mol en de vereniging is eigenaar of heeft een langdurig zakelijk recht.

De subsidie dient 75% te dekken van de gemaakte kosten. De overige 25% is financiering vanuit de jeugdvereniging.

De vereniging neemt verplicht deel aan controles van de gemeente.

 

Artikel 7 Budget

7.1. De basis- en projectsubsidies worden toegekend binnen de perken van het voorziene budget in het gemeentelijk meerjarenplan.

7.2. Indien het budget van de basissubsidie overschreden wordt dan wordt het vaste bedrag per categorie gelijkmatig verlaagd.

 

HOOFDSTUK AANVRAAG EN UITBETALING

Artikel 8.Aanvraagprocedure

8.1. Eengeldigesubsidieaanvraaggebeurt uitsluitendviaeenvolledig ingevuldonlineformulier,datter beschikking staat op de website. Indien dit nodig wordt geacht, neemt de gemeentelijke administratie contact op met de vereniging om de subsidieaanvraag verder te bespreken of bijkomende documenten op te vragen.

8.2. Degemeentebezorgt aandeverenigingeenbevestigingsmailterontvangstvande subsidieaanvraag.

8.3. Degemeentebrengt deverenigingbinnende 2 maanden,nadeadlinevanindieningvande subsidieaanvraag, uiterst op 15 december, op de hoogte van het al dan niet toekennen van de subsidie.

 

Artikel 9. Uitbetalingsprocedure

1.a.Nagoedkeuring doorhetcollegevanburgemeester enschepenenwordt desubsidie(basisen/of projectsubsidie) uitbetaald op het rekeningnummer van de vereniging. De vereniging verbindt zich ertoe elke wijziging van haar rekeningnummer onmiddellijk en schriftelijk mee te delen aan de gemeente.

1.b.                        Degemeentekanop elktijdstipeenverenigingvragenomvia denodige documentenaan te tonen dat de ingediende activiteiten voldoen aan de voorwaarden gesteld in dit reglement.

9.3. Indienblijktdatonjuistegegevens verstrektwerden,ofindiendesubsidievoorwaardennietworden nageleefd, kan het college van burgemeester en schepenen de toegekende subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren en/of terugvorderen van de vereniging in kwestie.

 

HOOFDSTUK SLOTBEPALINGEN

Artikel10.Betwistingen

Betwistingenbetreffendedetoepassingvanhetsubsidiereglementwordenaanhangiggemaaktbijhet college van burgemeester en schepenen, dat ter zake binnen de termijn van één maand een gemotiveerde beslissing neemt. De gemotiveerde betwisting moet ingediend worden via het online formulier op de gemeentelijke website.

 

Artikel 11. Wettelijke en reglementaire verplichtingen

Devereniginghandeltsteedsconformdewettelijkeenreglementaireverplichtingendie ophemen/of zijn activiteiten van toepassing zijn, en vrijwaart ter zake de gemeente Mol van elke verdere verantwoordelijkheid.

 

Artikel 12. Delegatie en rapportering

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om, conform artikel 8.2 en 8.3, de thema’swaarrondprojectsubsidieaanvragenkunnenwordeningediendendebijhorendecriteriavast te stellen.

 

Artikel 13. Ingang reglement

Metingangvan23 februari 2026 kanaanerkendeMolse jeugdverenigingen eensubsidie toegekend worden volgens de criteria en procedure van dit reglement.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

SUBSIDIEREGLEMENT VOOR SPORTVERENIGINGEN - 2026-2031 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het gemeentebestuur verleent reeds jaren een financiële ondersteuning voor sportverenigingen. Sportverenigingen kunnen hiervoor jaarlijks, op basis van het subsidiereglement,  aanspraak maken op subsidies.

 

Deze subsidies worden toegekend onder de voorwaarden van dit reglement.

Dit subsidiereglement gaat in op 23 februari 2026 voor een termijn van zes jaar en eindigt op 31 december 2031.

 

Juridische gronden

Art. 40 decreet lokaal bestuur.

 

Inspraak en advies

De jeugdraad en sportraad gaven op 7 januari 2026 een positief advies.

 

Bijlagen:

  1. advies jeugdraad
  2. advies sportraad
  3. subsidiereglement voor sportverenigingen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het gemeentebestuur stimuleert sportverenigingen om een permanente en inhoudelijk kwaliteitsvolle jeugdwerking uit te bouwen.

 

Financiële weerslag

Actie

2.1.2. We vereenvoudigen en verbeteren de ondersteuningsinitiatieven voor sport- en jeugdverenigingen.

Registratiesleutel

649300000

Bedrag

79.270 euro

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het volgende reglement goed:

 

Artikel1. Doel reglement

Om een levendig sociaal weefsel te versterken, ondersteunt de gemeente Mol erkende sportverenigingen met subsidies. Zo waardeert ze hun inzet voor actie, ontmoeting, betrokkenheid en sociale cohesie in de gemeente Mol. De subsidie helpt verenigingen hun werking verder te versterken en te laten groeien.

 

Artikel 2. Algemene voorwaarden

1.a.Enkelverenigingen,dieerkendzijnconformhet gemeenteraadsbesluitvan 15 december 2025,komenin aanmerking voor een subsidie.

1.b.                        Eenverenigingdievia ditreglementeensubsidie ontvangt,kanvoor eenzelfdeactiviteitofwerking geen aanspraak maken op andere subsidies van de gemeente of het OCMW Mol.

1.c.Ditreglementomvattweesubsidievormen:basissubsidieenprojectsubsidie.Eenverenigingkan een aanvraag doen voor één subsidievorm of voor beide subsidievormen.

1.d.                        Desubsidiewordtenkeluitbetaaldopeen rekeningnummer verbondenaandevereniging.

1.e.Deverenigingverbindtzich ertoe deverkregensubsidietegebruikenvoorde basiswerking en/of projecten waarvoor de subsidie verkregen werd.

 

HOOFDSTUK BASISSUBSIDIE

Artikel3.Algemenevoorwaardenbasissubsidie

1.a.Debasissubsidieheeft alsdoel devereniging teondersteunenindeontplooiingvanhaar basiswerking.

1.b.                        Deverenigingkanslechtsbinnenééndomein (cultuur, jeugd, sport, …)eenbasissubsidieaanvraagindienen.

1.c.Deverenigingkanslechtsaanspraakmakenop basissubsidies,indienzijvoldoetaande instapvoorwaarden binnen het domein sport.

1.d.                        Deverenigingdient haarbasissubsidieaanvraaginviadewebsitevan degemeenteMolvóór 15 oktober van het kalenderjaar waarvoor zij subsidies aanvraagt.

1.e.De basissubsidies worden verdeeld volgens een forfaitair systeem.

1.f.  Hetcollegevan burgemeesterenschepenenkan steedsfinanciële bewijsstukkenopvragen teneinde te controleren of de subsidies correct werden ingezet.

 

Artikel 4. Basissubsidies: domein sport

1.a.Definities:

        Lid:Elke persoonaangeslotenbij deaanvragendeverenigingen gekendbij de aangesloten koepelorganisatie of steunpunt.

        Jeugdlid:Elkliddatjonger isdan 18jaarop1januarivanhetkalenderjaar wanneer de subsidies worden aangevraagd.

        VTS:VlaamseTrainersschool: Officiële opleidingsinstantie voor trainers, lesgevers en coaches in Vlaanderen. Ze biedt gekwalificeerde sportopleidingen aan in samenwerking met sportfederaties en onderwijsinstellingen. Een sportclub waar trainers een VTS-diploma hebben, garandeert dus vaak een meer professionele begeleiding.

        VTS-gekwalificeerde trainer: Alle personen die in het bezit zijn van een VTS-diploma dat op de recentste referentietabel van de VTS staat; of in het bezit zijn van een diploma of getuigschrift dat op basis van de meest recente VTS-assimilatietabel gelijkgesteld werd met één van de diploma’s vermeld op de referentietabel VTS.

        Bijscholing: Extra scholing door middel van infosessies, webinars, congressen, ... waarbij trainersen/ofbestuurdersvaneensportvereniginghunvaardighedenofkennisniveauuitbreiden die relevant is voor de werking die ze aanbieden.

        Koepelorganisatie of steunpunt: Een organisatie die meerdere sportverenigingen of sportactoren overkoepelt en hen structureel ondersteunt via coördinatie, dienstverlening of belangenbehartiging. Een sportfederatie is een voorbeeld van een koepelorganisatie.

 

4.2. Verenigingenvoldoenvoordebasissubsidiebinnendomeinsportaanvolgende voorwaarden per categorie:

 

Instapvoorwaarden om subsidies te mogen ontvangen

        Erkend zijn door de gemeente Mol.

        Rekeningnummer hebben op naam van de vereniging.

        Aangesloten zijn bij een koepelorganisatie of steunpunt in Vlaanderen.

        Beschikken over volgende verzekeringen voor haar leden: Burgerlijke aansprakelijkheid & lichamelijke ongevallen.

Categorie A – Brons: €300

        De vereniging beschikt over minstens 20 leden.

        De vereniging sport op een fysieke plek in Mol.

        De vereniging organiseert jaarlijks minstens 10 dagen een sportactiviteit voor eigen leden.

        De vereniging beschikt over minstens 1 trainer/begeleider.

Categorie B – Zilver: €1500

        De vereniging beschikt over minstens 50 leden waarvan minstens 20 jeugdleden.

        De vereniging sport op een fysieke plek in Mol.

        De vereniging organiseert jaarlijks minstens 40 dagen een sportactiviteit voor eigen leden & 1 sportactiviteit voor niet-leden.

        De vereniging beschikt over minstens 1 VTS-gekwalificeerde trainer met een sportspecifiek diploma.

Categorie C – Goud: €3000

        De vereniging beschikt over minstens 100 leden waarvan minstens 50 jeugdleden.

        De vereniging huurt sportinfrastructuur van de gemeente of private partner of beschikt over een eigen site.

        De vereniging organiseert jaarlijks minstens 120 dagen een sportactiviteit voor eigen leden & 2 sportactiviteit voor niet-leden.

        De vereniging beschikt over minstens 5 VTS-gekwalificeerde trainers met een sportspecifiek diploma.

        De vereniging haalde minstens 30u bijscholing het voorbije jaar die relevant is voor de werking die ze aanbieden.

Categorie D – Diamant: €6000

        De vereniging beschikt over minstens 200 leden waarvan minstens 100 jeugdleden.

        De vereniging heeft een langdurige overeenkomst als beheerder van een sportsite of is eigenaar van een site en staat in voor het beheer.

        De vereniging organiseert jaarlijks minstens 200 dagen een sportactiviteit voor eigen leden & 4 sportactiviteit voor niet-leden.

        De vereniging beschikt over minstens 10 VTS-gekwalificeerde trainers met een sportspecifiek diploma waarvan minstens 2 trainers B.

        De vereniging haalde minstens 80u bijscholing het voorbije jaar die relevant is voor de werking die ze aanbieden.

HOOFDSTUK PROJECTSUBSIDIES

Artikel 5.Projectsubsidies

5.1. Projectsubsidieshebbenalsdoelwaardevolleinitiatieventelatenontwikkelenenuittevoeren binnen een aantal thema’s, die aansluiten bij de doelstellingen van het lokaal bestuur Mol.

Projectsubsidies stimuleren projecten die buiten de reguliere werking van verengingen vallen. De projectsubsidiewileen toegevoegdewaardecreërenopdebasiswerkingvan devereniging en/ofvoor de samenleving in Mol.

5.2. Enkel erkende sportverenigingen kunnen intekenen op projectsubsidies.

1.a. De aanvragen voor projectsubsidies dienen ingediend te worden tegen 15 oktober.

1.b. Jaarlijks zal er een oproep gebeuren voor projecten binnen 2 thema’s. 1 thema dat voor langere tijd vast staat en 1 thema dat jaarlijks wisselt. Deze thema’s kunnen gelinkt worden aan de accenten van het meerjarenplan.

1.c. De thema’s worden geselecteerd op een overleg met de jeugd- en sportraad. De lijst van thema’s wordt opgemaakt vanuit de gemeente.

1.d. Eenverenigingkanmaximaaltweeprojectsubsidieaanvragenindienen en ontvangen perkalenderjaar.

1.e. Een projectsubsidie bedraagt 1000 euro per project.

1.f. Er wordt een selectiecommissie ingesteld met professionals uit jeugd en sport uit de omliggende gemeenten met 1 ambtelijke facilitator van Mol.

1.g. Deselectiecommissie beoordeeltdeingediendeprojectsubsidieaanvragen enkenterpuntenaantoe, conformde vooropgestelde beoordelingscriteria van dat jaar, waarna de projecten gerangschikt worden volgens behaalde punten.

1.h. Verenigingen die een projectsubsidie verworven hebben, moeten na afloop van het project hierover beknopt rapporteren.

1.i. Indien er misbruik vastgesteld of moedwillig geen project gerealiseerd wordt met de projectsubsidies dan mag de vereniging gedurende 2 jaar geen aanvraag meer indienen voor projectsubsidies.

 

Artikel 6 Budget

6.1. De basis- en projectsubsidies worden toegekend binnen de perken van het voorziene budget in het gemeentelijk meerjarenplan.

6.2. Indien het budget van de basissubsidie overschreden wordt dan wordt het vaste bedrag per categorie gelijkmatig verlaagd.

 

HOOFDSTUK AANVRAAG EN UITBETALING

Artikel 7.Aanvraagprocedure

1.a.Eengeldigesubsidieaanvraaggebeurt uitsluitendviaeenvolledig ingevuldonlineformulier,datter beschikking staat op de website. Indien dit nodig wordt geacht, neemt de gemeentelijke administratie contact op met de vereniging om de subsidieaanvraag verder te bespreken of bijkomende documenten op te vragen.

1.b.Degemeentebezorgt aandeverenigingeenbevestigingsmailterontvangstvande subsidieaanvraag.

1.c.Degemeentebrengt deverenigingbinnende 2 maanden,nadeadlinevanindieningvande subsidieaanvraag, op de hoogte van het al dan niet toekennen van de subsidie.

 

Artikel 8. Uitbetalingsprocedure

1.a.Nagoedkeuring doorhetcollegevanburgemeester enschepenenwordt desubsidie(basisen/of projectsubsidie) uitbetaald op het rekeningnummer van de vereniging. De vereniging verbindt zich ertoe elke wijziging van haar rekeningnummer onmiddellijk en schriftelijk mee te delen aan de gemeente.

1.b.                        Degemeentekanop elktijdstipeenverenigingvragenomvia denodige documentenaan te tonen dat de ingediende activiteiten voldoen aan de voorwaarden gesteld in dit reglement.

1.c.Indienblijktdatonjuistegegevens verstrektwerden,ofindiendesubsidievoorwaardennietworden nageleefd, kan het college van burgemeester en schepenen de toegekende subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren en/of terugvorderen van de vereniging in kwestie.

 

HOOFDSTUK SLOTBEPALINGEN

Artikel9.Betwistingen

Betwistingenbetreffendedetoepassingvanhetsubsidiereglementwordenaanhangiggemaaktbijhet college van burgemeester en schepenen, dat ter zake binnen de termijn van één maand een gemotiveerde beslissing neemt. De gemotiveerde betwisting moet ingediend worden via het online formulier op de gemeentelijke website.

 

Artikel 10. Wettelijke en reglementaire verplichtingen

Devereniginghandeltsteedsconformdewettelijkeenreglementaireverplichtingendie ophemen/of zijn activiteiten van toepassing zijn, en vrijwaart ter zake de gemeente Mol van elke verdere verantwoordelijkheid.

 

Artikel 11. Delegatie en rapportering

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de thema’swaarrondprojectsubsidieaanvragenkunnenwordeningediendendebijhorendecriteriavast te stellen.

 

Artikel 12. Ingang reglement

Metingangvan23 februari 2026 kan aanerkendeMolse sportverenigingen eensubsidie toegekend worden volgens de criteria en procedure van dit reglement.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

SUBSIDIEREGLEMENT 2026-2031 - AANMOEDIGINGSPREMIE VERHUURDERS WOONMAATSCHAPPIJ - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 21 december 2015 keurde de gemeenteraad het subsidiereglement aanmoedigingspremie voor SVK huurders 2016 voor de eerste keer goed. De regeling gold voor het jaar 2016 en werd positief geëvalueerd. Nadien werd dit subsidiereglement verlengd voor de jaren 2017-2019.

Op 23 december 2019 werd op de gemeenteraad het subsidiereglement opnieuw goedgekeurd voor de periode 2020-2025. 

Naar aanleiding van het feit dat de relevante Vlaamse woonregelgeving vanaf 1 januari 2021 werd gecoördineerd in een ‘Vlaamse Codex Wonen’ en een globaal ‘Besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen’, is er een kleine tekstuele aanpassing gebeurd in artikel 1 van het subsidiereglement aanmoedigingspremie SVK 2020-2025 betreffende de gewestelijke kwaliteitsnormen.

Op 18 januari 2021 keurde de gemeenteraad het subsidiereglement goed voor de periode van 2020-2025. 

Dat de SHM’s en SVK’s samengebracht werden tot één woonactor ‘de woonmaatschappij’ op 1 januari 2023, had tot gevolg dat het subsidiereglement ‘aanmoedigingspremie verhuurders SVK’ goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 januari 2021 moest worden aangepast.

De ‘SVK-werking’ met name als particulier verhuren aan de woonmaatschappij, blijft binnen de woonmaatschappij bestaan.

Het aangepaste reglement werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 25 november 2024 en was geldig tot het einde van de subsidieperiode zijnde 31 december 2025.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

  1. Subsidiereglement 2020-2025 - aanmoedigingspremie verhuurders woonmaatschappij, goedgekeurd op de gemeenteraad van 25 november 2024
  2. Subsidiereglement 2026-2031 - aanmoedigingspremie verhuurders woonmaatschappij, principieel goedgekeurd op het college van burgemeester en schepenen van  28 januari 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het bestuur meent dat het woningaanbod zijnde woningen ingehuurd door de woonmaatschappij van particuliere verhuurders, naast de woningen van de Woonboog zelf, belangrijke extra kansen biedt voor mensen uit kansengroepen voor wie de private huurmarkt om allerlei redenen veel minder toegankelijk is.

Met de aanmoedigingspremie wil het bestuur het aanbod aan huurwoningen ingehuurd door de woonmaatschappij van particuliere verhuurders, vergroten.

Het uiteindelijke doel is dat deze vorm van inhuring beter bekend wordt en via positieve verhalen nog meer eigenaars spontaan er hun weg naartoe vinden en tot huurovereenkomsten komen.

De premie kan een stimulans zijn om eigenaars over de streep te trekken om hun woning te laten verhuren door de woonmaatschappij. Cijfers uit het verleden tonen dit aan: in 2019 waren er nog 11 aanvragen. Door het samenbrengen van de SHM's en de SVK's tot één woonactor 'de woonmaatschappij' in 2023 zien we dat het aantal aanvragen toch gedaald is. Maar door de aanmoedigingspremie te blijven voorzien wil het bestuur het uiteindelijke doel -het creëren van extra kansen voor mensen uit kansengroepen- blijven nastreven.

Het reglement wil de praktische modaliteiten vastleggen van wie in aanmerking komt voor welke premie en betreft dus de praktische vertaling van de intentie van het bestuur.

 

Financiële weerslag

 

Actie

3.2.1.

Registratiesleutel

64910000-060005

Bedrag

€ 6.000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het reglement goed:

 

Subsidiereglement aanmoedigingspremie verhuurders woonmaatschappij 2026-2031

 

Artikel 1: Definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, gelegen op grondgebied van de gemeente Mol. De woning voldoet aan de gewestelijke kwaliteitsnormen overeenkomstig artikel 3.1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

2° Woonmaatschappij: autonome vennootschap die is erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse overheid en actief op het grondgebied van de gemeente Mol.

3° Verhuurder: de houder van het zakelijk recht op de woning die het mandaat heeft om de woning te verhuren en geen rechtspersoon, openbaar bestuur of woonmaatschappij is.

 

Artikel 2: Aanmoedigingspremie

 

§1 Doel:

Uitbreiding van het betaalbare en kwalitatieve huuraanbod op het grondgebied van Mol.

 

§2 Voorwaarden:

1° De verhuurder verhuurt de woning voor de 1ste keer aan de woonmaatschappij voor een periode van 9 jaar. Indien de verhuurder het huurcontract vroegtijdig beëindigt binnen een periode van 5 jaar na ondertekening van het huurcontract, betaalt hij het volledige bedrag van de premie terug, conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

2° De premie kan door dezelfde verhuurder voor eenzelfde woning een 2de maal aangevraagd worden indien een nieuw huurcontract wordt afgesloten met de woonmaatschappij voor een periode van 9 jaar.

3° Indien de verhuurder voor de 1ste keer verhuurt aan de woonmaatschappij en opteert een huurcontract af te sluiten voor 3 jaar, wordt slechts een derde van het in §4 vermelde premiebedrag uitgekeerd.

Indien dit 3-jarig huurcontract, overeenkomstig artikel 21, § 1 van het Vlaams Woninghuurdecreet, wordt voortgezet als zijnde een contract dat van bij aanvang werd gesloten voor een periode van 9 jaar, kan de verhuurder pas na afloop van deze 9 jaar en voor zover een nieuw huurcontract wordt afgesloten met de woonmaatschappij voor een periode van 9 jaar, voor deze woning een 2de maal de premie aanvragen, ditmaal voor het volledige bedrag.  In deze situatie kan de verhuurder geen beroep meer doen op §2, 2°.

 

§3 Aanvraag:

De aanvraag wordt ingediend door de verhuurder aan de hand van het daartoe bestemde aanvraagformulier, en dit uiterlijk 6 maanden na ondertekening van het huurcontract.

 

§4 Premiebedrag:

De toegekende premie is afhankelijk van het type woning en wordt per aanvraag eenmaal uitgekeerd:

 Studio: 1.200 euro

 Appartement met 1 slaapkamer: 1.200 euro;

 Appartement met 2 slaapkamers: 1.250 euro;

 Appartement met 3 of meer slaapkamers: 1.500 euro;

 Woning met 1 slaapkamer: 1.200 euro;

 Woning met 2 slaapkamers: 1.500 euro;

 Woning met 3 of meer slaapkamers: 2.000 euro.

 

Artikel 3: Goedkeuring en uitbetaling

 

De premie wordt toegekend in volgorde van aanvraagdatum en binnen de perken van het daartoe in het meerjarenplan voorziene krediet. De aanvrager ontvangt een beslissing van het college van burgemeester en schepenen binnen de 60 dagen na de aanvraag. Bij goedkeuring, gebeurt de uitbetaling binnen de 90 dagen na deze beslissing.

 

Artikel 4: Controle en sanctie

 

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om alle onderzoeken te laten verrichten om de verstrekte gegevens te controleren. De aanvrager die de controle tegenwerkt, onjuiste informatie of verklaringen verschaft of de voorwaarden niet naleeft, wordt de premie geweigerd. Reeds uitbetaalde premies worden eventueel gedeeltelijk of geheel teruggevorderd, conform artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur.

 

Artikel 5: Verval

 

Alle ten aanzien van de gemeente Mol aangegane verbintenissen vervallen van rechtswege bij overlijden van de premieaanvrager of bij onteigening.

 

Artikel 6: Uitvoering

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement.

 

Artikel 7: Inwerkingtreding

 

Dit reglement treedt in werking na goedkeuring op de gemeenteraad.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

RUP 'UITBREIDING KEMPENSE GOLF CLUB EN STORTPLAS' - DEFINITIEVE VASTSTELLING - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De Kempense Golf Club beschikt over een golfterrein met 18 holes. Gezien de stijgende populariteit van golf hebben ze een ledenstop moeten invoeren en wensen ze het golfterrein uit te breiden met 9 holes.

De gemeente beschikt met de Stortplas over een waardevol natuurgebied aansluitend bij het natuurgebied De Maat, dat als ontginningsgebied bestempeld staat.

 

Op 23 mei 2023 besliste het college van burgemeester en schepenen om het planningsproces voor de opmaak van een RUP Kempense Golf Club en Stortplas op te starten.

 

Op 24 augustus 2023 stelde het college van burgemeester en schepen studiebureau D+A aan om een RUP voor de Kempense Golf Club en de Stortplas op te starten.

 

Op 7 september 2023 keurde het college van burgemeester en schepenen de startnota omtrent het RUP Kempense Golf Club goed.

 

Op 25 januari 2024 keurde het college van burgemeester en schepenen de scopingnota goed.

 

Van 24 mei 2024 tot en met 13 juni 2024 vond een consultatieronde voor de adviesinstanties plaats. Er werd geen plenaire vergadering georganiseerd.

 

Op 23 december 2024 delegeerde de Vlaamse Regering de bevoegdheid voor de opmaak van het RUP 'Uitbreiding Kempense Golf Club en Stortplas' aan de gemeente.

 

Op 20 januari 2025 werd het RUP 'Uitbreiding Kempense Golf Club en Stortplas' voorlopig vastgesteld.

 

Een eerste openbaar onderzoek liep van 17 februari 2025 tot en met 17 april 2025.  Er werden twee bezwaren ingediend. 

 

Omdat één plan niet correct in het DSI was opgeladen tijdens het eerste openbaar onderzoek, werd een nieuw openbaar onderzoek gehouden van 19 mei 2025 tot en met 17 juli 2025. Er werd één bezwaar ingediend.

 

Op 15 september 2025 werd het RUP door de gemeenteraad definitief vastgesteld.

 

Op 15 december 2025 werd de definitieve vaststelling door de gemeenteraad ingetrokken.

Op 15 december 2025 werd de termijn voor definitieve vaststelling door de gemeenteraad met 60 dagen verlengd.

 

Op 22 december 2025 gaf ANB een gunstig advies op het plan-MER.

 

Op 14 janurari 2026 bracht het Team Omgevingseffecten een positieve kwaliteitsbeoordeling uit.

 

Juridische gronden

VCRO art. 2.2.1 t.e.m. 2.2.6/1: algemene bepalingen i.v.m. opmaak van RUP's

VCRO art. 2.2.18-2.2.25: opmaak gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en bijhorende uitvoeringsbesluiten.

DABM titel IV (milieueffect- en veiligheidsrapportage)

 

Inspraak en advies

Een eerste openbaar onderzoek liep van 17 februari 2025 tot en met 17 april 2025.  Er werden twee bezwaren ingediend. 

Omdat één plan niet correct in het DSI was opgeladen, werd een nieuw openbaar onderzoek gehouden van 19 mei 2025 tot en met 17 juli 2025. Er werd één bezwaar ingediend.

De drie bezwaren en de behandeling ervan wordt meegenomen in de verdere procedure.

 

Er werden twee adviezen gegeven:

        Dienst Ruimtelijke Planning van de provincie Antwerpen

        Elia (technische richtlijnen)

 

De GECORO behandelde op 18 augustus 2025 en 28 augustus 2025 de bezwaren en adviezen en bracht een advies uit.

 

Het Team Omgevingseffecten leverde op 13 januari 2026 een positieve kwaliteitsbeoordeling af na gunstig advies van ANB op 22 december 2025.

 

BEHANDELING BEZWAREN EN ADVIEZEN

 

BEHANDELING ADVIEZEN 

 

Departement Omgeving

Geen advies

 

Provincie Antwerpen

De provincie bracht advies uit waarbij terecht opgemerkt werd dat het deelplan 2 verkeerd werd geüpload. Dit gaf aanleiding tot een herneming van het openbaar onderzoek. In het tweede advies van de provincie bleven de overige inhoudelijke opmerkingen identiek aan het eerste advies.

  

Onderdeel

Voorwerp van advies

Behandeling

1.1.1

De provincie verwijst naar het verzameldecreet van 17 mei 2024 en de bijhorende handleiding van Vlaanderen waarin de richtlijnen omtrent compensatiegebieden staan uitgewerkt.

Hier wordt akte van genomen.

 

Hoewel de startnota van het ruimtelijk uitvoeringsplan werd goedgekeurd vóór de inwerkingtreding van de planologische compensatieplicht op 20 juli 2024 (7 september 2023), kiest het gemeentebestuur er bewust voor om toch compensatie te voorzien.

Deze vrijwillige keuze benadrukt het engagement van de gemeente voor een zorgvuldige en evenwichtige ruimtelijke ordening. Door proactief te handelen, toont het bestuur goodwill en verantwoordelijkheid ten aanzien van de kwaliteit in ruimtelijke ontwikkelingen.

 

1.1.2

De provincie vraagt om maximaal in te zetten op beschaduwing aan de zuidzijde van de waterloop om de kruidgroei af te remmen. Kan dit worden aangeduid op het grafisch plan? Een andere optie is de waterloop te verleggen naar de rand van het gebied.

Er wordt ingestemd met het opnemen van dit aandachtspunt binnen de stedenbouwkundige voorschriften, gelet op het belang van ecologisch waterbeheer en onderhoudsvriendelijke inrichting van de oeverzones. In dat kader wordt het volgende voorschrift voorgesteld:

“Langs de zuidzijde van de aanwezige waterloop dient maximaal ingezet te worden op beschaduwing (bijvoorbeeld door middel van houtige vegetatie), teneinde de kruidgroei en bijgevolg de onderhoudsfrequentie te beperken.”

Daarnaast wordt het verleggen van de waterloop naar de rand van het gebied niet weerhouden. In het ontwerp wordt bewust ingezet op een natuurlijke, meanderende loop van de beek binnen het plangebied, om zo ecologische meerwaarde te creëren, waterbuffering te bevorderen en de landschappelijke integratie te versterken. Een ligging aan de rand zou deze doelstellingen ondermijnen.

Opname van het beschaduwingsprincipe op het grafisch plan wordt niet weerhouden, aangezien dit geen toegevoegde waarde biedt.

Het studiebureau verduidelijkt dat de termen ‘taploop’, ‘waterloop’ en ‘Beek van Rauw’ over één en hetzelfde gaan.

 

1.1.3

We vragen om de bepaling dat Beek te Rauw ‘aangewend kan worden voor het realiseren van een duurzame hemelwaterhuishouding’ te schrappen. Het ontwerp dient dus rekening te houden met het feit dat extra debiet niet toegelaten is. We vragen daarom in de voorschriften op te nemen dan de Beek te Rauw gericht is op afvoer en dat de waterloop niet kan worden ingezet om hemelwater maximaal ter plaats te houden.

Het ontwerp-RUP wordt op dit punt aangepast in overeenstemming met het advies. De passage waarin gesteld wordt dat de Beek te Rauw ‘aangewend kan worden voor het realiseren van een duurzame hemelwaterhuishouding’ wordt geschrapt.

Er wordt expliciet rekening gehouden met het feit dat geen extra debiet op de waterloop toegelaten is. Daarom wordt in de stedenbouwkundige voorschriften verduidelijkt dat de Beek te Rauw uitsluitend gericht is op afvoer en dat de waterloop niet mag worden ingezet om hemelwater ter plaatse te bufferen of vertraagd af te voeren.

1.1.4

We vragen ook om op te nemen in de voorschriften dat klassieke grondwaterdrainage niet is toegestaan.

Het ontwerp-RUP wordt aangepast in overeenstemming met het advies. In de stedenbouwkundige voorschriften wordt opgenomen dat klassieke grondwaterdrainage niet is toegestaan. Er wordt in de stedenbouwkundige voorschriften expliciet opgenomen dat een wijziging van de waterdrainage steeds vergunningsplichtig (omgevingsvergunning) is.

 

Het concept ecogolf werd uitgewerkt in het kader van het project “Golf & Milieu” van Golf Vlaanderen (voorheen VVG). Dit concept is expliciet opgenomen in het Vlaams Golfmemorandum (juni 2003). In dat memorandum werden enkele belangrijke principes vastgelegd waaraan golfclubs moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de ecoconvenant-formule. Dat is een soort milieubeheersovereenkomst, waarbij de club na registratie en erkenning via een milieubeheerplan publiekelijk erkenning krijgt als ecogolfterrein. Het is opportuun om bij de term ‘ecogolf’ duidelijk te verwijzen naar het Golfmemorandum en waar dit te vinden is. Dit als toelichtende bepaling bij de stedenbouwkundige voorschriften

 

Deze bepaling beoogt het behoud van de natuurlijke grondwaterhuishouding en voorkomt een structurele verlaging van het grondwaterpeil. Enkel kleinschalige, tijdelijke of alternatieve vormen van drainage kunnen eventueel overwogen worden mits gemotiveerde onderbouwing en na goedkeuring door de bevoegde overheid.

 

 

Elia

 

Onderdeel

Voorwerp van bezwaar

Behandeling

1.2.1

Elia vraagt rekening te houden met de aanwezigheid van de ondergrondse hoogspanningsleidingen.

De aanwezige leidingen worden niet gehypothekeerd door toedoen van het RUP. De technische richtlijnen en veiligheidsvoorschriften zijn veeleer van toepassing op concrete uitvoeringsprojecten.

 

 

BEHANDELING BEZWAREN

 

Bezwaar nr. 1

Onderstaand bezwaar werd uitgebracht tijdens het eerste openbaar onderzoek.

Onderdeel

Voorwerp van bezwaar

Behandeling

2.1

De bezwaarindiener geeft mee dat het dossier slechts beperkt consulteerbaar was.

Alle documenten zijn raadpleegbaar via het DSI. Op de gemeentelijke website werd dit verduidelijkt alsook een rechtstreekse hyperlink voorzien naar de documenten.

Wel werd opgemerkt dat het 2e deelplan verkeerd werd geüpload op het DSI. Hierdoor werd het openbaar onderzoek hernomen.

2.2

Een project- MER en een ‘Passende beoordeling” zijn hier absoluut noodzakelijk/vereist gezien de relatieve nabijheid van Europees beschermd inclusief Natura 2000 gebied. Blijkbaar ontbreken die volkomen.

Het bezwaar berust op een onjuiste interpretatie van de procedure. In het kader van de opmaak van dit ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) werd niet gewerkt op projectniveau, maar op planniveau. Bijgevolg is niet een project-MER, maar een plan-MER het toepasselijke instrument.

In overeenstemming met de geldende regelgeving werd een volwaardige plan-MER opgemaakt. Bovendien werd – in tegenstelling tot wat wordt gesteld – ook een passende beoordeling opgemaakt, conform artikel 36ter van het Natuurdecreet, gelet op de ligging in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Deze passende beoordeling is geïntegreerd in het plan-MER en concludeert dat het plan geen aanzienlijke negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied.

2.3

Het RUP is ruimtelijk en milieutechnisch een positief initiatief door de transformatie van milieubelastende maïsteelt naar milieuvriendelijke recreatie (golf), mits strikte, duidelijk omschreven en nageleefde voorschriften voor aanleg, beplanting, onderhoud en waterhuishouding, inclusief het kanaaltje naar het Buitengoor. Ook de betere toeristische integratie is waardevol. Dit alles moet in de stedenbouwkundige voorschriften worden verankerd voor rechtszekerheid.

De nodige stedenbouwkundige voorschriften voor een kwalitatief en duurzaam RUP werden opgemaakt en afgetoetst aan de aandachtspunten en milderende maatregelen van het plan-MER.

2.4

De voorgestelde ‘compensatie’ richting natuurgebied is een juridisch planologische non-compensatie. Deze plas heeft reeds als nabestemming natuurgebied en men kan stellen dat dit de facto al zo is.

De put is ontstaan door oppervlakkige sprietwinning. De put kan echter nog steeds aangewend worden voor de ontginning van witzand, zijnde de hoofdzakelijke reden van de kartering ontginningsgebied. Ontginning blijft hierdoor wel degelijk mogelijk.

2.5

Reële compensaties zijn er wel mogelijk in het gedeelte dat door ‘PRUP Berkebossen-Oost’ reeds in 2012 in ‘bedrijventerrein werd omgezet en grotendeels onuitvoerbaar blijkt te zijn wegens gebrek aan ontsluitingsmogelijkheid. Er is het kleinere gedeelte ten Noorden van de Kiezelweg net over de Simonsbrug tussen het kanaal en ‘Vakantiepark Europarcs resort Zilverstrand’. Verder heb je terrein achter het voedingsbedrijf MORA oostwaarts richting Postelse stw. Dit zou een reële en ecologisch belangrijke compensatie zijn.

De genoemde locaties werden reeds afgewogen als compensatie alternatief. Omwille van onderstaande motivering werden ze evenwel niet wenselijk geacht.

PRUP Berkenbossen-Oost (+/- 26 ha): In het begin van het planningsproces rond de uitbreiding van de Kempense Golf Club hebben we contact opgenomen met de provincie, die het PRUP heeft opgemaakt.  De provincie is geen voorstander om dit gebied te herbestemmen naar een zachte bestemming.  Gezien de ligging aan de N71, dichtbij het kanaal Dessel-Kwaadmechelen en ver van dichte bewoning wenst de provincie de bestemming van industriegebied te behouden.  In de toekomst zal het immers zeer moeilijk zijn om nog industriegebieden bij te creëren (gezien verhaal rond plancompensatie).

Het terrein achter MORA is tevens onderdeel van PRUP Berkenbossen-Oost.

Deel tussen Simonsebrug en Europarcs (+/- 3 ha): Dit gedeelte is reeds op het gewestplan aangeduid als industriezone en hier is een bedrijf (Mezo Hout) gevestigd.

 

Bezwaar nr. 2

Onderstaand bezwaar werd uitgebracht tijdens het eerste openbaar onderzoek.

Onderdeel

Voorwerp van bezwaar

Behandeling

3.1

Het wandelpad gaat een stuk over de weg in de Wateringstraat en vindt terug ontsluiting op het golfterrein rond de aansluiting van Grasdorp op de Wateringstraat.

Gezien het in en uitgaande verkeer op deze weg en het slechte zicht richting de Postelsesteenweg komende uit Grasdorp is het volgens mij veiliger om de wandelaars terug op het golfterrein te leiden voor dit punt. zie schema)

De opmerking betreft een detailaspect van de inrichting en ontsluiting binnen het bouwdossier, en is dus niet van toepassing op het RUP. Het RUP legt geen exacte tracés van wandelpaden vast en hypothekeert het voorstel van de bezwaarindiener niet. De uiteindelijke uitwerking van het wandelpad kan dus nog afgestemd worden op veiligheidsoverwegingen binnen de vergunningsfase.

Het bezwaar wordt als niet van toepassing op het RUP beschouwd. De bezorgdheid wordt genoteerd voor verdere uitwerking bij de vergunning. Desalniettemin is het wel opportuun om het aandachtspunt toelichtend op te nemen binnen de stedenbouwkundige voorschriften.

 

Bezwaar nr. 3

Onderstaand bezwaar werd uitgebracht tijdens het hernomen openbaar onderzoek.

Onderdeel

Voorwerp van bezwaar

Behandeling

4.1

De compensatie zoals voorgesteld in het RUP is planologisch gezien onvoldoende. De omzetting van natuurgebied naar recreatiegebied in deelplan 1 wordt niet adequaat gecompenseerd door de bestendiging van natuur in deelplan 2, omdat dit gebied al als natuur is bestemd en de ontginning nog niet heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke toevoeging van nieuw natuurgebied plaatsvindt, maar slechts een behoud van het bestaande.

Zie behandeling bezwaar 2.4.

4.2

De voorgestelde compensatie biedt geen garanties voor het behoud van de biodiversiteit die verloren gaat in deelplan 1. De bomenrij en andere natuurlijke elementen die bijdragen aan de ecologische waarde van het gebied worden niet vervangen door gelijkwaardige habitats.

Het bezwaar stelt dat de compensatie binnen het RUP onvoldoende garanties biedt voor het behoud van biodiversiteit in deelplan 1. Vanuit het RUP kan worden opgemerkt dat in deelplan 1 een ecogolf voorzien is, waarbij in hoofdstuk 3.1.2 expliciet aandacht gaat naar het versterken van bestaande en nieuwe habitats, zoals natte en droge heide, poelen en bosranden. Deze natuurelementen worden functioneel geïntegreerd in het ontwerp en dragen bij aan de ecologische waarde van het gebied. Daarnaast voorziet het RUP in een herbestemming van deelplan 2 naar natuurgebied, wat juridisch verankerd is en verdere ontginning uitsluit. Dit biedt een duurzame en langdurige garantie voor natuurbehoud en versterking op ruimtelijk niveau.

 

Het concept ecogolf werd uitgewerkt in het kader van het project “Golf & Milieu” van Golf Vlaanderen (voorheen VVG). Dit concept is expliciet opgenomen in het Vlaams Golfmemorandum (juni 2003). In dat memorandum werden enkele belangrijke principes vastgelegd waaraan golfclubs moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de ecoconvenant-formule. Dat is een soort milieubeheersovereenkomst, waarbij de club na registratie en erkenning via een milieubeheerplan publiekelijk erkenning krijgt als ecogolfterrein. Het is opportuun om bij de term ‘ecogolf’ duidelijk te verwijzen naar het Golfmemorandum en waar dit te vinden is. Dit als toelichtende bepaling bij de stedenbouwkundige voorschriften.

 

Nieuwe habitats vergen tijd om zich te ontwikkelen en recreatieve druk vanuit de ecogolf kan een impact hebben. Toch biedt de combinatie van ecologische inrichting binnen deelplan 1 en de volwaardige natuurbestemming van deelplan 2 een ruimtelijk evenwichtige aanpak die biodiversiteit niet alleen behoudt maar op termijn versterkt.

4.3

Volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) moet elke wijziging van een 'zachte' bestemming zoals natuur naar een 'harde' bestemming zoals recreatie worden gecompenseerd door een gelijktijdige bestemmingswijziging in de omgekeerde richting en van een gelijke oppervlakte. De huidige compensatievoorstellen voldoen niet aan deze vereisten, wat leidt tot een netto verlies aan natuurgebied.

Het bezwaar stelt dat de voorgestelde bestemmingswijzigingen in strijd zijn met de compensatieregel volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), doordat een omzetting van zachte naar harde bestemmingen niet gepaard zou gaan met een gelijktijdige compensatie in omgekeerde richting. Deze stelling is echter onjuist.

De plancompensatie vindt wel degelijk plaats binnen hetzelfde planinitiatief. Zoals weergegeven in de ruimtebalans onder hoofdstuk 4.2 van het RUP, wordt ongeveer 176.000 m² omgezet van een zachte bestemming (natuur) naar een harde bestemming (recreatie en openbare  wegenis). Daartegenover staat de herbestemming van circa 213.000 m² van ontginningsgebied (dat niet onder een zachte bestemming valt) naar volwaardig natuurgebied. Deze omzetting garandeert een planologisch en juridisch beschermde natuurbestemming, die op lange termijn bijdraagt aan het behoud en de versterking van ecologische waarden. De bewering dat er sprake zou zijn van een netto verlies aan natuurgebied is dus feitelijk onjuist en houdt geen rekening met de effectieve plancompensatie binnen het RUP.

4.4

De omzetting van natuurgebied naar recreatiegebied voor de aanleg van extra golfholes gaat ten koste van de bestaande natuurwaarden en biodiversiteit. Dit staat haaks op de doelstelling om de natuur en zachte recreatie in de regio te versterken.

De uitbreiding van het golfterrein brengt immers een onevenwichtige verschuiving van natuur naar recreatie met zich mee, zonder voldoende compensatie voor het verlies van natuurgebied. Dit ondermijnt de strategische doelstelling van het gemeentebestuur om de natuur en zachte recreatie op een evenwichtige manier uit te bouwen.

Zie behandeling bezwaar 4.2

Met het eco-golfontwerp wordt net gestreefd naar een versterking van de bestaande natuurwaarden en biodiversiteit. Zowel binnen deelplan 1 als 2 worden verder mogelijkheden geboden voor de versterking van zachte recreatie.

4.5

De omzetting van akkerbouw naar een golfterrein heeft bovendien aanzienlijke gevolgen voor de mobiliteit in de omgeving. De mobiliteitsprofielen van deze twee bestemmingen verschillen wezenlijk van elkaar, wat belangrijke implicaties heeft voor de lokale infrastructuur en verkeersstromen.

Bovendien is er in Deelplan 1 ook sprake van een goed uitgewerkt toeristisch-recreatief netwerk, wat bovengenoemde constante stroom van bezoekers alleen maar zal versterken.

De impact op mobiliteit werd onderzocht binnen het plan-MER. Er werden geen aanzienlijk negatieve effecten vastgesteld.

4.6

De natuurlijke rand herbergt een verscheidenheid aan lokale fauna en flora. Regelmatig worden er vogels, egels, konijnen en andere kleine zoogdieren waargenomen in dit gebied. De aanleg van een wandelpad zal onvermijdelijk leiden tot verstoring van deze habitats door verhoogde menselijke aanwezigheid, geluidshinder en mogelijke lichtvervuiling. Hierdoor dreigt een verdringing van deze soorten, wat een negatieve impact zal hebben op de biodiversiteit ter plaatse. Dit druist rechtstreeks in tegen de doelstelling van natuurbehoud en ecologische versterking in de regio.

De uitbreiding van het bestaande golfterrein wordt ingericht volgens de normen van een eco-golfterrein met aandacht voor een kwalitatieve landschappelijke integratie en het behouden en versterken van natuurlijke en landschappelijke waarden.

Het plan-MER bracht geen aanzienlijk negatieve effecten aan het licht wat betreft de biodiversiteit ter plaatse.

4.7

De geplande aanleg van een wandelpad Lus A vlak langs woningen zal onherroepelijk leiden tot het verdwijnen van de huidige natuurlijke rand die een buffer vormt tussen de percelen en het omliggende gebied. Deze groene overgangszone bestaat uit struiken, bomen en wilde begroeiing die niet enkel bijdragen aan de esthetische waarde van het landschap, maar ook zorgen voor rust, beschutting en een gevoel van natuurlijke afscheiding. Het verwijderen of doorkruisen van deze rand ten voordele van een wandelpad leidt tot een verarming van het landschappelijk karakter en een aantasting van onze directe leefomgeving.

Het wandellussennetwerk werd binnen dit RUP benaderd vanuit een macroperspectief. Lus A is gelegen buiten de contour van voorliggend RUP.

Specifiek voor de bufferzone binnen het RUP wordt een minimale breedte van 10 m opgelegd. De aanleg van een wandelpad is mogelijk zolang deze niet breder zijn dan 1,5 m en onverhard worden uitgevoerd. Gezien een kwalitatieve landschappelijke integratie inherent is aan de vorming van een kwalitatief ecologisch landschap zal de vormgeving van de landschappelijke buffer eveneens dienen besproken te worden in de beschrijvende nota.

Er kan bijgevolg geconcludeerd worden dat ter hoogte van het RUP voldoende garanties zijn gesteld binnen de stedenbouwkundige voorschriften om de ecologische waarden van de buffers te behouden en zelfs te versterken.

4.8

De nabijheid van een wandelpad langs een perceelgrens zal bovendien een negatieve invloed hebben op de waarde van de woning. Potentiële kopers hechten veel belang aan rust, privacy en een natuurlijke omgeving. Een wandelpad dat letterlijk langs de tuin passeert, vermindert deze kwaliteiten aanzienlijk. Een verminderd gevoel van veiligheid, verhoogde inkijk en lawaaihinder dragen allemaal bij aan een verminderde aantrekkelijkheid van het onroerend goed, met waardeverlies tot gevolg.

Het bezwaar stelt dat de aanleg van een wandelpad langs de perceelgrens een negatieve impact zou hebben op de vastgoedwaarde. Er is echter geen objectief bewijs dat een wandelpad op zich leidt tot waardeverlies. Integendeel, goede wandelverbindingen en landschappelijke inrichting kunnen de omgevingskwaliteit net verhogen. In het RUP wordt bovendien voorzien in buffering en afscherming waar nodig, om privacy en rust te behouden. De inrichting gebeurt zorgvuldig om hinder te vermijden en de woonkwaliteit te vrijwaren.

Bovendien heeft het RUP geen rechtstreekse impact op het perceel van de bezwaarindiener gezien deze op ruime afstand van het plangebied gelegen is. De gemeente neemt akte van deze bezorgdheden. Deze zullen worden meegenomen en geëvalueerd bij concretisering van dit tracé.

4.9

De aanleg van een wandelpad in directe nabijheid van particuliere woningen brengt aanzienlijke risico’s met zich mee op het vlak van veiligheid en overlast. De verhoogde passage van wandelaars langs private percelen vergroot de kans op ongewenste inkijk, diefstal of inbraak. Voorts bestaat de reële mogelijkheid van zwerfvuil, geluidsoverlast en samenscholing van personen, hetgeen een directe aantasting vormt van de woonkwaliteit.

Het bezwaar wijst op mogelijke overlast en veiligheidsrisico’s door de aanleg van een wandelpad nabij particuliere woningen. Binnen het RUP wordt het wandelpad landschappelijk ingepast en zodanig ontworpen dat inkijk en hinder maximaal beperkt blijven. Dit wordt gegarandeerd door de opgelegde beschrijvende nota. Bovendien is zachte recreatie zoals wandelen laagdrempelig en doorgaans niet verstorend. De vrees voor overlast, inbraak of samenscholing is niet onderbouwd en kan in de praktijk worden beheerst via gepaste inrichting, beheer en sociale controle.

Bovendien heeft het RUP geen rechtstreekse impact op het perceel van de bezwaarindiener gezien deze op ruime afstand van het plangebied gelegen is. De gemeente neemt akte van deze bezorgdheden. Deze zullen worden meegenomen en geëvalueerd bij concretisering van dit tracé.

4.10

Tot slot willen wij onze ernstige bezorgdheid uiten over het verlies van privacy en rust indien het wandelpad zoals gepland gerealiseerd wordt. Onze tuin en woning liggen op korte afstand van het voorgestelde tracé. Bezoekers zullen vrij zicht hebben op onze leefruimte, en geluidshinder zal onvermijdelijk toenemen, zeker tijdens weekends of bij goed weer. Dit leidt tot een gevoel van voortdurende inkijk, wat niet alleen onze levenskwaliteit aantast, maar ook de serene sfeer waar we jarenlang bewust voor gekozen hebben.

Zie behandeling bezwaar 4.8 en 4.9

4.11

Conform artikel 4.3.3 van de VCRO dient de overheid bij de beoordeling van plannen en vergunningen rekening te houden met direct werkende normen uit andere beleidsvelden, waaronder deze met betrekking tot leefkwaliteit en privacy. De huidige situering van het wandelpad vormt een manifeste aantasting van de privacy van omwonenden en staat derhalve haaks op deze verplichtingen. Wij menen dat het voorgestelde tracé in strijd is met artikel 4.3.3 VCRO en verzoeken om herziening van het tracé in functie van de bescherming van de woonkwaliteit.

Er bestaan alternatieven voor het huidige voorgestelde tracé die minder impact hebben op de privacy en leefkwaliteit van aanpalende bewoners. Een routing die verder verwijderd blijft van woonpercelen of aansluit op reeds bestaande infrastructuur zou de verstoring van het privaat domein aanzienlijk kunnen beperken. Wij verzoeken de bevoegde instanties met aandrang om deze alternatieven te onderzoeken.

Gezien de bovenstaande punten verzoek ik u dringend om de plannen voor de uitbreiding van het golfterrein te herbekijken en de alternatieven voor het tracé Lus A te onderzoeken.

Het tracé waarvan sprake alsook het perceel van de bezwaarindiener zijn gelegen buiten de contour van voorliggend RUP. De stedenbouwkundige voorschriften doen geen uitspraken over (en hebben bijgevolg ook geen impact op) de exacte ligging of de uitvoering van dit gedeelte van het wandelnetwerk.

De gemeente neemt akte van deze bezorgdheden. Deze zullen worden meegenomen en geëvalueerd bij concretisering van dit tracé.

 

 

Bezwaar nr. 4

Onderstaand bezwaar werd uitgebracht tijdens het hernomen openbaar onderzoek en is grotendeels een herneming van het bezwaar nr. 1.

Onderdeel

Voorwerp van bezwaar

Behandeling

5.1

Een project- MER en een ‘Passende beoordeling” zijn hier absoluut noodzakelijk/vereist gezien de relatieve nabijheid van Europees beschermd inclusief Natura 2000 gebied. Blijkbaar ontbreken die volkomen.

Zie behandeling bezwaar 2.2

5.2

Het RUP is ruimtelijk en milieutechnisch een positief initiatief door de transformatie van milieubelastende maïsteelt naar milieuvriendelijke recreatie (golf), mits strikte, duidelijk omschreven en nageleefde voorschriften voor aanleg, beplanting, onderhoud en waterhuishouding, inclusief het kanaaltje naar het Buitengoor. Ook de betere toeristische integratie is waardevol. Dit alles moet in de stedenbouwkundige voorschriften worden verankerd voor rechtszekerheid.

Zie behandeling bezwaar 2.3

5.3

Bezwaarindiener gaat in principe akkoord met de planologische voorstellen van het RUP mits voor de illegale ontbossing van het natuurgebied aan het golfterrein een compenserende bebossing wordt uitgevoerd; effectief of desnoods via financiële compensatie zoals nu bepaald in het Bosdecreet.

Het bezwaar werd onderzocht, maar er zijn in de gemeentelijke archieven geen stukken teruggevonden die het bestaan van een kapvergunning met heraanplantingsplicht in de jaren ’80 bevestigen. Omdat de beweringen van de bezwaarmaker niet gestaafd zijn met bewijs en het Bosdecreet pas later in werking trad, kan niet gesproken worden van een illegale ontbossing of een nog geldende heraanplantingsplicht. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard.

5.4

De voorgestelde ‘compensatie’ richting natuurgebied is een juridisch planologische non-compensatie. Deze plas heeft reeds als nabestemming natuurgebied en men kan stellen dat dit de facto al zo is.

Zie behandeling bezwaar 2.4

5.5

Reële compensatie zijn er wel mogelijk in het gedeelte dat door ‘PRUP Berkebossen-Oost’ reeds in 2012 in ‘bedrijventerrein werd omgezet en grotendeels onuitvoerbaar blijkt te zijn wegens gebrek aan ontsluitingsmogelijkheid. Er is het kleinere gedeelte ten Noorden van de Kiezelweg net over de Simonsbrug tussen het kanaal en ‘Vakantiepark Europarcs resort Zilverstrand’. Verder heb je terrein achter het voedingsbedrijf MORA oostwaarts richting Postelsesteenweg. Dit zou een reële en ecologisch belangrijke compensatie zijn.

Zie behandeling bezwaar 2.5

 

Bijlagen

1. Procesnota (met o.a. behandeling adviezen uit de plenaire adviesronde)

2. Voorlopig ontwerp RUP:

2.1.  Grafisch plan feitelijke en juridische toestand

2.1.1.  Deel 1 - Golf

2.1.2.  Deel 2 - Stortplas

2.2.  Plan afwijking van gewestplan en BPA Rauw

2.2.1.  Deel 1 - Golf

2.2.2.  Deel 2 - Stortplas

2.3.  Grafisch plan RUP

2.3.1.  Deel 1 - Golf

2.3.2.  Deel 2 - Stortplas

2.4.  Planbaten en planschade

2.4.1.  Deel 1 - Golf

2.4.2.  Deel 2 - Stortplas

2.5.  Stedenbouwkundige voorschriften

2.6.  Toelichtingsnota

3. Plan-Mer

3.1. Plan-MER

3.2. Plan-MER - Niet-technische samenvatting

3.3. Positieve kwaliteitsbeoordeling

3.4. Advies ANB plan-MER

4. Ministerieel besluit over de delegatie van de planningsbevoegdheid naar de gemeente

5. Advies GECORO - Behandeling adviezen en bezwaren

6. Adviezen

6.1. Advies provincie

6.2. Advies Elia

7. Bezwaren

7.1. Bezwaarschrift 1

7.2. Bezwaarschrift 2

7.3. Bezwaarschrift 3

7.4. Bezwaarschrift 4

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeenteraad argumenteert zijn standpunt als volgt:

De gemeenteraad sluit zich aan bij het advies van de GECORO en maakt de inhoud ervan tot haar eigen motivering.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad volgt het advies van de GECORO aangaande de behandeling van de adviezen en bezwaren.

 

Artikel 2

De gemeenteraad stelt het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) 'Uitbreiding Kempense Golf Club en Stortplas' met bijhorend plan-MER definitief vast.

 

Artikel 3

Het dossier wordt overgemaakt aan de deputatie en aan de Vlaamse Regering via het DSI.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

OMG 2025/23 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een aanvraag tot het verkavelen van een grond in 2 loten voor één vrijstaande eengezinswoning en waarbij 1 lot bestemd is om ingelijfd te worden in het openbaar domein werd ingediend op 27 november 2025.

De aanvraag is gekend in het omgevingsloket met volgend projectnummer: OMV_2025143739.

Kadastraal worden de percelen van de aanvraag omschreven als (afd. 5) sectie C nr. 610F (De Rooy). Gedurende het openbaar onderzoek, dat werd georganiseerd van 18 december 2025 tot en met 16 januari 2026, werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

Lot A, een strook grond met een oppervlakte van 76 m² en gelegen tussen de rooilijnen, wordt in het openbaar domein gelijfd.

Conform het voorgesteld opmetingsplan van landmeter Livens dient daartoe lot A, met een oppervlakte van 76 m² te worden afgestaan voor de inlijving in het gemeentelijk openbaar domein. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Op deze wijze wordt een beperkt deel van het voorziene wegtracé gerealiseerd.

 

Juridische gronden

Artikel 4.2.25. van de VCRO bepaalt: Als de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.

 

Inspraak en advies

Gedurende het openbaar onderzoek, dat werd georganiseerd van 18 december 2025 tot en met 16 januari 2026, werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

 

Bijlagen

  1. VA_VP_N_25893_De_Rooy_VO_NT
  2. Advies_Pidpa_riolering
  3. Advies_fluvius_2025143739
  4. VA_VP_B_25893_De_Rooy_VO_BT
  5. Advies_proximus_2025143739
  6. Advies_Wyre_2025143739
  7. Advies_verkeersdienst
  8. 25893_De_Rooy_VO_RLPL
  9. advies_Pidpa_uitbreiding_waterleidingnet
  10. Advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_wegen
  11. Advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_patrimonium

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de rooilijn gerealiseerd.

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen met een gratis grondafstand van 76 m² goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

OMG 2025/242 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De aanvraag heeft betrekking op een perceel gelegen te Mol, Hagelstraat 11, kadastraal gekend als afdeling 1 sectie G nrs. 507G2, 507H2 en 507C2.

Een aanvraag tot het bouwen van 3 vrijstaande eengezinswoningen, na het slopen van de bestaande woning en bijgebouwen werd ingediend op 11 juli 2025.

De aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op 22 september 2025.

Gedurende het openbaar onderzoek, dat georganiseerd werd van 30 september 2025 tot en met 29 oktober 2025, werd er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

Het perceel met kadastrale gegevens 1ste afdeling, sectie G, nummer 507H2, een strook grond met een oppervlakte van 2a60ca en gelegen tussen de rooilijnen, wordt in het openbaar domein gelijfd.

 

Juridische gronden

Artikel 4.2.25. van de VCRO bepaalt: Als de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.

 

Inspraak en advies

Gedurende het openbaar onderzoek, dat georganiseerd werd van 30 september 2025 tot en met 29 oktober 2025 werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

 

Bijlagen

  1. advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_wegen_20260205_190308_0
  2. advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_patrimonium_20251002_105437_0
  3. Advies_proximus_2025087220
  4. Advies_Wyre_2025087220
  5. BA_WONINGEN_I_N_inplanting_LOT_1_nieuwe_toestand_Hagelstraat_Mol
  6. advies_groendienst_20260205_190208_0
  7. Advies_verkeersdienst_20251021
  8. advies_Fluvius_2025087220
  9. advies_Pidpa_Riolering_2025087220
  10. BA_WONINGEN_I_B_inplanting_LOT_1_bestaande_toestand_Hagelstraat_Mol
  11. advies_Pidpa_2025087220

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de rooilijn gerealiseerd.

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

Besluit

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen, waarbij een strook grond van 2a60ca ingelijfd wordt bij het openbaar domein, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

BELSEBAAN ZN - VERKOOP PERCEEL EN VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID VOOR DE BOUW VAN EEN FLUVIUS-CABINE - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Balen leverde op 23 januari 2025 een omgevingsvergunning 2024/335 af aan Fluvius, voor het slopen van de bestaande distributiecabine en het plaatsen van een nieuwe distributiecabine in crepistructuur, op het perceel gelegen in Balen, Belsebaan zn, 1ste afdeling, sectie E, nr. 219H. Dit perceel is eigendom van de gemeente Mol.

 

De gemeente Mol verkoopt een deel van het perceel gelegen in Balen, 1ste afdeling, sectie E, nr. 219H, met een oppervlakte van 27,5 m² aan Fluvius voor de oprichting van een nieuwe distributiecabine. Tevens wordt er een erfdienstbaarheid gevestigd, met een breedte van 1,5 meter, tussen het verkocht perceel en de Belsebaan, voor de plaatsing en onderhoud van ondergrondse leidingen. De vzw Molse Tennis en Padel Club staat haar erfpachtrechten af voor het gedeelte dat verkocht wordt aan Fluvius.

 

Juridische gronden

Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur: "Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2."

 

Artikel 41, 11° van het decreet over het lokaal bestuur: "De daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b) kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd."

 

Inspraak en advies

Advies projectcel Gebouwen van 12 januari 2026: gunstig.

Schattingsverslag opgesteld door landmeter-expert Dries Roos op 22 oktober 2024.

Ontwerpakte opgesteld door notaris Hervé De Graef uit Mol.

 

Bijlagen

  1. Advies_projectcel_Gebouwen
  2. Kadastrale_legger
  3. Ontwerpakte
  4. CBS23012025_-_Omgevingsvergunning_2024.335
  5. Kadastraal_plan
  6. Afbakeningsplan
  7. Schatttingsverslag

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeente verkoopt een deel van het perceel grond gelegen langs de Belsebaan zn in Balen, 1ste afdeling, sectie E, nr. 219H, met een oppervlakte van 27,5 m², aan Fluvius. Lot HS staat aangeduid op het opmetingsplan opgesteld door landmeter-expert Stef Neefs op 3 juni 2025.

 

Tevens wordt er een erfdienstbaarheid, met een breedte van 1,5 meter, gevestigd op de strook gelegen tussen het verkocht perceeldeel en de Belsebaan, eigendom van de gemeente Mol, voor de plaatsing en onderhoud van ondergrondse leidingen. Deze erfdienstbaarheid staat ook aangeduid op het opmetingsplan opgesteld door landmeter-expert Stef Neefs op 3 juni 2025. De vzw Molse Tennis en Padel Club staat haar erfpachtrechten af voor het gedeelte dat verkocht wordt aan Fluvius.

 

Financiële weerslag

Alle kosten verbonden aan deze verkoop en vestiging erfdienstbaarheid vallen ten laste van de bouwheer Fluvius.

 

Actie

5/14/4 - we beheren de facilitaire middelen met betrekking tot de onroerende goederen

Registratiesleutel

22100000/005000

Bedrag

€ 650,00 (verkoopprijs)

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de ontwerpakte verkoop opgesteld door notaris Hervé De Graef uit Mol. Een deel van het perceel gelegen langs de Belsebaan in Balen, 1ste afdeling, sectie E, nr. 219H, met een oppervlakte van 27,5 m², wordt aan Fluvius verkocht voor de oprichting van een distributiecabine. Tevens wordt er een erfdienstbaarheid gevestigd op een strook van dit perceel, eigendom van de gemeente Mol, voor de plaatsing en onderhoud van de ondergrondse leidingen. Lot HS en de erfdienstbaarheid staan aangeduid op het opmetingsplan opgesteld door landmeter-expert Stef Neefs op 3 juni 2025.

 

Artikel 2

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de voorwaarden opgenomen in de ontwerpakte opgesteld door notaris Hervé De Graef uit Mol.

 

Artikel 3

Aan de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt ontslag verleend om bij de overschrijving van deze akte ambtshalve een hypothecaire inschrijving te nemen.

 

Artikel 4

De financieel directeur wordt gemachtigd kwijting te geven voor de koopsom.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

DUIVENSTRAAT 37 - GRATIS GRONDAFSTAND IN UITVOERING VAN EEN VOORWAARDE BEPAALD IN DE VERKAVELINGSVERGUNNING 1970/38 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 30 november 1970 leverde het gemeentebestuur een verkavelingsvergunning 1970/38 af voor het verkavelen van percelen gelegen langs de Duivenstraat in Mol.

Op 3 december 1970 werd er een onderhandse en eenzijdige belofte van grondafstand ondertekend.

Op 8 juli 1971 werd de verkavelingsakte ondertekend, hierin werd verwezen naar de belofte van gratis grondafstand.

Het college van burgemeester en schepenen van 4 februari 2026 nam kennis, met geen opmerkingen, van de melding van een verdeling/afsplitsing van een stuk grond gelegen langs de Duivenstraat, met het oog op de gratis grondafstand aan de gemeente Mol.

De eigenaars wensen nu hun eigendom te verkopen en gelijktijdig de gratis grondafstand aan de gemeente te realiseren.

 

Juridische gronden

Artikel 40, § 1 van het decreet over het lokaal bestuur: "Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden vermeld in artikel 2."

 

Artikel 41, 11° van het decreet over het lokaal bestuur: "De daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b) kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd."

 

Inspraak en advies

Gunstig advies departement Ruimte, projectcel Gebouwen van 26 januari 2026.

Ontwerpakte opgesteld door notaris Sofie Vanhoutteghem uit Mol.

Bodemattesten Ovam van 19 november 2025.

 

Bijlagen

  1. Advies_projectcel_gebouwen
  2. Belofte_van_afstand_van_3_december_1970
  3. Bodemattest_Ovam_1483H
  4. Bodemattest_Ovam1483L
  5. Hypothecair_getuigschrift_aanvulling
  6. CBS_4_februari_2026_melding_verdeling
  7. Hypothecair_getuigschrift
  8. Kadastraal_plan
  9. Kadastrale_legger
  10. Ontwerpakte
  11. Verkavelingsakte_8_juli_1971
  12. Verkavelingsplan

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gratis grondafstand is in uitvoering van een voorwaarde van een oude verkavelingsvergunning 1970/38, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 30 november 1970. Op 3 december 1970 werd een onderhandse en eenzijdige belofte van gratis grondafstand ondertekend. In de verkavelingsakte van 8 juli 1971 werd hiernaar verwezen.

De kopers van destijds wensen nu hun eigendom te verhandelen en gelijktijdig de gratis grondafstand aan de gemeente te realiseren.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.  Het betreft hier een gratis grondafstand om te voegen bij de openbare wegenis.  Alle kosten zijn voor de overlaters.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad is akkoord om de percelen (lot I bis en II bis), gelegen in Mol, 3de afdeling, sectie E, nr. 1483L, met een oppervlakte van 74ca, en nr. 1483H, met een oppervlakte 1a56ca, kosteloos in te lijven in het gemeentelijk openbaar domein. Loten I bis en II bis staan aangeduid op het opmetingsplan opgesteld door landmeter-expert Hus op 21 juni 1971.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt de voorwaarden opgenomen in de ontwerpakte, opgesteld door notaris Sofie Vanhoutteghem uit Mol, goed.

 

Artikel 3

De gratis grondafstand gebeurt om reden van openbaar nut, ter realisatie van een gedeelte van de rooilijn.

 

Artikel 4

Aangezien deze overdracht gebeurt voor algemeen nut, zijnde de inlijving in het gemeentelijk openbaar domein, wordt er vrijstelling van registratierechten gevraagd.

 

Artikel 5

Aan de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt ontslag verleend om bij de overschrijving van deze akte ambtshalve een hypothecaire inschrijving te nemen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

ECODEMOTUIN - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De Ecodemotuin is al een 15-tal jaar een begrip in Mol. Er wordt gewerkt met verschillende partners om deze tuinen op een ecologische  manier te beheren. Om de verdere samenwerking en de ondersteuning te integreren in de gemeentelijke werking werd er een samenwerkingsovereenkomst opgesteld.

De gemeenteraad hechtte in zitting van 23 maart 2020 goedkeuring aan het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst voor de periode 2020-2026.

 

Juridische gronden

Artikel 41, 5° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017: "De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd: het goedkeuren van beheersovereenkomsten en samenwerkingsovereenkomsten als vermeld in artikel 196, 243 en 247."

 

Inspraak en advies

Advies departement ruimte, deskundige groen: gunstig voor het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst voor de Ecodemotuin met vzw Velt.

 

Bijlagen

  1. Samenwerkingsovereenkomst_Ecodemotuin

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De voorbije jaren is de Ecodemotuin uitgebouwd op percelen in eigendom van de gemeente Mol. Deze worden ter beschikking gesteld aan de gebruikers om, samen met het gemeentebestuur, onze burgers te sensibiliseren en te stimuleren om hun tuinen nog meer ecologisch in te richten en te onderhouden.

Hiervoor werken we in de gemeentelijke demonstratietuin samen met diverse partners die expertise hebben op vlak van ecologisch tuinieren, samentuinen, ecologische voeding, educatie en zetten we samen met het gemeentebestuur onze schouders onder initiatieven die hierrond in overleg worden opgestart.

In de Ecodemotuin vertrekken we vanuit ecologische principes en wordt aan de burgers getoond hoe een tuin kan bijdragen aan meer natuur, herstel van het landschap en een schoner milieu.

Er is ook plaats voor spontane natuur – plantensoorten die zich spontaan vestigen – insecten en dieren. In de Ecodemotuin gebruiken we geen chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest, streven we naar een minimum aan tuinafval en beperken we het energie- en waterverbruik.

 

Om de goede werking van de Ecodemotuin te kunnen blijven garanderen en om de samenwerking en ondersteuning te integreren in de gemeentelijke werking, is het aan te raden om een samenwerkingsovereenkomst met Velt vzw op te stellen.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het afsluiten van volgende "Samenwerkingsovereenkomst Ecodemotuin" tussen Velt vzw en het gemeentebestuur:

 

Artikel 1 – recht van gebruik

De gemeente Mol geeft in gebruik aan de gebruikers de percelen gelegen in Mol, 3de afdeling, sectie E, nr. 95f en nr. 98d, respectievelijk 31a05ca en 12a10ca groot, gelegen achter het containerpark van Millegem zoals aangeduid op het plan in bijlage 1.

 

Artikel 2 – bestemming

Het in gebruik gegeven terrein wordt bestemd als ecologische demonstratietuin volgens de principes zoals uiteengezet in de overwegende bepalingen bij deze overeenkomst.

Elke wijziging van gebruik zal eerst besproken worden met de gemeente.

 

Artikel 3 – vergoeding

Voor het gebruik van het terrein is geen vergoeding verschuldigd omdat het gebruik kadert binnen het gemeentelijke beleid en een maatschappelijke meerwaarde creëert.

 

Artikel 4 – engagement van de gebruikers

De gebruikers engageren zich de Ecodemotuin samen met de gemeentelijke diensten te beheren volgens de principes van VELT vzw. Verantwoorde het onderhoud dient te gebeuren met ecologisch verantwoorde materialen en middelen. Wanneer er structurele wijzigingen gebeuren op het terrein dient dit steeds in overleg met de gemeente te gebeuren.

Het gebruik van fytofarmaceutische producten of chemische mest- en hulpstoffen wordt onder geen enkele voorwaarde toegestaan.

Het terrein mag niet gebruikt worden voor het stockeren van materialen, andere dan deze die absoluut noodzakelijk zijn voor de bestemming.

De gebruikers participeren aan en initiëren projecten op het terrein met een educatief en ecologisch doel.

De gebruikers maken onderling en met de gemeente afspraken over het gebruik, beheer en onderhoud van het terrein.

Elke gebruiker die het terrein betreedt is verantwoordelijk voor het correct openen en sluiten van de poort.

Op het terrein mogen geen permanente constructies worden gebouwd zonder voorafgaande toelating door de gemeente.

Jaarlijks vindt er een overleg plaats tussen de betrokken partijen dat doorgaat in het 4de kwartaal. Hierin wordt het doel, beheer, gebruik, budgettering en planning van de activiteiten in de tuin besproken.

Wanneer er planten moeten besteld worden om de tuinen te vernieuwen dient deze plantenlijst aan de gemeente bezorgd te worden ten laatste op 1 juli voorafgaande het plantseizoen van dat jaar.

In overleg kunnen initiatieven van het gemeentebestuur in de Ecodemotuin door de gebruikers ondersteund worden wanneer deze aansluiten bij de doelstellingen van de gebruikers.

De gebruikers gaan maximaal in op vragen van scholen en groepen wanneer deze de Ecodemotuin willen bezoeken.

 

Artikel 5 – engagement van de gemeente

Het volgende beheer zal door de gemeente gebeuren:

        Onkruidvrij houden van de (half-) verharde paden op een ecologische manier, dit volgens het beeldkwaliteitsplan (bijlage 2);

        Maaien van de grasmatten volgens het beeldkwaliteitsplan (bijlage 2);

        Scheren van de hagen 2 maal per jaar.

 

Het groenonderhoud zal gebeuren wanneer dit in de planning past van de gemeentelijke diensten. Er kan geen afroep gebeuren van groenonderhoud door de gebruikers.

Er wordt gezorgd dat er zeker een onderhoudsbeurt gepland staat voor het eerste weekend van juni (open tuinendag Velt).

 

Het eerste gedeelte van de Ecodemotuin wordt door de gemeente gebruikt als tijdelijke opslagplaats voor het leveren van plantgoed. Het inlegeren van planten gebeurd op deze locatie.

De gemeente zorgt voor een ondersteuning ten behoeve van de gebruikers onder de vorm van ondersteuning, planten en middelen zodat de gebruikers hun engagement kunnen nakomen.

De gemeente stelt een budget van maximaal 1.500,00 euro jaarlijks ter beschikking dat gebruikt mag worden door de gebruikers in functie van het goede beheer van de Ecodemotuin. Hierbij een niet limitatieve opsomming van materialen welke aangekocht kunnen worden (meststoffen, planten, kippeneten, brandstof, …).

 

Artikel 6 – openstellen van de tuinen

De tuinen zijn publiekelijk toegankelijk wanneer de gebruikers ter plaatse zijn. Er dient steeds een verantwoordelijke van de gebruikers ter plaatse te zijn wanneer de tuinen publiekelijk toegankelijk zijn.

 

Openingsuren van de Ecodemotuin:

        Van 1 maart tot 15 april – elke zaterdag – van 10 tot 12 uur

        Van 16 april tot 31 augustus  - elke vrijdag – van 19 tot 21 uur

        Van 1 september tot 31 oktober - elke zaterdag – van 10 tot 12 uur

 

Elke vorm van schade aangebracht door derden tijdens dat de tuinen opengesteld zijn, wordt verhaald op de gebruikers.

De gebruikers zullen de gemeente onmiddellijk verwittigen indien er schade is aan het terrein door derden. De gebruikers zullen niet persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor de ontstane schade.

De Ecodemotuin mag in geen enkel geval gebruikt worden voor commerciële of professionele doelstellingen van welke aard ook.

De gemeente moet niet aanwezig zijn wanneer de tuinen opengesteld zijn voor het publiek.

De gebruikers mogen de Ecodemotuin noch geheel of gedeeltelijk in gebruik geven aan derden.

 

Artikel 7 – duurtijd van de overeenkomst

Deze overeenkomst neemt een aanvang op 1 maart 2026. De overeenkomst wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd.

Elke partij kan de overeenkomst op elk moment opzeggen mits het in acht nemen van een opzegtermijn. Bij verbreking van de overeenkomst moet er steeds een opzegtermijn van 1 jaar in acht genomen worden. Dit gerekend vanaf de datum van beslissing van het college.

De overeenkomst zal jaarlijks stilzwijgend worden verlengd.

De gemeente heeft het recht om de overeenkomst eenzijdig zonder opzegtermijn, zonder ingebrekestelling en zonder recht op schadevergoeding op te zeggen ten aanzien van één of meerdere gebruikers, indien de voorwaarden van deze overeenkomst manifest geschonden worden.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

ENERGIE- EN KLIMAATACTIEPLAN - ADDENDUM - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In 2019 ondertekende Mol het Burgemeestersconvenant 2030 voor klimaat en energie. In de Kempen is het project gekend onder de naam Kempen2030, waarvan het engagement recent werd herbevestigd tijdens de Staten-Regionaal van 13 juni 2025.

 

Op 13 september 2021 keurde de gemeenteraad het Energie- en klimaatactieplan goed (zie bijlage). Dit plan bevat een probleemanalyse, de visie en doelstellingen richting 2030 evenals acties voor de periode 2020-2025. Zoals voorzien in het plan, wordt er voor de nieuwe legislatuur een actualisatie doorgevoerd. IOK biedt hierbij ondersteuning en heeft samen met de provincie een voorstel van addendum uitgewerkt dat als basis dient voor de aanpassing van het huidige klimaatplan.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

  1. Goedgekeurd Energie-_en_klimaatactieplan Mol
  2. 13112025_Mol_SECAP_addendum

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het addendum (zie bijlage) worden binnen het kader van het Energie- en klimaatactieplan:

  1. bijkomende of gewijzigde operationele doelstellingen geformuleerd;
  2. de acties tijdens de meerjarenplanning 2026-2031 weergegeven;
  3. steracties aangeduid (prioritaire acties voor de komende legislatuur);
  4. de klimaatbegroting weergegeven.

 

Het Burgemeestersconvenant en de lokale Energie- en klimaatplannen zijn opgebouwd rond centrale 3 pijlers: Mitigatie, adaptatie en energiearmoede (sinds 2025). In het kader van de actualisatie van het klimaatplan en de tweejaarlijkse rapportage binnen het Burgemeestersconvenant, moet het addendum naast een overzicht van de acties voor de volgende legislatuur, minstens de volgende elementen bevatten:

        Mitigatie: minimaal drie steracties

        Adaptatie: minimaal drie steracties, aangevuld met nieuwe of geherformuleerde SMART-doelstellingen

        Energie-armoede: minimaal één steractie en minstens één nieuwe SMART-doelstelling

 

Onderstaande selectie omvat een opsomming van doelstellingen en/of steracties die worden opgenomen in het addendum.

 

  1. Mitigatie: Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen

Steracties:

        We bouwen een nieuw jeugdhuis met een aantrekkelijk ingerichte buitenruimte, waar ook het Mols OverKop-huis een plek krijgt. Jongeren vinden er ruimte voor ontmoeting, vrije tijd en laagdrempelige ondersteuning.

        We verduurzamen ons wagenpark en materieel door in te zetten op energie-efficiënte en milieuvriendelijke alternatieven.

        We maken samen met inwoners en partners een nieuw mobiliteitsplan op dat inzet op duurzame verplaatsingen, leefbare woonkernen en een vlotte bereikbaarheid van alle gehuchten.

 

  1. Adaptatie: Veerkracht versterken

Doelstellingen

Verfijning van reeds bestaande doelstellingen na feedback op de rapportage in het kader van het Burgemeestersconvenant. Voorstel om deze integraal over te nemen.

  1. We reduceren hittestress in woonomgevingen, zodat het aantal extra overlijdens door hitte niet meer toeneemt
  2. We houden regenwater en oppervlaktewater voldoende vast, zodat waterlopen niet verder verdrogen
  3. We zorgen ervoor dat het aantal gebouwen met wateroverlast niet langer toeneemt

 

Steracties:

        We realiseren de herontwikkeling van de sportsite Donk tot een duurzame, gedeelde en toekomstgerichte sportomgeving, in samenwerking met sportclubs en met aandacht voor asbestsanering, ontharding, waterbuffering en groen.

        We ontwikkelen een visie op verdichting en vergroening om wonen in het centrum aantrekkelijker te maken. Indien nodig passen we het RUP Centrum aan om deze visie in de praktijk te brengen.

        We leggen Hofstede opnieuw aan met veilige fietspaden, een gescheiden rioleringsstelsel en een heringericht kruispunt met de Nijverheidsstraat, voor een vlotte en veilige west-circulatie rond het centrum.

 

  1. Energiearmoede verlichten

Doelstellingen

  1. Het aantal huishoudens met moeilijkheden om de energiefacturen te betalen, daalt met minstens 25%.
  2. Het aandeel sociale huurwoningen stijgt volgens de richtlijnen van het nieuw bindend sociaal objectief.
  3. De energieprestaties van huurwoningen voldoen aan de minimale energienorm.
  4. We verhogen de opname van financiële en ontzorgende instrumenten door kwetsbare gezinnen.

 

Steractie:

        We nemen als gemeente een regierol op in een kwaliteitsvol en betaalbaar woningaanbod, en volgen actief de aanvragen voor conformiteitsattesten op om de woonkwaliteit van (oudere) huurwoningen te bewaken.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het addendum, de doelstellingen en steracties in het kader van de actualisatie van het Energie- en klimaatactieplan, conform de vereisten van het Burgemeestersconvenant 2030 en de drie pijlers (mitigatie, adaptatie en energiearmoede) goed:

 

1. Mitigatie: Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen

Steracties:

        We bouwen een nieuw jeugdhuis met een aantrekkelijk ingerichte buitenruimte, waar ook het Mols OverKop-huis een plek krijgt. Jongeren vinden er ruimte voor ontmoeting, vrije tijd en laagdrempelige ondersteuning.

        We verduurzamen ons wagenpark en materieel door in te zetten op energie-efficiënte en milieuvriendelijke alternatieven.

        We maken samen met inwoners en partners een nieuw mobiliteitsplan op dat inzet op duurzame verplaatsingen, leefbare woonkernen en een vlotte bereikbaarheid van alle gehuchten.

 

2. Adaptatie: Veerkracht versterken

Doelstellingen

Verfijning van reeds bestaande doelstellingen na feedback op de rapportage in het kader van het Burgemeestersconvenant. Voorstel om deze integraal over te nemen.

  1. We reduceren hittestress in woonomgevingen, zodat het aantal extra overlijdens door hitte niet meer toeneemt
  2. We houden regenwater en oppervlaktewater voldoende vast, zodat waterlopen niet verder verdrogen
  3. We zorgen ervoor dat het aantal gebouwen met wateroverlast niet langer toeneemt

 

Steracties:

        We realiseren de herontwikkeling van de sportsite Donk tot een duurzame, gedeelde en toekomstgerichte sportomgeving, in samenwerking met sportclubs en met aandacht voor asbestsanering, ontharding, waterbuffering en groen.

        We ontwikkelen een visie op verdichting en vergroening om wonen in het centrum aantrekkelijker te maken. Indien nodig passen we het RUP Centrum aan om deze visie in de praktijk te brengen.

        We leggen Hofstede opnieuw aan met veilige fietspaden, een gescheiden rioleringsstelsel en een heringericht kruispunt met de Nijverheidsstraat, voor een vlotte en veilige west-circulatie rond het centrum.

 

3. Energiearmoede verlichten

Doelstellingen

  1. Het aantal huishoudens met moeilijkheden om de energiefacturen te betalen, daalt met minstens 25%.
  2. Het aandeel sociale huurwoningen stijgt volgens de richtlijnen van het nieuw bindend sociaal objectief.
  3. De energieprestaties van huurwoningen voldoen aan de minimale energienorm.
  4. We verhogen de opname van financiële en ontzorgende instrumenten door kwetsbare gezinnen.

 

Steractie:

        We nemen als gemeente een regierol op in een kwaliteitsvol en betaalbaar woningaanbod, en volgen actief de aanvragen voor conformiteitsattesten op om de woonkwaliteit van (oudere) huurwoningen te bewaken.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - ONS HUIS - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeente Mol heeft drie lokale armoedeorganisaties met een sterk netwerk en een uitgebouwde werking. Dat is een absolute troef in het ontwikkelen van een lokaal armoedebeleid. De historiek en de dynamiek tussen deze organisaties onderling en met de gemeente, maakt dat ondersteuning en samenwerking voor elk van deze organisaties helemaal anders werd vormgegeven.

 

De gemeente Mol erkent de lokale armoedeverenigingen die een bovenlokale erkenning hebben als sleutelpartners in de uitbouw van een lokaal armoedebeleid: hetzij als Welzijnsschakel door Welzijnszorg (Actie MIN Mol en MIN Mol), of als Vereniging waar Armen het Woord nemen (Vlaamse erkenning voor Ons Huis, die ook erkend is als Welzijnsschakel).

 

De samenwerkingsovereenkomst met Ons Huis beoogt de bestaande samenwerking voor de periode van het meerjarenplan (2026-2031) verder te bestendigen en te versterken in transparante samenwerkingsafspraken.

 

Juridische gronden

Artikel 40 en 41 Decreet lokaal bestuur

Decreet betreffende de armoedebestrijding (21/03/2003)

 

Bijlagen

  1. 2026_Samenwerkingsovereenkomst_Ons Huis

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële modaliteiten van de overeenkomst zijn bepaald vanuit de bestaande samenwerkingsafspraken (van de periode 2020-2025), de geldende kostenstructuur met betrekking tot de huisvesting van de werking én de gekende minimale kosten voor de uitvoering van de basisopdrachten (voor zover niet door een hogere overheid gesubsidieerd).

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/2/1

Registratiesleutel

090900-64990000

Bedrag

€ 3 000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt volgende samenwerkingsovereenkomst goed:

 

Artikel 1 – Doel en voorwerp van de overeenkomst

Deze overeenkomst regelt de samenwerking tussen de gemeente Mol en vzw Ons Huis, erkend als Vereniging waar Armen het Woord nemen (VWWM). Doel is het versterken van het lokale en bovenlokale armoedebeleid, de participatie van mensen in armoede en de toegankelijkheid van rechten en diensten.

Concreet voor de samenwerking tussen de gemeente en Ons Huis betekent dit dat vzw Ons Huis een actieve bijdrage levert aan de samenwerkingsvormen, zoals omschreven in artikel 2, en middels haar ekenningscriteria vanuit het Vlaamse armoededecreet een bijdrage levert aan het lokale armoedebeleid.

 

Artikel 2 – Algemene principes van samenwerking

De samenwerking steunt op: (a) wederzijds respect; (b) autonomie van zowel de vereniging als het lokaal bestuur; (c) erkenning van ervaringsdeskundigheid van mensen in armoede; en (d) een gelijkwaardig partnerschap tussen beleid en middenveld.

De organisatie van de jaarlijkse Dag van Verzet tegen Armoede (17 oktober) valt buiten deze overeenkomst en wordt in het bestaande samenwerkingsverband vanuit ILV Baldemore opgenomen.

Artikel 3 – Verantwoordelijkheden van de gemeente Mol

De gemeente Mol organiseert overlegkanalen waarlangs de samenwerking vorm krijgt in dialoog. Concreet:

        Halfjaarlijks lokaal overleg armoede. Vanuit de gemeente worden minstens uitgenodigd: de schepen van armoede, het lokaal aanspreekfiguur armoede en het afdelingshoofd van de sociale dienst. Andere betrokkenen (bv. manager ILV Baldemore, teamcoach Huis van het Kind) kunnen op basis van de agenda worden uitgenodigd. Daarnaast wordt minstens een afvaardiging van Ons Huis, MIN Mol, Actie Min Mol en Inloopcentrum De Passage (CAW De Kempen) uitgenodigd. In dit overleg staan centraal: opvolging van het lokaal armoedebeleid; delen van collectieve aandachtspunten; planning en evaluatie van initiatieven; ontwikkeling van samenwerking; en het opzetten van initiatieven voor participatie van mensen in armoede.

        Jaarlijks plaatsbezoek van de gemeente aan prioritaire partners. Minstens de schepen van armoede en het lokaal aanspreekfiguur armoede zijn aanwezig. Tijdens het bezoek worden de overeenkomst en de samenwerkingsafspraken geëvalueerd.

        Tweejaarlijks inleefmoment rond armoede voor medewerkers van de gemeentelijke welzijnsdiensten. Doel: medewerkers leren de werking van lokale armoedeorganisaties kennen en medewerkers/vrijwilligers van lokale armoedeorganisaties maken kennis met de gemeentelijke welzijnsdiensten.

        Tweejaarlijks armoedeforum, vrij toegankelijk voor het brede publiek. Telkens wordt een armoedethema uitgediept. Actoren die professioneel of vrijwillig met armoede te maken hebben worden uitgenodigd. Doel: inzichten en goede praktijken uitwisselen en samenwerking organiseren rond concrete lokale verbeteringen. Na elk forum wordt gestreefd naar de oprichting van minstens één werkgroep die werkt aan een concrete realisatie binnen het lokaal armoedebeleid.

 

Artikel 4 – Verantwoordelijkheden van Ons Huis

Ons Huis is Vlaams erkend als Vereniging waar Armen het Woord nemen en ontvangt daarvoor financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid. Deze overeenkomst verankert lokale engagementen in lijn met de Vlaamse criteria. Ons Huis is ook erkend als welzijnsschakel. Concreet verwacht de gemeente Mol dat Ons Huis:

        Haar verplichtingen als erkende vereniging waar armen het woord nemen nakomt, overeenkomstig de zes criteria uit het Vlaamse decreet betreffende de armoedebestrijding (21 maart 2003).

        Actief deelneemt aan het lokaal overleg armoede, het jaarlijkse plaatsbezoek, het tweejaarlijks inleefmoment en het tweejaarlijks armoedeforum.

        Het pand aan de Bresserdijk 4 (erfpacht van de gemeente) beheert als een voorzichtig en redelijk persoon.

 

Artikel 5 – Financiële afspraken

Ons Huis ontvangt van de gemeente Mol, op basis van de engagementen in artikel 4, een jaarlijkse basisbijdrage van € 1.000.

Daarnaast kan Ons Huis aanspraak maken op een bijkomende bijdrage van tweemaal € 1.000, wanneer een concrete samenwerking met de gemeente wordt uitgevoerd die (i) kadert in de zes criteria waaraan Ons Huis moet voldoen en (ii) past binnen de doelstellingen van het meerjarenplan van de gemeente Mol. De concrete afspraken worden jaarlijks afgestemd tussen de voorzitter en coördinator van Ons Huis en de schepen van armoede en het lokaal aanspreekfiguur armoede van de gemeente Mol, en als jaarlijkse bijlage toegevoegd aan deze overeenkomst.

De gemeentelijke bijdrage wordt in het eerste kwartaal van het jaar uitbetaald na besluit van het college van burgemeester en schepenen, of binnen de maand na ingediende verantwoording van het voorgaande jaar door Ons Huis. Ons Huis bezorgt jaarlijks een inhoudelijke verantwoording van de betoelaagde samenwerking aan de gemeente Mol.

 

Artikel 7 – Duur en evaluatie

Deze overeenkomst loopt tot en met 31 december 2031 en wordt jaarlijks tijdens het plaatsbezoek geëvalueerd. Bij een geschil gaan beide partijen in dialoog. Het verslag van dit gesprek wordt bezorgd aan de Raad van Bestuur van vzw Vierdewereldwerking Ons Huis en het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Mol. Indien er in dialoog geen vergelijk gevonden wordt, behouden de partners zicht het recht om de samenwerkingsovereenkomst op te zeggen middels schriftelijke kennisgave, mits inachtname van een opzegtermijn van 6 maanden.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - VZW ACTIE MIN MOL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeente Mol heeft drie lokale armoedeorganisaties met een sterk netwerk en een uitgebouwde werking. Dat is een absolute troef in het ontwikkelen van een lokaal armoedebeleid. De historiek en de dynamiek tussen deze organisaties onderling en met de gemeente, maakt dat ondersteuning en samenwerking voor elk van deze organisaties helemaal anders werd vormgegeven.

 

De gemeente Mol erkent de lokale armoedeverenigingen die een bovenlokale erkenning hebben als sleutelpartners in de uitbouw van een lokaal armoedebeleid: hetzij als Welzijnsschakel door Welzijnszorg (Actie MIN Mol en MIN Mol), of als Vereniging waar Armen het Woord nemen (Vlaamse erkenning voor Ons Huis, die ook erkend is als Welzijnsschakel).

 

De samenwerkingsovereenkomst met vzw Actie Min Mol beoogt de bestaande samenwerking voor de periode van het meerjarenplan (2026-2031) verder te bestendigen en te versterken in transparante samenwerkingsafspraken.

 

Juridische gronden

Artikel 40 en 41 Decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

  1. 2026_Samenwerkingsovereenkomst_Actie Min Mol

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële modaliteiten van de overeenkomst zijn bepaald vanuit de bestaande samenwerkingsafspraken (van de periode 2020-2025), de geldende kostenstructuur met betrekking tot de huisvesting van de werking én de gekende minimale kosten voor de uitvoering van de basisopdrachten (voor zover niet door een hogere overheid gesubsidieerd).

  

De financiële bijdrage voor het organiseren van materiële hulp wordt jaarlijks berekend over de deelnemende gemeenten op basis van actieve verwijzingen. Deze kostenverdeling (op basis van artikel 5) voor jaarlijks toegevoegd aan de samenwerkingsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/2/1

Registratiesleutel

090900-64990000

Bedrag

€ 19 975

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt volgende samenwerkingsovereenkomst goed:

 

Artikel 1 – Doel en voorwerp van de overeenkomst

Deze overeenkomst regelt de samenwerking tussen de gemeente Mol en vzw Actie Min Mol, erkend als welzijnsschakel. Doel is het versterken van het lokale en bovenlokale armoedebeleid, de participatie van mensen in armoede en de toegankelijkheid van rechten en diensten.

Concreet voor de samenwerking tussen de gemeente en vzw Actie Min Mol betekent dit dat vzw Actie Min Mol een actieve bijdrage levert aan de samenwerkingsvormen, zoals omschreven in artikel 2, en een wekelijkse verdeling van ESF + - middelen en voedseloverschotten organiseert voor kwetsbare cliënten op verwijzing van OCMW Mol.

 

Artikel 2 – Algemene principes van samenwerking

De samenwerking steunt op: (a) wederzijds respect; (b) autonomie van zowel de vereniging als het lokaal bestuur; (c) erkenning van ervaringsdeskundigheid van mensen in armoede; en (d) een gelijkwaardig partnerschap tussen beleid en middenveld.

 

Artikel 3 – Verantwoordelijkheden van de gemeente Mol

De gemeente Mol voorziet overlegkanalen waarlangs de samenwerking vorm krijgt in dialoog. Concreet voorziet de gemeente:

        Halfjaarlijks lokaal overleg armoede. Vanuit de gemeente worden minstens uitgenodigd: de schepen van armoede, het lokaal aanspreekfiguur armoede en het afdelingshoofd van de sociale dienst. Andere betrokkenen (bv. manager ILV Baldemore, teamcoach Huis van het Kind) kunnen op basis van de agenda worden uitgenodigd. Daarnaast wordt minstens een afvaardiging van Ons Huis, MIN Mol, Actie Min Mol en Inloopcentrum De Passage (CAW De Kempen) uitgenodigd. In dit overleg staan centraal: opvolging van het lokaal armoedebeleid; delen van collectieve aandachtspunten; planning en evaluatie van initiatieven; ontwikkeling van samenwerking; en het opzetten van initiatieven voor participatie van mensen in armoede.

        Jaarlijks plaatsbezoek van de gemeente aan prioritaire partners. Minstens de schepen van armoede en het lokaal aanspreekfiguur armoede van de gemeente zijn aanwezig. Tijdens het bezoek worden de overeenkomst en de samenwerkingsafspraken geëvalueerd.

        Tweejaarlijks inleefmoment rond armoede voor medewerkers van de gemeentelijke welzijnsdiensten, zodat medewerkers de werking van lokale armoedeorganisaties leren kennen en medewerkers/vrijwilligers van lokale armoedeorganisaties kennismaken met de gemeentelijke welzijnsdiensten.

        Tweejaarlijks armoedeforum, vrij toegankelijk voor het brede publiek. Telkens wordt een armoedethema uitgediept. Actoren die professioneel of vrijwillig met armoede te maken hebben worden uitgenodigd. Doel: inzichten en goede praktijken uitwisselen en samenwerking organiseren rond concrete lokale verbeteringen. Na elk forum wordt gestreefd naar de oprichting van minstens één werkgroep die werkt aan een concrete realisatie binnen het lokaal armoedebeleid.

 

Artikel 4 – Verantwoordelijkheden van Actie Min Mol

Vzw Actie Min Mol is erkend als welzijnsschakel. Voor die erkenning ontvangt zij geen substantiële ondersteuning en is zij voor de werking sterk afhankelijk van giften en subsidies van lokale of regionale actoren. Binnen deze samenwerking verwacht de gemeente Mol dat Actie Min Mol:

        Haar verplichtingen als erkende welzijnsschakel nakomt ten aanzien van Welzijnsschakels/Welzijnszorg.

        Actief deelneemt aan het lokaal overleg armoede, het jaarlijkse plaatsbezoek, het tweejaarlijks inleefmoment en het tweejaarlijks armoedeforum.

        Het pand aan de Sint-Apollonialaan beheert als een voorzichtig en redelijk persoon. Actie Min Mol is verantwoordelijk voor kosten van de dagelijkse werking. Kosten die de gemeente Mol draagt in het kader van de huurovereenkomst en nutsvoorzieningen worden in mindering gebracht in het subsidiebedrag van Actie Min Mol. Ook eventuele meeropdrachten vanuit de gemeente Mol kunnen door het gemeentebestuur worden verrekend en in mindering gebracht van het subsidie van het volgende jaar.

        Zich in de dagelijkse werking houdt aan geldende regelgeving, met name rond verwerking van afvalstromen en voedselveiligheid, alsook de geldende GDPR – richtlijnen met betrekking tot het bijhouden van persoonsgegevens van gebruikers.

 

Artikel 5 – Specifieke samenwerking rond materiële hulp

Actie Min Mol, MIN Mol en OCMW Mol werken samen om, op verwijzing, cliënten die te maken hebben met materiële deprivatie toegang te geven tot materiële hulp.

Actie Min Mol verleent materiële hulp in de vorm van voeding en kleine huishoudelijke verbruiksgoederen (hygiënemateriaal) aan cliënten die voor een afgebakende periode door OCMW Mol worden verwezen. Actie Min Mol engageert zich om:

        Zich te engageren binnen de verwijzingsafspraken van de OCMW’s van Mol, Balen en Dessel. Deze afspraken komen tot stand en worden geëvalueerd met inbreng van betrokken armoedeorganisaties.

        Binnen deze verwijsafspraken te zorgen voor discrete behandeling van persoonlijke gegevens van verwezen cliënten, en zich daarbij houden aan de geldende regelgeving voor gegevensbescherming (GDPR/AVG).

        Problemen die zich zouden voordoen bij het verlenen van de materiële hulp binnen de geldende verwijsafspraken; melden aan het OCMW dat de verwijzing deed.

        Jaarlijks in de eerste week van april een overzicht op te stellen van het aantal actieve verwijzingen van de drie betrokken OCMW’s en dit aan de gemeente te bezorgen.

        Te opereren binnen de wettelijke bepalingen opgelegd aan OCMW’s en partners inzake verdeling van lokaal toegekende ESF+‑middelen.

 

Artikel 6 – Financiële afspraken

Actie Min Mol ontvangt van de gemeente Mol, op basis van de engagementen in artikel 4, een jaarlijkse basisdotatie van € 1.000.

Daarnaast ontvangt het de gemeenten Mol, Balen, Dessel en Retie, op basis van artikel 5, een jaarlijkse som van in totaal € 27.500, te verdelen volgens het effectieve aantal verwijzingen van de vier OCMW’s op 1 april van het voorafgaande jaar. Een deel van deze toelage wordt niet rechtstreeks aan Actie Min Mol betaald, maar aan vzw Waardenmakerij voor ondersteuning in het kader van Foodsavers, volgens de overeenkomsten tussen de gemeente en vzw Waardenmakerij. De specifieke verdeling wordt jaarlijks als bijlage aan deze overeenkomst toegevoegd.

Aangezien de gemeente Mol voor de locatie aan de Sint‑Apollonialaan 198 optreedt als huurder en instaat voor lasten van nutsvoorzieningen (energie, water), betaalt de gemeente Mol in beginsel enkel de basisdotatie op grond van artikel 4. Voor de betaling van de engagementen in artikel 5 worden de voorziene bijdragen eerst gebruikt om bovengenoemde lasten te dragen. Na het afgelopen jaar volgt een afrekening tussen de gemeente Mol en Actie Min Mol op basis van de afgesproken bijdrage en de door de gemeente betaalde lasten, volgens de afspraken tussen de gemeente Mol en de eigenaar van het pand aan de Sint‑Apollonialaan 198. De door de gemeente betaalde huurlasten en nutsvoorzieningen, worden in mindering gebracht van de door Mol betaalde bijdrage.

De gemeentelijke bijdrage wordt in het eerste kwartaal van het jaar uitbetaald na besluit van het college van burgemeester en schepenen, of binnen de maand na ingediende verantwoording van het voorgaande jaar door Actie Min Mol. Actie Min Mol bezorgt jaarlijks een inhoudelijke verantwoording van de  betoelaagde samenwerking aan de gemeente Mol. Deze verantwoording wordt gedeeld met de gemeenten Balen en Dessel.

 

Artikel 7 – Duur en evaluatie

Deze overeenkomst loopt tot en met 31 december 2031 en wordt jaarlijks tijdens het plaatsbezoek geëvalueerd. Bij geschil gaan beide partijen in dialoog. Het verslag van dit gesprek wordt bezorgd aan de Raad van Bestuur van vzw Actie Min Mol en het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Mol. Indien er in dialoog geen vergelijk gevonden wordt, behouden de partners zicht het recht om de samenwerkingsovereenkomst op te zeggen middels schriftelijke kennisgave, mits inacht name van een opzegtermijn van 6 maanden.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - VZW MIN MOL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeente Mol heeft drie lokale armoedeorganisaties met een sterk netwerk en een uitgebouwde werking. Dat is een absolute troef in het ontwikkelen van een lokaal armoedebeleid. De historiek en de dynamiek tussen deze organisaties onderling en met de gemeente, maakt dat ondersteuning en samenwerking voor elk van deze organisaties helemaal anders werd vormgegeven.

 

De gemeente Mol erkent de lokale armoedeverenigingen die een bovenlokale erkenning hebben als sleutelpartners in de uitbouw van een lokaal armoedebeleid: hetzij als Welzijnsschakel door Welzijnszorg (Actie MIN Mol en MIN Mol), of als Vereniging waar Armen het Woord nemen (Vlaamse erkenning voor Ons Huis, die ook erkend is als Welzijnsschakel).

 

De samenwerkingsovereenkomst met vzw MIN Mol beoogt de bestaande samenwerking voor de periode van het meerjarenplan (2026-2031) verder te bestendigen en te versterken in transparante samenwerkingsafspraken.

 

Juridische gronden

Artikel 40 en 41 Decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

  1. 2026_Samenwerkingsovereenkomst_MIN Mol

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële modaliteiten van de overeenkomst zijn bepaald vanuit de bestaande samenwerkingsafspraken (van de periode 2020-2025), de geldende kostenstructuur met betrekking tot de huisvesting van de werking én de gekende minimale kosten voor de uitvoering van de basisopdrachten (voor zover niet door een hogere overheid gesubsidieerd).

 

De financiële bijdrage voor het organiseren van materiële hulp wordt jaarlijks berekend over de deelnemende gemeenten op basis van actieve verwijzingen. Deze kostenverdeling (op basis van artikel 5) voor jaarlijks toegevoegd aan de samenwerkingsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

 

Actie

5/2/1

Registratiesleutel

090900-64990000

Bedrag

€ 3 188

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt volgende samenwerkingsovereenkomst goed:

 

Artikel 1 – Doel en voorwerp van de overeenkomst

Deze overeenkomst regelt de samenwerking tussen de gemeente Mol en vzw MIN Mol, erkend als welzijnsschakel. Doel is het versterken van het lokale en bovenlokale armoedebeleid, de participatie van mensen in armoede en de toegankelijkheid van rechten en diensten.

Concreet voor de samenwerking tussen de gemeente en vzw MIN Mol betekent dit dat vzw MIN Mol een actieve bijdrage levert aan de samenwerkingsvormen, zoals omschreven in artikel 2, en een maandelijkse verdeling van kledij en huisraad organiseert in een winkelmodel voor kwetsbare cliënten op verwijzing van OCMW Mol.

 

Artikel 2 – Algemene principes van samenwerking

De samenwerking steunt op: (a) wederzijds respect; (b) autonomie van zowel de vereniging als het lokaal bestuur; (c) erkenning van ervaringsdeskundigheid van mensen in armoede; en (d) een gelijkwaardig partnerschap tussen beleid en middenveld.

 

Artikel 3 – Verantwoordelijkheden van de gemeente Mol

De gemeente Mol organiseert overlegkanalen waarlangs de samenwerking vorm krijgt in dialoog. Concreet:

        Halfjaarlijks lokaal overleg armoede. Vanuit de gemeente worden minstens uitgenodigd: de schepen van armoede, het lokaal aanspreekfiguur armoede en het afdelingshoofd van de sociale dienst. Andere betrokkenen (bv. manager ILV Baldemore, teamcoach Huis van het Kind) kunnen op basis van de agenda worden uitgenodigd. Daarnaast wordt minstens een afvaardiging van Ons Huis, MIN Mol, Actie Min Mol en Inloopcentrum De Passage (CAW De Kempen) uitgenodigd. In dit overleg staan centraal: opvolging van het lokaal armoedebeleid; delen van collectieve aandachtspunten; planning en evaluatie van initiatieven; ontwikkeling van samenwerking; en het opzetten van initiatieven voor participatie van mensen in armoede.

        Jaarlijks plaatsbezoek van de gemeente aan prioritaire partners. Minstens de schepen van armoede en het lokaal aanspreekfiguur armoede zijn aanwezig. Tijdens het bezoek worden de overeenkomst en de samenwerkingsafspraken geëvalueerd.

        Tweejaarlijks inleefmoment rond armoede voor medewerkers van de gemeentelijke welzijnsdiensten. Doel: medewerkers leren de werking van lokale armoedeorganisaties kennen en medewerkers/vrijwilligers van lokale armoedeorganisaties maken kennis met de gemeentelijke welzijnsdiensten.

        Tweejaarlijks armoedeforum, vrij toegankelijk voor het brede publiek. Telkens wordt een armoedethema uitgediept. Actoren die professioneel of vrijwillig met armoede te maken hebben worden uitgenodigd. Doel: inzichten en goede praktijken uitwisselen en samenwerking organiseren rond concrete lokale verbeteringen. Na elk forum wordt gestreefd naar de oprichting van minstens één werkgroep die werkt aan een concrete realisatie binnen het lokaal armoedebeleid.

 

Artikel 4 – Verantwoordelijkheden van MIN Mol

Vzw MIN Mol is erkend als welzijnsschakel. Voor die erkenning ontvangt zij geen substantiële ondersteuning en is zij voor de werking sterk afhankelijk van giften en subsidies van lokale of regionale actoren. Binnen deze samenwerking verwacht de gemeente Mol dat MIN Mol:

        Haar verplichtingen als erkende welzijnsschakel nakomt ten aanzien van Welzijnsschakels/Welzijnszorg.

        Actief deelneemt aan het lokaal overleg armoede, het jaarlijkse plaatsbezoek, het tweejaarlijks inleefmoment en het tweejaarlijks armoedeforum.

        Het pand aan de Jozef Calasanzstraat (kerk Achterbos) beheert als een voorzichtig en redelijk persoon. MIN Mol is verantwoordelijk voor de kosten van de dagelijkse werking. Eventuele meeropdrachten vanuit de gemeente Mol kunnen door het gemeentebestuur worden verrekend en in mindering gebracht van de bijdrage van het volgende jaar.

        Zich in de dagelijkse werking houdt aan geldende regelgeving, met name rond verwerking van afvalstromen, alsook de geldende GDPR – richtlijnen met betrekking tot het bijhouden van persoonsgegevens van gebruikers.

Artikel 5 – Specifieke samenwerking rond materiële hulp

MIN Mol, Actie MIN en OCMW Mol werken samen om, op verwijzing, cliënten met materiële deprivatie toegang te geven tot materiële hulp.

MIN Mol verleent materiële hulp in de vorm van kledij en kleine huishoudelijke gebruiksgoederen aan cliënten die voor een afgebakende periode door OCMW Mol worden verwezen. MIN Mol engageert zich om:

        Zich te engageren binnen de verwijzingsafspraken van de OCMW’s van Mol, Balen, Dessel en Retie. Deze afspraken komen tot stand en worden geëvalueerd met inbreng van betrokken armoedeorganisaties.

        Binnen deze verwijsafspraken te zorgen voor discrete behandeling van persoonlijke gegevens van verwezen cliënten, en zich daarbij houden aan de geldende regelgeving voor gegevensbescherming (GDPR/AVG).

        Problemen bij het verlenen van materiële hulp aan verwezen cliënten te melden aan het betreffende OCMW dat de verwijzing deed.

        Jaarlijks in de eerste week van april een overzicht op te stellen van het aantal actieve verwijzingen van de vier betrokken OCMW’s en dit aan de gemeente te bezorgen.

 

Artikel 6 – Financiële afspraken

MIN Mol ontvangt van de gemeente Mol, op basis van de engagementen in artikel 4, een jaarlijkse basisdotatie van € 1.000.

MIN Mol ontvangt van de gemeenten Mol, Balen, Dessel en Retie, op basis van de engagementen in artikel 5, een jaarlijkse som van in totaal € 4.000. De betrokken gemeenten (of OCMW’s) dragen bij volgens de verhouding die voortvloeit uit het effectieve aantal verwijzingen van de vier OCMW’s aan MIN Mol op 1 april van het voorgaande jaar. De specifieke verdeling van het totaal over de betreffende gemeenten wordt jaarlijks als bijlage aan deze overeenkomst toegevoegd.

De gemeentelijke bijdrage wordt in het eerste kwartaal van het jaar uitbetaald na besluit van het college van burgemeester en schepenen, of binnen de maand na ingediende verantwoording van het voorgaande jaar door MIN Mol. MIN Mol bezorgt jaarlijks een inhoudelijke verantwoording van de betoelaagde samenwerking aan de gemeente Mol. Deze verantwoording wordt gedeeld met de gemeenten Balen, Dessel en Retie.

 

Artikel 7 – Duur en evaluatie

Deze overeenkomst loopt tot en met 31 december 2031 en wordt jaarlijks tijdens het plaatsbezoek geëvalueerd. Bij een geschil gaan beide partijen in dialoog. Het verslag van dit gesprek wordt bezorgd aan de Raad van Bestuur van vzw MIN Mol en het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Mol. Indien er in dialoog geen vergelijk gevonden wordt, behouden de partners zicht het recht om de samenwerkingsovereenkomst op te zeggen middels schriftelijke kennisgave, mits inacht name van een opzegtermijn van 6 maanden.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST MET WAARDENMAKERIJ VZW - ORGANISATIE AANBOD FOODSAVERS - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Na een onderhandelde samenwerking in 2024 en een formele samenwerking in 2025 tussen de gemeente Mol en de werking Foodsavers (vzw Waardenmakerij), wordt gevaagd om voor het meerjarenplan 2026-2031 een overeenkomst af te sluiten voor 6 jaar (met de mogelijkheid tot opzeg).

 

vzw Actie MIN verdeelt de ESF+ - producten (voedingsmiddelen met lange bewaartijd en hygiënemateriaal) van Mol, Balen en Dessel (die eigen overeenkomsten dienen af te sluiten met vzw Waardemakerij). Mede hierdoor heft vzw Actie MIN niet de capaciteit om al die goederen op te slaan. Levering van ESF+ -middelen gebeurt immers op afroep en gebeurt slechts enkele dagen tot een week op voorhand. De gemeenten Dessel en Balen dienen zelf een overeenkomst met vzw Waardenmarkerij af te sluiten voor het aanbod Foodsavers.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

1) 2025_Foodsavers_OvereenkomstWaardenmakerij

2) 2025_Foodsavers_BijlageOvereenkomst

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

 

Als OCMW hebben we de verdeling van de ons toegewezen ESF+ - middelen voor mensen in armoede uit Mol toevertrouwd aan vzw Actie MIN. Zij nemen de aanvragen, en verdeling op zich; op verwijzing van ons OCMW. Om die werking te ondersteunen in logistieke capaciteit, is een samenwerking met Foodsavers noodzakelijk om tot de nodige opslag en afhandeling te komen.

 

Concreet gaat het over stockage en handling van ESF+-middelen. Deze worden in het depot in Herentals gestockeerd voor de gemeenten Mol, Balen en Dessel en worden daar door Actie MIN Mol vzw opgehaald om te verwerken in een maandelijkse verdeling.

 

De kostprijs van deze dienstverlening door Foodsavers bedraagt € 0,10 / inwoner (inwonersaantal op 1 januari 2026) met een maximum van € 1.590 op jaarbasis. Dat is meteen ook het bedrag voor Mol voor 2026. Het maximumbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de gezondheidsindex. De middelen voor het aanbod Foodsavers zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

Financiële weerslag

Actie

5/2/1

Registratiesleutel

090900-64930000

Bedrag

€ 1.590

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt volgende samenwerkingsovereenkomst met Waardenmakerij vzw voor de organisatie van het aanbod Foodsavers voor de ESF+ - middelen voor 2025 tot 2031 goed en dit voor wat betreft de stockage en handling: stockagecapaciteit en alle ondersteunende handling van de goederen:

 

Artikel 1 – Diensten van Waardenmakerij vzw

In het kader van haar maatschappelijke doelstellingen organiseert Waardenmakerij een Voedselhub met werknaam Foodsavers Kempen. De voedselhub heeft daartoe een depot ingericht in Kamergoor 19, 2200 Herentals.

De voedselhub biedt volgende dienst aan lokaal bestuur Mol:

ESF+ middelen: stockage en handling: stockagecapaciteit en alle ondersteunende handling van de goederen.

 

Artikel 2 – Derde partijen betrokken bij de overeenkomst

Naast Waardenmakerij vzw en het Lokaal Bestuur kunnen ook derde partijen betrokken zijn bij deze overeenkomst, zoals

Sociale organisaties die actief zijn in de bedeling van voedsel aan mensen in armoede in de betrokken gemeente; ophaling van overschotten door deze organisaties is enkel mogelijk met toestemming van de gemeente.

Scholen uit de betrokken gemeente die voedseloverschotten aan hun leerlingen aanbieden.

Voor begunstigden die niet tot één van bovenstaande categorieën horen (b.v. scholen uit een gemeente die niet participeert, instellingen, CAW, …) wordt een aparte overeenkomst afgesloten met voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden in deze overeenkomst.

 

Artikel 3 – Vergoeding voor de diensten van Waardenmakerij vzw

Lokale besturen kunnen inschrijven voor één of meerdere van de diensten uit Artikel 1 en betalen daarvoor een bijdrage.

Voor de diensten 1 tot en met 3 wordt een jaarlijkse kost per inwoner aangerekend op basis van het inwonersaantal op 1 januari van het betrokken jaar van € 0,10 per inwoner met een maximum van € 1590 per gemeente.

 

Artikel 4 – Duur en beëindiging

De overeenkomst tussen partijen wordt aangegaan voor een bepaalde duur van 6 jaar en neemt aanvang op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031 (het eerste jaar van de nieuwe legislatuur).

Het Lokaal Bestuur kan de overeenkomst eenzijdig beëindigen met een schriftelijke opzeg ten laatste op 30 juni van het lopende kalenderjaar. De stopzetting gaat in vanaf het volgende kalenderjaar.

Waardenmakerij vzw kan eenzijdig beslissen om de werking van de voedselhub te stoppen vanaf het volgende kalenderjaar. Deze schriftelijke opzeg gebeurt ten laatste op 30 juni van het lopende kalenderjaar.

 

Artikel 5 – Specifieke voorwaarden voor herverdeling van de voedseloverschotten

De voedseloverschotten worden opgehaald in het depot van Foodsavers Kempen op afgesproken dagen en tijdstippen.

Het aanbod van overschotten varieert en is afhankelijk van de goederen die ter beschikking zijn bij de leveranciers van Foodsavers Kempen.

Na afhaling ligt de verantwoordelijkheid voor een correct transport, opslag en verdeling van de voedseloverschotten bij de organisatie die de overschotten ophaalt. De koudeketen moet te allen tijde gerespecteerd worden.

De verkregen goederen mogen niet voor commerciële doeleinden gebruikt worden en moeten herverdeeld worden onder hulpbehoevenden in België. Aan de begunstigden mag een beperkte financiële bijdrage gevraagd worden die niet hoger is dan de uitgaven die rechtstreeks verband houden met de verdeling.

 

Artikel 6 – Facturatie

De financiële bijdrage van de lokale besturen op basis van de kost per inwoner (artikel 3) wordt verrekend in de maand juni van het lopende kalenderjaar.

De verrekening van de opgehaalde voedseloverschotten gebeurt per kwartaal:

Januari-maart: facturatie in april

April-juni: facturatie in juli

Juli-september: facturatie in oktober

Oktober-december: facturatie in januari van het volgende kalenderjaar

Indien Foodsavers Kempen een grotere hoeveelheid voedseloverschotten heeft, kan zij ervoor kiezen om deze gratis ter beschikking te stellen van deelnemende lokale besturen, sociale organisaties of partnerorganisaties met een gelijkaardig maatschappelijk doel. De gratis ter beschikking stelling wordt in dat geval expliciet schriftelijk of via mail bevestigd.

 

Artikel 7 – Tewerkstelling

Het staat Waardenmakerij vrij om voor zichzelf, in eigen naam, voor eigen rekening, op eigen kosten en onder zijn eigen verantwoordelijkheid, de medewerkers aan te werven en te ontslaan die zij noodzakelijk en aangepast acht met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst.

Naast de vaste medewerkers van Waardenmakerij, kan zij beroep doen op verschillende categorieën van werknemers dewelke kaderen in sociale tewerkstelling zoals onder meer personen die tewerkgesteld zijn door het OCMW, conform artikel 60 §7 van de OCMW-wet, vrijwilligers en jobstudenten.

 

Artikel 8 – Middelenverbintenis

De opdrachten dewelke door Waardenmakerij worden uitgevoerd in het kader van deze overeenkomst zullen naar best vermogen worden uitgevoerd. Het betreft echter steeds uitdrukkelijk een middelenverbintenis en geen resultaatsverbintenis.

Klachten op de door Waardenmakerij uitgevoerde opdrachten dienen te gebeuren binnen de 3 werkdagen na de uitgevoerde opdracht. Klachten worden verzonden naar info@foodsaverskempen.be De indiener van de klacht wordt binnen de 2 werkdagen via mail terug op de hoogte gebracht van het antwoord.

 

Artikel 9 – Bevoegde rechtbank en toepasselijk recht

In geval van geschil omtrent deze overeenkomst zijn enkel de rechtbanken van het arrondissement Antwerpen, afdeling Turnhout bevoegd en is enkel het Belgische recht toepasselijk.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST MET VZW DE BIEHAL - ADDENDUM - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Vanaf 1 juli 2023 werd de maatregel lokale diensteneconomie (LDE) ingekanteld in het kader van individueel maatwerk. Het blijft mogelijk om als lokaal bestuur in te zetten op lokale diensten van algemeen economisch belang (DAEB). Gemeente Mol heeft VZW De Biehal belast met de uitvoering van een aanvullende lokale dienst.

 

In afwachting van een structurele verankering in de Vlaamse regelgeving, ontvangt het lokaal bestuur tijdens de overgangsfase die loopt van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2025, een jaarlijkse werkingssubsidie.

Deze werkingssubsidie werd vastgesteld na een bevraging van de LDE-ondernemingen die in de bevraging moesten aangeven welke prestaties ze leverden voor welk lokaal bestuur. LDE-ondernemingen hebben al een overeenkomst afgesloten met de lokale besturen waar ze prestaties voor leveren.

 

De lokale besturen zorgen voor een verdere verdeling van de werkingssubsidie, aangezien zij de opdrachtgever zijn voor de (DAEB) dienstverlening. Dit gebeurt door deze subsidie in de overeenkomst op te nemen.

Het is de bedoeling om op deze manier:

 

        de werking binnen iedere individuele organisatie te garanderen en te continueren na het wegvallen van de SINE (Sociale Inschakelingseconomie)-subsidies;

        de dienstverlening op lokaal niveau te continueren.

 

Juridische gronden

Artikelen 56 en 57  van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

Het decreet individueel maatwerk van 14 januari 2022.

Brief WSE van 1 juni 2023 m.b.t. de werkingssubsidie aanvullende lokale diensten.

Besluit van de Vlaamse Regering van 19 augustus 2022 m.b.t. uitvoering van het decreet individueel maatwerk.

 

Bijlage

1) ontwerp-addendum

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeente Mol heeft een overeenkomst met VZW De Biehal met het oog op de Klussendienst.

De gemeente Mol ontvangt voor jaar 2025 een werkingssubsidie van 33.855,32€.

 

De middelen zijn geoormerkt en kunnen uitsluitend aangewend worden voor het organiseren van aanvullende lokale diensten.

Aan de samenwerkingsovereenkomsten wordt een addendum toegevoegd dat de dienstverlening in overeenstemming breng met de veranderde regelgeving en subsidie.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het addendum van de samenwerkingsovereenkomst met VZW De Biehal goed:

 

ADDENDUM - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST AANVULLENDE LOKALE DIENSTVERLENING TUSSEN LOKAAL BESTUUR MOL EN VZW DE BIEHAL

 

Het lokaal bestuur van Mol met zetel te Molenhoekstraat 2, 2400 Mol , hier vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur,

en

vzw De Biehal met zetel te Stationsstraat 206, 3920 Lommel, hier vertegenwoordigd door Eric Linsen, voorzitter en Dave Walbers , directeur

 

komen het volgende overeen:

 

VOORAFGAANDELIJK

 

Bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 5 december 2018 werd het huidige afsprakenkader van de klussendienst van VZW De Biehal afgesproken. Dit in het kader van de uitvoering van een DAEB-opdracht.

 

Voornoemde overeenkomst wordt hierna aangeduid als de “basisovereenkomst”.

 

In de basisovereenkomst werd een regeling opgenomen omtrent het uitvoeren van een DAEB-opdracht voor het lokaal bestuur. Echter werd op 01/07/2023 de regelgeving individueel maatwerk van kracht, waardoor de ontvangen subsidie moet aangevuld worden met een subsidie Aanvullende Lokale Diensten.

Omwille van deze reden werd besloten een addendum op te maken ter aanvulling en verbetering van de basisovereenkomst. Tevens werken we aan een verdere optimalisering van deze overeenkomst.

 

WORDT OVEREENGEKOMEN EN AANVAARD HETGEEN VOLGT:

 

Onderhavig addendum zal bij de basisovereenkomst worden gevoegd en er aldus integraal deel van uitmaken. Alle bepalingen van de basisovereenkomst blijven van toepassing voor zover er niet wordt van afgeweken in dit addendum:

 

Artikel 1 – Juridische gronden voor het addendum

        het decreet collectief maatwerk van 12 juli 2013;

        het decreet individueel maatwerk van 14 januari 2022;

        het Besluit van de Vlaamse regering (BVR) van 19 augustus 2022 tot uitvoering van het decreet individueel maatwerk;

        brief van 1 juni 2023 van de Secretaris-Generaal van het Departement Werk en Sociale Economie met het subsidiebedrag Aanvullende Lokale Diensten voor 2023 voor het betreffende lokaal bestuur.

 

Onder het decreet individueel maatwerk van 14 januari 2022 wijzigt de klaverbladfinanciering van de lokale diensteneconomie. Lokale diensten kunnen zich verder ontwikkelen als aanvullende lokale diensten in individueel maatwerk. Daartoe ontvangen lokale besturen die reeds een opdracht aan lokale diensten hadden verleend vanwege de Vlaamse overheid een budget onder de code WSE-ALD. Dit budget compenseert het Vlaamse SINE-budget. Dat budget stond mee in voor de  cofinanciering van lokale diensten maar de toegang voor lokale diensten tot SINE valt vanaf 01/07/2023 volledig weg. Met het budget WSE-ALD wil de Vlaamse regering het financiële kader voor lokale diensten leefbaar houden. De besteding ervan is gekoppeld aan de continuering van bestaande samenwerkingsverbanden.

 

Artikel 2 – Financiering

Voor de continuering van de samenwerkingsovereenkomst i.k.v. aanvullende lokale dienstverlening, zal het lokaal bestuur van MOL  een bedrag van 33.855,32 euro overmaken op het rekeningnummer BE18 5230 8015 9865 van vzw De Biehal, Stationsstraat 206, 3920 Lommel met vermelding ‘WSE-ALD MOL’ in de 1ste helft van 2026. De subsidiëring valt onder de toepassing van de DAEB De-minimisverordening.

 

Artikel 3 – Aanwending

De subsidie zal door de vzw De Biehal aangewend worden voor de bevordering van het welzijn en/of de competentiebevordering van de doelgroepwerknemers en begeleiders sociale economie alsook voor de optimalisering van de dienstverlening binnen de DAEB-opdracht. De subsidie mag niet aangewend worden om de loonkosten van de doelgroepwerknemers sociale economie te financieren, omwille van de staatssteunregels. De controle over de aanwending van de subsidie en eventuele overcompensatie zal gebeuren op basis van een rapportering vanuit vzw De Biehal.

 

Opgemaakt te MOL op 23 februari 2026 in twee exemplaren waarvan beide partijen verklaren één exemplaar ontvangen te hebben.

 

Artikel 2

De gemeenteraad beslist na ondertekening van het addendum machtiging te verlenen aan de financiële dienst om deze werkingssubsidie over te maken na ontvangst en de betalingen te oormerken met de vermelding van de code WSE-ALD.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

CONVENANT CAW DE KEMPEN - INTERLOKALE VERENIGING (ILV) BALDEMORE 2026-2031 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 17 november 2023 werd er een convenant afgesloten tussen ILV Baldemore en CAW De Kempen met ingang vanaf 1 januari 2024 en eindigend op 31 december 2025. Deze convenant werd goedgekeurd door de gemeenteraad van gemeente Mol op 18 december 2023.

Op 15 december 2025 keurden de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van gemeente Mol het addendum goed dat de convenant van 2024-2025 tijdelijk verlengt, in afwachting van de onderhandelingen.

 

Er werd een nieuwe convenant onderhandeld, voortgaand op de vorige convenant. In deze nieuwe convenant wordt het hulp- en dienstverleningsaanbod opgenomen van Jongeren Adviescentrum (JAC), verslavingshulpverlening, inloopcentrum de Passage en intergemeentelijke preventiewerking. Er werd ook een onderdeel woonbegeleiding voor de gemeente Balen apart in opgenomen. Dit laatst genoemde gedeelte woonbegeleiding wordt financieel enkel door de gemeente Balen gedragen.

 

IOK werkt nog aan een protocol in het kader van gegevensdeling. Dit protocol zal als addendum later toegevoegd worden aan de convenant.

 

De nieuwe convenant vervangt het addendum dat het vorige convenant tijdelijk verlengde tot de onderhandelingen beëindigd waren. De nieuwe convenant vangt aan op 1 maart 2026.

 

De onderhandelingen en wijzigen gebeurden telkens in dialoog en met goedkeuring van het beheerscomité van ILV Baldemore.

 

Juridische gronden

Artikel 41, 5° decreet lokaal bestuur.

Artikel 9, decreet betreffende het lokaal sociaal beleid.

 

Inspraak en advies

Deze onderhandelingen en beslissingen vonden plaats op het beheerscomité van ILV Baldemore en werden meermaals geagendeerd. Het beheerscomité geeft akkoord voor de convenant.

 

Bijlagen

1. Convenant ILV Baldemore - CAW De Kempen 2026 - 2031

2. 4 uittreksels verslagen beheerscomité ILV Baldemore met betrekking tot convenant CAW De Kempen

3. Lopende convenant tussen ILV Baldemore en CAW De Kempen (2024 - 2025)

4. Addendum bij het convenant tussen ILV Baldemore en CAW De Kempen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Voorgelegde convenant vervangt integraal de vorige convenant met CAW De Kempen, inclusief het addendum opgemaakt op 15 december 2025.

 

Financiële weerslag

De nodige financiële middelen werden voorzien binnen het meerjarenplan.

 

Actie

5/6/1 (Inloopcentrum De Passage)

Registratiesleutel

64990000/090000

 

Actie

5/6/1 (Drughulpverlening)

Registratiesleutel

64990000/090900

 

Actie

5/6/1 (Intergemeentelijke preventiewerking)

Registratiesleutel

61590000/090904

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt onderstaande convenant goed:

 

1. Partijen

 

Deze convenant wordt afgesloten tussen volgende partijen:

 

Gemeente Balen, vertegenwoordigd door Sofie Leysen (voorzitter) en Michel Van Sprengel (algemeen directeur) handelend in de beslissing van de gemeenteraad van 23 februari 2026,

 

Openbaar Centrum Maatschappelijk Welzijn (hierna OCMW) Balen, vertegenwoordigd door Sofie Leysen (voorzitter) en Michel Van Sprengel (algemeen directeur), handelend in de beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 23 februari 2026,

 

Gemeente Dessel, vertegenwoordigd door Tim Heymans (voorzitter) en Luk Nuyts (algemeen directeur) handelend in de beslissing van de gemeenteraad van 26 februari 2026,

 

OCMW Dessel, vertegenwoordigd door Tim Heymans (voorzitter) en Luk Nuyts (algemeen directeur), handelend in de beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn 26 februari 2026,

 

Gemeente Mol, vertegenwoordigd door Ann Smeyers (voorzitter) en Laurens Moubax (algemeen directeur) handelend in de beslissing van de gemeenteraad van 23 februari 2026,

 

OCMW Mol, vertegenwoordigd door Ann Smeyers (voorzitter) en Laurens Moubax (algemeen directeur), handelend in de beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 23 februari 2026,

 

Gemeente Retie, vertegenwoordigd door Luc Janssens (voorzitter) en Roel Slegers (algemeen directeur) handelend in de beslissing van de gemeenteraad van 16 februari 2026,

 

OCMW Retie, vertegenwoordigd door Luc Janssens (voorzitter) en Roel Slegers (algemeen directeur), handelend in de beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 16 februari 2026,

 

hierna genoemd ‘de opdrachtgever’, enerzijds

 

Het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk De Kempen vzw, vertegenwoordigd door Mieke Mermans (algemeen directeur),

 

hierna genoemd ‘de opdrachtnemer’, anderzijds

 

Tussen de partijen wordt overeengekomen wat volgt:

 

2. Algemene bepalingen

 

2.1. Art.1: Samenwerking en participatie

 

De bovengenoemde partijen verbinden zich ertoe om onderlinge afstemming te realiseren met betrekking tot hun aanbod inzake welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Daartoe komen zij minimaal eenmaal per jaar bijeen tijdens een beheerscomité, met als doel overleg te voeren over het algemene welzijnsbeleid.

 

Tijdens deze bijeenkomsten wordt inhoudelijk ingegaan op de in deze convenant beschreven activiteiten, zonder zich daartoe te beperken. Het overleg dient tevens als platform voor beleidsmatige en visiegerichte afstemming, waarbij ideeën worden uitgewisseld over maatschappelijke ontwikkelingen en regionale tendensen. De samenwerking vertrekt vanuit de gedeelde overtuiging dat gezamenlijke inspanningen bijdragen aan het verbeteren van de levensomstandigheden van kwetsbare doelgroepen, met als streven een bestaan in overeenstemming met menselijke waardigheid. Hoewel de taken van een lokaal bestuur en een Centrum Algemeen Welzijnswerk niet volledig samenvallen, is de uiteindelijke doelstelling wel gelijkgericht.

 

Dit convenant kadert binnen de bevoegdheid van het lokaal bestuur om een integraal en inclusief lokaal sociaal beleid te ontwikkelen. Het opzetten van een duurzaam samenwerkingsverband met het centrum voor algemeen welzijnswerk vindt zijn basis in artikel 9 van het decreet betreffende het lokaal sociaal beleid van 9 februari 2018. CAW De Kempen engageert zich tot een actieve bijdrage aan de ontwikkeling van het lokaal sociaal beleid, onder meer via participatie aan relevante overlegstructuren en dus deelname aan het beheerscomité o.a.

 

De partijen verklaren zich bereid tot samenwerking teneinde hun gezamenlijke welzijnsdoelstellingen te realiseren. Zij verbinden zich ertoe de in deze convenant omschreven opdracht uit te voeren binnen de vastgestelde termijn en het beschikbare budget, conform de overeengekomen modaliteiten.

 

Daarnaast zal CAW De Kempen blijven samenwerken met de gemeente en OCMW Mol inzake de oprichting van een gezamenlijk welzijnshuis, waarin diverse welzijnspartners verenigd kunnen opereren. Deze samenwerking valt buiten de reikwijdte van deze convenant.

 

2.2. Art.2: Communicatie en briefwisseling

 

Om de communicatie met alle partijen efficiënt te laten verlopen worden volgende overlegmomenten vastgelegd:

 

Beleidsmatig: Directie en beheerscomité

 

Jaarlijks een inhoudelijke en financiële evaluatie door de directie van CAW De Kempen en het beheerscomité van de ILV Baldemore zoals bepaald in artikel 4. Tijdens het overleg wordt de inhoud van deze convenant besproken, geëvalueerd en indien nodig aangepast. 

 

Operationeel:

 

Teamverantwoordelijken/Diensthoofden

 

Daarnaast duidt CAW De Kempen per opdracht van deze overeenkomst zoals verder vermeld onder “3. Opdrachten en doelstellingen”  een betrokken teamverantwoordelijke aan. De betrokken teamverantwoordelijke gaat in overleg met de door ILV Baldemore aangeduide vertegenwoordiger(s) van het lokaal bestuur, eveneens vermeld onder “3. Opdrachten en doelstellingen”, met betrekking tot deze opdracht.  Deze teamverantwoordelijken zullen minstens eenmaal per jaar aanwezig zijn op het diensthoofdenoverleg van de 4 OCMW’s, georganiseerd binnen de regio Baldemore, zoals aangeduid onder “3. Opdrachten en doelstellingen”.

 

Manager ILV Baldemore/Coördinator CAW De Kempen

 

Vanuit zowel CAW De Kempen als vanuit de lokale besturen van de ILV Baldemore wordt er een contactpersoon naar voren geschoven. Vanuit de lokale besturen is dit de manager van de interlokale vereniging, voor CAW De Kempen is dit de coördinator van de regio Baldemore. Zij staan in rechtstreekse verbinding en zijn verantwoordelijk voor het tijdig signaleren van eventuele knelpunten die zich langs beide kanten kunnen voordoen. Dit betreft zowel veranderingen, signalen op personeelsniveau als op inhoudelijk niveau. 

 

2.3. Art.3: Geheimhouding en beveiliging

 

ILV Baldemore en CAW De Kempen nemen conform de toepasselijke wettelijke bepalingen en ongeacht de duur van deze convenant geheimhouding in acht over elkaars organisaties en over informatie die met betrekking tot de uitvoering van deze convenant vertrouwelijk is. Hiermee bedoelen we onder andere persoonsgegevens en informatie waarvan redelijkerwijs is aan te nemen dat bekendmaking ervan de belangen van één van de partijen, het privacybelang of het algemene maatschappelijke belang zou schaden.  Partijen staan ervoor in dat hun personeel bekend is met deze verplichting en de naleving hiervan nakomen. Partijen nemen ieder voor zich adequate, technische en organisatorische maatregelen ter bescherming tegen verlies of onrechtmatige verwerking van deze informatie.

 

Gedeeld beroepsgeheim

 

Ondanks het beroepsgeheim verwachten we van onze hulpverleners een houding die gericht is op samenwerking in het belang van onze cliënten.  Een te strikte toepassing van het beroepsgeheim staat samenwerking in de weg. In rechtspraak en rechtsleer aanvaardt men het principe van gedeeld beroepsgeheim.  Om te kunnen spreken van gedeeld beroepsgeheim moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn.

● Er is (steeds) toestemming van de cliënt en de gegevensuitwisseling gebeurt in alle transparantie. De toestemming van de cliënt moet specifiek zijn (wat mag ik delen) en volgehouden zijn. Informatie wordt bij voorkeur gedeeld in het bijzijn van de cliënt. Indien de cliënt niet aanwezig kan zijn tijdens de informatiedeling, wordt de inhoud met de cliënt achteraf besproken. 

● Iedereen waarmee men info deelt heeft eenzelfde beroepsgeheim en is inhoudelijk betrokken bij de hulpverlening van de cliënt.

● De gedeelde gegevens zijn noodzakelijk voor het hulpverleningstraject van de cliënt. 

 

Intersectoraal team

 

Indien de samenwerking een werking als gezamenlijk team beoogt, wordt bij de start van deze samenwerking een specifieke samenwerkingsovereenkomst gemaakt.

 

Deze samenwerkingsovereenkomst bevat dan specifieke afspraken rond de inhoud, aansturing en profilering van deze werking, afspraken met betrekking tot het beroepsgeheim en GDPR. 

 

2.4. Art.4: Financiële en inhoudelijke evaluatie van de convenant algemene bepalingen

 

ILV Baldemore en CAW De Kempen verbinden zich ertoe om jaarlijks minimaal één inhoudelijk en financieel overleg te organiseren. Dit overleg biedt de mogelijkheid om, indien nodig, bij te sturen op basis van de voortgang en resultaten.

 

CAW De Kempen verbindt zich ertoe om jaarlijks, per kalenderjaar, een inhoudelijk en financieel verslag in te dienen ter voorbereiding van het evaluatiemoment. Deze verslagen dienen aan te tonen dat de uitgevoerde acties conform de vooraf bepaalde doelstellingen en binnen de goedgekeurde projectbegroting zijn gerealiseerd.

 

ILV Baldemore zal CAW De Kempen uiterlijk twee maanden vóór het geplande evaluatiemoment uitnodigen voor deelname aan het beheerscomité. CAW De Kempen bezorgt het inhoudelijk en financieel verslag van het voorgaande werkjaar uiterlijk één maand vóór het overleg, en ten laatste op 1 april van het betreffende jaar, aan de manager van ILV Baldemore.

 

De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor de realisatie van de activiteiten opgenomen in het convenant en de niet-economische dienstverlening. Eventuele economische nevenactiviteiten zijn uitgesloten van financiering met deze middelen. 

 

2.4.1 Art.4.1 Inhoudelijke evaluatie

 

De jaarlijkse inhoudelijke evaluatie van CAW De Kempen van alle activiteiten bevat een groot aantal generieke elementen. De generieke evaluatie omvat alle deelwerkingen van CAW De Kempen, zoals bijvoorbeeld slachtofferhulp of noodopvang, telkens op het niveau van de lokale besturen in de regio Baldemore en op het niveau van Baldemore. Hoewel deze deelwerkingen of activiteiten niet noodzakelijk deel uitmaken van het convenant, worden zij wel meegedeeld tijdens de bespreking van het convenant, alsook de samenkomst in het kader van het ‘algemene’ welzijn. 

 

Deze transparantie moet toelaten om als partners samen de tendensen en noden vast te stellen en een interactie binnen het lokale beleid aan te gaan indien nodig. 

 

De evaluatie houdt, minstens het volgende in:

 

● Het aantal cliëntcontacten op jaarbasis (mogelijk opgesplitst per contactmiddel);

● Het aantal cliëntcontacten per gemeente;

  ○ Omwille van het werkingsgebied van CAW De Kempen kan het zijn dat inwoners uit Baldemore geholpen worden door een deelwerking van CAW De Kempen die ook actief is in een andere regio. Deze gegevens worden ook ter beschikking gesteld.

● Een overzicht van de inzet met betrekking tot outreach in de regio Baldemore; 

● Een overzicht van de signalen of tendensen gegeven vanuit de partner(s) door middel van het overleg en de opvolging van deze resultaten. Evengoed, een overzicht van de signalen gegeven vanuit de specifieke deelwerking(en) van CAW De Kempen naar de partner(s) toe. De opvolging van deze signalen gebeurt dus ook samen;

● Een overzicht van de cliënten (per deelwerking/opdracht en voor de gehele regio Baldemore) op basis van:

  ○ leeftijd;

  ○ geslacht;

  ○ domicilie;

  ○ manier van contact name;

  ○ leefdomeinen.

● Indien van toepassing, voor deelwerkingen besproken in deze convenant:

  ○ Een overzicht van preventieprojecten opgestart of mee gefaciliteerd door de deelwerkingen;

  ○ Het aantal begeleidingen op jaarbasis, opgesplitst naar de globale aard van de begeleidingsvraag, meer bepaald:

     ■ materiële en financiële problemen;

     ■ gezondheidsproblemen;  ■ psychische en persoonlijke problemen;

     ■ seksualiteit en geboorte;

     ■ relationele problemen;

     ■ tijdsbesteding;

     ■ signalen, onvrede en klachten;

     ■ andere. 

 

Indien vereist voor een subsidiedossier gekoppeld aan de werkingen binnen deze convenant, bezorgt CAW De Kempen uiterlijk 1 maand voor de deadline de gevraagde inhoudelijke input aan de lokale besturen. Het CAW wordt hiervan minstens 2 maanden voor de deadline op de hoogte gesteld.

 

2.4.2 Art.4.2 Financiële evaluatie

 

CAW De Kempen verbindt zich ertoe om de voor de uitvoering van de in deze convenant vermelde opdrachten een afzonderlijke boekhoudkundige rekening bij te houden die dienst zal doen als financieel verslag, nodig voor de uitbetaling. Deze rekening mag een afdruk zijn van de gebruikte boekhouding.

 

De uitgaven vermeld op deze boekhoudkundige rekening bestaan uitsluitend uit:

● De effectieve loonkost per vastgelegde VTE

● Bovenop de werkelijke loonkost per VTE, wordt een overheadkost, inclusiefaansturingskost, aangerekend van 15% bovenop de effectieve loonkost en kunnen gestaafd worden aan de hand van loondocumenten indien de opdrachtgever deze opvraagt.

 

CAW De Kempen verantwoordt de overheadkosten met een gedetailleerde lijst die aantoont waaraan deze overheadkosten zijn besteed.

 

Binnen het kader van deze overeenkomst worden uitsluitend personeelskosten en een percentage overheadkosten in aanmerking genomen. Andere kosten worden niet vergoed.

 

Het financieel verslag moet jaarlijks voor controle en nazicht bezorgd worden aan het beheerscomité van ILV Baldemore, samen met het inhoudelijk verslag zoals hierboven vermeld.

 

Uitgaven voor personeel moeten gestaafd worden met een kopie van de loonstaat indien de opdrachtgever deze opvraagt. ILV Baldemore of zijn gemachtigden kunnen bijkomende verantwoordingsstukken opvragen en moeten kunnen nagaan of de financiering van de actie werd gerealiseerd zoals voorzien in de opdracht, en dit op actieniveau en in het kader van de gehele boekhouding van CAW De Kempen.

 

Indien vereist voor een subsidiedossier gekoppeld aan de werkingen binnen deze convenant, bezorgt CAW De Kempen tijdig de gevraagde financiële input aan de ILV Baldemore. Het CAW wordt hiervan minstens 2 maanden voor de deadline op de hoogte gesteld en bezorgt de verantwoordingsstukken één maand voor de deadline waarop de projectverantwoording moet ingediend worden.

 

Wanneer uit de controles of de afrekening blijkt dat ILV Baldemore teveel heeft betaald of dat de middelen oneigenlijk aangewend werden, kan deze te veel betaalde som integraal en retroactief teruggevorderd worden.

 

3. Opdrachten en doelstellingen

 

Situering van de opdrachten

 

De opdrachten situeren zich binnen de beleidsdoelstellingen, actieplannen en meerjarenplannen van de gemeente en OCMW ’s van Balen, Dessel, Mol en Retie en van CAW De Kempen.

 

Deze opdrachten situeren zich op niveau van de regio Baldemore, met uitzondering van het gedeelte woonbegeleiding. Voor het aanbod woonbegeleiding wordt binnen deze convenant een apart luik per lokaal bestuur voorzien.

 

Per opdracht wordt er een opsomming van de jaarlijkse, of ander afgebakende periode, te bereiken resultaten gegeven.

 

3.1. Jongeren Aanbod CAW (hierna JAC)

 

Regulier aanbod

 

Het JAC biedt preventie, onthaal en begeleiding aan jongeren en jongvolwassenen. Het is een toegangspoort tot het welzijnslandschap voor jongeren met een welzijnsvraag.

 

CAW De Kempen engageert zich om, onder voorbehoud van de betoelaging die zij vanuit Vlaanderen ontvangen, de middelen voor de JAC-werking evenredig te verdelen over de eerstelijnszones van hun werkingsgebied.

 

Ondersteuning door gemeente Mol

 

De gemeente Mol stelt, voor de duur van deze overeenkomst, een accommodatie ter beschikking gelegen aan Markt 54 te Mol. In het kader van de ontwikkeling van een gezamenlijk welzijnshuis zal deze accommodatie op termijn worden geherhuisvest op de daartoe voorziene welzijnssite.

 

3.2. Verslavingshulpverleners

 

CAW De Kempen engageert zich, als deskundige organisatie, om een laagdrempelige verslavingshulpverlening uit te bouwen.

 

CAW De Kempen houdt zich eraan de inhoudelijke leiding en verantwoordelijkheid op te nemen voor de uitgebouwde drughulpwerking. CAW De Kempen zal een passende personeelsinzet van 1,8 VTE realiseren. CAW De Kempen houdt zich eraan de medewerkers zo optimaal mogelijk te integreren binnen het intergemeentelijk welzijns- en veiligheidsbeleid. CAW De Kempen houdt zich eraan te voorzien in supervisie van een gediplomeerde hulpverlener.

 

Aanbod

 

CAW De Kempen voorziet 1,8 VTE verslavingshulpverlening, waarvan 1 VTE wordt voorzien voor de zitdagen op de OCMW’s en 0,8 VTE wordt voorzien voor preventieopdrachten. Deze opdrachten worden hierna verder gespecifieerd.

 

Per 1 VTE verslavingshulpverlener kunnen er gemiddeld 180 middelengebruikers van Baldemore beroep doen op een onthaaltraject binnen drughulp. Dit omvat kortdurende interventies zoals onthaal, vroegdetectie, motivationele gespreksvoering en verwijzing. Voor de onthaalfunctie van 1 VTE, die uitsluitend belast is met deze hulpverleningsopdracht (exclusief preventieopdrachten) ligt de indicator op 180 cliënten per VTE.

 

Zitdagen OCMW’s (1 VTE)

 

CAW De Kempen engageert zich om volgend aanbod aan verslavingshulpverlening in de regio Balen-Dessel-Mol-Retie uit te bouwen:

 

● Cliëntgesprekken op OCMW-locatie (zitdagen) en in het inloopcentrum van Mol;

De wekelijkse aanwezigheid in de OCMW’s wordt als volgt verdeeld:

  ○ 1,5 dag in Balen

  ○ 0,5 dag in Mol

  ○ 0,5 dag in Retie, bijkomend 0,5 dag om de 14 dagen voor avondcliënten, outreach-opdrachten preventie-opdrachten.

  ○ 0,5 dag in Dessel, bijkomend 0,5 dag om de 14 dagen voor avondcliënten, outreach-opdrachten, preventie-opdrachten.

  ○ De rest van de aanwezigheid (arbeidsbreuk) wordt voorzien met zitdagen vanuit ILC in Mol.

Deze momenten worden vastgelegd in overeenstemming tussen het diensthoofd van de respectievelijke OCMW’s en de teamverantwoordelijke team verslaving van CAW De Kempen.

● Onthaal, begeleidingen en toeleidingen binnen o.a. CAW-context, MSOC Kempen en OP ’t Kader;

● Ondersteunen van OCMW-maatschappelijk werkers door middel van intervisie, 11 casusbespreking, vorming,… ; Er wordt jaarlijks een basisvorming én een verdiepende vorming voorzien voor de maatschappelijk werkers van de OCMW’s van Balen, Mol, Dessel en Retie. Voorgaande wordt steeds georganiseerd op vraag en op maat van de OCMW’s.

● Samenwerking met de Verslavingskoepel in het kader van cliëntdossiers, preventieopdrachten en verslavingsbeleid.

● Deelname aan de regionale stuurgroep verslaving (onder voorbehoud dat deze wordt georganiseerd).

● Er is ook de mogelijkheid om in samenspraak in te gaan op ad hoc vragen op maat van de lokale besturen. Voorbeelden hiervan zijn: voorstelling van het aanbod rond verslaving in een buurthuis of lokaal dienstencentrum, een afgebakende opdracht in het kader van ouder worden en alcohol, …. Deze voorbeelden zijn niet limitatief.

 

Preventieopdrachten (0,8 VTE):

 

Deze opdracht omvat voornamelijk preventieopdrachten in de middelbare scholen van regio Baldemore.

 

Om overlap en onduidelijkheden te vermijden tussen de preventieopdrachten die behoren tot de opdracht verslavingshulpverlening en de opdracht intergemeentelijke preventiewerking, wordt er jaarlijs een actieplan opgesteld voor beide opdrachten. Het jaaractieplan voor de preventieopdrachten inzake verslavingshulpverlening wordt opgemaakt door het CAW en voorgelegd ter goedkeuring aan het beheerscomité van ILV Baldemore.

 

Financieel

 

Aantal VTE: 1,8 VTE wordt gefinancierd door de opdrachtgever.

 

Voor de betoelaging van de opdracht in het kader van verslavingshulpverlening doet de opdrachtgever gedeeltelijk beroep op de toelage van de strategische veiligheids- en preventieplannen van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. De betoelaging van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken maakt een opschortende voorwaarde uit voor het in werking treden van de opdracht zoals vermeld onder “3.2 Verslavingshulpverleners – onderdeel preventieopdrachten”.

 

Indien deze betoelaging van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken alsnog geheel of gedeeltelijk wegvalt na het bekomen ervan, behouden de partijen zich het recht voor om dit deel van de overeenkomst te herzien, op te schorten of te beëindigen in onderling overleg.

 

Bij beslissing om dit deel van de overeenkomst (gedeeltelijk) op te zeggen, worden de opzegtermijnen, zoals vermeld in artikel 16, in acht genomen.

 

Evaluatie en opvolging

 

De OCMW’s stellen een diensthoofd binnen hun OCMW – werking aan als aanspreekpunt. Vanuit CAW De Kempen is de teamverantwoordelijke team verslaving het aanspreekpunt. Beiden engageren zich ertoe om de opvolging van de operationele werking van de verslavingshulpverleners op te volgen en tijdig in dialoog te gaan wanneer bijsturing gewenst is.

 

De teamverantwoordelijke team verslaving van het CAW neemt 1 keer per jaar deel aan het diensthoofdenoverleg van de OCMW’s van regio Baldemore. Hiertoe wordt de teamverantwoordelijke team verslaving minimaal 1 maand voorafgaand aan dit overleg uitgenodigd door ILV Baldemore.

 

Per kwartaal worden de resultaten van de verslavingshulpverleners bezorgd aan de ILV Baldemore om terug te koppelen op het diensthoofdenoverleg van regio Baldemore.

 

3.3. Intergemeentelijke preventiewerking

 

CAW De Kempen engageert zich ertoe een intergemeentelijke preventiewerker aan te stellen voor het organiseren en uitvoeren van een lokaal preventief gezondheidsbeleid rond verslaving dat aan de voorwaarden van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 (herwerkte versie op 17 mei 2024, dat ingaat op 1 januari 2025) dat het besluit van de Vlaamse regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo’s wijzigt en een structurele ondersteuning van intergemeentelijke preventiewerkingen mogelijk maakt, voldoet.

 

Aanbod

 

CAW De Kempen:

● zet 0,5 VTE intergemeentelijk preventiewerker in op het thema ‘verslaving’ als aanvulling op de reeds bestaande stuurgroepen en acties rond verslaving binnen de lokale besturen.

● neemt de inhoudelijke coördinatie en verantwoordelijkheid op voor de preventieopdrachten in de regio Balen-Dessel-Mol-Retie, zoals bepaald in het jaaractieplan.

● zorgt voor de omkadering van de intergemeentelijke preventiemedewerker. Dit omvat o.a. individuele opleiding en begeleiding, bijscholing, deelname aan teamvergaderingen, registratieondersteuning, functionerings- en evaluatiegesprekken, coaching, …

● de intergemeentelijke preventiewerker neemt deel aan het overleg Gezonde Gemeente voor de agendapunten die betrekking hebben op deze opdrachten en aan de regionale stuurgroep verslaving indien deze georganiseerd wordt.

 

Het CAW engageert zich om volgend aanbod aan intergemeentelijke preventie in de regio Balen- Dessel-Mol-Retie uit te bouwen:

● Ondersteunt de gezondheidsambtenaren van de 4 lokale besturen om de doelstellingen van de lokale besturen te realiseren op vlak van gezondheid en preventie. Deze doelstellingen kaderen in de beleidsdoelstellingen van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid en van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen. De insteek is altijd verslaving of middelengebruik.

● Werkt in samenspraak met de leden van het regionaal overleg gezonde gemeente een jaaractieplan uit en ondersteunt de lokale besturen bij de uitvoering ervan (voor 0,35 VTE). Concreet voert de intergemeentelijke preventiewerker preventieve acties uit binnen het thema verslaving zoals o.a. rookstop, Kempen 0.0, actie 10-daagse van de GG, als kleine kinderen groot worden (brief/infosessie), met CAW aan tafel, … Deze opsomming dient louter ter illustratie en is niet limitatief. CAW De Kempen legt dit jaaractieplan jaarlijks voor aan het beheerscomité ter goedkeuring.

● Organiseert jaarlijks het event ‘Met CAW aan tafel’ in de regio Baldemore. Hiervoor zal CAW De Kempen de vragen en signalen van alle lokale besturen uit het arrondissement bundelen. Op basis hiervan zal CAW De Kempen de regie nemen om één thema voor deze lezing voor het ganse arrondissement uit te werken. CAW De Kempen verbindt er zich toe dit evenement jaarlijks te organiseren op het grondgebied van regio Baldemore.

● Werkt in samenspraak met de Lokale Stuurgroep Alcohol en Drugs Balen (LSAD) een jaaractieplan uit en ondersteunt en werkt mee bij het uitvoeren van lokale acties in Balen (voor 0,15 VTE).

● Ondersteunt de lokale besturen van Balen, Dessel, Mol en Retie bij de implementatie en uitvoering van acties rond preventie (communicatie, verzamelen en verdelen van materiaal, contacteren van diensten, …)

● Is het aanspreekpunt voor de gezondheidsambtenaren van de 4 lokale besturen voor de effectieve uitvoering van acties rond preventie in het kader van verslaving. Hij/zij rapporteert aan het overkoepelend regionaal overleg gezonde gemeente en de regionale stuurgroep verslaving (onder voorbehoud dat deze georganiseerd wordt).

● Bezorgt jaarlijks één maand voor de uiterlijke indieningsdatum van het subsidiedossier intergemeentelijke preventiewerkingen van de Vlaamse Overheid de nodige verantwoordingsstukken aan de stafmedewerker van ILV Baldemore.

 

Het overleg gezonde gemeenten (Balen, Dessel, Mol, Retie):

● zorgt voor een goede briefing en afstemming met de intergemeentelijke preventiemedewerker.

● bakent de doelstellingen en acties af via het jaaractieplan dat jaarlijks opgemaakt wordt in het Overleg Gezonde gemeenten

 

De ILV Baldemore:

● Voorziet budget voor de overkoepelende werkingskosten. Aankopen die in dit kader gebeuren verlopen steeds via en in overeenstemming met ILV Baldemore. Concreet betekent dit dat aankopen gebeuren door ILV Baldemore (en niet via doorfacturatie van CAW De Kempen).

● Het beheerscomité keurt het jaaractieplan goed.

 

De gemeente Balen bakent de doelstellingen en acties af voor 0,15 VTE die de intergemeentelijke preventiewerker uitsluitend voor gemeente Balen werkt via het jaaractieplan opgemaakt door de Lokale Stuurgroep Alcohol en Drugs ( LSAD).

 

Financieel

 

Aantal VTE: 0,5 VTE (waarvan 0,35 VTE gefinancierd door ILV Baldemore en 0,15 VTE gefinancierd door gemeente Balen).

 

Voor de betoelaging van de opdracht in het kader van intergemeentelijke preventiewerking doet de opdrachtgever beroep op de toelage van de Vlaamse Regering inzake intergemeentelijke preventiewerkingen. De betoelaging van de Vlaamse Regering maakt een opschortende voorwaarde uit voor het in werking treden van de opdracht zoals vermeld onder “3.3 intergemeentelijke preventiewerking”.

 

Indien deze betoelaging van de Vlaamse regering alsnog geheel of gedeeltelijk wegvalt na het bekomen ervan, behouden de partijen zich het recht voor om dit deel van de overeenkomst te herzien, op te schorten of te beëindigen in onderling overleg.

 

Bij beslissing om dit deel van de overeenkomst (gedeeltelijk) op te zeggen, worden de opzegtermijnen, zoals vermeld in artikel 16, in acht genomen.

 

Evaluatie en opvolging

 

Het CAW bewaakt het goed functioneren van de intergemeentelijke preventiemedewerker en waakt erover dat de intergemeentelijke preventiemedewerker in lijn werkt met de doelstellingen en afgesproken werkwijzen. Elementen met betrekking tot het functioneren zullen door de manager of stafmedewerker van ILV Baldemore aan de teamverantwoordelijke van het CAW worden gesignaleerd voor wat betreft de inzet voor de regio Baldemore.

 

Voor wat betreft de inzet van 0.15 VTE voor gemeente Balen is het aanspreekpunt de stafmedewerker lokaal sociaal beleid.

 

Het CAW en ILV Baldemore verbinden zich ertoe minstens 1 keer per jaar gezamenlijk een formele evaluatie te houden van de samenwerking.

 

Volgende zaken worden opgenomen bij de evaluatie:

● overzicht van de uitgevoerde acties en de resultaten hiervan (aantal deelnemers per gemeente)

● actieve participatie aan de regionale stuurgroep verslaving indien deze georganiseerd wordt en de stuurgroep LSAD Balen

● actieve participatie aan het intergemeentelijk overleg gezonde gemeente

 

3.5 Aanbod “Wonen”

 

3.5.1. Regulier aanbod “Wonen” voor de hele regio Kempen inclusief Baldemore

 

Dit convenant doet geen afbreuk aan het regulier aanbod ‘Wonen’ dat CAW De Kempen voorziet in de regio Baldemore.

 

Maandelijks wordt een overzicht overgemaakt aan ILV Baldemore met daarop het aantal beschikbare en het aantal ingevulde plaatsen. Dit overzicht wordt besproken op het regionale diensthoofdenoverleg. De teamverantwoordelijke Wonen van CAW neemt jaarlijks minstens één keer deel aan het diensthoofdenoverleg en wordt hiervoor minstens één maand voorafgaand aan dit overleg uitgenodigd door ILV Baldemore.

 

3.5.2. Extra ambulante woonbegeleiding OCMW Balen

 

Vanuit het OCMW Balen wordt 0,8 VTE toegekend aan CAW De Kempen volgens de financiële afspraken in artikel 10 aan CAW De Kempen voor ambulante woonbegeleiding. CAW De Kempen verbindt zich ertoe om een integrale woonbegeleiding te verzekeren aan een aantal cliëntsystemen die verblijven op het grondgebied van de gemeente Balen.

 

CAW De Kempen engageert zich om volgend aanbod in de gemeente Balen uit te bouwen:

● Maximum 10 begeleidingen per jaar, 7 begeleidingen is het minimum.

● In de planning wordt voor een systeem (koppel, gezin of alleenstaande met kinderen) 4u/week voorzien, voor een alleenstaande 2u.

● Er wordt gestreefd om dit quotum maximaal op te vullen in de loop van het jaar.

● De aanmelding gebeurt via OCMW Balen. Er vindt binnen de maand een kennismakingsgesprek plaats met de woonbegeleider om te voorkomen dat er mensen op de wachtlijst staan die niet binnen de woonbegeleiding passen.

● Het begeleidingsaanbod richt zich naar kansarme cliëntsystemen, woonachtig in Balen. Een achterstellings- of thuisloosheidsproblematiek dient duidelijk aanwezig te zijn.

 

Het aanspreekpunt voor de extra ambulante woonbegeleidingen binnen gemeente Balen is de hoofdmaatschappelijk werkster.

 

3.5.2. Extra ambulante woonbegeleiding OCMW Balen

 

Vanuit het OCMW Balen wordt 0,8 VTE toegekend aan CAW De Kempen volgens de financiële afspraken in artikel 10 aan CAW De Kempen voor ambulante woonbegeleiding. CAW De Kempen verbindt zich ertoe om een integrale woonbegeleiding te verzekeren aan een aantal cliëntsystemen die verblijven op het grondgebied van de gemeente Balen.

 

CAW De Kempen engageert zich om volgend aanbod in de gemeente Balen uit te bouwen:

● Maximum 10 begeleidingen per jaar, 7 begeleidingen is het minimum.

● In de planning wordt voor een systeem (koppel, gezin of alleenstaande met kinderen) 4u/week voorzien, voor een alleenstaande 2u.

● Er wordt gestreefd om dit quotum maximaal op te vullen in de loop van het jaar.

● De aanmelding gebeurt via OCMW Balen. Er vindt binnen de maand een kennismakingsgesprek plaats met de woonbegeleider om te voorkomen dat er mensen op de wachtlijst staan die niet binnen de woonbegeleiding passen.

● Het begeleidingsaanbod richt zich naar kansarme cliëntsystemen, woonachtig in Balen. Een achterstellings- of thuisloosheidsproblematiek dient duidelijk aanwezig te zijn.

 

Het aanspreekpunt voor de extra ambulante woonbegeleidingen binnen gemeente Balen is de hoofdmaatschappelijk werkster.

 

3.6. Inloopcentrum Mol

 

Gemeente en OCMW Mol stellen voor de duur van deze overeenkomst, een accommodatie ter beschikking. In het kader van de ontwikkeling van een gezamenlijk welzijnshuis zal deze accommodatie op termijn worden geherhuisvest op de daartoe voorziene welzijnssite.

 

De doelstellingen van het inloopcentrum zijn:

● het toeleiden naar geschikte hulp- en dienstverlening;

● het versterken van het netwerk en sociaal vangnet;

● kracht en zelfvertrouwen bij de cliënten te verhogen;

● activering door middel van activiteiten

 

CAW De Kempen engageert zich om:

● Minstens 3 dagen per week open te zijn;

  ○ Waarvan minstens twee dagen per week de volgende openingsuren te hanteren: 11u30 tot 16u;

  ○ Waarvan minstens 1 dag per week ofwel van 13u-18u (winteruur) open te zijn of van 15u-20u (zomeruur) open te zijn.

 

Afwijkingen van de openingsuren worden door het CAW minstens 2 weken op voorhand gecommuniceerd per mail aan de diensthoofden van de OCMW’s van regio Baldemore en de bezoekers, met uitzondering bij overmachtsituaties.

 

Evaluatie

 

De werking van het inloopcentrum ‘De Passage’ wordt besproken en geëvalueerd op de stuurgroepen die minimaal 2 X per jaar georganiseerd worden door CAW De Kempen.

 

CAW De Kempen bespreekt volgende zaken tijdens deze stuurgroepen:

● cijfers van het aantal (unieke)bezoekers per gemeente;

● dagelijkse werking;

● overzicht van de ondernomen (preventieve) acties en/of activiteiten;

● overzicht van tendensen binnen de regio, benoemen van signalen.

 

Deze stuurgroep bestaat minstens uit een afvaardiging vanuit ILV Baldemore, het afdelingshoofd sociale zaken van OCMW Mol, Actie Min, een medewerker en leidinggevende van het inloopcentrum.

 

Financieel

 

Er wordt 1 VTE tewerkgesteld voor de uitvoering van de opdracht inloopcentrum De Passage te Mol. Voor de financiering van deze personeelskost wordt 0,5 VTE financieel gedragen door de opdrachtnemer en 0,5 VTE word financieel gedragen door de opdrachtgever.

 

4. Financiering

 

4.1. Art.10: Financiering

 

ILV Baldemore verbindt zich ertoe om voor de uitvoering van de opdrachten zoals hierboven beschreven jaarlijks een bedrag ter beschikking stellen ten belope van:

● de effectieve loonkost per vastgelegde VTE

● Bovenop de werkelijke loonkost per VTE, wordt een overheadkost, inclusief aansturingskost, aangerekend van 15% bovenop de effectieve loonkost

 

Dit voor de werkingsperiode van 1 maart 2026 tot en met 31 december 2031. De middelen worden als volgt verdeeld:

Aantal VTE/Aanbod

● Drughulp: 1,8 VTE

● Wonen: OCMW Balen: 0,8 VTE

● Inloopcentrum De Passage te Mol: 0,5 VTE

● Intergemeentelijk preventiemedewerker: 0,5 VTE

 

Voor de afspraken omtrent financiële evaluatie verwijzen we naar 2.4.2 Art.4.2.

 

4.2. Art.11: Overdraagbaarheid

 

De ter beschikking gestelde middelen per werkingsjaar zijn niet overdraagbaar naar een volgend of vorig werkingsjaar. CAW De Kempen kan geen aanspraak maken op eventuele middelen die niet tijdens het werkingsjaar waarop zij betrekking hebben, besteed worden. Het middelensaldo dat op deze wijze ontstaat, zal teruggevorderd of verrekend worden door ILV Baldemore.

 

4.3. Art.12: Betalingsmodaliteiten

 

De jaarlijkse subsidies worden als volgt overgemaakt:

 

Voor de onderdelen die van toepassing zijn voor de ganse regio Baldemore, zijnde verslavingshulpverlening, intergemeentelijke preventiewerking en inloopcentrum:

● Een voorschotfactuur van 30.000 euro per 1 VTE wordt door CAW De Kempen bezorgd voor 31 mei van het lopende werkingsjaar.

● Een afrekening na het goedgekeurde inhoudelijke en financieel verslag over het betrokken werkingsjaar dat bezorgd wordt ten laatste op 1 april van het jaar volgend op het werkingsjaar.

● De facturen van het voorafgaande jaar worden ten laatste 20 januari bezorgd aan facturen@gemeentemol.be

 

Voor het onderdeel wonen gebeurt de afrekening voor OCMW Balen gescheiden:

● een voorschotfactuur van 30.000 euro per 1 VTE wordt door CAW De Kempen bezorgd

voor 31 mei van het lopende werkingsjaar.

● De facturen van het voorafgaande jaar worden ten laatste 20 januari bezorgd aan:

  ○ OCMW Balen: boekhouding@ocmwbalen.be

 

De opdrachtnemer is verplicht om alle voorvallen met een mogelijke financiële consequentie onmiddellijk te melden bij ILV Baldemore of bij de betrokken gemeente indien het een lokaal aanbod betreft.

 

CAW De Kempen verbindt zich ertoe de financiering enkel aan te wenden voor kosten die gepaard gaan met de uitvoering van deze overeenkomst. De betalingen gebeuren door storting op het rekeningnummer van CAW De Kempen: BE 73 0682 2182 2960 op naam van CAW de Kempen, Hofkwartier 23, 2200 Herentals.

4.4. Art.13: Personeel

 

In de convenant worden door de opdrachtnemer 2,8 VTE ter beschikking gesteld voor ILV Baldemore voor de opdrachten die de ganse regio Baldemore betreffen.

 

Personeel wordt aangeworven in samenspraak met ILV Baldemore. ILV Baldemore wordt betrokken bij de aanwervingsprocedures van personeel in het kader van deze convenant. Voor selecties wordt de manager van ILV Baldemore gecontacteerd om te bekijken wie er vanuit de ILV zal zetelen in de selectiejury.

 

Indien er voor de lokale opdrachten (aanbod Wonen) een medewerker dient aangeworven te worden, wordt hiervoor contact opgenomen met het lokale aanspreekpunt van deze gemeente.

 

Jaarlijks geeft ILV Baldemore feedback aan CAW De Kempen over deze personeelsleden in functie van evaluatiemomenten met betreffend personeel georganiseerd door CAW De Kempen.

 

Algemeen beleid en principes:

CAW De Kempen engageert zich ertoe om:

● in te staan voor de functionerings- en evaluatiegesprekken met de hulpverleners;

● in overleg met de contactpersoon van de verantwoordelijke partner of gedelegeerde partner de nodige maatregelen te nemen bij disfunctionering van een hulpverlener;

● ervoor te zorgen dat de hulpverleners kunnen werken binnen het deontologisch kader van CAW De Kempen;

● de inhoudelijke leiding en verantwoordelijkheid op te nemen voor de uitgebouwde hulpverlening en het daartoe onder andere het tewerkgestelde personeel te coachen, te begeleiden en te evalueren.

Het arbeidsreglement, rechtspositieregeling en deontologische code van CAW De Kempen is van toepassing op de personeelsleden. Het werkgeversgezag ligt bij CAW De Kempen.

 

Afspraken bij langdurige afwezigheid of beëindiging van de arbeidsovereenkomst:

● Een langdurige afwezigheid is een afwezigheid van het personeelslid van een periode van meer dan één maand.

● CAW De Kempen engageert zich ertoe om bij een langdurige afwezigheid een passende vervanging te voorzien in samenspraak met ILV Baldemore.

● Bij beëindiging van een arbeidsovereenkomst van de hulpverlener communiceert CAW De Kempen zo snel als mogelijk over het ontslag en de opzegsituatie met al dan niet de financiële implicaties met de manager van ILV Baldemore. Er wordt verwacht dat de dienstverlening gegarandeerd blijft tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Als CAW De Kempen eenzijdig beslist dat er geen prestaties meer hoeven te gebeuren door de hulpverlener tijdens de opzegperiode, voorziet CAW De Kempen via andere middelen vervanging of wordt de tussenkomst voor personeel stopgezet voor deze periode.

 

4.5. Art.14: Afwijkingen in de uitvoering

 

Wanneer de opdrachtnemer vaststelt dat deze overeenkomst niet kan uitgevoerd worden zoals overeengekomen, wordt de manager van ILV Baldemore hiervan zo snel mogelijk op de hoogte gebracht. In onderling overleg zullen er verdere schikkingen ter zake getroffen worden.

 

Wanneer de opdrachtgever bij controles vaststelt dat de overeenkomst niet uitgevoerd wordt zoals overeengekomen, zal de opdrachtnemer hiervan schriftelijk in kennis gesteld worden via een aangetekend schrijven binnen een termijn van één maand na het eerstvolgende beheerscomité van ILV Baldemore, waarop de tekortkoming geagendeerd wordt. De opdrachtnemer zal hierop een voorstel tot aanpassing formuleren binnen de maand na kennisneming om de overeenkomst conform uit te voeren. De opdrachtgever en opdrachtnemer verbinden er zich toe in overleg te treden over deze aanpassing.

 

5. Duurtijd

 

5.1. Art.15: Duur van de overeenkomst

 

De overeenkomst geldt voor de duur van 1 maart 2026 tot en met 31 december 2031. Jaarlijks worden de resultaten geëvalueerd.

 

Na het verstrijken van deze termijn kan er een nieuwe overeenkomst worden opgesteld, in functie van lokale sociale beleidsplannen.

 

5.2. Art.16: Beëindigen van de overeenkomst

 

Het convenant kan niet stilzwijgend worden verlengd.

 

Het convenant eindigt van rechtswege bij het verstrijken van de looptijd, hetzij vroegtijdig in onderling overleg tussen de partijen, hetzij door opzegging door één van de partijen.

 

Elk der partijen kan op elk moment een onderdeel van deze convenant opzeggen, mits voorafgaandelijk overleg tussen partijen met het oog op de aanpassingen zoals bepaald in 4.5 Art.14. De kennisgeving van de opzegging gebeurt per aangetekende brief en per mail. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste werkdag na de kennisgeving. De opzegtermijn kan nooit de resterende looptijd van het convenant overschrijden.

 

Indien het convenant geheel of gedeeltelijk wordt opgezegd door de opdrachtgever betreft de opzegtermijn een termijn die moet worden in acht genomen om het personeel te ontslaan. Met een maximum van 6 maanden. Indien het convenant geheel of gedeeltelijk wordt opgezegd door de opdrachtnemer betreft de opzegtermijn max. 6 maanden tenzij in onderling overleg anders overeengekomen.

 

Ingeval van wijziging of stopzetting van de subsidiëring zoals vermeld in 3.3 intergemeentelijke preventiewerking en 3.2. verslavingshulpverleners, zullen de partijen hierover onverwijld in overleg treden om de gevolgen hiervan te evalueren en -indien mogelijk- tot aangepaste afspraken te komen met betrekking tot de verdere uitvoering van deze overeenkomst.

 

Indien geen overeenstemming kan worden bereikt binnen een termijn van 60 dagen na kennisgeving van de wijziging of stopzetting van de subsidie, heeft elke partij het recht deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk te beëindigen. Indien de opdrachtgever beëindigt, is de opzegtermijn opnieuw de termijn die moet worden in acht genomen om het personeelslid te ontslaan, met een maximum van 6 maanden. Indien het convenant geheel of gedeeltelijk wordt opgezocht door de opdrachtnemer betreft de opzegtermijn max. 6 maanden tenzij in onderling overleg anders overeengekomen.

 

5.3. Art.17: Wijzigingen

 

Wijzigingen aan de convenant tijdens de looptijd van het convenant kunnen enkel na overleg en schriftelijk akkoord tussen partijen.

 

6. Aansprakelijkheid

 

6.1. Art.18: Aansprakelijkheid van de Partijen

 

De partijen zetten zich in voor een goede uitvoering van dit convenant. Ze blijven daarbij ieder voor zich aansprakelijk voor aanspraken van derden op schadevergoeding op grond van directe of indirecte schade, administratieve boetes of andere aanspraken.

 

In geval van geschillen tussen partijen zijn de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, afdeling Turnhout, bevoegd.

 

7. Slotbepalingen

 

Onderhavige convenant vervangt de convenant opgemaakt op 17 november 2023 tussen partijen integraal.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

AANPASSING SCHENKINGSAKTE - SCHILDERIJ 'KOBE' VAN JAKOB SMITS - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Tussen de familie Carpentier en de vzw Vrienden van het Jakob Smitsmuseum werd op 20 januari 2011 een tijdelijke bruikleenovereenkomst afgesloten voor het gebruik van het schilderij ‘Kobe’.  De bruikleenovereenkomst neemt een einde op de dag dat de bruikleengevers de officiële schenkingsakte betekenen aan het Jakob Smitsmuseum.  De familie Carpentier wenst het schilderij ‘Kobe’ te schenken aan de gemeente Mol. 

 

De schenking werd eerder aanvaard op de gemeenteraad van 27 juni 2011.  Naderhand heeft de gemeenteraad van 25 juni 2012 goedkeuring verleend aan de door de familie Carpentier gevraagde wijzigingen aan de schenkingsakte.

 

De familie Carpentier wenst volgende bijkomende voorwaarden te verbinden aan de schenking en deze in de akte op te nemen:

- Het schilderij kan slechts deelnemen aan wetenschappelijke (niet commerciële) tentoonstellingen van andere museale organisaties.  Deze deelname kan slechts gebeuren mits de geijkte museale voorwaarden.

- De gemeente Mol ontzegt zich het recht het schilderij te vervreemden gedurende een periode van vijfentwintig jaar die aanvangt op heden.

- De gemeente Mol verplicht er zich toe het werk ten toon te stellen in het Jakob Smits Museum te Mol of, bij onmogelijkheid hiertoe,  in een andere publiek toegankelijke tentoonstellingsruimte.

 

Notaris Jan Van Roosbroeck, Bisschopslaan 12 te 2340 Beerse heeft in opdracht van de familie een aangepast ontwerp van schenkingsakte opgemaakt. Dit werd geactualiseerd door notaris Michelle Wilmsen.

 

Juridische gronden

Artikel 41, §2, 12° van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad exclusief bevoegd is om schenkingen en legaten definitief te aanvaarden.

 

Bijlagen

1) beslissing gemeenteraad 27 juni 2011

2) beslissing gemeenteraad 25 juni 2012

3) ontwerp van schenkingsakte zoals opgesteld door notaris Van Roosbroeck

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het schilderij ‘Kobe’ is een echte aanwinst voor de gemeentelijke collectie van Jakob Smits.  De bijkomende voorwaarden zijn redelijk.

 

Financiële weerslag

De gemeente betaalt de registratierechten en de kosten van de schenking, voorlopig geraamd op 1.234.66 euro. 

 

Actie

5/16/2

Registratiesleutel

61300000/003000

Bedrag

€ 1020.38 + BTW

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De beslissingen van de gemeenteraad van 27 juni 2011 en 25 juni 2012 worden ingetrokken.

 

Artikel 2

De gemeenteraad aanvaardt de schenking van het schilderij ‘Kobe’ van Jakob Smits door de familie Carpentier.

 

Artikel 3

De kosten verbonden aan de schenking vallen ten laste van de gemeente.

 

Artikel 4

De gemeenteraad keurt de ontwerpakte, opgemaakt door notaris Jan Van Roosbroeck, goed.

 

Artikel 5

De burgemeester en algemeen directeur worden gemachtigd om de schenkingsakte namens de gemeente Mol te ondertekenen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

CULTUUR - SCHENKING - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op donderdag 18 december 2025 overhandigde zandkunstenaar Theo Grobben een unieke kwartserel - een schilderij gemaakt van zuiver kwartszand - aan het gemeentebestuur. Het kunstwerk werd speciaal gemaakt voor de schilderijenscène bij de wandeling Spiegel van de Plas en krijgt hiermee een blijvende plaats binnen onze gemeente.

 

Juridische gronden

Artikel 41, §2, 12° van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad exclusief bevoegd is om schenkingen en legaten definitief te aanvaarden.

 

Bijlagen

1. Foto kwartserel

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het werk van Theo Grobben is een aanwinst voor de gemeentelijke collectie.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad aanvaardt het kwartserel van Theo Grobben.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT - WELZIJNSSITE TEN HOVE - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De welzijnssite Ten Hove is een centrale, laagdrempelige ontmoetings- en dienstverleningsplek waar zorg, wonen, welzijn en vrije tijd samenkomen. De site vervult een essentiële rol voor bewoners van de serviceflats en het woonzorgcentrum, cliënten van het Sociaal Huis en VDAB, bezoekers van het Lokaal Dienstencentrum, medewerkers én omwonenden.

 

De open en uitnodigende inrichting van de site maakt het een aangename plek, maar brengt tegelijk kwetsbaarheden met zich mee. Tijdens de afgelopen maanden nam de instrumentele overlast toe, vooral in de avond en nacht.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Inspraak en advies

Politiezone Balen-Dessel-Mol verleent een positief advies betreffende het huishoudelijk reglement welzijnssite Ten Hove.

 

Bijlagen

  1. Huishoudelijk reglement welzijnssite Ten Hove
  2. Grondplan site Ten Hove
  3. Advies politie 27 januari 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De open en uitnodigende inrichting van site Ten Hove maakt het een aangename plek, maar brengt tegelijk kwetsbaarheden met zich mee. Tijdens de afgelopen maanden nam de instrumentele overlast toe, vooral in de avond en nacht.

 

Momenteel bestaat er geen huishoudelijk reglement voor site Ten Hove. Het ontbreken van duidelijke, vastgelegde gedragsregels  zorgt voor rechtsonzekerheid bij bezoekers en gebruikers van de site en bemoeilijkt een consequente handhaving en aanpak van overlast.

 

Met het aannemen van een huishoudelijk reglement, wil het gemeentebestuur tegemoet komen aan het rechtszekerheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur door:

        duidelijke openingsuren vast te leggen voor gebouwen en buitenzones,

        het buitendomein op te delen in private en publieke zones,

        de publieke zones te behandelen als parkgebied met sluitingsuren,

        gedragsregels vast te leggen rond respect, rust, geluid, infrastructuurgebruik, fietsgebruik, alcohol, tabak, drugs, zwerfvuil, dieren, overnachting en vernieling,

        eenduidige afspraken te voorzien rond doorsteken, toegangen en uitzonderingen,

        een overzichtsplan te voorzien met duidelijk afgebakende zones, gekoppeld als bijlage bij het huishoudelijk reglement.

 

Het aannemen van het huishoudelijk reglement draagt zo bij tot een veilige en respectvolle omgeving voor bezoekers, bewoners en personeel.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het reglement 'Huishoudelijk reglement Welzijnssite Ten Hove' goed. Het reglement luidt als volgt:

 

'Huishoudelijk reglement - Welzijnssite Ten Hove

 

Het gemeentebestuur van Mol zet in op een veilige, toegankelijke en aangename site Ten Hove. In dat kader voorziet de gemeente onder meer in verlichting van de parking, de fietsenstalling en strikt geregelde toegangen tot de gebouwen.

 

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder:

 

1° Site Ten Hove: het geheel van de gebouwen en het volledige buitendomein, met adres Jakob Smitslaan 20-28, 2400 Mol, dat ressorteert onder de benaming site Ten Hove, inclusief het Sociaal Huis, de serviceflats, het woonzorgcentrum, het Lokaal Dienstencentrum, de cafetaria, de omliggende infrastructuur en de bijhorende terreinen.

 

2° Gebouwen: alle constructies die deel uitmaken van site Ten Hove, waaronder begrepen het Sociaal Huis, de serviceflats, het Lokaal Dienstencentrum, het woonzorgcentrum, de cafetaria, vergader- en polyvalente zalen en alle overige binnenruimten die toegankelijk zijn voor bewoners, bezoekers, personeel en derden.

 

3° Buitendomein: het geheel van de buitenruimten van site Ten Hove, met inbegrip van de toegangen, wandelpaden, parkeervoorzieningen, groene zones, speel- en beweegzones, waterfonteintjes en andere buitenfaciliteiten die behoren tot site Ten Hove.

 

4° Publieke zones: de buitenruimtes die vrij toegankelijk zijn voor het publiek tijdens de openingsuren en mits respect voor de regels van dit reglement.

 

5° Private zones: de buitenruimtes die enkel toegankelijk zijn voor bewoners en personeel, afhankelijk van de functie van de private zone.

 

Artikel 2. Toepassingsgebied

Dit reglement is van toepassing op site Ten Hove, inclusief de gebouwen en het buitendomein.


Door zich op site ten Hove te bevinden, onderwerpen bezoekers, bewoners, medewerkers en derden zich aan de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 3. Openingsuren en toegangsregels

§ 1. Gebouwen

De gebouwen van site Ten Hove zijn publiek toegankelijk van 8.30 uur tot 17.30 uur.
Voor- en nadien zijn deze enkel toegankelijk voor:

        bewoners van de serviceflats en het woonzorgcentrum

        hun bezoekers volgens de bezoekersafspraken

        deelnemers aan georganiseerde of vergaderactiviteiten

        personeel

 

Ook het gebruik van de toiletten is buiten de openingsuren enkel toegelaten voor deze doelgroepen.

 

§ 2. Buitendomein

Het buitendomein van site Ten Hove bestaat uit private en publieke zones.

        Private zones zijn enkel toegankelijk voor:

        bewoners van de serviceflats en het woonzorgcentrum,

        personeelsleden van de site Ten Hove,

        bezoekers die bewoners vergezellen of die hiervoor expliciet toestemming kregen,

        hulp- en dienstverleners in het kader van hun opdracht.

 

Deze zones zijn aangeduid met signalisatie of fysieke afsluitingen.

 

Andere personen hebben geen toegang tot de private zones. Het betreden ervan is verboden. Het betreden van private zones door onbevoegden is verboden.

 

        Publieke zones zijn toegankelijk als parkgebied binnen de onderstaande openingsuren:

        Tijdens de zomerperiode (van 1 april t.e.m. 15 september) is het park geopend van 7 uur tot 22 uur.

        Tijdens de winterperiode (van 16 september t.e.m. 31 maart) is het park geopend van 7 uur tot 20 uur.

 

 Het is verboden het park te betreden of er aanwezig te zijn buiten de openingsuren.

 

 De enige uitzonderingen hierop gelden voor:

        bezoekers die zich naar of van de publieke parking begeven;

        personen die site Ten Hove te voet of met de fiets doorkruisen via de aangeduide paden;

        activiteiten en evenementen die worden georganiseerd door het gemeentebestuur van Mol of waarvoor voorafgaande toestemming werd verleend door het gemeentebestuur of de siteverantwoordelijke

 

Wie zich buiten deze aangeduide doorgangen bevindt buiten de openingsuren, overtreedt dit reglement.

 

Deze bepaling heeft tot doel de nachtrust van bewoners van de serviceflats en het woonzorgcentrum te beschermen.

 

Een overzichtsplan met de afbakening van gebouwen, private zones, publieke zones en toegelaten wandel- en fietspaden is opgenomen als bijlage.

 

Artikel 4. Gedrag en respect

Iedereen op site Ten Hove gedraagt zich beleefd, respectvol en verantwoordelijk.
Discriminerend, scheldend, racistisch, intimiderend, pest of agressief gedrag worden niet getolereerd.
 

Het aanspreken van anderen gebeurt altijd op een rustige en correcte manier.
 

Agressie, bedreigingen of vernielingen worden onmiddellijk gemeld aan het personeel of de politie.

 

Bewoners, bezoekers en medewerkers hebben recht op een veilig gevoel.
 

Wie zich onveilig voelt, mag dit steeds signaleren aan het onthaal tijdens de openingsuren of de siteverantwoordelijke na de openingsuren. Dit melden kan via lokaaldienstencentrum@gemeentemol.be.

 

Artikel 5. Geluid en nachtrust

§ 1. Nachtperiode
Tussen 22 uur en 7 uur geldt een algemene stilteperiode.

In deze periode is het verboden lawaai te maken, te roepen, luide muziek te spelen of andere vormen van storend gedrag te vertonen.

 

§ 2. Dagperiode
Tussen 7 uur en 22 uur wordt de rust van bewoners, bezoekers en omwonenden steeds gerespecteerd.

Storend, hinderlijk of overdreven luid gedrag is ook overdag niet toegelaten.

Muziek beluisteren gebeurt enkel via oortjes of een koptelefoon.

Op het voorplein, aan de fitnesstoestellen en op de zitbanken wordt rekening gehouden met bewoners en omwonenden.

Gezellige ontmoetingen zijn toegestaan zolang ze geen hinder veroorzaken.

 

Artikel 6. Infrastructuur en meubilair

Het meubilair en de infrastructuur van site Ten Hove worden met zorg gebruikt.

 

Het petanqueterrein wordt uitsluitend gebruikt om te petanquen, niet voor andere doeleinden.
 

Het is verboden te springen, klimmen of op meubilair te lopen.
 

Banken, stoelen en tafels worden niet verplaatst.
 

Afval hoort in de voorziene vuilnisbakken.
 

Het achterlaten van zwerfvuil, blikjes, flessen of sigarettenpeuken is verboden.

 

Artikel 7. Stopcontacten en nutsvoorzieningen

Stopcontacten en waterfonteintjes zijn enkel bestemd voor het personeel en bewoners.
 

Bezoekers en andere derden maken er geen gebruik van, tenzij zij hiervoor voorafgaande toestemming kregen van de siteverantwoordelijke.

 

In de cafetaria mogen de stopcontacten, indien beschikbaar, uitsluitend gebruikt worden voor het opladen van kleine draagbare elektronische toestellen zoals smartphones, tablets en laptops.

 

Het opladen van elektrische fietsen (inclusief e-bikes en fatbikes), steps, losse of afneembare batterijen, powerbanks en andere energieopslagmiddelen is op de volledige site Ten Hove verboden, zowel in de gebouwen als op het buitendomein.

 

Artikel 8. Alcohol, tabak en verdovende middelen

§ 1. Overmatig gebruik van alcohol met tekenen van openbaar dronkenschap is nergens op site Ten Hove toegestaan.

§ 2. Roken is enkel toegestaan in de aangeduide rookzone. Deze wordt ordelijk en respectvol gebruikt.

§ 3. Het gebruik van drugs of lachgas is ten strengste verboden.

 

Artikel 9. Eten

Eten is toegestaan:

        in de cafetaria van het Lokaal Dienstencentrum;

        in vergaderzalen bij activiteiten;

        en op het buitendomein, zolang dit ordelijk gebeurt en geen overlast veroorzaakt.

 

Artikel 10. Dieren

§ 1. Dieren zijn verboden in het publieke gedeelte van de gebouwen - inclusief de cafetaria -, behalve assistentie- of geleidehonden.
 

§ 2. Op het buitendomein zijn dieren toegelaten, mits aanlijning en toezicht. Eigenaars staan in voor het opruimen van uitwerpselen.

 

Artikel 11. Fietsgebruik en voertuigen

§ 1. Gemotoriseerde voertuigen zijn verboden op het buitendomein, behalve prioritaire voertuigen, dienstvoertuigen of medische hulpmiddelen (zoals rolstoelen of scootmobielen).
Fietsen zijn enkel toegelaten op de aangeduide paden. Binnenpleinen zijn fietsvrij. Stapvoets rijden is overal verplicht.

 

§ 2. Fietsen en elektrische fietsen worden in de publieke fietsenstallingen geplaatst, zeker niet voor de ingangen.

 

Artikel 12. Veiligheid, verlichting en toezicht

§ 1. Bij incidenten of vandalisme wordt meteen de politie verwittigd.

§ 2. Camerabewaking is in de gebouwen aanwezig, met strikte naleving van de privacywetgeving en de afspraken met de politie over beeldoverdracht.

§ 3. Bij gevallen van vandalisme, geweld of agressie wordt melding van de feiten gedaan bij de politie. De politie kan vervolgens de beeldoverdracht vragen wanneer de feiten mogelijk gefilmd werden door een camera in beheer van het gemeentebestuur.

 

Artikel 13. Overnachting, vernieling en ongepast gebruik

Het is verboden te kamperen, te overnachten, te vernielen of graffiti aan te brengen.
Iedere vorm van schade of gevaarlijk gedrag kan aanleiding geven tot onmiddellijke verwijdering van site Ten Hove en een GAS-sanctie.

 

Artikel 14. Fauna en flora

§ 1. Het voederen van dieren is verboden.


§ 2. Planten, struiken of bomen mogen niet beschadigd of geplukt worden.

 

Artikel 15. Toezicht en sancties

De siteverantwoordelijke en de politie zien toe op de naleving van dit reglement.
 

Bij overtredingen kan de politie ingeschakeld worden.


Sancties kunnen opgelegd worden overeenkomstig het gemeentelijk GAS-reglement.
Bij herhaaldelijke overtredingen kan de toegang tot site Ten Hove tijdelijk of definitief worden ontzegd.

 

Artikel 16. Slotbepaling

Dit reglement treedt in werking na goedkeuring door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van Mol.


Het wordt publiek gemaakt via signalisatie op site Ten Hove en publicatie op de gemeentelijke website.


De regels gelden voor alle gebruikers, bezoekers en bewoners van site Ten Hove.

 

Bijlage: Overzichtsplan site Ten Hove

De bijlage bevat een plan van de site met aanduiding van:

        Gebouwen (met openingsuren),

        Private zones (toegankelijk enkel voor bevoegden),

        Publieke zones (toegankelijk tot 22 uur in de zomer en 20 uur in de winter),

        Wandel- en fietspaden die ook na 22 uur gebruikt mogen worden,

        Rookzones en toegangen tot de publieke parking.'

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

BEWAKINGSCAMERA'S - NIET-BESLOTEN PLAATSEN - POSITIEF ADVIES EN PRINCIPIËLE TOESTEMMING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad van 12 september 2022 keurde in het kader van de gezamenlijke opdracht voor het opzetten van een camerabewakingssysteem samen met de politiezone Balen-Dessel-Mol goed dat het stuk 'aanleg glasvezelverbinding' werd gedragen door de gemeente Mol en het opzetten van het camerasysteem zelf door de politiezone.  Het plan voor de glasvezelverbinding werd tevens goedgekeurd.

 

De gemeente deed deze investeringen op het vlak van preventie en sensibilisering.

 

Cameratoezicht kan een nuttig hulpmiddel vormen voor de objectieve waarneming van overlastproblemen, de preventieve aanpak ervan en het opsporen van daders, slachtoffers en getuigen.

Cameratoezicht kan tevens een nuttig hulpmiddel zijn voor de gerichte en efficiënte politie-inzet.

 

Juridische gronden

Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden.

 

Verordening (EU) nr. 2016/679, 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, hierna afgekort tot “AVG.

 

Decreet Lokaal Bestuur.

 

Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens; de bestaande wetten, koninklijke besluiten en elke andere reglementering die verwijzen naar de Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, worden geacht te verwijzen naar deze nieuwe wet van 30 juli 2018.

 

Wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s, gewijzigd door de wet van 21 maart 2018, art. 5, §2 (vaste bewakingscamera) art. 5, §2/1 (tijdelijke vaste bewakingscamera).

 

Wet op het politieambt van 5 augustus 1992 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s door politiediensten,  gewijzigd door de wet van 21 maart 2018, art. 25 e.v., Zichtbaar gebruik van camera's.

 

Koninklijk Besluit van 8 mei 2018 betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's en betreffende het register van de beeldverwerkingsactiviteiten (aanmelding bestaande en nieuwe bewakingscamera’s via www.aangiftecamera.be ).

 

Koninklijk besluit van 22 mei 2019  tot vaststelling van de wijze waarop het gebruik van vaste en tijdelijk vaste camera's door de politiediensten wordt aangegeven (indien plaatsing van Camera’s onder  (gezamenlijke) verantwoordelijkheid politie).

 

Koninklijk Besluit van 28 mei 2018 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 10 februari 2008 tot vaststelling van de wijze waarop wordt aangegeven dat er camerabewaking plaatsvindt indien plaatsing van camera’s onder  (gezamenlijke) verantwoordelijkheid gemeente en politie – gegevens van gemeenten en logo van politie).

 

Inspraak en advies

Het positief advies van de korpschef van de lokale politiezone Balen-Dessel-Mol van 9 februari 2026.

De visietekst bewakingscamera's 2026 zoals opgesteld door de politiezone Balen-Dessel Mol.

 

Bijlagen

1) besluit gemeenteraad van 12 september 2022

2) visietekst bewakingscamera's uit het verleden

3) visietekst bewakingscamera's 2026

4) goedgekeurd voorontwerp gemeenteraad / advies korpschef 9 februari 2026

5) aanvraag van de korpschef principiële toestemming 9 februari 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De invoering van (tijdelijke) vaste bewakingscamera’s op een niet-besloten plaats dient voor advies en principiële toestemming voorgelegd te worden aan de gemeenteraad voor die wegen waarvoor de gemeente bevoegd is.

 

De gemeenteraad dient daarbij de korpschef van lokale politie te raadplegen teneinde een veiligheidsadvies te verkrijgen.

 

Er dient rekening gehouden te worden met de aanbevelingen omtrent de bescherming van de privacy en de persoonlijke levenssfeer met betrekking tot cameratoezicht op de openbare weg.

 

De nodige waarschuwingen in de buurt dienen te worden aangebracht opdat de burger geïnformeerd is over het cameratoezicht op de plaatsen die hij betreedt.

 

De politie is houder van de opname en de gemaakte beelden en duidt in samenspraak met de korpschef van de lokale politie de personen aan die toegang hebben tot de verwerking en aan wie de gegevens kunnen worden meegedeeld.

 

De aanwezigheid van bewakingscamera’s op het grondgebied zal toelaten om de volgende lokale doeleinden te bereiken:

- repressief en preventief

- verminderen van overlast

- verminderen van criminaliteit

- bestuurlijke handhaving

- ...

 

Overwegende de toelichting gegeven door de burgemeester en de korpschef.

 

De gemeenteraad dient een positief advies en principiële toestemming te geven over de betrokken niet-besloten plaats(en), de perimeter en het gebruik van de (tijdelijke) vaste bewakingscamera.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad adviseert positief en gaat principieel akkoord over de plaatsing en het gebruik van (tijdelijke) vaste bewakingscamera’s op niet-besloten plaatsen.

 

Artikel 2

De plaatsing en het gebruik van (tijdelijke) vaste bewakingscamera’s op deze niet-besloten plaatsen  wordt positief geadviseerd en de gemeenteraad gaat hier principieel mee akkoord:

- kruispunt Corbiestraat met Boerekrijgstraat (3 camera’s – straalverbinding)

- Rondplein hoek Lakenmakersstraat (3 camera’s – straalverbinding)

- Corbiestraat met Statieplein (2 camera’s – straalverbinding)

- Statieplein thv nummer 5 (2 camera’s – straalverbinding)

- kruispunt A.Reydamslaan - St. Pieterstraat (camera 1)

- kruispunt Corbiestraat – Boomgaardstraat (camera 2)

- Statieplein (camera 3 en 4)

- kruispunt Statiestraat – Boomgaardstraat – Guido Gezellestraat (camera 5)

- kruispunt Kloosterstraat – Voogdijstraat – Rozenberg (camera7)

- kruispunt Kloosterstraat – Statiestraat (camera 8)

- kruispunt Statiestraat – Laar (camera 9)

- kruispunt Santo Tomasplein (camera 10)

- kruispunt Lakenmakerstraat (camera 11)

- kruispunt Hofstraat – Boerenkrijgstraat (camera 12)

- kruispunt Graaf De Broquevillestraat – Edmond Van Hoofstraat (camera 14)

- kruispunt Skatepark – Rivierstraat (camera 15A en 15B)

- kruispunt Boerenkrijgstraat (camera 16A en 16B)

- kruispunt Schansstraat – Achterpad (camera 17)

- kruispunt St. Pieterstraat – Rondplein (camera 18)

- kruispunt Corbiestraat – Rondplein (camera 19A en 20B)

- Gebouw ‘t Getouw (camera 21 – 22 – 23)

- Smallestraat, ter hoogte van de parking REX (schouwburg) (camera x)

- AXIS Q6100 E network camera (360° - tijdelijke vaste camera)

- AXIS Q6135-LE PTZ network camera (1080p - tijdelijke vaste camera)

 

Artikel 3

Dit advies wordt ter kennis gebracht aan de verwerkingsverantwoordelijke (politiezone Balen-Dessel-Mol), die instaat voor de aanmelding van de bewakingscamera’s bij de politiediensten, de plaatsing van de bij wet vereiste pictogrammen en het bij wet voorziene register van de beeldverwerkingsactiviteiten.

 

Artikel 4

Dit besluit wordt bekend gemaakt overeenkomstig de bepalingen van Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

GEMEENTELIJK ONDERWIJS MOL - VERWERKERSOVEREENKOMSTEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Feiten en context

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) verplicht elke verwerkingsverantwoordelijke om overeenkomsten af te sluiten met de verwerkers van persoonsgegevens waarop hij/zij een beroep doet.

 

Vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de zorgvuldige omgang met de persoonsgegevens hebben de onderwijsverstrekkers, de Federatie Centra voor Basiseducatie, VCLB en een aantal andere leveranciers van digitale onderwijsmiddelen samen een Intentieverklaring Privacy in Digitale Onderwijsmiddelen ontwikkeld. Daarbij aansluitend werd gezamenlijk een model verwerkersovereenkomst opgesteld. Niet alle leveranciers van digitale onderwijsmiddelen hebben zich tot op heden aangesloten bij bovenstaande intentieverklaring. Indien de leverancier zich niet heeft aangesloten wordt de verwerkersovereenkomst die de leverancier zelf heeft opgesteld voorgelegd aan de Data Protection Officer (DPO) van de intercommunale ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (IOK) voor een advies.

 

Juridische gronden

Artikel 56 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

De Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees parlement en de raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).

 

Inspraak en advies

De DPO van IOK verleende per mail op 20 november 2025 een positief advies met opmerkingen voor de verwerkersovereenkomst van Koninklijke Boom uitgevers BV.

De gemeentelijke basisschool (gbs) Klim‑Op bevestigt dat er geen leerlingengegevens worden uitgewisseld met Koninklijke Boom uitgevers BV. De toegang tot het platform gebeurt uitsluitend via een schoollogin (de naam van de zorgcoördinator en het schoolmailadres). De uitgever beschikt hierdoor slechts over een beperkt aantal gegevens.

 

De DPO van IOK verleende per mail op 3 december 2025 een positief advies voor de verwerkersovereenkomst van Orka Training B.V.

 

De DPO van IOK verleende per mail op 27 januari 2026 een negatief advies voor de verwerkersovereenkomst van Chessity B.V.

Na overleg met de DPO van IOK mag de toepassing verder gebruikt worden indien de naam en voornaam van de leerling wordt aangepast naar een fictieve naam (bijvoorbeeld: gebruiker 1, gebruiker 2,...).

 

De DPO van IOK verleende per mail op 3 februari 2026 een positief advies voor de verwerkersovereenkomst van Lexima B.V.

 

Bijlagen

  1. Advies DPO IOK_Koninklijke Boom uitgevers BV
  2. Checklist DPO IOK_Koninklijke Boom uitgevers BV
  3. Ontwerp-verwerkersovereenkomst Koninklijke Boom uitgevers BV
  4. Advies DPO IOK_Orka Training B.V.
  5. Checklist DPO IOK_Orka Training B.V.
  6. Ontwerp-verwerkersovereenkomst Orka Training B.V.
  7. Advies DPO IOK_Chessity B.V.
  8. Checklist DPO IOK_Chessity B.V.
  9. Ontwerp-verwerkersovereenkomst Chessity B.V.
  10. Advies DPO IOK_Lexima B.V.
  11. Checklist DPO IOK_Lexima B.V.
  12. Ontwerp-verwerkersovereenkomst Lexima B.V.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Artikel 28, derde lid van de AVG bepaalt dat de verwerking van persoonsgegevens door een verwerker wordt geregeld in een overeenkomst of andere rechtshandeling krachtens het unierecht of het lidstatelijke recht die de verwerker ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke bindt, en waarin het onderwerp en de duur van de verwerking, de aard en het doel van de verwerking, het soort persoonsgegevens en de categorieën van betrokkenen, en de rechten en verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke worden omschreven.

 

Er zou daarom een verwerkersovereenkomst opgesteld moeten worden tussen het gemeentebestuur van Mol (verwerkingsverantwoordelijke) en een aantal leveranciers van digitale onderwijsmiddelen (verwerkers) waarmee het gemeentelijk onderwijs samenwerkt.

 

Leverancier (verwerker)

Doel digitaal onderwijsmiddel

School/academie die het gebruikt

Koninklijke Boom uitgevers BV

Online methode om anderstaligen basis Nederlands aan te leren.

de gemeentelijke basisschool (gbs) Klim-Op

Chessity B.V.

Cognitief sterk functionerende leerlingen uitdaging bieden

de gemeentelijke basisschool (gbs) Alles Kids

Orka Training B.V.

Online methode groepsvorming en sociale vaardigheden

de gemeentelijke basisschool (gbs) Alles Kids

Lexima B.V.

Het programma 'Bouw!' helpt de leesvaardigheid van leerlingen te verbeteren

de gemeentelijke basisscholen van Mol

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De in bijlage toegevoegde verwerkersovereenkomsten worden opgesteld en goedgekeurd tussen het gemeentebestuur van Mol als verwerkingsverantwoordelijke en volgende verwerkers:

        Koninklijke Boom uitgevers BV

        Orka Training B.V.

        Chessity B.V.

        Lexima B.V.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

RECHTSPOSITIEREGELING - AANPASSING BIJLAGE 3 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde de nieuwe rechtspositieregeling goed in zitting van 16 september 2024. De rechtspositieregeling werd reeds meerdere keren aangepast en voor het laatst in zitting van 15 december 2025.

 

De functiebeschrijving van molenaar werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen van 26 november 2025.

 

Juridische gronden

        Artikel 12 rechtspositieregeling

        Artikel 186 decreet lokaal bestuur

 

Inspraak en advies

Het overleg- en onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties leverde in zitting van 4 februari 2026 een protocol van akkoord af.

 

Bijlagen

  1. Aangepaste bijlage 3
  2. Protocol van de representatieve vakorganisaties van 4 februari 2026.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De kandidaten voor de functie van molenaar moeten voldoen aan de volgende specifieke aanwervings- en bevorderingsvoorwaarde: In het bezit zijn van een diploma of attest van molenaar behaald via een erkende opleiding.

 

Bijlage 3 van de rechtspositieregeling moet hierdoor worden aangepast.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De raad keurt de specifieke aanwervings- en bevorderingsvoorwaarde voor de functie van molenaar goed zoals opgenomen in bijlage 3 van de rechtspositieregeling.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

MANTELZORGBELEID MOL (VooruitMemo - Liesbet Lommelen)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

KLEINENDIJK (VooruitMemo - Tomas Sergooris)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 24/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 23 februari 2026

 

RUIMTELIJKE ORDENING (VooruitMemo - Tomas Sergooris)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 24/02/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.