ZITTING VAN MAANDAG 22 JUNI 2026

 

Aanwezig:

voorzitter

Ann Smeyers

burgemeester

Wim Caeyers

schepenen

Greet Van Tiggelen, Lotte Vreys, Hilde Valgaeren, Lieve Heurckmans, Hans De Groof, Frederik Loy, Wendy Soeffers

raadsleden

Paul Vanhoof, Koen Van Gompel, Tomas Sergooris, Zehra Ünlü, Maria Belmans, Jan Vangheel, Hanne Paepen, Lander Geyzen, Anneleen Dom, Sofie Molenberghs, Maarten Van Camp, Chris Xhenseval, Cindy Dexters, Kris Paepen, Emiel Ruts, Ward Buyens, Jens Timmermans, Liesbet Lommelen, Marc Sannen, Sonja Smaers, Lisette Heuvelmans, Griet Van Hecken, Stef Vandycke, Mick Vanlimbergen

algemeen directeur

Laurens Moubax

 

raadslid Sonja Smaers vervoegt de vergadering vanaf punt 3.

raadslid Maarten Van Camp vervoegt de vergadering vanaf punt 10.

raadslid Emiel Ruts vervoegt de vergadering vanaf punt 35.

 

Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

NOTULEN GEMEENTERAAD - 18 MEI 2026- GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad vergaderde in zitting van 18 mei 2026.

 

De notulen en het verslag van de toegevoegde agenda van deze gemeenteraad werden in Meeting.mobile gekoppeld als bijlage aan dit agendapunt.

 

Juridische gronden

Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de notulen van de vergadering van de gemeenteraad worden opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur overeenkomstig artikelen 277 en 278.

Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de notulen ter beschikking worden gesteld.

 

Artikel 33 § 1 van het huishoudelijk reglement - goedgekeurd op de gemeenteraad van 11 maart 2019 - bepaalt dat de notulen van de gemeenteraad alle besproken onderwerpen vermelden in chronologische volgorde, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen.

 

Artikel 34 § 1 van het huishoudelijk reglement bepaalt dat de notulen van de vergadering van de gemeenteraad onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur worden opgesteld overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur. 

 

Bijlagen

  1. Notulen en verslag gemeenteraad 18 mei 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het is verplicht dat de notulen van de vorige gemeenteraad worden goedgekeurd op de eerstvolgende gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De notulen van de gemeenteraad van 18 mei 2026 worden goedgekeurd.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

BESLISSING AGENTSCHAP BINNENLANDS BESTUUR - KLACHT TEGEN OPENSTELLEN VAN OPENBARE WEGEN 'SENTIER NR. 190' EN 'CHEMIN NR. 221' - KENNISNAME

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 21 april 2026 ontving Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) een e-mailbericht van dezelfde persoon die eerder een klacht indiende tegen het niet volledig openstellen van buurtweggedeeltes 'sentier nr. 190' en 'chemin nr. 221'.  In die e-mail stelde hij dat er op heden (nog) geen verdere ontwikkelingen zijn m.b.t. het openstellen van de verbindingswegen, minstens dat hierover niet wordt gecommuniceerd door het gemeentebestuur.

 

ABB heeft de klacht onderzocht en op 7 juni 2026 een antwoord bezorgd. ABB oordeelt dat het dossier weldegelijk wordt opgevolgd bij de gemeente, maar dat de vrije doorgang nog niet werd gerealiseerd.

 

Juridische gronden

Artikel 287 van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 333, tweede lid van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

1) klacht bij ABB van 21 april 2026

2) reactie gemeente Mol aan ABB  4 mei 2026

3) beslissing / antwoord + bijlagen van ABB aan gemeente Mol van 7 juni 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.

De gemeenteraad moet kennisnemen van het antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur, zoals ontvangen op 7 juni 2026.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad neemt kennis van het antwoord van de gouverneur van de provincie Antwerpen zoals ontvangen op 7 juni 2026 met betrekking tot de klacht tegen het niet volledig openstellen van buurtweggedeeltes 'sentier nr. 190' en 'chemin nr. 221'.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

REGIOWERKING - PERIODIEKE RAPPORTERING DEEL 1 - KENNISNAME

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Door de inwerkingtreding van het Regiodecreet wordt elke Vlaamse gemeente ingedeeld in één referentieregio. Er zijn 15 referentieregio's: Mol bevindt zich in de regio Kempen.

 

Het Regiodecreet is van toepassing op intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid. De aandacht kan hierbij gaan naar het versterken van de regionale samenwerking en het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen.

 

In de praktijk schrijft de voorzitter van de gemeenteraad op grond van artikel 8 van het Regiodecreet de regiowerking minstens twee keer per jaar in op de agenda van de gemeenteraad opdat de raad zou kunnen waken over de afstemming van het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op de regiowerking.

 

Juridische gronden

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

Decreet over de regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur van 3 februari 2023.

 

Bijlagen

- Pidpa - verslag RvB - 21 november 2025

- IKA - notulen RvB - 26 mei 2025

- IKA - notulen RvB - 30 juni 2025

- IKA - notulen RvB - 8 september 2025

- IKA - notulen AV - 11 december 2025

- Fluvius Kempen - notulen RBC Noord - 23 september 2025

- Fluvius Kempen - notulen RBC Zuid - 23 september 2025

- Fluvius Kempen - notulen RvB - 23 oktober 2025

- Fluvius Kempen - notulen RvB - 20 november 2025

- Fluvius Kempen - notulen BAV - 11 december 2025

- Welzijnszorg Kempen - besluitenlijst RvB - 12 november 2025

- Pidpa - verslag BAV - 19 december 2025

- Pidpa - presentatie BAV - 19 december 2025

- IOK - verslag RvB - 3 oktober 2025

- IOK - verslag RvB - 17 oktober 2025

- IOK - verslag RvB - 7 november 2025

- IOK - verslag RvB - 21 november 2025

- IOK - verslag RvB - 5 december 2025

- IOK - verslag RvB - 10 december 2025

- IOK - verslag RvB - 19 december 2025

- IOK afvalbeheer - verslag RvB - 3 oktober 2025

- IOK afvalbeheer - verslag RvB - 17 oktober 2025

- IOK afvalbeheer - verslag RvB - 7 november 2025

- IOK afvalbeheer - verslag RvB - 21 november 2025

- IOK afvalbeheer - verslag RvB - 5 december 2025

- IOK afvalbeheer - verslag RvB - 19 december 2025

- IOK afvalbeheer - notulen BAV - 16 december 2025

- IOK - notulen BAV - 16 december 2025

- IOK - BAV bijlage bij de notulen - 16 december 2025

- IOK - verslag RvB - 9 januari 2026

- IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 9 januari 2026

- Welzijnszorg Kempen - verslag RvB - 14 januari 2026

- Woonboog - verslag RvB - 4 februari 2026

- Woonboog - verslag RvB - 14 januari 2026

- Fluvius Kempen - notulen RBC Noord - 11 december 2025

- Fluvius Kempen - notulen RBC Zuid - 11 december 2025

- Fluvius Kempen - notulen RvB - 11 december 2025

- Kempens Woonkrediet - verslag RvB - 8 april 2025

- Kempens Woonkrediet - verslag RvB - 10 juni 2025

- Kempens Woonkrediet - verslag RvB - 19 augustus 2025

- Kempens Woonkrediet - verslag RvB - 14 oktober 2025

- Kempens Woonkrediet - verslag RvB - 9 december 2025

- Kempische Heerd - PV AV - 29 april 2025

- Welzijnszorg Kempen - verslag RvB - 11 februari 2026

- Bosgroep Zuiderkempen - jaarrapport 2025 en planning 2026

- Pidpa - verslag RvB - 23 januari 2026

- IOK - verslag RvB - 6 februari 2026

- IOK - verslag RvB - 20 februari 2026

- IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 6 februari 2026

- IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 20 februari 2026

- Woonboog - verslag RvB - 4 maart 2026

- Kempens Woonplatform Zuidoost - opvolging activiteiten - 2025

- Kempens Woonplatform Zuidoost - verslag stuurgroep - 25 maart 2025

- Kempens Woonplatform Zuidoost - verslag stuurgroep - 20 oktober 2025

- Fluvius Kempen - notulen RBC Noord - 20 januari 2026

- Fluvius Kempen - notulen RBC Zuid - 20 januari 2026

- Fluvius Kempen - notulen RvB - 27 januari 2026

- Pidpa - verslag RvB - 27 februari 2026

- Woonboog - verslag RvB deel 1 - 30 maart 2026

- Woonboog - verslag RvB deel 2 - 30 maart 2026

- IOK - verslag RvB - 6 maart 2026

- IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 6 maart 2026

- Welzijnszorg Kempen - besluitenlijst RvB - 1 april 2026

- Welzijnszorg Kempen - besluitenlijst RvB - 11 maart 2026

- Kempens Woonplatform Zuidoost - opvolging activiteiten 2025 - stuurgroep 30 maart 2026

- Kempens Woonplatform Zuidoost - toelichting - stuurgroep 30 maart 2026

- Kempens Woonplatform Zuidoost - verslag - stuurgroep 30 maart 2026

- Kempens Woonplatform Zuidoost - nota betaalbaar wonen - stuurgroep 30 maart 2026

- Pidpa - verslag RvB - 20 maart 2026

- GIDPBW - verslag dagelijks bestuur - 10 maart 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De voorzitter van de gemeenteraad schrijft op grond van artikel 8 van het Regiodecreet de regiowerking minstens twee keer per jaar in op de agenda van de gemeenteraad opdat de raad zou kunnen waken over de afstemming van het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op de regiowerking.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad neemt in het kader van de periodieke rapportering m.b.t. de regiowerking kennis van:

 

  1. Pidpa - verslag RvB - 21 november 2025
  2. IKA - notulen RvB - 26 mei 2025
  3. IKA - notulen RvB - 30 juni 2025
  4. IKA - notulen RvB - 8 september 2025
  5. IKA - notulen AV - 11 december 2025
  6. Fluvius Kempen - notulen RBC Noord - 23 september 2025
  7. Fluvius Kempen - notulen RBC Zuid - 23 september 2025
  8. Fluvius Kempen - notulen RvB - 23 oktober 2025
  9. Fluvius Kempen - notulen RvB - 20 november 2025
  10. Fluvius Kempen - notulen BAV - 11 december 2025
  11. Welzijnszorg Kempen - besluitenlijst RvB - 12 november 2025
  12. Pidpa - verslag BAV - 19 december 2025
  13. Pidpa - presentatie BAV - 19 december 2025
  14. IOK - verslag RvB - 3 oktober 2025
  15. IOK - verslag RvB - 17 oktober 2025
  16. IOK - verslag RvB - 7 november 2025
  17. IOK - verslag RvB - 21 november 2025
  18. IOK - verslag  RvB - 5 december 2025
  19. IOK - verslag RvB - 10 december 2025
  20. IOK - verslag RvB - 19 december 2025
  21. IOK afvalbeheer - verslag RvB - 3 oktober 2025
  22. IOK afvalbeheer - verslag RvB - 17 oktober 2025
  23. IOK afvalbeheer - verslag RvB - 7 november 2025
  24. IOK afvalbeheer - verslag RvB - 21 november 2025
  25. IOK afvalbeheer - verslag RvB - 5 december 2025
  26. IOK afvalbeheer - verslag RvB - 19 december 2025
  27. IOK afvalbeheer - notulen BAV - 16 december 2025
  28. IOK - notulen BAV - 16 december 2025
  29. IOK - BAV bijlage bij de notulen - 16 december 2025
  30. IOK - verslag RvB - 9 januari 2026
  31. IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 9 januari 2026
  32. Welzijnszorg Kempen - verslag RvB - 14 januari 2026
  33. Woonboog - verslag RvB - 4 februari 2026
  34. Woonboog - verslag RvB - 14 januari 2026
  35. Fluvius Kempen - notulen RBC Noord - 11 december 2025
  36. Fluvius Kempen - notulen RBC Zuid - 11 december 2025
  37. Fluvius Kempen - notulen RvB - 11 december 2025
  38. Kempens Woonkrediet - verslag RvB - 8 april 2025
  39. Kempens Woonkrediet - verslag RvB - 10 juni 2025
  40. Kempens Woonkrediet - verslag RvB - 19 augustus 2025
  41. Kempens Woonkrediet - verslag RvB - 14 oktober 2025
  42. Kempens Woonkrediet - verslag RvB - 9 december 2025
  43. Kempische Heerd - PV AV - 29 april 2025
  44. Welzijnszorg Kempen - verslag RvB - 11 februari 2026
  45. Bosgroep Zuiderkempen - jaarrapport 2025 en planning 2026
  46. Pidpa - verslag RvB - 23 januari 2026
  47. IOK - verslag RvB - 6 februari 2026
  48. IOK - verslag RvB - 20 februari 2026
  49. IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 6 februari 2026
  50. IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 20 februari 2026
  51. Woonboog - verslag RvB - 4 maart 2026
  52. Kempens Woonplatform Zuidoost - opvolging activiteiten - 2025
  53. Kempens Woonplatform Zuidoost - verslag stuurgroep - 25 maart 2025
  54. Kempens Woonplatform Zuidoost - verslag stuurgroep - 20 oktober 2025
  55. Fluvius Kempen - notulen RBC Noord - 20 januari 2026
  56. Fluvius Kempen - notulen RBC Zuid - 20 januari 2026
  57. Fluvius Kempen - notulen RvB - 27 januari 2026
  58. Pidpa - verslag RvB - 27 februari 2026
  59. Woonboog - verslag RvB deel 1 - 30 maart 2026
  60. Woonboog - verslag RvB deel 2 - 30 maart 2026
  61. IOK - verslag RvB - 6 maart 2026
  62. IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 6 maart 2026
  63. Welzijnszorg Kempen - besluitenlijst RvB - 1 april 2026
  64. Welzijnszorg Kempen - besluitenlijst RvB - 11 maart 2026
  65. Kempens Woonplatform Zuidoost - opvolging activiteiten 2025 - stuurgroep 30 maart 2026
  66. Kempens Woonplatform Zuidoost - toelichting - stuurgroep 30 maart 2026
  67. Kempens Woonplatform Zuidoost - verslag - stuurgroep 30 maart 2026
  68. Kempens Woonplatform Zuidoost - nota betaalbaar wonen - stuurgroep 30 maart 2026
  69. Pidpa - verslag RvB - 20 maart 2026
  70. GIDPBW - verslag dagelijks bestuur - 10 maart 2026

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

REGIOWERKING - PERIODIEKE RAPPORTERING DEEL 2 - KENNISNAME

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Door de inwerkingtreding van het Regiodecreet wordt elke Vlaamse gemeente ingedeeld in één referentieregio. Er zijn 15 referentieregio's: Mol bevindt zich in de regio Kempen.

 

Het Regiodecreet is van toepassing op intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid. De aandacht kan hierbij gaan naar het versterken van de regionale samenwerking en het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen.

 

In de praktijk schrijft de voorzitter van de gemeenteraad op grond van artikel 8 van het Regiodecreet de regiowerking minstens twee keer per jaar in op de agenda van de gemeenteraad opdat de raad zou kunnen waken over de afstemming van het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op de regiowerking.

 

Juridische gronden

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

Decreet over de regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur van 3 februari 2023.

 

Bijlagen

- Baldemore - ontwerpverslag beheerscomité - 29 april 2026

- Baldemore - presentatie CAW De Kempen - april 2026

- Baldemore - samenvatting - 29 april 2026

- Fluvius Kempen - notulen RvB - 20 maart 2026

- IOK - verslag RvB - 20 maart 2026

- IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 20 maart 2026

- Pidpa - verslag RvB - 24 april 2026

- IOK - verslag RvB - 3 april 2026

- IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 3 april 2026

- Woonboog - verslag RvB - 13 mei 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De voorzitter van de gemeenteraad schrijft op grond van artikel 8 van het Regiodecreet de regiowerking minstens twee keer per jaar in op de agenda van de gemeenteraad opdat de raad zou kunnen waken over de afstemming van het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op de regiowerking.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad neemt in het kader van de periodieke rapportering m.b.t. de regiowerking kennis van:

  1. Baldemore - ontwerpverslag beheerscomité - 29 april 2026
  2. Baldemore - presentatie CAW De Kempen - april 2026
  3. Baldemore - samenvatting - 29 april 2026
  4. Fluvius Kempen - notulen RvB - 20 maart 2026
  5. IOK - verslag RvB - 20 maart 2026
  6. IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 20 maart 2026
  7. Pidpa - verslag RvB - 24 april 2026
  8. IOK - verslag RvB - 3 april 2026
  9. IOK Afvalbeheer - verslag RvB - 3 april 2026
  10. Woonboog - verslag RvB - 13 mei 2026

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

KLACHTENBEHANDELING - REGISTER 2025 - KENNISNAME

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In gemeenteraadszitting van 29 januari 2007 werd het klachtenreglement goedgekeurd.

De geformuleerde klachten worden bijgehouden in een register.

De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan de gemeenteraad.

 

Juridische gronden

Artikel 303§3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

Het besluit van de gemeenteraad van 29 januari 2007 waarin het klachtenreglement werd goedgekeurd.

 

Bijlagen

1) klachtenreglement

2) klachtenregister gemeente 2025

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Gedurende de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 heeft de gemeente Mol 10 klachten geregistreerd die voldoen aan de definitie van een klacht.  Daarvan heeft de algemeen directeur er:

- 5 ontvankelijk

- 1 gegrond

- 1 deels gegrond/deels niet en gecorrigeerd

- 3 ongegrond

verklaard.

 

De overige 7 waren onontvankelijk.

 

De klachten gaven geen onmiddellijke aanleiding tot aanpassingen aan de werking van het bestuur of aan het organisatiebeheersingssysteem.

Binnen het kader van het dienstverleningsconcept wordt er wel gewerkt aan een geïntegreerd systeem, waarbij de informatie die ons bereikt van de burger op een uniforme en efficiënte wijze kan behandeld worden waardoor onze dienstverlening kan bijgestuurd worden.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad neemt kennis van de geregistreerde klachten van 2025.

 

Artikel 2

De klachten gaven geen aanleiding tot onmiddellijke aanpassingen aan de werking van het bestuur of aan het organisatiebeheersingssysteem.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

KLACHTEN - KLACHTENREGLEMENT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een klachtenbehandelingssysteem is essentieel om een correcte, transparante en klantgerichte dienstverlening te waarborgen binnen het lokaal bestuur. Het vormt een belangrijk instrument van behoorlijk bestuur en draagt bij aan het vertrouwen van burgers in de overheid. Het klachtenbehandelingssysteem vindt zijn juridische grondslag in de artikelen 302 en 303 van het Decreet lokaal bestuur.

 

Het huidige klachtenreglement was aan herziening toe. Om te zorgen voor een duidelijke, uniforme en juridisch correcte behandeling van klachten, werd een nieuw klachtenreglement uitgewerkt. Met dit vernieuwde reglement willen we een transparante en zorgvuldige behandeling van klachten garanderen.

 

Juridische gronden

Artikelen 302 en 303 van het Decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

  1. Klachtenreglement

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het huidige klachtenreglement was aan herziening toe. Om te zorgen voor een duidelijke, uniforme en juridisch correcte behandeling van klachten, werd een nieuw klachtenreglement uitgewerkt. Met dit vernieuwde reglement willen we een transparante en zorgvuldige behandeling van klachten garanderen.

 

Het klachtenbehandelingssysteem vindt zijn juridische grondslag in de artikelen 302 en 303 van het Decreet lokaal bestuur. Het lokaal bestuur moet dan ook over een klachtenbehandelingssysteem beschikken.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het klachtenreglement goed. Het reglement luidt als volgt:

 

Inleiding

Het gemeentebestuur van Mol hecht belang aan een correcte en zorgvuldige dienstverlening. Toch kan het gebeuren dat je ontevreden bent over een handeling of over het uitblijven van een handeling door het gemeentebestuur of het OCMW.

 

Met dit klachtenreglement wil het lokaal bestuur van Mol je de mogelijkheid geven om een klacht in te dienen en duidelijk maken hoe die klacht wordt behandeld. Het reglement beschrijft wat een klacht is, hoe je een klacht kan indienen, wie ze behandelt en binnen welke termijn je een antwoord mag verwachten.

 

Elke klacht wordt zorgvuldig bekeken, met respect voor de klager en met aandacht voor een correcte werking van het lokaal bestuur.

 

Niet elk signaal of elke vraag is een klacht. Sommige berichten zijn meldingen of vragen om informatie en worden op een andere manier opgevolgd. Ook die worden ernstig genomen.

 

Elke klacht wordt zorgvuldig en objectief onderzocht, met respect voor de klager en met aandacht voor een correcte werking van het lokaal bestuur.

 

Juridische grondslag

Art. 1.

Dit reglement wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 302 en 303 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

 

Toepassingsgebied

Art. 2.

§1. Dit reglement is van toepassing op:

- het college van burgemeester en schepenen;

- het vast bureau;

- de gemeenteraad;

- de raad voor maatschappelijk welzijn;

- het bijzonder comité voor de sociale dienst;

- de gemeentelijke en OCMW-diensten;

- het gemeentelijk onderwijs;

- de extern verzelfstandigde agentschappen van het gemeentebestuur van Mol.

 

§2. Dit reglement is niet van toepassing op de zorgvoorzieningen die krachtens specifieke regelgeving over een eigen klachtenprocedure beschikken.

 

Definities

Art. 3.

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1. Melding: een bericht van een burger of rechtspersoon waarbij een feit, probleem of vaststelling aan een bevoegde overheid of organisatie wordt gesignaleerd, zodat de overheid of instantie op de hoogte is en gepaste maatregelen kan nemen

2. Klacht: een duidelijke en onderbouwde uiting van ontevredenheid van een burger of rechtspersoon over een handeling of het uitblijven van een handeling van het lokaal bestuur, zoals vermeld in artikel 2, waarvan de ontevredenheid redelijkerwijze voorkomen had kunnen worden.

Als klacht wordt ook beschouwd: een herhaalde melding, waarop de melder na twee meldingen nog geen antwoord heeft ontvangen. De derde melding over dezelfde situatie wordt als klacht ingeschreven.

3. Beleidsklacht: een uiting van ontevredenheid met betrekking tot een handeling of het uitblijven van een handeling van de politieke organen vermeld in artikel 2.

4. Klachtenmeldpunt: het orgaan dat instaat voor de registratie en opvolging van individuele klachten.

5. Klachtenbehandelaar: de persoon die de klacht inhoudelijk behandelt. De klachtenbehandelaar is het lid van het managementteam van de betrokken dienst. Wanneer het lid van het managementteam zelf betrokken partij is, afwezig is of wanneer de aard of complexiteit van de klacht dit vereist, kan de klacht worden behandeld door een ander lid van het managementteam of door het managementteam als collegiaal orgaan.

6. Klachtencoördinator: de algemeen directeur of de door de algemeen directeur aangeduide ambtenaar die instaat voor opvolging en kwaliteitsbewaking van de klachtenprocedure in zijn geheel en de rapportering van klachten.

 

Indiening

Art. 4.

Een klacht kan op volgende manieren worden ingediend:

        schriftelijk, per brief;

        per e-mail via klachten@gemeentemol.be;

        via het digitale klachtenformulier op de website van het lokaal bestuur van Mol.

De klager vermeldt daarbij minstens zijn naam en contactgegevens, een omschrijving van de feiten en, indien mogelijk, het tijdstip waarop deze zich hebben voorgedaan.

Na ontvangst krijgt de klager een bevestiging dat de klacht goed werd ontvangen.

 

Onontvankelijkheid

Art. 5.

Een klacht is onontvankelijk wanneer:

- zij anoniem wordt ingediend;

- zij meer dan één jaar na de feiten wordt ingediend;

- zij het voorwerp is van een gerechtelijke procedure

- zij betrekking heeft op feiten waarvoor een formele beroepsprocedure is voorzien

- zij betrekking heeft op feiten waarvoor het lokaal bestuur onbevoegd is;

- zij een herhaling vormt van een eerder afgehandelde klacht zonder nieuwe elementen;

- zij kennelijk ongegrond is.

 

Binnen zeven werkdagen na het indienen van de klacht, moet het meldpunt de klager laten weten of de klacht al dan niet ontvankelijk is. Wanneer de klacht niet ontvankelijk is, moet duidelijk vermeld worden waarom de klacht niet ontvankelijk is.

 

Behandeling

Art. 6.

§1. Het klachtenmeldpunt beoordeelt of een bericht een melding dan wel een klacht is.

 

§2. Meldingen worden rechtstreeks doorgestuurd naar de bevoegde dienst, die binnen 21 dagen antwoordt aan de melder.

Wanneer een melding verder onderzoek vereist, wordt de melder hiervan op de hoogte gebracht. Het lokaal bestuur streeft ernaar om binnen een periode van 21 dagen een oplossing te bieden of minstens een duidelijk antwoord te geven over:

        de reden waarom de melding niet onmiddellijk kan worden opgelost;

        de vaststelling dat een oplossing niet mogelijk is;

        of de verdere aanpak en timing indien een oplossing op langere termijn wordt voorzien.

 

§3. Klachtenmeldpunt registreert de klacht en stuurt ze door naar het lid van het managementteam van de betrokken dienst die de klacht als klachtenbehandelaar inhoudelijk verder behandelt.

 

Wanneer het lid van het managementteam zelf betrokken partij is, afwezig is of wanneer de aard of complexiteit van de klacht dit vereist, kan de klacht worden behandeld door een ander lid van het managementteam of door het managementteam als collegiaal orgaan. De algemeen directeur bepaalt in dat geval de verdere behandeling.

 

Het gemotiveerde antwoord wordt binnen 60 dagen na indiening bezorgd aan de klager.

 

Afsluiting klachtenprocedure

Art. 7.

Om een klacht af te sluiten kan ze op volgende manier worden gecatalogeerd.

        gegrond: de gedraging van gemeentebestuur is in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. De klager krijgt dus gelijk.

        Gegrond en gecorrigeerd: klager heeft gelijk, maar tijdens procedure is de fout van het gemeentebestuur gecorrigeerd.

        Deels gegrond/deels niet: zowel gemeentebestuur als klager waren deels in fout

        Ongegrond: gemeentebestuur heeft geen fout begaan

        Geen oordeel: klacht was niet ontvankelijk

 

Klachtenregister en rapportage

Art. 8

Het klachtenmeldpunt registreert alle klachten in het klachtenregister en neemt hierin de klacht, de ontvankelijkheid, de gemotiveerde beslissing en het antwoord op.

De klachtencoördinator rapporteert minstens eenmaal per jaar aan het managementteam.

De klachtencoördinator rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau, de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Bekendmaking

Art. 9.

Dit reglement wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid en bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

Artikel 2

Het klachtenreglement van 29 januari 2007 wordt vanaf inwerkingtreding van onderhavig reglement opgeheven.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

ORGANISATIEBEHEERSING - VASTSTELLING ALGEMEEN KADER - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het lokaal bestuur zet reeds sinds geruime tijd stappen in organisatiebeheersing. Tijdens de periode mei-december 2014 voerden de gemeente en het OCMW een zelfevaluatie uit op basis van de leidraad organisatiebeheersing die Audit Vlaanderen hanteert bij organisatie-audits. Audit Vlaanderen voerde een audit na zelfevaluatie uit in de periode januari-maart 2015. In deze  audit werd de kwaliteit van de zelfevaluatie en een aantal specifieke aangelegenheden zoals het verankeren van het organisatiebeheersingssysteem, de organisatiestructuur, de monitoring, de evaluatie van de decretale graden, en de financieel onderbouwde kostenanalyses onderzocht. De aanbevelingen werden in mei 2015 gecommuniceerd via het Auditrapport van Audit Vlaanderen.

De actieplannen, gekoppeld aan deze aanbevelingen werden opgenomen in de budgetten van 2016, 2017 en 2018 van beide organisaties. De rapporteringen maakten deel uit van de jaarlijkse rekening, voorgelegd aan de gemeente- en de OCMW-raad.

Het managementteam van de gemeente Mol en het stuurcomité algemeen beleid voerden in het voorjaar van 2017 opnieuw een zelfevaluatie uit. Op basis van deze zelfevaluatie werden de actieplannen voor 2017, 2018 en 2019 geformuleerd. In 2022 werd een vernieuwd kader voor organisatiebeheersing voorgelegd aan de  gemeenteraad. In ditzelfde jaar vond opnieuw een organisatiebrede zelfevaluatie plaats om de meest risicovolle processen voor de organisatie te detecteren.

Naar aanleiding van de nieuwe beleidsperiode en de aanbevelingen van Audit Vlaanderen in het kader van de thema-audit handhaving ruimtelijke ordeningsaspecten van de omgevingsvergunning en audit aanpak organisatiebeheersing en de opvolging van aanbevelingen gemeenteraad 20 januari 2025, werd een  geactualiseerd kader voor organisatiebeheersing goedgekeurd door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Juridische gronden

Artikels 217, 218, 219, 220, 221 en 222 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

Inspraak en advies

Het thema organisatiebeheersing, en het geactualiseerde kader organisatiebeheersing werd besproken op de gemeenteraadscommissie van  15 06 2026.

 

Bijlagen

  1. Afsprakennota CBS-MT
  2. Opvolging en rapportering prioritaire acties
  3. Klachtenreglement
  4. Kader financiële organisatie
  5. AI-policy
  6. Afwegingskader AVG
  7. Afwegingskader lokale toelages
  8. Samenwerkingsovereenkomst EVA vzw Cultuur
  9. Samenwerkingsovereenkomst EVA vzw Jeugd en Sport
  10. Samenwerkingsovereenkomst EVA vzw Kindedagverblijf Molleke
  11. Handleiding doelen meerjarenplan
  12. Organisatiebeheersingssysteem 2026
  13. Vertrouwelijkheidsovereenkomst gebruik rijksregister

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

 

Zoals het decreet lokaal bestuur het voorschrijft, rapporteert de algemeen directeur jaarlijks voor 30 juni aan de raden over de stand van zaken van het organisatiebeheersinsgssysteem. Het organisatiebeheersingssysyteem werd aangevuld met volgende risicobeheersingsmaatregelen:

 

ORGANISATIEBEHEERSING

        Aangepast kader organisatiebeheersing (GR 23 juni 2025)

 

DOELSTELLINGEN – EN PROCESMANAGEMENT

        Maandelijks coördinatie-overleg

        Wekelijkse update over de beslissingen van het college

        Afsprakenkader met betrekking tot de rapportering meerjarenplan

        Opvolging van doelen meerjarenplan met lists

        Proces jaarlijkse aanpassing meerjarenplan

 

BELANGHEBBENDENMANAGEMENT

        Afsprakennota tussen managementteam en college van burgemeester en schepenen

        Aangepaste documenten van Samenwerkingsovereenkomsten met de extern verzelfstandigde agentschappen

        Delegaties (onder voorbehoud van goedkeuring GR 22 juni 2026)

        Reglement betreffende de procedure voor de behandeling van klachten (onder voorbehoud van goedkeuring GR 22 juni 2026)

        Gedragsregels voor de toegang en het gebruik van het rijksregister

 

FINANCIEEL MANAGEMENT

        Kader financiële organisatie (budgethouderschap en kredietbewaking/interne kredietaanpassingen)

        Afwegingskader lokale toelages

 

PERSONEELSBELEID

        Welzijnsbevragingen en jaaractieplan preventie

 

INFORMATIE- EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE

        Maatregelen cybersecurity

        Afwegingskader voor de verwerking van persoonsgegevens in sharepoint, teams en one drive

        AI-policy

 

De resultaten van de zelfevaluatie zullen door het managementteam worden vertaald in een actieplan voor de volgende jaren van de legislatuur.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het hernieuwde kader voor de organisatiebeheersing goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

JAARREKENING - 2025 - VASTSTELLING EN GOEDKEURING

 

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het meerjarenplan 2020-2025 werd goedgekeurd door de gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 23/12/2019.

 

Een eerste aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 werd goedgekeurd door de gemeenteraad en Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 17/12/2020.

 

Een tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 werd goedgekeurd door de gemeenteraad en Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 20/12/2021.

 

Een derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 werd goedgekeurd door de gemeenteraad en Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 19/12/2022.

 

Een vierde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 werd goedgekeurd door de gemeenteraad en Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 18/09/2023.

 

Een vijfde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 werd goedgekeurd door de gemeenteraad en Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 18/12/2023.

 

Een zesde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 werd goedgekeurd door de gemeenteraad en Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 25/11/2024.

 

De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting.

 

De beleidsevaluatie van de jaarrekening geeft het beleid weer dat de gemeente en het openbaar

centrum voor maatschappelijk welzijn gedurende het boekjaar hebben gevoerd en evalueert de

beleidsdoelstellingen en de mate waarin ze zijn bereikt.

 

De financiële nota van de jaarrekening geeft de financiële gevolgen van het gevoerde beleid weer en omvat:

  de doelstellingenrekening (J1)

  de staat van het financieel evenwicht (J2)

  de realisatie van de kredieten (J3)

  de balans (J4)

  de staat van opbrengsten en kosten (J5)

 

De toelichting van de jaarrekening bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van

jaarrekening die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen

nemen.

 

De toelichting bevat:

 Schema T1 en schema T2: dit zijn wettelijk opgelegde schema’s. Ze geven meer detailinformatie over de evolutie van de kredieten voor de periode 2020-2025. Hier kan je o.a. zien hoe de gerealiseerde kredieten zich verhouden tot het initieel budget.

 T3 – investeringsprojecten

 T4 – evolutie van de financiële schulden: biedt een geactualiseerd overzicht van de financiële schulden en het bijhorend aflossingsschema.

 T5 – Toelichting bij de balans (mutatietabel).

 Motivatie van de materiële verschillen

 Overdracht investeringen 2025 -> 2026

 Financiële risico's

 Waarderingsregels: door de regels in te voeren m.b.t. het transactiemoment, de wijze van waardering van bezittingen, schulden en vorderingen en boeking van bepaalde transacties wordt de informatiewaarde van de financiële rapportering verhoogd. Deze regels worden vastgelegd in de zogenaamde waarderingsregels.

 Niet de balans opgenomen rechten en verplichtingen: rechten en verplichtingen van een derde of de gemeente die niet in de balans hoeven worden opgenomen maar mogelijks wel financiële gevolgen hebben wanneer de rechten of verplichtingen niet nagekomen kunnen worden.

 

In een aparte bijlage is er bijkomende documentatie voorzien.

 

Juridische gronden

Artikel 260, derde lid van het decreet lokaal bestuur van 20 december 2017 stelt dat de jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.

 

Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 stelt de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn vast.

 

Bijlagen

  1. Jaarrekening 2025
  2. Documentatie bij de jaarrekening

 

Argumentatie

Het budgetjaar 2025 wordt afgesloten op 31 december 2025. De financieel directeur heeft de jaarrekening met toelichting aan de gemeenteraad voorgelegd.

 

Financiële weerslag

De jaarrekening heeft financiële gevolgen voor de gemeente.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De jaarrekening 2025 wordt als volgt vastgesteld:

I. Exploitatiesaldo (A-B)

7.763.510

A. Ontvangsten

109.132.018

B. Uitgaven

101.368.508

II. Investeringssaldo (A-B)

-13.727.807

A. Ontvangsten

1.741.395

B. Uitgaven

15.469.202

III. Financieringssaldo (A-B)

1.862.169

A. Ontvangsten

7.978.742

B. Uitgaven

6.116.573

IV. Budgettair resultaat boekjaar (I+II+III)

-4.102.128

V. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar

9.695.125

VI. Gecumuleerd budgettair resultaat (IV+V)

5.592.997

VII. Onbeschikbare gelden (op 31/12)

1.276.091

VIII. Beschikbaar budgettair resultaat (VI-VII)

4.316.906

 

De balans wordt als volgt vastgesteld:

ACTIEF

PASSIEF

Vlottende activa

20.824.719

Schulden

96.665.206

Vaste activa

210.323.279

Nettoactief

134.482.791

Balanstotaal

231.147.997

 

 

De staat van opbrengsten en kosten wordt als volgt samengesteld:

I. Kosten

111.522.262

II. Opbrengsten

111.015.042

III. Overschot van het boekjaar

-507.220

A. Operationeel overschot

-1.265.650

B. Financieel overschot

758.429

C. Uitzonderlijk overschot

0

 

De autofinancieringsmarge bedraagt 3.573.738 euro.

De tussenkomst van de gemeente aan het OCMW bedraagt 8.648.000 euro.

 

Artikel 2

De gemeenteraad stelt de jaarrekening 2025 vast voor het deel van de gemeente Mol.

 

Artikel 3

De gemeenteraad keurt het deel van de jaarrekening 2025 goed zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

RETRIBUTIEREGLEMENT OP HET GEBRUIK VAN SPORTACCOMMODATIES - 2026-2031 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Er wordt gevraagd om het reglement 'Retributie op het gebruik van sportaccommodaties: 2026-2031' in te voeren.

 

Juridische gronden

Artikel 40§3 van het decreet het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en de retributies.

 

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk retributies te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De gemeente Mol stelt, onder bepaalde voorwaarden, sportaccommodaties ter beschikking aan sportverenigingen, scholen en individuele gebruikers. Het beheer, onderhoud en de exploitatie van deze infrastructuur brengen kosten met zich mee voor het gemeentebestuur, onder meer op vlak van personeel, energie, materiaal en administratieve ondersteuning. Het is billijk dat de hieraan verbonden kosten niet volledig ten laste van de gemeenschap blijven. Daarom wordt voorzien in dit retributiereglement.

 

Sportverenigingen die aangesloten zijn bij de sportraad verbinden zich ertoe inspanningen te leveren in het kader van het gemeentelijk sportbeleid en dragen zo bij tot de realisatie van de sportieve doelstellingen van de gemeente. Hierdoor vervullen zij een aanvullende maatschappelijke rol die de gemeente ondersteunt in haar beleid. Het is dan ook billijk hiervoor een aangepast tarief te vragen.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/4/7

Registratiesleutel

700600000/074200

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'Retributie op het gebruik van sportaccommodaties: 2026-2031' in te voeren. Het reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 juli 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor het gebruik van sportaccommodaties.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door diegenen die om de dienstverlening verzoeken.

 

Artikel 3

De bedragen voor de retributie worden als volgt vastgesteld:

 

Sporthal Den Uyt (4 terreinen) en Sporthal Achterbos 

6,40 euro/uur/terrein voor Molse clubs aangesloten bij de sportraad met actieve jeugdwerking en scholen 

9,00 euro/uur/terrein voor aangesloten clubs zonder jeugdwerking en niet-aangesloten Molse clubs 

11,70 euro/uur/terrein voor niet Molse clubs en individuele gebruikers

89,80 euro/tornooi-meeting/dag

5,80 euro/kleedkamer/uur voor clubs

2,30 euro/douche voor individuele gebruikers

 

Sporthal 1/2/3/4/5/6 Campus Rozenberg, Sporthal Het Spoor, Sporthal College, Sporthal Rauw en Sporthal Sint Paulus             

8,30 euro/uur/terrein voor clubs aangesloten bij de sportraad met actieve jeugdwerking

9,00 euro/uur/terrein voor aangesloten clubs zonder jeugdwerking en niet-aangesloten Molse clubs

11,70 euro/uur/terrein voor niet Molse clubs

 

Sporthal Den Uyt Badminton 

5,80 euro/uur voor 2 veldjes, inclusief materiaal

 

Sporthal Den Uyt Tafeltennis 

5,80 euro/uur voor 2 tafels, inclusief materiaal

 

Sporthal Millegem 

4,20 euro/uur/terrein voor clubs

 

Grasveld Den Uyt (buitenterreinen) 

6,40 euro/plein/uur voor scholen

16,20 euro/plein/uur voor clubs

29,20 euro/plein/uur met verlichting voor clubs

89,80 euro/tornooi-meeting/dag

 

Atletiekaccommodatie Den Uyt (buitenterreinen) 

6,40 euro/uur voor clubs aangesloten bij de sportraad met actieve jeugdwerking en scholen

11,70 euro/uur voor niet-aangesloten Molse clubs

29,20 euro/uur voor niet Molse clubs en individuele gebruikers

89,80 euro/tornooi-meeting/dag

 

Kustgrasveld Den Uyt 

6,40 euro/uur/terrein voor clubs aangesloten bij de sportraad met actieve jeugdwerking en scholen 

9,00 euro/uur/terrein voor aangesloten clubs zonder jeugdwerking en niet-aangesloten Molse clubs

11,70 euro/uur/terrein voor niet Molse clubs en individuele gebruikers

89,80 euro/tornooi/dag

Gratis voor individuele gebruikers zonder reservatie

 

Beachvolleyterrein Den Uyt 

6,40 euro/uur/2 terreinen voor clubs aangesloten bij de sportraad met actieve jeugdwerking en scholen

9,00 euro/uur/2 terreinen voor aangesloten clubs zonder jeugdwerking en niet-aangesloten Molse clubs

11,70 euro/uur/2 terreinen voor niet Molse clubs en individuele gebruikers

89,80 euro/tornooi/dag

 

Artikel 4

De bedragen van deze retributie worden vanaf kalenderjaar 2027 telkens op 1 september van elk jaar aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. Het geïndexeerd retributiebedrag zal worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerd retributiebedrag = R x I/i, waarbij:

R = tarief vastgesteld in artikel 3

I = index van mei van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand mei 2025

 

aangepast retributiebedrag = afgerond geïndexeerd retributiebedrag, waarbij:

- bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

- bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of 9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

SCHOOLKOSTEN GIBBO GALBERGEN - AANPASSING RETRIBUTIEREGLEMENT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 15 december 2025 het reglement 'retributie voor schoolkosten GIBBO Galbergen: 2026-2027' goed.

 

Er wordt gevraagd om het reglement ''retributie voor schoolkosten GIBBO Galbergen: 2026-2027" aan te passen en de leasing van iPad op te nemen.

  

Juridische gronden

Artikel 40 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

Artikel 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

Artikel 6 van de ministeriële omzendbrief SO/78 betreffende zorgvuldig bestuur in het secundair onderwijs van 27 november 2011, laatst gewijzigd 22 april 2014.

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Mol van 15 december 2025 betreffende de retributie inzake de aanrekening van kosten van aanmaningen en inning alsmede verwijlintresten voor niet fiscale vorderingen: 2026-2031.

 

Inspraak en advies

De schoolraad van GIBBO Galbergen gaf op 4 november 2025 een gunstig advies betreffende de voorgestelde bijdragenregeling.

De schoolraad van GIBBO Galbergen gaf op 28 mei 2026 een gunstig advies betreffende de voorgestelde bijdragenregeling rond financiële leasing iPad.

 

Bijlagen

1) advies van 4 november 2025 schoolraad GIBBO-Galbergen

2) advies van 28 mei 2026 schoolraad GIBBO-Galbergen

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen op de gemeentelijke dienstverlening.

 

De werking van GIBBO Galbergen brengt per leerling een aantal specifieke kosten met zich mee. Deze kosten zijn in grote mate afhankelijk van de leerplandoelstelling per richting. Het is billijk om welbepaalde kosten aan te rekenen aan de gebruiker van de dienstverlening via een bijdrageregeling. Het gemeentebestuur streeft evenwel geen commerciële doeleinden na, het betreft een loutere doorrekening van de kostprijs van materialen en/of diensten. Sommige materialen, zoals t-shirts, werkkledij, veiligheidskledij en -schoenen kunnen meerdere jaren gebruikt worden. Deze dienen slechts aangekocht te worden bij het begin van een opleiding of indien niet meer passend of beschadigd.

De leasing van iPads wordt toegevoegd aan het retributiereglement.

 

Financiële weerslag

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven in het exploitatiebudget:

Actie

5/15/4

Registratiesleutel

70070000/081501

 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel

De gemeenteraad besluit het reglement 'retributie voor schoolkosten GIBBO Galbergen: 2026-2027' aan te passen. Het aangepaste reglement luidt als volgt:

 

"Artikel 1

Met ingang van 1 september 2026 en voor een termijn eindigend op 31 augustus 2027, wordt een retributie geheven voor de schoolkosten GIBBO Galbergen.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de dienstverlening.

 

Artikel 3

De retributie wordt opgedeeld:

        Vaste kosten -> Jaarlijks wederkerend

        Kosten per opleiding/afdeling

 

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

 

Observatiefase (1ste jaar)

 

Vaste kosten:

 

ICT

Financiële leasing iPad + Logitech case met toetsenbord + verzekering*

1

123,06

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

PBM: Huur en onderhoud (broek/schoenen harde en zachte sector)

1

18,63

Turnshirt van de school

1

10,31

T-shirt (harde sector)

1

10,31

Trui (harde sector)

1

23,50

Schooluitstappen/activiteiten

Dag van de leerling

1

19

Uitstappen OBS

1

20

Zwemmen

10

1,62

Sportdag

1

15

Werkingsmiddelen beroepsgerichte vakken observatiejaar (BGV)

BGV Bouw

1

13

BGV Metaal

1

21

BGV Personenzorg

1

9

BGV Voeding

1

19

Totaal Observatiejaar

318,01

 

*Jaarlijks wordt op basis van de werkelijke aankoopprijs van de iPad met toebehoren en de verzekeringskost de leasingprijs bepaald voor de cohorte die start in het observatiejaar. Deze jaarlijkse leasingprijs wordt vervolgens aangehouden voor de vijf schooljaren.

 

Opleidingsfase (2de en 3de jaar) & (DUAAL) kwalificatiefase (4de en 5de jaar) + integratiefase

 

Vaste kosten voor de algemene werking die jaarlijks terugkerend zijn voor iedere opleiding

 

ICT

 

1

18,33

Schooluitstappen/activiteiten

Dag van de leerling

1

19

Uitstappen opleidingsfase (Lier/Antwerpen/Mechelen)

1

30

Sportdag

1

15

Werkingsmiddelen algemeen

Kopies cursusmateriaal

1

19,50

Totaal vaste kosten algemene werking

101,83

 

Bovenop deze vaste kosten komt nog een bijkomende kost per afdeling. Aangezien we een school zijn die zich richt op de praktijk is de werkplaats tegelijkertijd een leeromgeving en een risicovolle omgeving. Het dragen van geschikte werkkledij en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) is hier niet vrijblijvend, maar een wettelijke verplichting.

 

Onderstaande oplijsting van bijkomende kosten bevatten verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkledij die de leerlingen dienen te dragen tijdens de praktijklessen, stages, of praktijk op verplaatsing.

 

Een deel van de kledij van de afdeling voeding wordt gehuurd, deze kledij wordt omwille van hygiëne dagelijks uitgewassen door de school en dient men niet aan te kopen.

 

Bovenop deze beschermingsmiddelen komen nog werkingsmiddelen, dit zijn eindproducten die de leerlingen zelf tijdens de les verbruiken zoals maaltijden of werkstukken die de leerlingen maken tijdens de les en meenemen naar huis. Deze werkingsmiddelen worden jaarlijks aangerekend op de schoolfactuur.

 

Bouw

 

Bijkomende kost opleidingsfase bouw (2de en 3de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Helm turn-lock

1

12,34

Trui Softball RSX met logo school

2

23,50

T-Shirt Heavy RSX met logo school

2

10,31

Broek Projob

1

41,66

Veiligheidsbril

1

2,73

Handschoenen Micro dot

1

3,94

Kniebescherming

1

8,34

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Verplichte huurkoop bij aanvang bouw*

Werkkoffer (Jaarlijkse bijdrage verspreid over 4 schooljaren)

1

30

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

0

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Bouw)

BGV Bouw

1

72

*Na 4 jaar is de werkkoffer de eigendom van de leerling

 

Bijkomende kost kwalificatiefase ruwbouwmedewerker (4de en 5de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Helm turn-lock

1

12,34

Trui Softball RSX met logo school

2

23,50

T-Shirt Heavy RSX met logo school

2

10,31

Broek Projob

1

41,66

Veiligheidsbril

1

2,73

Handschoenen Micro dot

1

3,94

Kniebescherming

1

8,34

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Verplichte huurkoop bij aanvang bouw

Werkkoffer (Jaarlijkse bijdrage verspreid over 4 schooljaren OF en KW)

1

30

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

0

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Bouw)

BGV Bouw

1

57

 

Bijkomende kost DUAAL kwalificatiefase ruwbouwmedewerker (4de en 5de jaar) + integratiefase

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Helm turn-lock

1

12,34

Trui Softball RSX met logo school

2

23,50

T-Shirt Heavy RSX met logo school

2

10,31

Broek Projob

1

41,66

Veiligheidsbril

1

2,73

Handschoenen Micro dot

1

3,94

Kniebescherming

1

8,34

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Verplichte huurkoop bij aanvang bouw

Werkkoffer (Jaarlijkse bijdrage verspreid over 4 schooljaren OF en KW)

1

30

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

0

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Bouw)

BGV Bouw

1

40

 

Metaal

 

Bijkomende kost opleidingsfase metaal (2de en 3de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Lashelm

1

60,50

Vlamvertragende beulskap

1

17,12

Vlamvertragende vest Havep

1

62,87

Vlamvertragende broek Havep

1

64,06

T-shirt heavy RSX

2

10,31

Trui Softball RSX

2

23,50

Veiligheidsbril

1

2,73

MIG/MAG handschoenen weldmaster

1

13,49

TIG handschoenen Tropic Nappa

1

6,67

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

 

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Metaal)

BGV Metaal

1

95

 

Bijkomende kost kwalificatiefase hoeknaadlassen (4de en 5de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Lashelm

1

60,50

Vlamvertragende beulskap

1

17,12

Vlamvertragende vest Havep

1

62,87

Vlamvertragende broek Havep

1

64,06

T-shirt heavy RSX

2

10,31

Trui Softball RSX

2

23,50

Veiligheidsbril

1

2,73

MIG/MAG handschoenen weldmaster

1

13,49

TIG handschoenen Tropic Nappa

1

6,67

Veiligheidsschoen Atlas Duo

1

108,96

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze, maar verplicht te gebruiken)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

 

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Metaal)

BGV Metaal

1

95

 

Bijkomende kost kwalificatiefase DUAAL Hoeknaadlassen (4de en 5de jaar) + integratiefase

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Lashelm

1

60,50

Vlamvertragende beulskap

1

17,12

Vlamvertragende vest Havep

1

62,87

Vlamvertragende broek Havep

1

64,06

T-shirt heavy RSX

2

10,31

Trui Softball RSX

2

23,50

Veiligheidsbril

1

2,73

MIG/MAG handschoenen weldmaster

1

13,49

TIG handschoenen Tropic Nappa

1

6,67

Veiligheidsschoen Atlas Duo

1

108,96

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze, maar verplicht te gebruiken)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

 

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Metaal)

BGV Metaal

1

40

 

Personenzorg/logistiek medewerker

 

Bijkomende kost opleidingsfase personenzorg (2e en 3de jaar)

 

Verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Logistiek medewerker/personenzorg)

BGV Personenzorg

1

80

 

Bijkomende kost kwalificatiefase logistiek medewerker in de zorg (4e en 5de jaar) + Integratiefase

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Polo De Berkel

2

59,11

Broek De Berkel

2

49,74

Antislipschoenen Prof Maud

1

42,69

 

Voeding

 

Bijkomende kost opleidingsfase voeding (2de en 3de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Huur + onderhoud koksvest (Jaarlijks)

1

7,63

Huur + onderhoud koksbroek (Jaarlijks)

1

15,66

Antislipschoenen Cofra wit

1

46,45

Pet Chaud - Devant

1

22,24

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Voeding)

BGV Voeding

1

140

 

Bijkomende kost kwalificatiefase voeding (4de en 5de jaar)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Huur + onderhoud koksvest (Jaarlijks)

1

7,63

Huur + onderhoud koksbroek (Jaarlijks)

1

15,66

Antislipschoenen Cofra wit

1

46,45

Pet Chaud - Devant

1

22,24

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Voeding)

BGV Voeding

1

230

 

Bijkomende kost DUAAL kwalificatiefase keukenmedewerker/fastfoodmedewerker (4de en 5de jaar) + Integratiefase

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Huur + onderhoud koksvest (Jaarlijks)

1

7,63

Huur + onderhoud koksbroek (Jaarlijks)

1

15,66

Antislipschoenen Cofra wit

1

46,45

Pet Chaud - Devant

1

22,24

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Voeding)

BGV Voeding

1

80

 

Groen- en tuinonderhoud

 

Bijkomende kost kwalificatiefase medewerker groen- en tuinbeheer (4de en 5de jaar – in afbouw)

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Trui Softball RSX met logo school

2

23,50

T-Shirt Heavy RSX met logo school

2

10,31

Broek Projob

1

41,66

Veiligheidsbril

1

2,73

Handschoenen Micro dot

1

3,94

Kniebescherming

1

8,34

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

0

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Groen)

BGV Groen

1

20

 

Bijkomende kost DUAAL kwalificatiefase medewerker groen- en tuinbeheer (4de en 5de jaar – in afbouw) + integratiefase

 

Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen & kledij

Trui Softball RSX met logo school

2

23,50

T-Shirt Heavy RSX met logo school

2

10,31

Broek Projob

1

41,66

Veiligheidsbril

1

2,73

Handschoenen Micro dot

1

3,94

Kniebescherming

1

8,34

Veiligheidsschoenen Safety Jogger S3 hoge schoen

1

19,55

Persoonlijke beschermingsmiddelen (Keuze)

Gehoorkappen Deltaplus SNR 33dB

1

15

Oordopjes wegwerp

0

Gratis

Jaarlijkse verplichte werkingsmiddelen beroepsgerichte vorming (BGV Groen)

BGV Groen

1

20

 

Bovenstaande kosten zijn niet jaarlijks wederkerend tenzij anders vermeld."

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

2011/01BJ CONCESSIE REX - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST EN ADDENDUM 3 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2025 het budget van 2026 vastgesteld.

 

De gemeenteraad keurde in vergadering van 31 maart 2011 het concessiereglement voor het gebruiksrecht toog Schouwburg Rex goed (2011/01BJ - Concessie cultuurcafé – Perceel B).

 

Het college van burgemeester en schepenen besliste in vergadering van 1 juni 2011 dat

de concessieopdracht aan P&G Mol bvba met maatschappelijke zetel te Statiestraat 75, 2400 Mol met ondernemingsnummer 0862.152.529 werd toegewezen.

 

Op 27 juni 2016 keurde de gemeenteraad Addendum 1 goed waarbij de opdrachtnemer vervangen werd door ADAM& bv met maatschappelijke zetel te Lichte Hoeve 29 bus A101, 2400 Mol met ondernemingsnummer 0662.506.238.

 

Op 27 mei 2024 keurde de gemeenteraad Addendum 2 goed waarbij de looptijd verlengd werd tot en met 2029 alsook de commerciële tegemoetkoming om de concessievergoeding van de maand mei van ieder jaar niet aan te rekenen.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de

bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en

latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341

betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor

aanneming van werken, leveringen en diensten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van

werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, en latere wijzigingen.

 

Bijlagen

1) Addendum 3

2) Samenwerkingsovereenkomst

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Volgende elementen leiden tot de opmaak van addendum 3 aan de Concessieovereenkomst.

- Het voorziene afkooprecht voor verenigingen, bedrijven en gemeentediensten verhogen naar € 150 alsook het voorzien van het gedeeltelijk afkooprecht.

 

Volgende elementen leiden tot de opmaak van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst.

- Stoppen met 25 cent uitkering per consumptie bij gewone uitbating door concessionaris voor gebruikersgroep 1 (verenigingen van Mol en omliggende in adviesraad) en gebruikersgroep 2 (verenigingen van Mol en omliggende niet in adviesraad). Dit omwille van de beperkte toepassing, veel administratief werk, …

- Duidelijke vermelding van maximumaantal aanwezigen bij de verschillende formules

- Geen mogelijkheid om afkoop te doen bij gratis zaalhuur (via cultuurraad of gemeentelijke diensten, voor de 2e veelal niet van toepassing)

 

Financiële weerslag

Deze beslissing heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

Goedkeuring wordt verleend aan addendum 3 en de samenwerkingsovereenkomst van de opdracht “Concessie cultuurcafe - Perceel B: Gebruiksrecht toog Schouwburg Rex”.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

2026NR16 ONDERHOUDSWERKEN LOKALE WEGEN ASFALT 2026 - LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2025 het budget van 2026 vastgesteld.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36, en meer bepaald  artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Bijlage

1) Bestek

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Onderhoudswerken lokale wegen asfalt 2026” werd een bestek met nr. 2026NR16 opgesteld door afdeling openbaar domein.

 

Volgende locaties zijn voorzien, opgedeeld in 4 blokken:

 Aardbemden, Fransveld, Dennestraat

 Beukenhoflaan, Roggestraat (grondgebied Balen)

 Volmolenbaan

 Toemaathoek, Gompeldijk, Gompelbaan

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 972.270,27 excl. btw of € 1.176.447,03 incl. 21 % btw.

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

 

Een deel van de kostprijs wordt betaald door Gemeente Balen, Vredelaan 1 te 2490 Balen. Dit deel wordt geraamd op € 38.875,68 incl. btw.

Het saldo van de kostprijs wordt betaald door Gemeente Mol. Dit deel bedraagt € 1.137.571,35 incl. btw.

Het betreft een gezamenlijke opdracht waarbij het aangewezen is dat Gemeente Mol de procedure zal voeren en in naam van Gemeente Balen bij de gunning van de opdracht zal optreden.

 

Gezamenlijk aankopen kan leiden tot aanzienlijke besparingen en administratieve vereenvoudiging.

 

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 22400000/020000-INVESTERING-U (actieplan AP 5/9) (actie 5/9/17) van de investering.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestek met nr. 2026NR16 en de raming voor de opdracht “Onderhoudswerken lokale wegen asfalt 2026”, opgesteld door afdeling openbaar domein worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 972.270,27 excl. btw of € 1.176.447,03 incl. 21 % btw.

 

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

 

Artikel 3

Een bijdrage zal door de opdrachtnemer rechtstreeks gevraagd worden bij de derde betaler Gemeente Balen, Vredelaan 1 te 2490 Balen voor de gevorderde posten, specifiek ten laste van Gemeente Balen.

 

Artikel 4

Gemeente Mol wordt gemandateerd om de procedure te voeren en in naam van Gemeente Balen bij de gunning van de opdracht op te treden.

 

Artikel 5

In geval van een juridisch geschil omtrent deze overheidsopdracht, is elk deelnemend bestuur mee verantwoordelijk voor alle mogelijke kosten in verhouding tot zijn aandeel in de opdracht.

 

Artikel 6

Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de deelnemende besturen.

 

Artikel 7

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

 

Artikel 8

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 22400000/020000-INVESTERING-U (actieplan AP 5/9) (actie 5/9/17) van de investering.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

2026NR17 AANKOOP VAN DIGITALE SCHOOLBORDEN VOOR DE GEMEENTELIJKE SCHOLEN - LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2025 het budget van 2026 vastgesteld.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36 en artikel 43.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Bijlage

1) Bestek

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Aankoop van digitale schoolborden voor de gemeentelijke scholen te Mol” werd een bestek met nr. 2026NR17 opgesteld door Afdeling financiën.

 

Deze opdracht is opgedeeld in volgende percelen:

* Perceel 1 (Digitale schoolborden voor de scholengemeenschap TROTS), raming: € 174.105,00 excl. btw of € 210.667,05 incl. 21 % btw;

* Perceel 2 (Digitale schoolborden voor Saigo, Academie beeldende kunsten, Academie Muziek en Woord en Gibbo), raming: € 156.050,00 excl. btw of € 188.820,50 incl. 21 % btw.

 

De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 330.155,00 excl. btw of € 399.487,55 incl. 21 % btw voor een periode van 8 jaar.

 

De looptijd van 8 jaar wordt gevraagd omdat interactieve touchscreens infrastructuurgoederen zijn met een verwachte technische en pedagogische gebruiksduur van acht tot tien jaar. De vervanging gebeurt gefaseerd over verschillende schooljaren, afhankelijk van budgetten, toestand van bestaande toestellen, gebouwensituatie en onderwijsnoden. Een langere raamovereenkomst laat toe om binnen de scholengroep te standaardiseren op vlak van bediening, opleiding, beheer op afstand, softwaregebruik, accessoires, montagewijze en ondersteuning. Dit beperkt de beheerslast voor ICT, verhoogt de continuïteit voor leerkrachten en vermijdt versnippering van verschillende modellen, softwareomgevingen en beheerplatformen.

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

 

Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.

 

Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.

 

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcodes ICT investeringen van de verschillende scholen: 24100000/080001-26/31-5/15/4-01-15/4-0101 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/080002-26/31-5/15/4-02-15/4-0201 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/080003-26/31-5/15/4-03-15/4-0301 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/080004-26/31-5/15/4-04-15/4-0401 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/080007-26/31-5/15/4-07-15/4-0701 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/080101-26/31-5/15/4-11-15/4-1101 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/081501-26/31-5/15/4-15-15/4-1501 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/082001-26/31-5/15/5-01-15/5-0101 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/5) en 24100000/082002-26/31-5/15/5-02-15/5-0201 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/5) van de investering en in het budget van de volgende jaren.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestek met nr. 2026NR17 en de raming voor de opdracht “Aankoop van digitale schoolborden voor de gemeentelijke scholen te Mol”, opgesteld door Afdeling financiën worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 330.155,00 excl. btw of € 399.487,55 incl. 21 % btw en het maximale bestelbedrag van Perceel 1 “Digitale schoolborden voor de scholengemeenschap TROTS” wordt beperkt tot € 200.000,00 excl. btw. Voor Perceel 2 “Digitale schoolborden voor Saigo, Academie beeldende kunsten, Academie Muziek en Woord en Gibbo” wordt het maximale bestelbedrag beperkt tot € 180.000,00 excl. btw.

 

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

 

Artikel 3

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.

 

Artikel 4

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcodes 24100000/080001-26/31-5/15/4-01-15/4-0101 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/080002-26/31-5/15/4-02-15/4-0201 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/080003-26/31-5/15/4-03-15/4-0301 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/080004-26/31-5/15/4-04-15/4-0401 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/080007-26/31-5/15/4-07-15/4-0701 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/080101-26/31-5/15/4-11-15/4-1101 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/081501-26/31-5/15/4-15-15/4-1501 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/4), 24100000/082001-26/31-5/15/5-01-15/5-0101 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/5) en 24100000/082002-26/31-5/15/5-02-15/5-0201 (actieplan AP 5/15) (actie 5/15/5) van de investering en in het budget van de volgende jaren.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

2026NR18/ K-23-137 HERAANLEG KEIRLANDSE ZILLEN - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2025 het budget van 2026 vastgesteld.

Gezamenlijk aankopen kan leiden tot aanzienlijke besparingen en administratieve vereenvoudiging.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36, en meer bepaald  artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Bijlage

1) Samenwerkingsovereenkomst

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het is aangewezen om met Pidpa en Cores Development bv samen te werken in het kader van de heraanleg van de Keirlandse Zillen.

 

Er wordt een samenwerkingsovereenkomst voorgesteld tussen Gemeente Mol, Pidpa en Cores Development bv voor de Heraanleg van Keirlandse Zillen.

 

Keirlandse Zillen is een openbare weg waarvan de gemeente wegbeheerder is. De weg is in slechte staat, waardoor een heraanleg van de rijbaan zich opdringt. Hiervoor stelt de gemeente een openbare aanbesteding op, de kosten voor de heraanleg van de rijbaan zijn volledig ten laste van de gemeente. Cores is momenteel bezig met de ontwikkeling van een groot bouwproject langs Keirlandse Zillen. Voor de goede verkeersafwikkeling van de site dient er een afslagstrook te worden aangelegd. Aangezien de gemeente de heraanleg van de rijbaan plant, is het aangewezen de werken samen uit te voeren. De kosten voor de aanleg van de afslagstrook worden voor 50% door Cores gedragen, voor 50 % door de gemeente. Pidpa wenst van de gelegenheid gebruik te maken om de riolering van Keirlandse Zillen (deels) te renoveren. Verder zullen ook de aansluitingen op de riolering en de putdeksels vernieuwd worden.

 

Aangezien de gemeente de volgende werken wenst uit te voeren:

- Heraanleg Keirlandse Zillen

 

Aangezien Pidpa tegelijk de volgende werken wenst uit te voeren:

- Renovatie riool Keirlandse Zillen

- Vernieuwen aansluitingen en putdeksels

 

Aangezien de gemeente en Cores tegelijk de volgende werken wensen uit te voeren:

- Aanleg afslagstrook

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 923.225,03 excl. btw of € 1.087.786,54 incl. btw.

 

Een deel van de kostprijs wordt betaald door Pidpa, Desguinlei 246 te 2018 Antwerpen. Dit deel wordt geraamd op € 139.598,80.

 

Een deel van de kostprijs wordt betaald door Cores Development bv, Mechelsesteenweg 176 te 2018 Antwerpen. Dit deel wordt geraamd op € 84.920,05.

 

Het saldo van de kostprijs wordt betaald door Gemeente Mol. Dit deel bedraagt € 863.267,69.

 

Gemeente Mol zal steeds de procedure voeren en in naam van Gemeente Mol, Pidpa en Cores Development bv bij de gunning en de uitvoering van de opdracht optreden.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het samenwerkingsovereenkomst tussen Gemeente Mol, Pidpa en Cores Development bv wordt goedgekeurd.

 

Artikel 2

Het samenwerkingsovereenkomst treedt in werking op datum van de ondertekening en dit voor onbepaalde duur.

 

Artikel 3

Gemeente Mol zal gemandateerd worden om de procedure te voeren en om de opdracht uit te voeren in naam van Gemeente Mol, Pidpa en Cores Development bv.

 

Artikel 4

Het samenwerkingsovereenkomst tussen Gemeente Mol, Pidpa en Cores Development bv als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

2026NR18 HERAANLEG KEIRLANDSE ZILLEN (UITVOERING) - LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2025 het budget van 2026 vastgesteld.

De gemeenteraad keurde in zitting van 22 juni 2026 een samenwerkingsovereenkomst goed.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36, en meer bepaald  artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

Advies afdeling financiën: gunstig, bij toewijzing van deze opdracht zal er budget van onderhoudswerken wegen en Hangarstraat verschoven worden naar dit project. De uitvoering van Hangarstraat verloopt verder in 2027 waardoor er dan een gedeelte van het onderhoudsbudget 2027 naar het budget in 2027 voor Hangarstraat wordt verschoven. Dit wordt gecorrigeerd bij de eerstvolgende aanpassing meerjarenplan.

 

Bijlagen

1) Bestek

2) Plannen Keirlandse Zillen 1

3) Plannen Keirlandse Zillen 2

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het is aangewezen om met Pidpa en Cores Development bv samen te werken in het kader van de heraanleg van de Keirlandse Zillen. De gemeenteraad keurde in zitting van 22 juni 2026 een samenwerkingsovereenkomst goed.

 

In het kader van de opdracht “Heraanleg Keirlandse Zillen - uitvoering” werd een bestek met nr. 2026NR18/ K-23-137 opgesteld door afdeling openbaar domein.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 923.225,03 excl. btw of € 1.087.786,54 incl. btw.

 

Een deel van de kostprijs wordt betaald door Pidpa, Desguinlei 246 te 2018 Antwerpen. Dit deel wordt geraamd op € 139.598,80.

 

Een deel van de kostprijs wordt betaald door Cores Development bv, Mechelsesteenweg 176 te 2018 Antwerpen. Dit deel wordt geraamd op € 84.920,05.

 

Het saldo van de kostprijs wordt betaald door Gemeente Mol. Dit deel bedraagt € 863.267,69.

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

 

Het betreft een gezamenlijke opdracht waarbij het aangewezen is dat Gemeente Mol de procedure zal voeren en in naam van Pidpa en Cores Development bv bij de gunning van de opdracht zal optreden.

 

Gezamenlijk aankopen kan leiden tot aanzienlijke besparingen en administratieve vereenvoudiging.

 

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 22400000/020028-INVESTERING-U (actieplan AP 5/9) (actie 5/9/17) van de investering.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestek met nr. 2026NR18/ K-23-137 en de raming voor de opdracht “Heraanleg Keirlandse Zillen - uitvoering”, opgesteld door Afdeling financiën worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 923.225,03 excl. btw of € 1.087.786,54 incl. btw.

 

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

 

Artikel 3

Een bijdrage zal door de opdrachtnemer rechtstreeks gevraagd worden bij de derde betaler Pidpa, Desguinlei 246 te 2018 Antwerpen.

 

Artikel 4

Een bijdrage zal door de opdrachtnemer rechtstreeks gevraagd worden bij de derde betaler Cores Development bv, Mechelsesteenweg 176 te 2018 Antwerpen.

 

Artikel 5

Gemeente Mol wordt gemandateerd om de procedure te voeren en in naam van Pidpa en Cores Development bv bij de gunning van de opdracht op te treden.

 

Artikel 6

In geval van een juridisch geschil omtrent deze overheidsopdracht, is elk deelnemend bestuur mee verantwoordelijk voor alle mogelijke kosten in verhouding tot zijn aandeel in de opdracht.

 

Artikel 7

Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de deelnemende besturen.

 

Artikel 8

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

 

Artikel 9

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 22400000/020028-INVESTERING-U (actieplan AP 5/9) (actie 5/9/17) van de investering.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

2026SM22 - ONDERHOUD OPENBAAR GROEN 2027-2030 - LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2025 het budget van 2026 vastgesteld.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 15 (toegang voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben) en artikel 36.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Advies Afdeling financiën: gunstig mits aanpassing meerjarenplan. De raming ligt hoger dan het budget dat voorzien werd in het meerjarenplan.

 

Bijlage

1) Bestek incl. bijlagen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Onderhoud openbaar groen 2027-2030” werd een bestek met nr. 2026SM22 opgesteld door Afdeling financiën.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 1.871.126,82 excl. btw of € 2.264.063,45 incl. 21 % btw, waarvan € 256.943,05 excl. btw of € 310.901,09 incl. 21% btw (grasmatten en graslanden) als vereiste optie.

 

De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 48 maanden.

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

 

Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.

 

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 61590000/068000 (actieplan AP 5/9) (actie 5/9/3) van de exploitatie en in het budget van de volgende jaren.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestek met nr. 2026SM22 en de raming voor de opdracht “Onderhoud openbaar groen 2027-2030”, opgesteld door Afdeling financiën worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 1.871.126,82 excl. btw of € 2.264.063,45 incl. 21 % btw.

 

 

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

 

Artikel 3

In toepassing van artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, is de opdracht voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben.

 

Artikel 4

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.

 

Artikel 5

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 61590000/068000 (actieplan AP 5/9) (actie 5/9/3) van de exploitatie en in het budget van de volgende jaren.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

2026SM23 RAAMOVEREENKOMST VOOR DE VERWERVING VAN LICENTIES, GEBRUIKSRECHTEN, CLOUD ABONNEMENTEN, ONDERHOUDS- EN ONDERSTEUNINGSPROGRAMMA'S M.B.T. STANDAARD SOFTWARE EN BIJHORENDE DIENSTVERLENGING - INSTAP - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2025 het budget van 2026 vastgesteld.

 

De beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv van 12 september 2024 waarbij voornoemde opdracht wordt gegund aan SoftwareONE BE bv met maatschappelijke zetel te Esplanade 1, 1020 Brussel.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 38, § 1, 1° f) (het geraamde bedrag excl. btw bereikt de drempel van € 216.000,00 niet), en meer bepaald artikelen 2, 6° en 47 §2 die de aanbestedende overheden vrijstelt van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren wanneer ze een beroep doen op een aankoopcentrale en artikel 43.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

Advies afdeling financiën: gunstig

Advies afdeling ICT: gunstig

 

Bijlagen

1) Bestek

2) Verslag van nazicht

3) Gemotiveerde beslissing

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeente Mol dient Microsoftlicenties aan te kopen. Deze leveringen kunnen gebeuren via de raamovereenkomst “Raamovereenkomst voor de verwerving van licenties, gebruiksrechten, cloud abonnementen, onderhouds- en ondersteuningsprogramma’s m.b.t. standaard software en bijhorende dienstverlening” die de Cipal dienstverlenende vereniging (C-smart) sloot op basis van het bestek met nummer CSMRTSOFT23b met de ondernemer SoftwareONE BE bv, Buro & Design Center, Lokaal 315, Heizel Esplanade Bus 3 te 1020 Brussel.

 

Mogelijks kunnen er in de toekomst ook andere licenties via deze raamovereenkomst afgenomen worden. Deze worden dan afgeroepen via het college van burgemeester en schepenen of via een bestelbon conform onze interne bestelprocedure.

 

Deze opdracht heeft een looptijd van 48 maanden met de mogelijkheid tot 2 keer 12 maanden verlenging.

 

De uitgave voor de opdracht wordt geraamd op € 1.115.702,47 excl. btw of € 1.350.000,00 incl. 21 % btw over vier jaar.

 

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 61430000/011901 (actieplan AP 5/18) (actie 5/18/1) van de exploitatie en in het budget van de volgende jaren.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

Goedkeuring wordt verleend aan de instap tot de opdracht “Raamovereenkomst voor de verwerving van licenties, gebruiksrechten, cloud abonnementen, onderhouds- en ondersteuningsprogramma's m.b.t. standaard software en bijhorende dienstverlenging” gegund aan  SoftwareONE BE bv, die Cipal dienstverlenende vereniging (C-smart) sloot op basis van het bestek met nummer CSMRTSOFT23b.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

OMG 2026/7 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een aanvraag tot het verkavelen van een perceel in 4 loten waarbij 1 lot bestemd is voor een eengezinswoning in halfopen bebouwing, waarbij 2 loten uit de verkaveling gesloten worden omdat deze reeds bebouwd zijn en waarbij 1 lot ingelijfd wordt bij het openbaar domein, werd ingediend op 12 maart 2026.

De aanvraag is gekend in het omgevingsloket met volgend projectnummer: OMV_2026033914.

Kadastraal worden de percelen van de aanvraag omschreven als (afd. 1) sectie G nrs. 148P, 149F2, 149H2 en 149D2 (Kapellestraat 119).

Gedurende het openbaar onderzoek, dat werd georganiseerd van 16 april 2026 tot en met 15 mei 2026, werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

Lot C, een strook grond met een oppervlakte van 46ca en gelegen tussen de rooilijnen, wordt in het openbaar domein gelijfd.

Conform het voorgesteld opmetingsplan van de landmeter LSG Landmeters dient daartoe lot C, met een oppervlakte van 46ca te worden afgestaan voor inlijving in het gemeentelijk openbaar domein. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Op deze wijze wordt een beperkt deel van het voorziene wegtracé gerealiseerd.

 

Juridische gronden

Artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt dat wanneer de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad een beslissing dient te nemen over de zaak van de wegen vooraleer het vergunningverlenende bestuursorgaan kan beslissing over de omgevingsvergunningsaanvraag.

 

Inspraak en advies

Gedurende het openbaar onderzoek, dat werd georganiseerd van 16 april 2026 tot en met 15 mei 2026, werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

 

Bijlagen

  1. Advies_verkeersdienst_20260506
  2. VA_VP_N
  3. advies_Pidpa_drinkwater_2026033914
  4. advies_Wyre_20260410
  5. Advies_DIW
  6. Advies_Pidpa_RIolering
  7. Advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_patrimonium_20260506_082836_0
  8. Advies_groendienst_20260506_082939_0
  9. Advies_kostenraming_proximus_2026033914_20260408
  10. Advies_Fluvius_voorwaarden_gemeente
  11. Advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_wegen_20260429_113619_0

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de rooilijn gerealiseerd.

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen met gratis grondafstand van lot C, met een oppervlakte van 46ca, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

OMG 2026/39 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een aanvraag tot het regulariseren van een functiewijziging van buurtwinkel naar schrijnwerkerij, gecombineerd met bijhorende verbouwingswerken, het regulariseren van een bestaande buitenberging en het aanleggen van verharding werd ingediend op 5 februari 2026.

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op een perceel gelegen te Mol, Herfststraat 33, kadastraal gekend als afdeling 1 sectie G nr. 496M.

De aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op 23 april 2026.

Lot 2, een strook grond met een oppervlakte van 100 m² en gelegen tussen de rooilijnen, wordt in het openbaar domein gelijfd.

Conform het voorgesteld opmetingsplan van de landmeter dient daartoe lot 2 met een oppervlakte van 100 m² te worden afgestaan voor de inlijving in het gemeentelijk openbaar domein. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de het voorziene wegtracé gerealiseerd.

 

Juridische gronden

Artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt dat wanneer de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad een beslissing dient te nemen over de zaak van de wegen vooraleer het vergunningverlenende bestuursorgaan kan beslissing over de omgevingsvergunningsaanvraag.

 

Inspraak en advies

Gedurende het openbaar onderzoek, dat georganiseerd werd van 1 mei 2026 tot en met 30 mei 2026, werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

 

Bijlagen

  1. BA_HERFST_I_N_3_Inplanting
  2. Advies_patrimonium
  3. 251105_SPL_00

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de rooilijn gerealiseerd.

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

Besluit

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen, waarbij een strook grond van 100 m² ingelijfd wordt bij het openbaar domein, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

OMG 2026/110 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een aanvraag tot het slopen van 2 gekoppelde eengezinswoningen en het herbouwen van 2 tweewoonsten in gesloten verband met carports werd ingediend op 25 maart 2026.

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op een perceel gelegen te Mol, Bresserdijk 19, 21, kadastraal gekend als afdeling 1 sectie G nrs. 364B5, 364W4, 364A5 en 364X4.

De aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op 16 april 2026.

Gedurende het openbaar onderzoek, dat georganiseerd werd van 24 april 2026 tot en met 23 mei 2026, werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

Loten A, B en C - met respectievelijke oppervlaktes 31ca, 32ca en 34ca – delen van percelen G364A5, G364W4 en G365Y,  gelegen voor de ontworpen rooilijn, worden in het openbaar domein gelijfd.

Conform het voorgesteld opmetingsplan van de landmeter dienen daartoe loten A, B en C met een oppervlakte van 97 m² te worden afgestaan voor de inlijving in het gemeentelijk openbaar domein. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Op deze wijze wordt een beperkt deel van het voorziene wegtracé gerealiseerd.

 

Juridische gronden

Artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt dat wanneer de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad een beslissing dient te nemen over de zaak van de wegen vooraleer het vergunningverlenende bestuursorgaan kan beslissing over de omgevingsvergunningsaanvraag.

 

Inspraak en advies

Gedurende het openbaar onderzoek, dat georganiseerd werd van 24 april 2026 tot en met 23 mei 2026 werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

 

Bijlagen

  1. Advies_verkeersdienst_20260506
  2. Advies_Brandweer_V1
  3. Advies_Pidpa
  4. Advies_VMM
  5. Advies_patrimonium
  6. Advies_Fluvius
  7. Advies_Inter
  8. advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_wegen_20260429_110804_0
  9. BA_MOBR_I_N_Rooilijnplan
  10. BA_MOBR_I_N_Inplanting
  11. BA_MOBR_I_N_Afbakeningsplan

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de rooilijn gerealiseerd.

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen, waarbij een strook grond van 97 m² ingelijfd wordt bij het openbaar domein, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

OMG 2026/131 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een aanvraag tot de aanleg van een nieuw gescheiden rioleringsstelsel en de herinrichting van de bovenbouw van de Hangarstraat, werd ingediend op 24 december 2025. Hierbij wordt de zone tussen de spoorwegovergang en het Statieplein verkeerskundig opnieuw vormgegeven. Het dossier kadert eveneens binnen de realisatie van het fietssnelwegennetwerk als onderdeel van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk (BFF) van de provincie Antwerpen.

 

De aanvraag is gekend in het omgevingsloket met volgend projectnummer: OMV_2025146371.

Kadastraal worden de percelen van de aanvraag omschreven als (afd. 4) sectie F nrs. 273L, 274P en 274X (Hangarstraat).

 

De rooilijn ter hoogte van de spoorwegovergang en het kruispunt van de Hangarstraat met de Beeldekenslaan en de Beeldekenslaan met de Rechtestraat dient uitgebreid te worden om meer ruimte te maken voor het fiets- en voetpad. Hiervoor werd een wijzigend rooilijnplan toegevoegd. De zaak der wegen heeft enkel als voorwerp het vaststellen van het wijzigend rooilijnplan ter hoogte van de percelen 274X, 298T, 273L en 274P.

 

Juridische gronden

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

        Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 31 (omgevingsvergunningsdecreet)

        Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning van 27 november 2015 (omgevingsvergunningsbesluit)

        Het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 (gemeentewegendecreet)

 

Inspraak en advies

Openbaar onderzoek

Gedurende het openbaar onderzoek, dat werd georganiseerd van 27 april 2026 tot en met 26 mei 2026, werden er 5 bezwaarschriften ingediend. Een bijkomend, laattijdig bezwaarschrift dat op 28 mei per post werd ontvangen, werd volledigheidshalve mee in overweging genomen.

 

Het komt niet aan de gemeenteraad toe om zich uit te spreken over het al dan niet verenigbaar karakter van de aanvraag met de goede ruimtelijke ordening en de overeenstemming met de planologische bestemmingsvoorschriften. De gemeenteraad kan enkel uitspraak doen over de zaak van wegen, zonder zich over de vergunningsaspecten te mogen buigen. Enkel de aspecten met betrekking tot de aanleg van de wegenis en de impact op mobiliteit maken deel uit van de zaak der wegen. De bezwaren met betrekking tot de verenigbaarheid van de aanvraag met stedenbouwkundige voorschriften en de goede ruimtelijke ordening dienen door de vergunningverlenende overheid te worden behandeld.

 

De bezwaren met betrekking tot de wegenis worden als volgt behandeld:

 

VERSLAG OPENBAAR ONDERZOEK EN BEHANDELING VAN DE BEZWAREN

 

1. Inleiding

 

De bezwaren werden thematisch behandeld conform de principes van een goede ruimtelijke ordening zoals bedoeld in artikel 4.3.1 VCRO.

 

2. Thematische behandeling van de bezwaren

2.1. Functionele inpasbaarheid

Dit thema komt niet aan bod in de bezwaren.

 

2.2. Mobiliteitsimpact

Bezwaren: D2, S1, D4, S2

Samenvatting van de bezwaren

De inpandige garage te Hangarstraat 25 werd niet ingetekend op het inplantingsplan. Bij deze garage wordt bijgevolg ook geen strook in grasbetontegels voorzien. Om een voldoende grote draaicirkel te kunnen garanderen voor het in- en uitrijden van deze garage vraagt de bezwaarindiener de gemeente om hier nog een bijkomend gedeelte van de berm aan te leggen met grasbetontegels om dezelfde toegankelijkheid als bij andere garages te vrijwaren.

De geplande inrichting van de Hangarstraat (rijweg van 3,10 m, fietspad van 3 m en een tussenliggende groenstrook) biedt onvoldoende manoeuvreerruimte voor bewoners met smalle garagepoorten (±2,52 m). Hierdoor is het niet mogelijk om de garage in één rechte beweging in of uit te rijden, wat extra manoeuvres op de rijbaan vereist. Dit zorgt voor hinder en verhoogt het risico op onveilige situaties voor zowel automobilisten als fietsers.

De beperkte onderbreking van de groenzone wordt als ontoereikend beschouwd en er is geen onderbouwde analyse (zoals rijcurves) die aantoont dat de toegang tot de garages effectief bruikbaar blijft. Daarom wordt gevraagd om het ontwerp aan te passen (bv. meer ruimte of aangepaste inrichting) of minstens een bijkomende manoeuvre- en toegankelijkheidsstudie uit te voeren.

Er wordt bezorgdheid geuit over een mogelijke toename van verkeersdrukte in de Beeldekenslaan, onder meer in functie van plannen voor een nieuwe parking.

Bij het uitrijden van de Rechtestraat naar de Beeldekenslaan is het zicht op verkeer dat van rechts uit de Hangarstraat komt onvoldoende. Daarnaast wordt gesteld dat bestuurders die de Beeldekenslaan indraaien vaak de bocht afsnijden. Hierdoor ontstaan potentieel gevaarlijke situaties. Er wordt voorgesteld om hier verkeersremmende maatregelen te voorzien en/of de voorrangsregeling aan te passen. Het nieuwe kruispunt zou deze situatie nog complexer maken doordat ook rekening moet worden gehouden met tegemoetkomende fietsers.

Ter hoogte van de spoorwegovergang in de Hangarstraat stelt zich volgens de bezwaarindieners regelmatig filevorming. Door de voorrangssituatie zou het verkeer in de Rechtestraat moeilijk kunnen doorstromen. Tijdens de begin- en einduren van de nabijgelegen school (SJB) is er een verhoogde verkeersdruk. Indien dit samenvalt met een gesloten spoorwegovergang, kan de file volgens de bezwaarindieners toenemen en zich uitbreiden tot aan de school.

Tot slot wordt gewezen op de onoverzichtelijkheid van de bocht in de Hangarstraat ter hoogte van de kapel, waar fietsers rekening moeten houden met verkeer uit meerdere richtingen. Als mogelijke oplossingen worden onder meer een rotonde met voorrang voor fietsers, een verkeersplateau of een aanpassing van de voorrangsregeling voorgesteld.

Beoordeling

Elke garage dient ingetekend te worden op het inplantingsplan en dient toegankelijk te zijn. Er wordt in het ontwerp reeds rekening gehouden met bestaande garages door het lokaal onderbreken van de groenzone. Dit wijst erop dat de problematiek van toegankelijkheid werd erkend. Er wordt steeds een in- en uitritbreedte van 6,60 m (1,80 m + 4 m + 0,80 m) (voetpad + rijbaan + grasdals) voorzien.

Evenwel blijkt uit de bezwaren dat voor specifieke percelen met smalle garagepoorten de effectieve bruikbaarheid onder druk kan komen te staan. In het dossier wordt de norm voor de minimale inrit en uitritbreedte van de parkeerverordening van de gemeente Mol gevolgd. Voor een inrit met een hoek van 90° bedraagt deze breedte 6 m. De voorziene manoeuvreerruimte voldoet hier ruimschoots aan.

De nieuwe parking in de Beeldekenslaan maakt geen deel uit van deze aanvraag en dient bijgevolg buiten beschouwing gelaten te worden.

De bijkomende opmerkingen met betrekking tot verkeersveiligheid, zichtrelaties, doorstroming en voorrangsregelingen situeren zich allemaal op het kruispunt Hangarstraat – Beeldekenslaan - Rechtestraat. Deze aspecten verdienen aandacht in een eventuele verdere uitwerking van het ontwerp en kunnen, waar nodig, via flankerende maatregelen of detailaanpassingen worden bijgestuurd. Het alternatief van de rotonde vereist het verplaatsen van de kapel en is bij gevolg onrealistisch.

Conclusie

De bezwaren worden gedeeltelijk gevolgd. Hoewel de algemene inrichting verkeerskundig aanvaardbaar is aangezien deze de norm van in- en uitritbreedte van 6 m volgt, dient elke garage toegankelijk te zijn. Het doorvoeren van andere voorrangsregels of een verkeersplateau zou de verkeersveiligheid ter hoogte van de Rechtestraat en Beeldekenslaan kunnen verbeteren. De vastgestelde knelpunten ter hoogte van de garages in de Hangarstraat kunnen worden verholpen via gerichte planaanpassingen in een nieuwe projectinhoudsversie, zodat een veilige en werkbare toegang tot de garages kan worden gegarandeerd.

 

2.3. Schaal van het project

Dit thema komt niet aan bod in de bezwaren.

 

2.4. Bouwdichtheid

Dit thema komt niet aan bod in de bezwaren.

 

2.5. Visuele aspecten

Dit thema komt niet aan bod in de bezwaren.

 

2.6. Cultuurhistorische aspecten

Dit thema komt niet aan bod in de bezwaren.

 

2.7. Hinderaspecten

Dit thema komt niet aan bod in de bezwaren.

 

2.8. Milieu- en veiligheidsaspecten

Bezwaar: D3

Samenvatting van het bezwaar

De bezwaarmaker stelt in vraag waarom de bestaande bomen moeten worden gerooid en vervangen. Er wordt aangehaald dat de bomen zich na een moeilijke periode goed hebben ontwikkeld, schaduw bieden en een meerwaarde vormen voor de omgeving. De bezwaarmaker vraagt of het mogelijk is deze bomen te behouden en eventueel bijkomende aanplantingen te voorzien, en of er een gegronde reden is voor het rooien ervan.

Beoordeling

De werken maken deel uit van een herinrichting waarbij bijkomende ruimte nodig is voor een veilige inrichting van het kruispunt en de fietsostrade. Hierdoor moeten in totaal 20 bomen worden gerooid, zowel op perceel 274X als langs de Hangarstraat. Het vervangen van de bomen is noodzakelijk om de geplande infrastructuurwerken (aanleg van rijweg, fietspad en doorgang) technisch correct en veilig te kunnen uitvoeren. Indien de bomen tijdens de werken behouden zouden blijven, bestaat een aanzienlijk risico op beschadiging van de wortelstructuren, wat de stabiliteit en levensvatbaarheid van de bomen op langere termijn in het gedrang brengt. In dit geval is vervanging aangewezen. Ter compensatie worden 41 nieuwe bomen aangeplant en blijven bomen die niet worden beïnvloed behouden. Gelet hierop wordt geen vermijdbare schade aan de natuur verwacht.

Conclusie

Het bezwaar wordt niet gevolgd. Het rooien en vervangen van bomen is noodzakelijk voor de uitvoering van de infrastructuurwerken en wordt voldoende gecompenseerd door een ruime heraanplanting binnen een kwalitatieve en duurzame herinrichting van het openbaar domein.

 

3. Andere bezwaren

3.1. Eigendomsrechten

Bezwaren: D1, D4

Samenvatting van het bezwaar

        Er mogen geen werken worden uitgevoerd op NMBS-percelen zonder voorafgaande toestemming of overeenkomst met de eigenaar.

        De versmalling van de rijbaan zou de toegang tot inpandige garages bemoeilijken of onmogelijk maken, wat volgens de bezwaarindiener een disproportionele aantasting vormt van het eigendomsrecht en het recht op wonen. Zij benadrukken dat de projectdoelstellingen ook bereikt kunnen worden zonder deze impact op individuele eigendommen.

Beoordeling

Eigendomsrechten en het bekomen van toestemming van betrokken eigenaars, zoals de NMBS, betreffen privaatrechtelijke aangelegenheden en vallen buiten de ruimtelijke beoordeling van de aanvraag.

Wat betreft de aangehaalde impact op het gebruik van garages, wordt verwezen naar de beoordeling onder mobiliteit, waaruit blijkt dat de parkeernorm voor de in- en uitrit van garages die in Mol geldt, ruimschoots gehaald wordt.

Conclusie

Het bezwaar wordt niet gevolgd. Eigendomsrechtelijke aspecten vallen buiten de ruimtelijke beoordeling, de aangehaalde gebruiksbeperkingen zijn niet gegrond.

 

Adviezen

Volgende externe adviezen werden opgevraagd op 17 april 2026:

        Vlaamse overheid, Vlaams Expertisecentrum m.e.r. (VECM) verleende bij opmaak van het verslag nog geen advies;

        Brandweerzone Kempen - Hulpverleningszone 5 (Geel) verleende op 17 april 2026 geen advies;

        INFRABEL Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant verleende op 20 april 2026 een voorwaardelijk gunstig advies;

        Dienst integraal Waterbeleid Provincie Antwerpen verleende bij opmaak van het verslag nog geen advies;

        Vlaamse Milieumaatschappij - Watertoets verleende bij opmaak van het verslag nog geen advies.

 

Bijlagen

  1. Inplantingsplan nieuwe toestand deel 1
  2. Inplantingsplan nieuwe toestand deel 2
  3. Wijzigend rooilijnplan Hangarstraat + waardebepaling
  4. Bezwaarschriften
  5. Advies INFRABEL

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het rooilijnplan is opgesteld door landmeter-expert Peter Vandebosch op datum van 16 maart 2026.

 

Artikel 31 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, gewijzigd op 1 september 2019 stelt:

"§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt."

 

Artikel 8 van het gemeentewegendecreet stelt: "Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad."

 

Artikel 11, §1, van het gemeentewegendecreet stelt dat gemeenten de ligging en breedte van gemeentewegen op hun grondgebied (en dus ook van voormalige buurtwegen) vastleggen in gemeentelijke rooilijnplannen, en dit ongeacht de eigenaar van de grond.

 

Artikel 12, §2, van het gemeentewegendecreet stelt dat in afwijking van artikel 11 de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het omgevingsvergunningendecreet kan worden opgenomen in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. 

 

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol met bestemming woongebied.

Het goed is gelegen binnen art. 12 zone voor openbaar domein van het RUP Centrum, goedgekeurd op 29 juni 2015. Voorliggende aanvraag beantwoordt volledig aan de stedenbouwkundige voorschriften van dit RUP.

Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

Het goed maakt geen deel uit van een goedgekeurde verkaveling.

De voorschriften van het RUP centrum zullen bepalend zijn bij het beoordelen van voorliggende aanvraag.

 

De aanvraag betreft de aanleg van een nieuw gescheiden rioleringsstelsel en de herinrichting van de bovenbouw van de Hangarstraat. Hierbij wordt de zone tussen de spoorwegovergang en het Statieplein verkeerskundig opnieuw vormgegeven. Het dossier kadert eveneens binnen de realisatie van het fietssnelwegennetwerk als onderdeel van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk (BFF) van de provincie Antwerpen. Doorheen het projectgebied wordt een vrij liggend dubbelrichtingsfietspad in roodbruine asfalt aangelegd.

 

De geplande infrastructuurwerken omvatten:

        alle grondwerken met inbegrip van de verwerking en afvoer, behorende tot het droog grondverzet tot uitvoering van de voorgeschreven lengte-, dwars- en typedwarsprofielen, tot uitvoering van de gewenste ontwerppeilen en tot uitvoering van alle voorgeschreven bouwwerken en constructies;

        alle grondwerken tot aanleg van nutsleidingensleuven, tot sondering van nutsleidingen in het kader van verplaatsing of tot nazicht in functie van de uitvoering van de geplande werken;

        het opbreken van de bestaande verhardingen en lijnvormige elementen;

        het aanleggen van funderingen;

        het aanleggen van lijnvormige elementen (trottoirbanden, watergreppels);

        het aanleggen van verhardingen in:

        asfalt (rijweg)

        rode asfalt (fietspad)

        printbeton (rammelstroken)

        half verharding (wandelpad ter hoogte van spoorwegovergang)

        betonstraatstenen (voetpad van spoorwegovergang tot Gildestraat)

        gebakken straatstenen en water passerende gebakken straatstenen (stationsomgeving)

        het aanleggen van een nieuwe gescheiden afvalwaterafvoer (DWA) en regenwaterafvoer (RWA)

        het realiseren van een aansluiting van de ontworpen regenwaterafvoer (RWA) op de bestaande gemengde riolering in de Doornboomstraat;

        het realiseren van een aansluiting van de ontworpen afvalwaterafvoer (DWA) op de bestaande gemengde riolering in de Gildestraat;

        het afkoppelen van de omliggende woningen;

        de groenaanleg, het aanplanten van bomen;

        het realiseren van een vernieuwde bushalte

 

In het deel tussen de spoorwegovergang en Doornboomstraat wordt het fietspad van 3 tot 3,5 m breed gescheiden door een groenberm van 1,5 m. In het deel Doornboomstraat tot station is de ruimte beperkter en zal het fietspad van 3 m gescheiden worden door een groenberm van 0,70 m. Ter hoogte van het stationsplein sluit het fietspad aan op het Statieplein.

 

De nieuwe rijweg wordt voorzien in asfaltverharding met een totale breedte van 5,80 m inclusief kantstrook van 50 cm en trottoirband van 0,30 m tussen de spoorwegovergang en Doornboomstraat. In het deel Doornboomstraat tot station is de rijweg in totaal 4,00 m breed inclusief gecombineerde trottoirband-watergreppel van 0,60 m en trottoirband van 0,30 m. Op dit deel van het tracé wordt de rijweg versmald ten opzichte van huidige toestand waardoor het in- en uitrijden van de bestaande garages een aandachtspunt is. De verhardingsbreedte ten opzichte van de gevels bedraagt 5,80 m (noordelijke kantstrook rijweg) wat voldoende breed zou moeten zijn om in te rijden in garages van 2,50 m of breder. Bij garages smaller dan 2,50 m wordt de groenberm verhard in grasdallen waardoor een extra breedte van 0,70 m bekomen wordt. Bijkomend wordt enkelrichtingsverkeer vanaf Statieplein tot de Doornboomstraat toegepast – als verlengde van de reeds aanwezige enkelrichting tot de Gildestraat.

 

De bushalte Hangarstraat blijft behouden op dezelfde locatie – de groenberm wordt hier voorzien als verharde uitstapzone. 

 

In het ontwerp worden volgende nieuwe parkeerplaatsen voor wagens voorzien:

        7 klassieke parkeerplaatsen

        1 plaats voor autodelen

        1 taxi plaats

 

De zone voor Hoppy-fietsen wordt geïntegreerd in het nieuwe ontwerp met een breedte van 10 m op ongeveer dezelfde locatie als in de bestaande toestand.

 

De geplande werken betreffen volgende vergunningsplichtige handelingen:

        Het aanleggen van verhardingen op de percelen 273L, 274P en 274X en op huidige openbaar domein. De balans tussen de aanleg van nieuwe verhardingen (9.574 m²) en de op te breken bestaande verhardingen (9.638 m²) is negatief. Desondanks bedraagt de totale ruimtelijke uitbreiding 1.072 m². De totale bijkomende oppervlakte van de ruimtelijk samenhangende handeling overschrijdt daarmee 300 m². Bijgevolg is de volledige aanleg van nieuwe verhardingen vergunningsplichtig.

 

Volgende handelingen zijn niet vergunningsplichtig:

        Het opbreken van bestaande verhardingen volgens het vrijstellingsbesluit artikel 13.2

        Het aanleggen van riolering op huidig openbaar domein en op perceel 274P volgens het vrijstellingsbesluit artikel 10 paragraaf 4

        Het rooien van bomen gezien de omtrek op een hoogte van 1m boven het maaiveld klein is dan 1m

 

Ter compensatie van de 20 gerooide bomen worden 41 nieuwe bomen aangeplant. De groenzone tussen de rijweg en het fietspad wordt over de volledig lengte aangeplant met een nieuwe haag.

 

Percelen 273L, 274P, 298T en 274X (4de afdeling MOL, sectie F) worden deels overgedragen naar het openbaar domein volgens het toegevoegde rooilijnplan.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de doelstellingen en principes uit het gemeentewegendecreet.

 

De aanvraag voorziet in een rooilijnplan opgesteld door landmeter-expert Peter Vandebosch. De rooilijn ter hoogte van de spoorwegovergang en het kruispunt van de Hangarstraat met de Beeldekenslaan en de Beeldekenslaan met de Rechtestraat zal gewijzigd worden om meer ruimte te maken voor het fiets- en voetpad. Hiervoor werd een wijzigend rooilijnplan Hangarstraat KB. 13-10-1937 toegevoegd.

 

Een deel van perceel 274X, met een totale oppervlakte van 8a 08ca wordt in het openbaar domein ingelijfd, ter realisatie van de rooilijn.

 

Een deel van perceel 298T, met een totale oppervlakte van 18ca wordt in het openbaar domein ingelijfd, ter realisatie van de rooilijn.

 

Een deel van perceel 273L, met een totale oppervlakte van 1a 05ca wordt in het openbaar domein ingelijfd, ter realisatie van de rooilijn.

 

Een deel van perceel 274P, met een totale oppervlakte van 10a 95ca wordt in het openbaar domein ingelijfd, ter realisatie van de rooilijn.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Gedurende het openbaar onderzoek, dat werd georganiseerd van 27 april 2026 tot en met 26 mei 2026, werden 5 bezwaarschriften ingediend. Een bijkomend, laattijdig bezwaarschrift dat op 28 mei per post werd ontvangen, werd volledigheidshalve mee in overweging genomen. De bezwaarschriften werden in dit besluit samengevat en behandeld onder het item 'Inspraak en advies - openbaar onderzoek'. De gemeenteraad besluit dat de bezwaren voor wat betreft de zaak der wegen ongegrond kunnen worden verklaard.

De gemeenteraad is van oordeel dat de bezwaren, conform de overwegingen en beoordelingen in dit besluit, niet van dien aard zijn dat het voorliggende wijzigend rooilijnplan niet zou kunnen worden goedgekeurd.

 

Artikel 2

Het wijzigend rooilijnplan, opgesteld door landmeter-expert Peter Vandebosch dd. 16 maart 2026, wordt definitief vastgesteld.

 

Artikel 3

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen goed, waarbij een deel van perceel 274X, met een totale oppervlakte van 8a 08ca, een deel van perceel 298T, met een totale oppervlakte van 18ca, een deel van perceel 273L, met een totale oppervlakte van 1a 05ca en een deel van perceel 274P, met een totale oppervlakte van 10a 95ca in het openbaar domein ingelijfd worden, ter realisatie van de wijzigende rooilijn.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

BOSVELD - VERKOOP PERCEELDEEL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De eigenaar van de bouwplaats Postelarenweg 129 vraagt om een klein perceeldeeltje aan te kopen van de gemeente om zijn bouwplaats achteraan te kunnen ontsluiten met de openbare weg Bosveld. De bouwplaats is kadastraal gekend als Mol, Postelarenweg 129, 4de afdeling, sectie F, nr. 194N.

Het betreft het perceeldeeltje lot 1, 8ca groot, aangeduid op het opmetingsplan opgesteld door landmeterskantoor LSG op 5 januari 2026, kadastraal gekend als Mol, 4de afdeling, sectie F, deel van nr. 196C.

 

Juridische gronden

Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur: "Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2."

 

Artikel 41, 11° van het decreet over het lokaal bestuur: "De daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b) kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd."

 

Inspraak en advies

Schattingsverslag opgesteld door landmeter-expert Jef Haeverans op 10 februari 2026.

Ontwerpakte opgesteld door notariskantoor Van Roosbroeck & Van Houtteghem uit Mol.

Besluit college van burgemeester en schepenen van 25 februari 2026.

Bodemattesten Ovam van 14 oktober 2025 en 12 mei 2026.

Advies ruimtelijke ordening van 22 oktober 2025.

Advies mobiliteit van 6 februari 2026.

Advies projectcel gebouwen van 18 februari 2026.

 

Bijlagen

  1. CBS25022026_-_verkoop_Bosveld
  2. Kadastraal_plan
  3. Opmetingsplan
  4. Advies_mobiliteit
  5. Advies_ruimtelijke_ordening
  6. Schattingsverslag
  7. Advies_projectcel_gebouwen
  8. Ontwerpakte
  9. Bodemattest_Ovam_F196C

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeenteraad sluit zich aan bij de adviezen van de diensten mobiliteit, ruimtelijke ordening en projectcel gebouwen.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur. Alle kosten verbonden aan de verkoop van het perceeldeeltje vallen ten laste van de aankoper.

 

Actie

5/14/4 - we beheren de facilitaire middelen met betrekking tot de onroerende goederen

Registratiesleutel

22100000/005000

Bedrag

€ 1.814,09

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de verkoop van het perceeldeeltje lot 1, 8ca groot, aangeduid op het opmetingsplan opgesteld door landmeterskantoor LSG op 5 januari 2026, kadastraal gekend als Mol, 4de afdeling, sectie F, deel van nr. 196Cdeel, aan de eigenaar van de bouwplaats Postelarenweg 129. De koopsom bedraagt, conform het schattingsverslag opgesteld door landmeterskantoor LSG op 5 januari 2026, 1.814,09 euro.

 

Artikel 2

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de voorwaarden opgenomen in de ontwerpakte opgesteld door notariskantoor Van Roosbroeck & Van Houtteghem uit Mol.

 

Artikel 3

Aan de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt ontslag verleend om bij de overschrijving van deze akte ambtshalve een hypothecaire inschrijving te nemen.

 

Artikel 4

De financieel directeur wordt gemachtigd kwijting te geven voor de koopsom.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

FIETSOSTRADE - OVEREENKOMST MET INFRABEL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad hechtte in zitting van 21 oktober 2024 goedkeuring aan het afsluiten van een overeenkomst 'Toelating tot precaire bezetting van een goed van het openbaar domein van Infrabel'. De totale oppervlakte bedroeg 5.498 m², waarvan 3.705 m² oppervlakte fietspad en 1.793 m² oppervlakte voor beheer en onderhoud.

 

Nu de heraanleg van de Hangarstraat bijkomende grondschotel van Infrabel zal innemen, dient er een nieuwe bezettingsovereenkomst met Infrabel afgesloten te worden. Infrabel werkte hiervoor een overeenkomst 'Toelating tot precaire bezetting van een goed van het openbaar domein van Infrabel' uit.

 

De voornaamste clausules zijn:

        precaire bezetting

        oppervlakte 7.461,1 m² (5.316 m² oppervlakte fietspad en 2.145,1 m² bijkomende oppervlakte voor beheer en onderhoud)

        bestemming fietsostrade

        voor maximum 25 jaar, vanaf 1 september 2026

        386,54 euro per jaar, geïndexeerd, betaling na ontvangst factuur + 1,00 euro per jaar niet geïndexeerd (voor traject Merelstraat/Spoorwegstraat/Hangarstraat/Rozenberg)

        geen waarborg

 

Juridische gronden

Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur: "Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2."

 

Artikel 41, 11° van het decreet over het lokaal bestuur: "De daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b) kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd."

 

Inspraak en advies

Gunstig advies van de projectcel Gebouwen van 6 mei 2026:

De gemeente sloot op 1 december 2011 met de provincie Antwerpen een samenwerkingsakkoord voor de aanleg en het beheer van de fietsostrade Herentals-Mol. Deze samenwerkingsovereenkomst hield in dat de gemeente een overeenkomst zou afsluiten met Infrabel voor het gebruik van haar gronden.

De gemeenteraad van 21 oktober 2024 keurde de huidige bezettingsovereenkomst goed.

De fietsostrade loopt ook via de Hangarstraat. Nu de heraanleg van de Hangarstraat bijkomende grondschotel van Infrabel zal innemen dient er een nieuwe bezettingsovereenkomst met Infrabel afgesloten te worden.

Infrabel werkte hiervoor een nieuwe bezettingsovereenkomst uit. De opgenomen bezettingsvergoeding is laag gehouden en aan dezelfde eenheidsprijs als de lopende overeenkomst. Ter vergelijking, de gemeente betaalt voor het Charel Coolspad, gelegen op gronden van Infrabel, ongeveer € 1.250,00 per jaar.

Deze gemeenteraadsnota beoogt dan ook enkel de uitvoering van haar eerder genomen beslissing.

 

Bijlagen

  1. G-I-15-11_2-1
  2. G-I-15-11_2-6
  3. G-I-15-11_2-3
  4. Advies_Projectcel_Gebouwen
  5. G-I-15-11_2-5
  6. G-I-15-11_2-2
  7. G-I-15-11_2-4
  8. Bezettingsovereenkomst_-_Mol_-_F105_-_01.09.2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeenteraad sluit zich aan bij het advies van de projectcel Gebouwen.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft een financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

Actie

8/7/3 - we beheren de facilitaire middelen met betrekking tot de onroerende goederen

Registratiesleutel

61000040 - huur en -lasten van gehuurde onroerende goederen

Bedrag

€ 386,54 per jaar, geïndexeerd + 1,00 euro per jaar niet geïndexeerd

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad gaat akkoord met de bij dit besluit gevoegde overeenkomst 'Toelating tot precaire bezetting van een goed van het openbaar domein van Infrabel'. De totale oppervlakte beslaat 7.461,1 m², waarvan 5.316 m² oppervlakte fietspad en 2.145,1 m² bijkomende oppervlakte voor beheer en onderhoud.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt de voorwaarden goed zoals ze opgenomen zijn in de bij dit besluit gevoegde overeenkomst 'Toelating tot precaire bezetting van een goed van het openbaar domein van Infrabel' en op de plannen:

        G-I-15-11_2-1

        G-I-15-11_2-2

        G-I-15-11_2-3

        G-I-15-11_2-4

        G-I-15-11_2-5

        G-I-15-11_2-6

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

KORENBLOEMENSTRAAT - GRATIS GRONDAFSTAND IN UITVOERING VAN OMGEVINGSVERGUNNING 2024/24 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 19 februari 2025 leverde het gemeentebestuur een omgevingsvergunning 2024/24 af voor het verkavelen van gronden gelegen langs de Korenbloemenstraat, voor het creëren van 1 lot voor meergezinswoningen in open bebouwing.

 

Op 25 november 2024 keurde de gemeenteraad de zaak van de wegen met gratis grondafstand goed, voor de percelen gelegen in Mol, 4de afdeling, sectie F, deel van perceelnrs. 470G, 471P en 471S. In de omgevingsvergunning werd de voorwaarde opgenomen dat lot 3A en lot 3B, met een totale oppervlakte van 01a75ca, gratis dient te worden afgestaan aan de gemeente Mol, om ingelijfd te worden in het gemeentelijk openbaar domein ter realisatie van de rooilijn.

 

In uitvoering van rooilijnplannen Korenbloemenstraat K.B. 03.06.1953 en Hoogstraat K.B. 03.06.1953.

 

Juridische gronden

Artikel 40, § 1 van het decreet over het lokaal bestuur: "Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden vermeld in artikel 2".

 

Artikel 41, 11° van het decreet over het lokaal bestuur: "De daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b) kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd".

 

Inspraak en advies

Advies departement ruimte, projectcel Gebouwen van 23 september 2024.

Ontwerpakte opgesteld door notaris Hervé De Graef uit Mol.

Bodemattesten Ovam van 24 april 2024.

 

Bijlagen

  1. Bodemattest_Ovam_471S
  2. Verkavelingsplan
  3. Bodemattest_Ovam_470G
  4. Bodemattest_Ovam_471P
  5. GR_25.11.2024_-_zaak_van_de_wegen_2024-24
  6. Ontwerpakte
  7. Advies_projectcel_Gebouwen
  8. Opmetingsplan
  9. Rooilijnplan_Korenbloemenstraat
  10. CBS_19.02.2025_-_omgevingsvergunning_2024-24

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gratis grondafstand kadert in uitvoering van een voorwaarde van de omgevingsvergunning 2024/24, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 19 februari 2025.

In deze omgevingsvergunning werd de voorwaarde opgenomen dat lot 3A en lot 3B gratis dienen te worden afgestaan aan de gemeente Mol, om in te lijven in het openbaar domein van de gemeente Mol, ter realisatie van de rooilijn.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur. Het betreft hier een gratis grondafstand om te voegen bij de openbare wegenis. Alle kosten zijn voor de overlaters.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad is akkoord de delen van percelen, lot 3A en lot 3B, gelegen in Mol, 4de afdeling, sectie F, nrs. 470G, 471P en 471S, met een totale oppervlakte van 01a75ca, kosteloos in te lijven in het gemeentelijk openbaar domein van de gemeente Mol. Lot 3A en lot 3B staan aangeduid op het opmetingsplan opgesteld door landmeter-expert Stef Geukens op 19 maart 2025.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt de voorwaarden opgenomen in de ontwerpakte, opgesteld door notaris Hervé De Graef uit Mol, goed.

 

Artikel 3

De gratis grondafstand gebeurt om reden van openbaar nut, ter realisatie van een gedeelte van de rooilijn.

 

Artikel 4

Aangezien deze overdracht gebeurt voor algemeen nut, zijnde de inlijving in het gemeentelijk openbaar domein, wordt er vrijstelling van registratierechten gevraagd.

 

Artikel 5

Aan de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt ontslag verleend om bij de overschrijving van deze akte ambtshalve een hypothecaire inschrijving te nemen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

POSTEL - BEHEERSOVERDRACHT RESTGRONDEN GEMEENTE AAN AGENTSCHAP NATUUR EN BOS (ANB) - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het Agentschap Natuur en Bos is eigenaar van grote oppervlaktes in Mol-Postel. Om haar beheer te optimaliseren en nieuwe trage wegen te kunnen realiseren is het aangewezen om percelen behorende tot het privaat domein van de gemeente Mol op te nemen in de onderhouds- en beheersplannen van het Agentschap. Het Agentschap zal instaan voor het beheer, het gebruik, het onderhoud, de instandhouding en het toezicht. Het agentschap zal bestaande trage wegen vrijwaren en nieuwe realiseren.

 

Gemeentewegen maken geen deel uit van deze overeenkomst gezien het decreet gemeentewegen het beheer hiervan exclusief bij de gemeente legt. Het voorwerp van deze overeenkomst betreft percelen, behorende tot het privaat eigendom van de gemeente Mol, waarbij het Agentschap eigenaar of beheerder is van aanpalende percelen.

 

Voorliggende overeenkomst bepaalt de modaliteiten van de beheersoverdracht van gemeentelijke eigendommen aan het agentschap.

 

Vanuit het project Wandelwijzer gaat Provincie Antwerpen enkele wandelknooppunten in Postel afschaffen, omdat deze wandelpaden vaak in verbinding staan en lopen langs wegen met autoverkeer. Het agentschap gaat in Postel onderzoeken en vormgeven aan nieuwe trage verbindingen, die de toegankelijkheid, veiligheid en beleving van het gebied versterken. Deze nieuwe verbindingen kunnen het netwerk in de toekomst terug vergroten.

 

Deze beheersoverdracht maakt het dan ook mogelijk dat er nieuwe trage wegen ontwikkeld kunnen worden.

 

Het agentschap zal instaan voor:

        natuur- en bosbeheer (maaien, exotenbeheer, veiligheidssnoei);

        onderhoud en aanleg van zachte recreatieve infrastructuur (wandel- en trage wegen);

        toezicht en dagelijkse terreinwerking;

        uitvoering binnen de bestaande natuurbeheerplannen en toegankelijkheidsregelingen.

 

De duurtijd is 20 jaar, kost de gemeente niets, en creëert één eenduidige beheerder voor het gebied.

 

Alle percelen zijn gelegen in bosgebied met ecologisch belang, enkel loten 1, 2 en 3 zijn gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Loten 1, 2 en 3 zijn dreven met bomen die akkers flankeren. De percelen hebben dus geen invloed op de landbouwactiviteiten.

 

Onderhavige overeenkomst regelt het beheer van onroerende goederen gelegen te Mol, weergegeven op de kaarten in bijlagen 2 en 3:

        Deels bestaande uit percelen bij het kadaster gekend met volgende perceelinformatie:

        13432A0356/02_000

        13432A0017/02_000

        13432A0355/02_000

        13432A0017/03_000

        13432A0344/02_00

        Vijf Loten bestaande uit stroken grond behorende tot het privaat domein van de gemeente Mol (zonder kadastraal nummer);

 

De gezamenlijke geplanimetreerde oppervlakte van de percelen in kwestie bedraagt 4ha 10a 17ca.

 

Juridische gronden

Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur: "Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2."

 

Artikel 41, 11° van het decreet over het lokaal bestuur: "De daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b) kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd."

 

Inspraak en advies

Advies sector ruimte, projectcel Gebouwen: gunstig: De percelen hebben geen direct nuttige functie voor de gemeente. De percelen blijven eigendom van de gemeente. De duurtijd is 20 jaar, kost de gemeente niets, en creëert één eenduidige beheerder voor het gebied. Het agentschap Natuur en Bos een betrouwbare partner die al hun projecten terugkoppelen met de gemeente waardoor de gemeente inspraak heeft bij hun projecten. Gemeentewegen maken geen deel uit van deze overeenkomst. gezien het decreet gemeentewegen het beheer hiervan exclusief bij de gemeente legt. Het voorwerp van deze overeenkomst betreft percelen, behorende tot het privaat eigendom van de gemeente Mol, waarbij het Agentschap eigenaar of beheerder is van aanpalende percelen.

 

Advies toerisme: gunstig: Deze beheerovereenkomst is toeristisch relevant omdat ze bijdraagt aan de uitbouw van een samenhangend wandelnetwerk in Mol‑Postel. De geplande trage verbindingen, het rolstoeltoegankelijk wandelpad en een mogelijke uitkijktoren verhogen de toegankelijkheid en belevingswaarde van het gebied. Door de beheeroverdracht kunnen bovendien nieuwe wandelverbindingen worden gecreëerd, die een waardig alternatief kunnen vormen voor routes die de provincie mogelijk wil schrappen binnen het project Wandelwijzer. Dit maakt Mol aantrekkelijker voor een brede en diverse doelgroep van bezoekers en versterkt het groene, kwaliteitsvolle toeristische imago van de gemeente.

 

Bijlagen

  1. Plan beheersoverdracht
  2. Advies projectcel Gebouwen
  3. Advies Toerisme
  4. Beheersoverdracht

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeenteraad sluit zich aan bij het advies van de projectcel Gebouwen en de dienst Toerisme.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de 'Volledige beheeroverdracht van bossen en stroken grond, behorende tot het privaat domein van de gemeente Mol naar het Agentschap Natuur en Bos'.

 

Artikel 1 - Voorafgaande bepaling

Alle partijen verbinden zowel zichzelf als hun eventuele rechtverkrijgenden en/of hun rechtsopvolgers.

 

Artikel 2 - Voorwerp van de overeenkomst

Onderhavige overeenkomst regelt het beheer van onroerende goederen gelegen te Mol, weergegeven op de kaarten in bijlagen 2 en 3:

        Deels bestaande uit percelen bij het kadaster gekend of gekend geweest als eigendom van eerste comparant, met volgende perceelinformatie:

        13432A0356/02_000

        13432A0017/02_000

        13432A0355/02_000

        13432A0017/03_000

        13432A0344/02_00

        Vijf Loten bestaande uit stroken grond behorende tot het privaat domein van de gemeente Mol (zonder kadastraal nummer);

 

Alle percelen en loten zijn aangeduid op het bijgevoegd plan in bijlage 2. De gezamenlijke geplanimetreerde oppervlakte bedraagt 4ha 10a 17ca.

 

Alle deelgebieden, hierna samen genoemd “het terrein” zijn tot de datum van het afsluiten van deze overeenkomst eigendom van en/of worden beheerd door de eerste comparant.

 

De partijen erkennen de staat van het terrein bij de aanvang van deze overeenkomst. Er wordt geen inventaris opgemaakt.

 

Indien de partijen percelen wensen toe te voegen of te onttrekken aan het voorwerp van deze overeenkomst zullen deze percelen opgenomen worden in een addendum aan onderhavige overeenkomst.

Artikel 3 - Inhoud van het beheer

Het betrokken terrein wordt een natuurdomein waardoor alle wettelijke bepalingen uit het natuurdecreet inzake natuurdomeinen van toepassing worden op het terrein.

 

Het beheer omvat:

        De juridische, financiële en logistieke verantwoordelijkheid over het terrein, en over de daden die betrekking hebben op het in stand houden en de optimalisatie van beheer en het gebruik van het terrein;

        Alle onderhoudswerken en alle investeringen in natuur- en bosbestanden (aanplantingen, kappingen, veiligheidsonderhoud, exotenbestrijding …); maaien,

        Onderhoud en investeringen in infrastructuur eigen aan het terrein (boswegen, onverharde paden, brand- en exploitatiewegen, grachten, slagbomen, info- en toegankelijkheidsborden, bewegwijzering, wandelpaden, …). De openbare gemeentewegen maken hier geen deel van uit;

        Het dagelijks toezicht op de uitvoering van de voormelde maatregelen of ingrepen.

 

Het beheer van het terrein kadert in de uitvoering van volgende toegankelijkheidsregeling en natuurbeheerplannen als vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 2 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu:

        Postelse Bossen (NBP-AN-20-0006) en uitbreidingen;

        Toegankelijkheidsregeling voor Postelse bossen (dd. 19/11/2021);

        Natuurbeheerplan voor Postelse reservaten (NBP-AN-19-0170) en uitbreidingen.

 

Artikel 4 - Duur van de overeenkomst

Onderhavige gebruiksovereenkomst treedt in werking op de datum van de ondertekening van deze overeenkomst en loopt gedurende een aaneengesloten termijn van 20 jaar.

Na afloop van deze termijn en behoudens opzegging door één van de partijen zal de overeenkomst stilzwijgend verlengd worden met periodes van telkens 5 jaar.

 

Onderhavige gebruiksovereenkomst is voor het eerst opzegbaar na 20 jaar, en vervolgens na elke termijn van 5 jaar.

 

Opzeg van onderhavige overeenkomst kan gebeuren door elk van de partijen. De opzeg dient te gebeuren bij aangetekend schrijven, ten minste 6 maanden vóór het verstrijken van de termijnen zoals hierboven bepaald.

 

Van zodra het Agentschap geen eigenaar of beheerder meer is van aanpalende percelen eindigt het beheer van het Agentschap van het betreffende perceel.

 

Artikel 5 - Bodemverontreiniging

De eerste comparant verklaart dat er geen bodemverontreiniging aanwezig is op het terrein.

 

Het Agentschap verwijdert steeds alle vreemde voorwerpen of afval van het terrein, ongeacht hun oorsprong.

 

Artikel 6 - Jachtrecht

Het jachtrecht is niet verpacht. De eerste comparant geeft de volmacht aan het Agentschap om de jachtverpachting te organiseren in overeenstemming met art 11 Jachtdecreet indien één van de partijen jachtverpachting noodzakelijk acht.

 

Artikel 7 - Gebruik door derden

Mits voorafgaand akkoord van de eigenaar kan het Agentschap de uitvoering van een deel van het beheer aan derden toevertrouwen of op hun medewerking beroep doen, onder de uitdrukkelijke en ontbindende voorwaarde dat deze derden geen pachtrechten verkrijgen en dat de duur van de overeenkomst tussen het Agentschap en de derden de duur van onderhavige overeenkomst niet overschrijdt.

 

Werken die door derden uitgevoerd worden onder de vorm van een aannemingsovereenkomst vallen hier niet onder.

 

Artikel 8 - Vergoedingen

De beheeroverdracht is gratis.

 

Alle uitgaven en inkomsten met betrekking tot het beheer zoals beschreven in artikel 3 komen toe aan de het Agentschap.

 

De eerst comparant verklaart hierbij vanaf de beheeroverdracht geen subsidies te zullen aanvragen voor het beheer van het terrein.

 

Artikel 10 - Keuze van woonplaats

Met betrekking tot de uitvoering van deze overeenkomst kiezen partijen woonplaats op het bovenstaande adres. Alle briefwisseling in verband met deze overeenkomst dient naar dit adresgestuurd te worden, tenzij anders bedongen.

Elke adreswijziging zal aan de andere partij per aangetekend schrijven medegedeeld worden. Niet medegedeelde adreswijzigingen zijn niet tegenstelbaar aan de andere partijen.

 

Artikel 11 - Geldigheid

Indien een bepaling van deze overeenkomst ongeldig zou zijn, zal dit geen invloed hebben op de geldigheid van de overige bepalingen van de overeenkomst. Enkel de ongeldige bepaling zal geen rechtskracht hebben. De overige bepalingen van de overeenkomst blijven onverkort van toepassing.

 

Artikel 12 - Geschillen

Alle conflicten en geschillen die uit de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst zouden kunnen voortspruiten, zullen bij voorrang bij consensus beslecht worden.

Bij gebreke daaraan vallen eventuele conflicten en geschillen uitsluitend onder de bevoegdheden van de bevoegde rechtbank.

 

Artikel 13. Registratiekosten

De zegel- en registratiekosten, verbonden aan onderhavige overeenkomst, zijn ten laste van het ANB.

 

Artikel 14 - Bijzondere bepalingen

Geen

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

FINANCIËLE WAARBORG VOOR EVENTUELE BESCHADIGINGEN AAN HET OPENBAAR DOMEIN TEN GEVOLGE VAN BOUWWERKEN - REGLEMENT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 13 februari 2006 het "Politiereglement betreffende de vordering van een waarborgsom voor eventuele beschadigingen aan het openbaar domein tgv bouwwerken + het voorzien van opritten" goed.

 

Aangezien het huidige reglement dateert van februari 2006 zijn de prijzen niet meer up-to-date. Verder dienen de bepalingen rond het stellen en terugvorderen van de waarborg aangepast te worden.

 

Zo dient in het reglement duidelijk opgenomen te worden dat de factuur voor de waarborg gesteld wordt op het moment van het afleveren van de omgevingsvergunning. Momenteel wordt enkel de plaatsbeschrijving bij het afleveren van de omgevingsvergunning verstuurd en moeten aanvragers laten weten wanneer zij de werken starten om dan de borg te betalen.

Verder wordt in het reglement opgenomen dat de borg 1 jaar na beëindiging van de werken kan terug gevorderd worden of na verzaking van de vergunning. Indien niet teruggevraagd binnen 5 jaar na afleveren vergunning, wordt de waarborg in opbrengst genomen van het lokaal bestuur.

 

De prijzen worden op volgende wijze geïndexeerd:

 

Huidige bedragen:

        30,00 euro per m², met een minimum van 300,00 euro, voor wegen met een klassieke bestrating.

        80,00 euro per m², met een minimum van 600,00 euro, voor centrumstraten met een bestrating in rode kleiklinkers of kleinschalige natuursteen.

 

Geïndexeerde bedragen:

        50,00 euro per m², met een minimum van 500,00 euro, voor wegen met een klassieke bestrating.

        125,00 euro per m², met een minimum van 900,00 euro, voor centrumstraten met een bestrating in rode kleiklinkers of kleinschalige natuursteen.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 63 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Inspraak en advies

Advies departement ruimte, sectie wegen: gunstig voor het aanpassen van het reglement.

 

Bijlage

  1. Reglement_Stoepenwaarborg_-_aanpassingen

 

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Aangezien het huidige reglement dateert van februari 2006 zijn de prijzen niet meer up-to-date. Verder dienen de bepalingen rond het stellen en terugvorderen van de waarborg aangepast te worden.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het reglement "Financiële waarborg voor eventuele beschadigingen aan het openbaar domein ten gevolge van bouwwerken".

 

Artikel 1 - Definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

        Waarborg: geldsom door een bouwheer te betalen na het afleveren van de omgevingsvergunning;

        Openbaar domein: rijweg, fiets- of voetpaden en aanhorigheden (boordstenen, goten, …), groenstroken en beplanting en opritten, riolering, nutsvoorzieningen en baangrachten;

        Bouwheer: private of rechtspersoon die private werken aanvraagt;

        Plaatsbeschrijving: een document waarin de staat van het openbaar domein (o.a. het voetpad, het fietspad, de berm) wordt weergegeven aan de hand van een korte beschrijving en kleurenfoto’s, waarvan de datum onmiskenbaar traceerbaar is;

        Vergunningsplichtige werken: werken waarvoor een omgevingsvergunning wordt afgeleverd in toepassing van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

 

Artikel 2 - Toepassingsgebied

 

Dit reglement is van toepassing op alle openbare wegen die gelegen zijn binnen het grondgebied van de gemeente Mol.

 

Artikel 3 - Principe

 

§ 1. Elke bouwheer is ertoe gehouden het openbaar domein na beëindiging van de werken in dezelfde staat achter te laten als vóór aanvang ervan. Indien nodig voert de bouwheer daarvoor zelf de nodige herstellingen uit in samenspraak met de dienst openbare werken van de gemeente.

 

§ 2. De gemeente Mol legt aan de bouwheer een waarborg op ter garantie van de herstelling van mogelijke beschadigingen aan het openbaar domein ter hoogte van de werken.

 

§ 3. De waarborg is verschuldigd voor alle vergunningsplichtige werken, waarbij het goed grenst aan een fiets- of voetpad, met uitzondering van het plaatsen van afsluitingen en het kappen van bomen. Bestemmingswijzigingen zonder verbouwingen en regularisatieaanvragen zonder bouwwerken zijn tevens vrijgesteld van het betalen van een waarborg.

 

Deze waarborg wordt opgelegd als last wanneer een omgevingsvergunning wordt afgeleverd.

 

Artikel 4 - Bedrag van de waarborg

 

De waarborg voor vergunningsplichtige werken wordt berekend door de perceelsbreedte te vermenigvuldigen met de werkelijke breedte van het voet- en/of fietspad. Het aldus bekomen aantal m² wordt vermenigvuldigd met:

        bij klassieke bestrating: € 50,00/m² met een minimum van € 500,00;

        bij bestrating in centrumstraten - straten in rode kleiklinkers of kleinschalige natuursteen: € 125,00/m² met een minimum van € 900,00.

 

Artikel 5 - Betaling van de waarborg

Onmiddellijk na het afleveren van de omgevingsvergunning bezorgt het gemeentebestuur een betalingsverzoek aan de bouwheer. Hierna dient de waarborg door de bouwheer gestort te worden op een door de gemeente daartoe aangewezen rekening. Enkel na betaling van de waarborgsom kunnen de werken aanvangen. De intresten die de waarborg heeft opgebracht, komen ten goede aan de gemeente.

 

Artikel 6 - Plaatsbeschrijving voor aanvang van de werken

 

6.1. Plaatsbeschrijving

 

Voor het administratief afleveren van de omgevingsvergunning door het college van burgemeester en schepenen, zal de toestand van het openbaar domein (hierna: vastgestelde toestand), palende aan het bouwperceel, nagekeken worden door de dienst openbare werken.

 

De vastgestelde toestand wordt schriftelijk, per aangetekend schrijven, aan de bouwheer meegedeeld. Indien de bouwheer geen opmerkingen bezorgt op de in de plaatsbeschrijving vastgestelde toestand binnen 7 dagen na kennisname van dit schrijven, wordt hij geacht akkoord te zijn met de vastgestelde toestand.

 

6.2. Procedure

 

Indien de bouwheer niet akkoord gaat met de vastgestelde toestand zal een gezamenlijke beoordeling van de toestand van het openbaar domein (hierna: tegensprekelijke vaststelling) plaatsvinden binnen 1 maand na kennisname van het schrijven zoals bepaald in artikel 6.1., lid 2. De datum en het uur van de tegensprekelijke vaststelling worden bepaald door de dienst openbare werken en minstens 3 dagen vooraf schriftelijk worden meegedeeld aan de bouwheer.

 

6.3. Herziening van plaatsbeschrijving

 

Indien tussen de goedkeuring van de tegensprekelijke vaststelling en de aanvang van de werken beschadigingen aan het openbaar domein zouden aangebracht worden door derden die werken uitvoeren/uitvoerenden die niet gerelateerd zijn aan de werken n.a.v. de vergunningsplichtige werken, kan de bouwheer een verzoek tot wijziging van de plaatsbeschrijving indienen bij de dienst openbare werken. Hierbij wordt de procedure gevolgd zoals omschreven in art. 6.2.

 

Artikel 7 - Overdracht waarborg

 

Ingeval het eigendomsrecht van het betrokken perceel overgedragen wordt, dient de nieuwe eigenaar een nieuwe financiële waarborg te storten. Het bedrag van de waarborg is identiek aan het oorspronkelijk vastgesteld waarborgbedrag. Na ontvangst van de nieuwe waarborg wordt de waarborg van de oorspronkelijke eigenaar vrijgegeven. Indien de bouwheer een nieuwe of bijkomende aanvraag tot vergunnings- of meldingsplichtige werken indient, en reeds een waarborg gesteld werd n.a.v. de eerste aanvraag, kan deze op verzoek van de bouwheer overgedragen worden naar de nieuwe aanvraag.

 

Artikel 8 - Beëindiging van de werken en vrijgave van de waarborg

 

De waarborgsom kan ten vroegste 1 jaar na het beëindigen van de bouwwerken door de bouwheer teruggevorderd worden. Op verzoek van de bouwheer zal er een plaatsbezoek doorgaan waaruit moet blijken dat de uitgevoerde werken geen bijkomende beschadigingen aan het openbaar domein hebben teweeggebracht ten opzichte van de vastgestelde toestand zoals bepaald in artikel 6.1., lid 1 of de tegensprekelijke vaststelling zoals bepaald in artikel 6.2., lid 1.

 

De dienst openbare werken controleert ter plaatse de toestand van het openbaar domein.

 

De waarborg wordt integraal vrijgegeven, exclusief de in tussentijd opgebrachte interesten, na de voltooiing van de werken:

 

1) indien uit het plaatsbezoek van de dienst openbare werken blijkt dat er geen beschadigingen aan het openbaar domein worden vastgesteld na beëindiging van de werken of wanneer het openbaar domein door de bouwheer hersteld werd volgens de richtlijnen van de dienst openbare werken van de gemeente en dat alle afval en / of afbraakmaterialen veroorzaakt door de werken zijn opgeruimd;

 

2) bij verval van de vergunning van de vergunningsplichtige werken;

 

3) bij het verzaken aan de vergunning;

 

De waarborg wordt gedeeltelijk of niet vrijgegeven, indien uit het plaatsbezoek van de dienst openbare werken blijkt dat er beschadigingen aan het openbaar domein worden vastgesteld na beëindiging van de werken of wanneer het openbaar domein door de bouwheer niet hersteld werd conform de richtlijnen van de dienst openbare werken van de gemeente.

De dienst openbare werken maakt in dit geval tijdens het plaatsbezoek een plaatsbeschrijving op. De bouwheer is ertoe gehouden de schade aan het openbaar domein te herstellen binnen de dertig dagen, volgend op de vaststelling van beschadiging of niet-conforme herstelling door de dienst openbare werken. Indien binnen de termijn van 30 dagen, volgend op het verzoek van het college van burgemeester en schepenen om het openbaar domein te herstellen, het openbaar domein niet in behoorlijke staat werd hersteld, worden de nodige herstellings- en opruimingswerken uitgevoerd door de gemeente of door een door dit bestuur aangestelde aannemer op basis van een bestek van de herstellingskosten. De bouwheer wordt hiervan voorafgaand bij aangetekend schrijven in kennis gesteld met inbegrip van het bestek van de herstellingkosten. De desbetreffende herstellingskosten worden afgehouden van de waarborg. Het resterende gedeelte van de waarborg wordt desgevallend vrijgegeven. Indien de herstellingskosten hoger zijn dan het bedrag van de waarborg, zal het dit bedrag van de bouwheer worden gevorderd.

 

Bij hoogdringende noodzakelijke herstellingen, die zonder herstelling tot (verdere) schade of (openbare) onveiligheid kunnen leiden, wordt onmiddellijk en zonder uitstel tot herstelling overgegaan en kunnen de herstellingswerken worden uitgevoerd door de gemeente of door een door de gemeente aangestelde aannemer. Indien de omstandigheden dit toelaten zal de bouwheer hier op voorhand van in kennis worden gesteld, met inbegrip van het bestek voor de herstellingskosten, zo niet zal de kennisgeving en de factuur van de herstellingswerken hem zo spoedig als mogelijk na beëindiging van de werken worden bezorgd. De desbetreffende herstellingskosten worden afgehouden van de waarborg. Het resterende gedeelte van de waarborg wordt desgevallend vrijgegeven. Indien de herstellingskosten hoger zijn dan het bedrag van de waarborg, zal dit bedragvan de bouwheer worden gevorderd.

 

De waarborgsom dient binnen de vijf jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning te worden teruggevraagd door de bouwheer. Wanneer de bouwheer de waarborgsom niet terugvraagt binnen deze termijn van vijf jaar, wordt deze som in opbrengst van het gemeentebestuur genomen.

 

Artikel 9 - Verantwoordelijkheid bij beschadiging

 

Tijdens de uitvoering van de vergunningsplichtige werken wordt de bouwheer verplicht om de voetpaden begaanbaar te houden en de voetpaden veilig in te richten voor het publiek.

Het gemeentebestuur kan nooit aansprakelijk gesteld worden voor om het even welke ongevallen die zich zouden voordoen bij het uitvoeren of ten gevolge van de uitvoering van de werken. De bouwheer is verplicht de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen voor de weggebruikers.

 

Voor alle nadelige gevolgen, veroorzaakt door de beschadiging van het openbaar domein en door het storten van afbraak en/of afvalmateriaal, blijft de bouwheer vanaf aanmaning tot herstelling van de schade tot de volledige herstelling van de schade of de volledige opruiming, uitsluitend en volledig verantwoordelijk.

 

Artikel 10 - Herstel oprit

 

De bouwheer is verplicht om inritten aan te leggen op het openbaar domein, langs de wegen op het grondgebied van Mol onder de volgende voorwaarden:

        de betondallen te vervangen door grijze klinkers of klinkers in dezelfde kleur als het voetpad met afmetingen van 220x110x80 mm (deze dienen aangekocht te worden door de bouwheer zelf welke als compensatie de betondallen mag behouden);

        de betonstraatstenen mogen enkel op een verharde fundering van zandcement met een minimum dikte van 15 cm worden aangebracht;

        het verlagen van de boordstenen of trottoirbanden dient te gebeuren op een fundering van beton van 15 cm dikte;

        de verharding van de oprit mag de goede afwatering van de openbare weg niet in het gedrang brengen en de werken moeten volgens de regels van goed vakmanschap uitgevoerd worden;

        bij de uitvoering van de werken mag aan de openbare nutsvoorzieningen geen schade veroorzaakt worden en de zichtbare toebehoren van de nutsvoorzieningen moeten steeds bereikbaar blijven. De nutsvoorzieningen die eventueel in de oprit vallen, worden door gemeentelijk werkliedenpersoneel aangepast aan het wegniveau;

        de dienst openbare werken van de gemeente dient 1 week voor de aanvang van de werken schriftelijk verwittigd te worden via openbarewerken@gemeentemol.be;

        de verharding kan te allen tijde om redenen van openbaar nut worden opgebroken zonder dat de eigenaar, huurder, pachter, erfpachter of gebruiker van het onroerend goed zich hiertegen kan verzetten.

 

Artikel 11 - Bekendmaking

 

Dit reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 186 van het gemeentedecreet en wordt verzonden aan de gouverneur overeenkomstig artikel 253, § 1, 3° van het gemeentedecreet.

 

Artikel 2

Het reglement "Financiële waarborg voor eventuele beschadigingen aan het openbaar domein ten gevolge van bouwwerken" van 13 februari 2006 wordt opgeheven.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

GEDEELD GEBRUIK HUIS VAN ANNA (TUSSEN GEMEENTE MOL EN KATHOLIEK ONDERWIJS MOL (KOM) VZW) - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeente en Katholiek Onderwijs Mol (KOM) vzw wensen  samen te werken voor het geïntegreerd aanbieden van onderwijs en buitenschoolse kinderopvang op de site van Vrije Basisschool Wezel.

 

Vrije Basisschool Wezel organiseert op deze site onderwijs binnen het vrij gesubsidieerd onderwijs, overeenkomstig de toepasselijke onderwijsregelgeving. De gemeente organiseert op haar beurt, binnen haar gemeentelijk opvanginitiatief, buitenschoolse kinderopvang. Deze opvangwerking kadert binnen het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten, dat uitgaat van een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten en een regierol voor de lokale besturen.

 

Partijen wensen hun samenwerking vorm te geven op basis van gelijkwaardigheid, met respect voor de eigen opdracht, autonomie en bevoegdheden van elke partner. De samenwerking heeft tot doel om onderwijs en buitenschoolse kinderopvang op dezelfde site op een functionele, efficiënte en duurzame wijze op elkaar af te stemmen, zonder afbreuk te doen aan de primaire onderwijsbestemming en de aanwending van de betrokken infrastructuur voor educatieve en onderwijsgerelateerde doeleinden.

 

Op 12 augustus 2025 sloten partijen reeds een voorafgaande notariële gebruiksovereenkomst met toelating tot bouwen. Op basis van deze gebruiksovereenkomst verkrijgt de gemeente een gebruiksrecht op het onbebouwde gedeelte van perceel F1150M3, met de toelating om daarop een nieuwbouw op te richten in eigendom van de gemeente. Deze nieuwbouw sluit aan bij de bestaande onderwijsinfrastructuur van de school en vormt samen met deze infrastructuur het gebouw in gedeeld gebruik, genaamd “Huis van Anna”.

 

De nieuwbouw wordt opgericht met het oog op de realisatie van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang. Tegelijk blijft de aanwending voor educatieve en onderwijsgerelateerde doeleinden behouden, zodat de infrastructuur gedeeld kan worden gebruikt binnen een duidelijk omschreven samenwerkingskader.

 

De voorliggende samenwerkingsovereenkomst regelt de praktische, organisatorische en juridische afspraken tussen de school en de gemeente met betrekking tot het gedeeld gebruik van de infrastructuur, de samenwerking op de site, de wederzijdse rechten en verplichtingen, en de afstemming tussen onderwijs en buitenschoolse kinderopvang.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Bijlagen

  1. Samenwerkingsovereenkomst gedeeld gebruik Huis van Anna
  2. grondplan Huis van Anna (bijlage 1 bij de samenwerkingsovereenkomst)

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het gedeeld gebruik van de infrastructuur is juridisch ingebed in de voorafgaande notariële gebruiksovereenkomst van 12 augustus 2025. Die overeenkomst verleent aan de gemeente een gebruiksrecht op het betrokken gedeelte van het perceel en de toelating om daarop een nieuwbouw in eigendom van de gemeente op te richten. De samenwerkingsovereenkomst bouwt daarop voort en regelt de operationele samenwerking.

 

De samenwerking past binnen de decretale doelstellingen van het BOA-decreet. Dat decreet beoogt een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten voor kinderen, via samenwerking tussen relevante actoren en met een regierol voor de lokale besturen. De samenwerking tussen de gemeente en Vrije Basisschool Wezel sluit hierbij aan, aangezien onderwijs en buitenschoolse opvang op dezelfde site op elkaar worden afgestemd en de beschikbare infrastructuur doelmatig wordt ingezet.

Het geïntegreerd gebruik van de infrastructuur is bovendien functioneel verantwoord. De buitenschoolse kinderopvang richt zich in hoofdzaak tot kinderen die aansluiting vinden bij de onderwijsomgeving. Een opvanglocatie op of aansluitend bij de schoolsite bevordert de toegankelijkheid, continuïteit en veiligheid voor kinderen en ouders. Zij beperkt verplaatsingen, versterkt de afstemming tussen schooltijd en opvangtijd en laat toe om middelen en infrastructuur efficiënter te benutten.

 

De samenwerking tussen Vrije Basisschool Wezel en BKO zal door het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst versterkt worden zoals het BOA-decreet voorschrijft.

Het dubbel gebruik van het bestaand gebouw en de aanbouw door BKO en Vrije Basisschool Wezel geeft een efficiënt gebruik van de ruimtes. Het tijdsgebruik is ook mooi aansluitend aan ieders werking.

 

Financiële weerslag

Actie

 5/10/1 en 5/10/2

Registratiesleutel

611*/094500 en 61030000/094500

Bedrag

Op basis van werkelijke kosten

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst 'gedeeld gebruik Huis van Anna' goed. De overeenkomst luidt als volgt:

 

Tussen:

 

De gemeente Mol, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, zetelend te Molenhoekstraat 2, 2400 Mol,

hier rechtsgeldig vertegenwoordigd door

- de heer Laurens Moubax, algemeen directeur, en

- mevrouw Ann Smeyers, voorzitter van de gemeenteraad,

hierna genoemd “de gemeente” of “BKO Mol

 

en

 

Katholiek Onderwijs Mol (KOM) vzw, met zetel te Jozef Calasanzstraat 2, 2400 Mol, rechtspersonenregister Antwerpen afdeling Turnhout, met ondernemingsnummer 0430.285.367,

rechtsgeldig vertegenwoordigd door de volgende bestuursleden:

- Mevr. Veerle Overloop, voorzitter,

- Dhr. Frans Sannen, ondervoorzitter,

hierna genoemd “de school”,

 

hierna gezamenlijk genoemd “de partijen”.

 

Overwegende dat:

- de partijen op basis van gelijkwaardigheid wensen samen te werken voor het geïntegreerd aanbieden van onderwijs en buitenschoolse kinderopvang op de site van Vrije Basisschool Wezel, in overeenstemming met de aanwending voor onderwijs;

- de school onderwijs aanbiedt conform de onderwijsregelgeving binnen het vrij gesubsidieerd onderwijs;

- de gemeente, in uitvoering van het decreet van 29 maart 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en afstemming tussen buitenschoolse activiteiten, instaat voor de opvangwerking binnen het gemeentelijk opvanginitiatief (hierna: ‘gemeentelijke BKO’);

- beide partijen streven naar een doelmatige en duurzame samenwerking met respect voor de eigenheid en bevoegdheden van elke partner;

- de partijen op 12.08.2025 een voorafgaandelijke notariële gebruiksovereenkomst met toelating tot bouwen hebben gesloten (hierna: ‘deGebruiksovereenkomst’), op grond waarvan de gemeente een gebruiksrecht krijgt op het onbebouwde gedeelte van perceel F1150M3 met de toelating om aldaar een nieuwbouw op te richten in eigendom van de gemeente (hierna: ‘de Nieuwbouw’). Deze Nieuwbouw sluit als uitbreiding aan bij de bestaande onderwijsinfrastructuur van de school en vormt in zijn geheel de infrastructuur in gedeeld gebruik ‘Huis van Anna’ (hierna: ‘het Gebouw in gedeeld gebruik’) teneinde een gemeentelijke BKO te realiseren Een aanwending voor educatieve en onderwijsgerelateerde doeleinden blijft terzelfdertijd behouden. De inhoud van deze Gebruiksovereenkomst en haar bijlagen heeft overeenkomstig art. 5 van de Gebruiksovereenkomst voorrang op de bepalingen van deze Samenwerkingsovereenkomst.

 

Wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1 – Voorwerp van de overeenkomst

Deze overeenkomst regelt de rechten en plichten van beide partijen inzake het gedeeld gebruik van het Gebouw, zoals nader omschreven in de plannen toegevoegd bij deze overeenkomst (bijlage 1), gelegen te 2400 Mol, Keiheuvelstraat 7 dat gebruikt wordt als:

- schoolgebouw door de school, en

- locatie voor buitenschoolse opvang door de gemeente als gemeentelijke BKO.

 

De buitenschoolse opvang heeft betrekking op voor- en naschoolse opvang tijdens de schooldagen, met mogelijkheid tot uitbreiding tijdens schoolvakanties of uitzonderlijke omstandigheden mits voorafgaand akkoord van de school en bijkomende forfaitaire dagvergoeding zoals bepaald in artikel 5, § 8.

 

Artikel 2 – Duur

De overeenkomst treedt in werking op 1 september 2026 en loopt tot 31 december 2060, behoudens vroegtijdige beëindiging overeenkomstig artikel 12, § 2 van deze overeenkomst.

 

Artikel 3 – Gebruik, bestemming en inrichting van het Gebouw in gedeeld gebruik

§ 1. Bij aanvang en bij beëindiging van de overeenkomst wordt een plaatsbeschrijving opgemaakt, ondertekend door beide partijen.

 

§ 2. De school stelt de binnen- en buitenruimtes ter beschikking die noodzakelijk zijn voor de werking van de BKO Mol, zoals nader omschreven in de plannen in bijlage 1 bij deze overeenkomst.

De BKO Mol mag deze ruimtes alleen gebruiken voor opvangactiviteiten, waarbij het uitzonderlijk toegelaten is om occasionele bijkomende activiteiten in dat kader door te laten gaan, zoals bijvoorbeeld een vergadering met het personeel van de opvang of een opendeurdag van de opvang.

De BKO Mol behoudt het recht op toegang tot de binnen- en buitenruimtes die in het kader van de opvang worden benut.

 

De school en de BKO Mol staan in voor de veiligheid van de ter beschikking gestelde binnen- en buitenruimtes.

De school voorziet in een afdoende omheining van de kleuterspeelplaats alsook de buitengrens van de volledige schoolsite zoals deze vandaag voorzien is.

 

§ 3. De BKO Mol is gerechtigd de lokalen ‘speelzaal’ en ‘speelruimte’, zoals aangeduid in de plannen in bijlage 1 bij deze overeenkomst en ook vermeld in de plaatsbeschrijving, in te richten voor het organiseren van opvangactiviteiten. De concrete inrichting moet gebeuren in samenspraak met de school, in het bijzonder voor wat betreft de eerste inrichting.  De roerende en onroerende goederen door bestemming die zij hiervoor aankoopt, zijn eigendom van de gemeente.

De inrichting van deze lokalen (zoals beschreven in de plaatsbeschrijving) dient behouden te blijven. Als de voorziene inrichting van deze lokalen worden aangepast voor schoolgebruik, wordt de inrichting na schooltijd hersteld in de oorspronkelijke toestand overeenkomstig de plaatsbeschrijving.

 

§ 4. De school is gerechtigd de overige lokalen in te richten met als doel het organiseren van onderwijsgerichte activiteiten. De concrete inrichting moet gebeuren in samenspraak met BKO Mol, in het bijzonder voor wat betreft de eerste inrichting. De roerende en onroerende goederen door bestemming die zij hiervoor aankoopt, zijn eigendom van de school.

De inrichting van deze lokalen (zoals beschreven in de plaatsbeschrijving) dient behouden te blijven. Als de voorziene inrichting van deze lokalen wordt aangepast voor opvanggebruik, wordt de inrichting na opvangtijd hersteld in de oorspronkelijke toestand overeenkomstig de plaatsbeschrijving.

 

§ 5. De poort van het terrein blijft open tijdens de opvanguren, zodat de aanwezige parkeergelegenheid op de schoolsite kan worden benut door het personeel van de opvang en de bezoekers, in het bijzonder verwanten van de kinderen aanwezig in de opvang. 

Bij einde van de opvangtijd ’s avonds sluit de toegangspoort automatisch, via een systeem beheerd door de school.

De verdere modaliteiten worden bepaald in het huishoudelijk reglement Huis van Anna, op te maken door partijen (hierna: het Reglement).

 

§ 6. De gemeente en de school hebben te allen tijde toegang tot het Gebouw in gedeeld gebruik.

 

§ 7. Het Gebouw in gedeeld gebruik wordt zowel door de school als door de BKO Mol gebruikt zoals een voorzichtig en redelijk persoon dit zou doen.

 

Artikel 4 – Onderhoud en herstellingen van het Gebouw in gedeeld gebruik

§ 1. De school staat in samenspraak met de gemeente in voor het technisch onderhoud en herstellingen van het Gebouw in gedeeld gebruik (in het bijzonder de installaties voor elektriciteit, sanitair, verwarming en de goede werking ervan) en voor het groenonderhoud van de buitenruimten.

 

§ 2. De school staat in voor het periodiek (wekelijks) onderhouden van de buitenruimten en de binnenruimten, waarvan de modaliteiten bepaald worden in het Reglement.

 

§ 3. Twee keer per jaar staat de gemeente in voor het groot groenonderhoud van de buitenruimten zoals snoeiwerken, en in voorkomend geval insecten- en ongediertepreventie en -verwijdering, waarvan de modaliteiten bepaald worden in het Reglement.

 

§ 4. Elke partij meldt defecten aan het Gebouw in gedeeld gebruik onmiddellijk aan de andere partij.

Bij een onvoorziene en dringende storing of defect aan de installaties voor elektriciteit, sanitair of verwarming, of aan de goede werking daarvan, die:

  1. een onmiddellijke tussenkomst vereist ter voorkoming van schade aan het gebouw, de infrastructuur of de veiligheid van aanwezigen; en/of
  2. zich voordoet op tijdstippen waarop de school of haar technische diensten redelijkerwijze niet bereikbaar of beschikbaar zijn (zoals buiten de normale openingsuren, met inbegrip van vroege ochtend, late avond of periodes waarin uitsluitend kinderopvang wordt georganiseerd); en
  3. niet tijdig kan worden verholpen via de reguliere procedure of door tussenkomst van een externe technieker binnen een aanvaardbare termijn,

kan contact worden opgenomen met de wachtdienst van de gemeente, meer bepaald de meestergast van wacht, die naar best vermogen en binnen de grenzen van zijn opdracht instaat voor een eerste interventie gericht op het stabiliseren of voorlopig verhelpen van het probleem.

 

§ 5. Verdere afspraken over het onderhoud en herstellingen van het Gebouw in gedeeld gebruik worden vastgelegd in het Reglement.

 

Artikel 5 – Kostenverdeling

§ 1. Gebruikskosten (vaste kosten: water, elektriciteit, verwarming, internet) worden gedragen volgens een kostenverdeelratio (hierna: ‘de verdeelsleutel’). Bij aanvang wordt deze verdeelsleutel bepaald op 50/50. Deze verdeelsleutel wordt tussentijds geëvalueerd in het evaluatieoverleg zoals bepaald in artikel 10.

 

§ 2. Kosten voor technisch onderhoud en kosten van herstelling, zoals bepaald in artikel 4, worden eveneens verdeeld volgens de verdeelsleutel, zoals bepaald in § 1 en tussentijds geëvalueerd.

 

§ 3. De school neemt de kosten voor de buitenaanleg en het periodiek (wekelijks) onderhoud van de buitenruimten ten laste.

 

§ 4. De gemeente neemt 70% van de kosten voor het periodiek (dagelijks) onderhoud van de binnenruimten ten laste. De school neemt hierin 30% op.

 

§ 5. De kosten voor herstellingen van speeltoestellen worden gedeeld volgens de verdeelsleutel zoals bepaald in § 1.

 

§ 6. Grote herstellingen aan het Gebouw in gedeeld gebruik dienen in onderling overleg te worden afgesproken. De school of de gemeente neemt het initiatief tot het inrichten van een overleg daarover. De kosten voor grote herstellingen worden verdeeld volgens de verdeelsleutel zoals bepaald in § 1.

 

§ 7. Elke partij staat in voor het betalen van de facturen die zij ontvangt in kader van onderhoud en herstel. Voor de kosten die moeten worden verdeeld staat elke partij vervolgens in voor de doorrekening aan de andere partij op basis van de hiervoor bepaalde verdeelsleutel. Deze doorrekening gebeurt trimestrieel, met voorlegging van de nodige bewijsstukken zoals facturen en kostenstaten, en met een betaaltermijn van 30 dagen.

 

§ 8. Bij extra gebruik van het Gebouw in gedeeld gebruik door de BKO Mol buiten de reguliere uren van de buitenschoolse opvang zoals bepaald in artikel 1 van deze overeenkomst (vb. vakantiewerking, tijdelijke verhuis wegens renovatie elders) wordt een bijkomende dagvergoeding overeengekomen in het Reglement.

Het gebruik door de school van de infrastructuur zelf (de binnen-en buitenruimtes) van het Gebouw in gedeeld gebruik is steeds kosteloos.

 

Artikel 6 – Verzekeringen

§ 1. De school verbindt zich ertoe de brandverzekering voor het Gebouw in gedeeld gebruik af te sluiten, waarvan de kosten deels door de gemeente worden gedragen volgens de verdeelsleutel bepaald in artikel 5, § 1 en wordt opgenomen in de periodieke facturatie door de school bepaald in artikel 5, § 7 van deze overeenkomst.

 

§ 2. De gemeente sluit volgende polissen af:

   - burgerlijke aansprakelijkheid voor de uitbating van de buitenschoolse kinderopvang,

   - arbeidsongevallen voor eigen personeel van de buitenschoolse kinderopvang,

   - vrijwilligersverzekering,

   - objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing,

   - ongevallenverzekering voor de kinderen die gebruik maken van de activiteiten van de BKO Mol, tijdens de uitbating van de BKO Mol.

 

§ 3. Voor de verzekering van de respectievelijke inboedels en uitrusting dient elke partij de nodige inboedelverzekering te voorzien.

 

§ 4. Attesten van keuringen en verzekeringen worden onderling uitgewisseld op de daartoe verplichte tijdstippen.

 

Artikel 7 – Veiligheid en keuringen

§ 1. De school en de gemeente waarborgen samen dat het Gebouw in gedeeld gebruik voldoet aan alle geldende veiligheidsnormen.

 

§2. Alle wettelijke keuringsattesten (elektriciteit, brandveiligheid, speeltuigen, enz.) worden op geregelde tijdstippen aan de gemeente bezorgd.

De kosten van de keuringen worden deels door de gemeente gedragen volgens de verdeelsleutel bepaald in artikel 5, § 1 en wordt opgenomen in de periodieke doorrekening bepaald in artikel 5, § 7 van deze overeenkomst.

 

Artikel 8 – Aansprakelijkheid en schade

§ 1. Elke partij is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt aan haar eigen roerende goederen, behoudens opzet of grove fout van de andere partij waardoor schade is ontstaan aan deze goederen.

 

§ 2. Schade veroorzaakt aan roerende of onroerende goederen van de school tijdens het gebruik door de BKO Mol wordt onverwijld gemeld aan de school en hersteld, waar nodig vervangen, in onderling overleg.

 

§ 3. Schade veroorzaakt aan roerende of onroerende goederen van de BKO Mol tijdens het gebruik door de school wordt onverwijld gemeld aan de BKO Mol en hersteld, waar nodig vervangen, in onderling overleg.

 

§ 4. Elke partij vrijwaart de andere tegen aanspraken van derden in verband met haar eigen fouten.

 

Artikel 9 – Personeel tewerkgesteld door de partijen

§ 1. Het personeel dat de opvang verzorgt, valt onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de gemeente.

De gemeente draagt zorg voor de volledige arbeidsorganisatie van de buitenschoolse opvang:

        efficiënte inzet van personeel, afgestemd op de bezetting en conform de regelgeving met het oog op kwaliteitsbewaking;

        aanduiden van minimaal één vaste begeleid(st)er zodoende voldoende continuïteit te creëren voor de kinderen en een sterke communicatielijn uit te bouwen tussen BKO Mol en de school;

        opvolgen en opvangen van (tijdelijke) afwezigheden;

        opvolgen en bijsturen van arbeidstijden;

       

Het geven van instructies, het maken van werkafspraken, het evalueren en het eventueel nemen

van disciplinaire maatregelen, behoren tot de uitsluitende bevoegdheid van BKO Mol.

Met verwijzing naar artikel 4, § 2 mag de school de poetsmedewerkers en ander onderhoudspersoneel ter beschikking gesteld door de gemeente de nodige richtlijnen geven voor de uitvoering van hun werkzaamheden.

 

§ 2. De school behoudt haar bevoegdheden inzake eigen personeel volledig.

 

§ 3. De school richt eventuele bemerkingen met betrekking tot het opvangpersoneel en de werking van de opvang aan de teamcoach van BKO Mol.

BKO Mol richt eventuele bemerkingen met betrekking tot schoolpersoneel steeds tot de directie van de school.

De partijen communiceren daarvoor de nodige contactgegevens aan elkaar.

 

Artikel 10 – Principes voor overleg, evaluatie, samenwerking en communicatie

§ 1. Minimaal 2 keer per jaar, neemt BKO Mol het initiatief voor een overleg met de school. Het overleg kan ook tussentijds worden georganiseerd, op vraag van één van de betrokkenen.

Tijdens het overleg komen minstens aan bod:

        Bespreking en evaluatie praktische werking en onderhoud

        Bespreking en evaluatie aanpak ikv bereik kwetsbare gezinnen en/of kinderen met extra zorgbehoeften

        Bespreking en evaluatie samenwerking en communicatie

        Bespreking aankopen onroerende of grotere roerende goederen

Indien op basis van dit overleg en evaluatie de partijen vaststellen dat deze overeenkomst aanpassing behoeft, kunnen de partijen in onderling overleg deze aanpassingen overeenkomen in een addendum te voegen bij deze overeenkomst.

 

§ 2. Gezien de aard van de beoogde samenwerking, verbinden de partijen zich ertoe naar best

vermogen samen te werken aan de succesvolle uitvoering van deze overeenkomst. Hierbij worden volgende principes nagestreefd:

        Snelheid en doeltreffendheid van wederzijdse informatieverstrekking en communicatie

        Regelmatige evaluatie van de uitvoering van de overeenkomst

        Actieve en constructieve deelname aan het overleg

        Maximale benutting eigen mogelijkheden en bevoegdheden

        Goede trouw

        Bereidheid tot het meewerken aan oplossingen in onderling overleg

        Uitwisseling van informatie, binnen het wettelijk toelaatbare kader, waarover elk der partijen dient te beschikken of die nuttig of noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst

§ 3. De school neemt afspraken met betrekking tot het gebruik van de opvang op in haar algemene communicatiekanalen (vb. website, schoolreglement, infobrochure,…).

De school en de leerkrachten ondersteunen een positieve interne en externe communicatie over

BKO Mol en vice versa.

 

Artikel 11 – Belastingen en leegstand

De school staat in voor het correct en tijdig aanvragen van de vrijstelling van onroerende voorheffing, gelet op de aanwending voor onderwijs.

Indien er geen vrijstelling kan worden bekomen van onroerende voorheffing, wordt het bedrag aan onroerende voorheffing door de school en de gemeente gedragen volgens de verdeelsleutel bepaald in artikel 5, § 1.

Een eventuele leegstandsheffing wordt éénmalig betaald door de gemeente Mol.

 

Artikel 12 – Beëindiging

§1. De overeenkomst wordt afgesloten voor bepaalde duur en eindigt automatisch en van rechtswege bij het verstrijken van de duur, zoals hiervoor bepaald in artikel 2.

 

§ 2. De overeenkomst kan evenwel voortijdig worden beëindigd bij:

   - blijvende niet-naleving van de bepalingen van deze overeenkomst door één van de partijen ondanks schriftelijke ingebrekestelling van deze partij, in het bijzonder voor wat de bestemming van het Gebouw in gedeeld gebruik betreft;

   - overmacht die uitvoering onmogelijk maakt.

 

§ 3. In ieder geval eindigt de overeenkomst van rechtswege, zonder opzeg(termijn/vergoeding) of kennisgeving, in geval:

- van ontbinding/vereffening, kennelijk onvermogen en/of faillissement van één van de partijen;

- geheel of gedeeltelijke onteigening van openbaar nut van het Gebouw in gedeeld gebruik, vanaf het ogenblik waarop de onteigenende overheid bezit zal nemen van het Gebouw in gedeeld gebruik.

 

§ 4. Bij beëindiging van de overeenkomst blijven alle wettelijke rechten met betrekking tot eigendom en opstal onaangetast, zie in het bijzonder hetgeen bepaald is in artikel 7 van de Gebruiksovereenkomst en de bijlagen. Zo kan de gemeente geen aanspraak maken op een vergoeding van de door haar opgerichte constructies bij het verstrijken van de looptijd op 31.12.2060. Indien de overeenkomst vroeger wordt beëindigd door toedoen van de school, heeft de gemeente recht op een vergoeding van de door haar opgerichte constructies conform art. 3.188 BW.

 

Artikel 13 – Toepasselijk recht en bevoegde rechtbank

Op deze overeenkomst is uitsluitend het Belgisch recht van toepassing.

Alle betwistingen tussen de partijen over de geldigheid, de interpretatie, de uitvoering en de beëindiging zullen zoveel mogelijk beslecht worden op minnelijke wijze.

Slagen de partijen er niet in een minnelijke oplossing te vinden binnen een termijn van dertig (30) dagen na het begin van de onderhandelingen tussen de partijen, dan is elke partij gerechtigd het geschil voor te leggen aan de bevoegde rechtbanken en hoven van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, afdeling Turnhout. 

 

Artikel 14 – Slotbepalingen

Voor de uitvoering van de overeenkomst zullen alle kennisgevingen gebeuren op de zetel van de partijen, zoals aangeduid in de hoofding van de overeenkomst.

 

Indien enige bepaling van deze overeenkomst nietig blijkt, blijven de overige bepalingen volledig van kracht.

De nietige bepaling wordt vervangen door een bepaling die de oorspronkelijke bedoeling het dichtst benadert.

 

Desgevallend zullen de partijen te goeder trouw onderhandelen om een voor ieder aanvaardbare oplossing te vinden indien zich een situatie voordoet, die niet is voorzien in de overeenkomst.

 

Opgemaakt te Mol, in twee originele exemplaren, op ……………… 2026, waarvan elke partij erkent één ondertekend exemplaar te hebben ontvangen.

 

Namens de gemeente Mol

………………………………………

………………………………………

 

Namens KOM vzw – Basisschool Wezel

………………………………………

………………………………………

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

CULTURELE VERENIGINGEN - ERKENNINGSREGLEMENT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeente Mol wil het sociale weefsel in haar gemeenschap versterken. Daarom erkent ze verenigingen die hier actief aan meewerken. Erkende culturele verenigingen kunnen gebruik maken van gerichte ondersteuningsvormen.

Dit reglement is van toepassing op socio-culturele verenigingen en amateurkunstenverenigingen uit Mol die een erkenning aanvragen.

 

Juridische gronden

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de reglementen.

 

Inspraak en advies

Advies cultuurraad: positief.

 

Bijlage

  1. Verslag cultuurraad 10 maart 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeente Mol wil het sociale weefsel in haar gemeenschap versterken. Daarom erkent ze verenigingen die hier actief aan meewerken. Erkende culturele verenigingen kunnen gebruik maken van gerichte ondersteuningsvormen.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt volgend erkenningsreglement voor socio-culturele verenigingen en verenigingen voor amateurkunsten goed:

 

Artikel 1. Doel reglement

De gemeente Mol wil het levendig sociale weefsel in haar gemeenschap versterken. Daarom erkent ze verenigingen die hier actief aan meewerken. Erkende verenigingen kunnen gebruik maken van gerichte ondersteuningsvormen.

Dit reglement is van toepassing op culturele verenigingen die een erkenning aanvragen in de gemeente Mol.

 

Artikel 2. Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

        Vereniging: een vorm van samenwerking waarbij meerdere particuliere personen een vzw of feitelijke vereniging vormen om activiteiten met belangeloos doel te ontplooien.

        Activiteit: Een activiteit is elke georganiseerde actie of bijeenkomst die door de vereniging wordt opgezet met als doel haar maatschappelijke, culturele, sociale of educatieve werking te realiseren. De activiteit vindt fysiek plaats binnen een vooraf bepaalde tijds- en plaatsbepaling, staat open voor de leden en/of het brede publiek, en wordt aantoonbaar gedragen of uitgevoerd door de vereniging.

        Cultuurvereniging: Een cultuurvereniging is een vereniging voor sociaal cultureel werk, amateurkunsten of erfgoed. Er bestaan twee soorten cultuurverenigingen: socio-culturele verenigingen en verenigingen van amateurkunsten.

        Een socio-culturele vereniging is een organisatie zonder winstoogmerk die via regelmatige activiteiten mensen samenbrengt rond cultuur, vorming, ontspanning en gemeenschapsleven. 

        Een vereniging van amateurkunsten is een organisatie met leden die samen in hun vrije tijd actief kunst beoefenen, waarbij het doel is om creatief bezig te zijn, mensen samen te brengen en kunst te delen.

 

Artikel 3. Voorwaarden voor erkenning

Om voor erkenning in aanmerking te komen, dient de vereniging blijvend te voldoen aan de volgende voorwaarden:

        De vereniging is als feitelijke vereniging georganiseerd of in de vorm van een privaatrechtelijke rechtspersoon, zonder beroeps-, winst- of handelsoogmerk (vzw).

        De vereniging organiseert haar basiswerking op het grondgebied van Mol. Indien de vereniging kan aantonen dat er geen, onvoldoende of niet aangepaste accommodatie aanwezig is op het gemeentelijk grondgebied, dan is deze voorwaarde niet van toepassing maar dient de link met Mol te worden beschreven.

        De vereniging maakt haar missie en aanbod kenbaar.

        De vereniging staat open voor alle inwoners en/of verenigingen van Mol. Hieronder wordt verstaan dat iedereen lid kan worden of deelnemen aan de activiteiten van de vereniging op voorwaarde dat men de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging naleeft.

        De vereniging gebruikt  bij alle communicatie het Nederlands.

        De vereniging organiseert minstens 1 keer per kalender en/of werkjaar een activiteit voor haar leden en/of voor het brede publiek waardoor ze aantoont een actieve vereniging te zijn.

 

Artikel 4. Voordelen van erkenning

Een erkenning als vereniging uit Mol brengt volgende voordelen met zich mee:

        De vereniging kan gebruik maken van de materialen van de gemeentelijke uitleendienst, volgens de daarvoor geldende reglementen.

        De vereniging kan genieten van een verlaagd tarief voor het gebruik van de gemeentelijke infrastructuur, volgens de voorwaarden van het geldende reglement.

        De vereniging wordt in haar werking versterkt via huidige en toekomstige ondersteunende initiatieven vanuit de gemeente zoals vormingen, uitwisselingsmomenten, publicaties om verenigingen kenbaar te maken,…

        De vereniging heeft de mogelijkheid tot het uitreiken van fiscale attesten voor kinderopvang, volgens de voorwaarden in de betreffende regelgeving.

        De vereniging wordt automatisch lid van het cultuurforum.

        De vereniging kan een aanvraag tot subsidiëring indienen in overeenstemming met de geldende gemeentelijke reglementen.

 

Artikel 5. Procedure erkenningsaanvraag

De vereniging dient op eigen initiatief een aanvraag tot erkenning in. Een erkenningsaanvraag kan op elk moment gebeuren.

Verenigingen kunnen hierbij, op vraag, door de bevoegde administratie ondersteund worden.

 

Proces aanvraag:

        De vereniging dient een erkenningsaanvraag in via het online aanvraagformulier op de gemeentelijke website of via een papieren aanvraagformulier beschikbaar bij de gemeentelijke administratie.

        De vereniging ontvangt na indiening een bevestiging van de aanvraag.

        De gemeentelijke administratie staat in voor de controle op de ingediende documenten van de aanvraag. Bij een onvolledig dossier wordt dit aan de vereniging gemeld zodat de bijkomende stukken kunnen worden ingediend. De vereniging heeft in dit geval 1 maand vanaf melding de tijd om zich in regel te stellen.

        De gemeentelijke administratie legt de erkenningsaanvraag en bijhorende documenten voor aan de cultuurraad voor advies.

        Elke volledige aanvraag tot erkenning en bijhorende advisering door de cultuurraad wordt ter beslissing voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.

        Het college van burgemeester en schepenen beslist over de erkenningsaanvraag.

        De erkenning treedt in werking de dag na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

 

De vereniging heeft de plicht om eventuele wijzigingen met betrekking tot de erkenningsvoorwaarden (zie artikel 3) binnen de 3 maanden te melden aan de bevoegde gemeentelijke administratie.

 

Artikel 6. Duur

Een erkenning geldt voor de volledige legislatuur. De eerstvolgende periode loopt tot 31 december 2031. Verenigingen worden op het einde van de legislatuur gecontacteerd vanuit de bevoegde administratie om een vernieuwing van de erkenning aan te vragen.

 

Artikel 7. Betwisting dossiers

Een vereniging kan eenmaal per jaar tegen een weigering van erkenning in beroep gaan bij het college van burgemeester en schepenen, dat binnen een termijn van 1 maand de beslissing heroverweegt.

De vereniging dient dit schriftelijk te doen.

 

Artikel 8. Controle erkenning

Jaarlijks zal er aan de erkende verenigingen gevraagd worden of zij nog steeds voldoen aan  de erkenningsvoorwaarden. Daarnaast wordt een verplichte bevestiging en/of aanpassing van de contactgegevens gevraagd.

Het staat de gemeente Mol vrij om de werking van een erkende vereniging tussentijds te controleren door het opvragen van documenten om na te gaan of ze nog steeds voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.

De vereniging heeft in dit geval 1 maand de tijd om, na vraagstelling, de documenten aan te leveren.

 

Artikel 9. Intrekken van erkenning

De erkenning vervalt wanneer een vereniging:

        Niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden;

        De procedures niet correct naleeft;

        Bewust foutieve gegevens bezorgt;

        1 jaar geen actieve werking meer ontplooit;

        Uitdrukkelijk haar activiteiten stopzet;

        Niet handelt conform de wettelijke en reglementaire verplichtingen die op haar en/of haar activiteiten van toepassing zijn.

        Geen gevolg geeft aan een oproep tot indienen van bijkomende informatie.

 

De gemeentelijke administratie brengt het bestuur van de vereniging op de hoogte van de beslissing van het college  van burgemeester en schepenen ter zake.

De erkenning vervalt de dag na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 10. Bevoegdheid

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement en  wordt ertoe gemachtigd in alle onvoorziene gevallen de nodige beslissingen te nemen.

Alle gevallen die niet in dit reglement voorzien zijn, worden geregeld door het college van  burgemeester en schepenen na advies van de cultuurraad en de gemeentelijke administratie.

 

Artikel 11. Ingang reglement

Met ingang van 22 juni 2026 verloopt de erkenning van cultuurverenigingen uit Mol volgens  de criteria en de procedure, bepaald in dit reglement. De eerdere erkenningsprocedures voor cultuurverenigingen worden door dit reglement opgeheven. Alle verenigingen dienen de in artikel 5 gestipuleerde aanvraagprocedure tot erkenning te doorlopen voor 15 januari 2027. De gemeentelijke administratie zal hiertoe de verenigingen tijdig aanschrijven om de nodige stappen te ondernemen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

INTERGEMEENTELIJKE PROJECTVERENIGING STUIFZAND - JAARVERSLAGEN EN JAARREKENING 2025 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

 

De intergemeentelijke projectvereniging Stuifzand bestaat uit drie deelwerkingen erfgoed, bibliotheken en cultuur. De gemeenten Balen, Dessel, Geel, Laakdal, Meerhout, Mol en Retie maken deel uit van deze projectvereniging.

 

Zoals bepaald in de statuten worden het jaarverslagen en de jaarrekening 2025 van de projectvereniging ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraden. Elke deelwerking valt onder een ander decreet waardoor er voor elke deelwerking een apart jaarverslag is.

 

Het bestuursorgaan van de projectvereniging Stuifzand keurde de jaarverslagen en de rekening goed op 25 maart 2026.

 

Juridische gronden

Artikel 12 van de Statuten van de projectvereniging Stuifzand

Artikel 389 van het Decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

  1. 2025_Stuifzand_CUL_Jaarverslag2025_inhoudelijk
  2. 2025_Stuifzand_IOED_jaarverslag2025_inhoudelijk
  3. 2025_Stuifzand_EGC_Jaarverslag2025_inhoudelijk
  4. 2025_Stuifzand_Financieeljaarverslag_Revisor
  5. 2025_Stuifzand_Balans_Resultatenrekening
  6. TerInfo_2025_Stuifzand_Financiën_jaarverslag_toelichting
  7. TerInfo_Stuifzand_CUL_jaarverslag2025_hoogtepunten
  8. TerInfo_Stuifzand_IOED_jaarverslag2025_hoogtepunten
  9. TerInfo_Stuifzand_EGC_Jaarverslag2025_hoogtepunten

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de jaarverslagen en de jaarrekening 2025 van de projectvereniging Stuifzand goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

LOKAAL ACTIVERINGSPACT 2 (LAP2) - INHOUDELIJK EN FINANCIEEL EINDVERSLAG - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De oproep ‘Lokaal Activeringspact 2’ heeft tot doel om lokale besturen die extra inspanningen leveren om (equivalent) leefloongerechtigden te activeren, financieel een ondersteuning en stimulans te bieden. De oproep beoogt een hogere uitstroom naar werk van (equivalent) leefloongerechtigden op Vlaams niveau.

 

Er is een rechtstreeks verband tussen het opgevraagde bedrag en het uitstroomengagement dat het lokaal bestuur aangaat boven het Vlaamse gemiddelde. Het Vlaamse gemiddelde van duurzame uitstroom is door de VDAB op 20% gezet. Per bijkomende uitstroom van een leefloongerechtigde of equivalent leefloongerechtigde kan het lokaal bestuur 1.000 euro opvragen. De subsidie is pro rato het resultaat (duurzaam tewerkgestelde leefloongerechtigden) en gelinkt aan de bewezen en aanvaarde kosten voor de vermelde acties.

 

Vanuit de OCMW’s van Balen, Dessel, Mol en Retie willen we ons extra inzetten om de uitstroom naar werk van leefloongerechtigden (of hun equivalent) in de regio Baldemore te bevorderen.

Om aanspraak te kunnen maken op het maximale budget van 92.102,89 euro engageerden we ons om in de periode van 1 december 2024 tot en met 30 april 2026 binnen het meest gunstige scenario 179 mensen duurzaam aan het werk te krijgen tegen het einde van de oproep.

 

We behaalden de vooropgestelde uitstroom ruimschoots: regionaal stroomden 270 (equivalent) leefloongerechtigden uit naar werk.

 

Juridische gronden

art 40 & 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1. Eindrapportering

2. Ingediende begroting

3. Actieplan lokaal activeringspact

 

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

We behaalden de vooropgestelde uitstroom ruimschoots: regionaal stroomden 270 (equivalent) leefloongerechtigden uit naar werk.

 

De subsidiegever vraagt om een goedkeuring van het eindverslag door de gemeenteraad om de subsidie te kunnen uitbetalen.

 

Financiële weerslag

Actie

5/6/2 Lokaal Activeringspact

Registratiesleutel

74069982/055000

Bedrag

€ 92.102,89

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het inhoudelijk en financieel eindverslag goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

STRATEGISCH VEILIGHEIDS- EN PREVENTIEPLAN - VERLENGING - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeente Mol heeft een overeenkomst met FOD Binnenlandse Zaken betreffende het Strategisch Veiligheids- en Preventieplan (SVPP). Het vorige plan werd door de gemeenteraad in zitting van 27 maart 2023 goedgekeurd voor de periode 2023 - 2024.  Later werd door de gemeenteraad in zitting van 24 februari 2025 een verlenging goedgekeurd voor het jaar 2025.

De Ministerraad nam op 5 december 2025 de beslissing om het SVPP nog eens te verlengen met één jaar, tot en met 31 december 2026 (KB van 17 december 2025). De praktische modaliteiten van de verlenging van het SVPP werden verduidelijkt in het Ministerieel Besluit van 30 april 2026.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

Koninklijk besluit van 24 juli 2021 tot wijziging van het Koninklijk besluit van 3 juli 2019 betreffende de verlenging 2020 van de strategische veiligheids-en preventieplannen 2018-2019, gewijzigd bij Koninklijk besluit van 24 december 2020.

Ministerieel besluit tot bepaling van de indienings-, opvolgings- en evaluatievoorwaarden en tot bepaling van de toekennings-, aanwendings- en controlevoorwaarden van de financiële toelage van de strategische veiligheids- en preventieplannen en de dispositieven gemeenschapswachten 2025.

 

Bijlage

1. Ministerieel Besluit SVPP 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Met de middelen die de federale overheid in het kader van deze overeenkomst ter beschikking stelt, kan de continuïteit van de huidige drughulpverlener worden verzekerd.

 

Er wordt voorgesteld om geen wijziging aan te brengen aan het plan voor het jaar 2026 en de doelstellingen en indicatoren zoals opgenomen in het plan voor het jaar 2025 te verlengen tot en met 31 december 2026.

 

Financiële weerslag

 

Actie

5.6.1

Registratiesleutel

74069999/090900

Bedrag

€ 32.441,38

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad geeft goedkeuring om het Strategisch Veiligheids- en Preventieplan ongewijzigd te verlengen voor de periode 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG - AANPASSING HUISHOUDELIJK REGLEMENT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In het huishoudelijk reglement van de buitenschoolse kinderopvang van gemeente Mol zijn enkele aanpassingen aangebracht.

 

 Onderstaande informatie werden toegevoegd aan het huishoudelijk reglement.

 

        Ondersteunende functies:

De buitenschoolse kinderopvang wordt op pedagogisch vlak en binnen het zorgbeleid ondersteund door de pedagogische coaches. Voor administratieve en logistieke ondersteuning kan de buitenschoolse kinderopvang rekenen op de financieel en administratief coördinator, administratief medewerkers, logistiek ondersteuners en zorgbegeleiders.

 

        Kort toezicht op school:
Ouders die zeer kort opvang nodig hebben, kunnen hun kinderen op gerichte momenten online inschrijven voor ‘kort schooltoezicht’. De begin- en einduren worden per school vastgelegd, afhankelijk van het capaciteitstekort in de kinderclub. Deze werking was nog niet opgenomen in het Huishoudelijk Reglement.

 

        Onvoldoende betrokkenheid ouders:

De buitenschoolse opvang verwacht een respectvolle communicatie en actieve samenwerking met ouders. Wanneer afspraken niet worden nageleefd of de betrokkenheid onvoldoende is, wordt dit eerst besproken en opgevolgd via overleg en herhaalde contactpogingen. Indien er geen verbetering optreedt, kan een hoorzitting worden georganiseerd met de bevoegde schepen of burgemeester en het afdelingshoofd van de kinderopvang, waarbij mogelijke maatregelen zoals tijdelijke opschorting van opvang of inschrijvingen worden besproken en toegepast indien nodig. Alle stappen worden zorgvuldig gedocumenteerd en de samenwerking kan opnieuw worden opgestart zodra er bereidheid tot overleg en naleving van afspraken is.

 

        Verplaatsingen:

Kinderen worden door de kinderclub veilig begeleid van en naar school (te voet, met de bus of het busje op woensdag), terwijl ouders zelf instaan voor brengen en ophalen aan de kinderclub. Fietsverplaatsingen zijn niet toegestaan. Tijdens vakanties worden uitstappen georganiseerd en ouders worden via i-Active geïnformeerd.

 

        Afspraken rond inschatting veiligheid kinderen:

Bij twijfel over de veiligheid of het welzijn van een kind bij afhaling, zoekt de begeleiding samen met de afhaalpersoon naar een alternatief. Indien de veiligheid niet kan worden gegarandeerd, kan beslist worden het kind niet mee te geven en, indien nodig, de politie in te schakelen.

 

        Huiswerk in de opvang:

Laptopgebruik is tijdens de opvang toegestaan tussen 17.00 en 17.30 uur en gebeurt op eigen verantwoordelijkheid van het kind. De opvang is niet aansprakelijk voor schade of verlies. Huiswerkmomenten kunnen per kinderclub anders worden georganiseerd, afhankelijk van de groepssituatie.

 

        Nieuwe kinderclubs:

Door de decentralisatie en de bouw van een nieuwe kinderclub openen we in september vijf nieuwe kinderclubs. Zo start er voorschoolse kinderopvang in vrije lagere school Rozenberg en basisschool De Spoorzoeker/Groeidenker. Daarnaast openen er zowel voor- als naschoolse opvanglocaties in basisschool GO! Het Egeltje (Het Stekelbos) en vrije basisschool De Toren (De Regenboog). In Wezel opent een nieuwe kinderclub naast het schoolgebouw.

 

        Inschrijving en zorgbegeleiding:
Ouders schrijven hun kinderen in via het aanmeldformulier op de website van de gemeente Mol. Bij specifieke zorgbehoeften wordt de opvangvraag geëvalueerd om na te gaan of de nodige ondersteuning en medische veiligheid kunnen worden gegarandeerd. Indien nodig kunnen oefenmomenten worden georganiseerd en kan de opvang tijdelijk of definitief worden stopgezet na overleg met de ouders.

 

        Pedagogisch beleid:
Onze buitenschoolse opvang biedt een veilige, warme en voorspelbare omgeving waarin elk kind zich op zijn eigen tempo kan ontwikkelen. We werken volgens de principes van afgestemd opvoeden, met aandacht voor zelfstandigheid, sociale vaardigheden, emotioneel welzijn en respect voor elkaar. Kinderen krijgen ruimte om te spelen, te ontspannen en zichzelf te zijn. Samenwerking en open communicatie met ouders staan hierbij centraal.

 

        Ouderparticipatie en samenwerking:
Twee keer per jaar vindt er een lokaal samenwerkingsverband plaats rond de beleidsmatige werking van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA). Hierbij overleggen de kinderopvang en vrijetijdspartners, zoals sport-, jeugd- en cultuurorganisaties, over de werking, afstemming en samenwerkingen.

 

        Voorwaarden afhaalpersoon:

De minimumleeftijd van de afhaalpersoon wordt verlaagd van 16 jaar naar het kalenderjaar waarin het kind 14 jaar wordt. Ouders/voogden blijven zelf verantwoordelijk voor de inschatting of het kind deze taak en bijhorende verantwoordelijkheid kan opnemen.

 

        Doorschuiven van de reservelijst:

Kinderen die op de reservelijst staan kunnen voor de naschoolse kinderopvang en woensdagnamiddag doorgeschoven worden tot 6 uur de dag zelf.

 

        Ouderbijdragen:

De ouderbijdragen zijn raadpleegbaar op de website van de gemeente Mol in het retributiereglement “Retributie voor gemeentelijke kinderopvangplaatsen: 2026-2031

 

        Boetes en jokers:

Er wordt ook een boete aangerekend wanneer een kind na het einduur van het kort schooltoezicht wordt opgehaald.

 

        Ziekte of ongeval kind:

De buitenschoolse kinderopvang van de gemeente Mol is verzekerd voor burgerlijke aansprakelijkheid van medewerkers en voor lichamelijke ongevallen van kinderen tijdens de opvang. Ongevallen moeten binnen 24 uur gemeld worden aan een verantwoordelijke. De polissen zijn opvraagbaar bij de verantwoordelijke. Kosten van de hulpdiensten (zoals een ambulance) zijn steeds ten laste van de ouders.

 

        Medicatie:

Medicatie moet in de originele verpakking met apothekerssticker worden meegegeven aan de kinderbegeleider. Tabletten worden niet gedeeld; de apotheek levert de juiste dosis aan. Voor enkele vrijgestelde producten volstaat een apotheeksticker zonder doktersvoorschrift, binnen de aangegeven gebruiksduur. Daarnaast wordt steeds samen met de kinderbegeleider een ondertekend medicatieattest ingevuld met alle toedieningsinformatie.

 

        Agressiebeleid – tijdelijke schorsing:

Een kind kan na drie herhaalde agressie-incidenten, of na een ernstig agressie-incident tijdelijk geschorst worden in afwachting van een gesprek met de ouders. Indien de afspraken en het actieplan nadien niet worden nageleefd, worden de ouders via aangetekende brief uitgenodigd voor een officiële hoorzitting. In de aangetekende zending worden de mogelijke maatregelen tot tijdelijke schorsing meegedeeld. In afwachting van deze hoorzitting kan het kind opnieuw tijdelijk geschorst worden omwille van de veiligheid. Bij een nieuw incident binnen twee maanden na het oudergesprek volgt opnieuw een schorsing.

 

        Ouderbijdragen:

Vanaf september 2026 wijzigen de ouderbijdragen. Per opvangmoment wordt een aanwezigheidsbijdrage aangerekend, bestaande uit een halfuurtarief en een vast forfait per opvangmoment.

 

        Agentschap Opgroeien en Kind en Gezin:

Met ingang van 1 september 2026 wordt de verantwoordelijkheid voor de organisatie en het                              toezicht op kinderopvanginitiatieven sterker verankerd op lokaal niveau, conform de geldende                                           regelgeving. In dit kader worden de verwijzingen naar de bevoegdheid van Kind en Gezin en het                             Agentschap Opgroeien in het huishoudelijk reglement geschrapt, aangezien deze niet langer                                           correct zijn.

 

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

 

Bijlagen

1) HUISHOUDELIJK REGLEMENT BKO MOL_2026 - 2031 met wijzigingen

2) HUISHOUDELIJK REGLEMENT BKO MOL_2026 - 2031

 

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het huishoudelijk reglement van de buitenschoolse kinderopvang zijn enkele aanpassingen aangebracht. Deze herzieningen hebben als doel bestaande afspraken en procedures te verduidelijken, informatie over reserveringen, veiligheid en regelgeving te actualiseren en details rond communicatie en verantwoordelijkheden van ouders en organisatie te verfijnen. De informatie maakte reeds deel uit van het huishoudelijk reglement en de interne werking, maar werd verder gespecificeerd om ouders duidelijker te informeren. Daarnaast zijn er ook nieuwe afspraken toegevoegd om de werking verder te optimaliseren en te versterken.

 

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het aangepaste huishoudelijke reglement Buitenschoolse Kinderopvang Mol goed:

 

1. ALGEMENE INFORMATIE

 

1.1  Organisator:

 

Gemeente Mol is de organisator van de buitenschoolse kinderopvang.

Rechtsvorm: Gemeentebestuur Mol

Ondernemingsnummer: 0207503388

 

Adres:  

Molenhoekstraat 2, 2400 Mol

Telefoon: 

014 27 24 06

E-mail:  

bkomol@gemeentemol.be

Website: 

www.gemeentemol.be 

 

1.2   Kinderopvanglocaties en verantwoordelijken: 

1.2.1  Verantwoordelijke:

 

Dienst buitenschoolse kinderopvang is verantwoordelijk voor de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang.

 

Adres:  

Jakob Smitslaan 24, 2400 Mol

Telefoon: 

014 27 24 06

E-mail:  

bkomol@gemeentemol.be

Website: 

www.gemeentemol.be/voor-en-naschoolse-kinderopvang 

 

 

Deze personen leiden de kinderopvang: 

 

        Laurens Moubax, algemeen directeur

Telefoon: 014 27 24 00

E-mail: communicatie@gemeentemol.be

 

        Tine Vreys, afdelingshoofd Kinderopvang en Huis van het Kind

Telefoon: 014 27 24 06

E-mail: bkomol@gemeentemol.be

 

        Dirk Goris, Beleidsondersteuner Kinderopvang en Huis van het Kind

Telefoon: 014 27 24 06

E-mail: bkomol@gemeentemol.be

 

        Teamcoaches Buitenschoolse Kinderopvang:

Lena Mol, Valerie Vermeerbergen, 

Telefoon: 014 27 24 06

E-mail: bkomol@gemeentemol.be 

 

Ondersteunende functies

 

De buitenschoolse kinderopvang wordt op het vlak van pedagogisch beleid en zorgbeleid ondersteund door

 

        Pedagogische coaches Buitenschoolse Kinderopvang
Katleen Roosen,
Telefoon: 014 27 24 06
E-mail: bkomol@gemeentemol.be
 

        Zorgbegeleiders
Ummehan Arikan, Sofie Vanheel, Sara Dierckx
Telefoon: 014 27 24 06
E-mail: bkomol@gemeentemol.be

 

De buitenschoolse kinderopvang wordt op administratief en logistiek vlak ondersteund door

        Silke Vangenechten, Financieel en administratief coördinator

Telefoon: 014 27 24 06

E-mail: bkomol@gemeentemol.be
 

        Administratief medewerkers
Sanne Nuyts, Sharissa Vermierdt
 

        Logistieke ondersteuners
Ine Segers, Sandra Daems en Stefanie Broeckx

 

Kinderopvanglocaties:

 

Er is kinderopvang in 14 locaties. De contactgegevens van de kinderclubs kan je hieronder vinden.

 

Regio Centrum

 

Kinderclub Krekeltje:

Centrale kinderclub

Don Boscostraat 37A,

2400 Mol

014 82 11 98

 

Kinderclub Pardoes:

Sluis 157, 2400 Mol

0476 68 24 10

 

Kinderclub Bieke:

Toemaathoek 1 bus

1, 2400 Mol

0476 99 68 91

 

Kinderclub Rijpad:

Rijpad 43, 2400 Mol

 

 

 

Naschoolse opvang

Voor leerlingen van: 

 

GO! ‘De Spoorzoeker’

VBS ‘Rozenberg’

VKS ‘De Tovertuin’:

‘Rozenberg’ en ‘Rijpad’ en ‘Singellaan’

VBS ‘St.-Jan

Berchmanscollege’

GO! ‘Groeidenker’

Gemeentelijke

buitengewoon onderwijs

‘Saigo ‘Sterrenbos’

 

Op woensdagnamiddag:

GO! ‘De Spoorzoeker’

VBS ‘Rozenberg’

VKS ‘De Tovertuin’:

‘Rozenberg’ en ‘Rijpad’ en ‘Singellaan’

VBS ‘St.-Jan

Berchmanscollege’

GO! ‘Groeidenker’

Gemeentelijke

buitengewoon onderwijs

‘Saigo ‘Sterrenbos’

 

Tijdens vakanties:

GO! ‘De Spoorzoeker’

GO! ‘Groeidenker’

VBS ‘Rozenberg’

VKS ‘De Tovertuin’:

‘Rozenberg’ en ‘Rijpad’ en ‘Singellaan’

VBS ‘St.-Jan

Berchmanscollege’

Gemeentelijke

buitengewoon onderwijs

‘Saigo ‘Sterrenbos’

VBS ‘Stapsteen’
GBS ‘Klimop’

Voor leerlingen van:

 

VBS ‘Stapsteen’

VKS ‘De Tovertuin’ ‘Singellaan’, 

Gemeentelijke

buitengewoon onderwijs

‘Saigo ‘Sterrenbos’

 

 

Op woensdagnamiddag:

VBS ‘Stapsteen’
GBS ‘Klimop’

 

Voor leerlingen van:

 

GBS ‘Klimop’

Voorschoolse opvang

Voor leerlingen van:

 

Tovertuin Rijpad 

 VBS ‘St.-Jan

Berchmanscollege’

Kinderopvang in vrije lagere school Rozenberg:

Molenstraat 17, 2400 Mol

Telefoonnummer

 

 

 

Kinderopvang in GO! Basisschool De Spoorzoeker/ Groeidenker:

Guido Gezellestraat 10, 2400 Mol

Telefoonnummer

 

 

 

 

Enkel voorschoolse opvang

VBS ‘Rozenberg’

VKS ‘De Tovertuin: Rozenberg’

Enkel voorschoolse opvang

GO! ‘Groeidenker’

GO! ‘De Spoorzoeker’

 

 

 

 

Regio Oost

 

Kinderclub Loewie:

Centrale kinderclub

Gemeenteheistraat 1B,

2400 Mol

0470 81 07 63

 

Kinderclub Mowgli

O.L.-Vrouwstraat 86,

2400 Mol

0473 66 16 51

 

Kinderclub Timon

Keiheuvelstraat 7/A, 2400 Mol

0476 99 69 87

 

Kinderclub Maya

Greesstraat 1, 2400

Mol

Voor leerlingen van:

GBS ‘De Zandloper’

 

Op woensdagnamiddag:

GBS ‘De Zandloper’

GBS ‘Alles Kids’

Schooltje van de Hei’ 

 

Tijdens vakanties
GBS ‘De Zandloper’

GBS ‘Alles Kids’

Schooltje van de Hei’ 

VBS Wezel

‘Keiheuvelstraat’ en

‘Sportlaan’

 

Voor leerlingen van:

 

GBS ‘Alles Kids’

Voor leerlingen van:

 

VBS Wezel

‘Keiheuvelstraat’ en

‘Sportlaan’

 

Op woensdagnamiddag
VBS Wezel

‘Keiheuvelstraat’ en

‘Sportlaan’

 

Voor leerlingen van:

 

‘Schooltje van de Hei’ 

 

Regio West

 

 

Kinderopvang Het Stekelbos

Beukenbosstraat 24, 2400 Mol

Telefoonnummer

 

Kinderclub Robbedoes

St.-Odradastraat 10, 2400 Mol

0474 75 18 13

 

Kinderclub Baloe:

St.-Willebrordusstraat 14 2400 Mol

0476 99 76 46

 

 

Kinderopvang De Regenboog

Jozef Calasanzstraat 2A, 2400 Mol

Telefoonnummer

 

Voor leerlingen van:

 

GO! ‘Het Egeltje’

Voor leerlingen van:

 

VBS ‘Millekemol’

 

Op woensdagnamiddag en tijdens vakanties:

GO! ‘Het Egeltje’

VBS ‘Millekemol

GBS ‘Mozawiek’’
VBS ‘De Toren’

 

Voor leerlingen van:

 

GBS ‘Mozawiek’

 

Voor leerlingen van:

 

VBS ‘De Toren’

 

 

1.2.3  Openingsuren:

 

Dienst buitenschoolse kinderopvang 

Je kan de dienst buitenschoolse kinderopvang telefoneren op deze dagen:

014 27 24 06

 

Maandag van 9 tot 12 uur & van 13.30 tot 16 uur

Dinsdag van 9 tot 12 uur & van 13.30 tot 16 uur

Woensdag van 9 tot 12 uur & van 13.30 tot 16 uur Donderdag van 9 tot 12 uur & van 13.30 tot 16 uur

Vrijdag van 9 tot 12 uur

 

De kinderclubs

 

De kinderclubs zijn op schooldagen open van 7 uur tot aanvang schooltijd en van einde schooltijd tot 18.30 uur.

 

Op woensdagnamiddag is de buitenschoolse kinderopvang open van einde schooltijd tot 18.30 uur. Tijdens vakantiedagen en schoolvrije dagen is de buitenschoolse kinderopvang open van 7 tot 18.30 uur. Ouders kunnen tijdens deze openingsuren alle uurcombinaties aanvragen.

 

Elk jaar ten laatste in maart krijg je een bericht via i-Active over de dagen dat de kinderopvang sluit. Een eerste sluitingsdag valt ten vroegste 1 maand nadat je deze mail kreeg. 

Je vindt ook een overzicht van sluitingsdagen en vakantie op de website www.gemeentemol.be/sluitingsdagen en in de kinderclubs aan de muur in de inkomhal.               

 

Vaste sluitingsmomenten:

        Nieuwjaarsdag 

        Pedagogische studiedag (tweede vrijdag van maart)

        Paasmaandag 

        Dag van de arbeid (1 mei)

        Onze Heer Hemelvaart

        Brugdag Onze Heer Hemelvaart

        Pinkstermaandag

        Gemeentelijke sportdag (geen avondopvang)

        Laatste schooldag voor de grote vakantie

        Vlaamse feestdag (11 juli)

        Nationale feestdag (21 juli)

        Laatste week van juli 

        O.L.V. Hemelvaart (15 augustus)

        Laatste vakantiedag van de grote vakantie

        Dag van de begeleiding (3de vrijdag van september)

        Allerheiligen (1 november)

        Allerzielen (2 november)

        Wapenstilstand (11 november)

                                Week tussen Kerst en nieuwjaar

 

De dienst buitenschoolse kinderopvang maakt jaarlijks, ten laatste in maart, de periode van de collectieve sluiting tijdens de zomervakantie bekend via een schriftelijke mededeling.

Eventuele bijkomende sluitingsdagen worden minstens één maand vooraf meegedeeld. Alle sluitingsdagen kunnen online worden geraadpleegd.

 

 

1.3  Samenwerking met scholen: 

 

Er is een samenwerkingsverband met alle scholen op het Mols grondgebied met uitzondering van het Europees onderwijs. De contactgegevens van de scholen zijn te raadplegen via www.gemeentemol.be/kleuter-en-lagere-scholen.

 

 

Kort toezicht op school:

 

Ouders die zeer kort opvang nodig hebben, kunnen hun kinderen op gerichte momenten online inschrijven voor ‘kort schooltoezicht’. De begin- en einduren worden per school vastgelegd, afhankelijk van het capaciteitstekort in de kinderclub. Voorschools start het kort schooltoezicht om 8 uur, naschools wordt het einde per school vastgelegd. Dit ligt uiterlijk op 17 uur.

 

In welke scholen en op welke dagen er voor- en/of naschools schooltoezicht wordt georganiseerd, hangt volledig af van de piekmomenten in de bijhorende kinderclub. Deze variëren, zo blijkt uit de cijfers, doorheen het schooljaar.

 

Alle scholen stappen mee in het systeem. Dit betekent niet dat er meteen overal kort schooltoezicht komt. Als er geen capaciteitsprobleem in de kinderclub bestaat, hoeft het schooltoezicht niet.

Tijdens dit schooltoezicht zorgen vrijwillige leerkrachten of externe vrijwilligers binnen de schoolmuren voor het toezicht op de kinderen.

 

 

2  HET BELEID

 

2.1  De aangeboden kinderopvang: 

 

Buitenschoolse kinderopvang Mol wil alle kinderen opvangen en discrimineert niemand op basis van cultuur, afkomst, nationaliteit, geslacht, geloof of levensovertuiging.

 

Buitenschoolse kinderopvang Mol organiseert opvang voor schoolgaande kinderen tot einde lagere school, van kinderen die schoollopen, wonen of waarvan de ouders werken in Mol. Kinderen die nog niet schoolgaand zijn, kunnen vanaf 3 jaar gebruik maken van het aanbod. Kinderen kunnen opgevangen worden tot maximum 14 jaar, indien zij nog in het basisonderwijs zitten.


Ouders schrijven hun kind(eren) in via het aanmeldformulier op de website van de gemeente Mol. Wanneer een kind specifieke zorgbehoeften heeft, dient de ouder deze duidelijk te vermelden in het formulier. De zorgbegeleiding analyseert vervolgens de opvangvraag. Als blijkt dat de noodzakelijke aanpassingen de draagkracht van het team overschrijden of dat de medische veiligheid van het kind niet kan worden gegarandeerd, kan worden beslist om de opvang niet op te starten.

 

De buitenschoolse kinderopvang kan oefenmomenten inplannen om na te gaan of de draagkracht van het team en de medische veiligheid van het kind kunnen worden gegarandeerd. Als tijdens deze momenten blijkt dat de noodzakelijke aanpassingen de draagkracht van het team overschrijden of dat de medische veiligheid niet kan worden gewaarborgd, kan worden beslist dat het kind niet kan worden ingeschreven voor de opvang. De oefenmomenten worden georganiseerd in onderling overleg tussen de buitenschoolse kinderopvang en de ouders.

 

Wanneer een kind wordt ingeschreven in de buitenschoolse kinderopvang, wordt de opvangvraag regelmatig geëvalueerd. Als tijdens de opvang blijkt dat de zorg- of ondersteuningsnoden groter zijn dan vooraf ingeschat, kan dit de draagkracht van het team of de medische veiligheid van het kind in het gedrang brengen. In dat geval kan worden beslist om het kind tijdelijk te schorsen of, indien de situatie dit vereist, de opvang definitief stop te zetten. Deze beslissing wordt steeds genomen na overleg met de ouders en met aandacht voor een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen.

 

2.1.1  Het pedagogisch beleid:

 

Het pedagogisch beleid wordt aangestuurd door pedagogisch coach en zorgteam.

 

We vertrekken vanuit een positieve kijk op elk kind. We geloven dat kinderen van nature goed zijn en dat hoe we naar hen kijken, bepalend is voor hoe we met hen omgaan. We hechten veel belang aan verbinding, ontspanning en voorspelbaarheid. Dit betekent dat we kinderen begroeten, oprechte aandacht geven, samen spelen en duidelijke grenzen stellen. We zorgen voor een rustige en duidelijke omgeving, houden rekening met prikkels en overgangen, en bieden kinderen ruimte om op hun eigen manier tot rust te komen. Emoties mogen er zijn, en we reageren met begrip en geduld. Zo creëren we een warme, veilige plek waarin elk kind zich gezien en gerespecteerd voelt.

 

Met buitenschoolse kinderopvang dragen wij bij aan een kindvriendelijk Mol, waarin kinderen een centrale rol spelen. Onze buitenschoolse opvang werkt volgens de principes van afgestemd opvoeden, waarbij we aandacht hebben voor de unieke behoeften en talenten van elk kind. We creëren een veilige, warme omgeving waarin kinderen zich vrij kunnen ontwikkelen en spelen.

 

Kinderen zijn actieve deelnemers aan hun eigen groeiproces. We bieden hun de ruimte om zelfstandig keuzes te maken en stimuleren sociale interactie en samenwerking. Respect voor elkaar en de omgeving staat hierbij centraal, waarbij we kinderen aanmoedigen om elkaar te respecteren, ongeacht verschillen in leeftijd, achtergrond of behoeften. We streven ernaar om toegankelijk te zijn voor alle kinderen, binnen de mogelijkheden van onze werking.

 

Een voorspelbare omgeving met heldere afspraken en grenzen geeft kinderen de zekerheid die zij nodig hebben om zich veilig te voelen. Dit bevordert hun zelfvertrouwen en geeft hun de ruimte om te groeien en te ontdekken. 

We benaderen kinderen met een positieve blik en focussen op wat zij nodig hebben: verbinding, ontspanning, voorspelbaarheid en controle. We houden rekening met de prikkelverwerking van kinderen en bieden verschillende mogelijkheden om tot rust te komen. Zo hebben we bijvoorbeeld rustige hoekjes waar kinderen zich kunnen terugtrekken, en organiseren we activiteiten die hen helpen te ontprikkelen, zoals ontspanningsoefeningen of rustige spelletjes.

 

Ons pedagogisch beleid richt zich op het bevorderen van zelfvertrouwen, sociale vaardigheden en emotioneel welzijn. We bieden een balans tussen georganiseerde activiteiten en vrije speeltijd, zodat kinderen in hun eigen tempo kunnen ontdekken en experimenteren.

 

Samenwerking met ouders is voor ons essentieel. We zien hen als belangrijke partners in de opvoeding en streven naar open communicatie om een harmonieuze speelomgeving te waarborgen. Dit gebeurt onder andere via informele gesprekjes bij het brengen en ophalen van de kinderen, ouderavonden en het gebruik van digitale communicatiemiddelen zoals nieuwsbrieven of ouderportalen.

 

Het welzijn van het kind staat voorop. Dit betekent dat we niet alleen aandacht besteden aan hun emotionele en fysieke gezondheid, maar ook ruimte bieden voor plezier en ontspanning.

 

Vrije tijd

Buitenschoolse kinderopvang behoort tot de vrije tijd van de kinderen. Eigen initiatief van kinderen wordt aangemoedigd. Kinderen kunnen zelf kiezen met wie en met wat ze willen spelen.

Zelfstandigheid en zelfredzaamheid vinden wij belangrijk voor een pedagogisch verantwoorde kinderopvang. Er wordt gewerkt aan een huiselijke sfeer. Dit betekent dat de kinderclub zo gezellig mogelijk wordt ingericht met knusse hoekjes. Tijdens vakantiedagen en op woensdagnamiddag is er een spelaanbod.  We zorgen dat dit gevarieerd is en zich richt naar de verschillende leeftijdsgroepen. Kinderen kunnen er vrij aan deelnemen.

 

Spelen doe je samen

De buitenschoolse kinderopvang is voor de kinderen een sociale ontmoetingsplaats. Het spel is een belangrijk element in de kinderopvang. Zowel vrij spel als geleide activiteiten bevorderen de ontwikkeling in sociaal, emotioneel en lichamelijk opzicht. Samen spelen, conflicten oplossen, verdraagzaam leren zijn, vrienden maken, … kunnen ruimschoots geoefend worden in de kinderclub.  In de voor- en naschoolse opvang spelen kinderen van verschillende leeftijden samen. Zo leren zij rekening houden met elkaar. Tijdens de vakanties is er een aanbod van niet-verplichte activiteiten/workshops. 

 

Er is spelmateriaal aanwezig in de kinderclub zowel voor kleuters als voor de kinderen uit de lagere school. In elke kinderclub krijgen de kinderen de kans om in verschillende speeldomeinen hun spel te vinden en te verdiepen. Buiten ravotten is gezond en zo plezant! In de kinderclub spelen we dan ook zoveel mogelijk buiten! 

 

Doeltreffend, doelmatig 

Kinderopvang is gericht op het bereiken van het gewenste resultaat. Er wordt effectief gewerkt, rekening houdend met de nieuwe inzichten en ontwikkelingen.

 

In de organisatie van de kinderopvang worden kosten afgewogen tegen baten. Er wordt efficiënt en duurzaam gewerkt met de beschikbare tijd, energie, middelen en materialen.

 

Veilig en gezond

Buitenschoolse kinderopvang heeft een kindvriendelijke structuur en biedt een veilige en gezonde omgeving.

 

Wij staan voor een gezonde kinderopvang en hebben aandacht voor het thema “Gezondheid” in al zijn aspecten: voeding, beweging, mentale gezondheid, … .

 

Respect voor iedereen! Iedereen welkom!

Elk kind en zijn gezin wordt op een respectvolle manier behandeld. Er wordt geen onderscheid gemaakt volgens ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging, leeftijd, geslacht, ras, geaardheid, financiële middelen. De menselijke waardigheid staat centraal in de werking.

 

De buitenschoolse kinderopvang wil kinderen opvoeden met respect voor mensen die anders zijn dan henzelf, omwille van huidskleur, religie, taal, beperkingen, ... . In de kinderclub proberen we de kinderen te overtuigen dat iedereen ‘anders’ is en ‘anders’ zijn oké is.  De eigenheid van elk kind wordt gerespecteerd. Elk kind heeft bij ons recht op positieve, individuele aandacht.

 

Regels en structuur

Ook in de vrije tijd is het belangrijk om structuur aan te bieden. Zowel voor- en naschools als tijdens schoolvrije dagen is een dagverloop met vaste eetmomenten, opruimmomenten, afspraken en rituelen voor kinderen noodzakelijk. Zo krijgt de dag, zeker voor de allerkleinsten, een voorspelbaar en veilig karakter.

 

In elke kinderclub zijn er algemene afspraken en regels naar kinderen toe. Indien nodig worden duidelijke en consequente grenzen getrokken en hierover afspraken gemaakt met de kinderen. Agressie en geweld kunnen onder geen enkele voorwaarde in de kinderclub en kunnen leiden tot (tijdelijke) uitsluiting. Ook het niet nakomen van gemaakte afspraken kan leiden tot een (tijdelijke) uitsluiting. 

 

Meer informatie hierover kan je verkrijgen bij de dienst buitenschoolse kinderopvang of de begeleiding.

 

Zorgzame kinderopvang

 

Wanneer een kind wordt aangemeld met grotere zorgnoden, volgt de buitenschoolse kinderopvang steeds dezelfde procedure. Ouders schrijven hun kind in via het aanmeldformulier op de website van de gemeente Mol en vermelden duidelijk welke specifieke zorgbehoeften er zijn. De zorgbegeleiding analyseert vervolgens de opvangvraag. Als blijkt dat de noodzakelijke aanpassingen de draagkracht van het team overschrijden of dat de medische veiligheid van het kind niet kan worden gegarandeerd, kan worden beslist om de opvang niet op te starten.

 

Om dit zorgvuldig te beoordelen, kan de buitenschoolse kinderopvang oefenmomenten organiseren. Tijdens deze momenten wordt nagegaan of de opvang haalbaar is en of de veiligheid van het kind kan worden gewaarborgd. Indien tijdens deze proefperiode blijkt dat de zorgnoden te groot zijn, kan worden beslist dat het kind niet kan worden ingeschreven. Deze oefenmomenten worden steeds in overleg met de ouders ingepland.

 

Wanneer een kind wordt toegelaten tot de opvang, wordt de situatie regelmatig geëvalueerd. Als tijdens de opvang blijkt dat de zorg- of ondersteuningsnoden groter zijn dan vooraf ingeschat, en dit de draagkracht van het team of de veiligheid van het kind in het gedrang brengt, kan worden beslist om het kind tijdelijk te schorsen of, indien nodig, de opvang definitief stop te zetten. Dit gebeurt altijd na overleg met de ouders en met zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen.

 

Voor kinderen met een type 2-attest geldt dat, wanneer hun zorgvraag de draagkracht van de buitenschoolse kinderopvang overschrijdt, de opvang wordt opgenomen door Witte Mol, binnen het beschikbare aanbod van deze organisatie. In dit kader werken beide diensten samen via gerichte casusbesprekingen en een zorgvuldige uitwisseling van relevante informatie, met het oog op een afgestemde begeleiding van het kind.

 

De buitenschoolse kinderopvang kan op eigen initiatief externe partners uitnodigen om observaties uit te voeren op de werkvloer, met het oog op het versterken van de ondersteuning van medewerkers (bijvoorbeeld door een organisatie gespecialiseerd in autisme, Centrum Inclusieve Kinderopvang (CIK) of Witte Mol). Voor dergelijke algemene observaties is geen voorafgaande toestemming van ouders vereist. Wanneer de observatie specifiek betrekking heeft op een individueel kind, worden de ouders hiervan steeds geïnformeerd.

 

Kinderparticipatie

De buitenschoolse kinderopvang wil kinderen zo ruim mogelijk betrekken bij de werking van de kinderclub en ook een bepaalde vorm van inspraak geven. De leefregels, de afspraken over wat kan en mag in de kinderclub, worden in overleg met de kinderen opgesteld. Kinderen kunnen een inbreng doen in het activiteitenaanbod en de inrichting van de ruimtes. De inspraak van alle kinderen is een uitgangspunt in onze werking. 

 

Ouderparticipatie

Ouders zijn de eerste en belangrijkste opvoeders van hun kind. De buitenschoolse kinderopvang vormt een aanvulling op de opvoeding thuis. Daarom hechten wij veel belang aan een open samenwerking met ouders en streven we ernaar hen zoveel mogelijk te betrekken bij de werking van de kinderclub. Inspraak van ouders is een belangrijk uitgangspunt binnen onze werking. De dienst buitenschoolse kinderopvang informeert en betrekt ouders actief bij de opvang en haar organisatie.

 

Ouders worden via verschillende kanalen (zoals de website, mailings en intakemomenten) geïnformeerd over onder meer het activiteitenaanbod tijdens de schoolvakanties, sluitingsdagen en eventuele wijzigingen in de werking.

 

Tijdens de breng- en haalmomenten worden ouders, indien nodig of gewenst, geïnformeerd over het verblijf van hun kind in de kinderclub. Onze begeleiders staan open voor vragen, suggesties en bemerkingen. Van ouders wordt verwacht dat zij alle relevante informatie verstrekken die nodig is voor een goede en veilige opvang van hun kind.

 

Voorafgaand aan de eerste opvangdag kunnen ouders samen met hun kind de kinderclub bezoeken tijdens de openingsuren. Zij hebben toegang tot de lokalen waar hun kind zal verblijven. Op deze manier maken ouders en kinderen kennis met de begeleiding en de werking van de kinderclub. Dit bezoek biedt kinderen een wenmoment vóór zij voor het eerst alleen naar de buitenschoolse kinderopvang komen. Daarnaast wordt er regelmatig een tevredenheidsonderzoek georganiseerd om de werking verder te verbeteren.

 

Twee keer per jaar wordt het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) georganiseerd. In dit overleg zetelen onder meer vertegenwoordigers van de buitenschoolse kinderopvang, de opvang van baby’s en peuters, directies van basisscholen, het Huis van het Kind en afgevaardigden van oudercomités.

 

Daarnaast is er het lokaal samenwerkingsverband in het kader van de beleidsmatige werking buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA). Dit overleg vindt eveneens twee keer per jaar plaats. Naast vertegenwoordigers van de kinderopvang nemen ook vrijetijdspartners, zoals sport-, jeugd- en cultuurorganisaties, hieraan deel.

Tijdens deze overlegmomenten wordt de werking van de verschillende initiatieven besproken en worden eventuele wijzigingen, afstemmingen en nieuwe samenwerkingen voorbereid.

 

Ouders die dit wensen, kunnen meewerken aan de organisatie van activiteiten binnen de buitenschoolse kinderopvang en zich hiervoor kandidaat stellen. Suggesties en ideeën met betrekking tot de werking en het beleid van de dienst buitenschoolse kinderopvang zijn steeds welkom.

 

Vaste teams en begeleiding

De begeleiding gaat informeel en op een persoonlijke warme manier met de kinderen om. Om de continuïteit naar de kinderen te verzekeren, werken onze begeleiders tijdens het schooljaar in vaste teams. Dit wordt enkel bijgestuurd als dit nodig blijkt. 

Tijdens de vakanties worden kinderen opgevangen in verschillende kinderclubs en werken we met vaste begeleiding per kinderclub. 

 

Door deze vaste teams tijdens het schooljaar per kinderclub blijven de kinderen gedurende jaren in dezelfde groep van kinderen en begeleiders, waardoor er een vertrouwensband kan groeien tussen kinderen en met de begeleiders.

De begeleiders worden wekelijks door de leidinggevenden opgevolgd en ondersteund door het organiseren van teamvergaderingen, teambuilding, één-op-één-gesprekken, feedbackgesprekken, vorming, ... .

 

2.1.3  Taalbeleid

 

In de Buitenschoolse Kinderopvang zetten we actief in op de ontwikkeling van de Nederlandse taal, binnen een sfeer van respect voor meertaligheid. We creëren taalrijke momenten via gesprekken, voorleesmomenten en speelse activiteiten. Begeleiders spreken Nederlands met de kinderen en stimuleren hen om dit ook onderling te doen. Tegelijk erkennen we de waarde van de thuistaal en bieden we ruimte aan meertaligheid via meertalige materialen, visuele ondersteuning en ouderbetrokkenheid. Kinderen die extra hulp nodig hebben, krijgen gerichte ondersteuning. Er is een duidelijke afspraak: wanneer kinderen met elkaar een andere taal spreken, schakelen ze over naar het Nederlands zodra er iemand bij komt die die taal niet begrijpt. Dit bevordert inclusie en zorgt dat iedereen zich welkom voelt. Ouders worden actief betrokken en geïnformeerd via duidelijke communicatie en vertaalde informatie. Jaarlijks evalueren we dit taalbeleid, zodat we blijven bouwen aan een inclusieve en taalstimulerende omgeving voor elk kind.

2.1.4  Afspraken over opvolging van leerlingen:

 

We kijken naar jouw kind: Hoe reageert het op andere kinderen? Hoe speelt jouw kind? Zo volgen we de ontwikkeling en weten we of je kind zich goed voelt. Als we denken dat jouw kind een probleem heeft met ontwikkelen, dan zeggen we dat. 

 

2.1.5  Beleid bij onvoldoende betrokkenheid ouders

 

De buitenschoolse opvang streeft naar respectvolle, tijdige en transparante communicatie. Van ouders wordt verwacht dat zij bereikbaar zijn en meewerken aan overleg. Ook de kinderopvang doet redelijke inspanningen om contact en samenwerking met ouders te bevorderen.

 

Wanneer de algemeen geldende afspraken binnen de buitenschoolse kinderopvang of wanneer specifiek gemaakte afspraken met ouders niet worden nagekomen, worden ouders hier eerst rechtstreeks op aangesproken. Blijft de reactie uit of worden de afspraken dan nog niet nageleefd dan volgt een oudergesprek met de teamcoach, pedagogisch coach en/of afdelingshoofd. In een volgende fase worden ouders uitgenodigd voor een officiële hoorzitting met de bevoegde schepen of burgemeester en het afdelingshoofd Kinderopvang. Indien er sprake is van agressie, wordt de agressieprocedure toegepast. Raadpleeg hiervoor punt 8.1 ‘Agressiebeleid’.

 

Dit protocol beschrijft de duidelijke en transparante werkwijze die wordt gevolgd wanneer ouders niet reageren op uitnodigingen voor gesprekken of wanneer er sprake is van structureel onvoldoende ouderbetrokkenheid.

 

  1. Interne bespreking

Het regio- en zorgteam bespreekt intern de situatie van het kind, inclusief mogelijke risico’s, draagkracht, benodigde interventies en eventuele beperkingen van de opvang. Er wordt een voorlopig handelingsplan opgesteld.

  1. Eerste uitnodiging

Ouders worden telefonisch gecontacteerd door de zorgbegeleiding voor een uitnodiging tot gesprek waarin het handelings-/actieplan samen met de ouders doorsproken wordt. Ter bevestiging volgt een schriftelijke uitnodiging via e-mail. Er wordt een reactie binnen drie werkdagen verwacht.

  1. Tweede uitnodiging

Bij uitblijven van reactie of wanneer gemaakte afspraken niet worden nageleefd neemt de zorgbegeleider opnieuw telefonisch contact op met de ouders en wordt een tweede schriftelijke uitnodiging gestuurd. Het belang van samenwerking en mogelijke gevolgen worden duidelijk gemaakt. Er wordt opnieuw een reactie binnen drie werkdagen verwacht.

In het belang van een goede samenwerking wordt het inschrijven tot I-active tijdelijk opgeschort, tot er opnieuw contact mogelijk is.

  1. Officiële hoorzitting

Wanneer er na de eerdere herinnering opnieuw geen reactie volgt of wanneer de gemaakte afspraken opnieuw niet worden nageleefd, ontvangen zij een uitnodiging via een aangetekende brief voor een officiële hoorzitting met de bevoegde schepen of burgemeester en afdelingshoofd van de kinderopvang. Deze hoorzitting wordt ten vroegste acht werkdagen na verzending van de aangetekende brief georganiseerd, zodat de ouder voldoende tijd heeft om zich voor te bereiden. Indien nodig kan de hoorzitting op een latere datum plaatsvinden. Hiervan wordt een proces verbaal opgemaakt. In deze aangetekende brief worden de mogelijke maatregelen meegedeeld:

        Tijdelijk on hold zetten van de kalender: ouders hebben geen toegang meer tot de inschrijvingskalender zolang er geen overleg plaatsgevonden heeft.

        In uitzonderlijke gevallen: tijdelijke opschorting van opvang.

Tijdens de hoorzitting krijgen de ouders de mogelijkheid om hierover in gesprek te treden en kunnen er afspraken gemaakt worden zodat maatregelen niet nodig zijn.

Deze maatregelen worden automatisch ingezet bij het uitblijven van een reactie.
De ouder is niet verplicht deel te nemen aan de hoorzitting. Wanneer de ouder hiervan afziet, wordt dit genoteerd in een proces-verbaal.

  1. Schorsing bij uitblijven van reactie

Wanneer ouders niet aanwezig waren op de hoorzitting worden de maatregelen ingezet.

Ouders worden hierover schriftelijk geïnformeerd. Bij het openen van de i-Active kalender verschijnt automatisch een melding dat een gesprek vereist is en dat contact met de administratie moet worden opgenomen. De maatregel kan worden herzien zodra de ouders bereid zijn tot samenwerking.

  1. Bekrachtiging door college

Officiële bekrachtiging van tijdelijke uitsluiting op het college voor burgemeester en schepenen.

  1. Registratie en dossier

Alle contactpogingen, interne beslissingen en verzonden berichten worden zorgvuldig gedocumenteerd.

  1. Herstart van samenwerking

Als ouders later alsnog contact opnemen, wordt opnieuw een gesprek gepland en kunnen maatregelen worden aangepast als veiligheid en zorgcontinuïteit gewaarborgd zijn.

 

2.1.6  Algemene afspraken:

 

Eten en drinken in de kinderclub

 

De kinderen brengen zelf hun eten en drinken mee naar de kinderclub. De ouders zorgen ervoor dat de kinderen voldoende eten en drinken bij zich hebben. Wij vragen uitdrukkelijk om geen snoep, ongezonde voeding of frisdrank met de kinderen mee te geven.

 

De buitenschoolse kinderopvang biedt geen warme of koude maaltijden aan en verkoopt geen drank of eetwaren, tenzij in het kader van een bepaalde activiteit of project. Eten of drankjes kunnen in beperkte mate wel opgewarmd worden ( geen kokend water ). Kinderen kunnen doorlopend water drinken in de kinderclub. 

 

Wanneer eten we in de kinderclub?

 

Tijdens het schooljaar:

        Kinderen eten bij voorkeur thuis.

        Kinderen kunnen ‘s morgens eventueel ontbijten in de kinderclub (zelf meebrengen). 

        Na schooltijd kunnen kinderen samen iets eten of drinken. 

 

Op woensdagnamiddag:

        Kinderen eten ‘s middags hun meegebrachte boterhammen op in de eigen kinderclub of in de centrale kinderclub.

        In de namiddag is er een gezamenlijk koek- en fruitmoment voorzien.

 

Tijdens vakantiedagen en snipperdagen:

        Kinderen eten samen fruit of een koek in de voormiddag en in de namiddag. 

        ‘s Middags eten we samen onze boterhammetjes op.

        Deze eetmomenten vinden plaats opgedeeld in groepen.

 

De kinderclubs beschikken over een koelkast om zuivelproducten, drankjes of etenswaren koel te bewaren. Voor alle boterhammendozen is er echter geen plaats, geef dus geen bederfbare eetwaren mee.

 

Allergieën 

 

Als jouw kind allergisch is voor bepaalde stoffen of indien je kind een dieet moet volgen, zoals bijvoorbeeld een glutenvrij dieet, of wanneer je speciale wensen hebt zoals vegetarisch voedsel, moeten ouders dit doorgeven aan de dienst buitenschoolse kinderopvang op het aanmeldingsformulier bij de intakeprocedure. 

 

Begeleiding in de kinderclub zorgt voor de correcte opvolging van kinderen met allergieën. 

 

Tijdens de vakantieopvang worden er soms kookactiviteiten georganiseerd samen met de kinderen (brood bakken, fruitsalade maken, soep maken, ...).  Zo kunnen wij hiermee rekening houden tijdens deze activiteiten. Begeleiding kijkt allergielijsten na bij het organiseren van een kookactiviteit en zorgt voor de juiste opvolging en alternatieven.  Gelieve hierover afspraken te maken met de begeleiding.

 

Traktaties

 

Na overleg met de begeleiding mogen kinderen een gezonde traktatie meebrengen.  

 

Speelgoed

 

De kinderen brengen geen eigen speelgoed mee naar de kinderclub. Er is voldoende speelgoed aanwezig voor alle leeftijden. De allerkleinsten kunnen wel hun niet-te-missen-knuffel of doekje meebrengen indien dit hen helpt bij de gewenning in de kinderclub. 

 

Reservekledij

 

Kinderen spelen en worden soms vuil. Wij spelen veel en graag buiten, dus voor opvang tijdens vakantiedagen trek je je kind best gemakkelijke speelkledij en stevig schoeisel aan. 

Indien ouders wensen dat hun kinderen na de opvangtijd nog proper zijn, moeten zij zelf voor reservekleding zorgen. 

 

Er is eveneens beperkte reservekleding aanwezig in de kinderclub. Bij ‘accidentjes’ worden er propere kleren aangedaan. Wij vragen de ouders om de kleding van de kinderclub terug te bezorgen.  Bij sommige activiteiten vragen we vooraf om reservekledij te voorzien.

 

Persoonlijke spullen

 

De kinderclub is niet verantwoordelijk voor het verlies van waardevolle voorwerpen (juweeltjes etc.). Waardevolle voorwerpen horen ook niet thuis in de kinderclub.

Er blijven regelmatig kledingstukken, boekentassen, brooddozen, … liggen in de kinderclub. Wij vragen aan de ouders om deze voorwerpen te naamtekenen.

 

Gevonden voorwerpen kan je ophalen in de kinderclub of op de dienst buitenschoolse kinderopvang. Gevonden voorwerpen tijdens een vakantie die niet worden opgehaald worden weggeschonken aan een armoedevereniging. 

 

 Laptop/tablet:

 

Schade aan een laptop/tablet van een kind is gedekt als:

                                De schade toegebracht werd door de begeleiding

                                De schade toegebracht werd door een ander kind

        Schade aan een laptop/tablet van een kind is niet gedekt als:

                                De schade wordt toegebracht door het kind zelf

                                Het niet duidelijk is door wie de schade werd toegebracht

 

2.2  Inschrijving en opname: 

 

Wanneer je als ouder gebruik wil maken van de buitenschoolse kinderopvang Mol voor en na de schooluren, op woensdagnamiddag, tijdens snipperdagen en tijdens schoolvakantieperiodes doorloop je een procedure.

 

2.2.1   Intake:

 

De ouders vullen éénmalig een elektronisch aanmeldingsformulier in dat automatisch wordt doorgestuurd naar de dienst buitenschoolse kinderopvang. Dit e-formulier is terug te vinden op de gemeentelijke website. De ouders krijgen via het emailadres dat ze opgaven een kopie van dit aanmeldingsformulier toegestuurd.

 

Ouders ontvangen na het invullen van het aanmeldingsformulier een uitnodiging voor een intakemoment georganiseerd door de dienst buitenschoolse kinderopvang.

 

Ouders bezorgen ons op het intakemoment de volgende documenten:

        Ondertekende schriftelijke overeenkomst

        Ondertekend toestemmingsformulier fotomateriaal

 

Alle ouders nemen deel aan het intakemoment. Zij worden geïnformeerd omtrent de werking van de buitenschoolse kinderopvang aan de hand van een bondige presentatie op basis van het huishoudelijk reglement. Zij tekenen het huishoudelijk reglement voor akkoord.

 

De ouders verbinden zich ertoe elke wijziging in verband met hun verstrekte gegevens aan de dienst buitenschoolse kinderopvang door te geven: contactgegevens, medische gegevens, gezinssamenstelling, school, gegevens afhaalpersonen, ... .

 

Na aanmelding krijgen de ouders een login en een paswoord om opvangmomenten te reserveren via de inschrijfsoftware van i-Active.

 

2.3  Wanneer breng en haal je jouw kind?:

 

2.3.1  Ophalen na sluitingstijd:

 

Kan je je kind niet afhalen voor sluitingstijd? En kan je niemand contacteren om je kind voor jou op te halen? Bel dan de kinderclub waar je kind wordt opgevangen. We zoeken dan samen een oplossing.  Je moet je kind ten laatste 5 minuten voor sluitingstijd afhalen. 

 

Indien je je kind te laat komt halen of te vroeg komt brengen, krijg je een boete, deze boete wordt automatisch omgezet naar een joker. Indien de dienst de ouders niet kan bereiken of de ouders zijn niet in de mogelijkheid om hun kind binnen afzienbare tijd op te halen, kan de politie verwittigd worden.  Bij herhaaldelijk voorkomen wordt een overleg georganiseerd met de verantwoordelijke en kunnen sancties en/of een uitsluiting volgen. 

 

Binnen bepaalde zorgdossiers kunnen volgens gemaakte afspraken afwijkingen opgesteld worden. 

 

2.3.2  Personen die je kind kunnen afhalen:

 

Enkel de personen van wie de naam in het kinddossier in i-Active staat, mogen je kind in de opvang komen ophalen. Als er toch een andere persoon je kind komt afhalen, geef je vooraf via e-mail of het ouderaccount van i-Active de gegevens van deze persoon door.

 

Verandert het ouderlijk gezag, het verblijfsrecht of het bezoekrecht? Meld dit zo snel mogelijk aan de verantwoordelijke. De verantwoordelijke past dan het kinddossier aan. Eventueel wordt ook de schriftelijke overeenkomst aangepast. 

 

Voorwaarden afhaalpersoon:

De afhaalpersoon mag niet jonger zijn dan het kalenderjaar waarin het kind 14 jaar wordt. Ouders/voogden dragen zelf de verantwoordelijkheid om te beoordelen of het kind geschikt is voor deze taak en bijbehorende verantwoordelijkheid.

 

2.3.3  Zelfstandig de opvang verlaten of aankomen op de opvang vanaf het vierde leerjaar of de leeftijd van 10 jaar:

 

Wanneer je kind zelfstandig naar de opvanglocatie komt, bezorg je hiervoor een schriftelijke toestemming aan de verantwoordelijke. 

 

Wanneer je toelaat dat je kind de opvanglocatie zelfstandig verlaat om naar huis te gaan of deel te nemen aan activiteiten buitenshuis, dan bezorg je hiervoor eveneens een schriftelijke toestemming aan de verantwoordelijke. 

 

Ouders dienen een schriftelijke overeenkomst te ondertekenen. De ouders dragen de volledige verantwoordelijkheid, vanaf het moment dat het kind de opvang verlaat.

 

Je kind is zo verzekerd voor lichamelijke ongevallen op de kortste weg van en naar de opvanglocatie.  Je kan enkel gebruik maken van deze verzekering als je kind de kortste weg volgt, anders komt de verzekering niet tussen voor eventuele vergoedingen.  

 

Onze begeleiding geeft de uren van aankomst en vertrek in via het inschrijfsysteem i-Active. Deze tijdstippen worden aangehouden en er is geen discussie over mogelijk.

 

2.3.4  Opvang woensdagnamiddag

 

Op woensdagnamiddag worden kinderen opgevangen in de centrale kinderclubs. Kinderen worden verplaatst van de school naar de centrale kinderclub en kunnen daar pas vanaf 13 uur worden opgehaald. 

 

2.4  Reserveren voor- en naschoolse opvang, woensdagnamiddag, snipperdagen

 

Reserveren

Mogelijk 3 weken voorafgaand aan het opvangmoment vanaf:

        Zondagavond 20.00 uur voor regio Centrum (Centrum, Sluis, Ginderbuiten, Rijpad)

        Zondagavond 20.15 uur voor regio Oost (Rauw, Gompel, Wezel, Heidehuizen)

        Zondagavond 20.30 uur voor regio West (Achterbos, Millegem, Ezaart)

 

Reserveren kan tot:

        18 uur de avond voor het opvangmoment voor de voorschoolse en vakantieopvang 

        14 uur op de dag van het opvangmoment voor de naschoolse opvang 

        11 uur op de dag van het opvangmoment voor de woensdagnamiddag

 

Uitzondering voor snipperdagen:

                                Breng- en afhaalmomenten (tijdstip) moeten opgegeven worden.

Uitzondering voor lange woensdagnamiddagopvang:

                                De ouders geven bij het reserveren door wanneer de kinderen opgehaald worden.

 

Bij het toekennen van de plaatsen wordt de chronologie van reserveren gevolgd.

 

Ouders vinden een bevestiging van hun reservering via hun account op de website. Er wordt geen aparte bevestiging opgestuurd per mail of post.

 

Indien alle plaatsen bezet zijn, wordt het kind ingeschreven op de reservelijst.

 

        Inschrijving op de reservelijst betekent dat ouders een aanvraag doen voor opvang.

        Indien een plaats beschikbaar komt, zal de reservelijst automatisch aangesproken worden in chronologie van inschrijven.

 

Kinderen die op de reservelijst staan, kunnen naar de effectieve lijst worden doorgeschoven:

        Tot 18 uur de avond ervoor voor de voorschoolse opvang en schoolvrijedagen.

        Tot 6 uur de dag zelf voor de naschoolse opvang en voor woensdagnamiddagopvang.

Ouders worden hiervan via mail verwittigd, maar kunnen ook zelf nakijken op hun opvangkalender of hun kind effectief naar de kinderclub kan.

 

Annuleren

Algemeen

Het annuleren van gereserveerde opvang is mogelijk tot een uur voor het opvangmoment.

 

Ouders vinden een bevestiging van hun annulering via hun account in i-Active. Er wordt geen aparte bevestiging opgestuurd per mail of post.

 

Je betaalt een annuleringskost voor elk opvangmoment dat je annuleert.

Annuleren van een plaats op de reservelijst leidt niet tot het betalen van een annuleringskost.

 

Annuleringskost

De annuleringskost is afhankelijk van het soort opvangmoment en loopt op naarmate de tijd tot het opvangmoment korter wordt.

 

Voor- en naschoolse kinderopvang:

        > 1 week voor het opvangmoment: gratis

        2 – 7 dagen voor het opvangmoment: 0,25 euro

        vanaf 1 dag voor het opvangmoment: 0,75 euro (max.)

Korte vakantie- en snipperdagen:

        1 week voor het opvangmoment: gratis

        tot 7 dagen voor het opvangmoment: 2 euro

        Vanaf 1 dag voor het opvangmoment: 4 euro

Zomervakantie:

        Meer dan 2 weken voor het opvangmoment: gratis

        8 tot 14 dagen voor het opvangmoment: 1 euro

        2 tot 7 dagen voor het opvangmoment: 2 euro

        Vanaf 1 dag voor het opvangmoment: 4 euro

De ouderbijdragen kan je raadplegen op de website van de gemeente Mol in het retributiereglement ‘Retributie voor gemeentelijke kinderopvangplaatsen: 2026-2031’.

Annuleren uit overmacht

De reden om te annuleren vindt haar oorzaak in een onverwachte situatie voor de ouders.

Attesten die de overmacht wettigen dienen binnen de 10 kalenderdagen te worden bezorgd aan de dienst buitenschoolse kinderopvang. Dit kan via e-mail naar bkomol@gemeentemol.be, persoonlijk afgeven op de administratie, Jakob Smitslaan 24, 2400 Mol, via het contactformulier op de gemeentelijke website of via een bericht met bijlage in i-Active.

 

Mogelijke redenen:

 

        Medische redenen:

        Ziekte of ongeval van het kind zelf

        Ziekte of ongeval van broer of zus van het kind

        Ziekte of ongeval van ouder of plusouder van het kind

 

Voor de ganse periode wordt geen annuleringskost aangerekend.

Enkel een officieel doktersattest of een kopie daarvan wordt aanvaard.

Wanneer het kind of zijn broer of zus plots ziek wordt tijdens de schooluren, wordt voor de naschoolse opvang op dezelfde dag geen annuleringskost aangerekend, mits een verklaring van de schooldirectie.  Voor het annuleren van gereserveerde opvangmomenten voor de (ziekte-)dagen daaropvolgend wordt enkel een doktersattest aanvaard.

 

Voor een maximum van 10 opvangmomenten per schooljaar wordt geen annuleringskost aangerekend bij het aanleveren van een ‘alternatief attest’.

 

        Plotse werkloosheid:

        Van ouder of plusouder van het kind

        Het gaat om een volledige werkloosheid omwille van:

        Economische redenen

        Weerverlet (vriesweer)

        Technische storingen

        Staking

 

Enkel een attest van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) of een kopie daarvan wordt als stavingstuk aanvaard.

 

        Plotse probleemsituatie in het eigen bedrijf:

  Van de ouder of plusouder van het kind

 

Enkel een ondertekende verklaring op eer met firmastempel wordt als stavingstuk aanvaard. Het standaardformulier wordt door de buitenschoolse kinderopvang voorzien.

 

        Plots wijzigende uurroosters bij de werkgever

Enkel een ondertekende en afgestempelde verklaring op eer door de werkgever wordt als stavingstuk aanvaard.

Het standaardformulier wordt door de buitenschoolse kinderopvang voorzien.

 

        Andere mogelijke ‘alternatieve attesten’: afwezigheidsbriefjes van de school, overlijdensbericht familieleden, bevestiging inschrijving Grabbelpas/schoolreis, …

 

Boetes en jokers

Boetes worden toegepast:

        Voor elk opvangmoment dat een kind niet tijdig geannuleerd werd en/of niet opdaagde.

        Voor elk opvangmoment dat ouders hun kinderen in de kinderopvang na 18.30 uur, of na het einduur van het kort schooltoezicht, of 13 uur op woensdagmiddagen (sluiting niet-centrale kinderclubs) komen halen.

        Voor elk opvangmoment dat een kind zonder reservatie werd opgevangen.

Deze boetes zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat het inschrijfsysteem correct gebruikt wordt en de beschikbare plaatsen zo efficiënt mogelijk ingevuld worden.

 

Elk kind krijgt 4 jokers per schooljaar.

De eerste 4 boetes die ouders oplopen, worden automatisch omgezet in een joker.

Boetes zijn gratis: ze worden niet uitgedrukt in een geldwaarde.

Ouders kunnen via hun account van i-Active nakijken over hoeveel jokers ze voor welk kind beschikken.

 

Bij het toepassen van een boete worden de ouders door de dienst buitenschoolse kinderopvang verwittigd per mail. De mail wordt gestuurd naar het opgegeven mailadres van de ‘eerste verantwoordelijke’ van het kind.

 

Na het verlies van alle jokers wordt het kind bij een volgende boete 2 weken uitgesloten van de buitenschoolse kinderopvang. Ouders worden via i-Active en via mail verwittigd van de uitsluitingsperiode. Dit gebeurt minimaal 2 weken voor de start van de uitsluitingsperiode. Bij twee volgende boetes wordt het kind 1 maand uitgesloten van de buitenschoolse kinderopvang. Bij twee daaropvolgende boetes wordt de kalender van het kind geblokkeerd tot er een gesprek heeft plaatsgevonden tussen de ouder(s) en de administratief en financieel coördinator. 

 

Bij elke boete kunnen ouders tot 10 dagen na het opvangmoment een rechtvaardiging inleveren (zie hiervoor: ‘annuleren uit overmacht’).

 

Noodsituaties

Indien ouders onmogelijk hun kind(eren) konden inschrijven voor een bepaald opvangmoment of voor de reservelijst van dit opvangmoment, kunnen zij in zeer uitzonderlijke gevallen opvang voor een noodsituatie aanvragen. 

 

Omschrijving noodsituatie:

        Een onverwachte situatie die zich voordoet na het verstrijken van de reservatieperiode voor het opvangmoment zelf.

        Het aantal momenten voor noodopvang is per kind beperkt tot 10 per schooljaar.

        Kan enkel indien geen ander gezin reeds gebruik maakt van de noodopvang.

 

Mogelijke redenen:

        Medische redenen

        Plotse oproep werkgever

        Plotse probleemsituatie in het eigen bedrijf

 

Procedure voorschools:

        De dienst buitenschoolse kinderopvang wordt verwittigd per mail (bkomol@gemeentemol.be).

        De kinderen kunnen ‘s morgens naar de ochtendopvang gebracht worden.

        De dienst buitenschoolse kinderopvang beslist nadien of de situatie voldoet aan de criteria om als noodopvang te gelden.

        Er wordt een attest opgevraagd als bewijs voor de overmachtssituatie.

        Let op! Zonder bewijs wordt een boete aangerekend.

 

Procedure naschools:

        De dienst buitenschoolse kinderopvang wordt zo snel mogelijk verwittigd per mail of per telefoon.

        De dienst buitenschoolse kinderopvang beslist of de situatie voldoet aan de criteria om als noodopvang te gelden.

 

Medische redenen

        Ziekte of ongeval van broers of zussen

        Ziekte of ongeval van ouders, plusouders of voogd

        Ziekte of ongeval van grootouder (indien naam werd doorgegeven tijdens de opnameprocedure van het kind)

        Ziekte of ongeval van één persoon die de normale opvang van de kinderen verzekert.  

Deze persoon moet op voorhand opgegeven zijn in het dossier als vaste opvangpersoon. Enkel een doktersattest of een kopie daarvan wordt als stavingstuk aanvaard.

 

Plotse oproep door de werkgever

        Van ouder of plusouder

Enkel een ondertekende verklaring op eer van de werkgever met firmastempel wordt als stavingstuk aanvaard. Het standaardformulier wordt door de dienst buitenschoolse kinderopvang voorzien.

 

Plotse probleemsituatie in het eigen bedrijf

        Van ouder of plusouder

Enkel een ondertekende verklaring op eer met firmastempel wordt als stavingstuk aanvaard. Het standaardformulier wordt door de dienst buitenschoolse kinderopvang voorzien.

 

2.5     Ziekte of ongeval van een kind:

 

Is je kind ziek? Dan kan je kind niet in de opvang terecht. Zoek best vooraf een oplossing voor als je kind onverwacht ziek wordt. 

Een ziek kind heeft extra zorgen nodig die het niet kan krijgen in de opvang. Een ziek kind kan ook andere kinderen ziek maken. 

 

Komt je kind na een ziekte opnieuw naar de opvang? Dan kan de opvang een doktersattest vragen. Daarin bevestigt de arts dat je kind genezen is.

 

Meld alle medische problemen van je kind die we niet kunnen zien. Zeker als we extra moeten opletten of er een gevaar kan zijn voor anderen. 

 

Is er een besmettelijke ziekte in de opvang? Dan verwittigt de opvang jou. Om de privacy van de ouders en het kind te beschermen, zijn deze waarschuwingen anoniem.

 

Wordt je kind tijdens de dag ziek? Dan belt de verantwoordelijke of één van de kinderbegeleiders je op. Samen maken jullie dan afspraken over de zorg van je kind. Soms moet je je kind zo snel mogelijk ophalen. Ben je niet bereikbaar? Dan bellen we één van de personen op die vermeld staan in i-Active of je huisarts. 

 

Deze dag wordt aangerekend als een aanwezigheidsdag voor de uren waarop het kind effectief in de opvang aanwezig was.

 

In geval van nood bellen we onmiddellijk een arts of de hulpdiensten. We brengen je zo snel mogelijk op de hoogte. Bij een ongeval volgen we dezelfde procedure.

 

Dienst buitenschoolse kinderopvang gemeente Mol is verzekerd voor de burgerlijke aansprakelijkheid voor de medewerkers en de kinderen, voor lichamelijke ongevallen van de kinderen op de momenten dat het kind onder het toezicht van de kinderopvang staat.

 

Aangifte van schade of ongeval moet binnen de 24 uur na het ongeval via bkomol@gemeentemol.be.  De dienst administratie brengt de verzekeringsmaatschappij op de hoogte. De polissen kan je inkijken bij de dienst administratie BKO Mol. 

 

In geval van tussenkomst van de hulpdiensten (ambulance) zijn alle hieraan verbonden kosten volledig ten laste van de ouders.

 

2.5  Luizen of overdraagbare aandoeningen:

 

Het is belangrijk dat de buitenschoolse kinderopvang zo snel mogelijk op de hoogte wordt gebracht wanneer er sprake is van luizen of andere overdraagbare aandoeningen. Je behandelt je kind dan zo snel mogelijk volgens de voorgeschreven methode.

 

Bij een hardnekkig of terugkerend probleem, of wanneer een kind niet behandeld wordt, kan het tijdelijk uitgesloten worden tot het probleem opgelost is.

 

Wanneer er luizen worden vastgesteld in de kinderclub, kan dit gemeld worden door ouders, school, kinderen of begeleiding. De dienst BKO zorgt vervolgens voor de nodige communicatie en vermeldt daarbij ook de te nemen maatregelen. Deze communicatie gebeurt naar de ouders van het betrokken kind, de begeleiding van de betrokken kinderclub(s), de scholen van het gehucht en de ouders van de andere kinderen die opgevangen worden op dezelfde locatie(s).

Bij een aanhoudend probleem wordt een overleg gepland tussen de dienst BKO, de school en het CLB. Tijdens dit overleg wordt een opvolgingsplan uitgewerkt met concrete afspraken voor de ouders, de begeleiding en de leerkrachten. Indien dit opvolgingsplan niet wordt nageleefd, kan het kind geweigerd worden in de kinderclub totdat het probleem opgelost is.

 

2.6  Medicatie:

 

Dien medicatie zoveel mogelijk thuis toe. Vraag je arts om medicatie voor te schrijven die je zelf ‘s morgens en ’s avonds kan toedienen. De opvang geeft enkel medicatie als het echt nodig en haalbaar is. 

 

Meld altijd wanneer je kind medicatie krijgt. 

 

Moet de opvang medicatie toedienen, dan kan dit alleen op voorschrift van een arts of apotheker. Vraag hiervoor een voorschrift aan de arts, of laat de apotheker de medicatieverpakking voorzien van een sticker met de onderstaande gegevens. Deze medicatie moet in de oorspronkelijke verpakking met sticker worden overhandigd aan de kinderbegeleider. Tabletten mogen door de kinderbegeleiding niet worden gehalveerd, de apotheek dient de juiste dosis in een afgesloten verpakking aan te leveren.

De sticker of het voorschrift moet bevatten:

        Datum van het voorschrift

        Naam van de medicatie

        Naam van de arts

        Naam van de apotheker (indien het een attest van de apotheker betreft)

        Naam van het kind

        Datum van aflevering en vervaldatum

        Dosering en wijze van toediening

        Wijze van bewaren

        Einddatum en duur van de behandeling

 

Uitzonderingen waarbij geen doktersvoorschrift nodig is, maar wel een sticker van de apotheker:

        Nesivine® en Otrivine®, in aangepaste vorm en concentratie volgens leeftijd, voor maximaal 5 opeenvolgende dagen per ziekteperiode

        Daktozin pasta® tot 7 dagen na het verdwijnen van de uitslag

        Inotyol® en Neo-Cutigenol® maximaal 7 dagen

        Koortswerende middelen (bijvoorbeeld Paracetamol)

 

Samen met de kinderbegeleider vult u een medicatieattest in dat door beide partijen (ouder en kinderbegeleider) ondertekend moet worden. Op dit attest noteert de ouder alle informatie over de toediening van het geneesmiddel: toedieningswijze, dosis, bewaring, …

 

De begeleiders noteren wanneer de medicatie is toegediend en zorgen voor de juiste bewaring. Indien kinderen koorts of pijn hebben, kan de begeleiding een kinderdosis paracetamol toedienen als u hiervoor toestemming gegeven heeft.

 

2.7  De veiligheid:

Omgeving

 

De dienst buitenschoolse kinderopvang zorgt voor een veilige opvang. Met een risicoanalyse schat de kinderopvang risico’s in en tracht deze te voorkomen en weg te werken. De kinderopvang volgt de regels over brandveiligheid, voedselveiligheid, veilige speeltoestellen en speelterreinen, … .

 

De opvang is voorbereid op gevaar. Een procedure legt de stappen en de manier van communiceren vast in geval van crisis.

Grensoverschrijdend gedrag wordt niet getolereerd. Hiervoor voeren wij een preventief beleid en wordt een plan van aanpak door alle medewerkers onderschreven.

 

Aan de opvang geldt een algemeen rookverbod binnen een straal van 10m van alle in- en uitgangen. 

 

Verplaatsingen

 

De ouders brengen en halen zelf hun kinderen in de kinderclub.

De verplaatsingen van en naar de school gebeuren op een veilige wijze door de begeleiding die, indien van toepassing, een attest van ‘gemachtigd toezichthouder’ heeft.

De begeleiding brengt je kinderen ’s morgens naar school. Dit gebeurt te voet of met de bus, afhankelijk van de afstand tussen de school en de kinderclub. 

Na schooltijd worden de kinderen opgehaald door de begeleiders en naar de kinderclub gebracht.  Woensdagmiddag worden de kinderen die opvang gereserveerd hebben in een centrale kinderclub, opgehaald door het busje in hun kinderclub en naar hun centrale kinderclub gebracht.

 

Kinderen kunnen zich niet verplaatsen met de fiets of ander vervoermiddel tussen de school en de kinderclub.

 

Tijdens vakanties worden er regelmatig externe uitstappen gepland. Je wordt hier tijdig van verwittigd via een bericht vanuit i-Active.  Verwittig de begeleiding als je je kind vroeger komt ophalen, zodat zij hiermee rekening kunnen houden. 

 

2.7.1  Afspraken rond inschatting veiligheid kinderen:

 

Wanneer de begeleiding bij het afhalen twijfels heeft over de veiligheid of het welzijn van het kind (bijvoorbeeld door dronkenschap, een verstoorde emotionele toestand, …), gaat zij samen met de afhaalpersoon na of er een alternatief mogelijk is. Dit kan onder meer betekenen dat een andere ouder of vertrouwenspersoon wordt verwittigd, of dat het kind op een later tijdstip wordt afgehaald.

Als er geen werkbare afspraken kunnen worden gemaakt en de veiligheid van het kind niet kan worden gegarandeerd, kan de begeleiding beslissen om het kind niet mee te geven met de afhaalpersoon. Indien de situatie dit vereist, wordt de politie ingeschakeld.

 

2.8  Agressiebeleid:

 

Agressieprotocol:

 

  1. Preventie

De dienst buitenschoolse kinderopvang investeert in preventieve maatregelen, gebaseerd op de visie van afgestemd opvoeden.

  1. Melding van incidenten

Elk agressie-incident wordt door de medewerkers van BKO minstens schriftelijk gemeld aan de ouders.

  1. Oudergesprek na drie incidenten of na ernstig incident

Na drie incidenten of na één ernstig incident wordt een oudergesprek ingepland en wordt een actieplan opgesteld. In dit geval wordt, tenzij anders overeengekomen, steeds de inschrijvingskalender tijdelijk geblokkeerd tot het zorggesprek heeft plaatsgevonden. De dienst administratie informeert de ouders per e-mail over de blokkering van de kalender.

  1. Officiële hoorzitting

Als de afspraken en het actieplan niet worden nageleefd, ontvangen de ouders een uitnodiging via een aangetekende brief voor een officiële hoorzitting met de bevoegde schepen of burgemeester en afdelingshoofd van de kinderopvang. Tijdens deze periode kan het kind in kader van de veiligheid in de kinderopvang tijdelijk geschorst worden tot de hoorzitting heeft plaatsgevonden. Deze hoorzitting wordt acht werkdagen na het verzenden van de aangetekende brief georganiseerd. Er wordt een proces verbaal opgemaakt van de hoorzitting. In de aangetekende brief worden de mogelijke maatregelen meegedeeld:

        Tijdelijk on hold zetten van de kalender: ouders hebben geen toegang meer tot de inschrijvingskalender zolang er geen overleg plaatsgevonden heeft.

        In uitzonderlijke gevallen: tijdelijke opschorting van opvang in belang van het kind.

Tijdens de hoorzitting krijgen de ouders de mogelijkheid om hierover in gesprek te treden en kunnen er afspraken gemaakt worden zodat maatregelen niet nodig zijn.

Deze maatregelen worden automatisch ingezet bij het uitblijven van een reactie. De ouder is niet verplicht deel te nemen aan de hoorzitting. Wanneer de ouder hiervan afziet, wordt dit genoteerd in een proces-verbaal.

  1. Schorsing bij herhaald incident

Bij een volgend incident binnen de twee maanden na het oudergesprek, volgt opnieuw een schorsing. De start van deze schorsing wordt in onderling overleg met de ouders bepaald en gaat in ten laatste 1 week na het incident.

  1. Bekrachtiging door college

Officiële bekrachtiging van tijdelijke uitsluiting op het college voor burgemeester en schepenen.

  1. Herstart voorbereiden

Ten minste 1 week voor de heropstart wordt een oudergesprek met de ouders ingepland en bekeken wat nodig is om terug veilig te starten ( actieplan, afspraken).

  1. Herstelmoment

Er wordt een herstelmoment tussen begeleiding en kind georganiseerd.

  1. Opvolging na heropstart

Na de heropstart wordt de situatie kort opgevolgd en volgt bij een eerstvolgend incident opnieuw een uitsluiting voor 1 maand.

 

Definitie ernstig incident:

 

Een ernstig incident is een gebeurtenis waarbij de fysieke of emotionele veiligheid van het kind zelf, andere kinderen of medewerkers ernstig in het gedrang komt, of waarbij de goede werking van de opvang aanzienlijk wordt verstoord.

Onder een ernstig incident wordt onder meer verstaan:

        fysiek geweld waarbij een kind of medewerker verwond raakt of had kunnen raken, zoals herhaald slaan, schoppen, bijten, wurgen of het gooien van voorwerpen naar anderen;

        doelbewust gedrag dat een ernstig gevaar vormt voor zichzelf of anderen, zoals het proberen te verlaten van een veilige omgeving, het beklimmen van gevaarlijke constructies ondanks tussenkomst van medewerkers of het aanzetten van anderen tot risicovol gedrag;

        herhaald of ernstig pest-, intimiderend of bedreigend gedrag dat leidt tot angst, uitsluiting of emotionele schade bij andere kinderen;

        ernstige verbale agressie, zoals grove beledigingen, bedreigingen of het bewust intimideren van kinderen of medewerkers;

        opzettelijke beschadiging van materiaal of infrastructuur met een aanzienlijk veiligheidsrisico of hoge schade tot gevolg;

        weglopen uit de opvang of gedrag waardoor toezicht niet langer gegarandeerd kan worden;

        elk ander gedrag dat door de verantwoordelijke van de opvang als een ernstige bedreiging voor de veiligheid, het welzijn of de goede werking van de opvang wordt beoordeeld.

De opvang beoordeelt elk ernstig incident individueel, rekening houdend met de leeftijd, ontwikkeling en context van het kind.

 

2.9  Verantwoordelijkheid ouders in- en uitschrijven

 

Op het moment dat een ouder de opvang binnenkomt om een kind op te halen, wordt het kind uitgeschreven van de opvang. Vanaf dit moment ligt de verantwoordelijkheid bij de ouders en kan de opvang niet langer aansprakelijk worden gesteld. 

 

Een kind dat samen met de ouders de opvang bezoekt (vb. tijdens een wenmoment) blijft onder de verantwoordelijkheid van de ouders. 

 

 

2.10 Huiswerk in de opvang

 

Tijdens de opvang is laptopgebruik toegestaan tussen 17.00 en 17.30 uur. Het gebruik van de laptop valt onder de eigen verantwoordelijkheid van het kind; de opvang is niet aansprakelijk voor schade, verlies of onjuist gebruik. Kinderclubs waarin de kinderen de mogelijkheid hebben om apart te zitten, kunnen het huiswerkmoment op een andere manier invullen, afgestemd op de groepssituatie.

 

 

3  PRIJSBELEID

 

3.1  Hoeveel betaal je?:

 

De prijs die je betaalt voor buitenschoolse opvang is gekoppeld aan de verblijfsduur van je kind in de opvanglocatie. Dit bedrag is onderhevig aan mogelijke wijzigingen, bv. aan de index. 

Wijzigingen in het prijsbeleid worden 2 maanden vooraf bekend gemaakt aan de ouders via e-mail. Via de software van i-Active moet je deze aanpassing goedkeuren alvorens je verder opvangmomenten kan reserveren. Ga je niet akkoord? Dan mag je de overeenkomst opzeggen zonder kosten.

Voor elk opvangmoment wordt een aanwezigheidsbijdrage aangerekend. Deze bestaat uit twee delen:

  1. Halfuurtarief
    Per opvangmoment wordt een uniforme bijdrage aangerekend per begonnen half uur aanwezigheid.
  2. Een vast forfait per opvangmoment
    Daarnaast wordt per reservatie een vast forfait aangerekend, afhankelijk van het type opvang:

        kort toezicht

        voorschoolse opvang

        naschoolse opvang

        opvang op woensdagnamiddag

        vakantieopvang en opvang tijdens snipperdagen

De door de ouder verschuldigde bijdrage bestaat steeds uit de combinatie van het forfait per opvangmoment en de tijdsgebonden bijdrage.

De ouderbijdragen kan je raadplegen op de website van de gemeente Mol in het retributiereglement ‘Retributie voor gemeentelijke kinderopvangplaatsen: 2026-2031’.

In deze prijs zijn volgende items inbegrepen:

  1. Voor- en naschoolse opvang in een kinderclub dicht bij de school of opvang in de centrale kinderclub op woensdagnamiddag, vakantie- en snipperdagen, steeds door professionele begeleiding;
  2. Vervoer en begeleiding tussen school en kinderclub.

 

Sommige dingen zijn niet inbegrepen in de prijs, zoals reservekleren, maaltijden, … . Die breng je zelf mee.

Bij de opvang van meerdere kinderen uit hetzelfde gezin voor hetzelfde opvangmoment krijg je 25% gelijktijdigheidskorting. Deze vermindering kan gecombineerd worden met het sociaal tarief.

 

3.2  Opvolging onbetaalde facturen:

 

Wanneer een factuur voor de buitenschoolse kinderopvang niet tijdig wordt betaald, wordt automatisch de aanmaningsprocedure opgestart. Deze procedure verloopt als volgt:

Betaal je te laat? Dan wordt de aanmaningsprocedure opgestart:

        Dag 7: De ouders ontvangen een eerste aanmaning (kosteloos)

        Dag 21: Dienst financiën verstuurt een aangetekende aanmaning, met een aanmaningskost van 16 euro.

        Dag 35: Dienst financiën bezorgt overzicht van openstaande facturen die klaar staan voor deurwaarder aan dienst BKO.

        Dag 35-42: De coördinator neemt contact op met de ouders en bespreekt volgende mogelijkheden:
 a. Voldoet het gezin aan de voorwaarden voor het sociaal tarief?
 b. Is een doorverwijzing naar sociale dienst OCMW wenselijk?
 c. Is het opmaken afbetalingsplan door financiële dienst wenselijk?
 d. Is het aanmaken van een betalingsbelofte wenselijk?
 e. BKO onderzoekt de mogelijkheid om in overleg met sociale dienst het nultarief te geven.

 

Tijdens datzelfde gesprek meldt de coördinator dat de toegang tot het inschrijfsysteem geblokkeerd wordt, tot wanneer:

        De ouders een betalingsbewijs bezorgen via mail

        De ouders vragende partij zijn voor één van de bovenstaande mogelijkheden.

 

De coördinator koppelt de gemaakte afspraak terug aan team debiteuren of stelt hen op de hoogte van de kalenderblokkering.

        Dag 42: Minnelijke brief deurwaarder

        Dag 63: Dwangbevel deurwaarder

3.3  Sociaal tarief:

 

Aan sommige gezinnen kan een sociaal tarief toegekend worden voor de buitenschoolse kinderopvang. Dit sociaal tarief wordt automatisch toegepast op basis van een maandelijkse gegevensuitwisseling tussen de gemeente Mol en het Vlaams Agentschap Uitbetaling Groeipakket (VUTG).

 

Het sociaal tarief wordt gekoppeld aan kinderen die in het groeipakket een sociale toeslag ontvangen op basis van de laagste inkomensgrens (in de maand voorafgaand aan de selectie), ongeacht hun woonplaats.

 

Voor deze gegevensuitwisseling moet de ouder toestemming geven in i-Active. Zonder deze toestemming kan de gemeente geen onderzoek doen naar het recht op sociaal tarief. De toestemming kan op elk moment worden ingetrokken; bij intrekking vervalt het sociaal tarief vanaf het nieuwe schooljaar.

 

De gegevensuitwisseling gebeurt maandelijks, zodat ouders die recht hebben op het sociaal tarief hier zo snel mogelijk van kunnen genieten. Het sociaal tarief wordt telkens toegekend tot eind augustus; vanaf september wordt het opnieuw berekend voor alle dossiers.

 

Elke wijziging die een invloed kan hebben op het recht op sociaal tarief moet gemeld worden aan de verantwoordelijke. Dit kan gaan om:

 

        Een wijziging in je financiële situatie

 

        Een wijziging in je gezinssituatie (bijvoorbeeld een aangepast uittreksel uit het bevolkingsregister)

 

        Een wijziging in je sociaal statuut

 

Het sociaal tarief wordt toegepast vanaf de eerstvolgende factuur na de datum van toekenning. Het wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.

 

3.5  Extra kosten: 

 

Tijdens het schooljaar organiseren sommige scholen ‘toezicht op school’. Inschrijven voor dit toezicht op school gebeurt ook via i-Active. Je betaalt een administratieve bijdrage per boeking voor dit ‘toezicht op school’. Deze bijdrage kan je raadplegen in het gemeentelijk retributiereglement. De bijdrage wordt jaarlijks op 1 september geïndexeerd. Je krijgt een e-mail bij wijziging van deze bijdrage.

 

Volgende zaken vragen we dat je als ouder zelf meebrengt naar de opvang (deze zijn niet inbegrepen in de kostprijs).: 

        Lunchpakket en/of tussendoortje (koek, fruit, …)

        Dieetvoeding of andere voeding met een etiket

        Reservekledij: boven- en onderkledij

Geef voldoende onderbroekjes, hemdjes en reservekledij mee als je kind leert het potje te gebruiken.

        Zonnebescherming (vb. een hoedje, zonnecrème, ...) in de zomer 

Zet duidelijk de naam van je kind in alle persoonlijke spullen. Zo vermijd je dat we spullen verliezen of verwisselen.

 

Voor het kort toezicht op school gelden dezelfde regels wat betreft het boete- en jokersysteem en de annulatiekosten.

 

3.6  Hoe betaal je?:

 

Je ontvangt elke maand een factuur van Gemeentelijk Project Buitenschoolse Opvang Mol met deze info:

        Het aantal aangerekende opvangmomenten 

        Het aantal geannuleerde opvangmomenten

        Eventuele extra kosten 

 

Het detailoverzicht van de facturen kan je raadplegen in het ouderaccount van i-Active.

 

De dienst Buitenschoolse Kinderopvang werkt met een minimumfactuur van 5 euro. Dit wil zeggen: is het totaalbedrag van je factuur voor een maand lager dan 5 euro, dan wordt dit factuur doorgeschoven naar de volgende maand, tot er een (opgeteld) totaalbedrag van 5 euro is.

Enkel voor de maanden juni (einde schooljaar) en december (einde kalenderjaar) wordt er wel altijd een afrekening aangemaakt, ook als het totaalbedrag lager is dan 5 euro.

 

Betaal het factuur binnen de 30 kalenderdagen. Dit kan door overschrijving op het rekeningnummer BE98 0012 2796 1493 van het Gemeentebestuur Mol, Molenhoekstraat 2, 2400 Mol.

 

Het is belangrijk dat je op tijd betaalt. Daarom raden we je aan te betalen met domiciliëring.  Hiervoor vind je op de website van de gemeente Mol een formulier voor automatische betaling facturen buitenschoolse kinderopvang. Bezorg dit formulier ingevuld en ondertekend terug aan de dienst buitenschoolse kinderopvang zodat zij de domiciliëring in orde kunnen maken.

 

3.7  Fiscaal attest:

 

De kosten voor kinderopvang tot 12 jaar zijn fiscaal aftrekbaar. De dienst buitenschoolse kinderopvang geeft je na het verlopen jaar een fiscaal attest. Je ontvangt dat in het tweede trimester van het volgende jaar. Het bedrag op het fiscaal attest kan je fiscaal aftrekken, extra kosten niet. Enkel facturen betaald in het aanslagjaar kunnen opgenomen worden op het fiscaal attest.

 

 

4  OUDERBELEID

 

Kinderen en hun gezin staan centraal binnen onze buitenschoolse kinderopvang. De ouders zijn de eerste en belangrijkste opvoeders. Als buitenschoolse kinderopvang zijn we een aanvulling op de opvoeding thuis. Hierbij respecteren we de waarden, wensen en verwachtingen van het gezin.  We streven ernaar dat elk kind zijn plaatsje vindt binnen de kinderopvang. We stimuleren inspraak van kinderen en versterken hun zelfredzaamheid. We zijn een toegankelijke dienst, waar we een nauw contact met ouders nastreven. We willen ouders zoveel mogelijk informeren over en betrekken bij onze buitenschoolse kinderopvang. 

 

De DIENST BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG is open en wil met je praten. Daarom geven we info over hoe we werken via:

        Infomoment

        Huishoudelijk reglement

        Website

        Inschrijfsoftware i-Active

       

 

Met elke ouder maken wij een: 

        Schriftelijke overeenkomst over de opvang van je kind.

        Digitaal kinddossier met alles over de gezondheid en extra zorg van je kind.

 

Wij informeren je graag over de opvang van je kind, door: 

        Dagelijkse korte gesprekken bij het brengen en halen.

        De kans om te praten met kinderbegeleiders en verantwoordelijke.

 

We willen weten of je tevreden bent over onze opvang. Daarom geven we gezinnen de kans om suggesties, ideeën en feedback met ons te delen. Als we jullie verwachtingen, opmerkingen en voorstellen kennen, kunnen wij onze werking verbeteren.

 

4.1  Ouders mogen altijd binnen: 

 

Tijdens de openingsuren hebben ouders steeds toegang tot alle lokalen waar de kinderen worden opgevangen. Zowel 's morgens als 's avonds breng en haal je je kinderen af in het lokaal van de kinderclub.  Je tekent bij ieder opvangmoment de aanwezigheid van je kind af op de aanwezigheidsformulieren.  Uitzonderingen hierop moeten gemeld en besproken worden met de leidinggevende of schriftelijk worden doorgegeven aan de begeleiding.

 

Tijdens de breng- en haalmomenten kan je (schriftelijke of mondelinge) informatie uitwisselen met de begeleiding. 

 

 

4.2  Je mag een bedenking, opmerking of klacht uiten:

 

Heb je bedenkingen, opmerkingen of klachten? Bespreek ze met de verantwoordelijke, samen zoeken we naar een oplossing. Je kan dit melden via bkomol@gemeentemol.be of via het nummer 014 27 24 06.

Ben je niet tevreden met de oplossing? Dan kan je een klacht indienen.

 

Klachtenprocedure:

        De klacht wordt geregistreerd in ons klachtenregister.

        Intern wordt actie ondernomen om de klacht te behandelen.

        Er wordt teruggekoppeld via mail of persoonlijk. 

 

Indien bovenstaande procedure niet voldoet, heeft het gemeentebestuur een centraal klachtenmeldpunt ingericht met bijhorende klachtenprocedure. Deze vind je terug op de website van de gemeente Mol.  Bedoeling van de klachtenprocedure is om onze dienstverlening te verbeteren. Inwoners en gebruikers die in conflict liggen met een bepaalde dienst willen we een kanaal bieden om hun ontevredenheid te uiten. Via bemiddeling gaan we, samen met de betrokken dienst, op zoek naar een oplossing. Elke klacht wordt discreet en efficiënt geregistreerd, behandeld en beantwoord.

 

Ben je niet tevreden over hoe we je klacht over de overeenkomst of over de afrekening behandelen?

Meld het aan de Federale Consumentenombudsdienst: 

e-mail: contact@consumentenombudsdienst.be

 

Ben je niet tevreden over de manier waarop wij je persoonsgegevens bijhouden of verwerken? Meld het aan de VTC (Vlaamse Toezichtcommissie bevoegd voor het behandelen van klachten.

https://overheid.vlaanderen.be/vlaamse-toezichtcommissie)

 

Ben je niet tevreden over hoe we je vraag of klacht over de veiligheid of de kwaliteit van de voeding behandelen?

Dan kan je terecht bij het Meldpunt FAVV.

 

4.3  Respect voor de privacy en bescherming van de persoonlijke levenssfeer:

 

De opvang heeft verschillende persoonsgegevens van je kind en je gezin nodig. 

 

Doel van de verwerking van de persoonsgegevens

De persoonsgegevens van de kinderen en de gezinnen worden gebruikt in het kader van de klantenadministratie, de facturatie, het ontwikkelen van het kinderopvangbeleid van de organisator en de naleving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden voor kinderopvang. 

 

Categorieën van verzamelde persoonsgegevens 

In het kader van onze werking verzamelen wij verschillende persoonsgegevens: contactgegevens, niet-gevoelige persoonsgegevens, zoals o.a. leeftijd, en gevoelige persoonsgegevens, zoals medische gegevens van kinderen.

 

Foto’s, filmpjes, beeldmateriaal

 

Wij maken foto’s en filmpjes in de kinderopvang. Dit materiaal gebruiken we om informatie te verstrekken over de activiteiten en de werking van de opvang. Het gaat om algemeen beeldmateriaal van groepsactiviteiten én om portretten van jouw kind.

Je hebt het recht om het algemeen beeldmateriaal waarop jouw kind staat te laten verwijderen. Dit kan zonder opgave van reden. Contacteer hiervoor de verantwoordelijke door een mail te sturen naar bkomol@gemeentemol.be.

 

Voor het maken en gebruiken van portretten van jouw kind vragen wij eenmalig toestemming. Dit doen we aan de hand van een formulier. Je mag dit weigeren. Je kan op elk moment je beslissing herzien. Dit doe je door een mail te sturen naar bkomol@gemeentemol.be waarin je duidelijk vermeldt waarover het gaat.

 

Rechtsgrond

Wij verwerken jouw persoonsgegevens op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving die bepaalt welke gegevens hiervoor nodig zijn. Daarnaast zijn verwerkingen noodzakelijk voor de uitvoering van de schriftelijke overeenkomst, voor de bescherming van vitale belangen van de kinderen of in het algemeen belang. Voor het verwerken van andere gegevens vragen we je toestemming. Deze toestemming kan je op elk moment intrekken of wijzigen.

 

Recht van het gezin

Als ouder heb je recht op informatie en toegang tot deze gegevens. Je kan vragen om de gegevens in te zien en er iets aan te verbeteren, door een mail te sturen naar bkomol@gemeentemol.be . De meeste gegevens kan je ook aanpassen via je persoonlijke login op i-Active.

 

Je kan ons ook vragen je een kopie van je persoonsgegevens te bezorgen of je gegevens door te geven aan een nieuwe kinderopvang als je zou veranderen van kinderopvangorganisator.

 

Bewaarperiode 

Je gegevens worden vernietigd als de wettelijke bewaartermijn voorbij is. Gegevens waarvoor geen wettelijke termijn vastligt, worden niet langer bewaard dan nodig. 

 

Overmaken aan derden

De organisator van de kinderopvang waarborgt de veiligheid en het vertrouwelijk karakter van het gebruik van de gegevens, zowel door de medewerkers van de opvang als door mogelijke onderaannemers (bv. een IT-bedrijf).  Deze verwerking gebeurt conform de huidige privacywetgeving. 

 

Functionaris voor gegevensbescherming

De verwerking van persoonsgegevens gebeurt onder toezicht van onze functionaris voor gegevensbescherming. De contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming vind je in de bijlage “Schriftelijke overeenkomst”. 

 

Gedeelde communicatie met scholen en welzijnspartners  

In belang van het kind kan de buitenschoolse kinderopvang bepaalde informatie doorgeven aan scholen, CLB, OCMW, Huis van het Kind, …. Ouders worden hiervan op de hoogte gebracht.

 

5  ANDERE DOCUMENTEN

 

5.1  Verzekeringen:

 

Dienst buitenschoolse kinderopvang gemeente Mol is verzekerd voor de burgerlijke aansprakelijkheid voor de medewerkers en de kinderen en voor lichamelijke ongevallen van de kinderen op de momenten dat het kind onder het toezicht van de kinderopvang staat.

 

Aangifte van schade of ongeval moet binnen de 24 uur na het ongeval bij een verantwoordelijke. Hij of zij brengt de verzekeringsmaatschappij op de hoogte. De polissen kan je inkijken bij de verantwoordelijke. 

 

5.2  Inlichtingenfiche en het aanwezigheidsregister: 

 

Voor elk opgevangen kind wordt een inlichtingenfiche ingevuld. Dit is belangrijk voor de veiligheid van elk kind. De inhoud van de inlichtingenfiche omvat:

        De identificatiegegevens van het kind en de ouders

        De bereikbaarheidsgegevens van de ouders en de behandelende arts

        De specifieke aandachtspunten over de gezondheid en de manier van omgaan met het kind

        De personen die het kind mogen ophalen

 

Zorg ervoor dat de inlichtingenfiche over je kind altijd juist is. Geef veranderingen in de gegevens over de gezondheid van je kind, jouw telefoonnummers of de huisarts onmiddellijk door.

 

Wij vragen je toestemming om deze persoonlijke gegevens te verwerken in het kader van het naleven van de erkenningsvoorwaarden. Wij garanderen een zorgvuldige omgang met de inlichtingenfiche.

 

De inlichtingenfiche kan alleen en op elk moment geraadpleegd worden door:

        De organisator als het noodzakelijk is

        De verantwoordelijke 

        De kinderbegeleider die het kind begeleidt

        De toezichthouders voor controle op de naleving van de erkenningsvoorwaarden

        Jou, voor de gegevens over jezelf en je kind

 

De organisator voorziet een aanwezigheidsregister. Daarin staat voor elk kind het uur van aankomst en vertrek per dag. Deze registratie gebeurt tot op de minuut nauwkeurig. 

Je bevestigt schriftelijk elke aanwezigheid per opvangmoment van je kind. 

 

Ga je niet akkoord met de opgeschreven aanwezigheden, dan kan je dit melden aan de verantwoordelijke.

 

6  WIJZIGINGEN IN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT EN OPZEGMODALITEITEN VOOR

DE SCHRIFTELIJKE OVEREENKOMST 

 

6.1  Werkwijze bij wijziging van het huishoudelijk reglement:

 

Elke verandering in je nadeel aan het huishoudelijk reglement melden we schriftelijk minstens 2 maanden vóór de aanpassing. Andere wijzigingen melden we tot een maand op voorhand. Elke verandering in je nadeel moet je als ouder(s) ondertekenen voor ontvangst en kennisname.

 

Je hebt het recht om 2 maanden na kennisname van een aanpassing in je nadeel, de schriftelijke overeenkomst op te zeggen zonder enige schade- of opzegvergoeding, binnen twee maanden na kennisname van de wijziging. 

 

6.2  Opzegmodaliteiten voor het gezin: 

 

Elke wijziging aan het huishoudelijk reglement in het nadeel van de ouders (vb. wijziging in het prijsbeleid) wordt minstens 2 maanden voor de wijziging ingaat schriftelijk meegedeeld. Je ondertekent deze mededeling voor ontvangst en kennisname. Je hebt het recht om binnen de 2 maanden na kennisname van deze mededeling de schriftelijke overeenkomst op te zeggen zonder schade- of opzegvergoeding.

 

6.3  Opzegmodaliteiten voor de organisator:

 

Dienst buitenschoolse kinderopvang gemeente Mol kan deze overeenkomst opzeggen en de opvang stopzetten:

        Als ouders het huishoudelijk reglement en/of andere contractuele bepalingen niet naleven

        Wanneer facturen niet (tijdig) betaald worden

        Wanneer geen gevolg gegeven wordt aan de mondelinge en schriftelijke verwittigingen van de verantwoordelijke van de opvang 

        Wanneer de ouders de noodzakelijke documenten niet bezorgen aan de opvang

 

Als de opvang overweegt om de schriftelijke overeenkomst op te zeggen omwille van bovenstaande redenen, krijg je een schriftelijke verwittiging.

 

Als de opvang beslist om de schriftelijke overeenkomst op te zeggen, krijg je een aangetekende brief met vermelding van de reden van de opzeg. De opzegtermijn wordt bepaald in het overleg.

Als de organisator de opzegtermijn niet respecteert, zal er een opzegvergoeding ten bedrage van 1 maand opvang worden terugbetaald aan de ouders.

 

De bepaling inzake opzegtermijn kan niet gerespecteerd worden:

        Indien er een beslissing is tot opheffing van de vergunning. 

        In geval van overmacht bijvoorbeeld brand, overstroming, … waardoor sluiting onafwendbaar is.

 

De bepalingen inzake opzegtermijn dient niet gerespecteerd te worden indien de ouder een zware fout heeft begaan en de organisator deze kan aantonen. 

 

6.4  Schorsingsmodaliteiten voor de organisator:

 

Dienst buitenschoolse kinderopvang gemeente Mol kan de opvang tijdelijk schorsen:

        Wanneer de inschrijf- en annuleringsreglementering niet gerespecteerd wordt;

        Wanneer geen gevolg gegeven wordt aan de mondelinge en schriftelijke verwittigingen van de verantwoordelijke van de opvang;

        Wanneer bepaalde zorg voor een kind de draagkracht van het begeleidende team overstijgt;

        Wanneer er sprake is van agressie of geweld.

 

Als de dienst buitenschoolse kinderopvang overweegt om de opvang tijdelijk te schorsen, omwille van bovenstaande redenen, krijg je een schriftelijke verwittiging. In ernstige gevallen kan de teamcoach of het beleidsteam beslissen om over te gaan tot onmiddellijke schorsing, zonder schriftelijke verwittiging.

 

Als de opvang beslist om de opvang tijdelijk te schorsen, krijg je een aangetekende brief met vermelding van de reden, de duur en het startmoment van de schorsing. 

 

7  TOT SLOT

 

Heb je vragen of opmerkingen bij dit reglement of bij de werking van buitenschoolse kinderopvang gemeente Mol, praat dan met de verantwoordelijke of maak een afspraak via bkomol@gemeentemol.be.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

BUITENSCHOOLSE OPVANG EN ACTIVITEITEN (BOA) - ERKENNINGSKADER BUITENSCHOOLSE ACTIVITEITEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis

 

De gemeente Mol neemt binnen het BOA-decreet een regierol op in het lokale beleid rond buitenschoolse opvang en activiteiten. Hierbij wordt gewerkt aan een samenhangend en kwalitatief aanbod voor kinderen en gezinnen.

 

In dit kader werd een erkenningskader voor buitenschoolse activiteiten uitgewerkt. Dit kader bepaalt de kwaliteitsverwachtingen voor organisatoren en hun aanbod, met aandacht voor toegankelijkheid, inclusie en een brede ontwikkeling van kinderen.

 

Het erkenningskader sluit aan bij bestaande structuren binnen het jeugd-, sport- en cultuurbeleid. Organisatoren die reeds erkend zijn binnen deze domeinen kunnen, mits naleving van de minimale kwaliteitsvoorwaarden, deelnemen aan het buitenschools aanbod.

 

Het erkenningskader vormt een noodzakelijke basis om kwaliteit te bewaken, samenwerking te stimuleren en een coherent aanbod uit te bouwen binnen het BOA-beleid.

 

Juridische gronden

Dit reglement is gebaseerd op:

        het Decreet Lokaal Bestuur;

        het decreet van 3 mei 2019 over buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA);

        het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 (en latere wijzigingen);

        de bestaande lokale reglementen rond jeugd, sport en cultuur.

 

Inspraak en advies

Binnen het BOA-decreet neemt het lokaal bestuur een regierol op en werkt het aan een afgestemd en kwaliteitsvol aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten.

 

In Mol werd daarom een samenhangend geheel van reglementen uitgewerkt, waaronder erkenningskaders en subsidiereglementen voor opvang, activiteiten en kort toezicht op school.

 

Deze reglementen zijn tot stand gekomen in samenwerking met relevante partners binnen het BOA-samenwerkingsverband en met ondersteuning van GD&A Advocaten.

 

Het lokaal samenwerkingsverband BOA werd geïnformeerd over deze reglementen.

 

Bijlage

  1. Erkenningskader buitenschoolse activiteiten

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

 

Met dit erkenningskader wil de gemeente Mol een duidelijk en uniform kwaliteitskader creëren voor organisatoren van buitenschoolse activiteiten.

 

Het kader legt verwachtingen vast op vlak van organisatie, pedagogische aanpak, medewerkers, toegankelijkheid, samenwerking en evaluatie. Dit draagt bij aan een veilig, stimulerend en inclusief aanbod voor alle kinderen.

 

Door in te zetten op zes duidelijke kwaliteitspijlers wordt een brede en duurzame kwaliteitsontwikkeling ondersteund.

Daarnaast zorgt het erkenningskader voor transparantie en rechtszekerheid voor organisatoren, en vormt het de basis voor verdere beleidsinstrumenten zoals subsidiëring en monitoring

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het erkenningskader voor buitenschoolse activiteiten goed:

 

  1. Doelstelling

Dit erkenningskader heeft als doel een kwaliteitsvol aanbod buitenschoolse activiteiten te voorzien voor elk kind in de gemeente. Het sluit aan bij de doelstellingen van het decreet:

        Speelmogelijkheden en ontplooiingskansen voor alle kinderen, maar ook keuzevrijheid en recht op rust.

        Mogelijkheden voor ouders om hun werk, opleiding en gezin vlot te combineren

        Een toegankelijk en betaalbaar BOA-aanbod voor iedereen, met oog voor sociale inclusie en gelijke kansen.

De erkenningsvoorwaarden bepalen de kwaliteitsverwachtingen waaraan de organisator en het aanbod moet voldoen.

  1. Toepassingsgebied

Het erkenningskader is van toepassing op elke organisator die buitenschoolse activiteiten organiseert voor en na de schooluren, op schoolvrije dagen of tijdens de schoolvakanties voor kinderen van 2,5 tot 14 jaar.

Dit erkenningskader is specifiek van toepassing op buitenschoolse activiteiten. Voor buitenschoolse kinderopvang (BKO) geldt een afzonderlijk erkenningskader met eigen kwaliteitsvereisten, waaronder verplichte begeleider-kind ratio’s en kwalificatievereisten voor begeleiders. Het kort toezicht op school (KTOS) valt niet onder dit erkenningskader en wordt geregeld via het gemeentelijk reglement inzake kort toezicht op school.

Organisatoren die reeds beschikken over een erkenning als jeugd- of sportvereniging of aangesloten zijn bij het cultuurforum, hoeven geen bijkomende BOA-erkenning aan te vragen om in aanmerking te komen voor BOA-subsidies. Hun bestaande erkenning wordt als complementair beschouwd op de BOA-erkenning. Zij kunnen wel vrijwillig een BOA-erkenning aanvragen indien zij dit wensen. Het lokaal bestuur ziet erop toe dat voor dezelfde activiteiten geen dubbele subsidiëring plaatsvindt.

  1. Definities

Organisator: de natuurlijke of de rechtspersoon die een aanbod van buitenschoolse activiteiten organiseert.

Buitenschoolse activiteiten: georganiseerde vrijetijdsactiviteiten voor kinderen buiten de reguliere schooluren, die gericht zijn op ontspanning, ontwikkeling, sociaal contact en/of talentontwikkeling, zoals sport, cultuur, hobby’s en educatieve programma’s.

Capaciteit: Het maximaal aantal kinderen dat per activiteitenmoment en per locatie kan deelnemen, rekening houdend met beschikbare ruimtes, veiligheidsnormen, pedagogische kwaliteit en inzet van personeel.

Kind met extra zorgbehoeften: Een kind dat specifieke ondersteuning of aanpassingen nodig heeft om veilig, volwaardig en met gelijke kansen te kunnen deelnemen aan de activiteiten. Dit kan betrekking hebben op medische, fysieke, cognitieve, emotionele, gedragsmatige of sociale ondersteuningsnoden.

Begeleider: de persoon die met de kinderen bezig is in de opvang of tijdens de activiteit. Dat kan zowel een professional als een niet-professional zijn. Het gaat bijvoorbeeld om de kinderbegeleider, animator, trainer, lesgever, enzovoort.

Kwetsbaar kind: een kind dat recht heeft op een sociale toeslag van het groeipakket, of een kind uit een gezin dat financieel, sociaal of maatschappelijk kwetsbaar is en daardoor nood heeft aan extra ondersteuning.

Lokaal samenwerkingsverband: een structureel overleg tussen lokale partners (zoals het lokaal bestuur, organisatoren van opvang en activiteiten, en andere relevante actoren) dat samen adviseert over het lokale BOA-beleid, gezamenlijke acties ontwikkelt en de afstemming en kwaliteit van het aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten bevordert.

Kwetsbaar gezin: Een gezin dat financieel, sociaal of maatschappelijk kwetsbaar is. Dit omvat onder meer gezinnen die recht hebben op een sociale toeslag binnen het Groeipakket, gezinnen met een beperkte toegang tot ondersteunende netwerken, of gezinnen die omwille van psychosociale of andere omstandigheden nood hebben aan extra ondersteuning.

  1. Missie, visie en kwaliteitskader

De BOA-werking in Mol is gestoeld op een duidelijke missie en visie die richting geven aan het lokale aanbod van buitenschoolse activiteiten. De volgende basisprincipes staan centraal:

Kwalitatieve buitenschoolse activiteiten

De gemeente Mol wil dat alle kinderen van 2,5 tot 14 jaar buiten de schooltijd kunnen spelen, ontdekken, bewegen en tot rust komen in een veilige en stimulerende omgeving. Elk kind krijgt ruimte om zich breed te ontwikkelen, ongeacht achtergrond of gezinssituatie. Door vrije tijd toegankelijk en betaalbaar te maken, versterken we gelijke kansen en bouwen we aan een warme, inclusieve gemeente.

Het aanbod biedt kwaliteitsvolle vrijetijdsactiviteiten voor kinderen binnen een context van vrije tijd;

Garandeert een veilige, gezonde en pedagogisch verantwoorde omgeving;

Geeft kinderen de beste kansen om zich te ontwikkelen en goed te voelen;

Spelen en ontspanning staan centraal. Deze tijd behoort tot de vrije tijd van kinderen en daarom staan hun eigen interesses, keuzes en initiatieven centraal.

Het aanbod draagt bij aan een Kindvriendelijke gemeente Mol door

        Kwalitatieve groeikansen voor alle kinderen te creëren;

        Samen te werken met kinderen, ouders en partners;

        Proactief, inclusief en flexibel te werken;

        In te spelen op noden en behoeften van kinderen;

        Vrije tijd aan te bieden met respect voor de eigenheid van elk kind.

Team en veiligheid

        Het volledige team kent de waarden, werkt ernaar en voelt zich verantwoordelijk;

        De organisator waarborgt een fysiek, emotioneel en mentaal veilig kader;

        Kwaliteit en duurzaamheid zijn zichtbaar in gemaakte keuzes.

  1. Erkenningsvoorwaarden BOA

De kwaliteitsverwachtingen zijn opgebouwd rond zes pijlers, die samen het fundament vormen voor kwaliteitsvolle buitenschoolse activiteiten. Elke pijler bevat basisvoorwaarden waaraan de organisator moet voldoen om in aanmerking te komen voor erkenning. Een erkenning geeft geen automatisch recht op subsidies; hiervoor gelden afzonderlijke voorwaarden.

De zes pijlers zijn:

  1. Organisatorisch beleid
  2. Pedagogisch beleid
  3. Medewerkersbeleid
  4. Toegankelijkheid
  5. Monitoring en evaluatie
  6. Verbondenheid binnen de BOA-samenwerking en met de lokale gemeenschap

Pijler 1: Organisatorisch beleid

        De organisator beschikt over het beleidsvoerend vermogen om een stabiel, goed gestructureerd aanbod te plannen, organiseren en beheren. De organisator voldoet aan de volgende voorwaarden:

        De organisator onderschrijft de missie, visie en basisprincipes van de BOA-werking in Mol, zoals opgenomen in de sectie “Missie, visie en kwaliteitskader” van dit erkenningskader.

        De organisator heeft de capaciteit om een activiteitenaanbod te organiseren, plannen, beheren en structureren. Dit omvat: de vaststelling van uren en locaties, inschrijvingsprocedures, communicatie met ouders, coördinatie met scholen en partners, continuïteit en administratie. Organisatoren die niet zelfstandig aan alle vereisten inzake beleidsvoerend vermogen kunnen voldoen, kunnen hun aanbod inbedden bij een bestaande erkende organisatie.

        Het afgesproken aanbod wordt gegarandeerd.

        Het aanbod vindt plaats op het grondgebied van de gemeente Mol.

        Het aanbod vindt plaats voor- of naschools, op woensdagnamiddag en/of tijdens de schoolvakanties.

        Het aanbod van buitenschoolse activiteiten is gericht op kinderen van 2,5 tot 14 jaar, maar hoeft niet de gehele leeftijdsgroep te omvatten. Minstens 75% van de deelnemers valt binnen deze leeftijdscategorie.

        De activiteiten zijn groepsgebonden.

        De organisator waarborgt een fysiek, emotioneel en mentaal veilige en stimulerende omgeving.

        De organisator voert een gezond financieel beleid en stelt jaarlijks een jaarrekening voor. 

Pijler 2: Pedagogisch beleid

        Het aanbod ondersteunt de brede ontwikkeling van kinderen en is pedagogisch verantwoord. De organisator voldoet aan de volgende voorwaarden:

        De rechten van het kind worden onderschreven en uitgedragen door de organisator en de begeleiders.

        Begeleiders gaan kwaliteitsvolle interacties aan met de kinderen, waarbij zij:

        kinderen een welkom gevoel geven;

        een leerzaam en leuk aanbod verzorgen, afgestemd op leeftijd, interesses, zorgbehoeften en talenten;

        respect tonen voor de eigenheid van elk kind.

        De organisator zorgt voor een vlotte overgang tussen school, activiteit en thuis.

        Het Nederlands is de verbindende taal. De organisator stimuleert de kennis van het Nederlands tijdens de activiteiten.

        De organisator hanteert een doordachte begeleider-kind-ratio, afgestemd op de aard van de activiteit en de noden van de deelnemende kinderen.

Pijler 3: Medewerkersbeleid

        De organisator beschikt over voldoende en geschikt personeel dat deskundig en betrokken is. De organisator voldoet aan de volgende voorwaarden:

        Begeleiders zijn minimaal 16 jaar oud. Per activiteit is minstens één begeleider ouder dan 18 jaar.

        De organisator maakt een doordachte keuze van begeleiders met de nodige competenties en vaardigheden om een kwaliteitsvol aanbod te verzekeren. Bij individuele vrijwilligers geldt deze vereiste niet.

        Medewerkers beschikken over voldoende kennis van het Nederlands om de activiteiten te begeleiden (taalniveau minstens 1.2).

        De organisator controleert bij de aanstelling van elke persoon die werkzaam is in de activiteitenlocatie het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene, dat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen inhoudt. Elke begeleider beschikt over een recent uittreksel blanco strafregister model 596.2, dat jaarlijks gecontroleerd wordt.

        De organisator verwerkt persoonsgegevens conform de geldende privacywetgeving (AVG/GDPR).

Pijler 4: Toegankelijkheid

        Toegankelijkheid betekent dat alle kinderen en gezinnen vlot toegang hebben tot het aanbod, ongeacht hun achtergrond, inkomen of specifieke zorgnoden. De organisator heeft bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte.

        De organisator heeft aandacht voor de negen dimensies van toegankelijkheid:

        Bereikbaarheid: kinderen en ouders kunnen het aanbod makkelijk en veilig bereiken, inclusief de fysieke toegankelijkheid van de locatie.

        Beschikbaarheid: het aanbod is voldoende aanwezig, op de juiste momenten en verspreid over de gemeente.

        Bekendheid: alle gezinnen weten dat het aanbod bestaat en hoe zij kunnen deelnemen.

        Betaalbaarheid: het aanbod is financieel haalbaar voor alle gezinnen, met eenvoudige betalingsmogelijkheden.

        Begrijpbaarheid: informatie over het aanbod is duidelijk en eenvoudig te begrijpen.

        Bruikbaarheid: het aanbod sluit aan bij de behoeften van alle deelnemende kinderen, met bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte.

        Betrouwbaarheid: het aanbod is stabiel, veilig en consistent aanwezig.

        Betreedbaarheid: het aanbod is toegankelijk ongeacht identiteitskenmerken (kledij, afkomst, overtuiging, enz.).

        Begrip: er is aandacht voor culturele gevoeligheden en diversiteit.

Pijler 5: Monitoring en evaluatie

        De organisator zorgt voor een systematische opvolging en beoordeling van het aanbod. De organisator voldoet aan de volgende voorwaarden:

De organisator beschikt over een vast aanspreekpunt.

De organisator evalueert de eigen werking kritisch en voert waar nodig verbeteringen door.

De organisator voorziet in een procedure om klachten van ouders en kinderen te behandelen en informeert de gebruikers over deze procedure.

 

Pijler 6: Verbondenheid

        De organisator slaat een brug tussen kinderen, ouders, buurt en partners. De organisator voldoet aan de volgende voorwaarden:

De organisator streeft naar een lokaal partnerschap bij het creëren van het aanbod.

De organisator werkt samen met gezinnen, kinderen, scholen, (gespecialiseerde) partners en/of het lokaal bestuur.

De organisator neemt, indien van toepassing, deel aan het lokaalsamenwerkingsverband BOA.

  1. Erkenningsprocedure

Een bestaande erkenning als jeugd- of sportvereniging of aansluiting bij het cultuurforum geeft geen automatisch recht om buitenschoolse activiteiten in de zin van dit erkenningskader te organiseren. Organisatoren die reeds over een dergelijke erkenning beschikken en buitenschoolse activiteiten wensen aan te bieden, dienen daarvoor een BOA-erkenning aan te vragen conform de hiernavolgende procedure. Het lokaal bestuur ziet erop toe dat voor dezelfde activiteiten geen dubbele subsidiëring plaatsvindt.

 

Erkenning aanvragen

 

De organisator vraagt de erkenning aan via het daarvoor voorziene online aanvraagformulier op de gemeentelijke website. De organisator bezorgt de bewijsstukken volgens de werkwijze vermeld in het aanvraagformulier. Organisatoren kunnen het hele jaar door een aanvraag indienen.

 

Ontvankelijkheid

 

De dienst Huis van het Kind beoordeelt de ontvankelijkheid van de aanvraag. Als het aanvraagformulier onvolledig is ingevuld of de gevraagde bewijsstukken ontbreken, is de aanvraag onontvankelijk. De dienst Huis van het Kind informeert de aanvrager daarover uiterlijk 30 dagen na de ontvangst van het formulier. De aanvrager kan op basis daarvan de ontbrekende informatie aanvullen om tot een ontvankelijke aanvraag te komen.

 

Beoordeling

 

De dienst Huis van het Kind beoordeelt op basis van de inhoud van de aanvraag en de bewijsstukken of de aanvrager voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. De dienst Huis van het Kind informeert de leden van het lokale samenwerkingsverband BOA over de aanvraag. Het Huis van het Kind formuleert een voorstel tot beslissing aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Beslissing

 

Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen 60 dagen na de ontvangst van de ontvankelijke aanvraag, op basis van het voorstel van de dienst Huis van het Kind. Als het college van burgemeester en schepenen de erkenningsaanvraag afkeurt, motiveert het zijn beslissing. De dienst Huis van het Kind informeert de aanvrager over de beslissing binnen 14 dagen na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen. Dit gebeurt per e-mail.

 

Bezwaarprocedure

 

De organisator kan binnen één maand na kennisgeving van een beslissing tot weigering van de erkenning, bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar wordt ingediend per aangetekend schrijven of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan het gemeentebestuur (Molenhoekstraat 2, 2400 Mol). De postdatum of de datum op het ontvangstbewijs geldt als bewijs van tijdige indiening. Het college van burgemeester en schepenen heroverweegt de beslissing binnen een termijn van één maand na ontvangst van het bezwaar en deelt zijn gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan de organisator.

 

Onverminderd de interne bezwaarprocedure kan de organisator een klacht indienen bij het Agentschap Binnenlands Bestuur, volgens de procedure die het Agentschap daarvoor voorziet.

  1. Looptijd en hernieuwing van de erkenning

 

De erkenning wordt toegekend voor een periode van vijf jaar. Na afloop van deze termijn wordt de erkenning stilzwijgend verlengd voor opeenvolgende periodes van vijf jaar, tenzij het lokaal bestuur of de organisator uiterlijk zes maanden voor het aflopen van de lopende erkenningsperiode schriftelijk te kennen geeft de erkenning niet te willen verlengen. De opzegging door de organisator gebeurt per aangetekend schrijven of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan het gemeentebestuur. De opzegging door het lokaal bestuur gebeurt per aangetekend schrijven aan de organisator.

 

Meldingsplicht bij wijzigingen

Wanneer de organisator wijzigingen doorvoert die een impact hebben op de kwaliteit, continuïteit, veiligheid of organisatie van de buitenschoolse activiteiten, moet hij deze onverwijld melden aan het lokaal bestuur. Dit omvat onder meer wijzigingen in openingsuren, locaties, personeelsbezetting, pedagogische visie of financiële structuur. De organisator informeert het lokaal bestuur via Huis van het Kind, per e-mail aan: huisvanhetkind@gemeentemol.be.

  1. Toezicht en handhaving

Het lokaal bestuur ziet erop toe dat de organisator voldoet aan de vastgelegde erkenningsvoorwaarden. Dit gebeurt via een jaarlijkse administratieve controle van aangeleverde documenten, aangevuld met inhoudelijke opvolging op basis van overlegmomenten, signalen vanuit de praktijk en onaangekondigde plaatsbezoeken.

 

Aanmaning

 

Wanneer het lokaal bestuur vaststelt dat een organisator (gedeeltelijk) niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, wordt de organisator hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht en krijgt hij de vraag om binnen een redelijke termijn corrigerende maatregelen te nemen. De aanmaningstermijn bedraagt minimaal 30 dagen, tenzij de aard van de inbreuk een kortere termijn rechtvaardigt.

 

Intrekking van de erkenning

 

Het college van burgemeester en schepenen kan de erkenning intrekken indien de organisator: niet of niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden; de gevraagde informatie niet verstrekt binnen de gestelde termijn; onjuiste of onvolledige informatie verstrekt; de controle door het lokaal bestuur verhindert of belemmert; of na afloop van de aanmaningstermijn onvoldoende verbetering heeft gerealiseerd.

 

Alvorens tot intrekking van de erkenning over te gaan, wordt de organisator schriftelijk aangemaand overeenkomstig de procedure hierboven beschreven, tenzij er sprake is van een ernstige inbreuk die onmiddellijke schorsing rechtvaardigt.

 

Onmiddellijke schorsing bij ernstige inbreuken

 

Indien ernstige inbreuken op dit erkenningskader worden vastgesteld waarbij de veiligheid en/of de fysieke of psychische integriteit van kinderen, ouders of medewerkers wordt bedreigd, kan het college van burgemeester en schepenen de erkenning onmiddellijk schorsen, in afwachting van de verdere afhandeling van de intrekkingsprocedure. De organisator wordt onverwijld schriftelijk op de hoogte gebracht van de schorsing en de redenen daarvoor.

 

De organisator kan binnen één maand na kennisgeving van een beslissing tot schorsing of intrekking van de erkenning, bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bezwaarprocedure hierboven beschreven.

  1. Evaluatie van het erkenningskader

Het lokaal bestuur evalueert dit erkenningskader jaarlijks, in samenwerking met het lokaal samenwerkingsverband. Deze evaluatie betreft zowel de inhoud van het kader als de toepassing ervan in de praktijk.

 

Wijzigingen aan het erkenningskader kunnen gebeuren op advies van de dienst Huis van het Kind en het lokaal samenwerkingsverband. Elke wijziging wordt pas van kracht na bekrachtiging door de gemeenteraad.

  1. Inwerkingtreding

Dit erkenningskader treedt in werking op 1 september 2026 en geldt tot en met 31 augustus 2031. Het lokaal bestuur evalueert het erkenningskader uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van deze termijn en legt, indien nodig, een geactualiseerd kader ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

BUITENSCHOOLSE OPVANG EN ACTIVITEITEN (BOA) - ERKENNINGSKADER BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis

De gemeente Mol neemt binnen het BOA-decreet een regierol op in het lokale beleid rond buitenschoolse opvang en activiteiten. In dat kader wordt ingezet op een kwaliteitsvol, toegankelijk en goed afgestemd aanbod voor kinderen en gezinnen.

 

Voor buitenschoolse kinderopvang werd een afzonderlijk erkenningskader uitgewerkt. Dit kader legt de minimale kwaliteitsvoorwaarden en verwachtingen vast waaraan organisatoren moeten voldoen om opvang te mogen organiseren op het grondgebied van de gemeente.

 

Het erkenningskader biedt een duidelijk referentiekader voor kwaliteit en laat het lokaal bestuur toe om een betrouwbaar en samenhangend opvangaanbod te garanderen.

 

Het kader is specifiek gericht op buitenschoolse kinderopvang en staat los van zowel het aanbod buitenschoolse activiteiten als het kort toezicht op school, waarvoor aparte regelingen gelden.

 

Juridische gronden

Dit reglement is gebaseerd op:

        het Decreet Lokaal Bestuur;

        het decreet van 3 mei 2019 over buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA);

        het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 (en latere wijzigingen);

        het goedgekeurde meerjarenplan van de gemeente Mol.

 

Inspraak en advies

Binnen het BOA-decreet neemt het lokaal bestuur een regierol op en werkt het aan een afgestemd en kwaliteitsvol aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten.

 

In Mol werd daarom een samenhangend geheel van reglementen uitgewerkt, waaronder erkenningskaders en subsidiereglementen voor opvang, activiteiten en kort toezicht op school.

 

Deze reglementen zijn tot stand gekomen in samenwerking met relevante partners binnen het BOA-samenwerkingsverband en met ondersteuning van GD&A Advocaten.

 

Het lokaal samenwerkingsverband BOA werd geïnformeerd over deze reglementen.

 

Bijlage

  1. Erkenningskader buitenschoolse kinderopvang

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Met dit erkenningskader wil de gemeente Mol de kwaliteit van de buitenschoolse kinderopvang structureel versterken en bewaken.

 

Het kader legt duidelijke voorwaarden vast op vlak van organisatie, pedagogische werking, medewerkers, infrastructuur, toegankelijkheid en samenwerking. Hierdoor ontstaat een uniform kwaliteitsniveau voor alle opvanginitiatieven.

Door te werken met duidelijke kwaliteitspijlers en concrete voorwaarden wordt een veilige, warme en ontwikkelingsgerichte omgeving voor kinderen gegarandeerd.

 

Het erkenningskader biedt bovendien transparantie en rechtszekerheid voor organisatoren en vormt de basis voor toezicht, handhaving en verdere beleidsinstrumenten zoals subsidiëring.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het erkenningskader voor buitenschoolse kinderopvang goed:

 

  1. Toepassingsgebied

Het erkenningskader is van toepassing op elke organisator die buitenschoolse opvang organiseert voor- en na de schooluren, op woensdagnamiddagen, op schoolvrije dagen en tijdens de schoolvakanties.

 

Dit erkenningskader heeft tot doel een kwaliteitsvol en betrouwbaar aanbod van buitenschoolse opvang te waarborgen voor alle kinderen binnen de gemeente. Het sluit volledig aan bij de doelstellingen en uitgangspunten van het Decreet betreffende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOA-decreet).

Met dit kader worden de kwaliteitsverwachtingen en erkenningsvoorwaarden vastgelegd waaraan elke organisator van buitenschoolse opvang moet voldoen. Het biedt de gemeente een helder referentiekader om een minimumniveau van kwaliteit te garanderen in alle erkende opvanginitiatieven. Dit erkenningskader richt zich uitsluitend op buitenschoolse opvang en niet op het bredere aanbod aan buitenschoolse activiteiten binnen de lokale BOA-samenwerking.

  1. Definities

        Begeleider: De medewerker die zorg, ondersteuning en speelmogelijkheden biedt aan kinderen, met aandacht voor hun welbevinden, betrokkenheid en brede ontwikkeling.

 

        Buitenschoolse opvang: Opvang die op structurele basis wordt georganiseerd voor kinderen die schoollopen in één van de basisscholen van de gemeente, buiten de schooluren, op woensdagnamiddagen, op schoolvrije dagen en tijdens de schoolvakanties.
 

        Capaciteit: Het maximaal aantal kinderen dat per opvangmoment en per locatie kan worden opgevangen, rekening houdend met beschikbare ruimtes, veiligheidsnormen, pedagogische kwaliteit en inzet van personeel.
 

        Kind met extra zorgbehoeften: Een kind dat specifieke ondersteuning of aanpassingen nodig heeft om veilig, volwaardig en met gelijke kansen te kunnen deelnemen aan de opvang. Dit kan betrekking hebben op medische, fysieke, cognitieve, emotionele, gedragsmatige of sociale ondersteuningsnoden.
 

        Kwetsbaar gezin: Een gezin dat financieel, sociaal of maatschappelijk kwetsbaar is. Dit omvat onder meer gezinnen die recht hebben op een sociale toeslag binnen het Groeipakket, gezinnen met een beperkte toegang tot ondersteunende netwerken, of gezinnen die omwille van psychosociale of andere omstandigheden nood hebben aan extra ondersteuning.
 

        Kwetsbaar kind: Een kind dat recht heeft op een sociale toeslag binnen het Groeipakket en/of specifieke zorg- of ondersteuningsbehoeften heeft om volwaardig aan de opvang te kunnen deelnemen (zoals ontwikkelingsuitdagingen, gedrags- of emotionele noden, medische zorgnoden of andere vormen van extra ondersteuning).
 

        Lokaal samenwerkingsverband: Een structureel overlegplatform waarin lokale partners — zoals het lokaal bestuur, organisatoren van buitenschoolse opvang en activiteiten, scholen en andere relevante actoren — samenwerken. Het samenwerkingsverband adviseert over het lokale BOA-beleid, ontwikkelt gezamenlijke acties en bevordert de afstemming, kwaliteit en toegankelijkheid van het aanbod.
 

        Organisator: De natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanbod van buitenschoolse opvang organiseert en hiervoor de verantwoordelijkheid draagt.

  1. Erkenningsvoorwaarden BOA

De kwaliteitsverwachtingen zijn opgebouwd rond zes pijlers, die samen het fundament vormen voor kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang:

        Organisatorisch beleid

        Pedagogisch beleid

        Medewerkersbeleid

        Toegankelijkheid

        Monitoring en evaluatie

        Verbondenheid binnen de BOA-samenwerking en met de lokale gemeenschap

Elke pijler bevat basisvoorwaarden waaraan de organisator moet voldoen om in aanmerking te komen voor erkenning. Deze voorwaarden definiëren de minimale kwaliteit die de gemeente vereist om een veilige, inclusieve en ontwikkelingsgerichte opvang te garanderen.

3.a.        Organisatorisch beleid

3.a.i.          Organisatorische basisvereisten

        De organisator beschikt over rechtspersoonlijkheid.

        De organisator tracht gedurende het schooljaar met elke school waar buitenschoolse opvang wordt georganiseerd en waar de organisator gebruik maakt van de lokalen van de school, een door het lokaal bestuur goedgekeurde samenwerkingsovereenkomst af te sluiten.

        De organisator kan het opvangaanbod organiseren, plannen, beheren en structureren.

        De organisatie voert een gezond financieel beleid.

        De organisatie gaat correct om met persoonsgegevens van gebruikers en medewerkers volgens de GDPR richtlijnen.

3.a.ii.        Omvang en beschikbaarheid van het opvangaanbod

        De organisatie voorziet een aanbod op alle schoollocaties in de gemeente Mol of in aparte gemeentelijke infrastructuur in de nabijheid van de school. Dit betekent concreet dat er minstens voor elke school aanbod is voor:

        voor- en naschoolse opvang,

        opvang op woensdagnamiddag,

        dagopvang tijdens schoolvakanties,

        Het minimale jaarlijkse aanbod bedraagt:

        170 schooldagen / 630 uur

        30 woensdagnamiddagen / 230 uur

        50 vakantiedagen / 575 uur

        Per locatie en per opvangmoment geldt een minimumcapaciteit van 14 kindplaatsen.

        De opvang is beschikbaar buiten de schooluren. De concrete openings- en sluitingsuren worden per locatie bepaald in functie van de lokale noden.

        Het aanbod richt zich op kinderen die schoollopen in de basisscholen gelegen op het grondgebied van de gemeente Mol.

        De organisator organiseert of coördineert het vervoer tussen de schoollocaties en de centrale opvanglocaties, conform de afspraken gemaakt in de samenwerkingsovereenkomsten met de scholen. Dit omvat ook de coördinatie van vervoer dat door derden (zoals het buitengewoon onderwijs) wordt verzorgd.

        Het aanbod bestaat uit groepsgebonden activiteiten.

        De organisatie voorziet in veilig vervoer of verplaatsing tussen de opvang en de school, en eventueel buitenschoolse activiteiten,…

3.a.iii.      Missie, visie en kwaliteitskader

De organisatie beschikt over een duidelijke missie en visie die richting geven aan de werking.
De organisator onderschrijft de volgende basisprincipes:

        Kwalitatieve buitenschoolse opvang

        Biedt kwaliteitsvolle opvang, zorg en opvoeding aan kinderen binnen een context van vrije tijd

        Garandeert een veilige, gezonde en pedagogisch verantwoorde omgeving;

        Geeft kinderen de beste kansen om zich te ontwikkelen en goed te voelen

        Spelen is de kern van de buitenschoolse opvang. Deze tijd behoort tot de vrije tijd van kinderen en daarom staan hun eigen interesses, keuzes en initiatieven centraal. Medewerkers stimuleren zelfstandigheid en zelfredzaamheid en creëren een huiselijke, warme sfeer waarin kinderen zich op hun gemak voelen. De ruimtes zijn uitnodigend ingericht, met gezellige hoekjes en materialen die spelplezier en verbeelding prikkelen.

 

        Het aanbod draagt bij aan een Kindvriendelijke gemeente Mol door

        Kwalitatieve groeikansen voor alle kinderen te creëren.

        Samen te werken met kinderen, ouders en partners.

        Proactief, inclusief en flexibel te werken.

        In te spelen op noden en behoeften van kinderen.

        Vrije tijd aan te bieden met respect voor de eigenheid van elk kind.

        Het opvangaanbod duidelijk te positioneren binnen het breder BOA-aanbod.

        Team en veiligheid

        Het volledige team kent de waarden, werkt ernaar en voelt zich verantwoordelijk

        De organisator waarborgt een fysiek, emotioneel en mentaal veilig kader.

        Kwaliteit en duurzaamheid zijn zichtbaar in gemaakte keuzes.

3.a.iv.      Opvang- en inschrijfbeleid

        De organisatie beschikt over een opvang- en inschrijfbeleid dat:

        proactief de kwaliteit bewaakt,

        zicht geeft op het aantal aanwezige kinderen,

        toelaat de personeelsinzet hierop af te stemmen,

        garandeert dat het afgesproken opvangaanbod effectief wordt gerealiseerd.

3.a.v.        Communicatie

        De organisator zorgt voor heldere, tijdige en toegankelijke communicatie met medewerkers, kinderen, gezinnen en partners.

3.a.vi.      Samenwerking

        De organisatie werkt actief samen met een breed netwerk van lokale en relevante partners.

        De organisator werkt actief samen met de scholen op het grondgebied van de gemeente Mol. De organisator tracht gedurende het schooljaar met elke school waar de organisator gebruik maakt van de lokalen, een door het lokaal bestuur goedgekeurde samenwerkingsovereenkomst af te sluiten. De samenwerkingsovereenkomst bevat minstens afspraken over de terbeschikkingstelling van infrastructuur, de overdracht van kinderen, verzekeringen en communicatie met ouders.

3.a.vii.     Pedagogisch beleid

3.a.viii.   Visie op pedagogische kwaliteit

        Spelen en speelkansen aanbieden vormt de kern van de pedagogische aanpak. De opvang biedt kinderen ruimte om in hun vrije tijd te spelen, te ontdekken en tot rust te komen.

        In de opvang creëren medewerkers dagelijks een warm, veilig en stimulerend klimaat.

        De rechten van het kind worden volledig onderschreven, uitgedragen en toegepast.

        Elk kind heeft recht op respect, bescherming, participatie en optimale ontwikkeling.

        Er is een samenwerking met ouders, ze zijn de belangrijkste partner in functie van de opvoeding van hun kinderen.

        Kinderen worden positief, respectvol en gelijkwaardig benaderd.

        Er is aandacht voor het welbevinden, de betrokkenheid en de individuele ontwikkeling van elk kind (lichamelijk, cognitief, sociaal-emotioneel, communicatief, creatief en moreel).

        De opvangomgeving ondersteunt spelen, groeien en ontplooien in de vrije tijd.

        Kinderen staan centraal en worden positief, respectvol en gelijkwaardig benaderd.

        De eigenheid, taalontwikkeling en belevingswereld van kinderen worden erkend en professioneel ondersteund.

        Observatie, luisteren en gericht stimuleren maken deel uit van de dagelijkse werking.

        Opvangtijd behoort tot de vrije tijd van kinderen en daarom staan hun eigen interesses, keuzes en initiatieven centraal. Medewerkers stimuleren zelfstandigheid en zelfredzaamheid en creëren een huiselijke, warme sfeer waarin kinderen zich op hun gemak voelen. De ruimtes zijn uitnodigend ingericht, met gezellige hoekjes en materialen die spelplezier en verbeelding prikkelen.

3.a.ix.      Interacties en relaties

        Spelen en speelkansen aanbieden is de belangrijkste methodiek om met kinderen tot interactie te komen.

        Medewerkers zorgen voor kwaliteitsvolle interacties met kinderen

        Medewerkers bouwen warme, betrouwbare en afgestemde relaties op met kinderen.

        Relaties zijn afgestemd op zowel de groepsnoden als de noden van elk individueel kind.

        Medewerkers stimuleren zelfstandigheid, sociale vaardigheden en zelfvertrouwen.

        Er is aandacht voor een evenwicht tussen vrijheid, uitdaging, bescherming en zorg.

        Kinderen krijgen inspraak en keuzevrijheid binnen duidelijke grenzen.

        Waar mogelijk wordt gewerkt met vaste begeleiders om stabiliteit en vertrouwen te versterken.

        Er is blijvende aandacht voor groepsdynamiek, vriendschappen en verbondenheid.

        Nederlands is de voertaal en wordt actief gestimuleerd.

        Meertaligheid wordt erkend als meerwaarde; thuistalen worden gerespecteerd.

        Taal wordt geïntegreerd in spel, gesprekken en dagelijkse interacties.

        Taal wordt gebruikt om emoties te benoemen, conflicten te begeleiden en sociale en cognitieve ontwikkeling te stimuleren.

3.a.x.        Pedagogische aanpak en ondersteuning

        De omgeving is veilig, warm en uitdagend ingericht en sluit aan bij de behoeften van kinderen.

        Er is een samenwerking met ouders, ze zijn de belangrijkste partner in functie van de opvoeding van hun kinderen.

        Observatie, luisteren en gericht stimuleren maken deel uit van de dagelijkse werking.

        Elk kind wordt benaderd vanuit zijn of haar mogelijkheden — niet identiek, maar wel evenwaardig.

        Medewerkers ondersteunen een vlotte overgang tussen school, opvangactiviteiten en thuis.

3.a.xi.      Kinderrechten

        De organisatie draagt actief bij aan het realiseren van de kinderrechten in de dagelijkse praktijk.

        Respect voor participatie, inspraak, veiligheid, privacy en ontwikkeling vormt een basisprincipe.

        Kinderen worden gehoord, gezien en betrokken bij keuzes die hen aanbelangen.

3.a.xii.     Omgeving en speelklimaat

        De opvang biedt ruimte voor vrij spel, gerichte activiteiten, rust én uitdaging.

        Materialen zijn toegankelijk, divers en passend bij de leeftijd en ontwikkeling.

        De omgeving moedigt natuurbeleving, samenwerking, creativiteit en exploratie aan.

        De pedagogische inrichting ondersteunt het welbevinden van elk kind.

3.a.xiii.   Begeleider-kind ratio en registratie

        De organisatie voorziet minimaal 1 begeleider per 14 kinderen tijdens opvangmomenten.

        Een afwijking op deze verhouding kan enkel in uitzonderlijke omstandigheden en als zorgvuldig rekening wordt gehouden met:

        de grootte en samenstelling van de groep;

        de deskundigheid en ervaring van de begeleiders;

        de zorg- en ondersteuningsnoden van kinderen;

        de leeftijd van de kinderen;

        de aard van de activiteiten (rust, spel, uitstappen, …).

        De organisatie stuurt bij wanneer niet aan bovenstaande voorwaarden kan worden voldaan.

        Er is een nauwkeurige aanwezigheidsregistratie van kinderen en medewerkers.

3.a.xiv.   Infrastructuur

3.a.xiv.1.  Algemene principes

        Binnen- en buitenruimtes zijn gezond, veilig en uitdagend ingericht.

        Er is voldoende gevarieerd en toegankelijk spelmateriaal.

        Er is aandacht voor natuurbeleving en buitenspel.

        Er zijn ruimtes voor rust én ruimtes voor intensief spel.

        Kinderen kunnen mee vorm geven aan de ruimte.

        Medewerkers kennen basisprincipes van brandveiligheid en risicoanalyse.

        Er wordt rekening gehouden met een passende vierkante-meter-norm per kind.

        De opvanglocatie bevindt zich bij voorkeur dicht bij de school.

 

De infrastructuur bepaalt in grote mate de kwaliteit van buitenschoolse opvang. Daarom worden drie scenario’s beschreven: een eigen BKO-locatie, gedeeld gebruik van ruimtes naast een eigen kernruimte en opvang zonder eigen ruimte. Niet elke schoolsite beschikt over dezelfde infrastructuur, maar elk kind heeft wél recht op een veilige, speelse en pedagogisch verantwoorde omgeving. Door deze drie scenario’s te onderscheiden, kan het lokaal bestuur duidelijke en kwaliteitsvolle voorwaarden opleggen, ongeacht de beginsituatie van een site, terwijl tegelijk ruimte blijft voor lokale verschillen en haalbaarheid. Vanuit deze visie hanteert de organisator de volgende basisprincipes voor het inrichten en gebruiken van binnen- en buitenruimtes:

3.a.xiv.2.  Een eigen BKO-locatie (voorkeursmodel)

        De opvang beschikt over een aparte ruimte waarvan BKO de hoofdgebruiker is.

        De ruimte fungeert als een herkenbaar en stabiel ‘nest’ dat het welbevinden versterkt.

        De inrichting bevat vaste speelhoeken, opbergruimte en een administratieve plek.

        Het lokaal is speelklaar bij aanvang van elk opvangmoment; materialen en bouwwerken mogen blijven staan.

        Er is 2 tot 4 m² speelruimte per kind, conform de richtnormen.

        De inrichting ondersteunt volledig de pedagogische werking en noden van kinderen.

        Eventuele nevengebruikers passen zich aan het BKO-gebruik aan.

 

3.a.xiv.3.  Gedeeld gebruik van ruimtes naast een eigen kernruimte

        BKO beschikt minstens over één eigen vaste ruimte (bv. leegstaand klaslokaal) waarin het hart van de werking staat en speelhoeken kunnen blijven staan.

        Polyvalente ruimtes (refter, sporthal…) kunnen gedeeld worden onder voorwaarden:

        de basisinrichting blijft geschikt voor meerdere gebruikers;

        de ruimte wordt speelklaar achtergelaten door alle gebruikers;

        opbergkasten met materiaal blijven toegankelijk.

 

3.a.xiv.4.  Geen eigen ruimte: minimale randvoorwaarden

Wanneer een aparte ruimte niet haalbaar is, gelden strikte voorwaarden:

        BKO is tijdens opvangmomenten eerste gebruiker, zodat de ruimte direct speelklaar is.

        Er is voldoende opbergruimte voor materialen, documenten en ICT.

        De ruimte mag geen onredelijke logistieke inspanningen vragen om telkens opnieuw te worden opgebouwd.

        De inrichting ondersteunt de pedagogische principes, met vaste hoeken en rustplekken.

        Er zijn voorzieningen voor verzorging en voldoende sanitair voor kleuters.

        Er zijn duidelijke afspraken met de school over inrichting, gebruik en verantwoordelijkheden.

        Er is toegang tot een ruimte voor gesprekken met ouders.

        De ruimte laat continu overzicht op de kinderen toe.

        De locatie is makkelijk bereikbaar voor ouders.

        Telefonische bereikbaarheid is gegarandeerd.

3.b.        Medewerkersbeleid

3.b.i.         Kinderbegeleider

        De organisatie hanteert 15 basiscompetenties als leidraad voor het handelen van kinderbegeleiders.

        Het team werkt actief samen aan het ontwikkelen, versterken en borgen van deze competenties.

        Medewerkers krijgen structurele ondersteuning via:

        een veilig en gezond werkklimaat,

        duidelijke afspraken en werkafspraken,

        een jaarlijkse vormingsanalyse,

        ontwikkelkansen zoals coaching, intervisie en vorming.

        Alle begeleiders beschikken over een minimum niveau Nederlands dat nodig is voor veilig, vlot en kwalitatief contact met kinderen, ouders en collega’s.

        De organisatie ondersteunt taalontwikkeling bij medewerkers via gerichte vorming, coaching en taaltrajecten.

        Bij indiensttreding wordt een uittreksel uit het strafregister (model 596.2) voorgelegd en gecontroleerd. Deze controle wordt jaarlijks herhaald. Indien het uittreksel niet blanco is, neemt de organisator passende maatregelen op basis van een beoordeling van de feiten en hun relevantie voor de functie.

        Begeleiders beschikken over de kennis en vaardigheden om adequaat en doortastend te handelen in crisissituaties.

        Begeleiders beschikken over de basiskennis van EHBO en levensreddend handelen.

        Ze passen de basisprincipes rond ziektepreventie en gezondheidsbevordering correct toe.

        Medewerkers gaan verantwoord om met risico’s en handelen steeds in het belang van de veiligheid van kinderen.

3.b.ii.        De verantwoordelijke

        Is minimaal 21 jaar en medisch geschikt.

        Voldoet aan het functieprofiel dat door de organisatie is vastgelegd.

        Beschikt over leiderschapskwaliteiten en draagt zorg voor duidelijk en effectief leiderschap binnen het team.

        Coacht en ondersteunt medewerkers en werkt actief samen met relevante externe partners.

        Wijst een vervanger aan bij afwezigheid om continuïteit te waarborgen.

        Levert bij aanwerving een uittreksel uit het strafregister (model 596.2) en voldoet aan de vereisten rond onberispelijk gedrag.

        De organisatie voorziet in een systeem van permanente bereikbaarheid van verantwoordelijken tijdens de openingsuren, zodat in crisissituaties steeds een bevoegde persoon beschikbaar is.

        Ondersteunt medewerkers in hun dagelijkse werking en staat garant voor een professioneel, veilig en kwaliteitsgericht werkklimaat.

3.c.         Toegankelijkheid

3.c.i.          Visie op toegankelijkheid

De organisator kiest bewust voor een warme, veilige en stimulerende omgeving waarin alle kinderen zich op hun eigen tempo kunnen ontwikkelen. Activiteiten sluiten aan bij leeftijd, motorische mogelijkheden, zelfstandigheid en sociale vaardigheden, met ruimte voor zowel vrije keuze als gerichte begeleiding. Door nauwe samenwerking met ouders en school wordt een vlotte en veilige overgang gegarandeerd. De opvanglocatie fungeert als een vertrouwd nest waar kinderen tot rust kunnen komen én worden uitgedaagd in hun spel.
Deze visie wordt concreet vertaald in een doordacht beleid rond de 9 B’s:

        Bereikbaarheid – Kinderen en ouders kunnen het aanbod makkelijk en veilig bereiken; de fysieke toegang (bv. trap, lift, rolstoeltoegankelijkheid) is mee gegarandeerd.

        Beschikbaarheid – Het aanbod is voldoende aanwezig, op de juiste momenten en evenwichtig verspreid over de gemeente.

        Bekendheid – Iedereen weet dat het aanbod bestaat, wat het inhoudt en hoe men kan deelnemen (heldere info en actieve bekendmaking).

        Betaalbaarheid – Het aanbod is financieel haalbaar voor alle gezinnen, met eenvoudige betalingsmogelijkheden en, waar van toepassing, sociaal tarief.

        Begrijpbaarheid – Informatie is duidelijk, eenvoudig en toegankelijk (heldere taal, visueel ondersteund waar nuttig).

        Bruikbaarheid – Het aanbod sluit aan op behoeften van alle kinderen, met bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoeften.

        Betrouwbaarheid – De werking is stabiel, veilig en consistent aanwezig; afspraken zijn voorspelbaar en worden nagekomen.

        Betreedbaarheid – Iedereen voelt zich welkom en gerespecteerd in zijn/haar identiteit (kledij, levensbeschouwing, uiterlijke kenmerken…); de omgeving is inclusief en drempelarm.

        Begrip – Er is aandacht voor culturele gevoeligheden en diversiteit; medewerkers handelen responsief en respectvol in contact met gezinnen.

3.c.ii.        Toegankelijkheid voor kwetsbare gezinnen

        De organisatie voert een laagdrempelig en toegankelijk beleid zodat alle gezinnen, ook kwetsbare gezinnen, de weg naar de opvang vinden.

        Laagdrempelige communicatie en het opbouwen van een vertrouwensband staan centraal.

        Er worden maatwerkoplossingen geboden binnen de haalbare grenzen van de organisatie, zoals:

        aangepaste contact- of breng-/haalmomenten

        ondersteuning bij administratie,

        toepassing van een sociaal tarief.

        Crisisopvang is mogelijk binnen de draagkracht van de organisatie en met aandacht voor stabiliteit in de groep.

        Medewerkers krijgen handvaten en ondersteuning om kwetsbare kinderen te begeleiden en hun noden te herkennen.

3.c.iii.       Kinderen met extra zorgbehoeften

        De organisatie streeft naar maximale toegankelijkheid en inclusie voor kinderen met extra zorgnoden.

        Oplossingen worden gezocht in constructief overleg met ouders, school en relevante partners.

        Waar mogelijk worden aanpassingen in de omgeving, structuur en begeleiding doorgevoerd.

        Medewerkers worden ondersteund in het omgaan met diverse ondersteuningsnoden.

        De visie op inclusie vertrekt vanuit de mogelijkheden van elk kind, niet vanuit beperkingen.

        Er is een uitgewerkt zorgbeleid geïntegreerd in de dagelijkse werking en afstemming met partners

3.c.iv.       Openheid en gelijke kansen

        De werking staat open voor alle kinderen, zonder enige vorm van discriminatie.

        Erkenning wordt enkel toegekend aan organisatoren die actief handelen om elke vorm van uitsluiting te voorkomen, te bestrijden en te remediëren — ongeacht politieke, ideologische of religieuze overtuiging, of aangeboren kenmerken.

        De organisatie engageert zich om gelijke kansen te bieden en een diversiteitssensitieve houding te hanteren in alle aspecten van de opvang.

3.d.        Monitoring en evaluatie

3.d.i.         Zelfevaluatie

        De organisatie voert minstens driejaarlijks een zelfevaluatie van de volledige werking uit.

        Er is sprake van continue kwaliteitsreflectie, gebaseerd op input van kinderen, ouders en medewerkers.

        Regelmatige tevredenheidsmetingen vormen mee de basis voor deze reflectie.

        De resultaten van deze bevragingen worden geïntegreerd in de driejaarlijkse zelfevaluatie.

        De organisatie staat open voor vernieuwing en stemt haar werking af met het lokaal samenwerkingsverband.

        Het meten van welbevinden en betrokkenheid van kinderen vormt een belangrijk onderdeel van de zelfevaluatie.

3.d.ii.        Klachtenprocedure

        De organisatie maakt de klachtenprocedure actief kenbaar aan ouders (bv. website, infobrochure, onthaalmoment).

        Klachten worden schriftelijk geregistreerd en op een constructieve manier opgevolgd.

        De organisatie koppelt terug naar ouders en neemt indien nodig corrigerende maatregelen

3.d.iii.      Veiligheid

        De organisatie beschikt over een procedure voor grensoverschrijdend gedrag, die bekend is bij medewerkers.

        Er is een actuele risicoanalyse, die regelmatig wordt geëvalueerd en indien nodig, bijgestuurd.

        De organisatie beschikt over een helder crisisbeleid voor noodsituaties.

        Persoonsgegevens van gebruikers en medewerkers worden verwerkt conform de geldende GDPR-richtlijnen; medewerkers zijn op de hoogte van de afspraken rond privacy en gegevensbescherming.

3.d.iv.      Aanwezigheidsregistratie

        Een actuele en nauwkeurige registratie van alle aanwezige kinderen en medewerkers is verplicht.

        De registratie wordt gebruikt voor veiligheid, personeelsinzet, toezicht en evaluatie van de werking.

3.e.        Verbondenheid en samenwerking

3.e.i.          Netwerk in de buurt

        De organisatie werkt samen met externe partners om sociale integratie, brede ontplooiing en maximale ontwikkelingskansen voor kinderen te versterken.

        De organisatie maakt actief deel uit van de lokale gemeenschap en draagt bij aan een inclusieve en kindvriendelijke omgeving.

        De organisatie kent de werking van het lokaal samenwerkingsverband en rapporteert wanneer dit wordt gevraagd.

        De organisatie heeft minstens één keer per jaar een contactmoment met de gemeente Mol om afstemming en samenwerking te versterken.

3.e.ii.        Promo en communicatie

        De werking wordt bekendgemaakt via minstens één communicatiekanaal (bijv. website, sociale media, schoolkanalen, folder).

        De organisatie communiceert met de gemeente Mol over:

        de inhoud en organisatie van het opvangaanbod,

        de bestaande toegankelijkheidsmaatregelen,

        belangrijke wijzigingen die relevant zijn voor ouders en partners.

        De organisatie staat toe dat de gemeente Mol deze informatie verspreidt via haar eigen kanalen.

        De organisatie maakt deze informatie ook zelf actief bekend via haar eigen communicatiekanalen.

 

  1. Erkenningsprocedure

4.a.        Automatische erkenning

Organisatoren met een werking op het grondgebied van Mol in 2025, die door Opgroeien het ‘kleuterlabel’ toegekend kregen, worden automatisch vanaf 1 september 2026 erkend voor een periode van vijf jaar. De organisator tracht gedurende het schooljaar met de scholen waar hij gebruik maakt van de lokalen, een door het lokaal bestuur goedgekeurde samenwerkingsovereenkomst af te sluiten.

Als het opvangaanbod niet erkend is, komt deze ook niet in aanmerking voor een BOA-subsidie. Het lokaal bestuur ziet erop toe dat voor dezelfde prestaties of kosten geen dubbele subsidiëring plaatsvindt. Het interne activiteitenaanbod dat via een andere instantie (Jeugd, Sport, Cultuur) al erkend is, moet geen afzonderlijke erkenning meer aanvragen bij het lokaal bestuur.

4.b.        Erkenning aanvragen

De organisator vraagt de erkenning aan aan de hand van het daarvoor voorziene online aanvraagformulier. De organisator bezorgt de bewijsstukken volgens de werkwijze vermeld in het aanvraagformulier. Organisatoren kunnen het hele jaar door een aanvraag indienen.

Het Huis van het Kind beoordeelt de ontvankelijkheid van de aanvraag. Als het aanvraagformulier onvolledig is ingevuld of de gevraagde bewijsstukken ontbreken, dan is de aanvraag onontvankelijk. De dienst Huis van het Kind informeert de aanvrager daarover uiterlijk 30 dagen na de ontvangst van het formulier. De aanvrager kan op basis daarvan de ontbrekende informatie aanvullen om tot een ontvankelijke aanvraag te komen.

4.c.         Beoordeling

De dienst Huis van het Kind beoordeelt op basis van de inhoud van de aanvraag en de bewijsstukken of de aanvrager voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. De dienst Huis van het Kind informeert de leden van het lokale samenwerkingsverband BOA over de aanvraag. Het Huis van het Kind formuleert een voorstel tot beslissing aan het college van burgemeester en schepenen.

4.d.        Beslissing

Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen de 60 dagen na de ontvangst van de ontvankelijke aanvraag, op basis van het voorstel van de dienst Huis van het Kind. Als het college van burgemeester en schepenen de erkenningsaanvraag afkeurt, motiveert het haar beslissing. De dienst Huis van het Kind informeert de aanvrager over de beslissing binnen de 14 dagen na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen. Dit gebeurt per mail.

 

Organisatoren die niet akkoord zijn met de beslissing, kunnen een klacht indienen bij Agentschap Binnenlands Bestuur, volgens de procedure die het Agentschap daarvoor voorziet.

4.e.        Wijzing van de erkenning

Wanneer de organisator wijzigingen doorvoert die een impact hebben op de kwaliteit, continuïteit, veiligheid of organisatie van de buitenschoolse opvang, moet hij deze onverwijld melden aan het lokaal bestuur. Dit omvat onder meer wijzigingen in:

        openingsuren of opvangcapaciteit

        gebruik van de infrastructuur (locatiewijzigingen, extra ruimtes, tijdelijke aanpassingen)

        personeelsbezetting of inzet van verantwoordelijken

        pedagogische visie of veiligheids- en gezondheidsbeleid

        financiële of organisatorische structuur die relevant is voor de werking

De organisator informeert het lokaal bestuur via Huis van het Kind, per e-mail aan: huisvanhetkind@gemeentemol.be. In de melding beschrijft de organisator duidelijk:

        Welke wijziging plaatsvindt

        Waarom deze gebeurt

        Vanaf wanneer de wijziging ingaat

        Welke gevolgen dit heeft voor kinderen, ouders en de kwaliteit van de opvang

Deze meldingsplicht maakt deel uit van het erkenningskader en laat het lokaal bestuur toe om toezicht, opvolging en ondersteuning correct op te nemen.

4.f.          Looptijd van de erkenning

De erkenning wordt toegekend voor vijf jaar en wordt stilzwijgend verlengd, tenzij het lokaal bestuur of de organisator uiterlijk zes maanden voor het aflopen van de termijn schriftelijk te kennen geeft de erkenning niet te willen verlengen. Bij de hernieuwingsaanvraag toont de organisator aan dat nog steeds aan alle erkenningsvoorwaarden wordt voldaan.

4.g.        Toezicht en handhaving

Het lokaal bestuur staat in voor het toezicht op de naleving van de erkenningsvoorwaarden en neemt, indien nodig, handhavingsmaatregelen. Het toezichts- en handhavingskader is hieronder uitgewerkt.

4.h.        Controle en opvolging

Het lokaal bestuur voert jaarlijks een administratieve controle uit van de door de organisator aangeleverde documenten, waaronder:

de zelfevaluatie van de organisator;

aanwezigheidsregistraties;

personeelsoverzichten en kwalificatiebewijzen;

indien van toepassing: samenwerkingsovereenkomsten met scholen;

uittreksels uit het strafregister van medewerkers.

 

Het lokaal bestuur kan te allen tijde bijkomende informatie opvragen bij de organisator om na te gaan of de opvanglocatie nog voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. De organisator verstrekt de gevraagde informatie binnen een termijn van één maand na de vraagstelling.

 

Het lokaal bestuur kan te allen tijde onaangekondigde plaatsbezoeken uitvoeren om ter plaatse te controleren of de organisator de erkenningsvoorwaarden naleeft.

 

Het lokaal bestuur evalueert het erkend aanbod periodiek en toetst of dit nog voldoet aan het lokaal erkenningskader. Indien tekorten worden vastgesteld of verbeteracties worden overeengekomen, volgt het lokaal bestuur deze op.

4.i.          Klachtenbehandeling

Klachten over de buitenschoolse opvang worden in eerste instantie gemeld bij de organisator zelf, via diens interne klachtenprocedure. De organisator behandelt de klacht en koppelt het resultaat terug aan de indiener.

 

Klachten over de handhaving door het lokaal bestuur of klachten die niet naar tevredenheid werden behandeld door de organisator, kunnen worden gemeld bij het lokaal bestuur via:

het online klachtenformulier op de gemeentelijke website;

e-mail aan huisvanhetkind@gemeentemol.be;

telefonisch of aan de balie van de gemeentelijke diensten.

 

Het lokaal bestuur registreert alle klachten over het erkend aanbod buitenschoolse opvang en documenteert de behandeling en afhandeling ervan.

4.j.          Aanmaning en verbetertraject

Wanneer het lokaal bestuur vaststelt dat een organisator niet of niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, wordt de organisator hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht. De schriftelijke aanmaning vermeldt:

de vastgestelde tekortkomingen;

de termijn waarbinnen de organisator corrigerende maatregelen moet nemen (maximaal drie maanden);

indien van toepassing, de specifieke voorwaarden waaraan de organisator moet voldoen om de tekortkomingen weg te werken.

 

Het lokaal bestuur en de organisator kunnen verbeteracties overeenkomen. Het lokaal bestuur volgt de uitvoering van deze verbeteracties op.

4.k.        Schorsing en intrekking van de erkenning

Het college van burgemeester en schepenen kan de erkenning intrekken indien de organisator:

niet of niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden;

de gevraagde informatie niet verstrekt binnen de gestelde termijn;

onjuiste of onvolledige informatie verstrekt;

de controle door het lokaal bestuur verhindert of belemmert;

na afloop van de aanmaningstermijn onvoldoende verbetering heeft gerealiseerd.

 

Alvorens tot intrekking van de erkenning over te gaan, wordt de organisator schriftelijk aangemaand overeenkomstig de procedure hierboven beschreven, tenzij er sprake is van een ernstige inbreuk die onmiddellijke schorsing rechtvaardigt.

4.l.          Onmiddellijke schorsing bij ernstige inbreuken

Indien ernstige inbreuken op dit erkenningskader worden vastgesteld waarbij de veiligheid en/of de fysieke of psychische integriteit van kinderen, ouders of medewerkers wordt bedreigd, kan het college van burgemeester en schepenen de erkenning onmiddellijk schorsen, in afwachting van de verdere afhandeling van de intrekkingsprocedure.

 

De organisator wordt onverwijld schriftelijk op de hoogte gebracht van de schorsing en de redenen daarvoor.

4.m.      Bezwaarprocedure

De organisator kan binnen één maand na kennisgeving van een beslissing tot weigering, schorsing of intrekking van de erkenning, bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar wordt ingediend per aangetekend schrijven of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan het gemeentebestuur (Molenhoekstraat 2, 2400 Mol). De postdatum of de datum op het ontvangstbewijs geldt als bewijs van tijdige indiening.

 

Het college van burgemeester en schepenen heroverweegt de beslissing binnen een termijn van één maand na ontvangst van het bezwaar en deelt haar gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan de organisator.

 

Onverminderd de interne bezwaarprocedure kan de organisator een klacht indienen bij het Agentschap Binnenlands Bestuur conform de daartoe voorziene procedure, of een beroep instellen bij de Raad van State binnen de wettelijk bepaalde termijnen.

4.n.        Gevolgen van schorsing of intrekking

Gedurende de schorsing van de erkenning mag de organisator geen buitenschoolse opvang aanbieden op de betrokken locatie(s) en komt het aanbod niet in aanmerking voor BOA-subsidies.

 

Bij intrekking van de erkenning vervalt het recht om erkende buitenschoolse opvang aan te bieden.

De organisator kan na intrekking een nieuwe erkenningsaanvraag indienen conform de erkenningsprocedure, op voorwaarde dat de tekortkomingen die tot de intrekking hebben geleid, zijn weggewerkt.

  1. Modaliteiten van het erkenningskader

        Het erkenningskader treedt in werking op 1 september 2026.

        Wijzigingen aan het erkenningskader kunnen gebeuren op advies van de dienst Huis van het Kind.

        Het lokaal bestuur evalueert dit erkenningskader jaarlijks, in samenwerking met het lokaal samenwerkingsverband. Deze evaluatie betreft zowel de inhoud van het kader als de toepassing ervan in de praktijk.

        Elke wijziging wordt pas van kracht na bekrachtiging door de gemeenteraad.

        Dit erkenningskader is van toepassing op buitenschoolse opvang en staat los van het gemeentelijk reglement Kort Toezicht op School. Het lokaal bestuur bewaakt een goede afstemming tussen het aanbod van buitenschoolse opvang en Kort Toezicht op School in het kader van de BOA-regie. In bepaalde situaties kan Kort Toezicht op School worden georganiseerd naast beschikbare BKO-capaciteit, om te vermijden dat kinderen onnodig lang op de bus moeten zitten bij nood aan korte opvang.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

BUITENSCHOOLSE OPVANG EN ACTIVITEITEN (BOA) - REGLEMENT KORT TOEZICHT OP SCHOOL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis

De gemeente Mol organiseert en ondersteunt al geruime tijd “kort toezicht op school” als een aanvullende opvangvorm op schoollocaties. Dit aanbod speelt in op piekmomenten in de opvang en helpt om de druk op de buitenschoolse kinderopvang (BKO) te verlagen en wachtlijsten te beperken.

 

Het college van burgemeester en schepenen keurde op 28 oktober 2015 een eerste uitbreiding van dit aanbod goed, als antwoord op de toenemende opvangnood.

 

Voor het schooljaar 2025-2026 werden op 16 juli 2025 opnieuw bijsturingen goedgekeurd. Daarbij werd het aanbod op verschillende locaties uitgebreid, opgestart of afgebouwd in functie van de beschikbare capaciteit en om onnodig gelijktijdig aanbod te vermijden.

 

Het kort toezicht op school is historisch gegroeid in nauwe samenwerking met de scholen en blijft een belangrijk aanvullend onderdeel van het lokale opvangaanbod.

 

Juridische gronden

Dit reglement is gebaseerd op:

        het Decreet Lokaal Bestuur;

        het decreet van 3 mei 2019 over buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA), dat de regierol van het lokaal bestuur vastlegt.

 

Inspraak en advies

Het lokaal bestuur neemt binnen het BOA-decreet een regierol op en stemt het buitenschoolse aanbod op elkaar af.
 

Hoewel kort toezicht op school geen onderdeel is van de BOA-financiering, is afstemming met het bredere BOA-Beleid noodzakelijk om een coherent, efficiënt en toegankelijk aanbod te garanderen voor kinderen en gezinnen.

 

Het reglement werd voorbereid in afstemming met de betrokken partners en past binnen de bredere uitwerking van het lokale BOA-beleid.
 

Bijlage

  1. Reglement voor de organisatie kort toezicht op school

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Kort toezicht op school biedt een flexibel en laagdrempelig antwoord op opvangnoden die zich voordoen voor en na de schooluren, vooral op momenten waarop de capaciteit in de buitenschoolse kinderopvang onder druk staat.

 

Door dit aanbod structureel te organiseren en duidelijk te kaderen in een reglement, creëert de gemeente transparantie en uniformiteit in de organisatie en samenwerking met scholen.

 

Een duidelijke regeling maakt het ook mogelijk om het aanbod beter af te stemmen op de lokale noden en om overlap met andere opvangvormen te vermijden.

 

Financiële weerslag

De organisatie van kort toezicht op school wordt gefinancierd via de middelen die hiervoor voorzien zijn in het meerjarenplan van de gemeente Mol en staat los van de BOA-subsidies.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel
Het reglement voor de organisatie van kort toezicht op school wordt goedgekeurd:

 

Artikel 1 – Doel en voorwerp

Dit reglement bepaalt het lokaal kader voor de organisatie en ondersteuning van “kort toezicht op school” (hierna: “KTOS”) op het grondgebied van de gemeente Mol.

KTOS heeft als doel een laagdrempelige, tijdelijke en beperkte opvangmogelijkheid te voorzien vóór en/of na de schooltijd, op schoollocaties, wanneer en voor zover de lokale opvangnood dit vereist. KTOS kan ook naast BKO worden ingericht in situaties waarin dit nuttig is om bijvoorbeeld kinderen een kortere verplaatsing te bieden.

KTOS is geen buitenschoolse kinderopvang in de zin van het gemeentelijk erkenningskader BKO, en is evenmin een erkenning als buitenschoolse activiteit in de zin van het gemeentelijk erkenningskader BOA-activiteiten. KTOS wordt wel beleidsmatig afgestemd met het BOA-beleid van de gemeente Mol overeenkomstig dit reglement.

 

Artikel 2 – Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  1. “Gemeente”: gemeente Mol.
  2. “School” of “schoolbestuur”: een school(inrichtende macht) die basisonderwijs organiseert op het grondgebied van de gemeente Mol.
  3. “Schoollocatie”: een fysieke vestigingsplaats waar een school basisonderwijs organiseert op het grondgebied van de gemeente Mol.
  4. “KTOS”: het door of via een school georganiseerde toezicht op schoollocatie(s) buiten de lestijden, gedurende een beperkte duur, gericht op kinderen die ingeschreven zijn in het basisonderwijs en die voor een korte periode opvang/toezicht nodig hebben.
  5. “BKO”: buitenschoolse kinderopvang zoals georganiseerd/erkend binnen het toepasselijke gemeentelijke en Vlaamse kader.
  6. “BOA-beleid”: het lokaal beleid inzake buitenschoolse opvang en afstemming met buitenschoolse activiteiten in uitvoering van het BOA-decreet.

 

Artikel 3 – Toepassingsgebied en doelgroep

KTOS kan worden ingericht voor kinderen die cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden:

        zij zijn ingeschreven in het basisonderwijs op een schoollocatie in de gemeente Mol; en

        zij zijn aangemeld bij de dienst buitenschoolse kinderopvang en ingeschreven via het inschrijvingssysteem van het lokaal bestuur om gebruik te maken van de opvang.

KTOS wordt uitsluitend ingericht op schoollocaties op het grondgebied van de gemeente Mol.

KTOS kan enkel worden ingericht vóór of na de schooluren op schooldagen, en niet tijdens schoolvakanties of schoolvrije dagen, behoudens uitdrukkelijke beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 4 – Principe van complementariteit en geen overbodig gelijktijdig aanbod

KTOS is complementair aan BKO en wordt gericht ingezet om een lokale opvangnood op te vangen. KTOS kan ook naast BKO worden ingericht in situaties waarin dit nuttig is voor de toegankelijkheid van de opvang, bijvoorbeeld op centrumscholen waar kinderen anders onnodig lange verplaatsingen zouden moeten maken.

De gemeente bewaakt, in afstemming met scholen en in het kader van de BOA-regie, dat KTOS doelgericht wordt ingezet, rekening houdend met de specifieke noden en omstandigheden per schoollocatie.

 

Artikel 5 – Toekenningsmodel en besluitvorming

KTOS wordt niet toegekend via een open erkenning, maar via een gerichte toekenning per schoollocatie.

Het college van burgemeester en schepenen beslist, op basis van een gemotiveerde aanvraag of op eigen initiatief na overleg met de betrokken school, of KTOS op een bepaalde schoollocatie wordt ingericht, uitgebreid, gewijzigd, tijdelijk geschorst of afgebouwd.

De toekenning gebeurt voor een bepaalde periode (bij voorkeur per schooljaar), met evaluatiemomenten zoals bepaald in artikel 10.

 

Artikel 6 – Criteria voor toekenning of bijsturing

Bij de beslissing tot toekenning, uitbreiding, wijziging of afbouw van KTOS houdt het college van burgemeester en schepenen minstens rekening met de volgende elementen, voor zover relevant en beschikbaar:

  1. De geobjectiveerde opvangnood op de betrokken schoollocatie en in de betrokken regio (onder meer via inschrijvings- en bezettingsgegevens, wachtlijsten en capaciteitsgegevens van BKO);
  2. De beschikbaarheid van BKO-aanbod op redelijke afstand en de mogelijkheid om BKO-capaciteit (tijdelijk) te verhogen;
  3. De haalbaarheid op schoolniveau, waaronder personele inzetbaarheid en praktische organisatie;
  4. De impact op toegankelijkheid voor gezinnen, met bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen;
  5. De mate waarin KTOS de druk op BKO effectief vermindert;
  6. De afstemming met het gemeentelijk BOA-beleid en de spreiding van het buitenschools aanbod.

 

Artikel 7 – Organisatievoorwaarden en minimale kwaliteitsnormen

De school die KTOS organiseert, waarborgt een veilige en ordelijke toezichtomgeving voor de deelnemende kinderen.

 

De organisatie van KTOS gebeurt met respect voor toepasselijke regelgeving inzake veiligheid, welzijn, privacy en verzekeringen.

De gemeente kan, als voorwaarde voor toekenning of voortzetting, minimale organisatorische afspraken opleggen, waaronder afspraken over aanwezigheid, registraties, noodprocedures, communicatie met ouders, en samenwerking met de gemeentelijke diensten. In het bijzonder gelden volgende randvoorwaarden:

        De opvangmomenten worden per school vastgelegd in een vast weekschema dat voor het ganse volgende schooljaar geldt. Per opvangmoment KTOS wordt een capaciteit en een begin- of einduur vastgelegd. De mogelijke capaciteiten zijn 20, 30 of 40 kinderen. De mogelijke beginuren zijn 7.30 uur of 8 uur. De mogelijke einduren zijn 16.30 uur, 16.45 uur of 17 uur.

        De school voorziet het volgende aantal begeleiders:

        voor een capaciteit van 20 kinderen minimaal één begeleider voor de ganse opvangtijd;

        voor een capaciteit van 30 kinderen minimaal één begeleider voor de ganse opvangtijd en één begeleider voor de helft van de opvangtijd;

        voor een capaciteit van 40 kinderen minimaal twee begeleiders voor de ganse opvangtijd.

        De school stelt zelf begeleiders aan om dit aanbod te garanderen. De begeleiders beschikken allemaal over een uittreksel uit het strafregister model 2. De begeleiders zijn in eerste instantie leerkrachten van de school. De school mag ook andere medewerkers inzetten. In laatste instantie kan de school ook begeleiders zoeken buiten de schoolomgeving.

        Het aanbod van KTOS behoort tot de vrije tijd van de kinderen en mag niet worden opgevat als studie of huiswerkbegeleiding. Het aanbod van KTOS is geschikt voor kleuters en leerlingen van de lagere school.

        De school conformeert haar organisatie aan het intern reglement KTOS zoals opgemaakt door het lokaal bestuur.

 

Artikel 8 – Capaciteit, inschrijving en communicatie

De praktische modaliteiten inzake capaciteit en inschrijving worden per schoollocatie vastgelegd in de beslissing van het college van burgemeester en schepenen en/of in een uitvoeringsovereenkomst met de betrokken school.

 

Om gebruik te kunnen maken van KTOS dienen ouders in te schrijven via de software waar ook de buitenschoolse kinderopvang gebruik van maakt (het inschrijvingssysteem van het lokaal bestuur). Indien de vraag groter is dan het aanbod, worden kinderen ingeschreven op een reservelijst. Kinderen op de reservelijst van KTOS kunnen niet worden opgevangen in KTOS.

Kinderen kunnen niet gelijktijdig ingeschreven worden voor de reguliere buitenschoolse kinderopvang (BKO) en KTOS.

De aanwezigheid van kinderen die gebruik maken van KTOS wordt geregistreerd in dezelfde software waar ook de kinderen van de buitenschoolse kinderopvang worden geregistreerd. De facturatie van KTOS gebeurt via dezelfde software en dezelfde factuur als de buitenschoolse kinderopvang.

De gemeente en de school maken duidelijke afspraken over de communicatie naar ouders, zodat ouders correct geïnformeerd worden over het onderscheid tussen KTOS en BKO, de openingsuren, de inschrijvingswijze en eventuele kosten.

 

Artikel 9 – Financiële afspraken en verbod op dubbele subsidiëring

KTOS wordt niet gefinancierd met BOA-werkingssubsidies die door Vlaanderen voor buitenschoolse opvang en activiteiten worden toegekend, tenzij een latere Vlaamse of lokale beslissing uitdrukkelijk anders bepaalt.

Indien de gemeente financiële ondersteuning of een vergoeding toekent aan een school in het kader van KTOS (bijvoorbeeld voor organisatiekosten of een vergoeding voor de vrijwilligers die het toezicht opnemen), wordt dit vastgelegd in de beslissing van het college van burgemeester en schepenen en/of in een uitvoeringsovereenkomst.

 

De toekenning van middelen voor KTOS kan afhankelijk worden gemaakt van verantwoordingsstukken of rapportering, in verhouding tot de omvang van de ondersteuning.

De gemeente ziet erop toe dat voor dezelfde prestaties of kosten geen dubbele subsidiëring plaatsvindt, met inbegrip van cumulatie met andere gemeentelijke subsidiereglementen, tenzij uitdrukkelijk toegestaan in de collegebeslissing of uitvoeringsovereenkomst.

 

Artikel 10 – Evaluatie en bijsturing

KTOS wordt minstens één keer per schooljaar geëvalueerd in overleg met de betrokken scholen, of vaker indien de opvangnood of bezettingscijfers daartoe aanleiding geven.

 

De evaluatie gebeurt in overleg met de betrokken school en de gemeentelijke dienst(en) die instaan voor het buitenschools beleid, met als doel het aanbod efficiënt te houden en waar nodig te wijzigen of af te bouwen.

Op basis van de evaluatie kan het college van burgemeester en schepenen beslissen tot uitbreiding, inperking, tijdelijke schorsing of stopzetting van KTOS op een schoollocatie.

 

Artikel 11 – Afstemming met BOA-beleid en gegevensdeling

KTOS wordt opgenomen als relevant onderdeel in de lokale afstemming van het buitenschools aanbod, in het kader van de BOA-regierol van de gemeente.

 

De school bezorgt, binnen de grenzen van de privacyregelgeving, de noodzakelijke gegevens aan de gemeente voor monitoring en afstemming, zoals bezettingsgegevens en openingsmomenten, in de mate dat dit redelijkerwijze kan worden verwacht en zoals verder geconcretiseerd in een uitvoeringsovereenkomst of collegebeslissing. De monitoring van KTOS gebeurt via het inschrijvingssysteem van het lokaal bestuur.

De gemeente verwerkt persoonsgegevens uitsluitend voor zover noodzakelijk voor de organisatie, opvolging, afstemming en evaluatie van KTOS, conform de toepasselijke privacyregelgeving.

 

Artikel 12 – Toezicht, naleving en maatregelen

Indien de school de afspraken of voorwaarden verbonden aan KTOS niet naleeft, kan het college van burgemeester en schepenen, na overleg en gemotiveerd, passende maatregelen nemen, waaronder het opleggen van bijkomende voorwaarden, het opschorten van ondersteuning of het beëindigen van KTOS op de betrokken schoollocatie.

 

Artikel 13 – Klachten en betwistingen

Klachten over de werking van KTOS worden in eerste instantie behandeld volgens de interne klachtenprocedure van de organiserende school.

Klachten of betwistingen over de gemeentelijke beslissing tot toekenning, wijziging, ondersteuning of stopzetting van KTOS, of over de toepassing van dit reglement, worden gericht aan het college van burgemeester en schepenen. Het college neemt binnen een redelijke termijn een gemotiveerde beslissing.

 

Artikel 14 – Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op de datum bepaald door de gemeenteraad en is van toepassing vanaf het eerstvolgende schooljaar, zijnde het schooljaar 2026-2027, tenzij anders bepaald.

 

Artikel 15 – Uitvoering

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement en kan, binnen de grenzen van dit reglement, nadere uitvoeringsmodaliteiten vastleggen via collegebeslissingen en uitvoeringsovereenkomsten met scholen.

 

Bijlagen of modellen (niet-limitatief) kunnen door het college worden vastgesteld, waaronder een model van uitvoeringsovereenkomst en een model van rapportering/evaluatie.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

BUITENSCHOOLSE OPVANG EN ACTIVITEITEN - SUBSIDIEREGLEMENT BUITENSCHOOLSE ACTIVITEITEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis

 

De gemeente Mol ontvangt van de Vlaamse overheid een werkingssubsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA). In het kader van haar regierol zet het lokaal bestuur deze middelen in om een afgestemd en kwaliteitsvol buitenschools aanbod uit te bouwen.

 

Voor buitenschoolse activiteiten werd een erkenningskader uitgewerkt waarin de kwaliteitsvoorwaarden en verwachtingen voor organisatoren worden vastgelegd.

 

Aangezien erkenning op zich geen automatisch recht geeft op financiële ondersteuning, is het aangewezen om de subsidiëring afzonderlijk te regelen. Dit subsidiereglement legt de voorwaarden, procedure en verantwoording vast voor de toekenning van subsidies voor buitenschoolse activiteiten

 

Juridische gronden

Dit reglement is gebaseerd op:

        het Decreet Lokaal Bestuur;

        het decreet van 3 mei 2019 over buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA);

        het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 (en latere wijzigingen);

        de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op toelagen;

        de Europese regelgeving rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang (DAEB);

        het erkenningskader buitenschoolse activiteiten;

        bestaande erkennings- en subsidiereglementen voor jeugd, sport en cultuur;

        het goedgekeurde meerjarenplan met de voorziene kredieten.

 

Inspraak en advies

Binnen het BOA-decreet neemt het lokaal bestuur een regierol op en werkt het aan een afgestemd en kwaliteitsvol aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten.

 

In Mol werd daarom een samenhangend geheel van reglementen uitgewerkt, waaronder erkenningskaders en subsidiereglementen voor opvang, activiteiten en kort toezicht op school.

 

Deze reglementen zijn tot stand gekomen in samenwerking met relevante partners binnen het BOA-samenwerkingsverband en met ondersteuning van GD&A Advocaten.

 

Het lokaal samenwerkingsverband BOA werd geïnformeerd over deze reglementen.

 

Bijlage

  1. Subsidiereglement Buitenschoolse Activiteiten

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Met dit subsidiereglement wil de gemeente Mol organisatoren stimuleren om een divers, toegankelijk en kwalitatief vrijetijdsaanbod voor kinderen uit te bouwen.

 

Door subsidies toe te kennen op basis van vastgestelde noden in het lokale aanbod, kan gerichter worden ingespeeld op tekorten in bepaalde wijken, tijdstippen, doelgroepen of soorten activiteiten.

 

Het reglement zorgt voor duidelijke en transparante afspraken over de toekenning en besteding van middelen en voorkomt overlap met andere gemeentelijke subsidiereglementen.

 

Daarnaast wordt samenwerking gestimuleerd en wordt het bestaande verenigingsleven maximaal betrokken binnen het BOA-beleid.

 

Financiële weerslag

De subsidies worden toegekend binnen de kredieten die voorzien zijn in het meerjarenplan van de gemeente Mol, rekening houdend met de BOA-werkingssubsidie van de Vlaamse overheid en de beschikbare budgettaire ruimte.

 

Actie

1/3/1 - Kwalitatieve kinderopvang samen met partners

Registratiesleutel

Uit te splitsen vanaf budgetsleutel 094500/61590004 in nieuwe subsidie-sleutel.

Bedrag

Jaarlijks te bepalen door het college voor burgemeester en schepenen binnen de voorziene budgetten.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement goed:

 

De gemeenteraad van Mol,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur, inzonderheid artikel 40, §3 en artikel 41, tweede lid, 23°;

Gelet op het Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten, zoals gewijzigd bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2026;

Gelet op de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;

Gelet op Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen  (hierna DAEB de-minimisverordening);

Gelet op het Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU, (hierna DAEB-vrijstellingsbesluit);

Gelet op het erkenningskader buitenschoolse activiteiten (BOA), zoals goedgekeurd door de gemeenteraad;

Gelet op het erkenningsreglement voor jeugd- en sportverenigingen en het subsidiereglement voor lokaal cultuurbeleid, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad;

Gelet op het meerjarenplan en de daarin voorziene kredieten voor buitenschoolse activiteiten, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad;

Overwegende dat de gemeente Mol van Vlaanderen een werkingssubsidie ontvangt voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) en dat het lokaal bestuur deze subsidie besteedt aan de opdrachten zoals bepaald in het BOA-decreet;

Overwegende dat het erkenningskader BOA de kwaliteitsvoorwaarden en erkenningsvoorwaarden vastlegt voor organisatoren van buitenschoolse activiteiten, en dat erkenning geen automatisch recht geeft op subsidies;

Overwegende dat organisatoren die reeds beschikken over een geldige erkenning als jeugd- of sportvereniging of die als culturele vereniging zijn aangesloten bij het cultuurforum, geen bijkomende BOA-erkenning hoeven aan te vragen om in aanmerking te komen voor BOA-subsidies, en dat hun bestaande erkenning als complementair wordt beschouwd, op voorwaarde dat zij voldoen aan de minimale kwaliteitsvoorwaarden uit het erkenningskader BOA;

Overwegende dat het aangewezen is om de voorwaarden, procedure en verantwoording voor de toekenning van subsidies voor buitenschoolse activiteiten vast te leggen in een afzonderlijk subsidiereglement;

 

 

Beslist:

 

Artikel 1 – Doel

Dit subsidiereglement heeft tot doel de financiële ondersteuning te regelen voor de organisatie van buitenschoolse activiteiten (hierna: “BOA-activiteiten”) op het grondgebied van de gemeente Mol, gericht op kinderen van 2,5 tot 14 jaar. De subsidie beoogt een kwalitatief, divers, toegankelijk en inclusief vrijetijdsaanbod te waarborgen tijdens de buitenschoolse momenten, conform het erkenningskader BOA en de doelstellingen van het BOA-decreet.

 

Artikel 2 – Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

“Gemeente”: gemeente Mol.

“Organisator”: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die buitenschoolse activiteiten organiseert en hiervoor de verantwoordelijkheid draagt, en die erkend is conform artikel 3 van dit reglement.

“Erkenningskader”: het erkenningskader buitenschoolse activiteiten (BOA), zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van Mol.

“BOA-activiteiten”: buitenschoolse activiteiten zoals gedefinieerd in het erkenningskader BOA, gericht op kinderen van 2,5 tot 14 jaar.

“BOA-werkingssubsidie”: de subsidie die de gemeente ontvangt van de Vlaamse overheid op grond van artikel 12 van het BOA-decreet.

“College”: het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Mol.

“Lokaal samenwerkingsverband BOA”: het door de gemeente Mol erkende lokaal samenwerkingsverband zoals bedoeld in het BOA-decreet, dat het lokaal bestuur adviseert over het buitenschoolse beleid en de uitvoering van het erkenningskader BOA.

 

Artikel 3 – Toepassingsgebied

Dit subsidiereglement is van toepassing op:

organisatoren die beschikken over een geldige erkenning voor buitenschoolse activiteiten conform het erkenningskader BOA;

organisatoren die beschikken over een bestaande erkenning als jeugd- of sportvereniging conform het erkenningsreglement jeugd- en sportverenigingen, of die als culturele vereniging zijn aangesloten bij het cultuurforum conform het subsidiereglement voor lokaal cultuurbeleid. Deze organisatoren hoeven geen bijkomende BOA-erkenning aan te vragen, maar moeten wel voldoen aan de minimale kwaliteitsvoorwaarden zoals opgenomen in het erkenningskader BOA om in aanmerking te komen voor een subsidie.

Enkel organisatoren die op het moment van de subsidieaanvraag erkend zijn overeenkomstig punt 1 of punt 2 en de toepasselijke kwaliteitsvoorwaarden blijvend naleven, komen in aanmerking voor een subsidie op grond van dit reglement.

Dit subsidiereglement is niet van toepassing op buitenschoolse kinderopvang (BKO) of op het kort toezicht op school (KTOS). Voor deze onderdelen gelden afzonderlijke regelingen.

 

Artikel 4 – Subsidiabele kosten

De subsidie kan worden aangewend voor kosten die rechtstreeks verband houden met de organisatie en het aanbod van BOA-activiteiten, waaronder:

personeelskosten en vergoedingen voor begeleiders, animatoren en vrijwilligers;

kosten voor pedagogisch en didactisch materiaal, speel- en sportmateriaal en verbruiksgoederen;

kosten voor vorming, coaching en intervisie van begeleiders en animatoren;

kosten voor infrastructuur en huur van locaties waarop BOA-activiteiten plaatsvinden;

kosten voor communicatie, promotie en administratie;

verzekeringspremies (burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen) die verband houden met de BOA-werking;

kosten voor het vervoer van kinderen naar of vanuit de activiteitenlocatie, indien van toepassing;

kosten ter bevordering van de toegankelijkheid en inclusie, waaronder de inzet voor kwetsbare gezinnen en kinderen met extra zorgbehoeften.

De subsidie wordt niet aangewend voor kosten die reeds worden gedekt door andere subsidies of financieringsbronnen, met uitzondering van ouderbijdragen.

 

Artikel 5 – Subsidiebedrag en beschikbare middelen

De subsidies worden toegekend binnen de perken van de kredieten die daartoe in het gemeentelijk meerjarenplan zijn voorzien.

Het college stelt jaarlijks, vóór het begin van het subsidiejaar, het beschikbare subsidiebudget vast. Bij deze vaststelling houdt het college rekening met de door de gemeente ontvangen BOA-werkingssubsidie van de Vlaamse overheid, de gemeentelijke middelen die in het meerjarenplan zijn voorzien voor buitenschoolse activiteiten, en de beschikbare begrotingsruimte.

Een deel van deze middelen kan, in functie van het bredere BOA-beleid, worden aangewend voor de aan BOA gekoppelde werking van gemeentelijke en OCMW-diensten. Dit aandeel kan worden toegekend via een interne kredietaanpassing of een aanpassing van het meerjarenplan.

De subsidie wordt toegekend op basis van de vastgestelde noden in het buitenschoolse aanbod. Het college bepaalt jaarlijks, in overleg met het lokaal samenwerkingsverband BOA, welke noden prioritair zijn. Het subsidiesysteem bestaat uit volgende component:

een werkingssubsidie per goedgekeurde activiteitenreeks per werkingsperiode, waarvan het bedrag wordt bepaald op basis van de mate waarin het aanbod inspeelt op een vastgestelde nood.

Het college stelt jaarlijks, op advies van het lokaal samenwerkingsverband BOA, een prioriteitenlijst vast die de noden in het buitenschoolse aanbod identificeert. Deze noden kunnen onder meer betrekking hebben op:

geografische spreiding: wijken of locaties waar het buitenschoolse aanbod ontoereikend is;

tijdsspreiding: momenten (ochtend, avond, woensdagnamiddag, schoolvakanties) waarop het aanbod ontoereikend is;

doelgroepen: specifieke groepen kinderen (bv. kleuters, tieners, kinderen met extra zorgbehoeften, kinderen uit kwetsbare gezinnen) waarvoor het aanbod ontoereikend is;

inhoudelijke lacunes: types van activiteiten (bv. sport, cultuur, natuur) die onvoldoende beschikbaar zijn.

De concrete bedragen van de werkingssubsidie worden jaarlijks vastgesteld door het college, rekening houdend met het beschikbare budget en de vastgestelde prioriteiten. Activiteitenreeksen die inspelen op meerdere noden ontvangen een hoger subsidiebedrag dan activiteitenreeksen die inspelen op minder noden of geen specifieke nood.

Een erkende organisator kan meerdere activiteitenreeksen per schooljaar aanbieden die in aanmerking komen voor subsidiëring op grond van dit reglement.

Een activiteitenreeks komt slechts in aanmerking voor subsidiëring indien zij voldoet aan de volgende minimale voorwaarden: activiteiten buiten de schooluren (middagtoezicht komt niet in aanmerking); groepsgebonden van karakter; effectieve duur van minstens 60 minuten per activiteit; Nederlands als verbindende taal; gemiddelde effectieve aanwezigheid van minstens 4 kinderen; een correcte verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen; jaarlijkse voorlegging van een uittreksel uit het strafregister model 596.2 voor alle begeleiders; en een open en niet-discriminerende toelatingspraktijk.

 

Artikel 6 – Verbod op dubbele subsidiëring

De organisator die op grond van dit reglement een subsidie ontvangt, kan voor dezelfde activiteiten of kosten geen aanspraak maken op andere subsidies van de gemeente Mol of het OCMW Mol.

Het lokaal bestuur ziet erop toe dat voor dezelfde activiteiten geen dubbele subsidiëring plaatsvindt, met inbegrip van cumulatie met subsidies toegekend op grond van het subsidiereglement voor sportverenigingen, het subsidiereglement voor lokaal cultuurbeleid, het subsidiereglement voor buitenschoolse kinderopvang of enig ander gemeentelijk subsidiereglement.

De subsidie op grond van dit reglement mag niet worden gecumuleerd met financiële ondersteuning voor kort toezicht op school (KTOS), tenzij het college uitdrukkelijk anders beslist.

 

Artikel 7 – Aanvraagprocedure

De organisator dient een subsidieaanvraag in bij de dienst Huis van het Kind, via het daarvoor voorziene aanvraagformulier op de gemeentelijke website. Een aanvraag wordt ingediend per werkingsperiode.

Voor de toepassing van dit reglement worden twee werkingsperiodes onderscheiden: periode 1 loopt van september tot en met december; periode 2 loopt van januari tot en met juni.

De subsidieaanvraag wordt ingediend uiterlijk drie maand voor de start van de betrokken werkingsperiode, tenzij het college een andere datum vaststelt.

De subsidieaanvraag bevat minstens de volgende gegevens en documenten:

een omschrijving van de geplande activiteitenreeks(en) per werkingsperiode (aard, doelgroep, weekdag, openingsuren, locatie en geraamde capaciteit);

een raming van de kosten en de gevraagde subsidiebedragen;

een overzicht van de ingezette begeleiders en animatoren en hun kwalificaties;

het bewijs van een geldige erkenning conform artikel 3, en in voorkomend geval het bewijs dat aan de minimale kwaliteitsvoorwaarden van het erkenningskader BOA wordt voldaan;

een rekeningnummer op naam van de organisator.

Indien de organisator een rechtspersoon is het ondernemingsnummer, indien de organisator een natuurlijk persoon is het rijksregisternummer.

indien de organisator een rechtspersoon is en de gevraagde subsidie meer dan 1.250 EUR bedraagt: de balans, de rekeningen en een verslag inzake beheer en financiële toestand van de organisator, overeenkomstig artikel 5 van de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

De organisator ontvangt een ontvangstbevestiging binnen 14 dagen na indiening.

 

Artikel 8 – Beoordeling en beslissing

De dienst Huis van het Kind beoordeelt de subsidieaanvraag op volledigheid en conformiteit met de voorwaarden van dit reglement en het erkenningskader BOA.

Indien de aanvraag onvolledig is, wordt de organisator hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht. De organisator beschikt over een termijn van 14 dagen om de aanvraag te vervolledigen.

Het lokaal samenwerkingsverband BOA verstrekt advies over de subsidieaanvragen en de toepassing van de prioriteitenlijst. Dit advies maakt deel uit van het dossier dat wordt voorgelegd aan het college.

De dienst Huis van het Kind formuleert, op basis van het advies van het lokaal samenwerkingsverband BOA, een voorstel tot beslissing aan het college.

Het college beslist over de toekenning van de subsidie, in beginsel binnen twee maanden na de ontvangst van een volledige aanvraag. De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de organisator binnen 14 dagen na de beslissing van het college.

Indien het college de subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk afkeurt, motiveert het zijn beslissing. De beslissing vermeldt de beroepsmogelijkheden, de instantie waarbij het beroep moet worden ingesteld en de geldende termijnen, overeenkomstig het Bestuursdecreet.

 

Artikel 9 – Uitbetaling

De subsidie wordt uitbetaald op het rekeningnummer van de organisator, na voorlegging en goedkeuring van de verantwoordingsstukken voor de betrokken werkingsperiode.

Het college kan beslissen om voor een werkingsperiode een voorschot van maximaal 50% van het toegekende bedrag uit te betalen bij de start van de werkingsperiode, en het saldo na indiening en goedkeuring van de verantwoordingsstukken.

De organisator verbindt zich ertoe elke wijziging van het rekeningnummer onmiddellijk en schriftelijk mee te delen aan de dienst Huis van het Kind.

 

Artikel 10 – Verantwoording en rapportering

De organisator bezorgt na afloop van elke werkingsperiode, en uiterlijk binnen drie maanden na het einde van de werkingsperiode of op vraag van het college, de volgende verantwoordingsstukken aan de dienst Huis van het Kind:

een overzicht van de effectief gerealiseerde activiteiten met vermelding van data, tijdstippen, locatie en de ingezette begeleiders;

de deelnamecijfers, geregistreerd via het door het lokaal samenwerkingsverband BOA aangeduide gezamenlijke registratiesysteem;

een financieel verslag van de besteding van de subsidie;

desgevallend, gegevens over het bereik van kwetsbare gezinnen en kinderen met extra zorgbehoeften;

een korte evaluatie van de werking en eventuele verbeterpunten.

Het college kan nadere modaliteiten vaststellen voor de vorm en inhoud van de verantwoordingsstukken.

De dienst Huis van het Kind beoordeelt de verantwoording en formuleert, na advies van het lokaal samenwerkingsverband BOA, een advies aan het college over de goedkeuring en de definitieve afrekening.

 

Artikel 11 – Toezicht en controle

Het lokaal bestuur kan te allen tijde controleren of de subsidie correct wordt besteed, de subsidiërings- en erkenningsvoorwaarden worden nageleefd en de verantwoordingsstukken overeenstemmen met de werkelijkheid.

De organisator verleent zijn volledige medewerking aan deze controle en verstrekt de gevraagde informatie binnen een termijn van één maand na de vraagstelling.

Voor de toepassing van het toezichts- en handhavingskader wordt verwezen naar het erkenningskader BOA.

 

Artikel 12 – Terugvordering en sancties

Indien blijkt dat de organisator:

de subsidie niet of niet volledig heeft besteed aan de doeleinden waarvoor zij werd toegekend;

onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt bij de aanvraag of de verantwoording;

niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of aan de minimale kwaliteitsvoorwaarden van het erkenningskader BOA;

de controle door het lokaal bestuur verhindert of belemmert,

kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen, de uitbetaling van het saldo weigeren of de subsidie voor de lopende of volgende werkingsperiode verminderen of weigeren.

Alvorens tot terugvordering of weigering over te gaan, wordt de organisator schriftelijk in kennis gesteld van de vastgestelde tekortkomingen en beschikt hij over een termijn van 30 dagen om zijn standpunt kenbaar te maken.

 

Artikel 13 – Betwistingen

Betwistingen over de toepassing van dit subsidiereglement worden aanhangig gemaakt bij het college, dat binnen een termijn van één maand een gemotiveerde beslissing neemt.

De gemotiveerde betwisting wordt ingediend per aangetekend schrijven of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan het gemeentebestuur (Molenhoekstraat 2, 2400 Mol), of via het online formulier op de gemeentelijke website.

Onverminderd de interne betwistingsprocedure kan de organisator een klacht indienen bij het Agentschap Binnenlands Bestuur, volgens de procedure die het Agentschap daarvoor voorziet.

 

Artikel 14 – Non-discriminatieclausule

De organisator verbindt zich ertoe een open en niet-discriminerend toegangsbeleid te voeren. Geen enkel kind mag worden uitgesloten op grond van geslacht, herkomst, nationaliteit, taal, sociale of culturele achtergrond, levensbeschouwing, vermogen, gezinssamenstelling, gezondheidstoestand, handicap of enig ander persoonlijk kenmerk.

De organisator neemt redelijke maatregelen om de toegankelijkheid van het aanbod te bevorderen, in het bijzonder voor kwetsbare gezinnen en kinderen met extra zorgbehoeften.

Het niet naleven van deze non-discriminatieclausule kan aanleiding geven tot terugvordering van de subsidie en, in voorkomend geval, tot intrekking van de erkenning, conform het erkenningskader BOA.

 

Artikel 15 – Verhouding tot het erkenningskader

De toekenning van een subsidie op grond van dit reglement doet geen afbreuk aan de erkenningsvoorwaarden en de minimale kwaliteitsvoorwaarden van de organisator zoals bepaald in het erkenningskader BOA.

Bij schorsing of intrekking van de BOA-erkenning, of bij niet-naleving van de minimale kwaliteitsvoorwaarden door een organisator die op grond van artikel 3, 2°, in aanmerking komt, vervalt het recht op subsidie onmiddellijk. De subsidie wordt pro rata teruggevorderd voor de periode waarin de organisator niet langer aan de toepasselijke voorwaarden voldeed.

Artikel 15bis – Diensten van algemeen economisch belang (DAEB)

De buitenschoolse activiteiten die op grond van dit reglement worden gesubsidieerd, worden aangemerkt als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De inhoud van de openbaredienstverplichtingen omvat het organiseren van kwaliteitsvolle, toegankelijke en betaalbare buitenschoolse activiteiten voor kinderen, met bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen, conform de doelstellingen van het Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.

 

Indien het totale bedrag aan subsidies dat een organisator ontvangt niet meer bedraagt dan 750.000 EUR over een periode van drie jaren, wordt deze subsidie beschouwd als de-minimissteun voor diensten van algemeen economisch belang in de zin van Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen.

 

Indien het totale bedrag aan subsidies dat een organisator ontvangt meer bedraagt dan 750.000 EUR over een periode van drie jaren, is het Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU, van toepassing. In dat geval dient de subsidie te worden toegekend rekening houdende met de voorwaarden uit het DAEB-Vrijstellingsbesluit.

 

Artikel 16 – Evaluatie

Het lokaal bestuur evalueert dit subsidiereglement jaarlijks, in samenwerking met het lokaal samenwerkingsverband BOA. De evaluatie betreft de doeltreffendheid, werkbaarheid en afstemming van het subsidiereglement met het erkenningskader BOA en het bredere BOA-beleid, evenals de werking van het nodengestuurde subsidiesysteem en de vaststelling van de prioriteiten.

Wijzigingen aan dit subsidiereglement worden pas van kracht na goedkeuring door de gemeenteraad.

 

Artikel 17 – Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 september 2026 en geldt voor een periode van zes jaar. Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van deze periode legt het college aan de gemeenteraad een voorstel tot herziening of verlenging voor.

Artikel 18 – Uitvoering

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement en wordt ertoe gemachtigd in alle onvoorziene gevallen de nodige beslissingen te nemen.

 

 

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Mol in zitting van 22 juni 2026.

 

 

Voor de Gemeente Mol:

 

Naam: Ann Smeyers

Functie: Voorzitter van de gemeenteraad

Handtekening: ___________________________

 

Naam: Laurens Moubax

Functie: Algemeen directeur

Handtekening: ___________________________

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

BUITENSCHOOLSE OPVANG EN ACTIVITEITEN (BOA) - SUBSIDIEREGLEMENT BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis

De gemeente Mol ontvangt van de Vlaamse overheid een werkingssubsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA). In het kader van haar regierol zet het lokaal bestuur deze middelen in om het buitenschoolse opvangaanbod te ondersteunen.

 

De gemeente Mol is momenteel zelf organisator van buitenschoolse kinderopvang en heeft de ontvangen middelen tot op heden ingezet binnen de eigen reguliere werking. In het meerjarenplan is de verderzetting van deze eigen werking buitenschoolse kinderopvang opgenomen. Voor de organisatie van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang voorziet de gemeente ook eigen middelen, die losstaan van de BOA-werkingssubsidie.

 

Voor buitenschoolse kinderopvang werden daarnaast ook een erkenningskader en beleidsmatige keuzes uitgewerkt, waarin de kwaliteitsvoorwaarden en verwachtingen voor organisatoren worden vastgelegd.

 

Aangezien erkenning op zich geen automatisch recht geeft op financiële ondersteuning, is het aangewezen om de subsidiëring afzonderlijk te regelen. Dit subsidiereglement bepaalt daarom de voorwaarden, procedure en verantwoording voor de toekenning van subsidies.

 

Juridische gronden

Dit reglement is gebaseerd op:

        het Decreet Lokaal Bestuur;

        het decreet van 3 mei 2019 over buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA);

        het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 (en latere wijzigingen);

        de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op toelagen;

        de Europese regelgeving rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang (DAEB);

        het erkenningskader buitenschoolse kinderopvang;

        het goedgekeurde meerjarenplan met de voorziene kredieten.

 

Inspraak en advies

Binnen het BOA-decreet neemt het lokaal bestuur een regierol op en werkt het aan een afgestemd en kwaliteitsvol aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten.

 

In Mol werd daarom een samenhangend geheel van reglementen uitgewerkt, waaronder erkenningskaders en subsidiereglementen voor opvang, activiteiten en kort toezicht op school.

 

Deze reglementen zijn tot stand gekomen in samenwerking met relevante partners binnen het BOA-samenwerkingsverband en met ondersteuning van GD&A Advocaten.

 

Het lokaal samenwerkingsverband BOA werd geïnformeerd over deze reglementen.

 

Bijlage

  1. Subsidiereglement Buitenschoolse Kinderopvang

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Met dit subsidiereglement wil de gemeente Mol organisatoren van buitenschoolse kinderopvang ondersteunen bij het realiseren van een kwaliteitsvol, toegankelijk en inclusief opvangaanbod.

 

Het reglement legt duidelijke afspraken vast rond subsidiëring, zodat middelen op een transparante en correcte manier worden toegekend en besteed.

 

Door rekening te houden met onder meer de omvang van het aanbod, de bezettingsgraad en het bereik van kwetsbare gezinnen, kan de ondersteuning gericht worden ingezet waar de noden het grootst zijn.

Het reglement draagt zo bij aan een evenwichtig en goed afgestemd opvanglandschap binnen de gemeente.

 

Financiële weerslag

De gemeente Mol ontvangt van de Vlaamse overheid een werkingssubsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA). In het kader van haar regierol zet het lokaal bestuur deze middelen in om het buitenschoolse opvangaanbod te ondersteunen.

 

De subsidies worden toegekend binnen de kredieten die voorzien zijn in het meerjarenplan van de gemeente Mol, rekening houdend met de ontvangen BOA-werkingssubsidie van de Vlaamse overheid.

 

Actie

5/8/5 - Kwalitatieve buitenschoolse kinderopvang

Registratiesleutel

74099000/094500 5/8/5 (Ontvangst toelage Opgroeien)

Bedrag

Ontvangst: € 1.033.292,86

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor buitenschoolse kinderopvang goed:

 

Artikel 1 – Doel

Dit subsidiereglement heeft tot doel de financiële ondersteuning te regelen voor de organisatie van buitenschoolse kinderopvang (hierna: “BKO”) op het grondgebied van de gemeente Mol. De subsidie beoogt een kwalitatief, toegankelijk, inclusief en veilig opvangaanbod te waarborgen voor kinderen die schoollopen in de basisscholen van de gemeente Mol, conform het erkenningskader buitenschoolse kinderopvang en de doelstellingen van het BOA-decreet.

 

Artikel 2 – Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

“Gemeente”: gemeente Mol.

“Organisator”: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanbod van buitenschoolse opvang organiseert en hiervoor de verantwoordelijkheid draagt, en die erkend is conform het erkenningskader buitenschoolse kinderopvang van de gemeente Mol.

“Erkenningskader”: het erkenningskader buitenschoolse kinderopvang, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van Mol.

“BKO”: buitenschoolse kinderopvang zoals gedefinieerd in het erkenningskader.

“BOA-werkingssubsidie”: de subsidie die de gemeente ontvangt van de Vlaamse overheid op grond van artikel 12 van het BOA-decreet.

“College”: het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Mol.

 

Artikel 3 – Toepassingsgebied

Dit subsidiereglement is van toepassing op organisatoren die beschikken over een geldige erkenning voor buitenschoolse kinderopvang conform het erkenningskader.

Enkel organisatoren die op het moment van de subsidieaanvraag erkend zijn en de erkenningsvoorwaarden blijvend naleven, komen in aanmerking voor een subsidie op grond van dit reglement.

Dit subsidiereglement is niet van toepassing op buitenschoolse activiteiten (BOA-activiteiten) of op het kort toezicht op school (KTOS). Voor deze onderdelen gelden afzonderlijke regelingen.

 

Artikel 4 – Subsidiabele kosten

De subsidie kan worden aangewend voor kosten die rechtstreeks verband houden met de organisatie en het aanbod van buitenschoolse kinderopvang, waaronder:

Personeelskosten;

werkingskosten, waaronder pedagogisch materiaal, speelmateriaal, verbruiksgoederen en administratiekosten;

kosten voor vorming, coaching en intervisie van medewerkers;

kosten voor het vervoer van kinderen tussen schoollocaties en centrale opvanglocaties;

kosten voor infrastructuur (binnen- en buitenruimtes) en onderhoud van opvanglocaties, waaronder gebruiksvergoedingen voor schoollocaties;

kosten ter bevordering van de toegankelijkheid en inclusie, waaronder de inzet voor kwetsbare gezinnen en kinderen met extra zorgbehoeften;

verzekeringspremies die verband houden met de opvangwerking.

De subsidie wordt niet aangewend voor kosten die reeds worden gedekt door andere subsidies of financieringsbronnen, met uitzondering van retributie die betaald wordt door gebruikers in functie van buitenschoolse kinderopvang.

 

Artikel 5 – Subsidiebedrag en beschikbare middelen

De subsidies worden toegekend binnen de perken van de kredieten die daartoe in het gemeentelijk meerjarenplan zijn voorzien.

Het subsidiebedrag wordt jaarlijks vastgesteld door het college, rekening houdend met:

de door de gemeente ontvangen BOA-werkingssubsidie van de Vlaamse overheid;

de gemeentelijke middelen die in het meerjarenplan zijn voorzien voor buitenschoolse kinderopvang;

het aantal erkende organisatoren en de omvang van hun aanbod;

de gerealiseerde bezettingsgraad en het bereik van kwetsbare gezinnen en kinderen met extra zorgbehoeften.

Het college kan de verdeling van de beschikbare middelen nader concretiseren, met inbegrip van een onderscheid tussen een basissubsidie (op basis van het gerealiseerde aanbod en de bezettingsgraad) en een toegankelijkheidssubsidie (op basis van het bereik van kwetsbare gezinnen en kinderen met extra zorgbehoeften).

 

Artikel 6 – Verbod op dubbele subsidiëring

De organisator die op grond van dit reglement een subsidie ontvangt, kan voor dezelfde prestaties of kosten geen aanspraak maken op andere subsidies van de gemeente Mol of het OCMW Mol.

Het lokaal bestuur ziet erop toe dat voor dezelfde prestaties of kosten geen dubbele subsidiëring plaatsvindt, met inbegrip van cumulatie met subsidies toegekend op grond van het subsidiereglement voor sportverenigingen, het subsidiereglement voor lokaal cultuurbeleid, het subsidiereglement voor buitenschoolse activiteiten of enig ander gemeentelijk subsidiereglement.

De subsidie op grond van dit reglement mag niet worden gecumuleerd met financiële ondersteuning voor kort toezicht op school (KTOS), tenzij het college uitdrukkelijk anders beslist.

 

Artikel 7 – Aanvraagprocedure

Dit artikel is enkel van toepassing indien er op het grondgebied van de gemeente Mol meerdere erkende organisatoren actief zijn.

 

De organisator dient jaarlijks een subsidieaanvraag in bij de dienst Huis van het Kind, via het daarvoor voorziene aanvraagformulier op de gemeentelijke website.

De subsidieaanvraag wordt ingediend vóór 15 oktober van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het subsidiejaar, tenzij het college een andere datum vaststelt.

De subsidieaanvraag bevat minstens de volgende gegevens en documenten:

een overzicht van het geplande opvangaanbod per locatie (openingsmomenten, capaciteit en doelgroep);

een begroting van de geraamde kosten voor het subsidiejaar;

een overzicht van de personele inzet en de kwalificaties van de begeleiders;

het bewijs van een geldige erkenning conform het erkenningskader;

een rekeningnummer op naam van de organisator.

indien de organisator een rechtspersoon is en de gevraagde subsidie meer dan 1.250 EUR bedraagt: de balans, de rekeningen en een verslag inzake beheer en financiële toestand van de organisator, overeenkomstig artikel 5 van de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

De organisator ontvangt een ontvangstbevestiging binnen 14 dagen na indiening.

 

Artikel 8 – Beoordeling en beslissing

Dit artikel is enkel van toepassing indien er op het grondgebied van de gemeente Mol meerdere erkende organisatoren actief zijn.

 

De dienst Huis van het Kind beoordeelt de subsidieaanvraag op volledigheid en conformiteit met de voorwaarden van dit reglement en het erkenningskader.

Indien de aanvraag onvolledig is, wordt de organisator hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht. De organisator beschikt over een termijn van 14 dagen om de aanvraag te vervolledigen.

De dienst Huis van het Kind formuleert een voorstel tot beslissing aan het college.

Het college beslist over de toekenning van de subsidie, in beginsel binnen twee maanden na de ontvangst van een volledige aanvraag. De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de organisator binnen 14 dagen na de beslissing van het college.

Indien het college de subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk afkeurt, motiveert het zijn beslissing. De beslissing vermeldt de beroepsmogelijkheden, de instantie waarbij het beroep moet worden ingesteld en de geldende termijnen, overeenkomstig het Bestuursdecreet.

 

Artikel 9 – Uitbetaling

De subsidie wordt uitbetaald op het rekeningnummer van de organisator.

Indien de gemeente Mol zelf optreedt als erkende organisator, wordt het subsidiebedrag rechtstreeks voorzien in het meerjarenplan en is de uitbetalingsprocedure van dit artikel niet van toepassing.

Het college kan beslissen om de subsidie in schijven uit te betalen. In dat geval kan een voorschot van maximaal 80% worden uitbetaald bij de start van het subsidiejaar, en het saldo na indiening en goedkeuring van de verantwoordingsstukken.

De organisator verbindt zich ertoe elke wijziging van het rekeningnummer onmiddellijk en schriftelijk mee te delen aan de dienst Huis van het Kind.

 

Artikel 10 – Verantwoording en rapportering

De organisator bezorgt na afloop van het subsidiejaar, en uiterlijk op 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar of op vraag van het college, de volgende verantwoordingsstukken aan het college:

een overzicht van het effectief gerealiseerde opvangaanbod per locatie;

aanwezigheidsregistraties en bezettingsgegevens;

een financieel verslag van de besteding van de subsidie;

een overzicht van de personele inzet;

desgevallend, gegevens over het bereik van kwetsbare gezinnen en kinderen met extra zorgbehoeften.

Het college kan nadere modaliteiten vaststellen voor de vorm en inhoud van de verantwoordingsstukken.

Het college beoordeelt de verantwoording en besluit over de goedkeuring.

 

Artikel 11 – Toezicht en controle

Het lokaal bestuur kan te allen tijde controleren of de subsidie correct wordt besteed, de subsidiëring- en erkenningsvoorwaarden worden nageleefd en de verantwoordingsstukken overeenstemmen met de werkelijkheid.

De organisator verleent zijn volledige medewerking aan deze controle en verstrekt de gevraagde informatie binnen een termijn van één maand na de vraagstelling.

Voor de toepassing van het toezichts- en handhavingskader wordt verwezen naar het erkenningskader buitenschoolse kinderopvang.

 

Artikel 12 – Terugvordering en sancties

Indien blijkt dat de organisator:

de subsidie niet of niet volledig heeft besteed aan de doeleinden waarvoor zij werd toegekend;

onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt bij de aanvraag of de verantwoording;

niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden;

de controle door het lokaal bestuur verhindert of belemmert,

kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen, de uitbetaling van het saldo weigeren of de subsidie voor het lopende of volgende subsidiejaar verminderen of weigeren.

Alvorens tot terugvordering of weigering over te gaan, wordt de organisator schriftelijk in kennis gesteld van de vastgestelde tekortkomingen en beschikt hij over een termijn van 30 dagen om zijn standpunt kenbaar te maken.

 

Artikel 13 – Betwistingen

Betwistingen over de toepassing van dit subsidiereglement worden aanhangig gemaakt bij het college, dat binnen een termijn van één maand een gemotiveerde beslissing neemt.

De gemotiveerde betwisting wordt ingediend per aangetekend schrijven of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan het gemeentebestuur (Molenhoekstraat 2, 2400 Mol), of via het online formulier op de gemeentelijke website.

Onverminderd de interne betwistingsprocedure kan de organisator een klacht indienen bij het Agentschap Binnenlands Bestuur, volgens de procedure die het Agentschap daarvoor voorziet.

 

Artikel 14 – Non-discriminatieclausule

De organisator verbindt zich ertoe een open en niet-discriminerend toegangsbeleid te voeren. Geen enkel kind mag worden uitgesloten op grond van geslacht, herkomst, nationaliteit, taal, sociale of culturele achtergrond, levensbeschouwing, vermogen, gezinssamenstelling, gezondheidstoestand, handicap of enig ander persoonlijk kenmerk.

De organisator neemt redelijke maatregelen om de toegankelijkheid van het aanbod te bevorderen, in het bijzonder voor kwetsbare gezinnen en kinderen met extra zorgbehoeften.

Het niet naleven van deze non-discriminatieclausule kan aanleiding geven tot terugvordering van de subsidie en, in voorkomend geval, tot intrekking van de erkenning, conform het erkenningskader BKO.

 

Artikel 15 – Verhouding tot het erkenningskader

De toekenning van een subsidie op grond van dit reglement doet geen afbreuk aan de erkenningsvoorwaarden en verplichtingen van de organisator zoals bepaald in het erkenningskader buitenschoolse kinderopvang.

Bij schorsing of intrekking van de erkenning vervalt het recht op subsidie onmiddellijk. De subsidie wordt pro rata teruggevorderd voor de periode waarin de organisator niet langer erkend was.

 

Artikel 15bis – Diensten van algemeen economisch belang (DAEB)

De buitenschoolse kinderopvang die op grond van dit reglement wordt gesubsidieerd, wordt aangemerkt als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De inhoud van de openbaredienstverplichtingen omvat het organiseren van kwaliteitsvolle, toegankelijke en betaalbare buitenschoolse kinderopvang voor kinderen, met bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen, conform de doelstellingen van het Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.

 

Indien het totale bedrag aan subsidies dat een organisator ontvangt niet meer bedraagt dan 750.000 EUR over een periode van drie jaren, wordt deze subsidie beschouwd als de-minimissteun voor diensten van algemeen economisch belang in de zin van Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen.

 

Indien het totale bedrag aan subsidies dat een organisator ontvangt meer bedraagt dan 750.000 EUR over een periode van drie jaren, is het Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU, van toepassing. In dat geval dient de subsidie te worden toegekend rekening houdende met de voorwaarden uit het DAEB-Vrijstellingsbesluit.

 

Artikel 16 – Evaluatie

Het lokaal bestuur evalueert dit subsidiereglement jaarlijks, in samenwerking met het lokaal samenwerkingsverband BOA. De evaluatie betreft de doeltreffendheid, werkbaarheid en afstemming van het subsidiereglement met het erkenningskader en het BOA-beleid.

Wijzigingen aan dit subsidiereglement worden pas van kracht na goedkeuring door de gemeenteraad.

 

Artikel 17 – Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 september 2026 en geldt voor een periode van zes jaar. Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van deze periode legt het college aan de gemeenteraad een voorstel tot herziening of verlenging voor.

 

Artikel 18 – Uitvoering

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement en wordt ertoe gemachtigd in alle onvoorziene gevallen de nodige beslissingen te nemen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

BUITENSCHOOLSE OPVANG EN ACTIVITEITEN - SUBSIDIEREGLEMENT KORT TOEZICHT OP SCHOOL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis

Het aanbod “Kort toezicht op school” (KTOS) werd op 28 oktober 2015 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen en nadien verder bijgestuurd.

 

KTOS wordt georganiseerd door of via scholen op schoollocaties in de gemeente Mol. Het aanbod vormt een aanvullende opvangmogelijkheid naast de buitenschoolse kinderopvang (BKO) en kan ook parallel met BKO worden ingericht wanneer dit de toegankelijkheid voor gezinnen verbetert.

 

De financiering van KTOS staat los van de werkingssubsidies binnen het BOA-decreet. Daarom is het nodig om de voorwaarden, procedure en verantwoording voor financiële ondersteuning vast te leggen in een afzonderlijk subsidiereglement.

 

Juridische gronden

Dit reglement is gebaseerd op:

        het Decreet Lokaal Bestuur (artikelen 40 §3 en 41, tweede lid, 23°);

        het decreet van 30 november 2007 betreffende flankerend onderwijsbeleid;

        het bestaande gemeentelijk reglement “Kort toezicht op school”;

        de erkenningskaders voor buitenschoolse kinderopvang en buitenschoolse activiteiten;

        de wet van 14 november 1983 over controle op subsidies;

        het goedgekeurde meerjarenplan met de voorziene kredieten.

 

Inspraak en advies

Binnen het BOA-decreet neemt het lokaal bestuur een regierol op en werkt het aan een afgestemd en kwaliteitsvol aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten.

 

In Mol werd daarom een samenhangend geheel van reglementen uitgewerkt, waaronder erkenningskaders en subsidiereglementen voor opvang, activiteiten en kort toezicht op school.

 

Deze reglementen zijn tot stand gekomen in samenwerking met relevante partners binnen het BOA-samenwerkingsverband en met ondersteuning van GD&A Advocaten.

 

Het lokaal samenwerkingsverband BOA werd geïnformeerd over deze reglementen.

 

Bijlage

  1. Subsidiereglement Kort Toezicht op School

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Met dit subsidiereglement wil de gemeente Mol scholen ondersteunen bij de organisatie van kort toezicht op school als aanvullende opvangvorm. Het reglement zorgt voor duidelijke afspraken over wie in aanmerking komt voor ondersteuning, onder welke voorwaarden en hoe de middelen verantwoord worden. Dit verhoogt de transparantie, rechtszekerheid en een correcte besteding van publieke middelen. Het draagt bij aan een toegankelijk en kwalitatief opvangaanbod voor kinderen en gezinnen in Mol.

 

Financiële weerslag

Actie

5/8/5 Kort toezicht op school

Registratiesleutel

094500/64960000

Bedrag

€ 70.000

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt het subsidiereglement “Kort toezicht op school” goed:

 

Artikel 1 – Doel

Dit subsidiereglement heeft tot doel de financiële ondersteuning te regelen die de gemeente Mol toekent aan scholen voor de organisatie van kort toezicht op school (hierna: “KTOS”) op het grondgebied van de gemeente Mol. De subsidie beoogt de scholen te ondersteunen in de organisatiekosten verbonden aan KTOS, conform het gemeentelijk reglement Kort Toezicht op School en de doelstellingen van het gemeentelijk buitenschools beleid.

 

Artikel 2 – Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

“Gemeente”: gemeente Mol.

“School” of “schoolbestuur”: een school (inrichtende macht) die basisonderwijs organiseert op het grondgebied van de gemeente Mol en waaraan KTOS is toegekend conform het gemeentelijk reglement Kort Toezicht op School.

“KTOS”: het kort toezicht op school zoals gedefinieerd in het gemeentelijk reglement Kort Toezicht op School.

“Reglement KTOS”: het gemeentelijk reglement “Kort Toezicht op School”, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad.

“BKO”: buitenschoolse kinderopvang zoals georganiseerd/erkend binnen het toepasselijke gemeentelijke en Vlaamse kader.

“College”: het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Mol.

 

Artikel 3 – Toepassingsgebied

Dit subsidiereglement is van toepassing op scholen waaraan het college, conform het reglement KTOS, een toekenning heeft verleend voor de organisatie van KTOS op een of meerdere schoollocaties.

Enkel scholen die op het moment van de subsidieaanvraag beschikken over een geldige toekenning, de voorwaarden van het reglement KTOS blijvend naleven en hun organisatie conformeren aan het intern reglement KTOS zoals opgemaakt door het lokaal bestuur, komen in aanmerking voor een subsidie op grond van dit reglement.

Voor scholen van het gemeentelijk onderwijs geldt dat de uitbetaling van de onkostenvergoedingen rechtstreeks aan de individuele toezichthouders gebeurt en niet via een algemene uitbetaling op schoolniveau.

Dit subsidiereglement is niet van toepassing op buitenschoolse kinderopvang (BKO) of buitenschoolse activiteiten (BOA). Voor deze onderdelen gelden afzonderlijke regelingen.

 

Artikel 4 – Subsidiabele kosten, subsidiebedrag en beschikbare middelen

De subsidie wordt aangewend voor organisatie van het kort toezicht op school. De school ontvangt hiervoor een forfaitaire onkostenvergoeding per toezichtmoment, als volgt:

De forfaitaire onkostenvergoeding per toezichthouder per opvangmoment bedraagt: € 9,00 voor ochtendopvang (maximaal 30 minuten); € 18,00 voor korte avondopvang (maximaal 1 uur); € 26,00 voor lange avondopvang (langer dan 1 uur).

De subsidie kan worden aangewend voor vrijwilligersvergoedingen (voor onkosten), binnen de grenzen van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers en het Koninklijk besluit van 20 december 2018 tot verhoging van het jaarlijks kostenplafond, zoals bepaald in artikel 10, eerste lid van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van de vrijwilligers, voor bepaalde categorieën van vrijwilligers. De organisator en de school waken erover dat de wettelijke dag- en jaarplafonds voor forfaitaire kostenvergoedingen worden gerespecteerd. De forfaitaire en reële kostenvergoedingen mogen niet worden gecombineerd.

De subsidie wordt niet aangewend voor kosten die reeds worden gedekt door andere subsidies, vergoedingen of financieringsbronnen.

De subsidies worden toegekend binnen de perken van de kredieten die daartoe in het gemeentelijk meerjarenplan zijn voorzien. In het meerjarenplan wordt hiertoe een afzonderlijke post “vergoedingen kort toezicht op school” voorzien.

 

Artikel 5 – Financieringsbron en verbod op dubbele subsidiëring

KTOS wordt niet gefinancierd met BOA-werkingssubsidies die door Vlaanderen voor buitenschoolse opvang en activiteiten worden toegekend. De financiële ondersteuning voor KTOS wordt uitsluitend gefinancierd met gemeentelijke middelen, tenzij een latere Vlaamse of lokale beslissing uitdrukkelijk anders bepaalt.

De school die op grond van dit reglement een subsidie ontvangt, kan voor dezelfde prestaties of kosten geen aanspraak maken op andere subsidies van de gemeente Mol of het OCMW Mol.

Het lokaal bestuur ziet erop toe dat voor dezelfde prestaties of kosten geen dubbele subsidiëring plaatsvindt, met inbegrip van cumulatie met subsidies toegekend op grond van het subsidiereglement voor buitenschoolse kinderopvang, het subsidiereglement voor buitenschoolse activiteiten, het subsidiereglement voor sportverenigingen, het subsidiereglement voor lokaal cultuurbeleid of enig ander gemeentelijk subsidiereglement.

 

Artikel 6 – Analyse, vaststelling en beslissing

Het lokaal bestuur maakt jaarlijks, uiterlijk eind april, een analyse van het aanbod en de vraag naar buitenschoolse kinderopvang (BKO) en kort toezicht op school (KTOS). Op basis van deze analyse worden de tekorten en overschotten in het aanbod geïdentificeerd.

Op basis van de analyse bepaalt het lokaal bestuur op welke schoollocaties KTOS voor het volgende schooljaar wordt voorzien. De betrokken scholen worden hierover geïnformeerd.

De scholen waarop KTOS wordt voorzien, hebben tot 15 juni de tijd om vrijwilligers te zoeken voor het volgende schooljaar en om het aanbod dat zij kunnen garanderen mee te delen aan het lokaal bestuur.

Het college van burgemeester en schepenen beslist, uiterlijk in juli voorafgaand aan het nieuwe schooljaar, over de toekenning van de subsidie aan de betrokken scholen voor het volgende schooljaar.

De beslissing van het college bepaalt per schoollocatie het KTOS-aanbod (toezichtmomenten en capaciteit) en de daaraan verbonden subsidie. De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de betrokken scholen.

Indien het college beslist om op een bepaalde schoollocatie geen KTOS te voorzien, of om het aanbod te verminderen ten opzichte van het voorgaande schooljaar, wordt deze beslissing gemotiveerd en schriftelijk meegedeeld aan de betrokken school.

 

Artikel 7 – Uitbetaling

De subsidie wordt uitbetaald op het rekeningnummer van de school of het schoolbestuur. Voor scholen van het gemeentelijk onderwijs gebeurt de uitbetaling maandelijks. Voor scholen van andere onderwijsnetten gebeurt de uitbetaling per semester.

De school verbindt zich ertoe elke wijziging van het rekeningnummer onmiddellijk en schriftelijk mee te delen aan de dienst Huis van het Kind.

 

Artikel 8 – Verantwoording en rapportering

De school bezorgt maandelijks aan het lokaal bestuur een overzicht van de aanwezigheid van de toezichthouders (begeleiders) tijdens de KTOS-momenten. Op basis van deze aanwezigheidsgegevens wordt de vergoeding voor de toezichthouders berekend en uitbetaald.

Overeenkomstig de artikelen 3 en 8 van het reglement KTOS voorziet het lokaal bestuur zelf in de inschrijvingen voor KTOS via het inschrijvingssysteem van het lokaal bestuur. De ouderbijdragen worden rechtstreeks door het lokaal bestuur geïnd. Op basis van de inschrijvings- en aanwezigheidsgegevens waarover het lokaal bestuur beschikt overeenkomstig artikel 11 van het reglement KTOS, kan de controle op de correcte besteding van de subsidie plaatsvinden.

 

Artikel 9 – Toezicht en controle

Het lokaal bestuur kan te allen tijde controleren of de subsidie correct wordt besteed, de voorwaarden van dit reglement en het reglement KTOS worden nageleefd en de verantwoordingsstukken overeenstemmen met de werkelijkheid.

De school verleent haar volledige medewerking aan deze controle en verstrekt de gevraagde informatie binnen een termijn van één maand na de vraagstelling.

Voor de toepassing van het toezichts- en handhavingskader wordt verwezen naar het reglement KTOS.

 

Artikel 10 – Terugvordering en sancties

Indien blijkt dat de school:

de subsidie niet of niet volledig heeft besteed aan de doeleinden waarvoor zij werd toegekend;

onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt bij de aanvraag of de verantwoording;

niet langer beschikt over een geldige toekenning conform het reglement KTOS;

de controle door het lokaal bestuur verhindert of belemmert,

kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen, de uitbetaling van het saldo weigeren of de subsidie voor het lopende of volgende subsidiejaar verminderen of weigeren.

Alvorens tot terugvordering of weigering over te gaan, wordt de school schriftelijk in kennis gesteld van de vastgestelde tekortkomingen en beschikt zij over een termijn van 30 dagen om haar standpunt kenbaar te maken.

 

Artikel 11 – Betwistingen

Betwistingen over de toepassing van dit subsidiereglement worden aanhangig gemaakt bij het college, dat binnen een termijn van één maand een gemotiveerde beslissing neemt.

De gemotiveerde betwisting wordt ingediend per aangetekend schrijven of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan het gemeentebestuur (Molenhoekstraat 2, 2400 Mol), of via het online formulier op de gemeentelijke website.

Onverminderd de interne betwistingsprocedure kan de school een klacht indienen bij het Agentschap Binnenlands Bestuur, volgens de procedure die het Agentschap daarvoor voorziet.

 

Artikel 12 – Non-discriminatieclausule

De school verbindt zich ertoe een open en niet-discriminerend toegangsbeleid te voeren bij de organisatie van KTOS. Geen enkel kind mag worden uitgesloten of geweigerd op grond van geslacht, herkomst, nationaliteit, taal, sociale of culturele achtergrond, levensbeschouwing, vermogen, gezinssamenstelling, gezondheidstoestand, handicap of enig ander persoonlijk kenmerk.

De school neemt redelijke maatregelen om de toegankelijkheid van het KTOS-aanbod te bevorderen, in het bijzonder voor kwetsbare gezinnen en kinderen met extra zorgbehoeften.

Het niet naleven van deze non-discriminatieclausule kan aanleiding geven tot terugvordering van de subsidie overeenkomstig artikel 12 en, in voorkomend geval, tot schorsing of stopzetting van de KTOS-toekenning conform het reglement KTOS.

 

Artikel 13 – Verhouding tot het reglement KTOS

De toekenning van een subsidie op grond van dit reglement doet geen afbreuk aan de voorwaarden en verplichtingen van de school zoals bepaald in het reglement KTOS.

Bij schorsing of stopzetting van de KTOS-toekenning op een schoollocatie vervalt het recht op subsidie voor die schoollocatie onmiddellijk. De subsidie wordt pro rata teruggevorderd voor de periode waarin de school niet langer over een geldige toekenning beschikte.

 

Artikel 14 – Evaluatie

Het lokaal bestuur evalueert dit subsidiereglement jaarlijks, in samenhang met de evaluatie van het reglement KTOS en het BOA-beleid. De evaluatie betreft de doeltreffendheid, werkbaarheid en afstemming van het subsidiereglement met het reglement KTOS en de overige subsidiereglementen.

Wijzigingen aan dit subsidiereglement worden pas van kracht na goedkeuring door de gemeenteraad.

 

Artikel 15 – Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 september 2026 en geldt voor een periode van zes jaar. Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van deze periode legt het college aan de gemeenteraad een voorstel tot herziening of verlenging voor.

 

 

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Mol in zitting van 22 juni 2026.

 

 

Voor de Gemeente Mol:

 

Naam: Ann Smeyers

Functie: Voorzitter van de gemeenteraad

Handtekening: ___________________________

 

Naam: Laurens Moubax

Functie: Algemeen directeur

Handtekening: ___________________________

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - ACHTERBOS - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Achterbos

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Achterbos goed:

 

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Achterbos in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 

Tussen

 

feitelijke vereniging Raak Achterbos vertegenwoordigd door … , … en …

 

 

 

 

comité vzw Ten Aerenkorf Achterbos rpr 1026 011 164 vertegenwoordigd door 

 

 

 

en

 

De gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

 

 

 

wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Raak Achterbos engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Feitelijke vereniging Raak Achterbos moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Achterbos (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 800 op jaarbasis.

 

Artikel 2 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Comité vzw Ten Aerenkorf Achterbos organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

 

Artikel 3 Omvang gebied

De meldingsronde is van toepassing op het gebied Achterbos, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 4 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 5 Administratieve bepaling

 

fv Raak Achterbos

comité vzw Ten Aerenkorf Achterbos

E-mail vereniging

alex.van.decraen01@gmail.com

jefvos@proximus.be

 

Artikel 6 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 7 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Raak Achterbos

 

 

Voor comité vzw Ten Aerenkorf Achterbos

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - DONK - GOEDKEURINNG

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Donk

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Donk goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Donk in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 Tussen

vzw Den Donk rpr 0750 887 193 vertegenwoordigd door ..

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

wordt het volgende overeengekomen:

Artikel 1 Meldingsrondes

Vzw Den Donk engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Vzw Den Donk moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Donk (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 600 op jaarbasis.

 

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Vzw Den Donk engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert vzw Den Donk zich om op de gehuchtenpagina www.mol-donk.be  die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Vzw Den Donk organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

Artikel 4 Dagelijkse werking dorpsteams

Vzw Den Donk ontvangt een bijdrage ter ondersteuning van de algemene werking van het dorpsteam. Hiermee wordt bedoeld de huur van zalen, materiaal, drankjes bij bijeenkomsten, administratie, verzekering, bankrekeningkosten en andere kleine werkingskosten. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam:

        Minstens 3 vergadermomenten met verslag per jaar organiseren.

        Jaarlijks een evaluatieverslag opmaken over de werking van het afgelopen werkjaar en een vooruitblik naar het volgende werkjaar.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500 voor dorpsteams die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

 

Artikel 5 Omvang gebied

De meldingsronde, dorpscommunicatie en werkgebied dorpsteam zijn van toepassing op het gebied Donk, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 6 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

Artikel 7 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 8 Administratieve bepaling

 

Dorpsteam Donk

vzw Den Donk

E-mail vereniging

info@dendonkvzw.be

 

Artikel 9 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

 


Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor vzw Den Donk

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - EZAART - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Ezaart

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Ezaart goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Ezaart in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 

Tussen

 

feitelijke vereniging Feestcommissie Ezaart  Hessie vertegenwoordigd door … , … en ….

 

 

feitelijke vereniging Scouts en gidsen Ezaart vertegenwoordigd door … , … en …

 

 

 

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

 

 

 

wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Scouts en gidsen Ezaart engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Feitelijke vereniging Scouts en gidsen Ezaart moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Ezaart (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 800 op jaarbasis.

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Feitelijke vereniging Feestcommissie Ezaart  Hessie engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert feitelijke vereniging Feestcommissie Ezaart  Hessie zich om op de gehuchtenpagina www.mol-ezaart.be  die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

 

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Feitelijke vereniging Feestcommissie Ezaart  Hessie organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

 

Artikel 4 Omvang gebied

De meldingsronde en de dorpscommunicatie zijn van toepassing op het gebied Ezaart, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 5 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 6 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 7 Administratieve bepaling

 

fv Feestcommissie Ezaart  Hessie

fv Scouts en gidsen Ezaart

E-mail vereniging

eddy@systemcreator.com

info@scouting-ezaart.be

 

 Artikel 8 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

 

Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Feestcommissie Ezaart  Hessie

 

 

Voor feitelijke vereniging Scouts en gidsen Ezaart

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - GINDERBROEK - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Ginderbroek

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Ginderbroek goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Ginderbroek in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 

Tussen

 

 

vzw Wijkteam Ginderbroek rpr 0877 964 222 vertegenwoordigd door …

 

 

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

 

 

 

wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1 Meldingsrondes

Vzw Wijkteam Ginderbroek engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Vzw Wijkteam Ginderbroek moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Ginderbroek (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 600 op jaarbasis.

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Vzw Wijkteam Ginderbroek engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert vzw Wijkteam Ginderbroek zich om op de gehuchtenpagina www.mol-ginderbroek.be  die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

 

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Vzw Wijkteam Ginderbroek organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

 

Artikel 4 Dagelijkse werking dorpsteams

Vzw Wijkteam Ginderbroek ontvangt een bijdrage ter ondersteuning van de algemene werking van het dorpsteam. Hiermee wordt bedoeld de huur van zalen, materiaal, drankjes bij bijeenkomsten, administratie, verzekering, bankrekeningkosten en andere kleine werkingskosten. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam:

        Minstens 3 vergadermomenten met verslag per jaar organiseren.

        Jaarlijks een evaluatieverslag opmaken over de werking van het afgelopen werkjaar en een vooruitblik naar het volgende werkjaar.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500 voor dorpsteams die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

 

Artikel 5 Omvang gebied

De meldingsronde, dorpscommunicatie en werkgebied dorpsteam zijn van toepassing op het gebied Ginderbroek, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 6 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 7 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 8 Administratieve bepaling

 

Dorpsteam Ginderbroek

vzw Wijkteam Ginderbroek

E-mail vereniging

wijkteamginderbroek@gmail.com

 

 Artikel 9 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

 

Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor vzw Wijkteam Ginderbroek

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - GINDERBUITEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Ginderbuiten

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

 BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Ginderbuiten goed:

 

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Ginderbuiten in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 Tussen

feitelijke vereniging Dorpsteam Ginderbuiten vertegenwoordigd door … , … en ….

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

wordt het volgende overeengekomen:

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Dorpsteam Ginderbuiten engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Feitelijke vereniging Dorpsteam Ginderbuiten moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Ginderbuiten (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 800 op jaarbasis.

 

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Feitelijke vereniging Dorpsteam Ginderbuiten engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert feitelijke vereniging dorpsteam Ginderbuiten zich om op de gehuchtenpagina www.molginderbuiten.be die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Feitelijke vereniging Dorpsteam Ginderbuiten organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

Artikel 4 Dagelijkse werking dorpsteams

Feitelijke vereniging Dorpsteam Ginderbuiten ontvangt een bijdrage ter ondersteuning van de algemene werking van het dorpsteam. Hiermee wordt bedoeld de huur van zalen, materiaal, drankjes bij bijeenkomsten, administratie, verzekering, bankrekeningkosten en andere kleine werkingskosten. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam:

        Minstens 3 vergadermomenten met verslag per jaar organiseren.

        Jaarlijks een evaluatieverslag opmaken over de werking van het afgelopen werkjaar en een vooruitblik naar het volgende werkjaar.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500 voor dorpsteams die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

 

Artikel 5 Omvang gebied

De meldingsronde, dorpscommunicatie en werkgebied dorpsteam zijn van toepassing op het gebied Ginderbuiten, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 6 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 7 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 8 Administratieve bepaling

 

fv Dorpsteam Ginderbuiten

E-mail vereniging

dorpsteamginderbuiten@gmail.com

 

Artikel 9 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

 

 

 

Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Dorpsteam Ginderbuiten

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - GOMPEL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Gompel

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Gompel goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Gompel in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 Tussen

feitelijke vereniging Dorpsteam Gompel vertegenwoordigd door … , … en ….

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

wordt het volgende overeengekomen:

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Dorpsteam Gompel engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

feitelijke vereniging Dorpsteam Gompel moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Gompel (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 600 op jaarbasis.

 

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Feitelijke vereniging Dorpsteam Gompel engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert feitelijke vereniging dorpsteam Gompel zich om op de gehuchtenpagina   www.mol-gompel.be die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Feitelijke vereniging Dorpsteam Gompel organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

Artikel 4 Dagelijkse werking dorpsteams

Feitelijke vereniging Dorpsteam Gompel ontvangt een bijdrage ter ondersteuning van de algemene werking van het dorpsteam. Hiermee wordt bedoeld de huur van zalen, materiaal, drankjes bij bijeenkomsten, administratie, verzekering, bankrekeningkosten en andere kleine werkingskosten. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam:

        Minstens 3 vergadermomenten met verslag per jaar organiseren.

        Jaarlijks een evaluatieverslag opmaken over de werking van het afgelopen werkjaar en een vooruitblik naar het volgende werkjaar.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500 voor dorpsteams die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

 

Artikel 5 Omvang gebied

De meldingsronde, dorpscommunicatie en werkgebied dorpsteam zijn van toepassing op het gebied Gompel, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 6 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 7 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 8 Administratieve bepaling

 

Dorpsteam Gompel

E-mail vereniging

dorpsteamgompel2@gmail.com

 

Artikel 9 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Dorpsteam Gompel

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - HEIDEHUIZEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Heidehuizen

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Heidehuizen goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Heidehuizen in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 

Tussen

 

feitelijke vereniging Dorpsteam Heidehuizen vertegenwoordigd door … , … en ….

 

 

vzw Kermiscomité Heidehuizen ondernemingsnummer 0749 593 531 vertegenwoordigd door …

 

 

 

vzw Voetbalvereniging Veteranen Hei Mol ondernemingsnummer 0460.381.992 vertegenwoordigd door ...

 

 

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

 

 

 

wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1 Meldingsrondes

Vzw Voetbalvereniging Veteranen Hei Mol engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Vzw Voetbalvereniging Veteranen Hei Mol moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Heidehuizen (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 600 op jaarbasis.

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Feitelijke vereniging Dorpsteam Heidehuizen engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert feitelijke vereniging dorpsteam Heidehuizen zich om op de gehuchtenpagina www.mol-heidehuizen.be  die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

 

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Vzw Kermiscomité Heidehuizen organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

 

Artikel 4 Dagelijkse werking dorpsteams

Feitelijke vereniging Dorpsteam Heidehuizen ontvangt een bijdrage ter ondersteuning van de algemene werking van het dorpsteam. Hiermee wordt bedoeld de huur van zalen, materiaal, drankjes bij bijeenkomsten, administratie, verzekering, bankrekeningkosten en andere kleine werkingskosten. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam:

        Minstens 3 vergadermomenten met verslag per jaar organiseren.

        Jaarlijks een evaluatieverslag opmaken over de werking van het afgelopen werkjaar en een vooruitblik naar het volgende werkjaar.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500 voor dorpsteams die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

 

 Artikel 5 Omvang gebied

De meldingsronde, dorpscommunicatie en werkgebied dorpsteam zijn van toepassing op het gebied Heidehuizen, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 6 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 7 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 8 Administratieve bepaling

 

Dorpsteam Heidehuizen

vzw Kermiscomité Heidehuizen

vzw Voetbalvereniging Veteranen Hei Mol

E-mail vereniging

dorpsteamheidehuizen@gmail.com

kermiscomite.heidehuizen@gmail.com

dirk.goelen@gmail.com

 

 

Artikel 9 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

 

Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Dorpsteam Heidehuizen

 

 

Voor VZW Kermiscomité Heidehuizen

 

 

Voor VZW Voetbalvereniging Veteranen Hei Mol

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - KEIRLANDSE ZILLEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Keirlandse Zillen

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Keirlandse Zillen goed:

 

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Keirlandse Zillen in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 Tussen

feitelijke vereniging Buurtwerking Keirlandse Zillen vertegenwoordigd door … , … en ….

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

wordt het volgende overeengekomen:

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Buurtwerking Keirlandse Zillen engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

feitelijke vereniging Buurtwerking Keirlandse Zillen moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Keirlandse Zillen (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 600 op jaarbasis.

 

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Feitelijke vereniging Buurtwerking Keirlandse Zillen  engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert feitelijke vereniging Buurtwerking Keirlandse Zillen zich om op de gehuchtenpagina www.mol-keirlandsezillen.be die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

 

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Feitelijke vereniging Buurtwerking Keirlandse Zillen  organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

Artikel 4 Dagelijkse werking dorpsteams

Feitelijke vereniging Buurtwerking Keirlandse Zillen ontvangt een bijdrage ter ondersteuning van de algemene werking van het dorpsteam. Hiermee wordt bedoeld de huur van zalen, materiaal, drankjes bij bijeenkomsten, administratie, verzekering, bankrekeningkosten en andere kleine werkingskosten. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam:

        Minstens 3 vergadermomenten met verslag per jaar organiseren.

        Jaarlijks een evaluatieverslag opmaken over de werking van het afgelopen werkjaar en een vooruitblik naar het volgende werkjaar.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500 voor dorpsteams die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

 

Artikel 5 Omvang gebied

De meldingsronde, dorpscommunicatie en werkgebied dorpsteam zijn van toepassing op het gebied Heidehuizen, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 6 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 7 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 8 Administratieve bepaling

 

Dorpsteam Keirlandse Zillen

Buurtterras

E-mail vereniging

 buurtterras2400@gmail.com

 

Artikel 9 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

 


Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Buurtterras

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - MILLEGEM - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Millegem

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Millegem goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Millegem in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 

Tussen

 

feitelijke vereniging Okra Millegem vertegenwoordigd door … , … en ….

 

 

 

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

 

 

 

wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Okra Millegem engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

feitelijke vereniging Okra Millegem moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Millegem (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 800 op jaarbasis.

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Feitelijke vereniging Okra Millegem engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert feitelijke vereniging Okra Millegem  zich om op de gehuchtenpagina www.mol-millegem.be  die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

 

Artikel 3 Omvang gebied

De meldingsronde en de dorpscommunicatie zijn van toepassing op het gebied Millegem, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 5 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 6 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 7 Administratieve bepaling

 

fv Okra Millegem

E-mail vereniging

johan.jans2@telenet.be

 

 Artikel 8 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

 

Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Okra Millegem

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - POSTEL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Postel

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Postel goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Postel in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

Tussen

feitelijke vereniging Natuurlijk Postel vertegenwoordigd door … , … en ….

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

wordt het volgende overeengekomen:

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Natuurlijk Postel engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Feitelijke vereniging Natuurlijk Postel moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Postel (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 800 op jaarbasis.

 

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Feitelijke vereniging Natuurlijk Postel engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert feitelijke vereniging Natuurlijk Postel zich om op de gehuchtenpagina www.molpostel.be  die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

 

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Feitelijke vereniging Natuurlijk Postel organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

Artikel 4 Dagelijkse werking dorpsteams

Feitelijke vereniging Natuurlijk Postel ontvangt een bijdrage ter ondersteuning van de algemene werking van het dorpsteam. Hiermee wordt bedoeld de huur van zalen, materiaal, drankjes bij bijeenkomsten, administratie, verzekering, bankrekeningkosten en andere kleine werkingskosten. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam:

        Minstens 3 vergadermomenten met verslag per jaar organiseren.

        Jaarlijks een evaluatieverslag opmaken over de werking van het afgelopen werkjaar en een vooruitblik naar het volgende werkjaar.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500 voor dorpsteams die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

 

Artikel 5 Omvang gebied

De meldingsronde, dorpscommunicatie en werkgebied dorpsteam zijn van toepassing op het gebied Postel, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 6 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 7 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 8 Administratieve bepaling

 

Dorpsteam Postel

fv Natuurlijk Postel

E-mail vereniging

marcel.verstraelen@telenet.be

 

Artikel 9 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 


Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Natuurlijk Postel

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - RAUW - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Rauw

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Rauw goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Rauw in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 

Tussen

 

feitelijke vereniging Feestcomité vertegenwoordigd door … , … en ….

 

 

feitelijke vereniging Okra Rauw vertegenwoordigd door … , … en …

 

 

 

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

 

 

 

wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Okra Rauw engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Feitelijke vereniging Okra Rauw moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Rauw (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 800 op jaarbasis.

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Feitelijke vereniging Feestcomité engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert feitelijke vereniging Feestcomité zich om op de gehuchtenpagina www.mol-rauw.be  die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

 

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Feitelijke vereniging Feestcomité organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

 

Artikel 4 Omvang gebied

De meldingsronde en de dorpscommunicatie zijn van toepassing op het gebied Rauw, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 5 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 6 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 7 Administratieve bepaling

 

fv Feestcomité

fv Okra Rauw

E-mail vereniging

rauwfeest@gmail.com

driesvosmonique@hotmail.com

 

 

Artikel 8 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Okra Rauw

 

 

Voor feitelijke vereniging Feestcomité

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - RONDPLEIN - GDK

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Rondplein

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Rondplein goed:

 

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Rondplein in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 

Tussen

 

feitelijke vereniging Wijkwerking Rondplein vertegenwoordigd door … , … en …

 

 

 

feitelijke vereniging Vrienden van het Pauluspleintje vertegenwoordigd door … , … en …

 

 

 

 

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

 

 

 

wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Wijkwerking Rondplein engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Feitelijke vereniging Wijkwerking Rondplein moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Rondplein (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 600 op jaarbasis.

Artikel 2 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Feitelijke vereniging Vrienden van het Pauluspleintje organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

 

Artikel 3 Omvang gebied

De meldingsronde is van toepassing op het gebied Rondplein, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 4 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 5 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 6 Administratieve bepaling

 

fv Vrienden van het Pauluspleintje

fv Wijkwerking Rondplein

E-mail vereniging

Marcel.mentens@gmail.com

Marcel.mentens@gmail.com

 

 Artikel 7 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

 

Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Wijkwerking Rondplein

 

 

Voor feitelijke vereniging Vrienden van het Pauluspleintje

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - ROZENBERG - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Rozenberg

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Rozenberg goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Rozenberg in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

Tussen

feitelijke vereniging Buurtwerking Rozenberg vertegenwoordigd door … , … en ….

vzw Koninklijke Maatschappij De Rozenband rpr 0435 760 622 vertegenwoordigd  door …

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

wordt het volgende overeengekomen:

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Buurtwerking Rozenberg engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Feitelijke vereniging Buurtwerking Rozenberg moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Rozenberg (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 600 op jaarbasis.

 

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Feitelijke vereniging Buurtwerking Rozenberg engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert feitelijke vereniging Buurtwerking Rozenberg zich om op de gehuchtenpagina www.mol-rozenberg.be die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

 

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Vzw Koninklijke Maatschappij De Rozenband  organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

Artikel 4 Dagelijkse werking dorpsteams

Feitelijke vereniging Buurtwerking Rozenberg ontvangt een bijdrage ter ondersteuning van de algemene werking van het dorpsteam. Hiermee wordt bedoeld de huur van zalen, materiaal, drankjes bij bijeenkomsten, administratie, verzekering, bankrekeningkosten en andere kleine werkingskosten. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam:

        Minstens 3 vergadermomenten met verslag per jaar organiseren.

        Jaarlijks een evaluatieverslag opmaken over de werking van het afgelopen werkjaar en een vooruitblik naar het volgende werkjaar.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500 voor dorpsteams die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

 

Artikel 5 Omvang gebied

De meldingsronde, dorpscommunicatie en werkgebied dorpsteam zijn van toepassing op het gebied Rozenberg, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 6 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 7 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 8 Administratieve bepaling

 

Dorpsteam Rozenberg

Buurtwerking Rozenberg

vzw Koninklijke Maatschappij De Rozenband

E-mail vereniging

christophejanssen1996@hotmail.com

rozenberg.lichtstoet@online.be

 

Artikel 9 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 


Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Buurtwerking Rozenberg

 

 

 

Voor vzw Koninklijke Maatschappij De Rozenband

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - SLUIS - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Sluis

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Sluis goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Sluis in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 

Tussen

 

vzw De Buurting rpr 1020 035568 vertegenwoordigd door

 

 

feitelijke vereniging Parochie Sluis vertegenwoordigd door..., … en 

 

 

feitelijke vereniging Oudercomité Stapsteen vertegenwoordigd door … , … en …

 

 

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

 

 

 

wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1 Meldingsrondes

Feitelijke vereniging Oudercomité Stapsteen engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Feitelijke vereniging Oudercomité Stapsteen moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Sluis (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 800 op jaarbasis.

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Vzw De Buurting engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert vzw De Buurting zich om op de gehuchtenpagina www.mol-sluis.be  die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

 

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

feitelijke vereniging Parochie Sluis organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari. Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

 

Artikel 4 Dagelijkse werking dorpsteams

Vzw De Buurting ontvangt een bijdrage ter ondersteuning van de algemene werking van het dorpsteam. Hiermee wordt bedoeld de huur van zalen, materiaal, drankjes bij bijeenkomsten, administratie, verzekering, bankrekeningkosten en andere kleine werkingskosten. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam:

        Minstens 3 vergadermomenten met verslag per jaar organiseren.

        Jaarlijks een evaluatieverslag opmaken over de werking van het afgelopen werkjaar en een vooruitblik naar het volgende werkjaar.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500 voor dorpsteams die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

 

Artikel 5 Omvang gebied

De meldingsronde, dorpscommunicatie en werkgebied dorpsteam zijn van toepassing op het gebied Sluis, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 6 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 7 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 8 Administratieve bepaling

 

Dorpsteam Sluis

vzw De Buurting

fv oudercomité stapsteen

fv Parochie Sluis

E-mail vereniging

Jan.baudeweyns@debuurting.be

oc@vbsstapsteen.be

Parochie.sluis@gmail.com

 

 Artikel 9 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

 

 


Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor feitelijke vereniging Parochie Sluis … , … en …

 

 

Voor feitelijke vereniging Oudercomité Stapsteen

 

 

Voor vzw De Buurting

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

DORPSOVEREENKOMST - WEZEL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2026 werd een kader goedgekeurd dat de basis vormt voor de dorpsovereenkomsten die per Mols dorp of wijk worden opgemaakt met de betrokken dorpsteams en andere dorpsactoren. Deze overeenkomsten leggen de afspraken en verantwoordelijkheden per wijk of dorp vast voor het lopende meerjarenplan of tot een aanpassing van het partnerschap zich opdringt.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 decreet lokaal bestuur

 

Bijlagen

1) algemeen kader  samenwerking dorpspartners

2) dorpenkaart

3) dorpsovereenkomst Wezel

 

MOTIVERING

Argumentatie

De gemeenteraad is bevoegd voor goedkeuring van de transparante en publieke dorpsovereenkomst.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de dorpsovereenkomst Wezel goed:

 

Overeenkomst m.b.t het versterken van sociale samenhang, buurtcommunicatie en de leefbaarheid in Wezel in het kader van het project samenwerking met dorpspartners in Mol

 

Tussen

 

 

vzw Buurtwerk Wezel vertegenwoordigd door …

 

 

en

 

de gemeente Mol, met maatschappelijke zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, vertegenwoordigd door Ann Smeyers, voorzitter gemeenteraad en Laurens Moubax, algemeen directeur, hierna genoemd “de gemeente”.

 

 

 

wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1 Meldingsrondes

Vzw Buurtwerk Wezel engageert zich voor het uitvoeren van een meldingsronde voor een sluikstort, kapotte stoep, gat in de weg of een andere opmerking.

Vzw Buurtwerk Wezel moet minstens 1x per jaar een rondgang in groep organiseren in de straten van Wezel (in een tijdspanne van een week). Op basis van deze rondgang worden deze meldingen gebundeld doorgegeven aan de diensten via het gemeentelijk meldingsformulier Meldingsformulier - Officiële website gemeentebestuur Mol. 

De bijdrage vanuit de gemeente bedraagt € 800 op jaarbasis.

Artikel 2 Dorpscommunicatie

Vzw Buurtwerk Wezel engageert zich voor een duidelijke, verbindende en positieve communicatie in hun dorp.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 1 600 voor het geheel van de acties rond dorpscommunicatie. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam jaarlijks minstens één keer een gedrukte vorm van dorpscommunicatie maken en verdelen in de brievenbussen van het dorp ; minstens 6 digitale berichten voor het dorp opmaken; en minstens één vrij toegankelijk publieksmoment organiseren (info- of inspraakmoment) waarop alle inwoners van het dorp worden uitgenodigd.

Als verantwoording voor het ontvangen van de subsidie engageert vzw Buurtwerk Wezel zich om op de gehuchtenpagina www.mol-wezel.be  die deel uitmaakt van de gemeentelijke website, de gedrukte communicatie en de flyer van het publieksmoment op te laden en een verwijzing of link naar het kanaal van de digitale berichten zichtbaar te maken.

 

Artikel 3 Ontmoetingsinitiatieven in het kader van Gloeiende Gehuchten

Vzw Buurtwerk Wezel organiseert een initiatief in het kader van Gloeiende Gehuchten. Het initiatief voldoet cumulatief aan volgende voorwaarden:

        Het initiatief Gloeiende Gehuchten draagt bij tot het vergroten van ontmoetingskansen en de sociale cohesie in het dorp of de wijk.

        Het initiatief is laagdrempelig en vrij toegankelijk voor alle dorps- of wijkbewoners.

        Het initiatief vindt jaarlijks plaats tussen 1 december en 15 januari.

        Het initiatief wordt aangevraagd via de gemeentelijke evenementenkluis.

        Het initiatief tracht actief verschillende verenigingen of organisaties, actief in het dorp (streven naar minstens 3 verenigingen), te betrekken.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500.

 

 

Artikel 4 Dagelijkse werking dorpsteams

Vzw Buurtwerk Wezel ontvangt een bijdrage ter ondersteuning van de algemene werking van het dorpsteam. Hiermee wordt bedoeld de huur van zalen, materiaal, drankjes bij bijeenkomsten, administratie, verzekering, bankrekeningkosten en andere kleine werkingskosten. Om in aanmerking te komen voor deze bijdrage moet het dorpsteam:

        Minstens 3 vergadermomenten met verslag per jaar organiseren.

        Jaarlijks een evaluatieverslag opmaken over de werking van het afgelopen werkjaar en een vooruitblik naar het volgende werkjaar.

De bijdrage vanuit de gemeente op jaarbasis bedraagt € 500 voor dorpsteams die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

 

Artikel 5 Omvang gebied

De meldingsronde, dorpscommunicatie en werkgebied dorpsteam zijn van toepassing op het gebied Wezel, zoals omschreven in de dorpenkaart in bijlage.

 

Artikel 6 Doel van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken en engagementen vast tussen de gemeente Mol en de dorpspartners. Met deze overeenkomst willen de partners de sociale samenhang, leefbaarheid en betrokkenheid in het dorp of de wijk versterken en een transparante, constructieve samenwerking uitbouwen.

Deze overeenkomst concretiseert het Algemeen kader voor samenwerking met dorpspartners in Mol, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, en waartoe de ondertekenaars zich verbinden.

De partners engageren zich om op een open, respectvolle en positieve manier samen te werken, met aandacht voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid voor alle inwoners. Daarnaast zetten zij zich in om signalen, noden en kansen vanuit het dorp tijdig te delen met de gemeente en publieke initiatieven vooraf af te stemmen met de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Artikel 7 Verantwoording

De betrokken dorpspartners leveren de gevraagde verantwoording van het voorbije werkjaar (lopend van 01 augustus tot 31 juli) in via dorpen@gemeentemol.be uiterlijk op 1 augustus. Uitbetaling van een volgend werkjaar volgt op een goedgekeurde verantwoording van het voorbije werkjaar.

 

Artikel 8 Administratieve bepaling

 

Dorpsteam wezel

vzw Buurtwerk Wezel

E-mail vereniging

info@buurtwerkwezel.be

 

 

Artikel 9 Duur overeenkomst

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking vanaf 01 augustus 2026 en is in principe geldig tot 31 juli 2032. De samenwerkingsovereenkomst kan tussentijds worden aangepast wanneer engagementen wijzigen of wanneer nieuwe partners instappen. De gemeente neemt het initiatief tot aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en roept in dat geval alle betrokkenen op.

 

Ondertekening( naam, datum, handtekening)

Voor gemeente Mol:

 

 

Voor vzw Buurtwerk Wezel

 

 

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

INTERLOKALE VERENIGING ONDERWIJS BALEN-DESSEL-MOL - JAARLIJKS EVALUATIEVERSLAG 2025 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In zitting van 19 november 2018 keurde de gemeenteraad de oprichting van de Interlokale Vereniging Onderwijs Balen-Dessel-Mol goed in functie van de samenwerking tussen de gemeenten Balen, Dessel en Mol voor de Gemeentelijke Academie voor Beeldende Kunsten en de Gemeentelijke Academie voor Muziek en Woord.

 

In gemeenteraadszitting van 15 december 2025 werd de bestaande overeenkomst, die ook de statuten bevat, van de Interlokale Vereniging Onderwijs Balen Dessel Mol gewijzigd.

 

Zoals bepaald in de statuten wordt het jaarlijks evaluatieverslag van de Interlokale Vereniging Onderwijs ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraden.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Artikel 392 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs van 28 februari 2018.

 

Artikel 15 van de statuten van de interlokale vereniging Onderwijs Balen-Dessel-Mol.

 

Inspraak en advies

Het beheerscomité van de Interlokale Vereniging Onderwijs keurde het evaluatieverslag 2025 goed in zitting van 13 mei 2026.

 

Bijlagen

  1. Interlokale Vereniging Onderwijs Balen-Dessel-Mol - jaarlijks evaluatieverslag 2025
  2. Interlokale Vereniging Onderwijs Balen-Dessel-Mol - verslag beheerscomité 13 mei 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Na goedkeuring door het beheerscomité van de Interlokale Vereniging Onderwijs Balen-Dessel-Mol wordt het jaarlijkse evaluatieverslag voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het bijgevoegde jaarlijks evaluatieverslag 2025 van de Interlokale Vereniging Onderwijs Balen-Dessel-Mol goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

INSTAPLESTIJDEN - HERBEREKENING KLEUTERS OP INSTAPDATUM 18 MEI 2026 (GBS MOZAWIEK) - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Feiten en context

Aan de gemeentelijke basisschool (gbs) Mozawiek, Schoolstraat 3, worden op basis van de regelmatig ingeschreven kleuters op de teldag volgende lestijden ingericht in het ambt van kleuteronderwijzer voor het schooljaar 2025-2026:

        133 lestijden

        12 SES-lestijden

 

In gbs Mozawiek zijn 109 kleuters ingeschreven op de instapdatum van 18 mei 2026. Dat zijn 9 kleuters meer dan op de teldatum voor de berekening van de lestijden volgens de schalen. Dit geeft een uitbreiding van 9 lestijden. Hiervan werd er reeds 1 lestijd ingericht op instapdatum van 23 februari 2026 en 7 lestijden op instapdatum van 20 april 2026.

 

Juridische gronden

Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en latere wijzigingen.

 

Het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, en latere wijzigingen.

 

Punt 3.1.5.1 van de ministeriële omzendbrief BaO/2005/09 van 29 juni 2005, betreffende de lestijden bij de instap van kleuters vanaf de instapdag na de krokusvakantie, en latere wijzigingen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Uit de herberekening volgt dat er vanaf de instapdatum van 18 mei 2026, 1 lestijd in het ambt van kleuteronderwijzer ingericht wordt aan gbs Mozawiek, Schoolstraat 3.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad stelt de lestijden vanaf de instapdatum van 18 mei 2026 vast op 1 lestijd in het ambt van kleuteronderwijzer aan gbs Mozawiek, Schoolstraat 3.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

INSTAPLESTIJDEN - HERBEREKENING KLEUTERS OP INSTAPDATUM 18 MEI 2026 (GBS DE ZANDLOPER) - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Feiten en context

Aan de gemeentelijke basisschool (gbs) De Zandloper, Gemeenteheistraat 1, worden op basis van de regelmatig ingeschreven kleuters op de teldag volgende lestijden ingericht in het ambt van kleuteronderwijzer voor het schooljaar 2025-2026:

        138 lestijden

        10 SES-lestijden

 

In gbs De Zandloper zijn 114 kleuters ingeschreven op de instapdatum van 18 mei 2026. Dat zijn 11 kleuters meer dan op de teldatum voor de berekening van de lestijden volgens de schalen. Dit geeft een uitbreiding van 11 lestijden. Hiervan werden er reeds 6 lestijden ingericht op instapdatum van 23 februari 2026 en 4 lestijden op instapdatum van 20 april 2026.

 

Juridische gronden

Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en latere wijzigingen.

 

Het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, en latere wijzigingen.

 

Punt 3.1.5.1 van de ministeriële omzendbrief BaO/2005/09 van 29 juni 2005, betreffende de lestijden bij de instap van kleuters vanaf de instapdag na de krokusvakantie, en latere wijzigingen.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Uit de herberekening volgt dat er vanaf de instapdatum van 18 mei 2026, 1 lestijd in het ambt van kleuteronderwijzer ingericht wordt aan gbs De Zandloper, Gemeenteheistraat 1.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad stelt de lestijden vanaf de instapdatum van 18 mei 2026 vast op 1 lestijd in het ambt van kleuteronderwijzer aan gbs De Zandloper, Gemeenteheistraat 1.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

GEMEENTELIJKE BASISSCHOLEN MOL - AANPASSING SCHOOLREGLEMENT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Feiten en context

Het schoolreglement regelt de betrekkingen tussen het schoolbestuur, de ouders en de leerlingen en wordt bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging, ter beschikking gesteld (op papier of via elektronische drager) aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.

 

Het schoolreglement moet tenminste uit het studie-, het orde- en het tuchtreglement bestaan.

Sinds schooljaar 2018-2019 is het schoolreglement van de gemeentelijke basisscholen Alles Kids en Schooltje van de Hei, De Zandloper, Klim-op en Mozawiek opgenomen in de schoolbrochure.

 

Ingevolge gewijzigde regelgeving zijn wijzigingen aan het schoolreglement van de gemeentelijke basisscholen noodzakelijk en is het huidige schoolreglement, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 23 juni 2025, aan actualisatie toe.

 

Juridische gronden

Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Artikelen 104 en 119 van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.

 

Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikelen 11ter, 19, 27, 28, 31, 32, 33 en 37, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief BaO/2014/03 van 15 mei 2014 - overdracht van leerlingengegevens bij schoolverandering en preventie schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen in het lager onderwijs vanaf 1 september 2014, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief BaO/2001/10 van 10 augustus 2001 - toelatingsvoorwaarden leerlingen in het  gewoon basisonderwijs, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief BaO/2002/1 van 8 februari 2002 - informatie bij eerste inschrijving en schoolreglement, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief BaO/2007/05 van 22 juni 2007 - kostenbeheersing in het basisonderwijs, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

In zitting van 2 juni 2026 verleenden de schoolraden van de gemeentelijke basisscholen Alles Kids en Schooltje van de Hei, De Zandloper, Klim-Op en Mozawiek gunstige adviezen over de wijzigingen aan het schoolreglement.

 

Bijlagen

  1. gbs Alles Kids + Schooltje van de Hei - verslag + advies schoolraad 2 juni 2026
  2. gbs De Zandloper - verslag + advies schoolraad 2 juni 2026
  3. gbs Klim-Op - verslag + advies schoolraad 2 juni 2026
  4. gbs Mozawiek - verslag + advies schoolraad 2 juni 2026
  5. Schoolreglement gemeentelijke basisscholen met gemarkeerde wijzigingen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Jaarlijks kan de school eigen aanpassingen en opgelegde wettelijke regels opnemen in het schoolreglement.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestaande schoolreglement van de gemeentelijke basisscholen Alles Kids en Schooltje van de Hei, De Zandloper, Klim-Op en Mozawiek, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 23 juni 2025, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit schoolreglement.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt het hierbij toegevoegde gewijzigde schoolreglement goed voor de gemeentelijke basisscholen.

        Alles Kids, Pastoor Vaesstraat 24 en vestigingsplaats Schooltje van de Hei, Greesstraat 1

        De Zandloper, Gemeenteheistraat 1

        Klim-Op, Ginderbuiten 212

        Mozawiek, Schoolstraat 3

 

Artikel 3

Het gewijzigde schoolreglement van de gemeentelijke basisscholen treedt in werking op 1 september 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

GIBBO GALBERGEN - AANPASSINGEN SCHOOLREGLEMENT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het schoolreglement regelt de betrekkingen tussen het schoolbestuur, de ouders en de leerlingen en wordt bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging, ter beschikking gesteld (op papier of via elektronische drager) aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.

 

Het schoolreglement moet tenminste uit het studie-, het orde- en het tuchtreglement bestaan.

Ingevolge gewijzigde regelgeving zijn wijzigingen aan het schoolreglement van GIBBO Galbergen noodzakelijk en is het huidige schoolreglement, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 23 juni 2025, aan actualisatie toe.

 

Juridische gronden

Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Artikelen 104 en 119 van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.

 

Decreet 27 mei 2011 - bekrachtiging van de bepalingen betreffende het secundair onderwijs, gecodificeerd op 17 december 2010, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief SO/2011/03/BuSO van 15 augustus, artikel 4 - structuur en organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

In zitting van 28 mei 2026 verleende de schoolraad van GIBBO Galbergen een gunstig advies over de wijzigingen aan het schoolreglement.

 

Bijlagen

  1. GIBBO Galbergen - verslag + advies schoolraad 28 mei 2026
  2. Schoolreglement GIBBO Galbergen met gemarkeerde wijzigingen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Jaarlijks kan de school eigen aanpassingen en opgelegde wettelijke regels opnemen in het schoolreglement.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestaande schoolreglement van GIBBO Galbergen, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 23 juni 2025, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit schoolreglement.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt het hierbij toegevoegde gewijzigde schoolreglement goed voor GIBBO Galbergen.

 

Artikel 3

Het gewijzigde schoolreglement van GIBBO Galbergen treedt in werking op 1 september 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

SAIGO STERRENBOS - AANPASSING SCHOOLREGLEMENT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Feiten en context

Het schoolreglement regelt de betrekkingen tussen het schoolbestuur, de ouders en de leerlingen en wordt bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging, ter beschikking gesteld (op papier of via elektronische drager) aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.

 

Het schoolreglement moet tenminste uit het studie-, het orde- en het tuchtreglement bestaan.

 

Ingevolge gewijzigde regelgeving zijn wijzigingen aan het schoolreglement van SAIGO Sterrenbos noodzakelijk en is het huidige schoolreglement, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 23 juni 2025, aan actualisatie toe.

 

Juridische gronden

Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Artikelen 104 en 119 van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.

 

Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikelen 11ter, 19, 27, 28, 31, 32, 33 en 37, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief BaO/2014/03 van 15 mei 2014 - overdracht van leerlingengegevens bij schoolverandering en preventie schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen in het lager onderwijs vanaf 1 september 2014, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief BaO/2001/10 van 10 augustus 2001 - toelatingsvoorwaarden leerlingen in het  gewoon basisonderwijs, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief BaO/2002/1 van 8 februari 2002 - informatie bij eerste inschrijving en schoolreglement, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief BaO/2007/05 van 22 juni 2007 - kostenbeheersing in het basisonderwijs, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

In zitting van 2 juni 2026 verleende de schoolraad van SAIGO Sterrenbos een gunstig advies over de wijzigingen aan het schoolreglement.

 

Bijlagen

  1. SAIGO Sterrenbos - verslag + advies schoolraad 2 juni 2026
  2. Schoolreglement SAIGO Sterrenbos met gemarkeerde wijzigingen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Jaarlijks kan de school eigen aanpassingen en opgelegde wettelijke regels opnemen in het schoolreglement.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestaande schoolreglement van SAIGO Sterrenbos, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 23 juni 2025, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit schoolreglement.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt het hierbij toegevoegde gewijzigde schoolreglement goed voor SAIGO Sterrenbos.

 

Artikel 3

Het gewijzigde schoolreglement van SAIGO Sterrenbos treedt in werking op 1 september 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

RECHTSPOSITIEREGELING - AANPASSINGEN IN KADER VAN NIEUWE WETGEVING + OPTIMALISATIE PROCEDURE WERVING EN SELECTIE - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In de rechtspositieregeling worden de regels over onder andere de loopbaan bij het bestuur, het loon, toelagen en vergoedingen, verloven en afwezigheden, de evaluatieprocedure, werving en selectie, … voor de personeelsleden vastgelegd.

 

Op 20 januari 2023 heeft de Vlaamse Regering het nieuwe Rechtspositiebesluit goedgekeurd. Het Rechtspositiebesluit werd op 8 maart 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en trad in werking op 18 maart 2023.

 

De gemeenteraad keurde de nieuwe rechtspositieregeling goed in zitting van 16 september 2024. De nieuwe rechtspositieregeling trad in werking op 1 januari 2025 en werd reeds meerdere malen gewijzigd.

 

In de rechtspositieregeling dienen er wijzigingen te worden aangebracht ingevolge nieuwe wetgeving en in het kader van de optimalisatie van de procedure van aanwerving en selectie.

 

Juridische gronden

  1. Artikel 186 Decreet lokaal bestuur
  2. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling en de tuchtprocedure van het personeel van de lokale en provinciale besturen van 23 januari 2026
  3. Wet van 22 maart 2026 houdende diverse maatregelen ten gunste van de mantelzorger
  4. Protocol van de representatieve vakorganisaties van 3 juni 2026

 

Inspraak en advies

Het overleg- en onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties leverde een protocol van akkoord af op 3 juni 2026.

 

Bijlagen

  1. Rechtspositieregeling (wijzigingen zijn aangeduid in het rood (en geel gearceerd))
  2. Protocol van de representatieve vakorganisaties van 3 juni 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De aanpassingen dienen te gebeuren in het kader van nieuwe wetgeving en in het kader van de optimalisatie van de procedure van aanwerving en selectie.

 

  1. Aanpassingen naar aanleiding van het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2026

Het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2026 (Wijzigingsbesluit 5) wijzigt het besluit rechtspositieregeling van 20 januari 2023. De volgende wijzigingen dienen te gebeuren in de rechtspositieregeling.

 

A. Verduidelijking personen met een handicap inclusief chronische ziektes

Er wordt in het BVR RPR duidelijker omschreven wie als een persoon met een handicap gezien wordt. Ook personen met een chronische ziekte vallen nu onder deze omschrijving.

 Aanpassen artikel 39

 

B. Genderneutrale vacatures, functiebenamingen, aanwerving en selectie

De Europese richtlijn (EU) 2023/970 van 10 mei 2023 wordt gedeeltelijk omgezet. De vacatures en functiebenamingen moeten genderneutraal zijn en de aanwerving en selectie worden op een niet-discriminerende wijze gevoerd. Hierdoor wordt het recht op gelijke beloning voor gelijke of gelijkaardige arbeid gewaarborgd.

 Aanpassen artikels 12, 13 en 18

 

C. Gezinsverloven tellen mee voor gelijke anciënniteit, eindejaarstoelage en ziektekrediet

Het personeelslid dat verlof opneemt voor zijn/haar gezinsverantwoordelijkheden, mag daardoor geen minder gunstige arbeidsvoorwaarden ondervinden. Zo tellen afwezigheden wegens dwingende redenen en zorgverlof voortaan altijd mee voor de geldelijke anciënniteit en de eindejaarstoelage. Daarnaast kunnen andere gezinsverloven (zoals ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand, palliatief verlof, verlof voor mantelzorg en het Vlaams zorgkrediet) niet langer uitgesloten worden voor de berekening van de eindejaarstoelage en de opbouw van de ziektekredietdagen.

 Aanpassen bijlage 1

 

D. Verduidelijking bij opbouw vakantierechten

Vakantierechten worden opgebouwd op basis van periodes van dienstactiviteit en daarmee gelijkgestelde periodes en dus niet op basis van de prestatieregeling.

  

E. Herstructurering en verduidelijking deeltijdse hervatting bij ziekte en disponibiliteit

Inhoudelijk wordt er vrijwel niks gewijzigd, maar de tekst wordt wel duidelijker opgebouwd om misverstanden te vermijden.

 Aanpassen artikels 271 en 278

 

F. Tekstuele verduidelijking omstandigheidsverloven

Het omstandigheidsverlof bij overlijden in tweede graad bij langdurige pleegzorg is gelijkaardig aan dat bij bloed- of aanverwanten. Bij priesterwijding wordt de kring van rechthebbenden uitgebreid.

 Aanpassen artikel 290

 

  1. Aanpassingen om de procedure aanwerving en selectie beter te optimaliseren.

Om de procedure aanwerving en selectie te optimaliseren dienen de volgende artikelen te worden aangepast:

 Artikel 11: toevoegen §4

 Artikel 23: aanpassen §1

 Artikel 30: toevoegen §3

 Artikel 36: aanpassen §2 

 

  1.  Aanpassingen in kader van nieuwe wetgeving Ouderschapsverlof

Personeelslieden kunnen ouderschapsverlof opnemen voor hun kind in kader van langdurige pleegzorg

 Aanpassen artikel 311

 

  1. Aanpassingen in kader van nieuwe wetgeving Mantelzorgverlof

 Aanpassen artikel 312

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het bestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De raad keurt de aanpassingen aan de rechtspositieregeling en haar bijlagen goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

PIT MOL (VooruitMemo - Tomas Sergooris)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

TOEKOMST PIONIER (VooruitMemo - Tomas Sergooris)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Zitting van 22 juni 2026

 

STAND VAN ZAKEN KANAALSTRAAT-DIJKSTRAAT (ProMol - Cindy Dexters)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 24/06/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.