ZITTING VAN MAANDAG 21 SEPTEMBER 2026

 

Aanwezig:

voorzitter

Ann Smeyers

burgemeester

Wim Caeyers

schepenen

Greet Van Tiggelen, Lotte Vreys, Hilde Valgaeren, Lieve Heurckmans, Hans De Groof, Frederik Loy, Wendy Soeffers

raadsleden

Paul Vanhoof, Tomas Sergooris, Zehra Ünlü, Maria Belmans, Jan Vangheel, Hanne Paepen, Lander Geyzen, Anneleen Dom, Sofie Molenberghs, Maarten Van Camp, Chris Xhenseval, Cindy Dexters, Kris Paepen, Emiel Ruts, Ward Buyens, Jens Timmermans, Liesbet Lommelen, Marc Sannen, Sonja Smaers, Lisette Heuvelmans, Griet Van Hecken, Stef Vandycke, Mick Vanlimbergen

algemeen directeur

Laurens Moubax

Verontschuldigd:

raadslid

Koen Van Gompel

 

 

Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

NOTULEN GEMEENTERAAD - 22 JUNI 2026 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad vergaderde in zitting van 22 juni 2026.

 

De notulen en het verslag van de toegevoegde agenda van deze gemeenteraad werden in Meeting.mobile gekoppeld als bijlage aan dit agendapunt.

 

Juridische gronden

Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de notulen van de vergadering van de gemeenteraad worden opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur overeenkomstig artikelen 277 en 278.

Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de notulen ter beschikking worden gesteld.

 

Artikel 33 § 1 van het huishoudelijk reglement - goedgekeurd op de gemeenteraad van 11 maart 2019 - bepaalt dat de notulen van de gemeenteraad alle besproken onderwerpen vermelden in chronologische volgorde, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen.

 

Artikel 34 § 1 van het huishoudelijk reglement bepaalt dat de notulen van de vergadering van de gemeenteraad onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur worden opgesteld overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur. 

 

Bijlagen

  1. Notulen en verslag gemeenteraad 22 juni 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het is verplicht dat de notulen van de vorige gemeenteraad worden goedgekeurd op de eerstvolgende gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De notulen van de gemeenteraad van 22 juni 2026 worden goedgekeurd.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BESLISSING AGENTSCHAP BINNENLANDS BESTUUR - KLACHT TEGEN GEMEENTE MOL INZAKE VERMEENDE ANTWOORDSTOP - KENNISNAME

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 29 mei 2026 ontving Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) een klacht tegen de gemeente Mol inzake een vermeende antwoordstop.

 

De klager diende klacht in over de vermeende manier waarop de gemeente meldingen behandelt.  Volgens de klager zou een eerdere antwoordstop rond dossiers over geluidshinder ook worden toegepast op nieuwe meldingen met mogelijk veiligheidsrisico.  De klacht verwijst naar een melding van een mogelijk gevaarlijke, rottende boom nabij een woning, waarbij volgens de klager onvoldoende opvolging en communicatie zouden hebben plaatsgevonden.

 

Op 3 juli 2026 heeft de gemeente haar verweer op de klacht bezorgd aan ABB.

 

ABB heeft de klacht onderzocht en op 4 augustus 2026 een antwoord bezorgd.  ABB oordeelt dat er geen toezichtsmaatregel dient genomen te worden omdat er geen schending heeft plaatsgevonden van de toepasselijke regelgeving.

  

Juridische gronden

Artikel 287 van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 333, tweede lid van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

1) klacht bij ABB van 29 mei 2026

2) reactie gemeente Mol aan ABB  van 3 juli 2026

3) beslissing / antwoord + bijlage van ABB aan gemeente Mol van 4 augustus 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.

De gemeenteraad moet kennisnemen van het antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur, zoals ontvangen op 4 augustus 2026.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad neemt kennis van het antwoord van de gouverneur van de provincie Antwerpen zoals ontvangen op 4 augustus 2026 met betrekking tot de klacht tegen de gemeente Mol inzake een vermeende antwoordstop.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BESLISSING AGENTSCHAP BINNENLANDS BESTUUR - KLACHT TEGEN SCHORSING MARKTABONNEMENT - KENNISNAME

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 14 juli 2026 ontving Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) een klacht tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2026 waarbij het marktabonnement van een marktkramer tijdelijk werd geschorst.

 

De klager meende dat de beslissing van het college van burgemeester en schepenen in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, het hoorrecht, het zorgvuldigheidsbeginsel de materiële- en formele motiveringsplicht en het evenredigheidsbeginsel.

 

Op 28 juli 2026 heeft de gemeente haar verweer op de klacht bezorgd aan ABB.

 

ABB heeft de klacht onderzocht en op 18 augustus 2026 een antwoord bezorgd.  ABB oordeelt dat er geen toezichtsmaatregel dient genomen te worden omdat er geen schending heeft plaatsgevonden van de beginselen van behoorlijk bestuur en evenmin een strijdigheid heeft plaatsgevonden met de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen.

 

Juridische gronden

Artikel 287 van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 333, tweede lid van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

1) klacht bij ABB van 14 juli 2026

2) reactie gemeente Mol aan ABB  van 28 juli 2026

3) beslissing / antwoord + bijlage van ABB aan gemeente Mol van 18 augustus 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.

De gemeenteraad moet kennisnemen van het antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur, zoals ontvangen op 18 augustus 2026.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad neemt kennis van het antwoord van de gouverneur van de provincie Antwerpen zoals ontvangen op 18 augustus 2026 met betrekking tot de klacht tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2026 waarbij het marktabonnement van een marktkramer tijdelijk werd geschorst.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BESLISSING AGENTSCHAP BINNENLANDS BESTUUR - KLACHT TEGEN WEIGERING ABONNEMENT DIERENMARKT MOL - KENNISNAME

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 4 augustus 2026 ontving Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) een klacht over de weigering van een abonnement voor de dierenmarkt van Mol.  De klager was niet akkoord met de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 13 mei 2026.

 

Op 11 augustus 2026 heeft de gemeente haar verweer op de klacht bezorgd aan ABB.

 

ABB heeft de klacht onderzocht en op 26 augustus 2026 een antwoord bezorgd.  ABB oordeelt dat  er onvoldoende grond is om de beslissing van 13 mei 2026 te vernietigen.

 

Juridische gronden

Artikel 287 van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 333, tweede lid van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

1) klacht bij ABB van 4 augustus 2026

2) reactie gemeente Mol aan ABB  van 11 augustus 2026

3) beslissing / antwoord + bijlage van ABB aan gemeente Mol van 26 augustus 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.

De gemeenteraad moet kennisnemen van het antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur, zoals ontvangen op 26 augustus 2026.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad neemt kennis van het antwoord van de gouverneur van de provincie Antwerpen zoals ontvangen op 26 augustus 2026 met betrekking tot de klacht tegen de weigering van een abonnement voor de dierenmarkt van Mol, meer bepaald de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 13 mei 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

POLITIEVERORDENING - RECREATIEVERBOD RECREATIEVIJVER ZILVERMEERHAVEN PORT AVONTURA MOL - BEKRACHTIGING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 25 augustus 2026 heeft de burgemeester omwille van de aanwezigheid van een verdachte drijflaag op het water van de recreatievijver Zilvermeerhaven Port Aventura Mol een absoluut recreatieverbod uitgevaardigd.

  

Juridische gronden

In de Europese zwemrichtlijn van 2006 en Vlarem 2, afdeling 2.3.3. en 2.3.7. en bijlagen 2.3.3. betreffende de zwemwaterkwaliteit krijgen de zwemwaters een criteria goed, aanvaardbaar of slecht.

 

Artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester politieverordeningen kan maken in geval van onvoorziene gebeurtenissen waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, onder de verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven.  Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.

 

Bijlagen

  1. Analyseresultaat_24-08-2026
  2. Uittreksel_ BB 25-08-2026 recreatieverbod recreatievijver Zilvermeerhaven Port Avontura Mol

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Bij een visuele controle op 25 augustus 2026 van het water van de recreatievijver Zilvermeerhaven Port Aventura Mol, werd een verdachte drijflaag vastgesteld. Aangezien de drijflaag in de recreatiezone lag en ernstige gezondheidsrisico's bestonden bij contact met de drijflaag of onderdompeling in water waarin micorsystines aanwezig waren, adviseerde het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid op 25 augustus 2026 om een recreatieverbod uit te vaardigen.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad bekrachtigt de politieverordening van de burgemeester, uitgevaardigd op 25 augustus 2026, waarin een absoluut recreatieverbod wordt uitgevaardigd in de recreatievijver Zilvermeerhaven Port Avontura Mol.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

POLITIEVERORDENING - ZWEMVERBOD EURO PARCS RESORT ZILVERSTRAND MOL - BEKRACHTIGING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Naar aanleiding van een routinematige controle op 13 juli 2026 van de zwemvijver van Euro Parcs Resort Zilverstrand Mol werd een bacteriologische vervuiling vastgesteld. 

 

Op 27 juli 2026 waren de resultaten zo gewijzigd dat de waarde van de microcystines onder de grens van 8 µ/l  was gedaald. Op 4 augustus 2026 heeft de waarnemend burgemeester voornoemde politieverordening opgeheven.

 

Juridische gronden

In de Europese zwemrichtlijn van 2006 en Vlarem 2, afdeling 2.3.3 en 2.3.7 en bijlagen 2.3.3 betreffende de zwemkwaliteit krijgen de zwemwaters een criteria, aanvaardbaar of slecht.

 

Artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester een politieverordening kan maken in geval van onvoorziene gebeurtenissen waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, onder de verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven.

 

Bijlagen

1. BB_14 juli 2026_zwemverbod

2. BB_4 augustus 2026_opheffing zwemverbod

3. analyseresultaat_13 juli 2026

4. analyseresultaat_27 juli 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Aangezien de hoge waarden van microcystines een gezondheidsrisico inhouden, adviseert het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid - per mail van 14 juli 2026 - om een zwemverbod uit te vaardigen.

 

Op 30 juli 2026 heeft het Vlaamse Agentschap Zorg en Gezondheid de burgemeester in kennis gesteld dat de waarde van de microcystines gedaald waren onder de grens van 8 µ/l. Er bestond geen gezondheidsrisico meer en er waren bijgevolg geen bijzondere maatregelen meer vereist.

 

Gelet op de korte termijnen waarin diende gereageerd te worden op de situatie, kon de behandeling in de gemeenteraad niet afgewacht worden om de besluiten te nemen.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad bekrachtigt de politieverordening van de burgemeester van 14 juli 2026 inzake het zwemverbod van Euro Parcs Resort Zilverstrand Mol, die van kracht was tussen 14 juli 2026 en 4 augustus 2026 en bekrachtigt tevens de opheffing van voormelde politieverordening op 4 augustus 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

EVA VZW CULTUUR - VERVANGING VERTEGENWOORDIGER ALGEMENE VERGADERING EN BESTUURSORGAAN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In zitting van 24 februari 2025 werd Stijn Nijs (Vlaams Belang) aangesteld als vertegenwoordiger van de gemeente in de algemene vergadering en in het bestuursorgaan van vzw EVA Cultuur voor de bestuursperiode 2025-2030.

 

Per e-mail van 2 september 2026 laat Vlaams Belang weten dat Stijn Nijs het mandaat niet langer wenst uit te oefenen.  Er dient een vervanger te worden aangesteld.

 

Vlaams Belang, die de mandataris had voorgedragen, stelt voor om Luc Vansand (Vlaams Belang) aan te stellen in de algemene vergadering en in het bestuursorgaan van vzw EVA Cultuur in vervanging van Stijn Nijs.

 

Juridische gronden

Artikelen 2, 40, 41 en 386 van het decreet lokaal bestuur.

De statuten van vzw EVA Cultuur.

 

Bijlagen

1) EVA vzw Cultuurcentrum Mol gemeenteraadsbesluit van 24 februari 2025

2) e-mail Vlaams Belang van 2 september 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Vlaams Belang, die de mandataris had voorgedragen, stelt voor om Luc Vansand (Vlaams Belang) aan te stellen in de algemene vergadering en in de raad van bestuur van vzw EVA Cultuur in vervanging van Stijn Nijs.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het mandaat van Stijn Nijs (Vlaams Belang) als vertegenwoordiger namens de gemeente in de algemene vergadering en in het bestuursorgaan van vzw EVA Cultuur wordt beëindigd.

 

Artikel 2

Luc Vansand (Vlaams Belang) wordt aangesteld als vertegenwoordiger namens de gemeente in de algemene vergadering en in het bestuursorgaan van vzw EVA Cultuur voor de resterende bestuursperiode 2025-2030.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder het in kennis stellen daarvan aan vzw EVA Cultuur Mol.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

GAS 123 - AANPASSING GAS REGLEMENT EN PROTOCOLAKKOORD GAS2 EN GAS3 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 1 september 2026 trad het nieuwe strafwetboek in werking. Het betreft een zeer drastische wijziging die zich op vele wetgevende domeinen laat voelen.

Aangezien in de GAS wet verwezen wordt naar verschillende bepalingen uit het strafwetboek, de zogenaamde gemengde inbreuken, werd deze GAS-wet ondertussen (maar zeer recent) ook gewijzigd (BS dd. 23 juni 2026) en is deze tevens op 1 september 2026 in werking getreden.

Met deze aanpassing wordt de GAS-wet in overeenstemming gebracht met het nieuwe strafwetboek.

Om straffeloosheid te vermijden, dient nu ook het GAS reglement aangepast te worden.

Tevens wordt het protocolakkoord GAS 2-3 herbekeken. Het protocolakkoord GAS 2-3 bevat bepalingen over de gemengde overlastinbreuken. Het protocol bevat bepalingen over informatie-uitwisseling en de wijze van behandeling en rapportering van gemengde inbreuken en zorgen ervoor dat deze sneller behandeld kunnen worden.

 

Juridische gronden

        Art. 119, 119 bis en 135  Nieuwe Gemeentewet

        Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en haar uitvoeringsbesluiten

        Decreet Lokaal Bestuur

De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40-41 van het decreet over het lokaal bestuur.

 

Bijlagen

  1. Protocolakkoord GAS 2 - 3

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De huidige aanpassing van het GAS reglement betreft enkel de noodzakelijke en dringende wijzigingen die rechtstreeks het gevolg zijn van het gewijzigd strafwetboek en GAS wet en gaat enkel over de gemengde inbreuken.

 

De bepalingen in het nieuwe strafwetboek hebben een andere nummering, alsook werden definities en omschrijvingen herschreven. Er zijn tevens inbreuken die niet meer in het strafwetboek voorzien zijn. Depenalisering betekent echter niet dat er niet meer gehandhaafd kan worden. Iedere gemeente kan zelf beslissen om de inbreuk al dan niet te sanctioneren met een administratieve geldboete. Nachtlawaai is hier een voorbeeld van. De inbreuk werd behouden, maar tekstueel aangepast en meer concreet omschreven.

De inbreuk vandalisme komt in de huidige GAS reglement terug in verschillende bepalingen, maar in het nieuwe strafwetboek is dit beperkter en meer algemeen. In die zin worden enkele bestaande inbreuken in het GAS reglement opgeheven en zullen deze vallen onder de meer algemene bepaling waarmee vandalisme gesanctioneerd kan worden.

Er worden geen nieuwe (gemengde) inbreuken ingevoerd.

Aangezien het enkel om tekstuele wijzigingen gaat op basis van gewijzigde wetgeving, is het advies van de jeugdraad niet vereist.

De wijzigingen dienen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Het protocolakkoord krijgt ook een update met verwijzing naar de vernieuwde bepalingen.

 

Het is noodzakelijk om de wijzigingen van het Strafwetboek te volgen en daarvoor dient:

        de gemeenteraad de voorgestelde wijzigingen aan het GAS reglement goed te keuren

        het protocolakkoord te worden aangepast aan de wijzigingen van het Strafwetboek en te worden bekrachtigd door de gemeenteraad.

 

Als bijlage 1 bij dit besluit wordt het gewijzigde protocol toegevoegd.

 

Volgende wijzigingen worden voorgesteld:

 

- Art. 1.1.2: Het is verboden zich tussen 22u en 07u schuldig te maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord zoals bepaald in artikel 561,1 van het Strafwetboek

 

wordt vervangen door: Het is verboden zich tussen 22u en 07u schuldig te maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord

 

Reden: Nachtlawaai is niet meer opgenomen in het nieuwe Strafwetboek. De verwijzing naar het oude art. 561,1 Sw wordt verwijderd.

 

- Art. 5.8 wordt opgeheven

 

Reden: Feitelijkheden (art. 563,3° oude Strafwetboek) zijn niet meer opgenomen in het nieuwe Strafwetboek. De gedragingen die hieronder kunnen vallen kunnen bestraft worden door andere artikels.

 

- Art. 5.1 tem 5.7 worden opgeheven en vervangen door:

 

Art. 5.1 - Vandalisme

 

§ 1 Vandalisme is alle opzettelijk op enig goed dat aan een ander toebehoort gestelde gedraging die bestaat in het vernielen, het beschadigen, het onbruikbaar maken of het aanbrengen van graffiti zonder toestemming. 

 

§ 2 Vandalisme wordt bestraft met een straf zoals voorzien in artikel 515 van het Strafwetboek of met een gemeentelijke administratieve sanctie.

 

Art. 5.2 - Vandalisme met ernstige schade tot gevolg

 

§ 1 Vandalisme is alle opzettelijk op enig goed dat aan een ander toebehoort gestelde gedraging die bestaat in het vernielen, het beschadigen, het onbruikbaar maken of het aanbrengen van graffiti zonder toestemming. 

 

§ 2 Vandalisme met ernstige schade tot gevolg wordt bestraft met een straf zoals voorzien in artikel 516 van het Strafwetboek of met een gemeentelijke administratieve sanctie.

 

Art. 5.3 - Vandalisme aan een goed met een bijzonder belang

 

§ 1 Vandalisme is alle opzettelijk op enig goed dat aan een ander toebehoort gestelde gedraging die bestaat in het vernielen, het beschadigen, het onbruikbaar maken of het aanbrengen van graffiti zonder toestemming.

 

  2 Vandalisme aan een gebouw, maatschappelijke infrastructuur, een vervoermiddel, één of meer bomen, een bos, een natuurgebied, een boomgaard of een akker, al dan niet met ernstige schade tot gevolg, wordt bestraft met een straf zoals voorzien in artikel 517 van het Strafwetboek of met een gemeentelijke administratieve sanctie

 

Reden: Het nieuwe strafwetboek maakt geen onderscheid meer tussen de verschillende soorten vandalisme (beschadigingen en graffiti) en maakt nu een algemene bepaling van vandalisme.

 

Art. 5.4 - Aantasting van perceelsafscheidingen en grensaanduidingen

 

§1 Het is verboden om levende of dode hagen af te hakken of uit te rukken.

§2. Het is verboden grachten geheel of ten dele te dempen.

§3. Het is verboden grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, te verplaatsen of te verwijderen.

 

Dit is het huidige art. 5.5 van het GAS reglement.  Art. 545 van het oude Strafwetboek werd opgeheven en deze bepalingen werden niet overgenomen in het nieuwe Strafwetboek. Door de depenalisering moet dit artikel in het GAS reglement worden opgenomen om nog sanctioneerbaar te zijn.

 

- Art. 5.9 wordt vervangen door:

 

Art. 5.5 - Verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte

 

§1 Gezichtsbedekking in de publieke ruimte is verboden en wordt bestraft met een straf zoals voorzien in artikel 423 van het Strafwetboek of met een gemeentelijke administratieve sanctie.

 

§ 2 Het verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte is het zich opzettelijk, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.

 

 § 3 Er is geen inbreuk wanneer diegenen die zich op plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn begeven met hun gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodanig dat ze niet kunnen worden geïdentificeerd, dit doen op grond van arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.

 

Reden: De nieuwe herformulering van het nieuwe Strafwetboek (art. 423-424) wordt overgenomen.

 

Financiële weerslag

 

Actie

Actie 3/3/1

Registratiesleutel

73920000/048000

Bedrag

Op basis van werkelijke kosten

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de wijzigingen aan het Reglement Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS reglement) goed.

 

Artikel 2

De gemeenteraad bekrachtigt het protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties GAS2 en GAS 3 – gemengde inbreuken.

 

Artikel 3

Deze verordening wordt bekendgemaakt zoals voorgeschreven in de artikelen 285 t.e.m. 288 Decreet Lokaal Bestuur

 

Artikel 4

Conform artikel 119 Nieuwe Gemeentewet wordt een afschrift van deze verordening toegezonden aan de bestendige deputatie van de provincieraad binnen 48 uren en aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement Turnhout, evenals aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg Turnhout en van de politierechtbank Turnhout.

 

Er wordt ook een elektronisch exemplaar overgemaakt aan de referentiemagistraten.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

GAS 4 - AANPASSING POLITIEVERORDENING EN PROTOCOLAKKOORD - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De GAS-wetgeving voorziet sinds 2013 de mogelijkheid voor steden en gemeenten om een administratieve geldboete op te leggen bij overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen (GAS 4).

De zogenaamde GAS 4-overtredingen worden limitatief vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 (hier verder het KB GAS4 genoemd) door de federale overheid, die overeenstemmen met bepaalde overtredingen die vermeld staan in het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (hierna: de wegcode). De gemeente of stad moet in een bijzondere politieverordening vastleggen welke inbreuken uit deze lijst zij via GAS wenst te handhaven. Aanvullend dient het college van burgemeester en schepenen hierover verplicht een protocolakkoord afsluiten met het parket en dit laten bekrachtigen door de gemeenteraad.

Gemeente Mol heeft deze GAS4 handhaving ingevoerd (dit omvat de goedkeuring van de bijzondere politieverordening en het afsluiten van het protocolakkoord met het parket) met ingang van 1 januari 2022.

 

Juridische gronden

        Art. 119 Nieuwe Gemeentewet

        Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en haar uitvoeringsbesluiten

        Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

        Decreet Lokaal Bestuur

De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40-41 van het decreet over het lokaal bestuur.

 

Bijlagen

  1. Overzicht wijzigingen bijzondere politieverordening GAS 4
  2. Gecoördineerde versie van de bijzondere politieverordening
  3. Het protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS4)

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het KB GAS4 werd in januari 2026 gewijzigd (KB 14 januari 2026, publicatie BS 23 januari 2026).

Deze wijziging omvat een beperkte aanpassing van het KB, met enkele kleine aanpassingen:

        De titel van het KB werd aangepast van naar ‘Koninklijk Besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.’

        Het KB werd in overeenstemming gebracht met een aantal wijzigingen in de Wegcode (art. 3, 2° tot 6°).

        Het KB werd in overeenstemming gebracht met de nieuwe GAS-wet sinds 2024.

        Overtredingen op het verkeersbord fietsstraat F111 (met uitzondering van de snelheidsovertreding) mogen gesanctioneerd worden met GAS. Hierdoor wordt het inhalen van fietsers in een fietsstraat door gemotoriseerde voertuigen bestraft via GAS.

        Het is geen verplichting meer om de overtredingen vast te stellen met automatisch werkende toestellen voor de verkeersborden C3 en F103.

        Een aantal tegenstrijdigheden tussen de Franse en de Nederlandse versie werden rechtgezet.

Het gewijzigde KB GAS4 is in werking getreden vanaf 1 maart 2026.

 

Het is aangewezen om de wijzigingen aan het KB te volgen en daarvoor dient:

        de gemeenteraad de voorgestelde wijzigingen aan de bijzondere politieverordening GAS4 goed te keuren ( zie bijlage 1: overzicht wijzigingen)

        Als bijlage 2 bij dit besluit wordt de nieuwe gecoördineerde versie van de bijzondere politieverordening toegevoegd.

 

Naast de wijzigingen aan de bijzondere politieverordening dient ook het protocol GAS4 tussen college en parket aangepast te worden.

Als bijlage 3 bij dit besluit wordt het gewijzigde protocol toegevoegd.

 

Financiële weerslag

 

Actie

3/3/1

Registratiesleutel

73910000/048000

Bedrag

Op basis van werkelijke kosten

 

 

BESLUIT

 

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de wijzigingen aan de bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS4) goed.

 

Artikel 2.

De gemeenteraad bekrachtigt het protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS4).

 

Artikel 3.

Deze wijziging treedt in werking op 01 november 2026.

 

Artikel 4

Deze verordening wordt bekendgemaakt zoals voorgeschreven in de artikelen 285 t.e.m. 288 Decreet Lokaal Bestuur.

 

Artikel 5

Conform artikel 119 Nieuwe Gemeentewet wordt een afschrift van deze verordening toegezonden aan de bestendige deputatie van de provincieraad binnen 48 uren en aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement Turnhout, evenals aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg Turnhout en van de politierechtbank Turnhout.

Er wordt ook een elektronisch exemplaar overgemaakt aan de referentiemagistraten.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

GAS 5 - AANPASSING POLITIEVERORDENING - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Lokale besturen krijgen sinds begin 2021 de mogelijkheid om GAS-boetes uit te schrijven voor beperkte snelheidsovertredingen in zones waar een snelheidsbeperking van 30 of 50 km per uur geldt.

Gemeente Mol heeft deze GAS5 handhaving ingevoerd  met ingang van 1 oktober 2022.

Het decreet van 22 maart 2024 over de weginfrastructuur en het wegenbeleid en de waterinfrastructuur en het waterbeleid wijzigde met artikel 3 de wegverkeerswet meer bepaald artikel 29quater. Over de draagwijdte van deze wijziging bleef aanvankelijk echter onduidelijkheid en discussie bestaan, waardoor niet onmiddellijk een aanpassing van de politieverordening werd voorgesteld.

Nu er geen verdere wetgevende initiatieven meer worden verwacht op korte termijn en de noodzakelijke softwareaanpassingen inmiddels door de politiezones zijn voorzien, wordt ook de bijzondere politieverordening betreffende beperkte snelheidsovertredingen aangepast. Op die manier wordt deze verordening in overeenstemming gebracht met het gewijzigde artikel 29quater van de Wegverkeerswet.

 

Juridische gronden

        Art. 119 Nieuwe Gemeentewet

        Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, artikel 29quater

        Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en haar uitvoeringsbesluiten

        Decreet van 9 oktober 2020 houdende diverse bepalingen over het gemeenschappelijk vervoer, het algemeen mobiliteitsbeleid, de weginfrastructuur en het wegenbeleid, en de waterinfrastructuur en het waterbeleid en latere wijzigingen

        Decreet Lokaal Bestuur

De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40-41 van het decreet over het lokaal bestuur.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Art. 2 van de politieverordening betreffende kleine snelheidsovertredingen stelt dat het lokaal bestuur gebonden is aan de voorwaarden en procedure, zoals bepaald in het artikel 29quater van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.

 

Dit betekent dat ook de politieverordening betreffende kleine snelheidsovertredingen (GAS 5) moet aangepast worden conform deze wettelijke bepalingen.

 

Artikel 29 quater § 2, 4° is gewijzigd als volgt:

'de snelheidsovertreding wordt begaan door meerderjarige natuurlijke personen, vermoed of aangeduid overeenkomstig artikel 67 bis en 67 ter'.

 

Artikel 3 van onze politieverordening wordt gewijzigd als volgt:

 

Art. 3. Het lokaal bestuur kan, mits tussenkomst van de aangestelde sanctionerend ambtenaar, gemeentelijke administratieve sancties opleggen ten aanzien van beperkte snelheidsovertredingen wanneer cumulatief aan volgende voorwaarden is voldaan:

  1. Het betreft een snelheidsovertreding waarbij de toegelaten maximumsnelheid met niet meer dan 20 kilometer per uur is overschreden (na correctie met de technische tolerantiemarge);
  2. Het betreft een snelheidsovertreding begaan op een plaats waar de snelheid beperkt is tot 30 of 50 kilometer per uur;
  3. Het betreft een snelheidsovertreding vastgesteld volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 62 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, met uitzondering van het zesde en achtste lid, met automatisch werkende toestellen, die volledig worden gefinancierd door de lokale overheid;
  4. Het betreft een snelheidsovertreding begaan door een meerderjarige natuurlijke persoon, vermoed of aangeduid overeenkomstig artikel 67bis en 67ter;
  5. Het betreft een snelheidsovertreding waarbij niet gelijktijdig een andere overtreding wordt vastgesteld.

 

Financiële weerslag

 

Actie

Actie 3/3/1

Registratiesleutel

73900000/048000

Bedrag

Op basis van werkelijke kosten

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de volgende wijzigingen aan de politieverordening betreffende beperkte snelheidsovertredingen (GAS 5)  goed:

 

"Artikel 29 quater § 2, 4° is gewijzigd als volgt:

'de snelheidsovertreding wordt begaan door meerderjarige natuurlijke personen, vermoed of aangeduid overeenkomstig artikel 67 bis en 67 ter'.

 

Artikel 3 van onze politieverordening wordt gewijzigd als volgt:

 

Art. 3. Het lokaal bestuur kan, mits tussenkomst van de aangestelde sanctionerend ambtenaar, gemeentelijke administratieve sancties opleggen ten aanzien van beperkte snelheidsovertredingen wanneer cumulatief aan volgende voorwaarden is voldaan:

  1. Het betreft een snelheidsovertreding waarbij de toegelaten maximumsnelheid met niet meer dan 20 kilometer per uur is overschreden (na correctie met de technische tolerantiemarge);
  2. Het betreft een snelheidsovertreding begaan op een plaats waar de snelheid beperkt is tot 30 of 50 kilometer per uur;
  3. Het betreft een snelheidsovertreding vastgesteld volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 62 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, met uitzondering van het zesde en achtste lid, met automatisch werkende toestellen, die volledig worden gefinancierd door de lokale overheid;
  4. Het betreft een snelheidsovertreding begaan door een meerderjarige natuurlijke persoon, vermoed of aangeduid overeenkomstig artikel 67bis en 67ter;
  5. Het betreft een snelheidsovertreding waarbij niet gelijktijdig een andere overtreding wordt vastgesteld."

 

Artikel 2

Deze verordening wordt bekendgemaakt zoals voorgeschreven in de artikelen 285 t.e.m. 288 Decreet Lokaal Bestuur.

 

Artikel 3

Conform artikel 119 Nieuwe Gemeentewet wordt een afschrift van deze verordening toegezonden aan de bestendige deputatie van de provincieraad binnen 48 uren en aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement Turnhout, evenals aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg Turnhout en van de politierechtbank Turnhout.

Er wordt ook een elektronisch exemplaar overgemaakt aan de referentiemagistraten.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

DELEGATIES - VAN DE GEMEENTERAAD AAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het decreet lokaal bestuur (DLB) biedt aan de verschillende organen en functiehouders binnen een lokaal bestuur de mogelijkheid om bepaalde bevoegdheden naar een ander niveau binnen de organisatie te delegeren.

Binnen lokaal bestuur Mol gelden op vandaag reeds verschillende delegaties op niveau van de gemeenteraad. 

De delegatiebeslissingen zijn telkens in afzonderlijke beslissingen en verspreid in de tijd genomen.  Er werd onderzocht of alle delegaties uit het verleden vanuit de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen nog steeds beantwoorden aan de actuele organisatorische behoeften, de beleidsdoelstellingen en de principes van goed bestuur.
 

Juridische gronden

Artikelen 40, 41 en 56 van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlage

1) PowerPointpresentatie zoals toegelicht op de raadscommissie van 15 juni 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het is aangewezen om een onderscheid te maken tussen enerzijds de strategische beleidskeuzes, die bij de gemeenteraad blijven, en anderzijds de concrete organisatorische en personeelsrechtelijke uitwerking ervan.

Het college van burgemeester en schepenen staat in voor de dagelijkse beleidsuitvoering en staat dichter bij de operationele werking van de gemeentelijke organisatie. Het college van burgemeester en schepenen kan daardoor sneller inspelen op wijzigingen in hogere regelgeving, arbeidsvoorwaarden en organisatorische behoeften.

Het is aangewezen om de administratieve efficiëntie en de slagkracht van het bestuur te verhogen door bepaalde beslissingen van dagelijks bestuur toe te vertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.

Transparantie voor de raadsleden blijft gegarandeerd via het opvolgen van de notulen en verslagen van het college van burgemeester en schepenen en via de jaarlijkse rapportage van het organisatiebeheersingssysteem.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Alle voorgaande delegatiebesluiten van de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen, inclusief besluiten m.b.t. het bepalen van het begrip dagelijks bestuur worden opgeheven op datum van ingang van dit besluit.

 

Artikel 2

De gemeenteraad delegeert volgende bevoegdheden aan het college van burgemeester en schepenen:

- het sluiten en ondertekenen van alle modellen van verwerkingsovereenkomsten in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

-  het aanstellen van een waarnemend algemeen directeur of waarnemend financieel directeur aan de functiehouder van het ambt zelf en bij diens onmogelijkheid aan het college van burgemeester en schepenen

- het sluiten en ondertekenen van samenwerkingsovereenkomsten die binnen de beheers- en beleidscyclus vallen (t/m 31-12-2031)

- het sluiten en ondertekenen van alle huur- en verhuurovereenkomsten van maximaal 9 jaar

- alle handelingen in het kader van subsidieaanvragen waarbij:

        geen eigen financiële inspanning van de gemeente is vereist

        een financiële inspanning van de gemeente is vereist maar deze is opgenomen in een actie of registratiesleutel in het goedgekeurde meerjarenplan

- het goedkeuren en ondertekenen van de bijlagen bij arbeidsreglementen

- het aangaan van dadingen met personeelsleden n.a.v. de beëindiging van dienstverband

 

Artikel 3

De inhoud van het begrip overheidsopdrachten en opdrachten met financiële impact dagelijks bestuur wordt omschreven als volgt:

- de overheidsopdrachten voor uitgaven binnen het exploitatiebudget, ongeacht het bedrag

- de toetredingen tot aankoopcentrales voor uitgaven binnen het exploitatie- en investeringsbudget, ongeacht het bedrag

- de overheidsopdrachten die volgens het in-house toezicht worden gevoerd volgens artikel 30 van de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten ongeacht het bedrag

- de overheidsopdrachten voor uitgaven binnen het investeringsbudget tot en met 500.000,00 euro excl. BTW

- het aanbrengen van niet wezenlijke wijzigingen en verduidelijkingen aan de opdrachtdocumenten die de gemeenteraad goedkeurde

- de overheidsopdrachten waarbij geen of geen geschikte aanvraag tot deelneming of offerte werd ingediend ingevolge een openbare of niet-openbare procedure zoals bepaald in artikel 42, §1 c) van de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten

- de contractvoorwaarden van concessies met een looptijd van minder of gelijk aan één jaar

- het aangaan van leningen, inclusief het vaststellen van de leningsvoorwaarden waarvoor de kredieten zijn ingeschreven in het meerjarenplan

- het herschikken van de financiële lasten van de opgenomen leningen door die lasten te spreiden over een kortere of gelijke periode

- het nemen van besluiten voor het beleggen van kapitalen

- de overheidsopdrachten met een “spoedeisend karakter” of “urgente situatie” bedoeld in artikel 48 van het KB van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren en artikel 36, § 3 van de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten

 

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking vanaf 1 oktober 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

VISUM - VASTSTELLING VAN DE VOORWAARDEN VOOR EEN VOORAFGAANDELIJK VISUM - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In zitting van 17 december 2018 stelde de gemeenteraad de voorwaarden vast waaronder de financieel directeur zijn bevoegdheid inzake het voorafgaand visum uitoefent.

 

Toen werden de voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum voor zowel gemeente als OCMW gelijkgesteld en werd onder andere opgenomen dat de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan het bedrag, bepaald door de minister (€ 50.000), onderworpen zijn aan de visumverplichting.

 

Juridische gronden

Artikel 177, eerste lid, 1° van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de financieel directeur in volle onafhankelijkheid instaat voor onder andere de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden vermeld in artikel 266 en 267.

 

Artikel 220 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat ook de financieel directeur binnen de grenzen van het organisatiebeheersingssysteem bevoegdheden kan toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. Dit gebeurt schriftelijk en met een ondubbelzinnige omschrijving van de toegekende bevoegdheden en de daaraan verbonden opdrachten, middelen en rapporteringsverplichtingen.

 

Artikel 266 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat enkel de voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.

De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1°. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.

De gemeenteraad bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle, vermeld in voorgaande lid, uitoefent. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.

 

Artikel 99 van het besluit van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen van 30/03/2018 bepaalt dat de volgende categorieën van verrichtingen niet kunnen worden uitgesloten van de visumverplichting:

1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;

2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;

3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;

4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;

5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;

6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.

 

Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur aangenomen voor de toepassing van het eerste lid.

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In principe zijn alle voorgenomen financiële verbintenissen van de gemeente onderworpen aan een voorafgaande visering door de financieel directeur. Het gaat daarbij niet alleen om overheidsopdrachten, maar ook om aanstellingen van personeel, aankopen van onroerende goederen, enz.

 

Het is wenselijk bepaalde categorieën van verrichtingen uit te sluiten van visumverplichting om de goede werking van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn niet in het gedrang te brengen. Het is immers organisatorisch niet haalbaar om alle uitgaven te viseren voordat de verbintenis ontstaat. We volgen hierin de Vlaamse regelgeving.

 

Verrekeningen worden strenger geviseerd dan opgelegd door de Vlaamse regelgeving, los van het bedrag, omwille van het bijzondere risico dat hiermee gepaard gaat.

 

Voor de goede administratieve organisatie is het wenselijk dat de gemeenteraad niet alleen de financiële grens aangeeft voor de verrichtingen die moeten geviseerd worden, maar tevens vaststelt binnen welke voorwaarden de financieel directeur de bevoegdheid uitoefent.

 

In zitting van 17 december 2018 werden de voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum voor zowel gemeente als OCMW gelijkgesteld. In dat visumbesluit werd onder andere opgenomen dat de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan het bedrag, bepaald door de minister (€ 50.000), onderworpen zijn aan de visumverplichting.

 

In zitting van 22 juni 2026 keurde de gemeenteraad het algemeen kader organisatiebeheersing goed. In dit organisatiebeheersingssysteem werd een kader financiële organisatie: budgethouderschap en kredietbewaking opgenomen waarbij in de aankoopflow een onderscheid gemaakt wordt tussen overheidsopdrachten procedures voor meer en minder dan € 30.000 excl. btw.

 

Het onderscheid dat hierin wordt gemaakt heeft haar oorsprong in artikel 92 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, die vastlegt dat opdrachten met een geraamde waarde lager dan 30.000 euro (excl. btw) mogen worden gesloten via een aanvaarde factuur.

 

Het is in kader van organisatiebeheersing en om organisatorische redenen duidelijker om de drempel voor de visumverplichting op hetzelfde bedrag te leggen.

 

In het besluit van 17 december 2018 werden alle verrekeningen opgenomen als visumplichtig, maar het is meer zinvol om enkel de verrekeningen met een financiële impact voor ons lokaal bestuur op te nemen onder de visumverplichting. Bij gezamenlijke overheidsopdrachten is het mogelijk dat een verrekening enkel financiële gevolgen heeft voor een andere aanbestedende overheid.

 

De overige voorwaarden worden niet gewijzigd ten opzichte van het besluit van 17 december 2018.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De volgende categorieën van verrichtingen zijn onderworpen aan de visumverplichting:

1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;

2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;

3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;

4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan € 30.000 excl. btw;

5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan €  25.000;

6° de investeringssubsidies.

7° de verrekeningen met financiële gevolgen voor ons lokaal bestuur.

 

De volgende categorieën van verrichtingen worden uitgesloten van de visumverplichting:

1° de verbintenissen waarvan het bedrag lager is dan € 30.000 excl. btw;

2° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van minder dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag lager is dan € 25.000.

3° contractuele aanstellingen van personeel voor een periode kleiner dan 1 jaar.

 

Artikel 2

Het dossier dat ter visering wordt voorgelegd, bevat een inventaris van alle stukken die deel uitmaken van het dossier. Het visum blijkt uit een gedateerde verklaring van de financieel directeur die opgenomen wordt in het register van de visums.

 

Artikel 3

Het visum wordt bij overheidsopdrachten principieel gegeven voordat het college van burgemeester en schepenen de opdracht gunt. Het visum wordt in ieder geval uiterlijk gegeven vóór de verbintenis ontstaat.

 

Artikel 4

Bij een negatief visum geeft de financieel directeur een uitdrukkelijke motivering.

 

Artikel 5

De financieel directeur beschikt voor de uitoefening van deze bevoegdheid over een termijn van maximum 20 kalenderdagen. In geval van hoogdringendheid beschikt de financieel directeur behoudens onmogelijkheid over een termijn van 48 uur om zijn visum te verlenen. Deze termijnen vangen aan op het moment waarop het laatste stuk van het betreffende dossier aan de financieel directeur wordt overgemaakt.

 

Artikel 6

Het besluit van 17 december 2018 met betrekking tot de voorwaarden voor het voorafgaand visum wordt opgeheven.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

OPVOLGINGSRAPPORTERING - 2026 - KENNISNAME

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De decreetgever versterkt de inhoudelijke rapportering naar de raad. Deze bevat een overzicht van de realisatie van de prioritaire doelstellingen, een update van de financiële risico's en de grondslagen en assumpties waarop de het meerjarenplan is gebouwd. De aanrekeningen die in de rapporten worden getoond, betreffen in regel de boekingen tot en met eind juni 2026, tenzij anders aangegeven. Deze realisaties worden telkens vergeleken met de laatst goedgekeurde planningscijfers.

 

Juridische gronden

Artikel 263 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat er minstens voor het einde van het derde kwartaal een opvolgingsrapportering over het eerste semester van het boekjaar wordt voorgelegd.

 

Bijlagen

1) Opvolgingsrapportering 2026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De opvolgingsrapportering geeft de raadsleden een stand van zaken van de uitvoering van de prioritaire acties en laat ze toe om de evolutie van de uitgaven en de ontvangsten van het lopende jaar op te volgen en die te vergelijken met het goedgekeurde budget.

 

De regelgeving legt één minimale rapportering per jaar op: minstens voor het einde van september moet de opvolgingsrapportering over het eerste semester van het lopende jaar worden voorgelegd.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad neemt kennis van de opvolgingsrapportering 2026, zoals gevoegd in bijlage.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

2026SM28 SCHEREN VAN BAANHAGEN 2027-2030 - LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2025 het budget van 2026 vastgesteld.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 1° (het geraamde bedrag excl. btw bereikt de drempel van € 216.000,00 niet).

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Bijlage

1) Bestek

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Scheren van baanhagen 2027-2030” werd een bestek met nr. 2026SM28 opgesteld door afdeling openbaar domein - Groen.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 156.832,00 excl. btw of € 189.766,72 incl. 21 % btw.

 

De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 48 maanden.

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

 

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 61590000/068000 (actieplan AP 5/9) (actie 5/9/3) van de exploitatie en in het budget van de volgende jaren.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestek met nr. 2026SM28 en de raming voor de opdracht “Scheren van baanhagen 2027-2030”, opgesteld door Afdeling openbaar domein - Groen worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 156.832,00 excl. btw of € 189.766,72 incl. 21 % btw.

 

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

 

Artikel 3

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

 

Artikel 4

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 61590000/068000 (actieplan AP 5/9) (actie 5/9/3) van de exploitatie en in het budget van de volgende jaren.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

2026SM33 - K21-056 WEG- EN RIOLERINGSWERKEN IN HANGARSTRAAT - LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2025 het budget van 2026 vastgesteld.

 

De ontwerpopdracht voor de opdracht “Weg- en rioleringswerken in Hangarstraat - uitvoering” werd gegund aan Ontwerpbureau Carlier bv, KBO nr. BE 0433230506, Langstraat 65 te 2260 Westerlo.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

 

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36, en meer bepaald  artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

 

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Bijlagen

1) Bestek incl. bijlagen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Weg- en rioleringswerken in Hangarstraat - uitvoering” werd een bestek met nr. 2026SM33 - K21-056 opgesteld door de ontwerper, Ontwerpbureau Carlier bv, Langstraat 65 te 2260 Westerlo.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 3.086.859,57 excl. btw of € 3.260.566,51 incl. btw.

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

 

Een deel van de kostprijs wordt betaald door Gemeente Mol, Molenhoekstraat 2 te 2400 Mol. Dit deel wordt geraamd op € 1.000.882,86 incl. btw.

 

Het saldo van de kostprijs wordt betaald door Pidpa. Dit deel bedraagt € 2.259.683,65.

 

Een deel van de kostprijs wordt gesubsidieerd door Provincie Antwerpen, Koningin Elisabethlei 22 te 2018

Antwerpen. Dit deel is geraamd op € 370.174,84.

 

Het betreft een gezamenlijke opdracht waarbij het aangewezen is dat Pidpa de procedure zal voeren en in naam van Gemeente Mol bij de gunning van de opdracht zal optreden.

 

Gezamenlijk aankopen kan leiden tot aanzienlijke besparingen en administratieve vereenvoudiging.

 

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 22400007/020024-26/31-3/2/2-01-3/2/2-0101 (actieplan AP 3/2) (actie 3/2/2) van de investering en in het budget van de volgende jaren. Het voorziene krediet zal verhoogd worden bij de volgende budgetwijziging.

 

De ontvangst van de subsidie is voorzien in het budget van de volgende jaren, op budgetcode 15000000/020024 26/31-3/2/2-01 3/2/2-0101 (actieplan AP 3/2) (actie 3/2/2).

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het bestek met nr. K21-056 en de raming voor de opdracht “Weg- en rioleringswerken in Hangarstraat - uitvoering”, opgesteld door de ontwerper, Ontwerpbureau Carlier bv, Langstraat 65 te 2260 Westerlo worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 3.086.859,57 excl. btw of € 3.260.566,51 incl. btw waarvan € 1.000.882,86 incl. btw ten laste van Gemeente Mol.

 

Artikel 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

 

Artikel 3

Pidpa wordt gemandateerd om de procedure te voeren en in naam van Gemeente Mol bij de gunning van de opdracht op te treden.

 

Artikel 4

In geval van een juridisch geschil omtrent deze overheidsopdracht, is elk deelnemend bestuur mee verantwoordelijk voor alle mogelijke kosten in verhouding tot zijn aandeel in de opdracht.

 

Artikel 5

Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de deelnemende besturen.

 

Artikel 6

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

 

Artikel 7

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 22400007/020024-26/31-3/2/2-01-3/2/2-0101 (actieplan AP 3/2) (actie 3/2/2) van de investering.

 

Artikel 8

Het krediet zal verhoogd worden bij de volgende aanpassing meerjarenplan.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

AANVULLEND REGLEMENT - BLAUWE KEIDREEF EN WATERSTRAAT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In navolging van een melding inzake onveiligheidsgevoel werd een verkeersmeting georganiseerd in de Blauwe Keidreef.

Hieruit blijkt dat meer dan 40% van de voertuigen de  50km/u overschrijden. De huidige maximum toegelaten snelheid is 70km/u en er is mengverkeer van toepassing.

Naar aanleiding van deze cijfers werd een overleg ingepland tussen stad Lommel, gemeente Mol en de beheerders van 't Kristallijn.

Plaatsbezoek heeft aangetoond dat het vooral ter hoogte van 't Kristallijn, waar voetgangers op de rijbaan komen, het onveiligheidsgevoel hoog is.

Gevraagd wordt de maximum toegelaten snelheid te verlagen tot 50km/u.

 

Stad Lommel agendeert het aanvullend reglement op 17 september 2026 op de gemeenteraad.

 

Juridische gronden

Het KB van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten op de politie van het wegverkeer.

het KB van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg.

Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

Het ministerieel rondschrijven van 14 november 1977 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing van verkeerstekens.

De ministeriële omzendbrief MOB/2007/01 van 14 december 2007 betreffende het toezicht op de aanvullende reglementen.

Artikel 40§3 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.

Artikel 135§2 en artikel 119 van de nieuwe gemeentewet bepalen dat de gemeente bevoegd is voor een veilig en vlot verkeer op de openbare wegen en de gemeenteraad hiertoe reglementen en politieverordeningen kan vastleggen.

Het mobiliteitsplan conform verklaard op 19 april 2012.

 

Inspraak en advies

De Blauwe Keidreef heeft geen doorgaande functie en er is ook geen sluipverkeer maar er is wel een hoge recreatieve invulling. De straat wordt veel gebruikt zowel door fietsers als wandelaars.

Uit de huidige verkeerssituatie blijkt dat de combinatie van een maximumsnelheid van 70 km/u, gemengd verkeer en een toenemend recreatief gebruik door fietsers en voetgangers steeds moeilijker te verzoenen is. Deze evolutie vraagt om een hernieuwde afweging van de maximum toegelaten snelheid.

 

Voorstel diensten mobiliteit Mol en Lommel:

Invoeren van een maximum toegelaten snelheid 50km/u met een extra grondmarkering ter hoogte van de afsluiting aan 't Kristallijn in beide richtingen.

In de Waterstraat geldt momenteel al een max. toegelaten snelheid van 50km/u.

We stellen voor deze mee op te nemen in een zone 50 zodat er geen onduidelijkheid ontstaat bij de weggebruiker.

Stad Lommel agendeert het aanvullend reglement op 17 september 2026 op de gemeenteraad.

 

Bijlage

  1. Signalisatieplan zone 50 Blauwe Keidreef

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het plaatsen van verkeerssignalisatie is aan reglementering en goedkeuring onderworpen. Deze aanvullende reglementen dienen goedgekeurd te worden zowel door de gemeenteraad van Lommel als door de gemeenteraad van Mol.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Een zone 50 wordt ingevoerd in de Blauwe Keidreef en de Waterstraat.  Deze zone 50 sluit aan op de zone 50 in Blauwe Kei, Sluizenstraat, Scheepvaartstraat (Lommels grondgebied).

 

Artikel 2

Deze maatregel wordt aangeduid door het plaatsen van de verkeersborden Zc43-50 en Zc43-50/.

 

Artikel 3

Het aanvullend reglement van 19 november 2007 betreffende het aanpassen snelheidsregime Waterstraat wordt opgeheven.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

AANVULLEND REGLEMENT - VOLMOLENBAAN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In het najaar 2026 worden onderhoudswerken ingepland in de Volmolenbaan. Tijdens deze onderhoudswerken wordt het kruispunt Slagmolenstraat/Volmolenbaan aangepast. Om de leesbaarheid van het kruispunt te verbeteren wordt een voorrangswijziging doorgevoerd.  De Volmolenbaan heeft voorrang op de toekomende straten.

Deze straat is op enkele plaatsen te smal om de huidige maximum snelheid (70km/u) te behouden in mengverkeer. De Volmolenbaan sluit aan op de bebouwde kom van Bel. Na de werken kan de maximum toegelaten snelheid worden verlaagd naar 50km/u over de volledige lengte van de Volmolenbaan.

 

Juridische gronden

Het KB van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten op de politie van het wegverkeer.

het KB van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg.

Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

Het ministerieel rondschrijven van 14 november 1977 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing van verkeerstekens.

De ministeriële omzendbrief MOB/2007/01 van 14 december 2007 betreffende het toezicht op de aanvullende reglementen.

Artikel 40§3 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.

Artikel 135§2 en artikel 119 van de nieuwe gemeentewet bepalen dat de gemeente bevoegd is voor een veilig en vlot verkeer op de openbare wegen en de gemeenteraad hiertoe reglementen en politieverordeningen kan vastleggen.

Het mobiliteitsplan conform verklaard op 19 april 2012.

 

Bijlage

  1. Signalisatieplan Volmolenbaan

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het plaatsen van verkeerssignalisatie is aan reglementering en goedkeuring onderworpen. Deze aanvullende reglementen dienen goedgekeurd te worden door de gemeenteraad van Mol.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Volmolenbaan wordt aangeduid als hoofdweg, alle aanpalende straten worden ondergeschikt.

 

Artikel 2

Deze maatregel wordt aangeduid door het plaatsen van de verkeersborden B15 in de Volmolenbaan.

 

Artikel 3

De Slagmolenstraat en de Windmolenstraat worden ondergeschikt aan Volmolenbaan en worden voorzien een stopbord.

 

Artikel 4

Deze maatregel wordt aangeduid door het plaatsen van het verkeersbord B5.

 

Artikel 5

Alle overige kruispunt zijn ondergeschikt aan Volmolenbaan.

 

Artikel 6

Deze maatregel wordt aangeduid door het plaatsen van de verkeersborden B1 met haaietanden.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

AANVULLEND REGLEMENT TOEMAATHOEK - SIGNALISATIE WIJZIGING VOORRANGSREGELING - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het plaatsen van verkeerssignalisatie is aan reglementering en goedkeuring onderworpen. Toemaathoek is een gemeenteweg.

 

Juridische gronden

Artikel 40§3 van het decreet lokaal bestuur stelt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.

Art. 135§2 en art. 119 van de Nieuwe Gemeentewet stellen dat de gemeente bevoegd is voor een veilig en vlot verkeer op de openbare wegen en de gemeenteraad hiertoe reglementen en politieverordeningen kan vaststellen.

Het KB van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten op de politie van het wegverkeer.

Het KB van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

Het ministerieel rondschrijven van 14 november 1977 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing van verkeerstekens.

De ministeriële omzendbrief MOB/2007/01 van 14 december 2007 betreffende het toezicht op de aanvullende reglementen.

Het mobiliteitsplan conform verklaard op 19 april 2012.

 

Inspraak en advies

De wijziging van de voorrangsregel werd tijdens het project veilige schoolomgeving op een participatievergadering met de school, handelaars, ouders en bewoners besproken.

 

Bijlage

1. signalisatieplan voorrangsregeling Toemaathoek

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

 

De geplaatste signalisatie moet gereglementeerd worden.

 

De reglementering van de te plaatsen verkeerstekens valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur en is aan de goedkeuring van de federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer onderworpen.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Op het kruispunt Vogelzangstraat - Toemaathoek krijgt het verkeer rijdende op Toemaathoek voorrang op het verkeer komende uit de Vogelzangstraat.

 

Artikel 1.1

Deze maatregel wordt gesignaleerd door de voorrangsborden B15 op de hoofdroute en de voorrangsborden B1 op de ondergeschikte straat.

 

Artikel 2

Op het kruispunt Hagelstraat - Toemaathoek krijgt het verkeer rijdende op Toemaathoek voorrang op het verkeer komende uit de Hagelstraat.

 

Artikel 2.1

Deze maatregel wordt gesignaleerd door de voorrangsborden B15 op de hoofdroute en de voorrangsborden B1 op de ondergeschikte straat.

 

Artikel 3

Op het kruispunt Heergrachtstraat - Toemaathoek krijgt het verkeer rijdende op Toemaathoek voorrang op het verkeer komende uit de Heergrachtstraat.

 

Artikel 3.1

Deze maatregel wordt gesignaleerd door de voorrangsborden B15 op de hoofdroute en de voorrangsborden B1 op de ondergeschikte straat.

 

Artikel 4

Op het kruispunt Winterstraat - Toemaathoek krijgt het verkeer rijdende op Toemaathoek voorrang op het verkeer komende uit de Winterstraat.

 

Artikel 4.1

Deze maatregel wordt gesignaleerd door de voorrangsborden B15 op de hoofdroute en de voorrangsborden B1 op de ondergeschikte straat.

 

Artikel 5

Op het kruispunt Scheppelijkestraat - Toemaathoek krijgt het verkeer rijdende op Toemaathoek voorrang op het verkeer komende uit de Scheppelijkestraat.

 

Artikel 5.1

Deze maatregel wordt gesignaleerd door de voorrangsborden B15 op de hoofdroute en de voorrangsborden B1 op de ondergeschikte straat.

 

Artikel 6

Dit aanvullend reglement m.b.t. gemeentewegen wordt ter kennisgeving overgemaakt aan Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

OMG 2026/166 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een aanvraag tot het bouwen van twee gekoppelde eengezinswoningen werd ingediend op 8 mei 2026.

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op een perceel gelegen te Mol, Hoogeind 91, kadastraal gekend als afdeling 3 sectie E nr. 1289B2.

De aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op 7 juli 2026.

Lot 1, een strook grond met een oppervlakte van 465,46 m² en gelegen tussen de rooilijnen, wordt in het openbaar domein gelijfd.

 

Juridische gronden

        Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 (omgevingsvergunningsdecreet), artikel 31

        Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (omgevingsvergunningsbesluit)

        Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 (gemeentewegendecreet)

 

Inspraak en advies

Openbaar onderzoek

Gedurende het openbaar onderzoek, dat georganiseerd werd van 31 juli 2026 tot en met 29 augustus 2026, werden er 29 bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

De bezwaren worden als volgt behandeld:

 

  1. Inleiding

De gemeenteraad kan enkel uitspraak doen over de zaak van de wegen, zonder zich over de vergunningsaspecten te mogen buigen. Enkel de aspecten met betrekking tot de aanleg van de wegenis en de impact op de mobiliteit maken deel uit van de zaak van de wegen. De bezwaren met betrekking tot de verenigbaarheid van de aanvraag met stedenbouwkundige voorschriften en de goede ruimtelijke ordening dienen door de vergunningverlenende overheid te worden behandeld.

 

  1. Samenvatting van de bezwaren met betrekking tot de zaak van de wegen:

Betrokken bezwaren: D1, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D9, D12, D14, D15, D16, D18, D19, D20, D23, S1, S3, S4, S6

De bezwaarindieners stellen dat de Hoefijzerstraat niet geschikt is om twee bijkomende woningen te ontsluiten. De Hoefijzerstraat is een zeer smalle straat waar voertuigen elkaar moeilijk of niet kunnen kruisen, waardoor geregeld moet worden uitgeweken of achteruitgereden. Omdat er geen voet- of fietspaden aanwezig zijn, vrezen zij dat de bijkomende verkeersbewegingen van bewoners, bezoekers, leveranciers, afvalophaling en hulpdiensten zullen leiden tot een afname van de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid van de bestaande woningen. Ook wordt gewezen op bestaande verkeersknelpunten ter hoogte van de aansluitingen met de Broekstraat en de Korenstraat.

Daarnaast stellen verschillende bezwaarindieners dat de Hoefijzerstraat geen gewone openbare weg is, maar (gedeeltelijk) op private gronden van de bewoners ligt. Er wordt verwezen naar de historische aanleg van de straat waarbij bewoners van de Hoefijzerstraat grond zouden hebben afgestaan voor de aanleg van de weg, terwijl eigenaars van de achterliggende percelen aan het Hoogeind dit niet deden. Hierdoor vinden verschillende indieners het onredelijk dat nieuwe woningen nu van deze weg gebruik zouden maken.

 

De aanvraag heeft betrekking op de realisatie van twee bijkomende woningen. Het aantal te verwachten bijkomende vervoersbewegingen is dan ook beperkt. De rooilijn en bijhorende grondafstand betekent een verbreding van de straat, ook ter hoogte van het kruispunt met de Broekstraat. Het kruispunt met de Korenstraat ligt buiten de scope van huidige omgevingsvergunningsaanvraag.

De Hoefijzerstraat betreft een openbare weg. Het openbaar karakter wordt niet bepaald door de eigendomstoestand van de ondergrond. Het feit dat gronden waarop een weg is aangelegd geheel of gedeeltelijk in private eigendom zijn, sluit niet uit dat deze weg een openbaar karakter heeft. De aangehaalde historische eigendomssituatie doet dan ook geen afbreuk aan de beoordeling van de zaak van de wegen.

 

Bijlagen

  1. Advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_patrimonium
  2. Advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_wegen
  3. Advies_Pidpa
  4. Advies_Fluvius_5000133250_OFF01_L-A3
  5. Advies_Fluvius_5000133250_offerte
  6. Advies_Fluvius_5000133250_voorwaarden_gemeente
  7. Advies_verkeersdienst
  8. bezwaarschriften (29)
  9. 2026216_(24-06-2026)_Rooilijnplan

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het rooilijnplan is opgesteld door landmeters - experten De Groot & Celen BV, op 24 juni 2026.

 

Artikel 31 van het omgevingsvergunningsdecreet stelt:

"§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt."

 

Artikel 8 van het gemeentewegendecreet stelt:

"Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad."

Artikel 11, §1, van het gemeentewegendecreet stelt dat gemeenten de ligging en breedte van gemeentewegen op hun grondgebied (en dus ook van voormalige buurtwegen) vastleggen in gemeentelijke rooilijnplannen, en dit ongeacht de eigenaar van de grond.

Artikel 12, §2, van het gemeentewegendecreet stelt dat in afwijking van artikel 11 de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het omgevingsvergunningendecreet kan worden opgenomen in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.

 

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol met bestemming woongebied.

 

De aanvraag betreft het bouwen  van twee gekoppelde eengezinswoningen te Hoogeind 91, kadastraal gekend als afdeling 3 sectie E nr. 1289B2.

Volgens het rooilijnplan wordt lot 1, deel van perceel 1289B2, met een oppervlakte van 465,46 m² overgedragen naar het openbaar domein. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de rooilijn gerealiseerd aan de wegen Hoogeind, Broekstraat en Hoefijzerstraat.

 

Het betreft een verbreding van het openbaar domein. De wegverharding is reeds bestaande en blijft behouden. De waterhuishouding wordt niet gewijzigd. De wijzigingen van de wegtracés komen de verkeersveiligheid en toegankelijkheid ten goede. De rooilijnverbreding houdt geen wijziging in van het algemene wegennet. Er wordt geen nieuwe gemeenteweg aangelegd of een bestaande gemeenteweg verplaatst of opgeheven.

Deze wijzigingen passen binnen de doelstelling van de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau en staan ten dienste van het algemeen belang. Langs deze wegen zijn verschillende woningen gelegen. Hoogeind, Broekstraat en Hoefijzerstraat betreffen lokale wegen typ III. De wegverharding is reeds bestaande. De ontsluiting van de aanpalende percelen komt niet in het gedrang. Voorliggend rooilijnplan heeft geen grensoverschrijdend perspectief. De behoeften van de toekomstige generaties komen door voorliggend rooilijnplan niet in het gedrang. De aanvraag is in overeenstemming met de doelstellingen en de principes van het gemeentewegendecreet.

 

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

Besluit

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen, waarbij een strook grond van 465,46 m², deel van perceel 1289B2 (afdeling 3, sectie E) ingelijfd wordt bij het openbaar domein, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

OMG 2026/196 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een omgevingsvergunningsaanvraag voor het verbouwen van een woning met afbraak van delen van de achterbouw en het bouwen van een carport met tuinberging werd ingediend op 29 mei 2026.

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op een perceel gelegen te Mol, Jakob Smitslaan 56, kadastraal gekend als afdeling 4 sectie F nr. 330T3.

De aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op 16 juli 2026.

Lot 1, een strook grond met een oppervlakte van 18ca  en gelegen tussen de rooilijnen, wordt in het openbaar domein gelijfd.

 

Juridische gronden

        Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 (omgevingsvergunningsdecreet), artikel 31

        Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (omgevingsvergunningsbesluit)

        Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 (gemeentewegendecreet)

 

Inspraak en advies

Gedurende het openbaar onderzoek, dat georganiseerd werd van 24 juli 2026 tot en met 22 augustus 2026 werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

 

Bijlagen

  1. Advies sectie wegen - dienst patrimonium
  2. Advies Pidpa-Riolering
  3. OM26399 Rooilijnplan

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het rooilijnplan is opgesteld door landmeter-expert Stef Geukens, LSG Landmeters, op 24 maart 2025.

 

Artikel 31 van het omgevingsvergunningsdecreet stelt:

"§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt."

 

Artikel 8 van het gemeentewegendecreet stelt:

"Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad."

Artikel 11, §1, van het gemeentewegendecreet stelt dat gemeenten de ligging en breedte van gemeentewegen op hun grondgebied (en dus ook van voormalige buurtwegen) vastleggen in gemeentelijke rooilijnplannen, en dit ongeacht de eigenaar van de grond.

Artikel 12, §2, van het gemeentewegendecreet stelt dat in afwijking van artikel 11 de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het omgevingsvergunningendecreet kan worden opgenomen in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.

 

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol met bestemming woongebied.

De aanvraag is gelegen binnen artikel 2 zone Boulevard van het RUP Centrum, goedgekeurd op 29 juni 2015.

 

De aanvraag betreft het verbouwen van een woning met afbraak van delen van de achterbouw en het bouwen van een carport met tuinberging in de Jakob Smitslaan nummer 56, kadastraal gekend als afdeling 4 sectie F nr. 330T3.

 

Volgens het rooilijnplan wordt lot 1, deel van perceel 330T3, met een oppervlakte van 18ca, overgedragen naar het openbaar domein. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de rooilijn gerealiseerd aan de achterzijde van Jakob Smitslaan 56.

 

Het betreft een verbreding van het openbaar domein. De wegverharding is reeds bestaande en blijft behouden. De waterhuishouding wordt niet gewijzigd. Er wordt geen toename van het aantal verkeersbewegingen verwacht. De wijziging van het wegtracé komt de verkeersveiligheid en toegankelijkheid ten goede. De rooilijnverbreding houdt geen wijziging in van het algemene wegennet. Er wordt geen nieuwe gemeenteweg aangelegd of een bestaande gemeenteweg verplaatst of opgeheven.

Deze wijziging past binnen de doelstelling van de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau en staat ten dienste van het algemeen belang. Langs deze weg zijn verschillende garages en een woning gelegen. Het betreft een erftoegangsweg. De wegverharding is reeds bestaande. De ontsluiting van de aanpalende percelen komt niet in het gedrang. Voorliggend rooilijnplan heeft geen grensoverschrijdend perspectief. De behoeften van de toekomstige generaties komen door voorliggend rooilijnplan niet in het gedrang. De aanvraag is in overeenstemming met de doelstellingen en de principes van het gemeentewegendecreet.

 

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

Besluit

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen, waarbij een strook grond van 18ca, deel van perceel 330T3 (afdeling 4, sectie F) ingelijfd wordt bij het openbaar domein, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

OMG 2026/56 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een aanvraag tot het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, het aanleggen van bijhorende verhardingen en het slopen van een bestaande berging werd ingediend op 20 februari 2026.

 

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

 

De aanvraag heeft betrekking op een perceel gelegen te Mol, Zelm ZN, kadastraal gekend als afdeling 5 sectie C nr. 901E2.

De aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op 21 april 2026.

Lot A, een strook grond met een oppervlakte van 30ca en gelegen tussen de rooilijnen, wordt in het openbaar domein gelijfd. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Op deze wijze wordt een beperkt deel van het voorziene wegtracé gerealiseerd.

 

Juridische gronden

        Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 (omgevingsvergunningsdecreet), artikel 31

        Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (omgevingsvergunningsbesluit)

        Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 (gemeentewegendecreet)

 

Inspraak en advies

Gedurende het openbaar onderzoek, dat georganiseerd werd van 29 april 2026 tot en met 28 mei 2026, werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

 

Bijlagen

  1. advies_groendienst_20260610_122347_0
  2. advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_patrimonium_20260610_122702_0
  3. Advies_verkeersdienst_20260507
  4. advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_wegen_20260610_122714_0
  5. BA_nieuwbouw_woning_I_N_1_inplanting_nieuw
  6. Advies_ELIA_CVE
  7. Advies_ELIA_PDFOverview
  8. Advies_ELIA
  9. Advies_Pidpa_uitbreiding_waterleidingnet
  10. Advies_Pidpa_Riolering
  11. Advies_Proximus
  12. Advies_Wyre
  13. Advies_ANB
  14. Rooilijn-Zelm_(2)

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het rooilijnplan is opgesteld door landmeter-expert Johan Schoeters, op 16 maart 2026.

 

Artikel 31 van het omgevingsvergunningsdecreet stelt:

"§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt."

 

Artikel 8 van het gemeentewegendecreet stelt:

"Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad."

Artikel 11, §1, van het gemeentewegendecreet stelt dat gemeenten de ligging en breedte van gemeentewegen op hun grondgebied (en dus ook van voormalige buurtwegen) vastleggen in gemeentelijke rooilijnplannen, en dit ongeacht de eigenaar van de grond.

Artikel 12, §2, van het gemeentewegendecreet stelt dat in afwijking van artikel 11 de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het omgevingsvergunningendecreet kan worden opgenomen in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.

 

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol met bestemming woongebied met landelijk karakter (eerste 50m) en achterliggend natuurgebied.

 

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, het aanleggen van bijhorende verhardingen en het slopen van een bestaande berging, gelegen Zelm ZN, kadastraal gekend als afdeling 5 sectie C nr. 901E2.

 

Volgens het rooilijnplan wordt lot A, deel van perceel 901E2, met een oppervlakte van 30ca, overgedragen naar het openbaar domein. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de rooilijn gerealiseerd van de straat Zelm ter hoogte van perceel 901E2.

 

Het betreft een verbreding van het openbaar domein. De wegverharding is reeds bestaande en blijft behouden. De waterhuishouding wordt niet gewijzigd. Er wordt geen toename van het aantal verkeersbewegingen verwacht. De wijziging van het wegtracé komt de verkeersveiligheid en toegankelijkheid ten goede. De rooilijnverbreding houdt geen wijziging in van het algemene wegennet. Er wordt geen nieuwe gemeenteweg aangelegd of een bestaande gemeenteweg verplaatst of opgeheven.

Deze wijziging past binnen de doelstelling van de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau en staat ten dienste van het algemeen belang. Langs de straat Zelm zijn verschillende woningen gelegen.  Het betreft een lokale weg type 2 met een verzamelende functie. De wegverharding is reeds bestaande. De ontsluiting van de aanpalende percelen komt niet in het gedrang. Voorliggend rooilijnplan heeft geen grensoverschrijdend perspectief. De behoeften van de toekomstige generaties komen door voorliggend rooilijnplan niet in het gedrang. De aanvraag is in overeenstemming met de doelstellingen en de principes van het gemeentewegendecreet.

 

De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur.

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

Besluit

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen, waarbij een strook grond van 30ca, deel van perceel 901E2 (afdeling 5, sectie C ) ingelijfd wordt bij het openbaar domein, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

OMG 2026/14 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een aanvraag tot het verkavelen van een perceel in 4 loten waarbij lot 1 bestemd is voor een eengezinswoning in halfopen bebouwing, het bebouwd lot 2 uit de verkaveling gesloten wordt, lot 3 ingelijfd wordt bij het openbaar domein en op lot 4 een cabine gebouwd is werd ingediend op 9 juni 2026.

De aanvraag is gekend in het omgevingsloket met volgend projectnummer: OMV_2026072240.

Kadastraal worden de percelen van de aanvraag omschreven als (afd. 1) sectie G nrs. 1076Z7, 1076R10 en 1076X10 (Schooldreef 23).

Lot 3 een strook grond met een oppervlakte van 33ca en gelegen tussen de rooilijnen, wordt in het openbaar domein gelijfd. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Op deze wijze wordt een beperkt deel van het voorziene wegtracé gerealiseerd.

 

Juridische gronden

        Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 (omgevingsvergunningsdecreet), artikel 31

        Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (omgevingsvergunningsbesluit)

        Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 (gemeentewegendecreet)

 

Inspraak en advies

Gedurende het openbaar onderzoek, dat werd georganiseerd van 14 juli 2026 tot en met 12 augustus 2026, werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

 

Bijlagen

  1. AA-Rooilijnplan_Schooldreef
  2. Advies_Fluvius_5000133147_offerte
  3. Advies_Wyre_20260714_122943_0
  4. AA-_Nieuw_verkavelingsplan_Schooldreef
  5. Advies_kostenraming_proximus_20260714_114605_0
  6. Advies_Pidpa_2026072240
  7. Advies_Pidpa_2026072240
  8. Advies_verkeersdienst_20260715

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het rooilijnplan is opgesteld door landmeter-expert Johan Schoeters, op 25 mei 2026.

 

Artikel 31 van het omgevingsvergunningsdecreet stelt:

"§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt."

 

Artikel 8 van het gemeentewegendecreet stelt:

"Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad."

Artikel 11, §1, van het gemeentewegendecreet stelt dat gemeenten de ligging en breedte van gemeentewegen op hun grondgebied (en dus ook van voormalige buurtwegen) vastleggen in gemeentelijke rooilijnplannen, en dit ongeacht de eigenaar van de grond.

Artikel 12, §2, van het gemeentewegendecreet stelt dat in afwijking van artikel 11 de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het omgevingsvergunningendecreet kan worden opgenomen in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.

 

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol met bestemming woongebied.

 

De aanvraag betreft het verkavelen van gronden in 4 loten waarbij lot 1 bestemd is voor een eengezinswoning in halfopen bebouwing, het bebouwd lot 2 uit de verkaveling gesloten wordt, lot 3 ingelijfd wordt bij het openbaar domein en op lot 4 een cabine gebouwd is, gelegen Schooldreef 23, kadastraal gekend als afdeling 1,  sectie G, nrs. 1076Z7, 1076R10 en 1076X10.

 

Volgens het rooilijnplan wordt lot 3, deel van perceel 1076X10, met een oppervlakte van 33ca, overgedragen naar het openbaar domein. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de rooilijn gerealiseerd ter hoogte van Schooldreef 23.

 

Het betreft een verbreding van het openbaar domein. De wegverharding met bermen is reeds bestaande en blijft behouden. De waterhuishouding wordt niet gewijzigd. Er wordt geen toename van het aantal verkeersbewegingen verwacht. De wijziging van het wegtracé komt de verkeersveiligheid en toegankelijkheid ten goede. De rooilijnverbreding houdt geen wijziging in van het algemene wegennet. Er wordt geen nieuwe gemeenteweg aangelegd of een bestaande gemeenteweg verplaatst of opgeheven.

Deze wijziging past binnen de doelstelling van de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau en staat ten dienste van het algemeen belang. Langs de Schooldreef zijn verschillende woningen gelegen. Het betreft een lokale weg type III. De wegverharding met bermen is reeds bestaande. De ontsluiting van de aanpalende percelen komt niet in het gedrang. Voorliggend rooilijnplan heeft geen grensoverschrijdend perspectief. De behoeften van de toekomstige generaties komen door voorliggend rooilijnplan niet in het gedrang. De aanvraag is in overeenstemming met de doelstellingen en de principes van het gemeentewegendecreet.

 

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen, waarbij een strook grond van 33ca, deel van perceel afdeling 1, sectie G, nr. 1076X10, ingelijfd wordt bij het openbaar domein, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

OMG 2026/4 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een aanvraag tot het verkavelen van gronden in 34 kavels waarvan 12 loten bestemd zijn voor eengezinswoningen in open bebouwing, 22 loten bestemd zijn voor eengezinswoningen in halfopen bebouwing, 2 kavels ingelijfd worden in het openbaar domein, 1 kavel bestemd is voor een groen speelplein en 1 kavel bestemd is voor het plaatsen van een hoogspanningscabine, die gepaard gaat met de aanleg van nieuwe wegenis werd ingediend op 12 februari 2026.

 

De aanvraag is gekend in het omgevingsloket met volgend projectnummer: OMV_2026012373.

 

De aanvraag heeft betrekking op de percelen gelegen te Mol tussen Scheppelijkestraat, Toemaathoek en Heergrachtstraat. Kadastraal worden de percelen van de aanvraag omschreven als (afd. 1) sectie G nrs. 512M2, 512Z, 512N2, 512T2, 513N, 513W, 513V, 513P, 513K, 514E, 514D, 515A, 515D, 521F, 521D, 522_, 523_, 524_, 529A, 530_, 556_, 557A en 1366Z.

 

De aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op 1 juni 2026.

 

Er wordt een nieuwe weg aangelegd die de Scheppelijkestraat zal verbinden met de Heergrachtstraat en verder in het binnengebied eindigt in een pijpenkop.

 

De aanvrager voegt dan ook een rooilijnplan toe. Het rooilijnplan is opgesteld door landmeter-expert Stef Geukens op datum van 3 april 2025. Volgens dit plan worden de loten A1 tot en met A18 met een totale oppervlakte van 43a 39ca in het openbaar domein ingelijfd ter realisatie van de rooilijn. Lot B met een oppervlakte van 31 ca zal eveneens in het openbaar domein worden ingelijfd worden in het openbaar domein ter afschaffing van de bestaande rooilijn ter hoogte van de aansluiting van het project met de Scheppelijkestraat. De loten Z1 en Z2 met een totale oppervlakte van 5a 62ca zullen als een eeuwigdurende kosteloze erfdienstbaarheid van openbaar nut ingelijfd, ter realisatie van een openbaar speelplein ingericht als natuurlijk speelterrein, voorzien van natuurlijke speelelementen zoals houten stappalen, een boomstam om over te lopen, een picknickbank en een wilgenhut.

 

De grondafstand gebeurt gratis. De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Op deze wijze krijgen de perceeldelen gelegen tussen de ontworpen rooilijnen het statuut als gemeenteweg.

 

Juridische gronden

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

        Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 31 (omgevingsvergunningsdecreet)

        Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning van 27 november 2015 (omgevingsvergunningsbesluit)

        Het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 (gemeentewegendecreet)

 

Inspraak en advies

Openbaar onderzoek

Gedurende het openbaar onderzoek, dat werd georganiseerd van 11 juni 2026 tot en met 10 juli 2026 werden er 22 bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

 

De bezwaren worden als volgt behandeld:

 

VERSLAG OPENBAAR ONDERZOEK EN BEHANDELING VAN DE BEZWAREN

 

1. Inleiding

De bezwaren werden thematisch behandeld conform de principes van de goede ruimtelijke ordening zoals bedoeld in artikel 4.3.1 VCRO.

 

2. Thematische behandeling van de bezwaren

 

2.1. Thema informatie- en procedureklachten - beoordeling

Betrokken bezwaren: D2, D3, D4, D5, S2, S3, S4, S5, S6, S7, S8, S9, S10, S11, S12, S13, S14, S15, S16, S17, S18, S19.

 

De bezwaarindieners stellen dat het dossier onduidelijkheden bevat over de omvang van het project. Volgens hen spreken verschillende dossierstukken elkaar tegen over het aantal kavels of woningen, waardoor een correcte beoordeling van onder meer mobiliteit, waterhuishouding en milieueffecten wordt bemoeilijkt. Verder wordt aangevoerd dat het archeologisch bodemonderzoek werd uitgesteld tot na de vergunningverlening.

Daarnaast wordt aangevoerd dat de verkavelingsvoorschriften en de plannen op verschillende punten tegenstrijdig of onduidelijk zijn, onder meer over constructies in voortuinen, de voorziene distributiecabine en de mogelijkheid om garages of carports op te richten in zijtuinstroken.

 

Omvang van de verkaveling

De omvang van de verkaveling is duidelijk weergegeven in het dossier. Op het verkavelingsplan wordt aangegeven hoeveel bouwkavels worden voorzien, welke oppervlakte deze hebben en welke bouwtypologie per lot van toepassing is. Ook in de beschrijvende nota wordt de inhoud van de aanvraag expliciet omschreven. Daarin wordt vermeld dat de aanvraag betrekking heeft op de creatie van 34 bouwkavels, naast loten voor wegenis, groenvoorziening, een distributiecabine en een uitgesloten perceel.

Archeologisch onderzoek

De bezwaarindieners stellen dat het archeologisch bodemonderzoek wordt uitgesteld tot na de vergunningverlening.

Voor het project werd een archeologienota opgemaakt door een erkend archeoloog. Deze archeologienota werd bekrachtigd door het Agentschap Onroerend Erfgoed. Het uitstellen van het terreinonderzoek tot na de vergunningverlening is in overeenstemming met de in de archeologienota voorgestelde maatregelen en betreft een gebruikelijke werkwijze. Hierbij wordt eerst een archeologienota opgemaakt en bekrachtigd, waarna het eventuele archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem wordt uitgevoerd vóór de effectieve uitvoering van de vergunde werken.

 

Vermeende tegenstrijdigheden tussen voorschriften en plannen

De bezwaarindieners verwijzen naar een aantal vermeende tegenstrijdigheden tussen de voorschriften en de plannen.

Wat betreft de distributiecabine wordt opgemerkt dat deze niet in een voortuinstrook wordt opgericht. De distributiecabine is voorzien op een afzonderlijk lot dat specifiek voor deze functie werd aangeduid en bevindt zich op de bouwlijn van het aanpalende lot 12.

Wat betreft de aangehaalde strijdigheid met de gemeentelijke woonkwaliteitsverordening wordt vastgesteld dat alle loten beschikken over een voldoende diepe tuin.

Met betrekking tot de regeling inzake gekoppelde carports wordt vastgesteld dat de oorspronkelijke voorschriften onvoldoende waarborgen bieden voor een harmonische aansluiting tussen twee gekoppelde carports. Daarom worden de voorschriften aangepast als volgt: "Gekoppelde carports dienen als één architecturaal geheel te worden uitgevoerd. Zij worden verplicht afgewerkt met een plat dak. De bouwhoogte bedraagt uniform 3,00 m, gemeten vanaf het aansluitende maaiveld tot de bovenzijde van de dakrand. Afwijkingen inzake hoogte of dakvorm zijn niet toegestaan."

Voor het overige worden geen bijkomende voorschriften inzake materiaalgebruik opgelegd. Verdere detaillering van de materiaalkeuze wordt niet noodzakelijk geacht en zou leiden tot een verregaande beperking van de ontwerpvrijheid van toekomstige bouwers.

 

2.2. Thema ruimtelijke ordening

2.2.1 Ontbrekende informatie in het aanvraagdossier van het project

Betrokken bezwaren: D2, D3, D4, D5, S2, S3, S4, S5, S6, S7, S8, S9, S10, S11, S12, S13, S14, S15, S16, S17, S18, S19.

De bezwaarindieners stellen dat onduidelijkheid bestaat over het exacte aantal loten of woningen binnen het project. Volgens hen bevatten verschillende dossierstukken afwijkende aantallen, waardoor de beoordeling van de aanvraag wordt bemoeilijkt.

 

De omvang van de verkaveling is evenwel duidelijk weergegeven in het dossier. Op het verkavelingsplan wordt aangegeven hoeveel bouwkavels worden voorzien, welke oppervlakte deze hebben en welke bouwtypologie per lot van toepassing is. Ook in de beschrijvende nota wordt de inhoud van de aanvraag expliciet omschreven. Daarin wordt vermeld dat de aanvraag betrekking heeft op de creatie van 34 bouwkavels, naast loten voor wegenis, groenvoorziening, een distributiecabine en een uitgesloten perceel. De aanvraag kan bijgevolg op basis van de voorliggende dossierstukken voldoende duidelijk worden beoordeeld.

 

2.2.2 Kritiek op algemeen ruimtelijk beleid van de gemeente Mol

Betrokken bezwaren: D2, D3, D4, D5, S2, S3, S4, S5, S6, S7, S8, S9, S10, S11, S12, S13, S14, S15, S16, S17, S18, S19.

De bezwaarindieners verwijzen naar eerdere gemeentelijke standpunten waaruit volgens hen blijkt dat verdere verdichting en de aanleg van nieuwe wegen in het gebied niet wenselijk zijn wegens de afstand tot voorzieningen en openbaar vervoer. Zij menen dat het project strijdig is met deze visie.

 

De gemeenteraad heeft op 25 maart 2024 een woonzoneringsplan goedgekeurd. Daarbij werd beslist dat binnen het betrokken gebied in principe geen nieuwe wegen meer worden voorzien.

Er dient evenwel rekening te worden gehouden met de specifieke voorgeschiedenis van voorliggende aanvraag. Het dossier maakt reeds meerdere jaren het voorwerp uit van voorbesprekingen met de gemeentelijke diensten. Tijdens dit traject werd de aanvraag herhaaldelijk aangepast en bijgestuurd naar aanleiding van opmerkingen en adviezen van de gemeente. De aanvrager heeft daarbij verschillende wijzigingen doorgevoerd om tegemoet te komen aan de geformuleerde aandachtspunten en voorwaarden.

Het feit dat tijdens deze lopende voorbereidingsfase een nieuw beleidsmatig kader werd vastgesteld, kan op zich niet tot gevolg hebben dat een dossier dat reeds gedurende meerdere jaren in overleg met de gemeente werd uitgewerkt zonder verdere inhoudelijke beoordeling wordt afgewezen louter omdat ondertussen een nieuwe beleidsvisie werd goedgekeurd. De aanvraag dient beoordeeld te worden rekening houdend met haar concrete voorgeschiedenis, de reeds doorgevoerde bijsturingen en de mate waarin zij tegemoetkomt aan de voorwaarden die tijdens het voorafgaand overleg werden geformuleerd.

Het bezwaar geeft dan ook geen aanleiding om de aanvraag louter op basis van het nadien goedgekeurde woonzoneringsplan onverenigbaar te achten met een goede ruimtelijke ordening.

 

2.2.3 Aftoetsing aan voorschriften van RUP, verordeningen en andere stedenbouwkundige voorschriften

Betrokken bezwaren: S1.

De bezwaarindieners stellen dat de aanvraag strijdig is met het gemeentelijk woonzoneringsplan omdat de betrokken gronden volgens hen gelegen zijn in een te bestendigen woonzone waar geen nieuwe wegenis meer kan worden aangelegd. Daarnaast wordt aangevoerd dat verschillende loten niet zouden voldoen aan de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake woonkwaliteit omdat geen bouwvrije tuinzone van minimaal 10 meter kan worden gerealiseerd.

 

Wat betreft het gemeentelijk woonzoneringsplan wordt verwezen naar de beoordeling onder punt 2.2.2. De gemeenteraad heeft op 25 maart 2024 een woonzoneringsplan goedgekeurd. Er dient evenwel rekening te worden gehouden met de specifieke voorgeschiedenis van voorliggende aanvraag. Het dossier maakt reeds meerdere jaren het voorwerp uit van voorbesprekingen met de gemeentelijke diensten en werd in die periode herhaaldelijk aangepast en bijgestuurd naar aanleiding van opmerkingen en adviezen van de gemeente. De aanvrager heeft daarbij verschillende wijzigingen doorgevoerd om tegemoet te komen aan de geformuleerde voorwaarden en aandachtspunten. Het feit dat tijdens deze lopende voorbereidingsfase een nieuw beleidsmatig kader werd vastgesteld, kan op zich niet tot gevolg hebben dat een dossier dat reeds gedurende meerdere jaren in overleg met de gemeente werd uitgewerkt zonder verdere inhoudelijke beoordeling wordt afgewezen louter omdat ondertussen een nieuwe beleidsvisie werd goedgekeurd.

 

Wat betreft de aangehaalde strijdigheid met de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake woonkwaliteit wordt vastgesteld dat alle loten beschikken over een voldoende diepe tuin. Het bezwaar dat geen bouwvrije tuinzone van minimaal 10 meter kan worden gerealiseerd, wordt dan ook niet bijgetreden.

 

2.2.4 Inpassing van het project in beeldbepalende historische kader en erfgoedkader

Betrokken bezwaren: D2, D3, D4, D5, S2, S3, S4, S5, S6, S7, S8, S9, S10, S11, S12, S13, S14, S15, S16, S17, S18, S19.

De bezwaarindieners verwijzen naar de archeologische waarde van het gebied. Zij wijzen erop dat de archeologienota bijkomend onderzoek voorziet en dat bepaalde geplande reliëfwijzigingen volgens hen moeilijk verenigbaar zijn met de bescherming van het archeologisch bodemarchief.

 

Voor het project werd een archeologienota opgemaakt door een erkend archeoloog. Deze archeologienota werd bekrachtigd door het Agentschap Onroerend Erfgoed. De daarin opgenomen maatregelen en aanbevelingen maken integraal deel uit van het verdere traject.

Het feit dat de archeologienota bijkomend archeologisch onderzoek voorziet, vormt op zich geen aanwijzing dat de aanvraag onverenigbaar zou zijn met de bescherming van het archeologisch erfgoed. Integendeel, dit maakt deel uit van de gebruikelijke procedure waarbij eerst een archeologienota wordt opgemaakt en bekrachtigd, waarna het eventuele archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem wordt uitgevoerd vóór de effectieve uitvoering van de vergunde werken.

Bij de verdere uitvoering van het project dienen de voorwaarden en maatregelen uit de bekrachtigde archeologienota te worden nageleefd. Het bezwaar geeft dan ook geen aanleiding om te besluiten dat de aanvraag vanuit archeologisch of erfgoedkundig oogpunt niet aanvaardbaar zou zijn.

 

2.2.5 Privacy, inkijk en bezonning

Betrokken bezwaren: D1.

De bezwaarindiener uit bezorgdheid over een mogelijke aantasting van de privacy van omwonenden als gevolg van de ontwikkeling.

 

Ten opzichte van de bestaande woningen op de aanpalende percelen blijven voldoende afstanden behouden. Er zijn geen aanwijzingen dat de aanvraag zou leiden tot een onaanvaardbare aantasting van de privacy van omwonenden.

 

2.2.6 Overeenstemming met hogere beleidskaders

Betrokken bezwaren: D2, D3, D4, D5, S2, S3, S4, S5, S6, S7, S8, S9, S10, S11, S12, S13, S14, S15, S16, S17, S18, S19.

De bezwaarindieners stellen dat het project niet strookt met een duurzaam ruimtelijk beleid omdat de locatie volgens hen onvoldoende ontsloten is door openbaar vervoer en voorzieningen.

 

Deze stelling wordt niet bijgetreden. Het projectgebied is gelegen binnen bestaand woongebied en beschikt over een aantal voorzieningen in de nabijheid. Een basisschool bevindt zich op minder dan 500 m van het projectgebied. Voor dagelijkse voorzieningen bevinden een slager en een bakker zich op ongeveer 500 m afstand en een apotheek op ongeveer 950 m afstand. Het kernwinkelgebied van Mol bevindt zich op ongeveer 2,5 à 3 km van de projectsite en biedt een ruim aanbod aan scholen, dienstverlening, supermarkten, detailhandel, horeca en culturele voorzieningen.

Ook op vlak van mobiliteit kan niet worden gesteld dat de locatie onvoldoende ontsloten is. De locatie behaalt een mobiscore van 8,2/10. Het station van Mol bevindt zich op ongeveer 2,4 km van het projectgebied en vormt een multimodaal vervoersknooppunt met treinverbindingen, bushaltes, deelfietsen, deelwagens en een aansluiting op de fietsostrade. Daarnaast bevindt zich op ongeveer 600 m van het projectgebied een bushalte in de Zavelstraat.

Voor fietsers bestaan bovendien verbindingen via het jaagpad langs de N71 naar o.a. de centrumkern van Mol met al zijn voorzieningen, TISP, de sportsite Den Uyt.

Gelet op de aanwezigheid van voorzieningen, de bereikbaarheid met openbaar vervoer en de beschikbare fietsverbindingen wordt niet aangetoond dat de locatie vanuit ruimtelijk oogpunt ongeschikt zou zijn voor wonen of onverenigbaar zou zijn met een duurzaam ruimtelijk beleid.

 

2.2.7 Ruimtelijke draagkracht en verenigbaarheid met de omgeving

Betrokken bezwaren: D1.

De bezwaarindiener stelt dat de omvang van het project niet in verhouding staat tot het kleinschalige karakter van de omgeving en uit twijfels over de ruimtelijke draagkracht van de buurt.

 

Tijdens het voortraject van de aanvraag werd het project meermaals bijgestuurd op vraag van de gemeente. De dichtheid van de verkaveling werd daarbij stelselmatig verminderd. Waar aanvankelijk sprake was van 48 wooneenheden, waaronder een meergezinsgebouw met een twaalftal appartementen, werd het project achtereenvolgens herwerkt naar 41, 39, 36 en 35 loten. De voorliggende aanvraag heeft uiteindelijk betrekking op 34 bouwloten.

Daarnaast worden binnen de verkaveling geen meergezinswoningen toegelaten. De verkaveling voorziet uitsluitend in open en halfopen bebouwing, waardoor wordt aangesloten bij het bestaande bebouwingspatroon in de omgeving. Ook de koppeling van bebouwing door middel van carports wordt beperkt tot maximaal twee keer twee woningen.

Verder werd door de gemeente gevraagd om binnen het project een publiek speelplein te voorzien buiten de overstromingsgevoelige zone. Hieraan wordt tegemoetgekomen door de inrichting van lot Z als speel- en groenzone met een oppervlakte van 5a32ca.

Tot slot wordt vastgesteld dat het omliggende wegennet niet verzadigd is en de bijkomende verkeersgeneratie van het project kan verwerken.

Gelet op de verschillende bijsturingen die tijdens het voortraject werden doorgevoerd, de gekozen bouwtypologie, de aanleg van een publieke groenzone en de beschikbare verkeerscapaciteit, wordt geoordeeld dat de aanvraag ruimtelijk inpasbaar is en dat de draagkracht van de omgeving niet wordt overschreden.

 

2.2.8 Realiseerbaarheid van de ontsluiting

Betrokken bezwaren: D2, D3, D4, D5, S2 t.e.m. S19.

De bezwaarindieners voeren aan dat de ontsluiting via de Scheppelijkestraat afhankelijk is van een perceel dat eigendom is van een derde partij. Volgens hen is de juridische uitvoerbaarheid van de ontsluiting daardoor onvoldoende verzekerd.

 

Uit het dossier blijkt evenwel dat de verkavelaar met de eigenaar van het betrokken perceel een overeenkomst heeft afgesloten met het oog op de verwerving van de noodzakelijke grond. Deze overeenkomst werd als bijlage bij de omgevingsvergunningsaanvraag gevoegd. Er zijn bijgevolg voldoende aanwijzingen aanwezig dat de verkavelaar de nodige stappen heeft ondernomen om de realisatie van de ontsluiting mogelijk te maken.

Op basis van de voorliggende dossierstukken wordt niet aangetoond dat de ontsluiting juridisch of feitelijk onuitvoerbaar zou zijn. Het bezwaar wordt bijgevolg niet bijgetreden.

 

2.2.9 Woonkwaliteit en kwaliteit van de verkaveling

Betrokken bezwaren: S1.

De bezwaarindieners stellen dat de aanvraag onvoldoende kwaliteitsvolle woonverdichting realiseert. Zij verwijzen daarbij naar de beperkte buitenruimte van verschillende loten, de ligging van lot 11 in overstromingsgevoelig gebied en de nabijheid van een distributiecabine bij lot 12.

 

Er wordt vastgesteld dat alle loten beschikken over een voldoende tuinzone. Daarnaast wordt binnen de verkaveling een gemeenschappelijk speelplein met een oppervlakte van 5a32ca voorzien, waardoor bijkomende kwalitatieve buitenruimte voor de toekomstige bewoners wordt gecreëerd.

Wat betreft lot 11 wordt vastgesteld dat een deel van de tuinzone gelegen is binnen overstromingsgevoelig gebied. De provinciale Dienst Integraal Waterbeleid legt beperkingen op aan de ophoging van het terrein en adviseert om het vloerpeil van de woning aan te leggen boven het overstromingsveilig bouwpeil van 27,90 mTAW. Daarnaast mogen de tuinen van de loten 1 tot en met 11 niet integraal worden opgehoogd. Op die manier wordt rekening gehouden met de aanwezige waterproblematiek en de voorwaarden van de bevoegde adviesinstantie.

Wat betreft de nabijheid van de distributiecabine wordt vastgesteld dat deze gelegen is op dezelfde bouwlijn als de woning op lot 12. De cabine bevindt zich in een zijtuinstrook met een breedte van 6 m, waar voor een reguliere zijtuinstrook doorgaans een breedte van 3 m wordt voorzien. De afstand tussen de woning en de distributiecabine bedraagt 2,56 m. Gelet op de breedte van de zijtuinstrook, de inplanting van de cabine op de bouwlijn van de woning en de afstand tussen beide constructies, wordt geoordeeld dat de distributiecabine geen afbreuk doet aan een kwaliteitsvolle woonomgeving. Bovendien zullen kandidaat-kopers vooraf kennis hebben van de aanwezigheid van de distributiecabine.

 

2.2.10 Bijgebouwen en perceelsgrenzen

Betrokken bezwaren: S1.

De bezwaarindieners uiten bezwaar tegen de mogelijkheid om bijgebouwen op of tegen perceelsgrenzen op te richten zonder dat op het aanpalende perceel noodzakelijkerwijze een gelijkaardige koppeling mogelijk is. Daarnaast wordt gewezen op het ontbreken van voorschriften inzake materiaalgebruik, dakvormen en toestemming van aanpalende eigenaars.

 

Met betrekking tot de regeling inzake gekoppelde carports wordt vastgesteld dat de oorspronkelijke voorschriften onvoldoende waarborgen bieden voor een harmonische aansluiting tussen twee gekoppelde carports. Daarom worden de voorschriften aangepast als volgt:

"Gekoppelde carports dienen als één architecturaal geheel te worden uitgevoerd. Zij worden verplicht afgewerkt met een plat dak. De bouwhoogte bedraagt uniform 3,00 m, gemeten vanaf het aansluitende maaiveld tot de bovenzijde van de dakrand. Afwijkingen inzake hoogte of dakvorm zijn niet toegestaan."

Voor het overige worden geen bijkomende voorschriften inzake materiaalgebruik opgelegd. Verdere detaillering van de materiaalkeuze wordt niet noodzakelijk geacht en zou leiden tot een verregaande beperking van de ontwerpvrijheid van toekomstige bouwers.

 

Met betrekking tot de regeling inzake gekoppelde bijgebouwen wordt vastgesteld dat de oorspronkelijke voorschriften onvoldoende waarborgen bieden voor een harmonische aansluiting tussen gekoppelde bijgebouwen. Daarom worden de voorschriften aangevuld als volgt:

"Gekoppelde bijgebouwen in de tuin worden verplicht afgewerkt met een plat dak. De bouwhoogte bedraagt uniform 3,00 m, gemeten vanaf het aansluitende maaiveld tot de bovenzijde van de dakrand. Afwijkingen inzake hoogte of dakvorm zijn niet toegestaan."

 

Het al dan niet verkrijgen van toestemming van aanpalende eigenaars betreft geen stedenbouwkundig beoordelingscriterium in het kader van voorliggende vergunningsaanvraag, maar behoort desgevallend tot de burgerrechtelijke verhouding tussen betrokken eigenaars.

 

2.2.11 Maatschappelijke meerwaarde van het project

Betrokken bezwaren: D2, D3, D4, D5, S2 t.e.m. S19.

De bezwaarindieners stellen dat de voorziene sociale en bescheiden woonkavels afhankelijk zijn van aankoopopties en daardoor onzeker blijven. Daarnaast wordt aangevoerd dat het speelplein kleiner is dan eerder gevraagd werd en dat het beheer ervan in belangrijke mate op toekomstige bewoners zou worden afgewenteld.

 

Wat betreft het bescheiden woonaanbod wordt vastgesteld dat de verkaveling dient te voldoen aan de regelgeving inzake de bescheiden last. Deze regeling heeft tot doel de betaalbaarheid van het woonaanbod te bevorderen door binnen een project ook kleinere en meer betaalbare kavels mogelijk te maken. Voor voorliggende verkaveling betekent dit dat minstens 20% van de loten als bescheiden woonaanbod dient te worden gerealiseerd. Bij een verkaveling van 34 loten komt dit neer op 7 loten.

De bescheiden last kan worden gerealiseerd door het voorzien van kavels met een oppervlakte kleiner dan 500 m². In de voorliggende verkaveling worden 15 loten kleiner dan 500 m² voorzien. Hiermee wordt voldaan aan de vereisten inzake het bescheiden woonaanbod zoals voorzien in de wetgeving.

Wat betreft het speelplein wordt vastgesteld dat binnen de verkaveling een speel- en groenzone met een oppervlakte van 5a32ca wordt voorzien. Deze oppervlakte wordt voldoende geacht om de beoogde recreatieve functie te vervullen. Op het speelplein worden naast natuurlijke speelelementen onder meer een picknickbank voorzien, waardoor de ruimte niet enkel een speelfunctie, maar ook een ontmoetingsfunctie krijgt.

De speel- en groenzone blijft in eigendom van de toekomstige eigenaars. Het onderhoud van dergelijke gemeenschappelijke ruimtes wordt, net zoals bij meerdere recente verkavelingsprojecten binnen de gemeente, georganiseerd door de betrokken eigenaars. Gelet op de bestaande onderhoudsopdrachten van de gemeentelijke diensten wordt het niet aangewezen geacht om bijkomende beheertaken structureel ten laste van de gemeente te leggen.

Het bezwaar geeft dan ook geen aanleiding om te besluiten dat de maatschappelijke meerwaarde van het project onvoldoende zou zijn.

 

3. Thema mobiliteit

3.1 Auto

Betrokken bezwaren: D1, S1, D2, D3, D4, D5, S2 t.e.m. S19.

De bezwaarindieners vrezen een aanzienlijke toename van het verkeer in de omliggende woonstraten. Zij stellen dat de bestaande straten hierop niet zijn ingericht. Daarnaast wordt aangevoerd dat het project grotendeels autoafhankelijk is wegens de beperkte bereikbaarheid met openbaar vervoer. Ook wordt gevreesd voor sluipverkeer via de nieuwe verbinding tussen Heergrachtstraat en Scheppelijkestraat. Volgens sommige indieners zou een alternatieve ontsluiting via de Toemaathoek mogelijk zijn.

 

Het advies van de verkeersdienst maakt geen melding van verkeerskundige problemen als gevolg van de voorliggende aanvraag. Door de nieuwe verbinding tussen de Scheppelijkestraat en de Heergrachtstraat ontstaat een lusstructuur waardoor het verkeer zich kan spreiden over beide straten. De Scheppelijkestraat en de Heergrachtstraat beschikken over voldoende capaciteit om de bijkomende verkeersgeneratie van de verkaveling te verwerken.

Wat betreft de bereikbaarheid wordt verwezen naar de beoordeling onder punt 2.9. Het projectgebied beschikt over een basisschool op minder dan 500 m afstand. Dagelijkse voorzieningen zoals een bakker en slager bevinden zich op ongeveer 500 m van het projectgebied, terwijl een apotheek op ongeveer 950 m gelegen is. Het centrum van Mol bevindt zich op ongeveer 2,5 à 3 km afstand en biedt een ruim aanbod aan scholen, dienstverlening, supermarkten, handelszaken, horeca en culturele voorzieningen.

Daarnaast behaalt de locatie een mobiscore van 8,2/10. Het station van Mol bevindt zich op ongeveer 2,4 km van het projectgebied en vormt een multimodaal vervoersknooppunt met treinverbindingen, bushaltes, deelfietsen, deelwagens en een aansluiting op de fietsostrade. Op ongeveer 600 m van het projectgebied bevindt zich bovendien een bushalte in de Zavelstraat. Voor fietsers bestaan vlotte verbindingen via het jaagpad langs de N71.

Gelet op het voorwaardelijk gunstige advies van de verkeersdienst, de spreiding van het verkeer over beide ontsluitingswegen en de aanwezige voorzieningen en vervoersalternatieven wordt niet aangetoond dat de aanvraag aanleiding geeft tot onaanvaardbare verkeersproblemen of dat de locatie vanuit mobiliteitsoogpunt ongeschikt zou zijn voor de voorgestelde ontwikkeling.

 

3.2 Fietsers en voetgangers

Betrokken bezwaren: D1, D2, D3, D4, D5, S2 t.e.m. S19.

De bezwaarindieners uiten bezorgdheid over de veiligheid van fietsers en voetgangers ten gevolge van de verwachte verkeerstoename. Daarnaast merken zij op dat langs de ontsluitende straten geen fietspaden of voetpaden aanwezig zijn.

 

De Scheppelijkestraat en de Heergrachtstraat zijn lokale woonstraten met een beperkte verkeersintensiteit. Op dergelijke wijkwegen worden in de regel geen afzonderlijke fietspaden of voetpaden aangelegd en wordt uitgegaan van gemengd verkeer. De maximaal toegelaten snelheid bedraagt er 50 km/u.

De bereikbaarheid voor voetgangers en fietsers is momenteel matig, maar het project creëert een nieuwe verbinding tussen de Heergrachtstraat en Scheppelijkestraat, wat de lokale bereikbaarheid verbetert.

Uit het advies van de verkeersdienst blijkt niet dat de bijkomende verkeersgeneratie van de verkaveling aanleiding geeft tot verkeersveiligheidsproblemen voor fietsers. Evenmin wordt aangetoond dat de bestaande inrichting van de betrokken straten onvoldoende zou zijn om het bijkomende verkeer op een veilige manier te verwerken.

Het bezwaar geeft dan ook geen aanleiding om te besluiten dat de aanvraag vanuit het oogpunt van fietsveiligheid niet aanvaardbaar zou zijn.

 

3.3 Verkeersveiligheid

Betrokken bezwaren: D1, S1, D2, D3, D4, D5, S2 t.e.m. S19.

De bezwaarindieners vrezen onveilige situaties voor voetgangers, fietsers, spelende kinderen en andere kwetsbare weggebruikers. Er wordt gesteld dat onvoldoende maatregelen voorzien zijn om sluipverkeer tegen te gaan. Daarnaast wordt gewezen op mogelijke verkeersoverlast tijdens de schoolspitsuren.

 

Zoals reeds aangehaald onder punt 3.2 zijn de Scheppelijkestraat en de Heergrachtstraat lokale woonstraten met een beperkte verkeersintensiteit. Op dergelijke wijkwegen wordt uitgegaan van gemengd verkeer en bedraagt de maximaal toegelaten snelheid 50 km/u. Uit het advies van de verkeersdienst blijkt niet dat de bijkomende verkeersgeneratie van de verkaveling aanleiding geeft tot verkeersveiligheidsproblemen.

Wat betreft het vermeende sluipverkeer wordt vastgesteld dat de nieuwe verbinding tussen de Scheppelijkestraat en de Heergrachtstraat geen kortere route vormt naar een achterliggend gebied of een alternatieve verbinding biedt voor doorgaand verkeer. Er is dan ook geen aanleiding om aan te nemen dat de weg als sluiproute zal worden gebruikt.

Met betrekking tot de schoolspitsuren wordt vastgesteld dat vandaag reeds geparkeerd wordt in de Scheppelijkestraat tijdens de breng- en haalmomenten van de nabijgelegen school. De voorliggende verkaveling wijzigt deze bestaande situatie niet fundamenteel. Daarnaast bevindt de school zich op wandel- en fietsafstand van de verkaveling, waardoor kinderen uit de nieuwe woonwijk zich ook zonder autoverplaatsingen naar de school kunnen begeven.

Het bezwaar geeft dan ook geen aanleiding om te besluiten dat de aanvraag vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid niet aanvaardbaar zou zijn.

 

3.4 Trage verbinding

Betrokken bezwaren: D2, D3, D4, D5, S2 t.e.m. S19.

De bezwaarindieners stellen dat een bestaande en veelgebruikte trage verbinding voor wandelaars verloren dreigt te gaan. Volgens hen vormt deze verbinding een belangrijke schakel tussen de woongebieden en de omliggende natuurgebieden.

 

Het betrokken pad betreft geen officieel vastgestelde buurtweg of gemeenteweg, maar een informeel ontstane doorgang over private eigendommen. Er bestaat geen publiekrechtelijke verplichting tot behoud van deze verbinding. Bovendien is het pad momenteel afgesloten door de eigenaar, wat bevestigt dat het gebruik steeds afhankelijk is geweest van de private eigendomssituatie.

Het pad werd in het verleden slechts sporadisch gebruikt, onder meer in het kader van het wandelevenement "De Molse 60". Ook voor dergelijke recreatieve verplaatsingen bestaan volwaardige alternatieven via het bestaande wegennet.

Bij de voorbereiding van de verkavelingsaanvraag werd prioritair ingezet op ruimtelijk relevante doelstellingen zoals de aanleg van een verbinding tussen de Heergrachtstraat en de Scheppelijkestraat.

Daarnaast wordt vastgesteld dat het omliggende wegennet voldoende fijnmazig is uitgebouwd, dat de betrokken straten geen drukke doorgangswegen zijn en dat de nieuwe verbinding tussen de Heergrachtstraat en de Scheppelijkestraat de lokale doorwaadbaarheid en circulatie verbetert.

Gelet op het informele karakter van het pad, het ontbreken van een juridisch statuut, de aanwezigheid van alternatieve routes en de ruimtelijke meerwaarde van de voorgestelde inrichting, wordt het behoud van het informele pad vanuit ruimtelijk oogpunt niet noodzakelijk geacht.

 

3.5 Openbaar vervoer

De bezwaarindieners stellen dat het project niet voldoende ontsloten is door openbaar vervoer en voorzieningen.

 

Deze stelling wordt niet bijgetreden. Het projectgebied is gelegen binnen bestaand woongebied en beschikt over een aantal voorzieningen in de nabijheid. Een basisschool bevindt zich op minder dan 500 m van het projectgebied. Voor dagelijkse voorzieningen bevinden een slager en een bakker zich op ongeveer 500 m afstand en een apotheek op ongeveer 950 m afstand. Het kernwinkelgebied van Mol bevindt zich op ongeveer 2,5 à 3 km van de projectsite en biedt een ruim aanbod aan scholen, dienstverlening, supermarkten, detailhandel, horeca en culturele voorzieningen.

Ook op vlak van mobiliteit kan niet worden gesteld dat de locatie onvoldoende ontsloten is. De locatie behaalt een mobiscore van 8,2/10. Het station van Mol bevindt zich op ongeveer 2,4 km van het projectgebied en vormt een multimodaal vervoersknooppunt met treinverbindingen, bushaltes, deelfietsen, deelwagens en een aansluiting op de fietsostrade. Daarnaast bevindt zich op ongeveer 600 m van het projectgebied een bushalte in de Zavelstraat.

Voor fietsers bestaan bovendien vlotte verbindingen via het jaagpad langs de N71 richting de centrumkern van Mol, de sportsite Den Uyt en de omliggende woon- en recreatiegebieden.

Gelet op de aanwezigheid van voorzieningen, de bereikbaarheid met openbaar vervoer en de beschikbare fietsverbindingen wordt niet aangetoond dat de locatie vanuit ruimtelijk oogpunt ongeschikt zou zijn voor wonen of onverenigbaar zou zijn met een duurzaam ruimtelijk beleid.

 

4. Thema groen

4.1. Behoud van open ruimte en groen karakter

Betrokken bezwaren: D1, D2, D3, D4, D5, S2 t.e.m. S19.

De bezwaarindiener stelt dat het project het bestaande groene karakter en de open ruimte van de omgeving aantast. De bezwaarindieners wijzen op het verdwijnen van bestaand groen, bomen en bosareaal. Zij stellen dat ongeveer 4.887 m² bos wordt gerooid zonder effectieve herbebossing ter plaatse of in de onmiddellijke omgeving.

 

De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het Agentschap voor Natuur en Bos. Het Agentschap verleent een gunstig advies mits naleving van een aantal voorwaarden. Daarbij wordt vastgesteld dat een deel van het bestaande bos behouden moet blijven en uit de verkaveling wordt gesloten als lot X. Deze bosoppervlakte van 2.388 m² dient als bos behouden te blijven. Bijkomende kappingen of ingrijpende wijzigingen zijn er niet toegelaten zonder machtiging van het Agentschap voor Natuur en Bos. Voor de toegelaten ontbossing wordt door het Agentschap voor Natuur en Bos een boscompensatie opgelegd. Het goedgekeurde boscompensatievoorstel moet integraal deel uitmaken van de vergunning. Daarnaast dient een bosbehoudsbijdrage van 67.102,50 euro te worden betaald. De inning en verdere verwerking van deze boscompensatie gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het Bosdecreet en onder toezicht van het Agentschap voor Natuur en Bos. Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft geoordeeld dat de ontbossing, mits naleving van de opgelegde voorwaarden en compensatiemaatregelen, aanvaardbaar is en heeft hiervoor een gunstig advies verleend. Het bezwaar geeft dan ook geen aanleiding om te besluiten dat de aanvraag vanuit het oogpunt van bosbehoud en compensatie niet aanvaardbaar zou zijn.

Bij de beoordeling van de aanvraag werd bijzondere aandacht besteed aan de ruimtelijke inpassing van de verkaveling binnen de bestaande omgeving. Tijdens het voortraject werd het aantal loten stelselmatig verminderd van een oorspronkelijk voorstel met 48 wooneenheden, waaronder een meergezinsgebouw, naar de voorliggende aanvraag met 34 bouwloten. Op die manier werd de dichtheid van het project aanzienlijk teruggebracht en werd aangesloten bij het bestaande woonweefsel van de omgeving.

Daarnaast wordt binnen de verkaveling een speel- en groenzone van 5a32ca voorzien. Ook worden in de verkavelingsvoorschriften groenvoorzieningen opgelegd, waarbij per lot minstens één hoogstammige boom per begonnen schijf van 500 m² dient te worden aangeplant. Voor de vrijstaande woningen moet één zijtuinstrook vrij van constructies blijven. De verkaveling voorziet uitsluitend in open en halfopen bebouwing, waardoor wordt aangesloten bij het bestaande bebouwingspatroon in de omgeving.

Gelet op de doorgevoerde vermindering van de dichtheid, de voorziene groenzone en de opgelegde groenaanplantingen wordt geoordeeld dat de aanvraag op een aanvaardbare wijze wordt ingepast in haar omgeving en dat de aantasting van het groene karakter voldoende wordt beperkt.

 

4.2. Natuurwaarden en fauna

Betrokken bezwaren: S1.

De bezwaarindieners uiten bezorgdheid over de impact van het project op aanwezige natuurwaarden en verwijzen specifiek naar herten die volgens hen in het gebied leven.

 

Het projectgebied is gelegen binnen woongebied volgens het gewestplan. De enkele aanwezigheid van fauna binnen een gebied betekent op zich niet dat een woonontwikkeling er niet mogelijk zou zijn. Uit het dossier blijkt niet dat zich binnen het projectgebied beschermde natuurwaarden bevinden die de uitvoering van de verkaveling onmogelijk maken.

Daarnaast wordt binnen de verkaveling een speel- en groenzone voorzien en worden groenaanplantingen opgelegd op de individuele loten. Op die manier blijft ook in de toekomstige situatie ruimte aanwezig voor groen binnen het projectgebied.

Op basis van de voorliggende gegevens wordt niet aangetoond dat de aanvraag leidt tot een onaanvaardbare aantasting van natuurwaarden of fauna. Het bezwaar geeft dan ook geen aanleiding om de aanvraag vanuit dit oogpunt als ruimtelijk onaanvaardbaar te beschouwen.

 

5. Thema duurzaamheid

Betrokken bezwaren: D1, S1, D2, D3, D4, D5, S2 t.e.m. S19.

De bezwaarindieners uiten bezorgdheden over de impact van het project op milieu, klimaat en waterhuishouding. Er wordt gesteld dat de infiltratiecapaciteit van de bodem onvoldoende is aangetoond, dat wateroverlast kan toenemen en dat delen van het projectgebied overstromingsgevoelig zijn.

 

Wat betreft de waterhuishouding werd advies ingewonnen bij de provinciale Dienst Integraal Waterbeleid. Naar aanleiding van het oorspronkelijk ingediende dossier formuleerde deze adviesinstantie aandachtspunten en voorwaarden met betrekking tot onder meer infiltratie, buffering, overstromingsgevoeligheid en de inrichting van bepaalde zones binnen het projectgebied. Deze aandachtspunten werden verwerkt in het verdere verloop van de vergunningsprocedure en vormen mee het kader voor de beoordeling van de aanvraag.

Wat betreft milieu en klimaat wordt vastgesteld dat binnen de verkaveling bijzondere aandacht wordt besteed aan groenvoorzieningen. Binnen het project wordt een speel- en groenzone voorzien en in de verkavelingsvoorschriften wordt opgelegd dat per begonnen schijf van 500 m² minstens één hoogstammige boom dient te worden aangeplant. Daarnaast dient bij de vrijstaande woningen één zijtuinstrook vrij van constructies te blijven.

Verder dient het hemelwater op eigen terrein te worden opgevangen en geïnfiltreerd overeenkomstig de geldende regelgeving en de opgelegde voorwaarden. Hiermee wordt ingezet op het maximaal lokaal vasthouden van hemelwater en het beperken van de afvoer naar de omgeving.

Gelet op de voorziene groenvoorzieningen, de opgelegde aanplantingen, de maatregelen inzake hemelwaterbeheer en de betrokkenheid van de provinciale Dienst Integraal Waterbeleid bij de beoordeling van het dossier, wordt niet aangetoond dat de aanvraag aanleiding geeft tot een onaanvaardbare impact op milieu, klimaat of waterhuishouding.

 

6. Thema openbare werken

6.1 Nutsmaatschappijen

Betrokken bezwaren: D2, D3, D4, D5, S2 t.e.m. S19, S1.

De bezwaarindieners stellen dat de aanleg van nutsleidingen mee afhankelijk is van de realiseerbaarheid van de voorziene ontsluiting. Daarnaast wordt bezwaar geuit tegen de voorziene distributiecabine nabij lot 12.

 

Wat betreft de realiseerbaarheid van de ontsluiting wordt verwezen naar de beoordeling onder punt 2.8. Uit het dossier blijkt dat de verkavelaar met de eigenaar van het betrokken perceel een overeenkomst heeft afgesloten met het oog op de verwerving van de noodzakelijke grond voor de ontsluiting. De overeenkomst werd opgenomen in het aanvraagdossier. Op basis van de voorliggende dossierstukken wordt niet aangetoond dat de ontsluiting juridisch of feitelijk onuitvoerbaar zou zijn. De aanleg van de nutsleidingen kan bijgevolg worden gerealiseerd overeenkomstig de voorziene inrichting van het openbaar domein.

Wat betreft de distributiecabine wordt vastgesteld dat deze gelegen is op dezelfde bouwlijn als de woning op lot 12. De cabine bevindt zich in een zijtuinstrook met een breedte van 6 m, waar voor een reguliere zijtuinstrook doorgaans een breedte van 3 m wordt voorzien. De afstand tussen de woning en de distributiecabine bedraagt 2,56 m. Gelet op de breedte van de zijtuinstrook, de inplanting van de cabine op de bouwlijn van de woning en de afstand tussen beide constructies, wordt geoordeeld dat de distributiecabine geen afbreuk doet aan een kwaliteitsvolle woonomgeving. Bovendien zullen kandidaat-kopers vooraf kennis hebben van de aanwezigheid van de distributiecabine.

Het bezwaar geeft dan ook geen aanleiding om te besluiten dat de aanvraag vanuit het oogpunt van nutsvoorzieningen niet aanvaardbaar zou zijn.

 

7. Gezondheid en welzijn

Betrokken bezwaren: D1, D2, D3, D4, D5, S2 t.e.m. S19.

De bezwaarindieners vrezen een achteruitgang van de leefkwaliteit en het wooncomfort. Daarbij wordt verwezen naar mogelijke geluids- en geuroverlast, verlies van rust, aantasting van het woonkarakter van de buurt en een vermindering van het woongenot voor bestaande bewoners.

 

De voorliggende aanvraag betreft een residentiële verkaveling met open en halfopen bebouwing die aansluit bij het bestaande bebouwingspatroon van de omgeving. De bouwtypologie, schaal en inrichting van het project zijn afgestemd op de bestaande woonomgeving.

De voornaamste bijkomende impact van de ontwikkeling bestaat uit de verkeersgeneratie afkomstig van de nieuwe woningen. De bijkomende verkeersstroom blijft evenwel ruim binnen de capaciteit van de omliggende wegen en kruispunten, waardoor geen significante problemen inzake verkeersafwikkeling of verkeersleefbaarheid worden verwacht.

Er zijn geen aanwijzingen dat de aanvraag aanleiding zal geven tot aanzienlijke negatieve effecten op het vlak van verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, geluid of mobiliteit. Evenmin wordt aangetoond dat het woonkarakter van de omgeving op een onaanvaardbare wijze zou worden aangetast.

Het bezwaar geeft dan ook geen aanleiding om te besluiten dat de aanvraag vanuit het oogpunt van gezondheid, leefkwaliteit of wooncomfort niet aanvaardbaar zou zijn.

 

Het komt niet aan de gemeenteraad toe om zich uit te spreken over het al dan niet verenigbaar karakter van de aanvraag met de goede ruimtelijke ordening en de overeenstemming met de planologische bestemmingsvoorschriften. De gemeenteraad kan enkel uitspraak doen over de zaak van de wegen, zonder zich over de vergunningsaspecten te mogen buigen. Enkel de aspecten met betrekking tot de aanleg van de wegenis en de impact op de mobiliteit maken deel uit van de zaak van de wegen. De bezwaren met betrekking tot de verenigbaarheid van de aanvraag met stedenbouwkundige voorschriften en de goede ruimtelijke ordening dienen door de vergunningverlenende overheid te worden behandeld.

 

Adviezen

Volgende interne adviezen werden gevraagd:

        Ruimtelijk beleid - sectie patrimonium verleende op 1 juni 2026 een voorwaardelijk gunstig advies en koppelt volgende voorwaarden aan de gratis grondafstand en aan de vestiging erfdienstbaarheid van openbaar nut:

        Zoals aangeduid en vermeld op het rooilijnplan opgesteld door landmeter-expert Stef Geukens, zaakvoerder van landmeterskantoor LSG op 3/04/2025;

        Conform de modaliteiten opgenomen in de aangeleverde belofte van gratis grondafstand van 27/01/2024;

        Conform de modaliteiten opgenomen in de aangeleverde belofte van vestiging erfdienstbaarheid van openbaar nut van 7/01/2025;

        Kosteloos;

        Alle kosten zijn voor de aanvrager (landmeter-precad-leveringskosten-ev. hypotheeklichting-notaris-…);

        Aanvrager stelt i.s.m. gemeente een notaris aan voor de opmaak van een ontwerpakte;

        Ontwerpakte(s) word(en), na het afleveren van de omgevingsvergunning, ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad;

        Akte dient verleden te zijn VOOR of uiterlijk, gelijktijdig met het verlijden van de verkavelingsakte;

        Aanvrager neemt hiervoor tijdig contact op met projectcel gebouwen (landmeter@gemeentemol.be – 0497 477815).”

        Ruimtelijk beleid - sectie wegen verleende op 30 juni 2026 een voorwaardelijk gunstig advies en legt volgende specifieke voorwaarden op:

        De verkavelaar moet een technisch dossier indienen voor de aanleg van wegenis, rioleringen en nutsvoorzieningen. Pas na goedkeuring van dit technisch dossier door de gemeenteraad kan de verkavelaar overgaan tot uitvoering van de verkaveling.

        De rijbaan dient 4,5 meter breed te zijn (exclusief kantstroken), conform de maatvoering en typedwarsprofiel B-B. Tekstueel staat dit foutief op de plannen.

        Langs de kopmuren dient ook een beschoeiing geplaatst worden.

        De huisaansluitputjes van de riolering dienen op openbaar domein geplaatst worden.

        De toplaag asfalt dient van het type APT-C te zijn, de onderlaag asfalt van het type APO-A en een dikte van 7 cm hebben.

        Alle opritten dienen in waterpasserende betonstraatstenen te worden aangelegd. Op typedwarsprofiel B-B staat dit foutief aangegeven.

        De verbreding van de keerlus tot 17 m x 24 m moet uitgevoerd worden in grasbetontegels, met een opbouw, zoals weergegeven in typedwarsprofiel B-B. De grasbetontegels worden opgesloten met een boordsteen type ID1.

        Alle grésbuizen dienen van sterkteklasse 240 te zijn.

        De huisaansluitingen op de riolering worden in PVC uitgevoerd.

        De kantstrook type IIE1 wordt ter plaatse gestort ipv prefab.

 

        Verkeersdienst verleende op 8 juli 2026 een voorwaardelijk gunstig advies en legt op dat de minimum rijbaanbreedte exclusief de goten overal minimaal 4,5 m breed moet zijn.

 

Volgende externe adviezen werden gevraagd:

        Het Agentschap voor Natuur en Bos gaf op 30/07/2026 een voorwaardelijk gunstig advies.

        Brandweer Zone Kempen gaf op 14/07/2026 een voorwaardelijk gunstig advies.

        Provinciale Dienst Integraal Waterbeleid gaf op 08/07/2026 een voorwaardelijk gunstig advies.

        IOED Stuifzand gaf op 20/07/2026 een voorwaardelijk gunstig advies.

        Inter (Toegankelijk Vlaanderen) gaf op 09/06/2026 een gunstig advies.

 

Volgende nutsmaatschappijen werden om advies gevraagd:

        Fluvius gaf op 09 juni 2026 een voorwaardelijk gunstig advies.

        Pidpa Drinkwater gaf op 02 juni 2026 een voorwaardelijk gunstig advies.

        Pidpa Riolering gaf op 02 juni 2026 een voorwaardelijk gunstig advies.

        Proximus gaf op 02 juni 2026 een voorwaardelijk gunstig advies.

        Wyre gaf op 02 juni 2026 een voorwaardelijk gunstig advies.

 

Bijlagen

  1. Verkavelingsplan bestaand
  2. Verkavelingsplan nieuw
  3. Rooilijnplan
  4. Bezwaarschriften
  5. Advies ruimtelijk beleid - sectie wegen
  6. Advies ruimtelijk beleid - sectie patrimonium
  7. Advies verkeersdienst
  8. Belofte grondafstand
  9. belofte openbare erfdienstbaarheid

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het rooilijnplan is opgesteld door landmeter-expert Stef Geukens, zaakvoerder van landmeterskantoor LSG op 3 april 2025.

 

Artikel 31 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, gewijzigd op 1 september 2019 stelt:

"§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt."

 

Artikel 8 van het gemeentewegendecreet stelt: "Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad."

 

Artikel 11, §1, van het gemeentewegendecreet stelt dat gemeenten de ligging en breedte van gemeentewegen op hun grondgebied (en dus ook van voormalige buurtwegen) vastleggen in gemeentelijke rooilijnplannen, en dit ongeacht de eigenaar van de grond.

 

Artikel 12, §2, van het gemeentewegendecreet stelt dat in afwijking van artikel 11 de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het omgevingsvergunningendecreet kan worden opgenomen in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.

 

Planologisch kader

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol met bestemming woongebied.

 

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening KSG Mol, goedgekeurd op 10 juli 2012. Omdat voor deze aanvraag geen specifieke deelplannen zijn opgemaakt, blijft de gewestplanbestemming van toepassing.

 

Beschrijving van de werken/aanvraag met betrekking tot de weg

De aanvraag heeft betrekking op het verkavelen van percelen in 34 kavels waarvan 12 loten bestemd zijn voor eengezinswoningen in open bebouwing, 22 loten bestemd zijn voor eengezinswoningen in halfopen bebouwing, 2 kavels ingelijfd worden in het openbaar domein, 1 kavel bestemd is voor een groen speelplein en 1 kavel bestemd is voor het plaatsen van een hoogspanningscabine. De aanvraag gaat gepaard gaat met de aanleg van nieuwe wegenis.

 

De voorziene wegenis betreft enerzijds de verbinding tussen de twee doodlopende straten, Scheppelijkestraat en Heergrachtstraat. In het binnengebied zelf takt een nieuwe straat aan die met de verbindingsweg een U vormt en eindigt in een keerlus. Vanuit de nieuwe straat wordt de bestaande erfdienstbaarheid naar de zuidelijk gelegen percelen bevestigd. Deze bestaande erfdienstbaarheid heeft een breedte van 3 m.

 

Het openbaar domein heeft een breedte van 12 m. Binnen deze breedte wordt een nieuwe wegenis voorzien met aan de zuidelijke of westelijke zijde van de wegenis een grachtenstelsel doorbroken met overwelvingen ten behoeve van de ontsluitingen. De wegenis heeft een voorziene breedte van 4,5 m exclusief de goten en zal uitgevoerd worden in een asfaltverharding. Het keerpunt heeft een breedte van 17 m en een lengte van 24 m inclusief de uitbreiding in grasdallen. Het keerpunt zal uitgevoerd worden in waterpasserende betonstraatstenen met een uitbreiding in grasdallen.

 

De opritten op het openbaar domein werden mee ontworpen en zullen eveneens uitgevoerd worden in waterpasserende betonstraatstenen. Overwelvingen worden afgewerkt met kopmuren.

 

Naast de nieuwe wegenis voorziet de aanvraag een speelplein met een oppervlakte van 5a 62ca welke via een eeuwigdurende publiekrechtelijke erfdienstbaarheid voor iedereen toegankelijk zal zijn en waarbij het onderhoud ten laste zal zijn van de aanvrager of toekomstige VME.

 

Vergoedingsprincipe

Betreft het vergoedingsprincipe is er enerzijds door de gemeente geen waardevermindering vergoeding verschuldigd aan de grondeigenaar en anderzijds is er evenmin een waardevermeerdering-vergoeding door de aanvrager verschuldigd aan de gemeente, aangezien de zone die buiten de rooilijn valt kosteloos worden overgedragen aan de gemeente.

 

Beoordeling

De aanvraag is in overeenstemming met de doelstellingen en principes uit het gemeentewegendecreet. De wegenisstructuur zorgt voor een veilige en doelmatige ontsluiting van het verkavelingsproject, met een logische verbinding tussen bestaande straten en een interne circulatie die geschikt is voor alle weggebruikers, inclusief hulpdiensten. De inrichting van het openbaar domein, met aandacht voor waterbeheer, infiltratie, toegankelijkheid en duurzame materialen, draagt bij aan een kwalitatieve publieke ruimte. Daarnaast wordt een publiek toegankelijk groen speelplein voorzien, wat de publieke functie versterkt.

 

De kostprijs voor de aanleg van de infrastructuurwerken alsook omgevingsaanlegwerken zal integraal gedragen worden door de opdrachtgever van het project.

 

De aanvraag voorziet in een rooilijnplan opgesteld door landmeter-expert Stef Geukens op datum van 3 april 2025. Volgens dit plan worden de loten A1 tot en met A18 met een totale oppervlakte van 43a 39ca in het openbaar domein ingelijfd ter realisatie van de rooilijn. Lot B met een oppervlakte van 31ca zal eveneens in het openbaar domein worden ingelijfd worden in het openbaar domein ter afschaffing van de bestaande rooilijn ter hoogte van de aansluiting van het project met de Scheppelijkestraat. De loten Z1 en Z2 met een totale oppervlakte van 5a 62ca zullen als een eeuwigdurende kosteloze erfdienstbaarheid van openbaar nut ingelijfd worden, ter realisatie van een openbaar speelplein ingericht als natuurlijk speelterrein, voorzien van natuurlijke speelelementen zoals houten stappalen, een boomstam om over te lopen, een picknickbank en een wilgenhut.

 

Zowel de grondafstand als de vestiging van de erfdienstbaarheid van openbaar nut gebeurt gratis. Alle kosten voor de grondafstand en voor de vestiging van de erfdienstbaarheid van openbaar nut zijn ten laste van de aanvrager.

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

De notariële akte wordt uiterlijk verleden op de datum van het verlijden van de basisakte en/of voor de start van de werken.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

Alle kosten voor de notariële akte zijn ten laste van de projectontwikkelaar.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het rooilijnplan, opgesteld door landmeter-expert Stef Geukens dd. 3 april 2025, wordt voorlopig vastgesteld.

 

Artikel 2

Gedurende het openbaar onderzoek, dat werd georganiseerd van 11 juni 2026 tot en met 10 juli 2026, werden 23 bezwaarschriften ingediend. De bezwaarschriften werden in dit besluit samengevat en behandeld onder het item 'Inspraak en advies - openbaar onderzoek'. De gemeenteraad besluit dat de bezwaren voor wat betreft de zaak der wegen ongegrond kunnen worden verklaard.

De gemeenteraad is van oordeel dat de bezwaren, conform de overwegingen en beoordelingen in dit besluit, niet van dien aard zijn dat het voorliggende ontwerp niet zou kunnen worden goedgekeurd.

 

Artikel 3

Het rooilijnplan, opgesteld door landmeter-expert Stef Geukens dd. 3 april 2025, wordt definitief vastgesteld.

 

Artikel 4

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen goed, waarbij loten A1 t.e.m. A18 en lot B  een totale oppervlakte van 43a 39ca in het openbaar domein ingelijfd worden, ter realisatie van de rooilijn. Lot B met een oppervlakte van 31ca zal eveneens in het openbaar domein worden ingelijfd worden in het openbaar domein ter afschaffing van de bestaande rooilijn ter hoogte van de aansluiting van het project met de Scheppelijkestraat. Loten A1 t.e.m. A18 en lot B worden opgenomen in het openbaar domein.

 

Artikel 5

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen goed, waarbij loten Z1 en Z2 met een totale oppervlakte van 5a 62ca als een eeuwigdurende kosteloze erfdienstbaarheid van openbaar nut ingelijfd worden, ter realisatie van een openbaar speelplein ingericht als natuurlijk speelterrein, voorzien van natuurlijke speelelementen zoals houten stappalen, een boomstam om over te lopen, een picknickbank en een wilgenhut.. Loten Z1 en Z2 worden opgenomen in het openbaar domein als een eeuwigdurende erfdienstbaarheid van openbaar nut.

 

Artikel 6

De akte inzake de gratis grondafstand alsook de vestiging van erfdienstbaarheid van openbaar nut wordt opgemaakt conform de belofte inzake grondafstand en een erfdienstbaarheid van openbaar nut zoals in bijlagen gegeven en conform het advies van de dienst patrimonium van 1 juni 2026.

 

De grondafstand en de vestiging van de publiekrechtelijke erfdienstbaarheid gebeurt gratis. Alle kosten voor de grondafstand en de vestiging van de erfdienstbaarheid van openbaar nut zijn ten laste van de aanvrager/eigenaar. De betreffende notariële akte zal, na de aflevering van een gunstige omgevingsvergunning, ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

De notariële akte wordt uiterlijk verleden op de datum van het verlijden van de basisakte en/of voor de start der werken.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

OMG 2026/9 - ZAAK VAN DE WEGEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Een aanvraag tot het verkavelen van een perceel in 3 loten waarbij 2 loten bestemd zijn voor eengezinswoningen in halfopen bebouwing en waarbij 1 lot ingelijfd wordt in het openbaar domein, werd ingediend op 22 april 2026.

 

De aanvraag is gekend in het omgevingsloket met volgend projectnummer: OMV_2026051872.

 

Kadastraal worden de percelen van de aanvraag omschreven als (afd. 1) sectie G nrs. 486/2 N, 486/2 T, 557B en 558_ (Scheppelijkestraat 40).

 

Lot 3, een strook grond met een oppervlakte van 1a 11ca en gelegen tussen de rooilijnen, wordt in het openbaar domein gelijfd en er wordt een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang voor de trage verbinding tussen de Scheppelijkestraat en de Lichte Hoeve gevestigd op lot A.

Conform het voorgesteld opmetingsplan van de landmeter Johan Schoeters dient daartoe lot 3 met een oppervlakte van 1a 11ca te worden afgestaan voor inlijving in het gemeentelijk openbaar domein. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Er wordt ook een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang voor de trage verbinding tussen de Scheppelijkestraat en de Lichte Hoeve gevestigd op lot A.

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de het voorziene wegtracé gerealiseerd.

 

Juridische gronden

        Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 (omgevingsvergunningsdecreet), artikel 31

        Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (omgevingsvergunningsbesluit)

        Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 (gemeentewegendecreet)

 

Inspraak en advies

Gedurende het openbaar onderzoek, dat werd georganiseerd van 11 juni 2026 tot en met 10 juli 2026 werden er geen bezwaarschriften of petitielijsten ingediend.

 

Bijlagen

  1. Advies_Fluvius_offerte
  2. nieuw_verkavelingsplan
  3. Advies_Pidpa_2026051872
  4. Advies_Wyre_20260605_094818_0
  5. Advies_groendienst_20260831_114126_0
  6. Advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_patrimonium_20260831_114022_0
  7. Rooilijnplan2-scheppelijkestraat-paadje2
  8. Advies_kostenraming_proximus_20260605_094712_0
  9. Advies_verkeersdienst_20260709
  10. Advies_ruimtelijk_beleid_-_sectie_wegen_20260714_152508_0
  11. Advies_Pidpa_Riolering

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het rooilijnplan is opgesteld door landmeter-expert Johan Schoeters op 19 mei 2026.

 

Artikel 31 van het omgevingsvergunningsdecreet stelt:

"§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt."

 

Artikel 8 van het gemeentewegendecreet stelt:

"Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad."

Artikel 11, §1, van het gemeentewegendecreet stelt dat gemeenten de ligging en breedte van gemeentewegen op hun grondgebied (en dus ook van voormalige buurtwegen) vastleggen in gemeentelijke rooilijnplannen, en dit ongeacht de eigenaar van de grond.

Artikel 12, §2, van het gemeentewegendecreet stelt dat in afwijking van artikel 11 de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het omgevingsvergunningendecreet kan worden opgenomen in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.

 

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol met bestemming woongebied.

 

De aanvraag betreft het verkavelen van een perceel in 3 loten waarbij 2 loten bestemd zijn voor eengezinswoningen in halfopen bebouwing en waarbij 1 lot ingelijfd wordt in het openbaar domein, gelegen te Scheppelijkestraat 40, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie G, nummer 486/02/T.

 

Volgens het rooilijnplan wordt lot 3, deel van perceel 486/02/T, met een oppervlakte van 1a 11ca, overgedragen naar het openbaar domein. De grondafstand gebeurt gratis in het voordeel van het gemeentebestuur. Op deze wijze wordt een beperkt deel van de rooilijn gerealiseerd ter hoogte van Scheppelijkestraat 40.

Er wordt ook een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang gevestigd op lot A voor de trage verbinding tussen de Scheppelijkestraat en de Lichte Hoeve.

 

Het betreft een verbreding van het openbaar domein. De wegverharding met bermen is reeds bestaande en blijft behouden. De waterhuishouding wordt niet gewijzigd. Er wordt geen toename van het aantal verkeersbewegingen verwacht. De wijziging van het wegtracé komt de verkeersveiligheid en toegankelijkheid ten goede. De rooilijnverbreding houdt geen wijziging in van het algemene wegennet. Er wordt geen nieuwe gemeenteweg aangelegd of een bestaande gemeenteweg verplaatst of opgeheven.

Deze wijziging past binnen de doelstelling van de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau en staat ten dienste van het algemeen belang. Langs de Scheppelijkestraat zijn verschillende woningen gelegen. Het betreft een lokale weg type III. De wegverharding met bermen is reeds bestaande. De ontsluiting van de aanpalende percelen komt niet in het gedrang.

De vestiging van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid tussen de Scheppelijkestraat en de Lichte Hoeve als trage verbinding versterkt het tragewegennetwerk. Voorliggend plan heeft geen grensoverschrijdend perspectief. De behoeften van de toekomstige generaties komen door voorliggend plan niet in het gedrang. De aanvraag is in overeenstemming met de doelstellingen en de principes van het gemeentewegendecreet.

 

De betrokken notariële akte zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen met gratis grondafstand van lot 3 met een oppervlakte van 1a 11ca, deel van een perceel afdeling 1, sectie G, nummer 486/02/T, en de vestiging van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang voor de trage verbinding tussen de Scheppelijkestraat en de Lichte Hoeve op lot A goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

KEMPENSE VERHUURPROMOTOR - DEELNAME PROJECT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

In het kader van de projectoproep Wonen van de Provincie Antwerpen werd binnen het samenwerkingsverband BALDEMORE het project De Verhuurpromotor uitgevoerd gedurende de periode 2023-2025. Om de continuïteit van deze succesvolle werking te verzekeren, werd in 2026 een overgangsjaar voorzien voor De Verhuurpromotor.

 

Het project De Verhuurpromotor richtte zich op het verruimen van het aanbod op de private huurmarkt door eigenaars van leegstaande of niet-verhuurde woningen te begeleiden bij het verhuurklaar maken en verhuren van hun woning. De resultaten tonen aan dat deze aanpak effectief bijkomende huurwoningen op de markt brengt en drempels voor verhuurders wegwerkt.

 

Gezien de blijvende wooncrisis en het aanhoudende tekort aan betaalbare huurwoningen werd onderzocht hoe deze werking structureel kan worden verdergezet op Kempense schaal. Het onderzoek naar de opstart van de Kempense Verhuurpromotor werd opgenomen in het activiteitenprogramma van IOK voor de periode 2025-2030.

 

Binnen het subsidiedossier van het Kempens Woonplatform voor de periode 2026-2031 werd de Kempense Verhuurpromotor als eigen initiatief opgenomen, waarbij voor 2026 is opgenomen dat het projectvoorstel inhoudelijk en financieel verder geconcretiseerd wordt, waarna de gemeenten bevraagd worden naar interesse om effectief deel te nemen aan het project en alzo het project verder te kunnen concretiseren. Mol heeft zich bij de opmaak van dit subsidiedossier van het Kempens Woonplatform reeds principieel achter dit initiatief gezet.

 

Het projectvoorstel werd besproken op de raad van bestuur van IOK van 20 februari 2026. Vervolgens werden de 23 aangesloten gemeenten van het Kempens Woonplatform en Energiehuis Kempen bevraagd over hun interesse om aan het project deel te nemen. Het gedetailleerde projectvoorstel werd op 9 maart 2026 aan de betrokken gemeenten bezorgd en nader toegelicht binnen de stuurgroep van het Kempens Woonplatform en het lerend netwerk Energiearmoede.

 

Op 22 april 2026 besliste het college van burgemeester en schepenen principieel om verder betrokken te blijven bij de uitwerking van het projectvoorstel. Intussen hebben 17 gemeenten aangegeven te willen deelnemen aan de verdere uitwerking van het project Kempense Verhuurpromotor. Op 22 mei 2026 gaf de raad van bestuur van IOK opdracht om het project verder uit te werken zodat het begin 2027 operationeel kan zijn.

 

Juridische gronden

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

        Vlaamse Codex Wonen van 2021

        Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

        Gemeenteraadsbeslissing van 23 juni 2025 betreffende de goedkeuring van het subsidiedossier van het Kempens Woonplatform Zuidoost

        Ministerieel besluit van 18 december 2025 betreffende de toekenning van een subsidie aan intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode 2026-2031

        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2026 betreffende de principiële goedkeuring van het projectvoorstel Kempense Verhuurpromotor

 

Bijlagen

1.) 2026_03_09_Kempense_Verhuurpromotor_projectvoorstel

2.) Beslissing_CBS_22-04-2026_Projectvoorstel_Kempense_Verhuurpromotor_gdk

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De huidige huurmarkt wordt gekenmerkt door een structureel tekort aan kwalitatieve en betaalbare huurwoningen. Elke bijkomende woning die op de huurmarkt beschikbaar komt, draagt bij aan de verruiming van het aanbod en kan de druk op de huurprijzen helpen verlichten.

 

De ervaringen met het project De Verhuurpromotor binnen de regio BALDEMORE tonen aan dat eigenaars vaak bereid zijn hun woning te verhuren wanneer zij voldoende ondersteuning krijgen bij administratieve, technische en praktische vraagstukken. Door deze drempels weg te nemen, worden woningen sneller verhuurklaar gemaakt en effectief op de huurmarkt gebracht. Dit draagt niet alleen bij aan een groter woonaanbod van kwalitatieve en betaalbare huurwoningen, maar ook een beter inzicht in het lokale woningpatrimonium. Daarnaast stimuleert het project de renovatie en activering van leegstaande of onbenutte woningen. Dit leidt tot een opwaardering van het woningpatrimonium en op die manier worden zowel de leefbaarheid als de ruimtelijke kwaliteit versterkt.

 

De Kempense Verhuurpromotor bouwt verder op deze bewezen methodiek en zet in op een efficiënte regionale samenwerking. Door maximaal af te stemmen op de bestaande dienstverlening van IOK, zoals de woon- en energieloketten, woningcontroleurs, HUISdokters en energiescanners, wordt overlap in de dienstverlening vermeden en kunnen eigenaars op een geïntegreerde en laagdrempelige manier worden ondersteund. Door actieve communicatie zal de Kempense Verhuurpromotor het aanbod zo ruim mogelijk bekend maken. De Kempens Verhuurpromotor blijft tijdens het traject het aanspreekpunt tot de woning verhuurklaar is, maar schakelt waar nodig partners in.

 

De deelname aan het project sluit bovendien aan bij de gemeentelijke regierol inzake wonen en bij de doelstellingen van het Kempens Woonplatform om het aanbod aan kwalitatieve en betaalbare huurwoningen te vergroten. Daarnaast draagt het project bij aan een beter zicht op het private woningpatrimonium en aan de verdere versterking en verfraaiing van de woonomgeving.

 

Financiële weerslag

Op basis van de gelopen subsidieprojecten en uitgaande van een maximale samenwerking met de andere dienstverleningen van IOK, werd een raming opgemaakt van de tijdsbesteding van de Kempense Verhuurpromotor.

Er wordt geopteerd om het project van de Kempense Verhuurpromotor via een kostendelende vereniging aan te bieden. Op basis van de huidige raming, waarbij wordt uitgegaan van 17 deelnemende gemeenten, bedraagt de jaarlijkse bijdrage voor de gemeente Mol ongeveer 6.974 euro.

De definitieve bijdrage zal worden vastgelegd in de werkingskosten van het kostendelend verlengstuk van IOK, hetgeen in het najaar van 2026 ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de raad van bestuur van IOK.

 

Actie

5/12/2 – We nemen als gemeente een regierol op in een kwaliteitsvol en betaalbaar woningaanbod, en volgen actief de aanvragen voor conformiteitsattesten op om de woonkwaliteit van (oudere) huurwoningen te bewaken.

Participatie in bovenlokale dienstverlening van de intercommunale i.k.v. Kempens Woonplatform (IOK).

Registratiesleutel

64940000-06000

Bedrag

2027: € 38.888,86

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad beslist om, in overeenstemming met het subsidiedossier van het Kempens Woonplatform Zuidoost, vanaf 1 januari 2027 deel te nemen aan het project Kempense Verhuurpromotor.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

WATERGEVOELIGE OPENRUIMTEGEBIEDEN (WORG) - VOORLOPIGE AANDUIDING - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Het WORG Gompelbaan werd op 21/03/2017 door de Vlaamse Regering aangeduid als signaalgebied.

Het beleidscomité keurde op 30/09/2025 een voorstel goed voor de aanduiding van WORG's binnen de gemeente. De door de Vlaamse Regering aangeduide WORG's maken hier deel van uit.

 

Juridische gronden

de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikel 5.6.8, § 1, tweede lid, en § 2, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 8 december 2017;

het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juni 2018 houdende nadere regels voor de aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden;

het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, artikel 1.3.1.1, §1, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2022;

het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, gewijzigd bij het besluit van 25 november 2022.

 

Inspraak en advies

Advies ruimtelijke ordening: gunstig

De dienst brengt een gunstig advies uit over de voorlopige aanduiding van de voorliggende Watergevoelige Openruimtegebieden (WORG's). In het licht van de toenemende klimaatuitdagingen en de vastgestelde toename van periodes van intense regenval is het behoud en de versterking van de beschikbare ruimte voor tijdelijke waterberging noodzakelijk. Dergelijke gebieden vervullen een belangrijke functie in het voorkomen en beperken van wateroverlast en overstromingen, zowel binnen het betrokken gebied als stroomafwaarts. De aanduiding draagt bijgevolg bij aan een klimaatrobuuste inrichting van de ruimte en aan de bescherming van inwoners, infrastructuur en bebouwde omgeving tegen de gevolgen van extreme weersomstandigheden.

 

Bijlagen

  1. Brief aan gemeente
  2. Tekst op gemeentelijke website
  3. Advies RO

 WORG Gompelbaan:

  1. Besluit Vlaamse Regering
  2. Grondplan
  3. Toelichtingsfiche

 WORG Hoeveloopweg:

  1. Besluit Vlaamse Regering
  2. Grondplan
  3. Toelichtingsfiche

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeenteraad neemt kennis van het voorstel tot voorlopige aanduiding van de WORG's 'Gompelbaan' en 'Hoeveloopweg' en volgt het advies van de dienst RO.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad geeft een gunstig advies over de voorlopige aanduiding van de WORG's 'Gompelbaan' en 'Hoeveloopweg'.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

HANDHAVING - LOKAAL HANDHAVINGSPLAN RUIMTELIJKE ORDENING 2020 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Binnen de omgevingswetgeving en het omgevingsbeleid zijn er heel wat regels en voorschriften die als belangrijk doel hebben om het leefmilieu en de goede ruimtelijke ordening te garanderen en de milieunormen en -regelgeving na te komen. Dit omgevingsbeleid bestaat uit drie pijlers: na plannen en vergunnen vormt handhaven het sluitstuk. Een omgevingsbeleid zonder handhaving dreigt immers zijn doel te missen.

Binnen onze gemeente is sinds 17 februari 2020 een lokaal handhavingsplan actief. Dit document is intussen voorbijgestreefd, te meer gezien de invoering van en de instap in het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving (KVH) van 13 juli 2023. Via een eerste algemeen implementatiedecreet van 26 april 2024, in werking op 1 april 2026, werd o.a. de handhaving inzake ruimtelijke ordening en milieubeleid onder het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving gebracht.

 

Het Kaderdecreet regelt alle handhavingsregels die binnen de bevoegdheid van Vlaanderen vallen, zowel m.b.t. de gerechtelijke als de bestuurlijke handhaving. De klemtoon ligt op de bestuurlijke handhaving omdat de bevoegdheid van Vlaanderen rond bestuurlijke handhaving het grootste is.

 

Net zoals de vergunningsverlening transparant dient te gebeuren, dient ook het toezicht en de handhaving ervan transparant te verlopen. Door dit duidelijk te maken in dit nieuwe omgevingshandhavingsplan 2026 zorgen we voor open communicatie naar onze inwoners toe. Zo geven we niet alleen aan welke prioriteiten we hanteren en hoe we ze omzetten in de praktijk maar we maken ook duidelijk hoe er wordt opgetreden na een klacht of melding.

De gemeente Mol beschikt met dit lokaal handhavingsplan over een geschreven plan en beleid inzake handhaving omgeving, zijnde ruimtelijke ordening én milieu (waar het lokaal handhavingsplan 2020 enkel werd opgemaakt voor ruimtelijke ordening). We willen streven naar een actief en oplossingsgericht lokaal handhavingsbeleid dat gedragen is door onze verschillende partners.

 

Op 3 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en schepenen een nieuwe verbalisant ruimtelijke ordening aangesteld. Het opmaken van een vernieuwd handhavingsplan was hierbij een logisch gevolg, om met nieuwe inzichten en prioriteiten aan de slag te kunnen gaan. Onze handhavingspartner IDH-IOK, zal zich mede inzetten om te handhaven op de prioriteiten die werden opgelijst in dit handhavingsplan, dit steeds met het oog op herstel.

 

Juridische gronden

Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023

Algemeen implementatiedecreet van 26 april 2024

Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening

Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid

Besluit van de Vlaamse regering over de omgevingshandhaving van 23 mei 2025 (Omgevingshandhavingsbesluit)

 

Bijlage

  1. Lokaal handhavingsplan 2026 – Omgeving gemeente Mol

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In functie van een efficiënt en duurzaam handhavingsbeleid is het noodzakelijk dat de afdeling Omgeving vanuit een kader kan werken dat gedragen wordt door het bestuur. Er zullen immers keuzes moeten gemaakt worden. Deze keuzes worden goed gemotiveerd en samengevat in het "Lokaal handhavingsplan 2026 – Omgeving gemeente Mol". Het bepalen van de handhavingsprioriteiten is een noodzakelijke stap. Het is ook enkel via de handhavingsprioriteiten mogelijk om de intergemeentelijke toezichthouder en de intergemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur/herstelinstantie (IDH-IOK) in te schakelen bij de verdere behandeling van de handhavingsdossiers.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het "Lokaal handhavingsplan 2026 – Omgeving gemeente Mol", zoals toegevoegd als bijlage, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BRANDSTRAAT - GRATIS GRONDAFSTAND IN UITVOERING VAN OMGEVINGSVERGUNNING 2024/37 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 21 mei 2025 leverde het gemeentebestuur een omgevingsvergunning 2024/37 af voor het verkavelen van een perceel gelegen langs de Brandstraat in 3 loten, waarbij 2 loten bestemd zijn voor vrijstaande eengezingswoningen en waarbij lot 1 toegevoegd wordt aan het openbaar domein.

 

Op 31 maart 2025 keurde de gemeenteraad de zaak van de wegen met gratis grondafstand goed, voor het perceel gelegen in Mol, 1ste afdeling, sectie G, deel van perceel nummer 64R. In de omgevingsvergunning werd de voorwaarde opgenomen dat lot 3, met een oppervlakte van 4a56ca, gratis dient te worden afgestaan aan de gemeente Mol, om ingelijfd te worden in het gemeentelijk openbaar domein ter realisatie van de rooilijn.

 

Juridische gronden

Artikel 40, § 1 van het decreet lokaal bestuur: "Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden vermeld in artikel 2".

 

Artikel 41, 11° van het decreet over het lokaal bestuur: "De daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b) kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd".

 

Inspraak en advies

Bodemattest Ovam van 16 februari 2026.

Advies departement ruimte, projectcel gebouwen van 8 januari 2025.

Ontwerpakte opgesteld door notaris Ann-Sophie Van Roosbroeck uit Mol.

 

Bijlagen

  1. CBS_21_mei_2025_omgevingsvergunning_2024-37
  2. GR_31_maart_2025_zaak_van_de_wegen
  3. Ontwerpakte
  4. Kadastrale_legger
  5. Afbakeningsplan
  6. Kadastraal_plan
  7. Advies_projectcel_gebouwen
  8. Bodemattest_Ovam

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gratis grondafstand kadert in uitvoering van een voorwaarde van de omgevingsvergunning 2024/37, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 21 mei 2025.

In deze omgevingsvergunning werd de voorwaarde opgenomen dat lot 3 gratis dient te worden afgestaan aan de gemeente Mol, om in te lijven in het openbaar domein van de gemeente Mol, ter realisatie van de rooilijn.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur. Het betreft hier een gratis grondafstand om te voegen bij de openbare wegenis. Alle kosten zijn voor de overlaters.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad is akkoord om lot 3, gelegen in Mol, 1ste afdeling, sectie G, deel van perceel nummer 64R, met een oppervlakte van 4a56ca, kosteloos in te lijven in het gemeentelijk openbaar domein van de gemeente Mol. Lot 3 staat aangeduid op het opmetingsplan opgesteld door landmeter-expert Johan Livens op12 juni 2025.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt de voorwaarden opgenomen in de ontwerpakte, opgesteld door notaris Ann-Sophie Van Roosbroeck uit Mol, goed.

 

Artikel 3

De gratis grondafstand gebeurt om reden van openbaar nut, ter realisatie van een gedeelte van de rooilijn.

 

Artikel 4

Aangezien deze overdracht gebeurt voor algemeen nut, zijnde de inlijving in het gemeentelijk openbaar domein, wordt er vrijstelling van registratierechten gevraagd.

 

Artikel 5

Aan de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt ontslag verleend om bij de overschrijving van deze akte ambtshalve een hypothecaire inschrijven te nemen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

KEIHEUVELSTRAAT 38 - GRATIS GRONDAFSTAND IN UITVOERING VAN VERKAVELINGSVERGUNNING VAN 23 JULI 1998 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 23 juli 1998 leverde het gemeentebestuur een verkavelingsvergunning 080/1484 af voor het verkavelen van percelen gelegen langs de Keiheuvelstraat in Mol.

De afstanddoeners (erfgenamen) wensen het perceel gelegen voor de rooilijn, te schrappen van hun kadastrale legger, door dit gratis af te staan aan de gemeente.

Het betreft het perceel gelegen in Mol, 1ste afdeling, sectie G, nr. 1238M2, met een kadastrale oppervlakte van 41ca.

 

Juridische gronden

Artikel 40, § 1 van het decreet over het lokaal bestuur: "Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden vermeld in artikel 2."

 

Artikel 41, 11° van het decreet over het lokaal bestuur: "De daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b) kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd."

 

Inspraak en advies

Gunstig advies departement ruimte, projectcel Gebouwen van 11 juni 2026.

Ontwerpakte opgesteld door notaris Bart Laureys uit Mol.

Bodemattest Ovam van 11 april 2026.

 

Bijlagen

  1. Advies_projectcel_Gebouwen
  2. Bodemattest_Ovam
  3. Kadastraal_plan
  4. Ontwerpakte
  5. Verkavelingsvergunning_080-1484

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gratis grondafstand is in uitvoering van een voorwaarde van een oude verkavelingsvergunning 080/1484, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 23 juli 1998. De afstanddoeners (erfgenamen) wensen het perceel gelegen voor de rooilijn, te schrappen van hun kadastrale legger, door dit gratis af te staan aan de gemeente.

 

Financiële weerslag

De notariskosten vallen ten laste van de gemeente Mol. De landmeters- en aktekosten erfopvolging zijn ten laste van de afstanddoeners.

 

Actie

5/14/4 - Aan- en verkoop van onroerende goederen

Registratiesleutel

61300000/005000 - Erelonen en vergoedingen

Bedrag

€ 1.800,00

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad is akkoord om het perceel lot 1bis, gelegen in Mol, 1ste afdeling, sectie G, nr. 1238M2, met een kadastrale oppervlakte van 41ca, gelegen voor de rooilijn, op te nemen in het gemeentelijk openbaar domein. Lot 1bis staat aangeduid op het opmetingsplan opgesteld door landmeter-expert M. Rutten op 27 oktober 1997.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt de voorwaarden opgenomen in de ontwerpakte, opgesteld door notaris Bart Laureys uit Mol, goed.

 

Artikel 3

De gratis grondafstand gebeurt om reden van openbaar nut, ter realisatie van een gedeelte van de rooilijn.

 

Artikel 4

Aangezien deze overdracht gebeurt voor algemeen nut, zijnde de inlijving in het gemeentelijk openbaar domein, wordt er vrijstelling van registratierechten gevraagd.

 

Artikel 5

Aan de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt ontslag verleend om bij de overschrijving van deze akte een hypothecaire inschrijving te nemen.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

HESSIE - VOORLOPIGE VASTSTELLING KLASSEREN VAN PRIVATE GRACHTEN TOT PUBLIEKE GRACHTEN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Vanuit de rioolbeheerder Pidpa is er in 2022 een hemelwater- en droogteplan opgemaakt voor het grondgebied van de gemeente Mol waarbij deze is opgedeeld in verschillende deelzones. De motiveringsnota betreft de gracht gelegen in Ezaart (deelzone Mo023 vanuit het Hemelwater- en droogteplan van Geolink) tussen de straten Hessie en Eksterstraat en ten Zuiden van het treinspoor met spoorlijn 15 en fietsostrade F105.

 

Het college van burgemeester en schepenen leverde op 14 augustus 2023 omgevingsvergunning 2023/88 af voor deze gracht.

 

Tijdens de wegenis- en rioleringswerken op Hessie begin 2026 werd de regenwaterriolering verbonden met de Millegemloop door deze gracht, destijds trekgracht nr. 11 genoemd, dewelke geprofileerd en verlegd werd naar zijn oorspronkelijke locatie. Deze gracht zal nu opgewaardeerd worden als publieke gracht, een statuut dat de decreetgever in het leven heeft geroepen om het beheer van belangrijke private grachten toe te kunnen wijzen aan de gemeente. Tegelijk worden erfdienstbaarheidszones (ruimingsstroken) vastgelegd om deze grachten te kunnen ruimen.

 

Op de plaatsen waar buurtwegen met een breedte van min. 3 meter lopen langs de gracht worden geen bijkomende ruimingszones voorzien. Waar geen buurtwegen lopen langs de gracht worden erfdienstbaarheidszones (ruimingsstroken) voorzien aan één zijde van de gracht. De erfdienstbaarheidszones, zoals aangeduid op het vergunde omgevingsplan, worden aangehouden.

De erfdienstbaarheid wordt bepaald op 3 meter vanaf de rand van de talud van de gracht. Dit om een voldoende brede zone te hebben om de grachten bij voorkeur machinaal te ruimen en indien niet mogelijk handmatig.

De gemeente en/of de gemachtigde grachtbeheerder, hebben het recht van doorgang met het nodige materiaal.  Ook mogen ruimingsproducten en maaisel uit de gracht gedeponeerd worden in de erfdienstbaarheidszone. In de praktijk zullen deze echter in de mate van het mogelijke worden afgevoerd.

Het ruimen van de grachten zal in de mate van het mogelijke in de periode augustus tot november gebeuren.

Om de erfdienstbaarheidszone van ruiming in de praktijk mogelijk te maken zullen de volgende regels toegepast worden:

        nieuwe constructies zijn niet toegelaten in de erfdienstbaarheidszone, tenzij mits toelating van                de gemeente;

        bestaande constructies (= aanwezig op datum van de beslissing) beplantingen en constructies                kunnen behouden blijven. De beheerder zal zich voor het onderhoud schikken naar de bestaande toestand (vb. manueel ruimen).

 

Deze gemeenteraad wordt gevraagd haar voorlopige goedkeuring te geven en het college van burgemeester en schepenen de opdracht te geven een openbaar onderzoek in te richten. Nadien zal de gemeenteraad de eventuele bezwaren behandelen en wordt de gemeenteraad gevraagd om haar definitieve goedkeuring.

 

Juridische gronden

De wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen: artikel 23ter.

De wet van 26 maart 1971 op de bescherming van oppervlaktewateren, gecoördineerd op 15 juni 2018: artikel 1.1.3. §2 17° en artikel 3.4.1. §1.

Het verzameldecreet 2019: artikel 26.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van de wet onbevaarbare waterlopen: afdeling 3.

 

Inspraak en advies

Advies departement ruimte, sectie wegen: gunstig om de gracht aangeduid op de plannen

        EZ-GRHes-01_GP1_N_versie 29072026

        EZ-GRHes-01_GP2_N_versie 29072026

        EZ-GRHes-01_GP3_N_versie 29072026

aan te duiden als publieke gracht.

 

Bijlagen

  1. EZ-GRHes-01_GP1_N_versie29072026
  2. EZ-GRHes-01_GP2_N_versie29072026
  3. EZ-GRHes-01_GP3_N_versie29072026
  4. EZ-GRHes-01-Toelichtings-&Motiveringsnota
  5. EZ-GRHes-01_OP_N_versie29072026
  6. EZ-GRHes-01_OP_N_versie02072026

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Door de klimaatverandering worden periodes van langdurige droogte steeds vaker afgewisseld met intense neerslag. Een doordachte waterhuishouding is daarom essentieel geworden. Hemelwater moet maximaal ter plaatse kunnen infiltreren om de grondwatervoorraden aan te vullen, terwijl buffering noodzakelijk is om wateroverlast stroomafwaarts te beperken. Overtollig water moet bovendien op een gecontroleerde manier kunnen worden afgevoerd.

 

Met het oog op de optimalisatie van het hemelwaternetwerk is het aangewezen op bepaalde private grachten een publiek statuut toe te kennen.

 

Het college van burgemeester en schepenen leverde op 14 augustus 2023 omgevingsvergunning 2023/88 af voor deze gracht. Deze formele opwaardering als publieke gracht is in uitvoering van deze omgevingsvergunning

 

Op de plaatsen waar buurtwegen met een breedte van min. 3 meter lopen langs de gracht worden geen bijkomende ruimingszones voorzien. Waar geen buurtwegen lopen langs de gracht worden erfdienstbaarheidszones (ruimingsstroken) voorzien aan één zijde van de gracht. De erfdienstbaarheidszones, zoals aangeduid op het vergunde omgevingsplan, worden aangehouden.

De erfdienstbaarheid wordt bepaald op 3 meter vanaf de rand van de talud van de gracht. Dit om een voldoende brede zone te hebben om de grachten bij voorkeur machinaal te ruimen en indien niet mogelijk handmatig.

De gemeente en/of de gemachtigde grachtbeheerder, hebben het recht van doorgang met het nodige materiaal.  Ook mogen ruimingsproducten en maaisel uit de gracht gedeponeerd worden in de erfdienstbaarheidszone. In de praktijk zullen deze echter in de mate van het mogelijke worden afgevoerd.

Het ruimen van de grachten zal in de mate van het mogelijke in de periode augustus tot november gebeuren.

Om de erfdienstbaarheidszone van ruiming in de praktijk mogelijk te maken zullen de volgende regels toegepast worden:

        nieuwe constructies zijn niet toegelaten in de erfdienstbaarheidszone, tenzij mits toelating van de gemeente;

        bestaande constructies (= aanwezig op datum van de beslissing) beplantingen en constructies kunnen behouden blijven. De beheerder zal zich voor het onderhoud schikken naar de bestaande toestand (vb. manueel ruimen).

 

Het onderhoud en de instandhouding van de publiek grachten komt toe aan de gemeente of haar aangestelde beheerder.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

De decreetgever bepaalt dat er geen vergoedingen voldaan dienen te worden aan de betrokken eigenaars.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de toelatings- en motiveringsnota "Klasseren van private grachten tot publieke grachten" opgesteld door de sectie wegen, voorlopig goed.

 

Artikel 2

De gemeenteraad duidt de gracht aangeduid op de plannen:

        EZ-GRHes-01_GP1_N_versie 29072026

        EZ-GRHes-01_GP2_N_versie 29072026

        EZ-GRHes-01_GP2_N_versie 29072026

voorlopig vast als publieke gracht.

 

Artikel 3

De gemeenteraad stelt de erfdienstbaarheidszone (ruimingsstrook), met een breedte van 3 meter , zoals aangeduid op de plannen: 

 EZ-GRHes-01_GP1_N_versie 29072026

 EZ-GRHes-01_GP2_N_versie 29072026

 EZ-GRHes-01_GP2_N_versie 29072026

voorlopig vast.

 

Artikel 4

De gemeenteraad geeft het college van burgemeester en schepenen de opdracht een openbaar onderzoek te organiseren.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BOSGROEP NOORDERKEMPEN - AFSLUITEN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Bosgroep Kempen Noord vzw wenst een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met de gemeente Mol. In deze samenwerkingsovereenkomst worden de verbintenissen vanwege de bosgroep en de gemeente vastgelegd. Tevens wordt de verhoging van de jaarlijkse subsidie van 2.500,00 euro naar 4.000,00 euro, voor de dagelijkse werking van de bosgroep en de projectondersteuning ,voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2030, vastgelegd.

 

Juridische gronden

Artikel 41, 5° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017: "de volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd: het goedkeuren van beheersovereenkomsten en samenwerkingsovereenkomsten als vermeld in artikel 196, 243 en 247."

 

Inspraak en advies

Advies beleidscomité van 2 december 2025: gunstig.

Advies departement ruimte, groendienst: gunstig.

 

Bijlage

  1. Samenwerkingsovereenkomst_gemeente_Mol_-_Bosgroep_Kempen_Noord_vzw

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Om de huidige samenwerking met Bosgroep Kempen Noord vzw verder te zetten, en om de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage voor hun dagelijkse werking en hun projectondersteuning vast te leggen, is het nodig om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten.

 

Financiële weerslag

De gemeente verleent een jaarlijkse subsidie aan Bosgroep Kempen Noord vzw van 4.000,00 euro.

 

Actie

3/3/1 - het vergunningenbeleid werkt vanuit duidelijke richtinggevende kaders

Registratiesleutel

64930000 - toegestane werkingssubsidie aan verenigingen

Bedrag

€ 4.000,00 (geïndexeerd)

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het afsluiten van volgende samenwerkingsovereenkomst met Bosgroep Kempen Noord vzw:

 

Hoofdstuk 1: definities

 

Artikel 1.

Voor de toepassing van deze samenwerkingsovereenkomst wordt verstaan onder:

 

Erkende bosgroep: een bosgroep die door het Vlaams Gewest voorlopig of definitief erkend is overeenkomstig de bepalingen uit het Besluit van de Vlaamse Regering d.d. 4 juli 2003 en wijzigingen betreffende de erkenning en de subsidiëring van bosgroepen en de wijze waarop leden van het Bosbeheer kunnen meewerken in erkende bosgroepen. Naar dit Besluit van de Vlaamse Regering wordt verder in deze overeenkomst steeds verwezen als het BVR van 4 juli 2003.

 

Activiteitenverslag: het activiteitenverslag omvat een evaluatie van het voorbije werkjaar en een planning voor het komende werkjaar.

 

Hoofdstuk 2: algemene bepalingen

 

Artikel 2.1.

Deze overeenkomst vangt aan op datum van ondertekening onderaan dit document, en loopt voor onbepaalde duur. De voortzetting van deze overeenkomst is afhankelijk van de positieve evaluatie door beide contractanten. In het geval de afspraken gemaakt via deze overeenkomst niet nageleefd worden, kan elk van de partijen een eind stellen aan de overeenkomst aan het einde van elk werkjaar.

 

Artikel 2.2.

Wanneer de voorlopige of definitieve erkenning van de bosgroep wordt opgeschort of ingetrokken overeenkomstig artikel 13 en 14 van het BVR van 4 juli 2003, dan kan de uitvoering van deze overeenkomst respectievelijk worden opgeschort of ingetrokken.

 

Artikel 2.3.

Overeenkomstig het BVR van 4 juli 2003, maakt de erkende bosgroep jaarlijks een activiteitenverslag op.

Dit activiteitenverslag omvat een evaluatie van het voorbije werkjaar en een planning voor het komende werkjaar. Dit activiteitenverslag wordt ingediend bij de gemeente binnen de 60 dagen na het afsluiten van het vorig werkjaar.

 

Hoofdstuk 3: verbintenissen vanwege de bosgroep

 

Artikel 3.1.

De bosgroep verleent gratis advies over bosbeheer, subsidies, wetgeving, … aan de boseigenaars die een bosje hebben binnen de gemeente. De bosgroep geeft eveneens advies aan de boseigenaars ter ondersteuning bij de opmaak van gezamenlijke natuurbeheerplannen, aanvraag van kapmachtigingen en de aanvraag van subsidies.

 

Artikel 3.2.

De bosgroep ondersteunt de gemeente met het geven van info over de beheerwerken in de gemeente en tips over bos- en natuurbeheer in het gemeentelijk infoblad.

 

Artikel 3.3.

De bosgroep zal de instandhoudingsdoelstellingen in de privé-bossen van de gemeente mee helpen realiseren.

 

Artikel 3.4.

De bosgroep verbindt er zich toe om haar vrijwilligerswerking in de gemeente verder uit te bouwen om op deze manier nog beter de lokale boseigenaars te kunnen ondersteunen bij het beheer van hun bossen.

 

Artikel 3.5.

De bosgroep zal een adjunct-coördinator inzetten voor de plaatselijke boscomplexwerking en de vrijwilligerswerking lokaal uit te bouwen in de gemeente.

 

Artikel 3.6.

De bosgroep streeft naar een evenredige ondersteuning voor de verschillende lokale besturen die een samenwerkingsovereenkomst hebben met de bosgroep (zowel naar inzet van adjunct-coördinator als naar vrijwilligerswerking, als naar arbeid) met basisondersteuning. Het overeengekomen bedrag zal voor 50% ingezet worden voor basiswerking. Dit bedrag wordt aangevuld met subsidies van andere overheden, zoals de Vlaamse gemeenschap en provincie Antwerpen. Daardoor kan de bosgroep private eigenaars helpen waar nodig.

 

Artikel 3.7.

De bosgroep verbindt zich er toe om de gemeente te ondersteunen met projectwerking, dat in samenspraak wordt vast gelegd. 50% van het totale bedrag kan gespendeerd worden aan de projectwerking. De bosgroep kan binnen deze overeenkomst 4 dagen werk leveren voor één of meerdere projecten. Als er geen project besproken wordt, kan dit niet retro-actief uitgevoerd worden.

 

Enkele voorbeelden zijn:

        bebossingsprojecten;

        opmaak en opvolging van natuurbeheerplannen;

        ontwikkeling van gedragen visies omtrent toegankelijkheid en educatie in bossen;

        de realisatie van de gedragen visie op het terrein;

        advies en maatplan voor de omgang met agressieve exoten in het gebied;

        omgaan met brand of ziekten (vb. schorskever bij fijnspar);

        kleinschalig bosbeheer in gemeentebossen;

        allerlei andere acties die het bos ten goede komen.

 

Artikel 3.8.

De bosgroep verbindt er zich toe om jaarlijks een activiteitenverslag op te maken en in te dienen bij de gemeente, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3 van deze overeenkomst.

 

Hoofdstuk 4: verbintenissen vanwege de gemeente

 

Artikel 4.1.

De gemeente stelt haar vergaderzalen en communicatiekanalen ter beschikking van de bosgroep.

 

Artikel 4.2.

De gemeente verleent een jaarlijkse subsidie aan de bosgroep van 4000,00 euro (indexeerbaar op basis van referentiejaar 2025) voor de dagelijkse werking van de bosgroep en projectondersteuning voor de gemeente voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2030.

 

Artikel 4.3.

Het jaarlijks subsidiebedrag wordt ieder jaar geïndexeerd, volgens de indexering van de consumptieprijzen van het voorbijgaande jaar, weergegeven door de FOD economie.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

NIRAS - KADER VOOR TOEKOMSTIGE BIJAKTES AAN HET MAATSCHAPPELIJK CONTRACT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op de gemeenteraad van 23 december 2019 werd het maatschappelijk contract tussen NIRAS en STORA, MONA, de gemeente Dessel en de gemeente Mol goedgekeurd.

 

Juridische gronden

Artikel 56, §1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Bijlage

1. NIRAS - Kader voor toekomstige bijaktes aan het maatschappelijk contract

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Na de studie van de simulaties inzake het FMT (Fonds Middellange Termijn) is het standpunt van MONA vzw licht gewijzigd ten opzichte van het laatste overleg van 10 maart 2026.

 

Tijdens de zitting van 2 juni ll. nam het bestuursorgaan van MONA het volgende standpunt in:

Het bestuursorgaan keurt het voorstel goed om 120 miljoen euro (2026) toe te kennen aan het Lokaal Fonds, met een looptijd tot 2070 en een portefeuilleverdeling van 50% obligaties en 50% aandelen.

 

Daarnaast vraagt het bestuursorgaan van MONA om volgende principes op te nemen in de bijakte:

Een vijfjaarlijkse herziening van het maatschappelijk contract, waarbij de meerwaardeprojecten, de beschikbare middelen en de uitgaven van het FMT-fonds worden geëvalueerd.

De opname van het principe dat eventuele overschotten kunnen worden doorgestort naar het Lokaal Fonds. Hierbij wordt voorgesteld om deze mogelijkheid niet te beperken tot het bedrag van 110 miljoen euro (2019), zodat ook bijkomende beschikbare middelen kunnen worden doorgestort. MONA is voorstander om geen maximumbedrag vast te leggen.

De uitwerking van een formule voor de bepaling van de bedragen die bij een vijfjaarlijkse herziening kunnen worden doorgestort naar het Lokaal Fonds.

De middelen van het FMT-fonds dienen op een gelijkaardige wijze te worden belegd en beheerd als de middelen van het FLT GEO (Fonds Lange Termijn voor Geologische Berging).

 

Gezamenlijke conclusies MONA en STORA:

De bijakte van het maatschappelijk contract zal een looptijd hebben tot 2070.

Het bedrag dat naar het Lokaal Fonds wordt overgedragen bedraagt 120 miljoen euro (2026).

De investeringsstrategie van NIRAS zal worden gevolgd.

Er komt om de vijf jaar een herziening van het maatschappelijk contract in de vorm van een bijakte, of eerder indien noodzakelijk en mits consensus van alle partijen.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt onderstaand kader voor toekomstige bijaktes aan het maatschappelijk contract goed:

 

KADER VOOR TOEKOMSTIGE BIJAKTES AAN HET MAATSCHAPPELIJK CONTRACT

 

Dit kader voor toekomstige bijaktes aan het maatschappelijk contract werd opgesteld op ( “06/07/2026”) te Dessel tussen:

 

a.- Studie- en overleggroep radioactief afval Dessel VZW, afgekort STORA, met maatschappelijke zetel te 2480 Dessel, Gravenstraat 3  /C, en hierbij vertegenwoordigd door de heer  Paul Meynants, bestuurder;

 

b.- Mols overleg nucleair afval VZW, afgekort MONA, met maatschappelijke zetel te

2400 Mol, Molenhoekstraat 3, en hierbij vertegenwoordigd door de heer Frank

Vandervoort, bestuurder;

 

c. De gemeente Dessel, met zetel te 2480 Dessel, Hannekestraat 1, en hierbij

vertegenwoordigd door ……………..…….………………………………………………….…………,

handelend op basis van een beslissing van de gemeenteraad in zijn zitting van .............................................;

 

d.- De gemeente Mol, met zetel te 2400 Mol, Molenhoekstraat 2, en hierbij

vertegenwoordigd door ……………………………………………………………………….…………,

handelend op basis van een beslissing van de gemeenteraad in zijn zitting van ………………………………………..; 

 

Hierna “de lokale gemeenschap” genaamd,

 

En : 

De Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 32, en hierbij

vertegenwoordigd door de heer Marc Demarche, Directeur-generaal en de heer Bram De Wispelaere, Voorzitter van de Raad van Bestuur;

 

Hierna “NIRAS” genaamd,

 

Hierna ook elk afzonderlijk “Partij” en samen de “Partijen” genaamd.

 

1. De wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 voorziet in artikel 179§2, 11° in de oprichting van een Fonds op Middellange termijn, hierna ‘FMT’:

‘11°

De Instelling kan een fonds oprichten, ook Fonds op middellange termijn genoemd, om de kosten te dekken van de bijbehorende voorwaarden die werden goedgekeurd, enerzijds, door de gemeenteraad (-raden) van de gemeente(n) die het mogelijk heeft (hebben) gemaakt een maatschappelijk draagvlak te creëren en te bestendigen voor de vestiging van een bergingsinstallatie, door de ontwikkeling en de instandhouding van een participatief proces of van elke andere bestaande of uit te werken methode of procédé die hetzelfde resultaat bereikt, en, anderzijds, op voorstel van de Instelling, door de federale regering.

Deze kosten worden gemaakt om het vereiste maatschappelijk draagvlak te creëren en in stand te houden voor de integratie van een bergingsinstallatie voor radioactief afval in een lokale collectiviteit.

 In ieder geval kunnen de middelen van het Fonds op middellange termijn worden aangewend om alle of een deel van de kosten te financieren verbonden aan de investering en de exploitatie van de infrastructuren alsook aan de activiteiten en projecten van de lokale collectiviteit die, via een participatief proces, de continuïteit van het maatschappelijk draagvlak voor de berging verzekert.’

 

2. De middelen van het Fonds op middellange termijn kunnen in ieder geval worden aangewend ten behoeve van de lokale collectiviteit en/of haar inwoners die het mogelijk hebben gemaakt een maatschappelijk draagvlak te creëren en te bestendigen voor de vestiging van een bergingsinstallatie, door de ontwikkeling en de instandhouding van een participatief proces of van elke andere bestaande of uit te werken methode die hetzelfde resultaat bereikt, of ten behoeve van de lokale collectiviteit en/of haar inwoners die worden geraadpleegd in het kader van de vergunningsprocedure ter uitvoering van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.

 

3. Binnen de Instelling werd een Toezichtcomité opgericht, belast met het controleren van de bestemming van de middelen van het FMT. 

 

4. Het Toezichtcomité is gemachtigd om globaal toezicht uit te oefenen op het ganse beheer van de middelen van het FMT in zijn totaliteit. Het comité kan dus tussenkomen in de beginfase ('en amont'), bijvoorbeeld om de geplande bestemming van de middelen van het Fonds op middellange termijn te onderzoeken, maar ook in de eindfase (‘en aval'), bijvoorbeeld om de overeenstemming na te gaan tussen de aangekondigde en de daadwerkelijke aanwending van de fondsen. 

 

Eind 2019 werd een Maatschappelijk Contract tussen Partijen ondertekend.

 

5. Bij de bepaling van het bedrag van het FMT, werd rekening gehouden met een opvulplan voor de berging tot 2060. Het nieuwe referentiescenario van 2026 voor het project van de oppervlakteberging voorziet echter dat het opvullen van de modules met monolieten zal doorlopen tot 2065. Dit is vijf jaar langer dan in het vorige referentiescenario. Deze scenario’s zijn steeds indicatief, zonder enige garantie voor wat betreft de exacte timing, noch de uitvoeringstermijn. 

 

6. De verlenging van de looptijd heeft financiële gevolgen aangezien het feit dat het FMT een gesloten - lees: een fonds met een vast initieel bedrag - fonds is. 

 

7. Er in overleg met de lokale gemeenschap in 2026 een bijakte zal opgemaakt worden bij het Maatschappelijke Contract met aandacht voor het nieuwe referentiescenario van 2026 voor het project van de oppervlakteberging (dat voorziet dat het opvullen van de modules met monolieten zal doorlopen tot 2065), voor de financiering  van het Lokaal Fonds (onverminderd de wettelijke bepalingen en controle dienaangaande), en voor de andere maatschappelijke randvoorwaarden.  

8. Partijen hebben de intentie om, om de vijf jaar het Maatschappelijke Contract te herzien in de vorm van een bijakte. 

 

9. NIRAS staat in voor het adequate en prudente beheer van de financiële middelen van het FMT- te onderscheiden van de middelen van het Lokaal Fonds, die aan specifieke beleggingsregels zijn onderworpen en extern worden belegd -  en zal deze middelen beleggen met het oog op het ondersteunen van de financiering van de voorziene uitgaven van het FMT. 

Deze verplichting vormt een middelenverbintenis en houdt geen resultaatsverbintenis in noch met betrekking tot een bepaald te behalen rendement, noch inzake de instandhouding van het kapitaal, noch inzake de volledige dekking van alle voorziene of gewenste uitgaven.

 

10. Eventuele financiële meerwaarden, die voortvloeien uit het beheer of de belegging van de middelen van het FMT blijven integraal in het FMT en komen aldus ten gunste van de maatschappelijke projecten waarvoor het fonds in financiering kan voorzien.

NIRAS is niet gehouden minderwaarden, waardeverminderingen of verliezen, die voortvloeien uit het beheer of beleggingen van de middelen binnen het FMT, te compenseren, noch om het FMT aan te vullen. Alle aan de beleggingen verbonden risico’s worden uitsluitend door het FMT gedragen, hetgeen door alle Partijen uitdrukkelijk wordt erkend en aanvaard. 

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

EVA-VZW CULTUUR - AGENDA ALGEMENE VERGADERING 28 SEPTEMBER 2026 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Op 16 december 2013 gaf de gemeenteraad zijn goedkeuring aan de omvorming van een programma vzw tot een extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm. Op 24 juni 2026 werd deze EVA-vzw uitgebreid met de werking van de volledige afdeling cultuur. Een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en EVA-vzw cultuur regelt de verhouding tussen beide. De agenda van de algemene vergadering moet vooraf geagendeerd worden op de gemeenteraad. Daarbij wordt de vertegenwoordiger van het gemeentebestuur gemandateerd om tijdens de daaropvolgende vergadering te handelen overeenkomstig de beslissingen van de gemeenteraad in deze agenda.

 

Juridische gronden

Artikel 12 van de statuten van de EVA-vzw cultuur Mol.

Artikel 41, 42 en 386 van het decreet lokaal bestuur.

 

Bijlagen

  1. Verslag_AV_2juni_(1)
  2. Budget_Cultuur_2027_def
  3. definitief_CUL497-260720-Interne_jaarrekening_per_30-06-2026_V05

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Op 28 september 2026 vindt de algemene vergadering van de EVA-vzw cultuur plaats. De gemeenteraad dient de agenda van de algemene vergadering goed te keuren.

 

Agenda:

1. aanwezigheden en volmachten

2. goedkeuring notulen algemene vergadering 2 juni 2026

3. tussentijdse cijfers 2026 en budgetvoorstel 2027

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van 22 september 2026 van de EVA-vzw cultuur:

1. aanwezigheden en volmachten

2. goedkeuring notulen algemene vergadering 2 juni 2026

3. goedkeuring tussentijdse cijfers 2026 en budgetvoorstel 2027

 

Artikel 2

De vertegenwoordiger van het gemeentebestuur wordt gemandateerd om tijdens die algemene vergadering te handelen overeenkomstig de beslissing. Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de gemeentelijke vertegenwoordiger gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met eenzelfde agenda.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan de EVA-vzw cultuur.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BOA - ERKENNING BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG GEMEENTE MOL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 22 juni 2026 het lokaal erkenningskader buitenschoolse kinderopvang goed. Dit erkenningskader werd uitgewerkt in uitvoering van het BOA-decreet en bepaalt de kwaliteits- en erkenningsvoorwaarden waaraan organisatoren van buitenschoolse kinderopvang op het grondgebied van Mol moeten voldoen.

 

De gemeente Mol organiseert zelf buitenschoolse kinderopvang en wenst daarbij dezelfde kwaliteitsvereisten toe te passen als deze die worden opgelegd aan andere aanbieders van buitenschoolse kinderopvang.

 

Een toetsing van de werking van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang aan het lokaal erkenningskader wijst uit dat aan de vooropgestelde erkenningsvoorwaarden wordt voldaan.

 

Om de kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit van het opvangaanbod te waarborgen, wordt voorgesteld de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang te erkennen overeenkomstig het lokaal erkenningskader buitenschoolse kinderopvang.

 

Juridische gronden

Dit besluit is gebaseerd op:

        artikel 106, lid 2 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) inzake diensten van algemeen economisch belang;

        het Commissiebesluit (EU) 2025/2630 van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, VWEU op staatssteun in de vorm van compensatie voor openbare diensten;

        het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOA-decreet), zoals gewijzigd;

        het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten, zoals gewijzigd;

        het Decreet Lokaal Bestuur, inzonderheid artikel 40, §3 en artikel 41, tweede lid, 23°;

        de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en aanwending van sommige toelagen;

        het lokaal erkenningskader buitenschoolse kinderopvang van de gemeente Mol, goedgekeurd door de gemeenteraad op 22 juni 2026;

        het goedgekeurde meerjarenplan van de gemeente Mol.

 

Bijlagen

  1. DAEB-Besluit BOA Mol_erkenning gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang
  2. Erkenningskader buitenschoolse kinderopvang_Mol

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in het lokaal erkenningskader buitenschoolse kinderopvang van de gemeente Mol.

De erkenning bevestigt dat de gemeentelijke opvangorganisatie een kwalitatief, toegankelijk en veilig opvangaanbod realiseert in overeenstemming met de doelstellingen van het BOA-decreet en het lokale BOA-beleid van de gemeente Mol.

 

De erkenning draagt bij tot een coherent en kwaliteitsvol aanbod van buitenschoolse kinderopvang voor kinderen en gezinnen binnen de gemeente.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang wordt erkend overeenkomstig het lokaal erkenningskader buitenschoolse kinderopvang van de gemeente Mol.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

HUIS VAN HET KIND - SUBSIDIEREGLEMENT NASCHOOLSE HUISWERKKLASSEN, LAGER ONDERWIJS - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Vanuit scholen, hulpverleners en gezinnen ontvangt dienst Huis van het Kind steeds meer vragen naar huiswerkbegeleiding. Niet alle leerlingen beschikken thuis over dezelfde ondersteuning, rust, structuur of leeromgeving. Hierdoor kan huiswerk, zeker binnen het lager onderwijs, bestaande kansenongelijkheden versterken, leerachterstanden vergroten en spanningen binnen gezinnen doen toenemen. Huiswerkklassen vormen in dit opzicht een belangrijk middel om leerachterstand te voorkomen en gezinnen  te ondersteunen.

 

In 2024 konden Molse scholen vanuit het subsidiereglement gelijke onderwijskansen (https://www.gemeentemol.be/subsidies-gelijke-onderwijskansen) eenmalig bij het gemeentebestuur middelen aanvragen om vernieuwend met huiswerk aan de slag te gaan. Dit subsidiereglement wil de goede praktijken binnen het lager onderwijs die hieruit voortvloeiden bestendigen en uitbreiden.

 

De inhoud van het reglement bouwt voort op: 

        intervisie tussen de lagere scholen over huiswerkbeleid (mei 2025);

        twee vormingsmomenten (voorjaar 2026) die inzetten op kennisdeling tussen lagere scholen, CLB's en Schoolbrug vzw. Hieraan namen 25 leerkrachten en directieleden uit 17 scholen uit Mol, Balen, Dessel en Retie deel, samen met betrokken CLB’s;

        best practices uit omliggende gemeenten die vanuit flankerend onderwijsbeleid al geruime tijd huiswerkklassen organiseren (Lier, Lommel, Geel, Sint-Truiden, Hasselt).

 

Juridische gronden

Dit reglement is gebaseerd op:

        het Decreet Lokaal Bestuur (artikelen 40 §3 en 41, tweede lid, 23°);

        het decreet van 30 november 2007 betreffende flankerend onderwijsbeleid;

        het goedgekeurde meerjarenplan met de voorziene kredieten.

 

Bijlagen

  1. 2026_Subsidiereglement_naschoolse_huiswerkbegeleiding
  2. Bijlage-jaarverslag-huiswerkbegeleiding-2026_2031
  3. Bijlage-Leerondersteuning_beslissingsboom

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Met dit subsidiereglement wil Huis van het Kind vanuit de rol flankerend onderwijsbeleid lagere scholen ondersteunen bij het creëren van gelijke onderwijskansen voor alle kinderen die school lopen op het grondgebied. Gratis huiswerkklassen vormen hierbij een laagdrempelig en toegankelijk instrument. Ze bieden leerlingen een rustige leeromgeving waar zij onder begeleiding hun huiswerk kunnen maken, studievaardigheden kunnen ontwikkelen en extra ondersteuning kunnen krijgen wanneer nodig.

 

Daarnaast stimuleert het subsidiereglement lagere scholen om:

        een huiswerkbeleid te implementeren dat gebaseerd is op wetenschappelijke evidenties en dat uitsluiting blootlegt en aanpakt;

        de competenties van ouders te versterken om thuis een constructieve leeromgeving te installeren.

 

Financiële weerslag

Het subsidiereglement voorziet een subsidie van 20 euro per samenkomst van een huiswerkklas, jaarlijks te indexeren. Het bedrag van deze subsidie wordt vanaf 2028 jaarlijks aangepast aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. De geïndexeerde dotatie zal worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro. De aanpassingen en afrondingen gebeuren conform de volgende principes:

 

geïndexeerde subsidie = R x I/i , waarbij:

R = dotatie vastgesteld in artikel 2

I = index van september van het aan het jaar voorafgaand kalenderjaar

i = index van de maand september 2026

 

Aangepaste subsidie = afgeronde subsidie, waarbij:

- bedragen die eindigen op minder dan 50 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

- bedragen die eindigen op 50 eurocent of meer worden afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.  

 

Actie

5/8/2 - Regierol flankerend onderwijsbeleid

Registratiesleutel

086900 - 61590000 - Overige exploitatiekosten

Bedrag

€ 10 185

 

 

BESLUIT

 

Enige artikel

De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement "Naschoolse huiswerkklassen in het lager onderwijs" goed, met ingang van 1 oktober 2026 tot en met 31 december 2031:

 

SUBSIDIEREGLEMENT: NASCHOOLSE HUISWERKKLASSEN IN HET LAGER ONDERWIJS

 

Artikel 1: doel van de subsidie

 

Met dit reglement wil het gemeentebestuur lagere scholen op het grondgebied stimuleren om na school leerondersteuning (in de vorm van “huiswerkklassen”) te organiseren voor leerlingen 1ste t.e.m. 6de leerjaar met extra noden in functie van het bereiken van gelijke onderwijskansen. Met als doelstellingen:

 

kinderen ondersteunen in leervaardigheid (complementair aan het leren op school);

kinderen een veilige, rustige omgeving bieden voor het maken van huiswerk;

kinderen versterken door het vergroten van hun zelfvertrouwen en motivatie.

 

Wat verstaan we onder huiswerk:

 

alle opdrachten die een leerkracht aan een leerling geeft om zelfstandig buiten de les uit te voeren (bijv. lezen, werkblaadjes, studeren voor toetsen, spreekbeurt maken).

 

Artikel 2: waaruit bestaat de subsidie

 

De subsidie voor een huiswerkklas bedraagt 20 euro per samenkomst, uitbetaald aan de lagere school. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Er is subsidie voor maximum 2 bijeenkomsten per week per school.

 

Artikel 3: wie kan de subsidie aanvragen

 

Alle lagere scholen op grondgebied Mol kunnen de subsidie aanvragen.

 

Artikel 4: voorwaarden om in aanmerking te komen voor subsidie

 

De huiswerkklassen worden gratis aangeboden. De school mag hiervoor geen vergoeding aan de ouders vragen.

 

Er is minstens 1 schoolinterne leerkracht per huiswerkklas aanwezig. De huiswerkklas kan aangevuld worden met andere leerkrachten of vrijwilligers.

 

De huiswerkklassen worden ingericht voor een minimum van 4 leerlingen en een maximum van 15 leerlingen.

 

De huiswerkklassen worden ingericht minimum 1 keer per week. De samenkomst van 1 huiswerkklas bedraagt minimum 1 lesuur.

 

De huiswerkklassen gaan door onmiddellijk na schooltijd. De scholen behouden hun reguliere werkuren.

 

De school zorgt zelf voor de praktische organisatie van en de communicatie rond de huiswerkklassen. De school stelt één contactpersoon aan voor Huis van het Kind voor de opvolging van de huiswerkklassen.

 

De selectie van de leerlingen gebeurt door de school overeenkomstig het doel van dit reglement.

 

Voorbeelden van selectiecriteria zijn:

aantikken op de SES-kenmerken (opleidingsniveau moeder, schooltoelage, thuistaal niet-Nederlands);

verhoogde kwetsbaarheid waardoor het leren in gedrang komt (bijv. ingrijpende jeugdervaringen of moeilijke thuiscontext);

het staat de school vrij om deze criteria verder aan te vullen.

Op regelmatige basis wordt per leerling geëvalueerd of de leerling nog verder de begeleiding nodig heeft.

De school zorgt voor informatie-uitwisseling met Huis van het Kind over welke leerlingen worden geholpen binnen de huiswerkklas, zodat:

Huis van het Kind de selectie van deelnemers voor “Babbelkousje na school” hier, indien nodig, op kan afstemmen;

Huis van het Kind leerlingen kan aanmelden voor de huiswerkklas. Het staat de school vrij om deze kinderen al dan niet op te nemen in de huiswerkklas.

 

De school engageert zich daarnaast om:

 

de competenties van ouders te versterken om thuis een constructieve leeromgeving te installeren (bijv. lees voor aan je kind, toon interesse, … zie ook https://www.klasse.be/4546/rol-van-ouders-bij-huiswerk);

een huiswerkbeleid te implementeren dat gebaseerd is op wetenschappelijke evidenties (https://leerpunt.be/aan-de-slag/toolkit-leren-lesgeven/huiswerk) en dat uitsluiting blootlegt en aanpakt;

binnen de huiswerkklas in te zetten op effectieve onderwijsmethodes zoals kwaliteistvolle feedback, herhaald lezen, directie instructies en studievaardigheden.

 

Artikel 5: indiening van de aanvraag

 

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie moet uiterlijk op 30 mei van het voorafgaande schooljaar ingediend worden per e-mail aan huisvanhetkind@gemeentemol.be.1

 

Voor iedere aanvraag moet een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier (zie bijlage of www.gemeentemol.be), ingescand worden met de handtekening van de bevoegde persoon.

 

De aanvraag moet tijdig ingediend, volledig en ondertekend zijn om ontvankelijk verklaard te worden.

De ontvangstdatum van de mail geldt als toetsing om na te gaan of de aanvraag tijdig is ingediend.

Na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd per e-mail.

Voor extra ondersteuning kan je contact opnemen met Huis van het Kind, via huisvanhetkind@gemeentemol.be of tel. 014 27 24 20.

De toegekende huiswerkklassen kunnen starten vanaf 1 september van dat kalenderjaar.

 

Artikel 6: toekenning van de middelen en kennisgeving

 

Dienst Huis van het Kind beoordeelt of de aanvraag inhoudelijk en vormelijk voldoet aan de voorwaarden en formuleert een advies.

De subsidie zal toegekend worden binnen de grenzen van het budget dat jaarlijks voorzien wordt in de begroting.

Indien het totaal aantal aanvragen het beschikbare budget overschrijdt, zal voorrang gegeven worden aan de aanvragen van scholen met het hoogst aantal leerlingen met leerlingkenmerken (indicatorleerlingen).

De aanvrager zal schriftelijk per mail in kennis gesteld worden van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

De school dient op het einde van het schooljaar een beknopt jaarverslag in. Huis van het Kind kan good practices uit deze rapportage halen en deze ter beschikking stellen van andere scholen.

 

Artikel 7: wijze van betaling

 

Het toegekende subsidiebedrag wordt uitbetaald op het rekeningnummer van de school.

Het subsidiebedrag (berekend o.b.v. aantal samenkomsten) wordt uitbetaald in twee schijven, telkens na het ontvangen van een factuur van de school.

voor periode september-december.

voor periode januari-juni (na eindevaluatie).

Huis van het Kind staat in voor de administratieve afhandeling van de subsidie.

 

Artikel 8: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

 

Gemeente Mol heeft steeds het recht om toezicht en controle uit te oefenen bij de subsidieaanvrager. De subsidieaanvrager verstrekt de Gemeente Mol de nodige inlichtingen en aanvaardt de controle. Gemeente Mol behoudt zich het recht voor om in de betrokken scholen een niet aangekondigd bezoek te brengen aan de huiswerkklassen.

 

Artikel 9: sancties

 

Indien de subsidieaanvrager één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt, kan Gemeente Mol het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet uitbetalen of het gedeeltelijk niet uitbetalen van de toegekende subsidie.

 

Artikel 10: inwerkingtreding en geldigheidsduur

 

Dit reglement treedt in werking vanaf goedkeuring door de gemeenteraad. Scholen kunnen jaarlijks kiezen om uit- of in te stappen. De subsidie zal toegekend kunnen worden voor uitvoering tijdens:

 

Schooljaar 2026-2027

Schooljaar 2027-2028

Schooljaar 2028-2029

Schooljaar 2029-2030

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

AUTOMATISCHE RECHTENTOEKENNING BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG - SAMENWERKINGSOVEREENKOMST 2026-2031 - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Sinds 1 januari 2025 wordt het sociaal tarief voor de buitenschoolse kinderopvang automatisch toegewezen op basis van een gegevensuitwisseling met het Vlaams Agentschap Uitbetaling Groeipakket (VUTG). Op deze manier kon de procedure voor ouders en voor de dienst buitenschoolse kinderopvang vereenvoudigd worden. De samenwerking met VUTG werd afgesloten voor het schooljaar 2025-2026 en dient vernieuwd te worden, omwille van administratieve vereenvoudiging wordt een verlenging voorgesteld tot einde legislatuur 2031.

 

Het protocol regelt de elektronische uitwisseling van persoonsgegevens tussen VUTG en de gemeente Mol.

De samenwerking tussen VUTG en de dienst buitenschoolse kinderopvang verloopt sinds het voorbije jaar vlot en constructief. Ook de maandelijkse gegevensuitwisseling functioneert efficiënt en naar tevredenheid van beide partijen.

 

Dankzij deze werkwijze wordt de administratieve werklast voor de dienst buitenschoolse kinderopvang beperkt en kunnen dossiers op een correcte en tijdige manier worden verwerkt.

 

Dit nieuwe protocol werd besproken met de DPO van de VUTG en DPO van gemeente Mol en ontving een positief advies. Dit protocol dient goedgekeurd te worden door de gemeenteraad en geldt zolang er een samenwerkingsovereenkomst is. Het protocol wordt gepubliceerd van gemeente Mol.

 

Juridische gronden

Artikelen 56 en 57 decreet lokaal bestuur.

Het huishoudelijk reglement BKO.

Retributiereglement gemeentelijke kinderopvangplaatsen: 2026-2031, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 15/12/2026.

 

Inspraak en advies

Positief advies van de DPO van het Agentschap Uitbetaling Groeipakket

Positief advies van onze DPO voor het protocol VUTG.

 

Bijlagen

  1.  Samenwerkingsovereenkomst_VUTG-Mol_BOA_2026-2031
  2. 20250801_Advies_DPO_Protocol_VUTG
  3. Protocol voor de elektrische mededeling van persoonsgegevens van VUTG naar MOL

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Via een samenwerking tussen het Vlaams Agentschap voor de uitbetaling van toelagen in het kader van het gezinsbeleid (VUTG) en gemeente Mol, kan een automatische toekenning van het sociaal tarief gerealiseerd worden.

 

Op deze manier kunnen alle gezinnen die recht hebben op een sociaal tarief ook effectief hun recht uitputten. Onze administratie wordt dankzij deze automatische rechtentoekenning deels ontlast in hun takenpakket.

 

De samenwerkingsovereenkomst en het protocol werden aangepast, met het oog op een maandelijkse gegevensuitwisseling. Dit zal de werklast voor de dienst buitenschoolse kinderopvang nog meer verlagen.  

 

Financiële weerslag

Kostenmodel van het Vlaams Agentschap voor de uitbetaling van toelagen in het kader van het

Gezinsbeleid: Gegevensdeling voor gemeenten met minder dan 46.000 inwoners (op 1 januari van het

jaar van de samenwerkingsovereenkomst): €500

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad gaat akkoord met de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Mol en het Vlaams Agentschap voor de toekenning van het sociaal tarief voor buitenschoolse kinderopvang, zoals gevoegd bij dit besluit.

 

Artikel 2

De gemeenteraad gaat akkoord met het protocol voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens van Agentschap Uitbetaling voor de toekenning van het sociaal tarief voor buitenschoolse kinderopvang.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BKO - AANPASSING OVEREENKOMST RIJPAD - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De kinderen van de scholen van Mol Centrum worden opgevangen in kinderclub Krekeltje, Don Boscostraat 35, 2400 Mol. In tegenstelling tot de meeste andere gehuchten liggen de verschillende scholen in Mol Centrum te ver uit elkaar om te voet vanuit kinderclub Krekeltje naar school te gaan. Dagelijks wordt er dus busvervoer voorzien tussen de scholen en de kinderclub. Dit busvervoer duurt vaak lang en is geen kwalitatieve opvangtijd.  Bovendien is het organiseren van busvervoer duur en complex. Om dit busvervoer zoveel mogelijk te beperken werken we samen met verschillende scholen om de voor- en/of naschoolse opvang op de school zelf te organiseren.

 

In Vrije kleuterschool Tovertuin, vestiging Rijpad, biedt de school een lokaal en de sporthal aan om voorschoolse opvang (dus enkel voor de schooluren) te organiseren. Omdat deze school dichtbij VBS - SJB College gelegen is, kunnen hier ook de kinderen van SJB college opgevangen worden. Deze afstand is te voet overbrugbaar. Sinds 1 september 2025 wordt de voorschoolse opvang voor de kinderen van Tovertuin, vestiging Rijpad en VBS - SJB college georganiseerd in het lokaal van Tovertuin Rijpad.

Het gaat hier om opvang vanaf 7 uur tot aan het begin van de schooltijd.

 

Er werd een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Mol en KOM vzw opgemaakt.

 

Het afgelopen schooljaar verliep de samenwerking goed en zowel de school als de Dienst Buitenschoolse Kinderopvang wil deze samenwerking verder zetten. De school vraagt om de samenwerkingsovereenkomst aan te passen: door de samenwerking wordt het lokaal extra gebruikt en moet er meer gepoetst worden. In de oorspronkelijke samenwerkingsovereenkomst werd afgesproken dat gemeente Mol deze extra kosten op zich zou nemen. Deze extra kost werd opgenomen als personeelskost. De school geeft aan dat het beter is om de vergoeding voor het extra poetswerk als forfaitaire vergoeding op te nemen.

 

Er werd een nieuwe overeenkomst opgemaakt waarin de vergoeding voor het extra poetswerk werd opgenomen als een forfaitaire vergoeding. 

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

Het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.

 

Inspraak en advies

De voorgestelde samenwerking werd principieel goedgekeurd tijdens het college voor burgemeester en schepenen van 26 augustus 2026.

 

 

Bijlagen

  1. VKS Tovertuin Rijpad_Samenwerkingsovereenkomst BKO 2026 06 24

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Om het busvervoer voor schooltijd voor de scholen van Mol Centrum af te bouwen is het nodig dat we de opvang voor schooltijd zo dicht mogelijk bij de scholen zelf aanbieden.  Sinds 1 september 2025 kan de voorschoolse opvang voor de kinderen van de vrije kleuterschool Tovertuin vestiging Rijpad georganiseerd worden in hun eigen lokalen. De school stelt hiervoor een lokaal en de sporthal ter beschikking. De kinderen van VBS - SJB college worden hier ook voor schooltijd opgevangen.

 

Een overeenkomst met KOM vzw werd opgemaakt, zodat gemeente Mol een lokaal en de sporthal van Vrije Kleuterschool Tovertuin vestiging Rijpad kan gebruiken. De overeenkomst ging in vanaf 15 augustus 2025. De opvang voor schooltijd voor de kinderen van de vrije kleuterschool De Tovertuin en VBS SJB College wordt sinds 1 september 2025 aangeboden op of dichtbij de scholen. De kinderen kunnen op de school blijven of te voet naar school gebracht worden.

 

Het afgelopen schooljaar verliep de samenwerking goed en zowel de school als de dienst buitenschoolse kinderopvang willen deze samenwerking verder zetten. De school vraagt om de samenwerkingsovereenkomst aan te passen: Door de samenwerking wordt het lokaal extra gebruikt en moet het ook meer gepoetst worden. In de oorspronkelijke samenwerkingsovereenkomst werd afgesproken dat gemeente Mol deze extra kosten op zich zou nemen. Deze extra kost werd opgenomen als personeelskost. De school geeft aan dat het beter is om de vergoeding voor het extra poetswerk als forfaitaire vergoeding op te nemen.

 

 

Financiële weerslag

 

Actie

1/3/1 Kwalitatieve kinderopvang samen met partners

Registratiesleutel

61000000/094500

Bedrag

€ 2500 forfaitaire vergoeding vaste onkosten

€ 3000 forfaitaire vergoeding voor de onkosten van het poetsen van de lokalen

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Mol en KOM vzw voor het organiseren van opvang voor de schooluren door gemeente Mol in de lokalen van de Vrije Kleuterschool Tovertuin, vestiging Rijpad goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BKO - OVEREENKOMST MET GO! CENTRUM - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De kinderen van de scholen in Mol-Centrum maken momenteel gebruik van de opvang in kinderclub Krekeltje (Don Boscostraat 35). Omdat de verschillende scholen in Mol-Centrum op grotere afstand van elkaar liggen, wordt dagelijks busvervoer georganiseerd tussen de scholen en de kinderclub.

 

Het voorzien van dit busvervoer brengt aanzienlijke kosten en organisatorische uitdagingen met zich mee. Bovendien vormt de tijd die kinderen op de bus doorbrengen geen kwalitatieve opvangtijd. Om het busvervoer zoveel mogelijk te beperken, wordt in samenwerking met verschillende scholen ingezet op de organisatie van voor- en/of naschoolse opvang op de schoollocaties zelf.

 

GO! Spoorzoeker en Groeidenker stelt hiervoor een voormalige leskeuken en de sporthal ter beschikking voor de organisatie van de voorschoolse opvang. De school engageert zich om de voormalige leskeuken geschikt te maken voor het organiseren van buitenschoolse kinderopvang.

 

Vanaf 1 september 2026 wordt de voorschoolse opvang voor de leerlingen van GO! Spoorzoeker en Groeidenker georganiseerd in deze lokalen. De opvang wordt aangeboden van 7.00 uur tot de aanvang van de schooltijd.

 

Voor de praktische organisatie en samenwerking werd een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt tussen de gemeente Mol en Scholengroep Fluxus. Dankzij deze overeenkomst kan de voorschoolse opvang vanaf 1 september 2026 op de schoolsite zelf worden georganiseerd, waardoor het busvervoer gedeeltelijk kan worden afgebouwd en de beschikbare tijd maximaal kan worden ingezet voor kwaliteitsvolle opvang van de kinderen.

 

Juridische gronden

Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een eenmalige subsidie voor de realisatie van de lokale regie van buitenschoolse activiteiten.

 

Inspraak en advies

Voorgestelde samenwerking werd besproken tijdens het beleidscomité van 20 mei 2025 en principieel goedgekeurd tijdens het college voor burgemeester en schepenen van 26 augustus 2026.

 

Bijlagen

  1. GO! Spoorzoeker en Groeidenker_Samenwerkingsovereenkomst BKO

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Om het busvervoer voor schooltijd voor de scholen van Mol Centrum af te bouwen is het nodig dat we de opvang voor schooltijd zo dicht mogelijk bij de scholen zelf aanbieden.

 

Vanaf 1 september 2026 kan de voorschoolse opvang voor de kinderen van GO! Spoorzoeker en GO! Groeidenker georganiseerd worden in hun eigen lokalen. De school stelt hiervoor een voormalige leskeuken en de sporthal ter beschikking.

 

Een overeenkomst met Scholengroep Fluxus werd opgemaakt, zodat GEMEENTE MOL een voormalige leskeuken en de sporthal van GO! Spoorzoeker kan gebruiken.

 

De overeenkomst gaat in vanaf 15 augustus 2026.

 

De opvang voor schooltijd voor de kinderen van GO! Spoorzoeker en GO! Groeidenker kan vanaf 1 september 2026 aangeboden worden in de school zelf.

Het dure busvervoer, dat geen kwalitatieve opvangtijd aanbiedt, wordt hierdoor vermeden.

 

 

Financiële weerslag

 

Actie

1/3/1 Kwalitatieve kinderopvang samen met partners

Registratiesleutel

094500/61590004

Bedrag

€ 2500 forfaitaire vergoeding voor vaste kosten

€ 3000 vergoeding onkosten poets

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Mol en Scholengroep Fluxus in functie van het organiseren van opvang voor de schooluren door Gemeente Mol in de voormalige leskeuken en de sporthal van GO! Spoorzoeker en GO! Groeidenker goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BKO - OVEREENKOMST MET GO! EGELTJE - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De kinderen van de twee scholen van Mol Achterbos (GO! Egeltje en VBS De Toren)  worden opgevangen in kinderclub Windekind, Achterbos 27. Hiervoor wordt dagelijks busvervoer georganiseerd tussen de scholen en de kinderclub.

 

Het voorzien van dit busvervoer brengt hoge kosten en organisatorische uitdagingen met zich mee. Om deze te vermijden, wordt in samenwerking met beide scholen ingezet op de organisatie van voor- en naschoolse opvang op de schoollocaties zelf.

 

Daarnaast vereist de huidige infrastructuur van Windekind een grondige renovatie. Door de opvang voortaan op de scholen te organiseren, hoeft deze renovatie niet te worden opgenomen in de toekomstige investeringsplanning en kan een aanzienlijke investeringskost worden vermeden.

 

Binnen GO! Egeltje stelt de school hiervoor de centrale refter ter beschikking. Vanaf 1 september 2026 wordt de voor- en naschoolse opvang voor de leerlingen van GO! Egeltje in deze ruimte georganiseerd. De opvang wordt aangeboden van 7.00 uur tot de aanvang van de schooltijd en van na het einde van de schooltijd tot 18.30 uur. Hierdoor kan de voor- en naschoolse opvang vanaf 1 september 2026 op de schoolsite zelf worden aangeboden, waardoor het dagelijkse busvervoer kan worden afgebouwd en de beschikbare opvangtijd maximaal kan worden ingezet voor kwaliteitsvolle opvang van de kinderen.

 

Om het gebruik van de schoolinfrastructuur mogelijk te maken, werd een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt tussen de gemeente Mol en Scholengroep Fluxus.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

Het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.

 

Inspraak en advies

Voorgestelde samenwerking werd besproken tijdens het beleidscomité van 20 mei 2025 en principieel goedgekeurd tijdens het college voor burgemeester en schepenen van 26 augustus 2026.

 

Bijlagen

  1. GO! Egeltje_Samenwerkingsovereenkomst BKO

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Om het busvervoer voor de twee scholen van Mol Achterbos af te bouwen is het nodig dat we de voor- en naschoolse opvang in de scholen zelf aanbieden. Vanaf 1 september 2026 kan de voor- en naschoolse opvang voor de kinderen van GO! Egeltje georganiseerd worden in de eigen school. De school stelt hiervoor een centrale refter ter beschikking.

 

Een overeenkomst met scholengroep FLUXUS werd opgemaakt, zodat GEMEENTE MOL de centrale refter  van GO! Egeltje kan gebruiken.

 

De overeenkomst gaat in vanaf 15 augustus 2026.

 

De voor en naschoolse opvang voor de kinderen van GO! Egeltje kan vanaf 1 september 2026 aangeboden worden in de school zelf.

 

Het dure busvervoer, dat geen kwalitatieve opvangtijd aanbiedt, wordt hierdoor vermeden.

 

 

 

Financiële weerslag

 

Actie

1/3/1 Kwalitatieve kinderopvang samen met partners

Registratiesleutel

094500/61590004

Bedrag

€ 6250 forfaitaire vergoeding vaste onkosten

€ 3000 vergoeding voor extra poetsen van refter

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Mol en scholengroep FLUXUS voor het organiseren van voor- en naschoolse opvang door gemeente Mol in de centrale refter van GO! Egeltje voor de kinderen van de school zelf goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BKO - OVEREENKOMST VBS DE TOREN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis

De kinderen van de twee scholen in Mol-Achterbos, GO! Egeltje en VBS De Toren, maken momenteel gebruik van de opvang in kinderclub Windekind (Achterbos 27). Hiervoor wordt dagelijks busvervoer georganiseerd tussen de scholen en de kinderclub.

 

Het voorzien van dit busvervoer brengt hoge kosten en organisatorische uitdagingen met zich mee. Om deze te vermijden, wordt in samenwerking met beide scholen ingezet op de organisatie van voor- en naschoolse opvang op de schoollocaties zelf.

 

Daarnaast vereist de huidige infrastructuur van Windekind een grondige renovatie. Door de opvang voortaan op de scholen te organiseren, hoeft deze renovatie niet te worden opgenomen in de toekomstige investeringsplanning en kan een aanzienlijke investeringskost worden vermeden.

 

De Vrije Basisschool De Toren stelt de refter van de lagere school, samen met de bijhorende keuken, ter beschikking voor de organisatie van de voor- en naschoolse opvang.

 

Vanaf 1 september 2026 wordt de voor- en naschoolse opvang voor de leerlingen van de Vrije Basisschool De Toren georganiseerd in deze lokalen. De opvang wordt aangeboden van 7.00 uur tot de aanvang van de schooltijd en van 15 minuten na het einde van de schooltijd tot 18.30 uur.

 

Voor de praktische organisatie en samenwerking werd een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt tussen de gemeente Mol en KOM vzw.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

Het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.

 

Inspraak en advies

Voorgestelde samenwerking werd besproken tijdens het beleidscomité van 20 mei 2025 en principieel goedgekeurd tijdens het college voor burgemeester en schepenen van 26 augustus 2026.

 

 

Bijlagen

  1. VBS De Toren _Samenwerkingsovereenkomst

 

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Om het busvervoer voor de leerlingen van de twee scholen in Mol-Achterbos af te bouwen, is het noodzakelijk de voor- en naschoolse opvang op de schoollocaties zelf te organiseren.

Vanaf 1 september 2026 kan de voor- en naschoolse opvang voor de leerlingen van de Vrije Basisschool De Toren plaatsvinden binnen de school. De school stelt hiervoor de refter van de lagere school en de bijhorende keuken ter beschikking.

 

Tussen de gemeente Mol en KOM vzw werd een overeenkomst opgemaakt die het gebruik van deze lokalen door de gemeente Mol regelt. De overeenkomst treedt in werking op 15 augustus 2026.

 

Dankzij deze samenwerking kan de voor- en naschoolse opvang vanaf 1 september 2026 op de schoolsite zelf worden aangeboden. Hierdoor wordt het dagelijkse busvervoer tussen de school en de opvanglocatie vermeden. Dit leidt niet alleen tot een efficiëntere organisatie, maar zorgt er ook voor dat de opvangtijd maximaal kan worden ingezet voor kwaliteitsvolle opvang van de kinderen.

 

 

 

Financiële weerslag

 

 

Actie

1/3/1 Kwalitatieve kinderopvang samen met partners

Registratiesleutel

61000000/094500

Bedrag

€ 6250 forfaitaire vergoeding vaste onkosten

€ 3000 forfaitaire vergoeding voor de onkosten van het poetsen van de lokalen

€ 200 tussenkomst gemeente Mol voor aanpassing polis brandverzekering

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Mol en KOM vzw voor het organiseren van voor- en naschoolse opvang door gemeente Mol in de refter en bijhorende keuken van de Vrije Basisschool De Toren voor de kinderen van de school zelf goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BKO-SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN HET GEMEENTEBESTUUR EN KOM VZW INZAKE HET GEBRUIK VAN EEN VOERTUIG VOOR HET VERVOER VAN KINDEREN - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

Binnen de samenwerking tussen BKO Mol en KOM vzw basisschool Wezel wordt voorzien in het vervoer van kinderen tussen de opvanglocatie en de Sportlaan. Om dit vervoer op een veilige en juridisch correcte wijze te organiseren, werd een samenwerkingsovereenkomst opgesteld tussen het gemeentebestuur van Mol en KOM vzw.

 

KOM vzw stelt hiervoor een voertuig ter beschikking van BKO Mol. De overeenkomst legt de wederzijdse rechten en plichten vast met betrekking tot het gebruik van dit voertuig.

 

Juridische gronden

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bepalingen van de voorliggende samenwerkingsovereenkomst.

 

Bijlagen

  1. Samenwerkingsovereenkomst gebruik voertuig KOM vzw

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De overeenkomst regelt het gebruik door medewerkers van BKO Mol van een voertuig dat eigendom is van KOM vzw.

 

Het voertuig wordt uitsluitend gebruikt voor het vervoer van kinderen tussen de opvanglocatie in de Keiheuvelstraat en de Sportlaan in het kader van de samenwerking tussen beide organisaties.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

De overeenkomst heeft geen rechtstreekse financiële impact voor het gemeentebestuur met betrekking tot onderhoud, verzekering, technische keuring of brandstof van het voertuig. Deze kosten worden gedragen door KOM vzw.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De samenwerkingsovereenkomst tussen het gemeentebestuur van Mol en KOM vzw inzake het gebruik van een voertuig voor het vervoer van kinderen wordt goedgekeurd:

 

Deze samenwerkingsovereenkomst vormt het formele en juridisch bindende kader waarin de algemene afspraken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd voor het gebruik van het voertuig zoals hierna bepaald, om minderjarigen en begeleiders te vervoeren.

 

Tussen

        Katholiek Onderwijs Mol (KOM) vzw, met zetel te Jozef Calasanzstraat 2, 2400 Mol, rechtspersonenregister Antwerpen afdeling Turnhout, met ondernemingsnummer 0430.285.367, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de volgende bestuursleden: Mevr. Veerle Overloop, voorzitter en Dhr. Frans Sannen, ondervoorzitter;

en

        de gemeente Mol, vertegenwoordigd door de gemeenteraad, zetelend te Molenhoekstraat 2, 2400 Mol, hier rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer Laurens Moubax, algemeen directeur, en mevrouw Ann Smeyers, voorzitter van de gemeenteraad.
 

Artikel 1 – Doel van de overeenkomst

Deze overeenkomst regelt de afspraken omtrent het gebruik door medewerkers van BKO Mol van het voertuig dat krachtens een leasingovereenkomst ter beschikking staat van KOM vzw, in het kader van de samenwerking tussen beide organisaties.

 

Artikel 2 – Voertuig

KOM vzw stelt in het kader van deze samenwerking een voertuig ter beschikking voor gebruik door medewerkers van BKO Mol. Het voertuig wordt door KOM vzw gebruikt krachtens een leasingovereenkomst. Het gebruik door medewerkers van BKO Mol is slechts toegestaan voor zover dit verenigbaar is met de voorwaarden van die leasingovereenkomst en de voorschriften van de leasinggever.

 

Artikel 3 – Toegelaten gebruik

Medewerkers van BKO Mol mogen het voertuig uitsluitend gebruiken voor het vervoeren van minderjarige leerlingen en begeleiders van de Sportlaan naar de Keiheuvelstraat (heen- en terugreis), zoals dit vervoer aansluit bij de samenwerking tussen KOM vzw en het gemeentebestuur zoals bepaald in de Samenwerkingsovereenkomst.

Het voertuig mag uitsluitend bestuurd worden door medewerkers:

        Die beschikken over een geldig rijbewijs voor het betrokken voertuigtype;

        Die bevoegd zijn om in opdracht van BKO Mol te handelen;

        Die beschikken over een rijgeschiktheidsattest;

        Die de verkeerswetgeving naleven en het voertuig als een voorzichtig en redelijk persoon gebruiken.

 

Artikel 4 – Reservatie en beschikbaarheid

Gebruik door medewerkers van BKO Mol gebeurt uitsluitend op de volgende momenten van vervoer, tijdens de schoolperiodes:

        Van maandag tot en met vrijdag vóór het begin van de schooldag vanuit de opvang gelegen aan de Keiheuvelstraat naar de Sportlaan.

        Van maandag tot en met vrijdag na het einde van de schooldag vanuit de Sportlaan naar de opvang gelegen aan de Keiheuvelstraat te vervoeren.

Voor de organisatie van ritten die op andere momenten plaatsvinden en die binnen de samenwerking tussen KOM vzw en het gemeentebestuur passen, dient voorafgaandelijk overleg plaats te vinden tussen KOM vzw en het gemeentebestuur. Een dergelijke rit kan slechts plaatsvinden na voorafgaand akkoord van beide partijen, vastgelegd per e-mail. Voor BKO Mol is dit bkomol@gemeentemol.be, voor KOM VZW is dit directie@basisscoolwezel.be

 

Artikel 5 – Verzekeringen

Het voertuig is verzekerd overeenkomstig de voorwaarden van de leasingovereenkomst en de afgesloten verzekeringspolissen.

De toepasselijke waarborgen, waaronder burgerlijke aansprakelijkheid en, voor zover opgenomen in de polis, omnium, rechtsbijstand, bestuurders- en inzittendenverzekering, gelden overeenkomstig de voorwaarden van de afgesloten verzekeringspolissen.

De waarborgen gelden uitsluitend binnen de grenzen en voorwaarden van de afgesloten verzekeringspolissen.

 

Artikel 6 – Verzekering van de medewerkers

De medewerkers van BKO Mol blijven tijdens het gebruik van het voertuig handelen in opdracht van hun werkgever.

Het gemeentebestuur staat in voor de verzekering van zijn medewerkers overeenkomstig de toepasselijke regelgeving inzake arbeidsongevallen en burgerlijke aansprakelijkheid van de werkgever.

Partijen verbinden zich ertoe elkaar alle nuttige informatie te bezorgen omtrent de toepasselijke verzekeringen.

 

Artikel 7 – Aansprakelijkheid

BKO Mol staat ervoor in dat haar medewerkers het voertuig zorgvuldig gebruiken.

Bij schade, ongeval, diefstal of vandalisme zorgt BKO Mol ervoor dat haar medewerkers onmiddellijk contact opnemen met de politie, indien wettelijk vereist;

        KOM vzw;

        De betrokken verzekeraar overeenkomstig de geldende procedures.

De aansprakelijkheid voor schade wordt beoordeeld overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen, met inbegrip van de bijzondere regels inzake de aansprakelijkheid van werknemers bij de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst.

 

Artikel 8 – Gebruik en zorg

Elke gebruiker verbindt zich ertoe:

        Het voertuig zorgvuldig te gebruiken;

        Het voertuig na gebruik proper achter te laten;

        Geen wijzigingen aan het voertuig aan te brengen;

        Eventuele technische problemen onmiddellijk te melden via directie@basisschoolwezel.be ;

        Het voertuig tijdig terug te bezorgen op de afgesproken locatie.

Roken, het gebruik van alcohol of andere middelen die de rijvaardigheid beïnvloeden, en het vervoer van verboden of gevaarlijke goederen zijn niet toegelaten.

 

 

Artikel 9 – Verkeersboetes en overtredingen

Verkeersboetes, parkeerretributies, administratieve sancties en andere kosten die voortvloeien uit een overtreding zijn ten laste van de bestuurder van het voertuig.

Indien KOM vzw dergelijke kosten ontvangt, zal zij deze onverwijld bezorgen aan het gemeentebestuur, dat instaat voor de verdere afhandeling.

 

Artikel 10 – Kosten

De gewone kosten voor onderhoud, technische keuring en verzekering van het voertuig worden gedragen overeenkomstig de leasingovereenkomst en de afspraken met de leasinggever. Voor zover deze kosten krachtens die afspraken ten laste van KOM vzw vallen, staat KOM vzw ervoor in.

Brandstofkosten en eventuele andere gebruikskosten worden door KOM vzw, meer bepaald Vrije Basisschool Wezel, terugbetaald tegen voorlegging van stavingsstukken.

 

Artikel 11 – Duur

Deze overeenkomst treedt in werking op 1 september 2026 en geldt voor onbepaalde duur.

 

Artikel 12 – Slotbepalingen

Wijzigingen aan deze overeenkomst zijn slechts geldig wanneer zij schriftelijk door beide partijen worden overeengekomen.

Op deze overeenkomst is het Belgisch recht van toepassing.

Partijen zetten zich in om geschillen over de interpretatie, toepassing e.d.m. in de mate van het mogelijke minnelijk te beëindigen. Indien een minnelijke beëindiging niet mogelijk is, kan de meest gerede partij het geschil aanhangig maken bij de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement waarin KOM vzw haar maatschappelijke zetel heeft.

 

Opgemaakt te Mol, in twee originele exemplaren, op 21 september 2026, waarvan elke partij erkent één ondertekend exemplaar te hebben ontvangen.

 

Namens Gemeente Mol

 

Laurens Moubax, algemeen directeur                                                              An Smeyers, voorzitter gemeenteraad

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BKO-OVEREENKOMST VKS ROZENBERG - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

De kinderen van de scholen in Mol-Centrum maken momenteel gebruik van de opvang in kinderclub Krekeltje (Don Boscostraat 35). Omdat de verschillende scholen in Mol-Centrum op grotere afstand van elkaar liggen, wordt dagelijks busvervoer georganiseerd tussen de scholen en de kinderclub.

 

Het voorzien van dit busvervoer brengt aanzienlijke kosten en organisatorische uitdagingen met zich mee. Bovendien vormt de tijd die kinderen op de bus doorbrengen geen kwalitatieve opvangtijd. Om het busvervoer zoveel mogelijk te beperken, wordt in samenwerking met verschillende scholen ingezet op de organisatie van voor- en/of naschoolse opvang op de schoollocaties zelf.

 

Kleuterschool Tovertuin, vestiging Rozenberg, stelt hiervoor een refter en het turnlokaal ter beschikking voor de organisatie van de voorschoolse opvang.

 

Vanaf 1 september 2026 wordt de voorschoolse opvang voor de leerlingen van Vrije kleuterschool Tovertuin en Vrije lagere school Rozenberg, vestiging Rozenberg, georganiseerd in deze lokalen. De opvang wordt aangeboden van 7.00 uur tot de aanvang van de schooltijd.

 

Voor de praktische organisatie en samenwerking werd een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt tussen de gemeente Mol en KOM vzw. Dankzij deze overeenkomst kan de voorschoolse opvang vanaf 1 september 2026 op de schoolsite zelf worden georganiseerd, waardoor het busvervoer vóór schooltijd wordt beperkt en de beschikbare tijd maximaal kan worden ingezet voor kwaliteitsvolle opvang van de kinderen.

 

Juridische gronden

Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

Het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.

 

Inspraak en advies

Voorgestelde samenwerking werd besproken tijdens het beleidscomité van 20 mei 2025 en principieel goedgekeurd tijdens het college voor burgemeester en schepenen van 26 augustus 2026.

 

Bijlagen

  1. VLS Rozenberg VKS Tovertuin_Samenwerkingsovereenkomst

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Om het busvervoer vóór schooltijd voor de scholen in Mol-Centrum af te bouwen, is het noodzakelijk de opvang voor schooltijd zo dicht mogelijk bij de schoollocaties zelf aan te bieden.

Vanaf 1 september 2026 kan de voorschoolse opvang voor de kinderen van de Vrije Kleuterschool Tovertuin en Vrije lagere school Rozenberg, vestiging Rozenberg, georganiseerd worden in de eigen schoolomgeving. De school stelt hiervoor een refter en het turnlokaal ter beschikking.

 

Om het gebruik van deze infrastructuur mogelijk te maken, werd een overeenkomst opgemaakt tussen de gemeente Mol en KOM vzw. Deze overeenkomst treedt in werking op 15 augustus 2026 en regelt het gebruik van de refter en het turnlokaal door de gemeente Mol voor de organisatie van buitenschoolse opvang.

 

Dankzij deze samenwerking kan de voorschoolse opvang vanaf 1 september 2026 in de onmiddellijke nabijheid van de school worden aangeboden. De kinderen kunnen na de opvang op de school blijven tot de start van de lessen. Hierdoor wordt het dagelijkse busvervoer vóór schooltijd vermeden en kan de beschikbare tijd maximaal worden ingezet voor kwaliteitsvolle opvang van de kinderen.

 

Financiële weerslag

Actie

1/3/1 Kwalitatieve kinderopvang samen met partners

Registratiesleutel

094500/61590004

Bedrag

€ 2500 forfaitaire vergoeding voor vaste onkosten

€ 3000 forfaitaire vergoeding voor poetsen lokalen

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Mol en KOM vzw voor het organiseren van opvang voor de schooluren door gemeente Mol in de lokalen van de Vrije kleuterschool Tovertuin, afdeling Rozenberg goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BKO - OVEREENKOMST WITTE MOL - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Voorgeschiedenis

De gemeente werkt sinds enkele jaren samen met De Witte Mol (Stijn vzw) voor de organisatie van een vakantieopvang voor kinderen met een beperking. Deze samenwerking heeft zich ontwikkeld tot een waardevol en aanvullend aanbod binnen het lokaal vrijetijds- en opvanglandschap.

 

De Witte Mol beschikt over een sterke inhoudelijke expertise in de begeleiding van kinderen met een beperking wat maakt dat zij deze opvang op een kwaliteitsvolle en veilige manier kunnen organiseren. Vanuit eerdere werkingsjaren blijkt dat er een blijvende vraag is naar dit type aangepast opvangaanbod terwijl het aanbod in de regio beperkt blijft.

 

Bijlage

  1. Samenwerkingsovereenkomst De Witte Mol – vakantieopvang

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Er is een duidelijke nood aan aangepaste opvang voor kinderen die niet kunnen aansluiten bij het reguliere buitenschoolse opvangaanbod (BKO). De Witte Mol is een partner die over de nodige expertise beschikt om deze opvang kwaliteitsvol te organiseren.

 

De gemeente ondersteunt deze werking door jaarlijks een financiële bijdrage van 10.700 euro (geïndexeerd) te voorzien en door accommodatie (Kinderclub Pardoes, Sluis 157) ter beschikking te stellen. Zonder deze ondersteuning, zowel op vlak van middelen als infrastructuur, is het voor De Witte Mol niet haalbaar om deze opvang zelfstandig te realiseren. Deze middelen zijn al meegenomen in het meerjarenplan op basis van de samenwerking van de voorbije jaren.

 

Deze samenwerking draagt bij aan een toegankelijk en inclusief opvangaanbod voor kinderen met een beperking en hun gezinnen en speelt in op een reële lokale nood.

 

Financiële weerslag

 

Actie

1/3/1 - Kwalitatieve kinderopvang samen met partners 

Registratiesleutel

091100 61700030

Bedrag

€ 10.700

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de samenwerkingsovereenkomst zoals bijgevoegd in dit besluit.

 

Tussen

  1. Gemeente Mol, Molenhoekstraat 2, 2400 Mol vertegenwoordigd voor de gemeenteraad, voor die optreden L. Moubax, algemeen directeur en A. Smeyers, voorzitter gemeenteraad, handelend in uitvoering van een beslissing van de gemeenteraad op 21 september 2026, hierna genoemd de gemeente Mol.
  2. De Witte Mol, Stijn vzw, Galbergen 21, 2400 Mol, vertegenwoordigd door A. Konings, directeur, hierna de De Witte Mol, Stijn vzw, genoemd.

 

Artikel 1: Doel en scope van de samenwerking

Deze samenwerkingsovereenkomst heeft tot doel het organiseren van een vakantieopvang voor kinderen met een verstandelijke beperking georganiseerd tijdens schoolvakanties op het grondgebied van de gemeente Mol.

 

De samenwerking richt zich op het creëren van een laagdrempelige, veilige en aangepaste vrijetijdswerking voor kinderen met een verstandelijke beperking.

 

Artikel 2: Duur en einde van de overeenkomst

Deze overeenkomst treedt in werking op 21 september 2026 en eindigt op 31 december 2031.

Zowel de gemeente Mol als De Witte Mol, Stijn vzw kunnen de overeenkomst beëindigen door middel van een aangetekend schrijven. Hierbij geldt een opzegtermijn van minstens 6 maanden zodat alle verplichtingen op een zorgvuldige manier kunnen worden afgerond.

Beide partijen kunnen te allen tijde in onderling overleg de overeenkomst beëindigen.

 

Artikel 3: Doelgroep en capaciteit

De vakantieopvang richt zich tot kinderen van 2,5 tot en met 12 jaar met een (erkende) beperking. De vakantieopvang heeft een maximumcapaciteit van 8 kinderen per opvangdag. Wanneer het aantal aanmeldingen de beschikbare capaciteit overschrijdt hanteert De Witte Mol, Stijn vzw de volgende voorrangsregels, trapsgewijs:

  1. kinderen die reeds eerder aan de vakantieopvang hebben deelgenomen en waarbij tijdens eerdere opvangperiodes geen ernstige of herhaaldelijke incidenten werden vastgesteld die de veilige of ordelijke werking van de opvang in het gedrang brachten. ;
  2. kinderen die gedomicilieerd zijn in Mol of naar school gaan in Mol;
  3. kinderen met de grootste zorgnood voor wie deelname aan een reguliere kinderopvang niet haalbaar is;
  4. kinderen uit omliggende gemeenten Balen, Dessel en Retie.

 

Het beschikken over een individueel aangepast curriculum verslag (IAC-verslag) type 2 is wenselijk, maar niet strikt vereist. Indien een kind (nog) geen officiële diagnose of erkenning heeft, wordt tijdens een intakegesprek door De Witte Mol, Stijn vzw beoordeeld of het kind, gezien zijn of haar ondersteuningsnoden en functioneren, past binnen de doelgroep van de vakantieopvang. Er wordt eveneens nagegaan of het kind in groep kan functioneren.

 

Aangezien de mate van prikkelverwerking, nood aan toezicht en de begeleidingsintensiteit bij jonge kinderen niet altijd vooraf volledig kan worden ingeschat is voor elk nieuw kind dat instapt een proefperiode van toepassing. Deze proefperiode duurt enkele dagen en wordt steeds afgesloten met een evaluatie waar waarbij samen bekeken wordt of het geboden aanbod passend en haalbaar is voor het kind, de ouder(s) en de werking. Indien tijdens of na deze proefperiode blijkt dat de opvang niet passend is voor het kind kan De Witte Mol, Stijn vzw de opvang onmiddellijk stopzetten zonder dat dit een contractuele fout of aansprakelijkheid inhoudt.

 

Artikel 4: Locatie en infrastructuur

De vakantieopvang vindt plaats in Kinderclub Pardoes, Sluis 157 in Mol. De gemeente Mol verwacht van De Witte Mol, Stijn vzw; dat ze deze infrastructuur beheert als een redelijk en voorzichtig persoon om de gevraagde opvang te realiseren. De gemeente Mol engageert zich om deze infrastructuur zo veilig en geschikt mogelijk te houden voor de vakantieopvang en geen wijzigingen toe te staan aan de infrastructuur die hier afbreuk aan doen tenzij dit uiterst noodzakelijk is.

Wijzigingen of aanpassingen aan infrastructuur of interieur worden ter goedkeuring voorgelegd aan het afdelingshoofd Kinderopvang en Huis van het Kind. Deze wijzigingen of aanpassingen moeten omkeerbaar zijn na de opvangperiode. De Witte Mol, Stijn vzw dient de infrastructuur of het interieur in oorspronkelijke staat te herstellen na de opvangperiode. Structurele aanpassingen aan de infrastructuur, met blijvende gevolgen, kunnen enkel na goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen en dienen dus minimaal 2 maanden op voorhand  gevraagd te worden.

 

Indien de medewerkers van de buitenschoolse kinderopvang wijzigingen aanbrengen aan de infrastructuur of inrichting van kinderclub Pardoes, brengen zij De Witte Mol, Stijn vzw hiervan op de hoogte.

Voor dringende aanpassingen en ingrepen, ingegeven door een noodzaak van veiligheid tijdens de opvang, wordt het afdelingshoofd Kinderopvang en Huis van het Kind onmiddellijk verwittigd. De Witte Mol, Stijn vzw dient de infrastructuur of het interieur in oorspronkelijke staat te herstellen na de opvangperiode.

 

Wanneer zich, ondanks het nemen van alle redelijke beschermings- en voorzorgsmaatregelen door De Witte Mol, Stijn vzw, technische defecten voordoen aan de infrastructuur of installaties, waaronder elektriciteit, verwarming, sanitair of andere nutsvoorzieningen, en wanneer de Witte Mol, Stijn vzw deze defecten redelijkerwijs onmogelijk zelf kan oplossen, neemt contact op met de dienst buitenschoolse kinderopvang via bko@gemeentemol.be. In dringende gevallen wordt rechtstreeks contact opgenomen met de uitvoeringsdienst via 0479 89 04 31. De verdere afspraken over vaststelling, herstel en eventuele kostenverdeling worden in onderling overleg gemaakt.

 

De Witte Mol, Stijn vzw is verantwoordelijk voor de veiligheidsprotocollen en -procedures rond veiligheid voor de opvangmomenten die zij organiseren. Gemeentelijke veiligheidsprotocollen worden ter beschikking gesteld van De Witte Mol, Stijn vzw.

 

Artikel 5: Financiële middelen

Het lokaal bestuur kent een jaarlijkse financiële bijdrage toe van 10.700 euro ter ondersteuning van de organisatie van de vakantieopvang. Deze financiële bijdrage wordt toegekend ter ondersteuning van de werking van de vakantieopvang. Binnen de doelstelling en voorwaarden van deze overeenkomst kan de bijdrage vrij worden aangewend voor kosten die verband houden met het organiseren, continueren en ondersteunen van deze werking. De bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de door het lokaal bestuur gehanteerde indexeringsregels

 

De Witte Mol, Stijn vzw draagt de kosten voor het voorbereiden van de locatie zoals bepaald in het eerste lid, in functie van de opstart van de vakantieopvang. Dit kan onder meer het plaatsen van herashekken, het verwijderen van deuren,… De Witte Mol, Stijn vzw draagt de kosten voorkleine herstellingen aan de locatie zoals bepaald in het eerste lid en zorgt ervoor dat de infrastructuur opnieuw hersteld wordt in oorspronkelijke staat zodat de reguliere werking van de buitenschoolse kinderopvang opnieuw kan plaatsvinden.

 

Indien specifieke of bijkomende aankopen of herstellingen noodzakelijk zijn wordt voor de opstart contact opgenomen met het afdelingshoofd buitenschoolse kinderopvang met het oog op afstemming en goedkeuring.

 

De uitbetaling van de financiële bijdrage gebeurt nadat De Witte Mol, Stijn vzw het budget, na afloop van de zomerperiode, formeel per mail aanvraagt bij het lokaal bestuur. Deze aanvraag gaat gepaard met een inhoudelijke evaluatie van de werking van de vakantieopvang in haar geheel.

 

Artikel 6: Openingstijden

De vakantieopvang wordt georganiseerd gedurende twee weken tijdens de paasvakantie en vier weken tijdens de zomervakantie. De opvangdagen worden gecommuniceerd voor eind januari.

Tijdens deze opvangperiode gelden vaste openingsuren van 8.30 tot 16.30 uur.

 

De openingsuren en opvangperiodes worden in onderling overleg vastgelegd en kunnen in samenspraak tussen beide partijen worden aangepast, waarbij wijzigingen steeds vooraf en schriftelijk worden bevestigd.

 

Artikel 7: Verantwoordelijkheid De Witte Mol, Stijn vzw

De Witte Mol, Stijn vzw staat in voor de inhoudelijke invulling en organisatie van de vakantieopvang. Dit houdt in dat zij instaan voor de voorbereiding, coördinatie en uitvoering van de opvangactiviteiten met aandacht voor kwaliteit, veiligheid en een aanpak afgestemd op de specifieke noden van de kinderen. Zij baseren de werking op de bepalingen van het Kwaliteitsdecreet van 4 februari 2011.

Daarnaast is de Witte Mol, Stijn vzw verantwoordelijk voor het verwerken en beheren van de inschrijvingen. Zij organiseren het inschrijvingsproces, passen de afgesproken voorrangsregels toe en verzorgen de communicatie met ouders of wettelijke vertegenwoordigers over inschrijvingen, bevestigingen, annulaties en praktische afspraken.

 

Artikel 8: Overige ondersteuning en samenwerking

De Witte Mol, Stijn vzw engageert zich om aanvullend ondersteuning te bieden in functie van een meer inclusieve buitenschoolse kinderopvang binnen de gemeente Mol.

 

8.1 Werkgroep inclusieve kinderopvang

De Witte Mol, Stijn vzw sluit aan bij de gemeentelijke werkgroep inclusieve kinderopvang waar kennis, expertise en ervaringen worden gedeeld met het oog van het verbeteren van de toegankelijkheid voor kinderen met een beperking.

 

8.2 Ondersteuning buitenschoolse kinderopvang

Op vraag adviseert de Witte Mol, Stijn vzw de buitenschoolse kinderopvang bij specifieke, handicap-gerelateerde zorgvragen in de reguliere werking. Met het oog op de geldende regelgeving hierover, rapporteert de buitenschoolse kinderopvang op vraag wat ze met dit advies gedaan hebben.

 

8.3 Communicatie

Vanuit het lokaal bestuur wordt er twee keer per jaar gecommuniceerd over de werking van de vakantieopvang. De communicatie heeft een informerend karakter en heeft betrekking op het aanbod, de doelgroep en praktische informatie.

 

Artikel 9: Rapportering en evaluatie

Jaarlijks wordt na de zomervakantie door de deskundige ‘welzijn, beleid personen met een beperking’ van het lokaal bestuur een evaluatiemoment ingepland tussen de gemeente Mol en De Witte Mol, Stijn vzw. Deze evaluatie heeft betrekking op de werking van de vakantieopvang in haar geheel gedurende het afgelopen (school)jaar en biedt een overzicht van onder meer de algemene organisatie en uitvoering van de opvang, de ervaringen en aandachtspunten vanuit de werking en eventuele knelpunten en verbeterpunten voor toekomstige werkingsjaren waarbij in dit kader ook in onderling overleg voorstellen worden gedaan voor de opvangperiodes en mogelijke data voor het volgende werkingsjaar.

Het afdelingshoofd Huis van het Kind en de deskundige ‘welzijn, beleid personen met een beperking’ van het lokaal bestuur treden op als vaste aanspreekpunten voor De Witte Mol, Stijn vzw binnen het kader van deze samenwerking. Vanuit De Witte Mol zijn dit de coördinator ‘AH -21jaar’ en de algemeen directeur.

 

Artikel 10: Sancties

Wanneer één van de partijen zijn verplichtingen uit deze overeenkomst niet naleeft, wordt in eerste instantie een overlegmoment georganiseerd, met als doel in onderling overleg tot een oplossing te komen.

Indien sprake is van herhaaldelijke niet-naleving door De Witte Mol, Stijn vzw kan de gemeente Mol, na een schriftelijke waarschuwing, de nodige maatregelen nemen om de uitvoering van de overeenkomst te waarborgen. In dat geval kan de gemeente beslissen om geen of minder middelen ter beschikking te stellen.

 

Beide partijen hebben bovendien het recht om de overeenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen in geval van ernstige of herhaaldelijke tekortkomingen of zware overtredingen van de bepalingen van deze overeenkomst. De vastgestelde tekortkomingen worden daarbij schriftelijk en per aangetekend schrijven meegedeeld aan de andere partij.

Opgemaakt in Mol, in twee exemplaren, op 21 september 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

GEMEENTELIJK ONDERWIJS MOL - AANPASSING ARBEIDSREGLEMENT - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Feiten en context

Sedert 1 juli 2003 moet een schoolbestuur beschikken over een arbeidsreglement voor zijn onderwijsinstellingen.

 

Door gewijzigde regelgeving zijn aanpassingen aan het arbeidsreglement van de scholengemeenschap TROTS noodzakelijk en is het huidige arbeidsreglement, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 15 september 2025, aan actualisatie toe.

 

Juridische gronden

Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Artikel 6, §1,1° van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, en latere wijzigingen.

 

De wet van 18 december 2002 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, en latere wijzigingen.

 

Artikel 2, 2° van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, en latere wijzigingen.

 

Titel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs, en latere wijzigingen.

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, 17 april 1991, en latere wijzigingen.

 

Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

In zitting van 28 augustus 2026 verleende het Afzonderlijk Bijzonder Comité (ABC) een protocol van akkoord voor de aanpassingen in het arbeidsreglement van de scholengemeenschap TROTS.

 

Bijlagen

  1. Protocol ABC 28 augustus 2026 - aanpassingen arbeidsreglement TROTS 2026-2027
  2. Arbeidsreglement TROTS met gemarkeerde wijzigingen

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Overeenkomstig artikel 4 van de wet van 18 december 2002 - de wet tot wijziging van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, volstaat het in de arbeidsreglementen voor de werknemers in een overheidsdienst te verwijzen naar de teksten van decreten en besluiten die van toepassing zijn.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het bijgevoegde gewijzigde arbeidsreglement van de scholengemeenschap TROTS vanaf het schooljaar 2026-2027 met ingang van 1 september 2026 goed.

 

Artikel 2

Het arbeidsreglement van de scholengemeenschap TROTS, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 15 september 2025, wordt opgeheven.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

SCHOLENGEMEENSCHAP TROTS - VERWERKERSOVEREENKOMST PROWISE PRESENTER - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Feiten en context

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) verplicht elke verwerkingsverantwoordelijke om overeenkomsten af te sluiten met de verwerkers van persoonsgegevens waarop hij/zij een beroep doet.

 

Vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de zorgvuldige omgang met de persoonsgegevens hebben de onderwijsverstrekkers, de Federatie Centra voor Basiseducatie, VCLB en een aantal andere leveranciers van digitale onderwijsmiddelen samen een Intentieverklaring Privacy in Digitale Onderwijsmiddelen ontwikkeld. Daarbij aansluitend werd gezamenlijk een model verwerkersovereenkomst opgesteld. Niet alle leveranciers van digitale onderwijsmiddelen hebben zich tot op heden aangesloten bij bovenstaande intentieverklaring. Indien de leverancier zich niet heeft aangesloten wordt de verwerkersovereenkomst die de leverancier zelf heeft opgesteld voorgelegd aan de Data Protection Officer (DPO) van de intercommunale ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (IOK) voor een advies.

 

Juridische gronden

Artikel 56 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

De Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees parlement en de raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).

 

Inspraak en advies

De DPO van IOK verleende per mail op 9 juli 2026 een positief advies voor de verwerkersovereenkomst opgenomen in dit besluit.

 

Bijlagen

  1. Advies DPO IOK - Prowise Presenter
  2. Ontwerp-verwerkersovereenkomst Prowise Presenter

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Artikel 28, derde lid van de AVG bepaalt dat de verwerking van persoonsgegevens door een verwerker wordt geregeld in een overeenkomst of andere rechtshandeling krachtens het unierecht of het lidstatelijke recht die de verwerker ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke bindt, en waarin het onderwerp en de duur van de verwerking, de aard en het doel van de verwerking, het soort persoonsgegevens en de categorieën van betrokkenen, en de rechten en verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke worden omschreven.

 

Er zou daarom een verwerkingsovereenkomst opgesteld moeten worden tussen het gemeentebestuur van Mol (verwerkingsverantwoordelijke) en Prowise B.V. (verwerker):

 

Leverancier (verwerker)

Doel digitaal onderwijsmiddel

School/academie die het gebruikt

Prowise B.V.

Ontwikkelen en beheren van lessen en oefeningen

GBS Alles Kids en vestigingsplaats Heidehuizen 'Schooltje van de Hei'

GBS De Zandloper

GBS Klim-Op

GBS Mozawiek

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De in bijlage toegevoegde verwerkersovereenkomst wordt opgesteld en goedgekeurd tussen het gemeentebestuur van Mol als verwerkingsverantwoordelijke en Prowise B.V. als verwerker.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

GEMEENTELIJK ONDERWIJS - AANPASSING FIETSLEASEBELEID - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Feiten en context

Besturen in het onderwijs hebben sinds 1 januari 2025 de mogelijkheid om op een fiscaal gunstige manier hun personeelsleden fietsleasing aan te bieden via het gebruik van (een deel) van de bruto eindejaarstoelage. Het bestuur gaat daarvoor zelf een contract aan met een fietsleasingmaatschappij om een leasingfiets ter beschikking te stellen aan haar personeelsleden.

 

Het bestuur is ‘de leasingnemer’ waaraan de fietsleasingmaatschappij de leasekost factureert. Het bestuur prefinanciert deze leasingkost met het bedrag (flexbudget) dat het personeelslid hiervoor ter beschikking stelt. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten betaalt het geserveerde bedrag (flexbudget) voor de fietslease uit aan het schoolbestuur.

Het personeelslid moet de leasefiets effectief en regelmatig gebruiken voor (een deel van) het woonwerkverkeer.

 

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) staat enkel in voor de geldelijke verwerking van de fietsleasing op de eindejaarstoelage. Zij komt niet tussen in geschillen tussen het personeelslid en het bestuur of de fietsleasingmaatschappij.

 

Juridische gronden

Artikel 40, §3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Koninklijk besluit van 23 oktober 1979 betreffende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief PERS/2024/03 betreffende fietsleasing, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

In zitting van 28 augustus 2026 verleende het Afzonderlijk Bijzonder Comité (ABC) een protocol van akkoord voor het fietsleasebeleid van het gemeentelijk onderwijs Mol.

 

Bijlagen

  1. Fietsleasebeleid - Gemeentelijk onderwijs Mol - met gemarkeerde wijzigingen

      2. Uittreksel CBS 15 juli 2026 - instap fietslease

      3. Protocol ABC 28 augustus 2026 - fietsleasebeleid

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

In 2025 stapten we in op de raamovereenkomst van Creat voor de fietslease die gegund werd aan O2O BVBA. Creat Services dv (TMVS dv) treedt op als aankoopcentrale voor gemeente en OCMW Mol bij de gunning en de uitvoering van de opdracht. Deze overeenkomst loopt vervroegd af op 31 december 2026 omdat de maximale waarde van de opdracht werd bereikt.

Creat Services dv heeft een nieuwe opdracht fietslease in de markt geplaatst. Deze werd opnieuw gegund aan O2O BVBA.

 

In zitting van het college van burgmeester en schepen van 15 juli 2026 werd de toetreding tot deze nieuwe raamovereenkomst goedgekeurd. De overeenkomst loopt van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2030. De personeelsleden van het gemeentelijk onderwijs zullen in het najaar van 2026 de fietsen kunnen bestellen volgens de voorwaarden van deze nieuwe raamovereenkomst om vanaf 1 januari 2027 van start te kunnen gaan met de leasing.

 

De voorwaarden in deze nieuwe raamovereenkomst verschillen van de eerdere raamovereenkomst waarop werd ingetekend in 2025.

Een aanpassing van het fietsleasebeleid is dus vereist voor de personeelsleden die starten met leasen vanaf 1 januari 2027.

De personeelsleden die in 2026 gestart zijn met de fietslease blijven onder de 'oude' voorwaarden vallen tot het einde van hun leasingperiode.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt bijgevoegd fietsleasebeleid voor het gemeentelijk onderwijs, met ingang van 1 oktober 2026, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

GEMEENTELIJK ONDERWIJS - POSITIEF AANWEZIGHEIDS- EN RE-INTEGRATIEBELEID - GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Feiten en context

Op 1 januari 2026 trad het gewijzigde wettelijke kader inzake re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers en de preventie van langdurige afwezigheid (RIT 3.0) in werking. Dit kader versterkt de verantwoordelijkheid van werkgevers op het vlak van preventie, contact tijdens arbeidsongeschiktheid en begeleiding naar een duurzame werkhervatting. Het voorziet onder meer in verplichtingen rond het onderhouden van contact met arbeidsongeschikte werknemers, de inschatting van het arbeidspotentieel vanaf acht weken arbeidsongeschiktheid en de opstart van re-integratietrajecten wanneer dit aangewezen is.

 

Deze regelgeving is ook van toepassing op onderwijs. Het gemeentelijk onderwijs wenst deze wettelijke verplichtingen te vertalen naar een duidelijk, uniform en praktisch toepasbaar beleidskader voor de gemeentelijke scholen en academies. Daarbij wordt niet alleen ingezet op de naleving van de regelgeving, maar ook op een ruimer positief aanwezigheidsbeleid waarin welzijn, werkbaarheid, preventie, vroegtijdige ondersteuning en duurzame inzetbaarheid centraal staan.

 

Binnen dit beleidskader wordt re-integratie beschouwd als een proces dat personeelsleden ondersteunt bij een veilige, haalbare en duurzame terugkeer naar het werk.

 

Juridische gronden

Artikel 40, §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

De codex over het welzijn op het werk, in het bijzonder de bepalingen betreffende het gezondheidstoezicht op werknemers, de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers en de preventie van langdurige afwezigheid.

 

Het koninklijk besluit van 17 december 2025 tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk wat de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers en de preventie van langdurige afwezigheid betreft.

 

Omzendbrief PERS/2014/04 van 08/05/2014

 

Omzendbrief PERS/2007/07 van 21/09/2007

 

Decreet betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding.

 

Inspraak en advies

Dit beleidskader werd uitgewerkt door de dienst onderwijs in overleg met de directies en personeelswerkers, met als doel te komen tot een juridisch correct, beleidsmatig onderbouwd en praktisch toepasbaar instrument dat aansluit bij de dagelijkse realiteit van het gemeentelijk onderwijs.

 

In zitting van 28 augustus 2026 verleende het Afzonderlijk Bijzonder Comité van het gemeentelijk onderwijs van Mol een protocol van akkoord voor het beleidskader positieve aanwezigheid en re-integratie.

 

Bijlagen

  1. Positief aanwezigheids- en re-integratiebeleid - Gemeentelijk Onderwijs Mol
  2. Protocol ABC 28 augustus 2026 - Positief aanwezigheids- en re-integratiebeleid

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

De gewijzigde federale regelgeving inzake re-integratie (RIT 3.0) legt bijkomende verantwoordelijkheden bij werkgevers op het vlak van de preventie van langdurige afwezigheid en de begeleiding van arbeidsongeschikte personeelsleden. Werkgevers dienen onder meer tijdig contact te onderhouden, personeelsleden te informeren over ondersteunings- en re-integratiemogelijkheden, het arbeidspotentieel te laten inschatten en waar nodig een informeel of formeel re-integratietraject op te starten.

Om deze regelgeving binnen het gemeentelijk onderwijs op een uniforme en werkbare manier toe te passen, werd een beleidskader positieve aanwezigheid en re-integratie uitgewerkt. Dit beleidskader vertaalt de wettelijke bepalingen naar de onderwijscontext en biedt directies, personeelsmedewerkers en personeelsleden een duidelijke leidraad voor de opvolging van afwezigheid en re-integratie.

 

Het beleidskader bevat een gefaseerd stappenplan vanaf de ziektemelding tot en met de werkhervatting, met duidelijke verantwoordelijkheden voor de directie, personeelswerker, arbeidsarts, IDEWE, het schoolbestuur en het betrokken personeelslid. Hierdoor worden de wettelijke termijnen bewaakt, de opvolging van individuele dossiers verzekerd en een consistente toepassing binnen alle gemeentelijke scholen en academies gegarandeerd.

 

Daarnaast wordt re-integratie ingebed in een ruimer positief aanwezigheidsbeleid dat inzet op preventie, welzijn, open dialoog en duurzame inzetbaarheid. Het beleidskader ondersteunt een zorgzame en respectvolle opvolging van personeelsleden, met aandacht voor behoud van de professionele band, ondersteuning tijdens afwezigheid en een duurzame terugkeer naar het werk.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt bijgevoegd positief aanwezigheids- en re-integratiebeleid voor het gemeentelijk onderwijs, met ingang van 1 oktober 2026, goed.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

SCHOLENGEMEENSCHAP TROTS - CONVENANT VOOR VERVANGINGEN KORTE AFWEZIGHEDEN (VKA) 2026-2027- GOEDKEURING

 

 

GRONDEN

 

Feiten en context

De scholengemeenschap TROTS ontvangt per schooljaar extra middelen om de afwezigheden op te vangen van de personeelsleden aangesteld in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarvoor op basis van andere regelgeving geen vervanger kan worden gefinancierd of gesubsidieerd.

 

Elke school krijgt een contingent vervangingseenheden dat binnen het samenwerkingsplatform wordt samen gelegd en beheerd. Voor het gemeentelijk basisonderwijs in Mol bestaat het samenwerkingsplatform uit de scholen van onze scholengemeenschap TROTS.

 

De vervangingseenheden kunnen enkel worden aangewend op voorwaarde dat er een convenant wordt gesloten.

 

Juridische gronden

Artikel 42 en 43 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Artikel 2 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekking tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, en latere wijzigingen.

 

Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en latere wijzigingen.

 

Besluit van de Vlaamse regering van 29 mei 2009 betreffende vervangingen van korte afwezigheden, en latere wijzigingen.

 

Ministeriële omzendbrief PERS/2005/23 van 16 november 2005 betreffende vervangingen van korte afwezigheden in het basisonderwijs, en latere wijzigingen.

 

Inspraak en advies

In zitting van 28 augustus 2026 leverde het Afzonderlijk Bijzonder Comité (ABC) een protocol van akkoord af voor het convenant vervangingen van korte afwezigheden (VKA) in het basisonderwijs van scholengemeenschap TROTS voor het schooljaar 2026-2027.

 

Bijlagen

  1. Protocol ABC 28 augustus 2026 - vervangingen korte afwezigheden TROTS 2026-2027
  2. Convenant vervangingen korte afwezigheden TROTS 2026-2027

 

MOTIVERING

 

Argumentatie

Het convenant VKA in het basisonderwijs van scholengemeenschap TROTS moet jaarlijks herbevestigd worden in functie van de nieuwe toegekende eenheden voor korte vervangingen.

 

De ministeriële dienstbrieven van 8 mei 2026 delen voor het schooljaar 2026-2027 het aantal eenheden vervangingen van korte afwezigheden in het basisonderwijs mee voor de scholen van de scholengemeenschap TROTS.

 

Financiële weerslag

Dit besluit heeft geen financiële weerslag voor het gemeentebestuur.

 

 

BESLUIT

 

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het hierbij toegevoegde convenant vervangingen voor korte afwezigheden (VKA) in het basisonderwijs voor de scholengemeenschap TROTS voor het schooljaar 2026-2027 goed met ingang van 1 september 2026.

 

 

Beroepsmogelijkheden

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de bekendmaking een klacht worden ingediend bij de toezichthoudende overheid via het digitaal klachtenformulier op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/digitaal-klachtenformulier ofwel via  aangetekende zending naar Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel ofwel via afgifte tegen ontvangstbewijs op het adres Agentschap Binnenlands Bestuur, VAC Herman Teirlinck Brussel, Thurn & Taxis-site, Havenlaan 88 bus 70, 1000 Brussel.

 

Deze beslissing kan tevens het voorwerp uitmaken van een verzoek tot nietigverklaring en/of schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak) Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

Het verzoekschrift daartoe moet aan deze instantie ofwel worden verzonden bij een per post aangetekend schrijven, ofwel wordt dit ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek ‘e-procedure’ op de website van de Raad van State - http://www.raadvst-consetat.be).

Het beroep moet binnen een termijn van 60 dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van deze beslissing worden ingediend.  Het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden binnen de termijn bepaald door de rechtspraak van de Raad van State op straffe van onontvankelijkheid.

Het beroep dient te beantwoorden aan de vormvoorschriften en termijnen van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

VLOTTE VERKEERSDOORSTROMING MOL-CENTRUM (ProMol - Cindy Dexters)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BRANDVEILIGHEID IN DE MOLSE BOSSEN (ProMol - Cindy Dexters)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

BLOEMPERKEN OP HET RONDPLEIN EN CORBIESTRAAT (Vlaams Belang - Marc Sannen)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

TOEKOMST PIONIER (VooruitMemo - Tomas Sergooris)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

ZWERFVUIL SPEEL- EN ONTMOETINGSPLEIN BOSVELD-GROENEWEG (VooruitMemo - Lander Geyzen)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

VERKEERSHINDER DOOR WERFVERKEER ROND ZILLELANDE (VooruitMemo - Lander Geyzen)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

VERKAVELINGEN IN SLUIS (VooruitMemo - Paul Vanhoof)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 21 september 2026

 

HITTEPLAN (VooruitMemo - Liesbet Lommelen)

U kan vraag en antwoord beluisteren op het audio verslag.

Publicatiedatum: 22/09/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.